CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2.pdf

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 14: Bestemmingsplan Nieuwstraat 2 Delden26.270 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BPSDxNieuwstraat2-VS10

BESTEMMINGSPLAN

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

8 8 8 9 10 11

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

12 12 14

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

16 16 18 23

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

27 27 28 30 30 32 33 34 37 38 42 44

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels

45 45 45

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

48

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

49 49 49

Bijlagen bij de toelichting

51

Bijlage 1

Bodemonderzoek

52

Bijlage 2

Quickscan natuurwaarden

97

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

132

Bijlage 4

Watertoets

166

Regels Hoofdstuk 1

2

171 Inleidende regels

172

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

vastgesteld

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

172 176

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Woongebied - 1 Waarde - Archeologie 3

177 177 179

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

180 180 181 182 183

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

184 184 185

Bijlage bij de regels

187

Bijlage 1

Quickscan natuurwaarden

188

Bijlage 2

Parkeernormen Hof van Twente

223

3

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

4

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Vaststellingsbesluit

vastgesteld

5

RAADSBESLUIT

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Toelichting

vastgesteld

7

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor de locatie Nieuwstraat 2 in Delden is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en op het perceel drie rijwoningen te bouwen. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het perceel Nieuwstraat 2 in Delden bestaat uit een gebouw bestaande uit twee bouwlagen met een winkelfunctie op de begane grond en een woonfunctie op de verdieping. Het plangebied ligt in de kern Delden. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Stad-Delden, sectie A, perceelsnummers 6744 (gedeeltelijk), 5205 (gedeeltelijk), 4481 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Delden weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: www.topotijdreis.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop Nieuwstraat 2 te zien is. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de woonbebouwing aan de Langestraat, aan de

8

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

oostzijde door de Nieuwstraat, aan de westzijde door de bebouwing aan de Peperkampweg en aan de westzijde door de bebouwing aan de Wethouder Bloemenstraat. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor de Nieuwstraat 2 in Delden geldt het bestemmingsplan 'Delden-Noord' (vastgesteld op 30 mei 2013). In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

vastgesteld

9

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Delden-Noord' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Woongebied' toegekend met een bouwvlak en de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie 3" en een gedeelte heeft de functieaanduiding 'detailhandel'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor wonen. Voor het gedeelte dat de functieaanduiding 'detailhandel' heeft, geldt dat de bestaande detailhandel is toegestaan. Een klein gedeelte van het plangebied (perceel sectie G nr. 4481) heeft de functieaanduiding 'dienstverlening' en daar is dienstverlening toegestaan. De beoogde herontwikkeling is niet mogelijk binnen de regels van het geldende bestemmingsplan, vanwege het toegestane aantal woningen, hoogtes die vallen buiten het bouwvlak van Nieuwstraat 2 en maximale bebouwingspercentages. Het bestemmingsplan kent geen afwijkingsregels noch een wijzigingsbevoegdheid die het realiseren van de voorgenomen drie woningen mogelijk maakt. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de voorziene ontwikkeling (drie aaneengebouwde woningen) mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BPSDxNieuwstraat2-VS10); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

10

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

1.5

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

vastgesteld

11

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie Het plangebied betreft het perceel Nieuwstraat 2 in Delden. De locatie bevindt zich in de directe omgeving van het centrum van de kern Delden. De bestaande bebouwing betreft een pand dat gedeeltelijk bestaat uit twee bouwlagen. Op de begane grond bevindt zich een winkelfunctie en op de verdieping een woonfunctie. Aan de noordzijde behoorde een gedeelte van het plangebied bij het achtererf van de woning aan de Langestraat. In figuur 2.1 is een het aanzicht vanaf de Nieuwstraat te zien.

12

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Figuur 2.1: Huidig straatbeeld vanaf Nieuwstraat (bron: GoogleStreetView) Het pand grenst met de voorgevel direct aan de straat (troittoir). Het winkelgedeelte van het pand staat leeg. De Nieuwstraat is een klinkerstraat en kent een maximumsnelheid van 30 km/uur. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen aanwezig woningen en enkele maatschappelijke voorzieningen aanwezig.

