CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Delden-Zuid 2015, herziening Bernhardstraat 1_Bijlagen toelichting_Bijlage 9 Bomen Effect Analyse.pdf

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan 'Delden-Zuid 2015, herziening Bernhardstraat 1'.5.675 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE BOMEN EFFECT ANALYSE GEMEENTE ENSCHEDE RAPPORT:

BEA-290721A-273

OBJECT:

69 BOMEN

LOCATIE:

TOONLADDER TE DELDEN

DATUM:

4 OKTOBER 2021

Colofon Opdrachtgever Naam Afdeling Opdrachtgever Adres Postcode en Plaats Telefoon Email

: Gemeente Hof van Twente : Afdeling Leefomgeving, Sectie Groen : Dhr. R.E.J. Emming : de Höfte 7, 7471 DK GOOR : Postbus 54, 7470 AB GOOR : 0547 - 85 72 83 : info@hofvantwente.nl

Opdrachtnemer Naam Afdeling Adres Postcode en Plaats Telefoon Email Internet

: Expedio Arbori : Boomtechnisch onderzoek advies & taxatie : Burg. Kerssemakersstraat 40 : 8101 AP Raalte : 0572-364400 : info@expedio-arbori.nl : www.expedio-arbori.nl

Projectgegevens; Uw kenmerk Ons kenmerk Type onderzoek Straat/locatie Plaats Datum onderzoek

: project Toonladder te Delden : BEA-290721A-273 : Bomen Effect Analyse : De Reigerstraat : Delden : dinsdag 31 augustus 2021

Status; Status rapport Datum

: concept : 4 oktober 2021

Adviseur:

R. (Ronald) Wobben Boomtechnisch adviseur (ETT) Geregistreerd boomtaxateur Gecertificeerd boomcontroleur De bevindingen en metingen, volstrekt nodig voor dit verslag zijn met de grootst mogelijke zorg en met gespecialiseerd kwaliteitsapparatuur uitgevoerd. Echter, bij bomen spreekt men van levend materiaal en op de schade die natuurkrachten (wind e.d.) ook bij volkomen gezonde bomen kunnen aanrichten, kunnen wij uiteraard geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor welke schade dan ook ontstaan aan of door deze bomen. Het is niet toegestaan het rapport of delen van het rapport te vermenigvuldigen en/of openbaar te maken, anders dan bedoeld voor intern gebruik zonder schriftelijke toestemming van Expedio Arbori te Raalte.

Inhoud 1 2 3

Inleiding ....................................................................................................... 1 Methode van onderzoek ................................................................................ 2 Situatie en planvorming ................................................................................ 5 3.1 Huidige situatie ......................................................................................... 5 3.2 Planvorming ............................................................................................. 7 4 Onderzoek en resultaten ............................................................................... 8 4.1 Visuele boomcontrole ................................................................................. 8 4.2 Bodem- en bewortelingsonderzoek .............................................................. 9 5 Conclusie en advies .....................................................................................

10 5.1 Kwaliteit bomen en groeiplaats ..................................................................10 5.2 Knelpuntenanalyse ...................................................................................10 5.3 Advies ....................................................................................................11 5.4 Eisen & randvoorwaarden ..........................................................................11 5.4.1 Ontgraving ........................................................................................11 5.4.2 Ophoging ..........................................................................................12 5.4.3 Bodemverdichting ..............................................................................12 6 Boombeschermende maatregelen ............................................................... 13 Bijlage 1: Huidige situatie Bijlage 2: Toekomstige situatie Bijlage 3: Boomgegevens Bijlage 4: Posters werken rond bomen

1 Inleiding Opdracht In opdracht van de heer R.E.J. Emming, namens de gemeente Hof van Twente, is door Expedio Arbori een Quickscan Bomen Effect Analyse uitgevoerd op locatie ‘De Toonladder’ aan De Reigerstraat te Delden. De locatie was voorheen in gebruik als basisschoolterrein en kinderopvangen, welke momenteel nog ten dele als dusdanig wordt gebruikt. Aanleiding Binnen de invloedssfeer van de geplande (bouw)werkzaamheden staan 69 bomen welke getoetst dienen te worden aan de voorgenomen plannen. Doelstelling Om deze bomen duurzaam te kunnen inpassen in de nieuwe situatie, wil de opdrachtgever weten of de geplande (bouw)werkzaamheden nadelige gevolgen hebben voor de bomen en welke boombeschermende maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om deze te behouden.

Vraagstelling In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal:  Wat is de conditie en vitaliteit van de bomen binnen het projectgebied zoals omschreven;  Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats duurzaam behouden blijven?  Welke invloed hebben de werkzaamheden in de directe omgeving van de bomen?  Welke maatregelen kunnen genomen worden om de invloed ten aanzien van de bomen tot een minimum te beperken? Om antwoord te kunnen geven op bovenstaande vragen, is het onderzoek voor zover relevant, uitgewerkt conform een zogenaamde Bomen Effect Analyse (BEA). Een dergelijke analyse is een gestandaardiseerde beoordeling van mogelijke effecten van bouw of aanleg op bomen. Een BEA dient antwoord te geven op de vraag: “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen (bouw)werkzaamheden of het ontwerpplan in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?”

