CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Delden-Zuid 2015, herziening Bernhardstraat 1_Bijlagen toelichting_Bijlage 6 Externe veiligheid.pdf

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan 'Delden-Zuid 2015, herziening Bernhardstraat 1'.2.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Project Datum

224813 9 februari 2022

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Project

224813

Datum

9 februari 2022

Auteur Review

R.J.J. Fiering A.J.H. Schulenberg

Versie nr.

1

Opdrachtgever

Aveco de Bondt Postbus 64 7450 AB Holten

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 Risicobenadering ____________________________________________ 5 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 Ligging plangebied __________________________________________ 9 Spoorlijn Hengelo - Zutphen ___________________________________ 9 Bebouwing ________________________________________________ 10 4 Resultaten ___________________________________________________ 11 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 11 Groepsrisico_______________________________________________ 11 5 Conclusies ___________________________________________________ 13 Referenties _____________________________________________________ 14 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 15

3

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

1 Inleiding Er bestaan plannen voor de realisatie van project De Toonladder aan de Reigerstraat in Delden. Het project behelst het vervangen van een basisschool, een sporthal en een café door 44 appartementen en 18 grondgebonden woningen. Het plangebied bevindt zich binnen 200 m van de spoorlijn Hengelo-Zutphen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.

4

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

2 Normstelling externe veiligheid Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.

De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet [4].

5

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.

Type object

Omgevingsbesluit

Kwetsbare objecten

Grenswaarde PR 10-6

Beperkt kwetsbare objecten

Richtwaarde PR 10-6

Tabel 1.

Normen plaatsgebonden risico

De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10 -6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].

Groepsrisico Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: • •

De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet.

Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord.

6

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen: •

•

•

•

•

1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.

Oriëntatiewaarde

Figuur 1.

Voorbeeld groepsrisico transportroute

7

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.

8

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

3 Uitgangspunten risicoberekening Ligging plangebied De in de risicoberekening gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven. Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de spoorlijn Hengelo-Zutphen.

Figuur 2.

Ligging plangebied ten opzichte van spoorlijn

Spoorlijn Hengelo - Zutphen Het risico van het transport over het spoor wordt berekend met het risicoberekeningsprogramma RBM II, versie 2.3 [6]. De berekening wordt uitgevoerd conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig: • De transportintensiteit gevaarlijke stoffen. • Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een spoorketelwagen met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt.

9

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

• Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De bevolkingsdichtheden worden aangegeven in vlakken met een uniforme dichtheid per vlak. Per vlak kan het veronderstelde aantal personen in de dag- en de nachtsituatie opgegeven worden. • De meteorologische gegevens: hiervoor is weerstation Twente gebruikt.

Transportintensiteit Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [4]. Ook de zogenoemde warme/koude Bleve-verhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Deze worden getoond in tabel 2. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5].

Hoofdcategorie

Stofcat.

Voorbeeldstof

Brandbaar gas

A

Propaan

1910

Toxisch gas

B2

Ammoniak

200

B3

Chloor

Brandbare vloeistof

C3

Pentaan

1100

Toxische vloeistof

D3

Acrylnitril

50

D4

Acroleïne

50

Warme/koude

A

Propaan

0

Bleve-verhouding

B2

Ammoniak

0.95

1.

2.

Tabel 2.

Aantal

0

Vervoershoeveelheden cf. Regeling Basisnet

Trajecteigenschappen Het te beschouwen deel van de spoorlijn valt in de breedtecategorie 0-24 m. De rekenbreedte is in dat geval 9 m [5]. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 6.07 10-8 /skw-km voor een hoge snelheidstraject met wisseltoeslag. Voor deze spoorlijn geldt geen plasbrandaandachtsgebied (PAG).

Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobron is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [7]. Informatie over de invulling van het plangebied is aangeleverd door de opdrachtgever. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.

10

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

4 Resultaten Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [4]. Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling geldt een PR-plafond van 0 m. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van de spoorbundel niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied.