vastgesteld

13

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

2.2

Toekomstige situatie Het voornemen is om drie woningen te realiseren in het plangebied. Het betreft drie woningen die aaneen worden gebouwd. De twee woningen aan de zijkanten worden levensloopbestendig uitgevoerd. Beide woningen hebben een slaapkamer met badkamer op de begane grond. Op de verdieping zijn drie slaapkamers en een badkamer gepland. Voor de middelste woning geldt dat de woon-/leefruimte wordt gerealiseerd op de begane grond en het slaapgedeelte (drie slaapkamers) en badkamer op de verdieping. In figuur 2.2 is een situatietekening van de de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 2.2: Toekomstige situatie (bron: Ton Kuipers architectuur) De voorgevel aan de Nieuwstraat kent een lage goothoogte (circa 2,60 m) met een accent (kopgevel) ter plekke van de middelste woning. De twee woningen aan de buitenzijde zijn voorzien van een dakkapel. De lage goot sluit bij de linkerzijde aan op de naastgelegen woning aan de Peperkampweg en aan de rechterzijde bij de bebouwing op het achtererf van de woning aan de Langestraat. De twee woningen aan de buitenzijde hebben aan de achterzijde een hoge goot (ruim 9 meter), waardoor ruimte op de verdieping wordt gecreëerd. De middelste woning is dieper en heeft een lagere goot aan de achterzijde. In figuur 2.3 zijn de gevelbeelden van de drie woningen weergegeven en in figuur 2.4 zijn de zijgevels weergegeven.

14

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Figuur 2.3: gevelbeeld drie woningen Nieuwstraat

Figuur 2.4: zijgevels woningen Nieuwstraat De woningen worden uitgevoerd in rode baksteen en antraciet kleur voor de lage gedeeltes aan de zijkanten. Bij de rechterwoning aan de buitenzijde wordt voorzien in twee parkeerplaatsen )oprit) op eigen terrein. De meest linkerwoning is voorzien van één parkeerplaats (oprit).

vastgesteld

15

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generatie. Toets Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te

16

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van drie rijwoningen binnen de bebouwde kom van Delden. Daarbij zal de huidige bebouwing worden gesloopt en in plaats daarvan worden drie rijwoningen gebouwd. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het provinciale beleid. Daarin wordt aangetoond dat de woningen passen binnen het provinciale beleid. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van drie rijwoningen op het perceel aan de Nieuwstraat 2 in Delden mogelijk. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro ook niet van toepassing. Wel geldt op grond van deze uitspraak dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.

vastgesteld

17

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

18

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes.

vastgesteld

19

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan heeft betrekking op het mogelijk maken van drie rijwoningen aan de Nieuwstraat 2 in Delden. Het plangebied ligt binnen bestaand bebouwd gebied (inbreidingslocatie). Er is sprake van een inbreiding en herstructurering van bestaand bebouwd gebied en derhalve wordt geen beslag gedaan op de groene omgeving. Derhalve kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

Doorwerking voor voorliggend plan: In voorliggend plan worden drie rijwoningen binnen bestaand bebouwd gebied mogelijk gemaakt. De bestaande bebouwing (ten behoeve van wonen en detailhandel) wordt hiervoor gesloopt. Hiervoor worden drie nieuwe rijwoningen teruggebouwd. De nieuwe woningen worden goed ingepast in het straatbeeld. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen een positieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Artikel 2.2.2. Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) Lid 1: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 4: De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voorliggend plan: Met de voorgenomen ontwikkeling is aansluiting gezocht op de regionale en lokale behoefte. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de behoefte genoemd in de Regionale Woonagenda Twente 2021-2025 en Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025.

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

20

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, locatie globaal bij rode + (bron: provincie Overijssel) Het plangebied behoort binnen de Omgevingsvisie Overijssel tot de 'woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieu versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Doorwerking voorliggend plan Onderhavig plan heeft betrekking op de realisatie van drie rijwoning na sloop van bestaande bebouwing.

Deze ontwikkeling draagt bij aan het ontwikkelingsperspectief voor woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken. De woningen worden gasloos gebouwd en zullen voldoen aan de BENG-normen. Daarmee wordt er een bijdrage geleverd aan de energietransitie. De uitstraling van de nieuwbouw is passend in de directe omgeving vanwege het feit dat het om drie woningen gaat en deze in een bestaande woonomgeving worden gerealiseerd. De hoogte van de nieuwbouw sluit aan bij de naastgelegen panden. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen het ontwikkelingsperspectie 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag

vastgesteld

21

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Het plangebied is gelegen op binnen de natuurlijke laag 'Stuwwallen'. Echter is deze natuurlijke laag ter plaatse van het plangebied niet meer waarneembaar doordat het plangebied en de omgeving (Delden) bebouwd is. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied is gelegen binnen de agrarische laag 'Essenlandschap'. Deze laag blijft buiten beschouwing, omdat het plangebied gelegen is in stedelijk gebied en geen agrarische eigenschappen heeft. Stedelijke laag Het plangebied is gelegen binnen de stedelijke laag 'Bebouwingsschil 1900-1955'. De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing.