1

2 Methode van onderzoek 2.1 Visuele boominspectie Door een verscheidenheid aan bomen en boomsoorten met ieder hun eigen soorteigenschappen en de verscheidenheid aan groeiplaatsomstandigheden brengt met zich mee dat iedere boom zich anders ‘gedraagt’ en verschillend reageert op eventueel aanwezige aantastingen en/of mechanische gebreken. Het is daarom wenselijk om boominspecties op boomniveau te rapporteren. Dit betekent dat bij iedere boom afzonderlijk wordt gekeken naar de conditie en vitaliteit, soortspecifieke kenmerken en/of aanwezige aantastingen en gebreken. waarbij naast zichtbare afwijkingen vooral ook aandacht is voor de mechanische opbouw en mechanische defectsymptomen die bij bomen kunnen voorkomen. 2.1.1 conditie De conditie van de boom is beoordeeld volgens de beoordeling van de kronenstructuur volgens Dr. A. Roloff. Eén en ander is gebaseerd op respectievelijk knopbezetting en de meting van lengtescheuten (conditie) en de mate van wondovergroeiing (vitaliteit). De conditie van de boom is volgens de volgende klassen beoordeeld; Normaal (lees; goed).

Verminderd (lees; licht afgenomen, maar voldoende).

Sterk verminderd (lees; matig, mogelijk herstelbaar).

Slecht (lees; onherstelbaar).

2

2.1.2 Kwaliteit De kwaliteit is gebaseerd op de huidige conditie, mechanische opbouw en stabiliteit van de bomen. De bomen zijn rondom, van top tot teen bekeken, waarbij is gelet op mogelijke afwijkingen, aantastingen en verzwakkingen welke kenbaar worden gemaakt door uitwendige symptomen. De kwaliteit is ingedeeld in Goed/Redelijk/Matig/Slecht en volgens de volgende boomonderdelen wortels, stam en kroon opgenomen. 2.1.3 Toekomstverwachting De toekomstverwachting van de bomen is uiteengezet in de volgende klassen; Goed;

Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom, worden binnen een termijn van >15 jaar geen problemen verwacht.

Redelijk;

Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom, wordt binnen een termijn van 10-15 jaar geen problemen verwacht.

Matig;

Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is deze duidelijk verminderd, verwacht mag worden dat ‘herstel’ van de boom eventueel mogelijk is. (toekomstverwachting <10 jaar)

Slecht;

Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is deze minimaal of nihil te noemen, verwacht wordt dat ‘herstel’ van de boom niet of nauwelijks mogelijk is. (toekomstverwachting <5 jaar).

2.2 Bodem en bewortelingsonderzoek Door middel van een bodem- en bewortelingsonderzoek is het mogelijk om inzicht te krijgen in de bodemsamenstelling en de opbouw en kwaliteit van het wortelstelsel. Door het uitvoeren van grondboringen en het graven van profielsleuven kan de opbouw en samenstelling van de bodem en beworteling worden beoordeeld. Hierbij wordt vooral gelet op de doorwortelde diepte, aanwezigheid van storende of verdichte lagen en de grondwaterstand. De grondwaterstand kan van belang zijn voor de vochtopname van de boom. Indien het grondwater bereikbaar is voor de boomwortels, zal zich in de regel een diep ontwikkeld wortelstelsel vormen (al naar gelang de stijghoogte van het grondwater), dat minder gevoelig is voor uitdroging. Indien het grondwater niet bereikbaar is omdat het zich te diep bevindt of vanwege de aanwezigheid van storende lagen, wordt een boom volledig afhankelijk van vochtvoorziening door regenval. Van bovengenoemde onderzoeken zijn er nog geen uitgevoerd, daar het nog niet bekend is welke ontwerpvariant wordt gekozen. 3

2.3 Werken rond bomen Werkzaamheden nabij bomen hebben veelal een grote (negatieve) invloed op bomen en/of hun directe leefomgeving. Dit kan zowel op de kwantiteit als de kwaliteit van de boven- en ondergrondse situatie betrekking hebben. Gedacht kan worden aan beschadiging van boven- en ondergrondse boomdelen, wortelverlies, bodemverdichting, verdroging etc. Het is vooral van belang om middels een groeiplaatsonderzoek te beoordelen wat de diepte en de intensiteit van de wortelkluit(en) is. In stedelijk gebied is er veelal sprake van bewortelingspatronen die sterk afwijken van de meer natuurlijke situatie. Om te beoordelen of en in welke mate de bomen schade zullen ondervinden van de voorgenomen bouwplannen, wordt het volgende onderzocht;   

Bovengronds; Visuele inspectie ter bepaling van de actuele conditie en mechanische kwaliteit; Indien noodzakelijk uitvoeren van nader boomtechnisch onderzoek;

  

Ondergronds Kwaliteit (voeding) en kwantiteit van de bodem (doorwortelbare ruimte); Aanwezigheid en intensiteit van de beworteling (ondergronds ruimtegebruik).

Op basis van bovenstaande onderzoeksaspecten is het mogelijk om een uitspraak te doen over de toekomstverwachting (levensduur) bij gelijkblijvende omstandigheden. Daarnaast kan worden beoordeeld of en in weke mate de geplande bouwwerkzaamheden negatieve effecten zullen hebben op de kwaliteit van de bomen

4

3 Situatie en planvorming 3.1 Huidige situatie Het onderzoek betreft in totaal een 69-tal bomen, welke onder invloed van de project gerelateerde werkzaamheden staan en daar mogelijk hinder van kunnen ondervinden. Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen individueel genummerd van 1 t/m 69 (bijlage 1).

