Getekend raadsbesluit - 915091 Verordening peuteropvang regulier.pdf
Tekst van het document
Raadsbesluit Onderwerp
Wijziging SMI verordening
Zaaknummer
915091
Vergadering
De raad van de gemeente Hof van Twente; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 147 van de gemeentewet; overwegende dat de huidige verordening tegemoetkoming in de kosten van reguliere peuteropvang is geactualiseerd; besluit: vast te stellen de navolgende VERORDENING TEGEMOETKOMING IN DE KOSTEN VAN REGULIERE PEUTEROPVANG 2025. Deze verordening heeft tot doel dat het voor alle ouders financieel mogelijk dient te zijn om een kind te kunnen plaatsen op een peuterplek waar ontwikkelingsgerichte activiteiten worden georganiseerd. Artikel 1 Algemene begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aanvraag: een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van peuteropvang die wordt ingediend door de ouder(s)/verzorger(s). b. Aanvraagformulier: een door het college vastgesteld formulier om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming kosten peuteropvang. c. Tabel ouderbijdrage belastingdienst: de adviestabel die jaarlijks door de belastingdienst voor de ouderbijdrage kinderopvang wordt gepubliceerd. d. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente. e. Gemeente: de gemeente Hof van Twente f. Kinderdagverblijf: opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar in de gemeente Hof van Twente. g.
Kinderopvang: Gastouder(bureau), kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang, dat gevestigd is in de gemeente Hof van Twente en dat ingeschreven is in het LRK. h. Landelijk register kinderopvang (LRK): register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. i. Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van de Belastingdienst aan ouders als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor de in het LRK geregistreerde kinderopvang. j. Peuteropvang: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van 2 tot 4 jaar gedurende twee dagdelen per week van acht uren per week, gedurende veertig weken per jaar. k. Ouder(s): ouder(s)/verzorger(s) van een kind en woonachtig in de gemeente Hof van Twente. l. Kind: een kind in de leeftijd 2 t/m 4 jaar. m. Ouder(s): ouder(s)/verzorger(s) van een kind woonachtig in de gemeente Hof van Twente.
n. Toezichthouder: de door het college aangewezen toezichthouder te weten de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Twente, belast met het houden van toezicht op de kwaliteit van kinderopvang. o. Wet Kinderopvang: de Wet Kinderopvang. Artikel 2 Reikwijdte Deze verordening is uitsluitend van toepassing op alle ouders met kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, woonachtig in de gemeente, die niet onder de Wet Kinderopvang vallen. Artikel 3 De aanvraag 1. De ouder(s) kan/kunnen bij de gemeente, middels een door het college vastgesteld formulier, digitaal, een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten van peuteropvang. 2. De aanvraag dient vergezeld te zijn van de meest recente inkomensverklaring, op te vragen bij de Belastingdienst (het IB60 formulier). 3. Indien het inkomen is gewijzigd en afwijkt van de inkomensverklaring, dient een afschrift van het laatste loonstrookje te worden meegestuurd. 4. De aanvraag dient gepaard te gaan met een (voorlopig) contract tussen ouder(s) en kinderdagverblijf. 5. De ouder kan nog tot maximaal drie maanden na plaatsing een aanvraag met terugwerkende kracht indienen. Artikel 4 De tegemoetkoming aan ouder(s) 1. Aan de ouder(s) wordt, afhankelijk van het inkomen, een tegemoetkoming verstrekt conform de tabel die door de Belastingdienst wordt gehanteerd. 2.