In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen aanwezig. Met het realiseren van de drie nieuwe woningen wordt rekening gehouden met de omliggende woningen en de bebouwingsstructuren hiervan. Daarmee wordt er rekening gehouden met de omliggende bebouwing. Het voornemen wordt gerealiseerd binnen de bestaande wegenstructuur. De invulling van het plangebied is daarmee in overeenstemming met het ter plekke geldende gebiedskenmerk 'Stedelijke laag'.

Figuur 3.3: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie

22

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie "Hof van Twente Zicht op 2030"" De gemeente Hof van Twente heeft in juni 2010 de toekomstvisie 'Hof van Twente, zicht op 2030' vastgesteld. Het doel van deze toekomstvisie is het schetsen van de grote lijnen: wat kenmerkt de gemeente nu en straks. Globaal kan de gemeente Hof van Twente omschreven worden als een gemeente met meerdere kernen, die een eenheid in verscheidenheid vormt. De kernen zijn allen uniek en voor een groot deel zelfvoorzienend. Wonen, werken, voorzieningen, scholing, recreëren is vaak binnen de eigen of naburige kern mogelijk. Een landelijke trend is dat in de komende tientallen jaren de bevolking vergrijst en ontgroent. Om deze reden moeten er meerdere woningen gerealiseerd worden voor ouderen. Verder moeten er acties en maatregelen ondernomen worden om de gemeente weer aantrekkelijk te maken voor jongeren. Verder zal de gemeente zich richten op het verhogen van de kwaliteit van de nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad en het verhogen van het aandeel levensloopbestendige woningen. Herstructurering en nieuwbouw zal samengaan met investeringen in duurzaamheid van woningen. De toekomstvisie geeft een mogelijk toekomstperspectief voor de gemeente, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. In deze visie zijn 20 streefbeelden opgenomen.

Voor het plangebied, is het streefbeeld 14 van belang: 'kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners maar toch betaalbaar gebleven. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Toets Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van drie rijwoningen op een bestaande bebouwde locatie. De bestaande bebouwing (ten behoeve van wonen en detailhandel) wordt gesloopt. De nieuwbouw is passend in de omgeving. Het plan geeft invulling aan de doelstellingen van de toekomstvisie.

3.3.2

Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 In de gemeente Hof van Twente is het goed wonen, werken, recreëren en vertoeven. Een groene, landelijke gemeente met levendige kernen. De ambitie is: voor iedere inwoner een passende woning. Dit betekent niet alleen dat de huidige woningvoorraad optimaal benut moet worden, maar ook dat er gericht woningen bijgebouwd moeten worden. De woonvisie 2021-2025 behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente om dit doel te bereiken. De belangrijkste ambities zijn: 1. Versnelling van de woningbouwproductie. 2. Meer betaalbare woningen realiseren. 3. Passende huisvesting realiseren voor jongeren en de ouder wordende bevolking en zorgen voor meer doorstroming op de woningmarkt. 4. Energieneutraal in 2035 en de bestaande woningvoorraad verder verduurzamen. 5. Leefbaarheid en vitaliteit waarborgen in de kernen en het buitengebied.Bouwen aan een inclusieve samenleving: huisvesten van mensen met een zorgvraag en zorgen voor een evenwichtige huisvesting van huishoudens binnen de gemeente en instromers van buiten. Versnellen van de woningbouw

vastgesteld

23

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

In de koopsector is er momenteel door gebrek aan aanbod nauwelijks keuze. Hof van Twente heeft vanouds een grote voorraad grondgebonden koopwoningen. Door grote vraag van binnen en buiten onze gemeente is de beschikbaarheid gering en stijgen de gemiddelde koopprijzen fors. Tot en met 2030 is er in de gemeente een woningbehoefte van ongeveer 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad voor de woningbouwplannen. De woningbehoefte in Hof van Twente is gebaseerd op de huishoudensprognose Primos 2020 en houdt daarnaast rekening met een aanvullende woningvraag. Om daadwerkelijk versnelling van de woningbouw te realiseren zet de gemeente een aantal stappen: 130% van de woningbehoefte programmeren. Zo wordt voorkomen dat door planuitval vertraging ontstaat in de woningbouw. Dit betekent dat de gemeente over minimaal 850 woningen in harde plannen wil beschikken. Voor de huidige harde plannen worden de mogelijkheden voor versnelling van de uitvoering bekeken. Van zachte plannen wordt beoordeeld wat de mogelijkheden zijn om deze versneld hard te maken. De processen en beleidsdoelstellingen voor woningbouwprojecten worden doorgelicht en stroomlijnen deze waar nodig. Dit zorgt voor optimale doorlooptijden. Het aanwijzen van een kwartiermaker die woningbouwversnelling gaat aanjagen.

Gebruik maken van de mogelijkheden die het ministerie van BZK en de provincie Overijssel bieden voor financiële ondersteuning voor de inzet van extra capaciteit. Toets Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van drie rijwoningen (twee levensloopbestendige en één starterswoning) in de koopsector. Er is sprake van toenemende krapte op de woningmarkt in Hof van Twente. De afgelopen tien jaar zijn er weinig woningen gerealiseerd in de gemeente. De woningvraag is groot en de woningmarkt in Hof van Twente is krap. Zowel starters als gezinnen en ouderen ervaren moeite bij het vinden van een geschikte woningen. Er is een tekort aan woningen in alle kernen. Tot en met 2030 is er in de gemeente een woningbehoefte van ongeveer 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad voor de woningbouwplannen. De woningbehoefte in Hof van Twente is gebaseerd op de huishoudensprognose Primos2020 en houdt daarnaast rekening met een aanvullende woningvraag. Ruimtelijk wordt er vanuit de gemeente eerst ingezet op transformatie, inbreiding en verdichting en als laatste op uitbreiding. Bij de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van inbreiding, de bestaande functie (detailhandel en wonen) maakt plaats voor woningbouw waar vraag naar is.

Met deze ontwikkeling wordt er ingespeeld op een concrete behoefte in de gemeente Hof van Twente, het bouwen van starters- en levensloopbestendige woningen. In de koopsector is er momenteel door gebrek aan aanbod nauwelijks keuze. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de Woonvisie van de gemeente Hof van Twente.

24

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

3.3.3

Welstandsnota De gemeenteraad van Hof van Twente heeft voor de hele gemeente een welstandsnota vastgesteld met criteria voor de welstandstoets. Daarbij is zowel het buitengebied als de kernen ingedeeld in verschillende gebieden aan de hand van karakteristieken van de bestaande bebouwing. Per gebied zijn criteria opgesteld die door de welstandscommissie worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen om vergunning. Daarbij wordt onder andere gelet op de plaats, de hoofdvorm en de detaillering. Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Naast de gebiedscriteria zijn objectgerichte criteria opgesteld die niet voor een gebied, maar voor een bouwwerk gelden. Het gaat dan om regels voor bijvoorbeeld monumenten, landgoederen en serrestallen. In onderstaande figuur 3.4 is een uitsnede van de verbeelding van de Welstandnota Delden-Goor opgenomen, waarin het plangebied globaal rood is omcirkeld.

Figuur 3.4: Uitsnede kaart Welstandsnota Delden-Goor (bron: gemeente Hof van Twente) Zoals in bovenstaande figuur te zien ligt het plangebied binnen de begrenzing van het Welstandsregime ''Linten aan de weg'. Linten aan de weg Kenmerken Op Bentelo na zijn in alle kernen in de Hof van Twente langs oude wegen lintbebouwingen ontstaan. Aanvankelijk stonden de panden gespreid langs de wegen, later is er verdicht en werden de panden kavel voor kavel gebouwd. Hierdoor ontstonden

vastgesteld

25

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

de levendige straatwanden zoals we die nu op veel plaatsen kunnen waarnemen. Grofweg kunnen we zeggen rond het centrum van de kernen de panden in de linten met hun gevel 'aan de weg' staan, terwijl ze als we verder naar buiten komen 'los op de kavel! zijn geplaatst. In sommige kernen zien we linten waar aan de ene kant van de straat de panden aan de weg staan en aan de overkant los op de kavel. Goor kent de meeste linten met panden aan de weg, al dan niet met tussenruimtes in de vorm van een oprit of een steegje. De uiteenlopende architectuur van de panden geeft de linten een afwisselend beeld, tegelijk zorgt de overeenkomst in grootte van de bouwwerken voor een rustige opbouw. Er zijn nog meer overeenkomsten tussen de panden: de meeste nokken staan loodrecht op de straat, ook is er bijna altijd sprake van 'harmonisch kleurgebruik. Beleid De 'linten aan de weg' geven sfeer aan de kernen. In deze voor de kernen zo belangrijke straten is het van belang de samenhang in het ritme en de korrelmaat te behouden. Tegelijk staan de linten voor levendigheid: dit wordt vooral bereikt door de verschillen tussen de panden. Criteria Om de continuïteit in het lint te waarborgen ligt de nadruk bij dit deelgebied op de plaatsing en oriëntatie van het gebouw. Een individuele uitstraling en het doortrekken van het gevelmateriaal tot aan het maaiveld doen de rest.

Toets De nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd op een locatie waar al bebouwing aanwezig is. De nieuwe woningen worden aan de weg op de rooilijn gebouwd en zijn georiënteerd op de weg. De woningen sluiten qua korrelmaat en ritme aan op de omgeving. De woningen worden uitgevoerd in donkere kleuren. In paragraaf 2.2 zijn de beoogde woningen en de positie op de kavel weergegeven.

26

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan worden drie rijwoningen mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.

Hetgeen dit plan mogelijk maakt wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per

vastgesteld

27

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Op grond van het vigerende bestemmingsplan ligt er op het grootste deel van het plangebied een bouwvlak zonder bebouwingspercentage. Op een klein gedeelte ligt een bouwvlak met een bebouwingspercentage van 20%. De geldende bestemming is "Woongebied". Binnen het plangebied zijn ook nog gedeeltelijk de aanduidingen "detailhandel"en "dienstverlening" aanwezig. Er is ter plekke nu één woning aanwezig. Het vigerende bestemmingsplan gaat uit van het maximaal het bestaande aantal woningen (in dit geval dus 1). Qua bestemming past wonen hierbinnen. Het vigerende plan laat alleen geen uitbreiding van woningen toe. Het voorliggende plan voorziet niet in een nieuwe bestemming maar maakt alleen de de realisatie van drie rijwoningen mogelijk. Gelet op de bouwmogelijklheden in het geldende plan zal er niet of nauwelijks sprake zijn van de uitbreiding van bouwmogelijkheden.

Daar komt bij dat de mogelijkheden voor detailhandel en dienstverlening met de daarbijkomende "milieueffecten" komen te vervallen. Het plan voorziet niet in een andere bestemming (functie wonen blijft en functies detailhandel en dienstverlening vervallen) en de te realiseren bebouwde oppervlakte zal niet of nauwelijks afwijken van de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan. Bovendien komen de "milieueffecten"van de functies detailhandel en dienstverlening te vervallen. Deze milieueffecten zullen groter zijn dan de "milieueffecten" van de toevoeging van de woningen. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de

28

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied is gelegen nabij de doorgaande Langestraat, een belangrijke verbindingsweg tussen de provinciale N741 en het historische centrum van Delden. Daarnaast liggen in de omgeving van het plangebied een aantal maatschappelijke- en detailhandelspercelen. Tevens bevindt zich op een afstand van circa 200 meter een spoorlijn. Aangezien er in de omgeving van het plangebied diverse functies en infastructuur (spoorlijn) bevindt, kan gelet op de uitspraak van de Raad van State van 17 juni 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1408) worden geconcludeerd dat het plangebied is gelegen in het omgevingstype 'gemengd gebied'. Externe werking Hierbij gaat het om de vraag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen', die overigens ook al in het vigerende plan is toegestaan, betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden.

Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. De dichtstbijzijnde milieubelastende functie betreft maatschappelijke percelen aan de Nieuwstraat 6 en Langestraat 84 en een detailhandelsbestemming aan de Langestraat

vastgesteld

29

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

83. Perceel Nieuwstad 6 is in gebruik als kinderopvang. Deze activiteit wordt aangemerkt als categorie 2 bedrijf met een richtafstand van 10 meter (geluid) in gemengd gebied. Op perceel Langestraat 84 is een uitvaartcentrum gevestigd. Deze activiteit wordt aangemerkt als categorie 1 bedrijf met een richtafstand van 0 meter (geluid) in gemengd gebied. Het perceel Langestraat 83 is in gebruik voor detailhandel (Electro World). Deze activiteit wordt aangemerkt als categorie 1 bedrijf met een richtafstand van 0 meter (geluid) in gemengd gebied. Aan de richtafstanden wordt voldaan. De overige bedrijfs-, maatschappelijke en detailhandelbestemmingen liggen op een grotere afstand. Geconcludeerd wordt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan waardoor geconcludeerd wordt dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets In de omgeving van het plangebied zijn geen activiteiten/functies aanwezig die moeten worden beoordeeld op geurhinder. Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor het plan.

4.4

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een

30

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 (d.d. oktober 2023, projectcode 23055410) om ter plaatse de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen (Bijlage 1 Bodemonderzoek). Hieronder zijn de resultaten en conclusies uit het bodemonderzoek weergegeven. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht voor chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket en asbest kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 9 boringen verricht, waarvan er 3 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt met een peilbuis (PB 1). De bodemopbouw bestaat tot circa 0.50 mmv globaal uit zeer grof tot matig fijn, zwak siltig, zwak grindig zand met zwak oer. Vanaf circa 0.50 m-mv tot circa 1.50 m-mv bestaat de grond uit uiterst fijn tot matig grof, matig siltig, matig humeus donker bruin zand.

Hieronder bestaat de grond tot einde boordiepte uit leemlagen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond uit (BG I) is (licht) verontreinigd met lood, koper, kwik, zink en PAK; - de bovengrond uit (BG II) is zeer licht verontreinigd met lood, zink en PAK; - de ondergrond (OG I en OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater uit PB 1 is licht verontreinigd met barium. Hypothese De hypothese "onverdacht" kan met betrekking tot de ondergrond worden aangenomen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De hypothese "onverdacht" dient met betrekking tot de bovengrond en het grondwater te worden verworpen, aangezien er lokaal enkele overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en het grondwater (PB1) zijn (licht) verhoogde gehalten gemeten. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de ondergrond (OG I en OG II) is geen verontreiniging gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de aankoop en bestemmingsplanwijzing, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor het realiseren van de woningbouw.

vastgesteld

31

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

4.5

Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De Nieuwstraat, Peperkampweg en Langestraat zijn wegen met en maximum snelheid van 30 km/uur en vallen daardoor niet in de wettelijke geluidzone. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daardoor niet van toepassing. Echter, in het kader van een goed woon- en leefklimaat is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting te bepalen. Dit onderzoek is door Geluid Plus (26 september 2023, projectnummer 23.194) uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai bijgevoegd. Hieronder worden de conclusies uit het akoestisch onderzoek weergegeven: De geluidbelasting vanwege de Langestraat ten hoogste 44 dB (incl. aftrek) bedraagt ter plaatse van de rechter zijgevel van woning 03.

In het kader van een goed woon- en leefklimaat worden de grenswaarden uit de Wet geluidhinder als richtwaarde gehanteerd. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting overal lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB; De geluidbelasting vanwege de Peperkampweg ten hoogste 41 dB (incl. aftrek) bedraagt ter plaatse van de voorgevel van woning 01. In het kader van een goed woon- en leefklimaat worden de grenswaarden uit de Wet geluidhinder als richtwaarde gehanteerd. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting overal lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

32

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

De aspecten railverkeerslawaai en industrielawaai vormen geen belemmering voor het realiseren van dit bestemmingsplan. Derhalve wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Op basis van deze ontwikkeling worden drie woningen gerealiseerd. Dit valt ruim onder de genoemde aantallen. Daarnaast verdwijnt de mogelijkheid van detailhandel en dienstverlening met bijbehorende verkeersbewegingen.

De aantal verkeersbewegingen van de drie woningen zal minder zijn dan de verkeersbewegingen die het vigerende plan mogelijk maakte: één woning, detailhandel en dienstverlening. Per saldo zal er sprake zal zijn van een afname van het aantal verkeersbewegingen. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot hetgeen er nu aanwezig is en mag, kan worden gesteld dat dit plan (realisatie drie rijwoningen) 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Tevens kan de realisatie van woningen niet aangemerkt worden als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen'

vastgesteld

33

Delden-Noord, herziening Nieuwstraat 2

binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.7

Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4099/documents/56527