Foto 1: Bovenaanzicht onderzoekslocatie globaal wit omkaderd. Bron; RHO Adviseurs d.d. 01-12-2020, bewerking Expedio Arbori

5

Foto 2: aanzicht projectterrein hoek De Reigerstraat (links) en Bernhardstraat (rechts).

40 38 19

Foto 3: onderzoekslocatie, boom 19, beeldbepalend

6

37

Foto 4: onderzoekslocatie, boom 37, 38 en 40, mogelijk te verplanten

3.2 Planvorming Zoals is weergegeven in bijlage 1 alsook in onderstaande afbeelding, zullen er bij het voorkeursalternatief ‘model 2’ in totaal 45 woningen gerealiseerd worden. Hoewel nu nog onvoldoende is weergegeven, zullen niet alleen de wooneenheden, maar ook de boven- en ondergrondse infrastructuur van invloed zijn op het behoud van bomen. Te denken aan de aanleg van parkeerhavens, in- en uitritten en de rooilijn bebouwing t.a.v. bomen.

Bron; Projectplan ‘De Toonladder’ RHO adviseurs.

Foto 5: ontwerpvoorkeur Model 2 De Toonladder, RHO adviseurs

7

4 Onderzoek en resultaten Om te beoordelen of het überhaupt zinvol en mogelijk is om de bomen te behouden zijn allereerst de conditie en de mechanische kwaliteit vastgesteld. Slechts een gezonde vitale boom is voldoende in staat (levensvaardig) om, tot op zekere hoogte en rekening houdend met soortspecifieke eigenschappen, adequaat te reageren op veranderingen in zijn leefomgeving. Wanneer een boom vanwege conditionele en/of mechanische gebreken een (sterk) verminderde toekomstverwachting heeft is het veelal niet zinvol nog langer in de boom investeren.

4.1 Visuele boomcontrole In bijlage 3 zijn de gegevens per boom weergegeven. Daar waar er bomen zijn met een matig tot slecht toekomstperspectief ongeacht de projectinvloed, hebben deze een advies kappen meegekregen.

41

39

Foto 6: afstervend kroonbeeld.

Foto 7:

8

boom 25 is afgestorven

4.2 Bodem- en bewortelingsonderzoek Omdat de ligging van zowel bovengrondse infrastructuur alsook de ondergrondse infrastructuur nog niet bekend was voorafgaand aan de uitvoer van de bomen effect analyse, heeft er geen nader onderzoek voor plaatsgevonden. Wel is er op basis van het huidige ontwerpplan en de opgenomen boomgegevens een indicatie gegeven van de; - Verplantbaarheid bomen - Planinvloed  Beperkt; middels zorgvuldig handelen, overeenkomstig de richtlijnen zoals opgenomen in bijlage 4, kan de boom goed behouden blijven.  Aanzienlijk; een gerichte handelswijze en/of aanvullende boombescherming is noodzakelijk voor het duurzaam behouden van de boom.  Fataal; het ontwerpplan leidt tot een onhoudbare situatie. - Eventueel ruimtelijke beperkingen zoals kroonbeeld ten aanzien van toekomstige bebouwing. Deze gegevens zijn aanvullend in bijlage 3:Boomgegevens opgenomen.

9

5 Conclusie en advies 5.1 Kwaliteit bomen en groeiplaats Uit de inventarisatie/kwaliteitsbeoordeling bomen zijn ten aanzien van de mechanische en/of biologische kwaliteit de volgende punten naar voren gekomen; 

Bomen welke zowel conditioneel als slecht zijn beoordeeld of als mechanisch slecht zijn beoordeeld, zijn door ons in bijlage 3 als te vellen bomen opgegeven (bomen 25, 27, 28, 29, 39, 41, 42, 43, 44, 49, 58, 59, 60, 64, 69). Bomen welke door hun groeiwijze of fysieke gebreken/aantastingen een beperkte toekomstverwachting hebben zijn door ons in bijlage 3 als eventueel te vellen bomen aangeduid (bomen 20,21,22).

Voor de overige bomen geldt dat er waar nodig onderhoudssnoei en/of een correctiesnoei uitgevoerd dient te worden e.e.a. zoals per boom is weergegeven in tabel 3.

5.2 Knelpuntenanalyse In de inleiding is de centrale vraag van een BEA genoemd: “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen (bouw)werkzaamheden of het ontwerpplan in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?” Zover nu is te overzien in de aangeleverde plantekeningen (bijlage 2) zijn bij 25 bomen (bomen 1, 4,6,7,8,15,16,17,26,30,31,32,33,34,35,36,45,46,47,50,51,57,63,65,67) de planinvloeden fataal. De bomen kunnen onder invloed van de huidige plannen niet behouden blijven . Bij de bomen 2, 3 en 18 is de planinvloed aanzienlijk, wat inhoudt dat gerichten beschermede maatregelen vereist zijn en/of een aangepaste werkwijze vereist is. Dit aantal bomen zal nog toenemen al naar gelang er meer bekend wordt over de situering van bovengrondse en ondergrondse infra, zoals inritten/uitritten, parkeerhavens etc. Bij 20 bomen is de planinvloed beperkt, wat inhoudt dat middels het zorgvuldig handelen overeenkomstig de richtlijnen in bijlage, de bomen behouden kunnen blijven. (bomen 5,9,10,11,12,13,19,20,21,22,23,24,52,53,54,55,56,61,62,68).