Voor het vaststellen van de tegemoetkoming wordt gerekend met een uurprijs die landelijk wordt vastgesteld. 3. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de inkomenstabel die door de Belastingdienst wordt gehanteerd. 4. De kosten hoger dan de landelijk vastgestelde uurprijs komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming en komen voor rekening van de ouder(s), met uitzondering van die situaties die vallen onder artikel 5 en artikel 9 van deze verordening. 5. Uitsluitend acht uren per week gedurende veertig weken per jaar komen in aanmerking voor een tegemoetkoming. 6. Indien het inkomen van de ouder(s) gedurende de plaatsingsperiode van een peuter verandert, zodanig dat dit van invloed kan zijn op de hoogte van de tegemoetkoming, dient de ouder(s) de gemeente daarvan op de hoogte te stellen, waarna de gemeente een nieuwe berekening maakt. 7. Indien de ouder(s) een gezamenlijk inkomen hebben tot 120% van de laagste inkomstencategorie, komen de kosten voor een volledige tegemoetkoming in aanmerking tot maximaal de landelijk vastgestelde uurprijs. De tegemoetkoming wordt rechtstreeks aan de ouder(s) overgemaakt. 8. Op verzoek van de ouder(s) kan, door middel van het afgeven van een machtiging, de tegemoetkoming peuteropvang rechtstreeks naar het kinderdagverblijf worden overgemaakt. 9.
De ouder(s) blijft/blijven te allen tijde zelf verantwoordelijk voor betaling van het deel dat niet in aanmerking komt vanuit de tegemoetkoming voor de kinderopvang. 10. De gemeente is bevoegd om steekproefsgewijs heronderzoeken te doen om te beoordelen of de tegemoetkoming nog overeenkomt met de oorspronkelijke berekening. Artikel 5 Bijzondere bepaling De ouder(s) die van de gemeente een uitkering ontvangt/ontvangen op grond van Participatiewet hoeven geen aanvraag voor bijzondere bijstand in te dienen. Aan deze ouder(s) wordt een tegemoetkoming tot 100% van de werkelijke kosten verstrekt die door de aanbieder in rekening worden gebracht. In deze gevallen geldt geen enkele eigen bijdrage.
Artikel 6 Weigeringsgronden 1. Er wordt geen tegemoetkoming in de kosten van peuteropvang verstrekt indien: a. De peuter niet (meer) woonachtig is in de gemeente. b. De peuter naar de basisschool gaat. c. De locatie van het kinderdagverblijf niet geregistreerd is in het LRK. d. De locatie van het kinderdagverblijf niet is gevestigd in de gemeente. e. De peuter jonger dan twee jaar is. f. De ouder(s) in aanmerking komen voor een toeslag op grond van de Wet Kinderopvang. Artikel 7 Pedagogisch beleid 1. Voor peuteropvang geldt dat het kinderdagverblijf in het pedagogisch beleidsplan, zoals genoemd in de Wet Kinderopvang, het volgende heeft vermeld, te weten: a. Welke twee vaste dagdelen van in totaal acht uren per week voor peuteropvang zijn aangewezen; b. Hoe de peuteropvang in een groep van 2 tot 4 jarigen is georganiseerd; c. Welke leeftijdsgerichte ontwikkelingsactiviteiten er georganiseerd worden voor peuteropvang; d. Welke schoolweken peuteropvang wordt aangeboden. 2. Het kinderdagverblijf dient een duidelijke administratie te voeren voor de peuteropvang. 3. De toetsing van de hiervoor genoemde voorwaarden voor peuteropvang vindt plaats door de Toezichthouder. Artikel 8 Intrekking oude verordening 1.
De verordening tegemoetkoming in de kosten van reguliere peuteropvang en kinderopvang bij sociaal medische indicatie, zoals vastgesteld is in de raadsvergadering van 20 juni 2023, komt met ingang van 1 juni 2025 te vervallen. 2. Een kind of ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening tegemoetkoming in de kosten van reguliere peuteropvang en kinderopvang bij sociaal medische indicatie 2023, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening tegemoetkoming in de kosten van reguliere peuteropvang en kinderopvang bij sociaal medische indicatie 2016 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Artikel 9 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2025. 2. Deze Verordening kan aangehaald worden als: “Verordening tegemoetkoming in de kosten van reguliere Peuteropvang 2025”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 27 mei 2025.
De raad van Hof van Twente, de griffier,
de voorzitter,
H.M. Meerman
drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM