Landschappelijke inpassingsplan (1).pdf
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan Grondhuttenweg 14 Bentelo
Colofon Landschappelijk inpassingsplan Grondhuttenweg 14 Bentelo
In het kader van de Wet natuurbescherming
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
VanWestreenen dhr. B. Wopereis Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde
Projectnummer en versie: 1765B versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: Grondhuttenweg 14 Bentelo
Veldmedewerker(s): P.Leemreise
Status: definitief Rapportdatum: 22-5-2019
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:
info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 3 2.1 Situering ................................................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 3 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 5 2.4 Analyse van de ruimtelijke kwaliteit van het huidige erf ......................................................................... 6 3 voorgenomen activiteiten ............................................................................................................................... 7 3.1 voorgenomen activiteiten ........................................................................................................................ 7 3.2 Effect van de voorgenomen activiteiten op ruimtelijke kwaliteit ............................................................
7 3.3 Maatregelen ter versterking van de landschappelijke inpassing ............................................................. 8 4 Inpassingsplan ................................................................................................................................................. 8 4.1 Inrichting .................................................................................................................................................. 8 4.2 Beheer ...................................................................................................................................................... 9
2
1 Inleiding Er zijn plannen voor sloop en vervangende nieuwbouw van pluimveestallen aan de Grondhuttenweg 14 te Bentelo. Eén van de randvoorwaarden die de gemeente Hof van Twente stelt aan realisatie van voorgenomen plannen is een landschappelijke inpassing van het nieuwe erf. In voorliggend plan wordt een plan voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Het plan voor landschappelijke inpassing van het erf is tot stand gekomen aan de hand van een ruimtelijke analyse van het landschap waarin het plangebied zich bevindt en de aanwezige beplanting op en rond het erf. Het voorstel voor inpassing van het nieuwe erf wordt op een kaart verbeeld en uitgewerkt in een plantlijst van bomen en struiken die aangeplant worden. Uitgangspunten daarbij zijn streekeigen beplantingsvormen en inheems plantmateriaal. Het rapport wordt afgesloten met concrete aanwijzingen voor de aanleg en het vervolgbeheer van de aan te leggen beplanting.
2 Het plangebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd op het adres Grondhuttenweg 14 te Bentelo. Het ligt in het buitengebied 1,7 kilometer ten zuidoosten van de woonkern Bentelo. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op de topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging wordt aangeduid met de cirkel (bron kaart: PDOK).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch bedrijf, gelegen in een heide-ontginningslandschap. Het erf ligt ten zuiden van de Grondhuttenweg en grenst aan de oostzijde aan een bos. Ten zuiden en oosten gaat het plangebied over in intensief beheer agrarisch cultuurland, tijdens het veldbezoek in gebruik als grasland met een soortenarme vegetatie van raaigras. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in de directe omgeving in detail weergegeven. Ten oosten van het huidige erf staat een solitaire zomereik en aan de achterzijde van het erf staan enkele zomereiken en berken en natuurlijke (jonge) opslag van wilg (spec.), vlier en ruigte. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied in detail weergegeven, evenals de begrenzing.
3
Detailopname van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok).
Op onderstaande afbeeldingen wordt een impressie van het plangebied gegeven.
Impressie van het plangebied (februari 2019).
4
Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied in het landschap weergegeven.
Zicht op het plangebied, vanaf de Gorsveldweg. De foto is gemaakt in noordelijke richting.
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving worden tot het broek- en heideontginningslandschap gerekend. Dit is een jong ontginningslandschap dat ontstaan is medio de 19e eeuw, waarbij de uitgestrekte woeste gronden langzaamaan meer en meer in cultuur werd gebracht. Eerst werden de meest droge grond in cultuur gebracht en vanaf het begin van de begin 20e eeuw, werden bijna alle ‘woeste gronden’ in cultuur gebracht. Dit werd mogelijk vanwege de beschikbare mechanisatie en menskracht (werkloosheidsprojecten). Het originele ontginningspatroon is nog steeds herkenbaar in het huidige cultuurland, zoals de ontginningswegen. De toponiem ‘Boddenbroek’ is nog een verwijzing naar het oude landschap van voor de grootschalige ontginning. Opvolgende ruilverkaveling en schaalvergroting hebben het landschap vervolgens sterk gewijzigd. Kenmerkende kavelgrensbeplanting is veelal verdwenen en langs veel ontginningswegen zijn laanbomen geplant. De heidevelden, zoals zichtbaar op de historische topografische kaart anno 1900, zijn veelal verdwenen en vervangen door bos. Verspreid in het landschap zijn boerderijen gebouwd langs de ontginningswegen.
Links: ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1900. Rechts: ligging van het plangebied op de actuele topografische kaart anno 2019. Het plangebied wordt met de cirkel aangeduid.