10

5.3 Advies Met inachtneming van in bijlage 3 opgenomen kwaliteitsbeoordeling wordt geadviseerd om de bomen met een matige en slechte toekomstverwachting niet langer te behouden. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat aan de zuidzijde van het projectplan er meerdere bomen in een verhoogde standplaats staan. Het verlagen van dit maaiveldniveau en het aanleggen van in- en uitritten, leidt onherroepelijk tot de kap van de hier staande bomen en boomvormers. Ten aanzien van het huidige ontwerp zullen meerdere beeldbepalende bomen en/of boomgroepen verloren gaan. Ook ten aanzien van de aanleg van boven- en ondergrondse infrastructuur is een nog toenemend effect op de bomen te verwachten. Geadviseerd wordt om de ‘kritieke zone’ van de bomen hiervoor in acht te nemen en de minimale graafafstanden als leidraad te nemen voor eventuele inrichting van de openbare ruimte rond de bomen. In aanvulling op de algemene voorwaarden voor het werken rond bomen bijlage 4 zijn in de volgende paragraaf enkele aanvullende eisen en randvoorwaarden uitgewerkt.

5.4 Eisen & randvoorwaarden Om gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onaanvaardbare schades aan de bomen en/of de groeiplaatsen te voorkomen zijn specifieke eisen en randvoorwaarden noodzakelijk. Deze zijn vooral van belang binnen de zogenaamde ‘kwetsbare zone’

5.4.1 Ontgraving Het eventueel beperkt afgraven / egaliseren van het maaiveld onder de kroonprojecties van de bomen dient zorgvuldig (handmatig) te worden uitgevoerd. Het is een vereiste dat alle graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare zone, maar ten minste binnen de huidige kroonprojecties, steeds worden voorafgegaan door nauwkeurig en handmatig voorsteken. Wanneer hierbij beworteling wordt aangetroffen, dienen de volgende regels strikt in acht te worden genomen: 1. Wortels met een diameter dikker dan 6 centimeter handhaven Fijne(re) wortels met een diameter kleiner dan circa 6 centimeter bestaan geheel of grotendeels uit levend en dus actief spinthout en zijn daarom veelal in staat de gemaakte wonden goed af te grendelen en te overgroeien. Bij het verwijderen of beschadigen van wortels met een diameter groter dan circa 6 centimeter wordt het levenloze kernhout blootgelegd. Bij het ontstaan van dergelijke grote wonden is een aantasting door houtparasitaire schimmels vaak het gevolg, waardoor op termijn de stabiliteit of breukvastheid van de boom vermindert.

11

2. Niet meer dan 10 % van het totale wortelgestel verloren laten gaan Indien een boom in goede conditie verkeert, zal het verlies van een klein deel (maximaal 10%) van de fijne wortels goed verdragen worden en zal de boom meestal weer herstellen. Bij verlies van een groot deel van de fijne wortels zal vrijwel zeker (ernstig) conditieverlies optreden.

5.4.2 Ophoging Binnen de kwetsbare zone, maar ten minste binnen de huidige kroonprojecties, mag er afgezien van eventuele egalisatie met enkele centimeters teelaarde, in beginsel geen grondophoging plaatsvinden. Grondophoging kan er gemakkelijk toe leiden dat de noodzakelijke gasuitwisseling en infiltratie van hemelwater (ernstig) wordt belemmerd. Daarnaast kan er ook gemakkelijk structuurbederf (verslemping/verdichting) en verstoring van het noodzakelijk aanwezige bodemleven ontstaan.

5.4.3 Bodemverdichting De bodem mag binnen de kwetsbare zone, maar ten minste binnen de huidige kroonprojecties, niet verder verdicht raken. Dit betekent dat er geen (onnodig) zwaar transport (bouwverkeer) of opslag van bouwmaterialen mag plaatsvinden buiten de huidige en/of aan te leggen paden en wegen. Een verdere verhoging van de bodemverdichting leidt vanwege structuurbederf onherroepelijk tot wortelsterfte en zal de ontwikkeling van nieuwe beworteling belemmeren.

12

6 Boombeschermende maatregelen Algemene adviezen en aandachtspunten bij bouwen rond bomen Geadviseerd wordt de te handhaven bomen gedurende de werkzaamheden adequaat te beschermen. Om deze duurzaam te behouden dienen onderstaande boombeschermende maatregelen onveranderd in acht te worden genomen! Wanneer dit onvoldoende wordt nageleefd, kunnen de (bouw)werkzaamheden leiden tot schade, (snelle) conditievermindering of het (uiteindelijk) geheel afsterven van de bomen. 6.1

Aandachtspunten voorafgaand aan de werkzaamheden

6.1.1 Boombeschermende maatregelen opnemen in het bestek Het is voor een goede naleving van de gestelde eisen en randvoorwaarden en de in dit hoofdstuk genoemde boombeschermende maatregelen, noodzakelijk een goede boete- en schaderegeling op te nemen in het bestek. Let op: Beschadigingen aan boven- en/of ondergrondse boomdelen kunnen er toe leiden dat de aannemer hiervoor aansprakelijk gesteld wordt, middels een schadeclaim conform het ‘Rekenmodel Boomwaarde’ volgens de richtlijnen NVTB, versie 2013. Vooral indien deze zijn opgenomen in de bouwvergunning en/of een aannemerscontract. 6.1.2 Bomenschouw Geadviseerd wordt de boom en de standplaats daags voor de aanvang van de werkzaamheden (nogmaals) te schouwen en al aanwezige schades en gebreken schriftelijk vast te leggen. Op deze wijze ontstaat er een nul opname die gebruikt kan worden om de situatie na het uitvoeren van de werkzaamheden aan te toetsen. 6.1.3 Instructie van het personeel Ondanks de inzet van een boomtechnisch toezichthouder (zie paragraaf 6.2.2) tijdens het werk moet het uitvoerende personeel voorafgaand aan de werkzaamheden goed op de hoogte zijn van de ‘speciale’ regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen (zie bijlage 2 posters ‘Werken rond bomen’).

6.1.4 Nutsvoorzieningen Ter voorkoming van wortelschade dienen eventueel nog aan te leggen (of te vervangen) nutsvoorzieningen (kabels en leidingen) bij voorkeur zoveel mogelijk buiten de kwetsbare zone te worden aangebracht. Indien dit niet mogelijk is dan wordt geadviseerd om gebruik te maken van alternatieve uitvoeringtechnieken (‘no dig’, sleufloze technieken) zoals gestuurd boren, persen, sleuven aanleggen met grondzuiginstallaties of handmatig graven. Om schade ten gevolge van toekomstig onderhoud aan kabels en leidingen te voorkomen wordt aanvullend geadviseerd zogenaamde kabelgoten of mantelbuizen toe te passen.

13

6.2

Aandachtspunten tijdens de werkzaamheden

6.2.1 Beschermd boomgebied Voorkomen moet worden dat er tijdens de bouwwerkzaamheden onnodige schade aan de boven- en/of ondergrondse delen van de bomen ontstaat. Binnen de kroonprojectie van de bomen mogen er geen activiteiten plaatsvinden, die de boom kunnen beschadigen of de bodem kunnen verdichten. Om risico's zoveel mogelijk uit te sluiten, wordt geadviseerd de stam te ommantelen. De ommanteling moet bestaan uit houten delen van 22 mm dik en 75 mm breed. Tussen de stam en de ommanteling moet een afstand van 80 tot 100 mm aanwezig zijn. Deze ruimte kan worden opgevuld met een drainbuis, die tegelijkertijd dienst doet als schokabsorber. Voor zover praktisch haalbaar, wordt aanvullend geadviseerd om door middel van het plaatsen van koppelbare bouwhekken beschermde boomgebieden in te stellen (zie foto 8 en afbeelding 9). Binnen deze hekken mogen geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden, zoals transport, plaatsing van een bouwkeet, opslag van materialen etc.

Foto 8: voorbeeld van een beschermd boomgebied

Afbeelding 9: schematische weergave beschermd boomgebied (Bron: KBB Richtlijnen dl. 1)

14

6.2.2 Inzet van een boomtechnisch toezichthouder Het is van groot belang dat de werkzaamheden rond de boom wordt begeleid door een deskundige. Hiervoor kan een zogenaamde boomtechnisch toezichthouder worden ingezet. Een boomtechnisch toezichthouder is een persoon met aantoonbare boomtechnische kennis (niveau European Tree Technician), die ingezet kan worden om werkzaamheden rond de bomen te begeleiden en te controleren. Een boomtechnisch toezichthouder moet sturend optreden en controleert op het naleven van de hier beschreven voorschriften om zodoende eventuele problemen tijdig te signaleren en boven- en/of ondergrondse schade aan de bomen zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast kan de boomtechnisch toezichthouder zorgen voor vaktechnische input en indien nodig beoordelen welke wortels wel of niet verwijderd kunnen worden. Door deze, indien echt noodzakelijk en verantwoord, zelf te verwijderen of in te korten wordt onnodige schade aan wortels voorkomen, wat een goede hergroei na afronding van de werkzaamheden bevorderd. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de bevoegdheid van de boomtechnisch toezichthouder in het bestek van de civiele aannemer moet worden vastgelegd. Tot de bevoegdheden behoren het stil leggen van het werk en instructies geven aan het uitvoerend personeel.

6.2.3 Ophangen poster Ondanks de inzet van een boomtechnisch toezichthouder tijdens het werk moet het uitvoerende personeel goed op de hoogte te zijn van de ‘speciale’ regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen. Daarom wordt geadviseerd posters op te hangen in de directie- en/of bouwkeet, met aandachtspunten voor het behoud van bomen op bouwlocaties (zie bijlage 4 posters Werken rond bomen). Deze posters zijn te bestellen bij Vereniging Stadswerk (www.stadswerk.nl). 6.2.4 Schadelijke stoffen Houdt schadelijke stoffen uit de buurt van de boom. Gooi nooit olie, cementwater, chemische stoffen, zout, zuren of kalk bij de boom. 6.3

Aandachtspunten na de werkzaamheden

Tijdens de werkzaamheden kunnen ondanks de hierboven genoemde eisen en randvoorwaarden en aanvullend beschreven boombeschermende maatregelen schades ontstaan. Geadviseerd wordt om de boom en de groeiplaats na uitvoering van de werkzaamheden, maar voor de formele oplevering (opnieuw) te schouwen en te toetsen aan de situatie tijdens de nulmeting. Op deze wijze is het mogelijk om de aannemer conform het bestek aansprakelijk te stellen voor onaanvaardbare en verwijtbare schades ontstaan ten gevolge van de uitgevoerde werkzaamheden (zie paragraaf 6.1.1).

15

16

SITUATIE SCHAAL 1:250

Boom

17

68

16 15

13

14

1

12

11

6

23

64 24

21

25

8

7

26

22

27

5

9

10 20

29

3

2

18

4

65

28

31 30 33 32 34 35 36

37

19 67

38

62

63

61

40 53

39

42

44

47 46

49 50

54 52

55 56

51 Project:

Schaal:

1:250

De Toonladder De Reigerstraat Delden

Formaat:

A1

Onderdeel:

Tekeningnummer:

Situatiemeting bomen (bijlage kroon en dia.) e

41

43

69

45

48

59 60 58

57

G em

=

te en

Hof van Twente

De Höfte 7 Postbus 54 7470 AB GOOR Tel.: 0547 - 858585 Fax: 0547 - 858586

Besteknummer:

Blad:

Getekend:

Datum:

Van:

29-07-2021 Gecontroleerd: Afdeling:

Openbare Ruimte

Status:

Bijlage 2: Toekomstige situatie

Bijlage 3: Boomgegevens

Nr

1 2

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam StamKroonHoogte Conditie diameter diameter (m) (cm) (m) Tilia vulgaris gewone linde 8 2 4 normaal Tilia vulgaris gewone linde 30 12 12 normaal

3

Tilia vulgaris

gewone linde

30

12

12 normaal

goed

4

Tilia vulgaris

gewone linde

35

12

12 normaal

goed

5 6

Tilia vulgaris Tilia vulgaris

gewone linde gewone linde

55 40

14 14

17 normaal 15 normaal

goed goed

7

Tilia vulgaris

gewone linde

50

13,5

15 normaal

goed

8

Tilia vulgaris

gewone linde

55

14

15 normaal

goed

9 10 11

Tilia vulgaris Tilia vulgaris Tilia vulgaris

gewone linde gewone linde gewone linde

45 45 45

16 15 14

18 normaal 17 normaal 17 normaal

goed goed goed

12 13

Tilia vulgaris Tilia vulgaris

gewone linde gewone linde

50 75

15 15

17 normaal 17 normaal

goed goed

14 15 16

Tilia vulgaris Tilia vulgaris Liquidambar styraciflua

gewone linde gewone linde Amberboom

8 35 15

3 12 8

4 normaal 14 normaal 9 normaal

goed goed goed

te laag kroonbeeld te laag kroonbeeld

jong volwas volwas

goed goed goed

ja nee ja

achterstallig beheer

>1.0 >1,50 >1.0

17

Liquidambar styraciflua

Amberboom

30

9

14 normaal

goed

te laag kroonbeeld

volwas

goed

ja

achterstallig beheer

>1,50

fataal

begeleidingssnoei

245.333.710

475.456.906

18

Moerascypres

75

14

25 normaal

goed

goed

nee

aanzienlijk

onderhoudssnoei

245.339.673

475.424.724

65

15

14 normaal

goed

volwas

goed

nee

>2,25

beperkt

onderhoudssnoei

245.388.549

475.401.720

20

Tilia vulgaris

gewone linde

25

9

12 normaal

goed

volwas

goed

nee

>1,50

beperkt

evt. vellen

245.378.502

475.428.505

21

Tilia vulgaris

gewone linde

20

9

12 normaal

goed

volwas

goed

nee

onderstandig

>1,25

beperkt

evt. vellen

245.381.153

475.425.630

22

meidoorn

20

8

6 normaal

goed

volwas

matig

nee

onderstandig

>1,25

beperkt

evt.vellen

245.383.841

475.421.597

23

Crataegus lavallei "Carierei" Tilia vulgaris

dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld te laag kroonbeeld

takaanzet op 3.5 meter en doorhangend tot 1 m+mv takaanzet op 3.5 meter en doorhangend tot 1 m+mv onderstandig

>2,25

gewone linde

dood hout, te laag kroonbeeld dood hout

volwas

19

Metasequoia glyptostroboides Tilia vulgaris

gewone linde

30

9

12 normaal

goed

volwas

goed

nee

>1,25

beperkt

onderhoudssnoei

245.382.448

475.429.287

24

Fagus sylvatica

beuk

65

20

19 normaal

goed

volwas

goed

nee

>1,75

beperkt

onderhoudssnoei

245.390.682

475.426.600

25

Sorbus intermedia

Zweedse meelbes

30

10

9 slecht

slecht

volwas

slecht

nee

>1,50

n.v.t.

vellen

245.397.300

475.426.915

26

Tilia vulgaris

gewone linde

65

15

20 normaal

goed

volwas

goed

nee

>1,75

fataal

245.403.951

475.422.905

27

Crataegus lavallei "Carierei" Crataegus lavallei "Carierii"

meidoorn

20

6

3 slecht

slecht

dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld zwamaantasting, afgestorven dood hout, dubbelte top houtrot;breukrisico

volwas

slecht

nee

>1,25

n.v.t.

vellen

245.337.751

475.419.759

meidoorn

20

6,5

vraat kever, instervende kroon

volwas

matig

nee

>1,25

n.v.t.