Groepsrisico Tabel 3 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor van 0.132 betekent dat het groepsrisico ongeveer 7.5 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Figuur 3 toont de groepsrisicocurven van de huidige en toekomstige situatie.

Situatie

Factor t.o.v. OW

Bij aantal slachtoffers

Huidig

0.132

144

Toekomstig

0.131

222

Tabel 3.

Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

Uit tabel 3 en figuur 3 blijkt dat het toekomstige groepsrisico vrijwel gelijk is aan het huidige groepsrisico. Verder blijkt dat in geen van beide situaties de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Omdat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde en door de voorgenomen ontwikkeling niet toeneemt, kan conform art. 8 van het Bevt de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Conform art. 7 van het Bevt kan volstaan worden met het ingaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid [2]. Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico. Het ligging van het plangebied is aangeduid met de zwarte cirkel.

11

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Figuur 3.

Groepsrisico Oriëntatiewaarde Huidig Toekomstig

Figuur 4.

Geografische weergave van het toekomstige groepsrisico Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico (GR) omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Overige deel van het traject met een GR tussen 0.1 en 1 keer de oriëntatiewaarde Overige deel van het traject met een GR kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde

12

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

5 Conclusies Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is kleiner dan de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet.

13

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250

2.

Ministerie I&M

2014

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465

3.

Ministerie I&M

2015

Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839

4.

Ministerie I&M

2014

Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242

5.

Ministerie I&M

2017

Handleiding risicoanalyse transport (Hart), versie 1.2

6.

Ministerie I&M

2014

RBM II versie 2.3

7.

IOV

2021

BAG-Populatieservice, versie juli 2021. http://populatieservice.demis.nl/

8.

IOV

2018

Handleiding Populatieservice, versie 1.0

14

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1 Plangebied In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van een basisschool met kinderdagopvang, een sporthal en een café. Tabel 4 toont het aantal personen. Deze gegevens zijn afkomstig van de opdrachtgever.

Functie

Aantal personen Dag

Nacht

School + opvang

93

0

Sporthal

175

124

Café

60

43

Totaal

328

167

Tabel 4.

Personen huidige situatie

De invulling van de toekomstige situatie wordt getoond in figuur 5. Het gaat om de realisatie van 44 appartementen, zes vrijstaande woningen, vier 2-onder-1-kap woningen en acht rijwoningen. Het veronderstelde aantal personen wordt getoond in tabel 5.

Figuur 5.

De Toonladder te Delden

15

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Het gebouw in het noordelijke deel van het plangebied zal de 44 appartementen omvatten, de 18 grondgebonden woningen worden in het zuidelijke deel gerealiseerd. Uitgegaan is van 2.4 personen per woning, waarvan 50% aanwezig overdag en 100% ’s nachts [8]. Het resulterende aantal personen is samengevat in tabel 5.

Type woning

Aantal woningen

Dag

Nacht

Appartement

44

53

106

Vrijstaand

6

8

15

2^1 kap

4

5

10

Rijwoning

8

10

20

Totaal

62

75

149

Tabel 5.

Aantal personen

Personen toekomstige situatie

1.2 Omgeving De aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied is opgevraagd via de BAGpopulatieservice [7]. Figuur 6 toont de geleverde bebouwing.

Figuur 6.

BAG-pandselectie binnen invloedsgebied

16

Externe veiligheid / De Toonladder te Delden

Voor de berekening van het groepsrisico wordt de bevolking geïnventariseerd binnen 995 m (invloedsgebied stofcategorie B2) van het spoor. Het invloedsgebied van stofcategorie D4 is weliswaar meer dan 4 km maar bevolking buiten 995 m levert in de praktijk geen bijdrage meer aan de hoogte van het groepsrisico. Voor de omzetting naar de inputfile voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 10 personen per bebouwingsvlak. Boven deze waarde wordt bevolking geleverd in afzonderlijke vlakken, beneden deze waarde wordt bevolking verdeeld over een bevolkingsgrid met een gridgrootte van 50x50 m.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3961/documents/54587