5
Het broek- en heideontginningslandschap kenmerken zich door: Lange, rechte ontginningswegen, veelal met laanbomen; Grote, rationele percelen; Intensief agrarisch gebruik van de percelen met monoculturen van gras of akkergewassen; Boerderijen liggen langs de ontginningswegen, met de voorzijde gericht naar de weg en de schuren aan de achterzijde; Verspreid liggende bossen, bosjes en heideterreinen; Kavelgrensbeplanting in de vorm van houtsingels, veelal aangelegd tijdens de ruilverkaveling. Deze singels hebben een gemengde samenstelling van loofhoutsoorten als ruwe berk, lijsterbes, zomereik, boswilg, els (op meer vochtige plekken); Afwezigheid van struweel, knotbomen, erfbosjes, hoogstam fruitboomgaarden;
2.4 Analyse van de ruimtelijke kwaliteit van het huidige erf Het erf in het plangebied heeft een oppervlakte van één hectare en is bijna volledig verhard. De op het erf aanwezige bebouwing is nauwelijks zichtbaar in het landschap. Vanwege de ligging op enige afstand ten noorden van de Gorsveldweg en de ligging naast een bos, is het erf uitsluitend zichtbaar vanaf de Grondhuttenweg, komende vanuit het zuidoosten. De beplanting aan de achterzijde vormt als het ware een groene wand, waardoor het directe zicht ook nog eens wordt weggenomen vanaf de Gorsveldweg. De solitaire zomereik aan de oostzijde van het erf neemt geen zicht weg op het bedrijf.
6
3 voorgenomen activiteiten 3.1 voorgenomen activiteiten Het concrete voornemen bestaat om de aanwezige pluimveestallen op het erf te slopen vier nieuwe, groter pluimveestallen in het plangebied te bouwen. Om de bouw mogelijk te maken dient de aanwezige beplanting gerooid te worden, inclusief solitaire zomereik ten oosten van de stallen. Het nieuwe erf wordt nadien landschappelijk ingepast middels de aanplant van erfbeplanting. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergeven.
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: VanWestreenen)
3.2 Effect van de voorgenomen activiteiten op ruimtelijke kwaliteit De zichtbaarheid (en beleefbaarheid) van het nieuwe erf, ten opzichte van de huidige situatie, verandert niet veel. Nog steeds ligt het erf zo’n 200 meter ten noorden van de Gorsveldweg en blijft het liggen naast een bestaand bos. Door het ontbreken van beplanting ten oosten van het erf, blijft het nieuwe erf wel zichtbaar vanaf de Grondhuttenweg en is het zichtbaar vanuit de woningen aan de Gorsveldweg 19-19a. Op onderstaande afbeelding wordt het effect van de voorgenomen activiteit op de ruimtelijke kwaliteit weergegeven.
Weergave van de ruimtelijke kwaliteit, na planrealisatie.
7
3.3 Maatregelen ter versterking van de landschappelijke inpassing Wanneer we kijken naar het wenselijke nieuwe erf, dan is de oost- en noordzijde goed ingepast vanwege de ligging naast het bos en aan de achterzijde van de bedrijfswoning. Om het zicht vanaf de Grondhuttenweg en Gorsveldweg op de nieuwe schuren weg te nemen, kan houtige beplanting aangelegd worden. Deze kan bestaan uit een houtsingel of struweelhaag. Beide landschapselementen worden beheerd als hakhout.
4 Inpassingsplan 4.1 Inrichting Om het nieuwe erf landschappelijk in te passen, wordt voorgesteld om houtsingel, met een lengte van 315 meter aan te leggen. Deze singel bestaat uit drie rijen gemengde loofhoutbeplanting in een plantverband van 1,5x 1,5 meter. In het element worden 10 eiken veren geplant. De (besdragende) struikvormers worden aan de buitenzijde van het element geplant, de boomvormers in het midden van het element. Voor het aantal aan te planten bomen en struiken en het assortiment, wordt verwezen naar de beplantingslijst.
Voorstel voor landschappelijke inpassing van het erf.
8
soort zomereik boswilg lijsterbes hazelaar veldesdoorn Gelderse roos ruwe berk linde zomereik eenstijlige meidoorn hondsroos sleedoorn zomereik eruwe iep
lat. Naam Quercus robur Salix caprea Sorbus aucuparia Corylus avellana Acer campestre Viburnum opulus Betula pendula Tilia cordata Quercus robur Crataegus monogyna Rosa canina Prunus spinosa Quercus robur Ulmus glada
laanboom plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen
aantal 10 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
maat 14-16 cm 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120
bijz stamomtrek hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte
Plantlijst voor de aan te leggen houtsingel.
Inboet Maximaal 30% van de nieuwe aanplant mag sterven na aanleg, zonder dat deze vervangen hoeft te worden. Open plekken, die ontstaat door het afsterven van plantsoen, worden door successie vrij snel overwoekerd door ruigte en tenslotte door bomen. Hierdoor ontstaat een structuurrijke houtsingel.
4.2 Beheer De houtsingel wordt beheerd als hout met behoud van enkel zomereiken-overstaanders. De singel wordt periodiek, doorgaans iedere 12-15 jaar vaksgewijs afgezet, waarna de beplanting weer zal uitlopen en een dichte bosschage zal vormen. Geadviseerd wordt om de singel in drie verschillende jaren af te zetten, met tussenpozen van 2-3 jaar (in plaats van de hele singel in één jaar). Hierdoor ontstaat maximale variatie.
9