vellen

245.340.371

475.418.501

28

Toekomstverwachting

Verplantbaar

jong volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout volwas dood hout volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas dood hout dood hout, dubbele volwas top; goed aangehecht

goed goed

Mechanische kwaliteit

Gebreken en afwijkingen

goed goed

5 verminderd matig

Levensfase

Opmerkingen

X-coordinaat

Y-coordinaat

Planinvloed

Advies

ja nee

indicatieve stabiliteitskluit (straal in m) >1.0 >1,50

fataal aanzienlijk

evt. verplanten onderhoudssnoei

245.371.272 245.383.435

475.441.904 475.442.651

goed

nee

>1,50

aanzienlijk

onderhoudssnoei

245.390.194

475.442.898

goed

nee

>1,50

fataal

onderhoudssnoei

245.397.467

475.443.534

goed goed

nee nee

>1,75 >1,50

beperkt fataal

onderhoudssnoei

245.422.891 245.432.879

475.435.091 475.431.588

goed

nee

>1,75

fataal

245.436.220

475.426.956

goed

nee

>1,75

fataal

245.429.534

475.426.500

goed goed goed

nee nee nee

>1,75 >1,75 >1,75

beperkt beperkt beperkt

245.399.243 245.387.182 245.375.101

475.433.783 475.432.994 475.432.238

goed goed

nee nee

>1,75 >2,25

beperkt beperkt

245.362.994 245.351.221

475.431.713 475.431.112

? fataal fataal

begeleidingssnoei

245.360.601 245.350.368 245.336.677

475.442.369 475.441.899 475.445.861

boom is afgestorven

afstervend

Bijlage 3: Boomgegevens

Nr

30

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam StamKroonHoogte Conditie diameter diameter (m) (cm) (m) Crataegus lavallei meidoorn 15 5 3 verminderd "Carierii" Robinia pseudoacacia Acacia 25 9 21 normaal

31

Robinia pseudoacacia

Acacia

25

9

21 normaal

goed

32

Robinia pseudoacacia

Acacia

25

12

21 normaal

goed

33

Robinia pseudoacacia

Acacia

25

12

21 normaal

goed

34

Robinia pseudoacacia

Acacia

25

12

21 normaal

goed

35

Robinia pseudoacacia

Acacia

35

16

21 normaal

goed

36

Robinia pseudoacacia

Acacia

45

14

21 normaal

goed

37

Liquidambar styraciflua

Amberboom

10

3

8 normaal

goed

vraat kever, instervende kroon dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld dood hout, te laag kroonbeeld te laag kroonbeeld

38

Liquidambar styraciflua

Amberboom

15

3

8 normaal

goed

te laag kroonbeeld

jong

goed

ja

achterstallig beheer

>1,25

?

begeleidingssnoei

245.341.233

475.395.668

39

Crataegus lavallei "Carierii" Liquidambar styraciflua

meidoorn

20

6

4 slecht

slecht

afstervend

volwas

slecht

nee

afstervend

>1,25

n.v.t.

vellen

245.351.306

475.365.248

Amberboom

15

4

9 normaal

goed

te laag kroonbeeld

jong

goed

ja

achterstallig beheer

>1,25

?

begeleidingssnoei

245.344.154

475.376.719

Crataegus lavallei "Carierei" Crataegus lavallei "Carierei" Crataegus lavallei "Carierei"

meidoorn

20

6

4 slecht

slecht

afgestorven

volwas

slecht

nee

afgestorven

>1,25

n.v.t.

vellen

245.347.678

475.365.593

meidoorn

20

7

5 matig

matig

instervende toppen

volwas

slecht

nee

afstervend

>1,25

n.v.t.

vellen

245.362.859

475.365.797

meidoorn

20

6

5 slecht

slecht

slecht

nee

nagenoeg afgestorven

>1,25

n.v.t.

vellen

245.373.663

475.366.521

meidoorn

25

6

4 matig

matig

slecht

nee

afstervend

>1,25

n.v.t.

vellen

245.390.496

475.367.416

45

Crataegus lavallei "Carierei" Thuja occidentalis

volwas nagenoeg afgestorven, vraat kever dood hout, instervend volwas

30

7

15 normaal

goed

volwas

goed

nee

45-47 vormen één geheel

>1,5

fataal

245.404.261

475.368.066

46

Thuja occidentalis

25

8

15 normaal

goed

volwas

goed

nee

45-47 vormen één geheel

>1,5

fataal

245.405.209

475.367.637

47

Thuja occidentalis

45

8

15 normaal

goed

volwas

goed

nee

45-47 vormen één geheel

>1,5

fataal

245.405.975

475.368.341

48

Betula pendula

Westerse levensboom Westerse levensboom Westerse levensboom gewone berk

50

18

15 normaal

goed

goed

>1,75

?

onderhoudssnoei

245.413.381

475.368.575

49

Quercus robur

zomereik

15

8

6 normaal

matig

>1.25

n.v.t.

vellen

245.414.842

475.368.584

50

Chamaecyparis Lawsoniana 'Columnaris Glauca' Chamaecyparis Lawsoniana 'Columnaris Glauca' Betula pendula

Californische cypres

25

8

12 normaal

matig

volwas dood hout, klimp beperkt zicht onderstandig, te laag halfwas kroonbeeld volwas plakoksels

Californische cypres

60

8

12 normaal

matig

plakoksels

gewone berk

35

13

16 normaal

goed

dubbele top, te laag kroonbeeld

29

40 41 42 43

44

51

52

Mechanische kwaliteit

Gebreken en afwijkingen

Levensfase

Toekomstverwachting

Verplantbaar

Opmerkingen

matig

volwas

matig

nee

volwas

goed

volwas

goed

Planinvloed

Advies

afstervend

indicatieve stabiliteitskluit (straal in m) >1,25

n.v.t.

vellen

nee

30-36 vormen één geheel

>1,25

goed

nee

30-36 vormen één geheel

volwas

goed

nee

volwas

goed

volwas

X-coordinaat

Y-coordinaat

245.337.968

475.414.725

fataal

245.338.547

475.412.023

>1,25

fataal

245.338.831

475.411.572

30-36 vormen één geheel

>1,25

fataal

245.338.931

475.411.269

nee

30-36 vormen één geheel

>1,25

fataal

245.339.378

475.411.563

goed

nee

30-36 vormen één geheel

>1,25

fataal

245.339.192

475.411.214

volwas

goed

nee

30-36 vormen één geheel

>1,5

fataal

245.338.845

475.410.744

volwas

goed

nee

30-36 vormen één geheel

>1,5

fataal

245.340.245

475.409.908

jong

goed

ja

achterstallig beheer

>1.0

?

begeleidingssnoei

245.340.149

475.401.863

matig

nee

redelijk

nee

>1.25

fataal

245.419.951

475.368.798

volwas

redelijk

nee

>1,75

fataal

245.421.602

475.368.665

volwas

goed

nee

>1,5

beperkt

245.441.656

475.370.091

niet beheersbaar

onderhoudssnoei

Bijlage 3: Boomgegevens

Nr

53

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam StamKroonHoogte Conditie diameter diameter (m) (cm) (m) Quercus robur zomereik 70 20 16 normaal

54

Thuja occidentalis

55

Thuja occidentalis

56

Thuja occidentalis

57

58 59 60 61

Chamaecyparis Lawsoniana 'Columnaris Glauca' Acer platanoides Acer platanoides Acer platanoides Quercus robur

62

Mechanische kwaliteit

Gebreken en afwijkingen

Levensfase

Toekomstverwachting

Verplantbaar

goed

dood hout, te laag kroonbeeld

volwas

goed

nee

Opmerkingen

indicatieve stabiliteitskluit (straal in m) >2,25

Planinvloed

Advies

beperkt

onderhoudssnoei

X-coordinaat

Y-coordinaat

245.453.232

475.374.955

Westerse levensboom Westerse levensboom Westerse levensboom Californische cypres

20

6

12 normaal

goed

volwas

goed

nee

54-56 vormen één geheel

>1,25

beperkt

245.446.564

475.371.367

20

6

12 normaal

goed

volwas

goed

nee

54-56 vormen één geheel

>1,25

beperkt

245.448.741

475.371.616

20

6

12 normaal

goed

volwas

goed

nee

54-56 vormen één geheel

>1,25

beperkt

245.447.718

475.370.566

45

9

10 normaal

matig

plakoksels

volwas

redelijk

nee

>1.5

fataal

245.420.633

475.369.601

gewone esdoorn gewone esdoorn gewone esdoorn zomereik

15 15 15 80

8 8 8 20

12 slecht 12 slecht 12 slecht 22 normaal

slecht slecht slecht goed

afgestorven afgestorven afgestorven dood hout

halfwas halfwas halfwas volwas

slecht slecht slecht goed

nee nee nee nee

>1.0 >1.0 >1.0 >2,25

n.v.t. n.v.t. n.v.t. beperkt

vellen vellen vellen onderhoudssnoei

245.426.484 245.426.319 245.426.520 245.450.184

475.370.176 475.370.410 475.370.402 475.381.719

Quercus robur

zomereik

70

22

20 normaal

goed

dood hout

volwas

goed

nee

>2,25

beperkt

onderhoudssnoei

245.448.731

475.389.083

63 64

Bolcatalpa Sorbus intermedia

Trompetboom Zweedse meelbes

10 35

3 8

3 normaal 9 slecht

goed slecht

wond stamvoet afgestorven

volwas volwas

goed slecht

ja nee

afgestorven afgestorven afgestorven takaanzet op 3 meter en doorhangend tot 2 m+mv takaanzet op 6 meter en doorhangend tot 2 m+mv cultuurvorm afgestorven

>1.0 >1.5

fataal n.v.t.

vellen

245.434.541 245.393.466

475.381.760 475.428.615

65

Tilia vulgaris

gewone linde

65

16

20 normaal

goed

goed

nee

boom 26-65 vormen een groep >2,25

fataal

onderhoudssnoei

245.400.500

475.420.805

67

Robinia pseudoacacia 'Bessoniana' Acer campestre

Acacia

10

8

9 normaal

goed

goed

nee

achterstallig beheer

>1.0

fataal

begeleidingssnoei

245.427.282

475.398.513

16

18 normaal

goed

goed

nee

niet volledig te beoordelen (hek op slot)

>2,25

beperkt

onderhoudssnoei

245.477.213

475.456.529

Crataegus lavallei "Carierei"

meidoorn

7

4 slecht

slecht

volwas dood hout, te laag kroonbeeld dubbele top, te laag jong kroonbeeld volwas dood hout, te laag kroonbeeld volwas holle stam, boomgaardvuurzwam

slecht

nee

>1,5

n.v.t.

vellen

245.396.288

475.367.724

68 69

Veldesdoorn

2*60 30

BIJLAGE 4: ‘POSTERS WERKEN ROND BOMEN’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3961/documents/54590