CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24.pdf

Gemeenteraad 13 december 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 11: Vaststellen bestemmingsplan 'Delden-Noord, herziening Molenstraat 24'26.258 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vastgesteld

33

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Figuur 4.3: Ligging plangebied t.o.v. NNN-gebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Overijssel. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt op minimaal 8,9 km afstand van het Natura2000-gebied "Lonnekermeer".

Figuur 4.4: Afstand plangebied t.o.v. Natura 2000 (bron: geo.overijssel.nl) Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tussen Natura 2000-gebied en het plangebied is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot accumulatie van stikstof in kwalificerende habitats of habitats van kwalificerende soorten in Natura 2000-gebied, als gevolg van

34

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

werkzaamheden die uitgevoerd worden in de ontwikkelfase. Het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase ligt gelijk of lager, dan het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de referentiesituatie. Het is niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming In figuur 4.5 Is de vereenvoudigde samenvatting per diergroep weergegeven.

Figuur 4.5: vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep (bron: Quickscan natuuronderzoek) De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot matig geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in de beplanting. Vleermuizen, beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommigen beschermde dieren af. Echter leidt dit niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie Met het advies de beplanting te verwijderen buiten het broedvogelseizoen, leidt de Wet natuurbescherming niet tot belemmeringen voor deze ontwikkeling. Stikstofdepositie Voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling zullen er werkvoertuigen ingezet worden die gebruik maken van fossiele brandstoffen. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen wordt er stikstof in verbindingen uitgestoten welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Ook voertuigen van en naar de planlocatie die gebruik maken van fossiele brandstoffen stoten stikstof uit. De effecten van deze emissie op kwetsbare natuur in Natura2000-gebieden zijn onderzocht, via een AERIUS-berekening. De rapportage is als Bijlage 4 Stikstof-berekening in de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten van de AERIUS-berekening weergegeven. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2020. Voor de

vastgesteld

35

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2021. Als bijlagen bij deze rapportage behoren AERIUS projectbestanden met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de aanleg- en gebruiksfase Voor de rekenresultaten en invoergegevens wordt verwezen naar Bijlage 4 Stikstof-berekening. Aanlegfase De totale NOx-emissie als gevolg van de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling door de inzet van werkvoertuigen en bouwverkeer naar en van het plangebied bedraagt in totaal 51,82 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt < 1,0 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gebruiksfase De totale NOx-emissie als gevolg van de bewoning (verkeersgeneratie) bedraagt in totaal 5,3 kg/j. De totale NH3-emmissie bedraagt 0,4 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Conclusie Als gevolg van de realisatie en het gebruik van de appartementen aan de Molenstraat 24 in Delden komt er NOx en NH3 vrij. Door uitvoering van de AERIUS berekening is aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof of ammoniak. In zowel de aanleg- als gebruiksfase ligt de emissie niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden.

De AERIUS Calculator 2020 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeenteraad van Hof van Twente heeft beleid voor archeologie vastgesteld (15 december 2009). Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Hof van Twente staan archeologische rijksmonumenten en de kans op

36

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

archeologische vondsten vermeld. Per gebied zijn criteria opgesteld wanneer een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Hieronder is een uitsnede opgenomen van de verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Hof van Twente.

Figuur 4.6: uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadviesk aart (bron: gemeente Hof van Twente) Toets Het plangebied ligt in zone om een historisch element en heeft daardoor een hoge verwachtingswaarde. Dat betekent dat er bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2500 m² een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied is circa 560 m². Dat is minder dan de aangegeven 2500 m² en een archeologisch onderzoek is daarom niet vereist. In dit bestemmingsplan wordt de archeologische verwachtingswaarde conform het geldende bestemmingsplan (weer) opgenomen en wel als dubbelbestemming. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de

vastgesteld

37

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat het plangebied valt in het cultuurhistorische deelgebied 'Midden en Boven-Regge'. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.11

Verkeer / parkeren Verkeer Het realiseren van 8 appartementen aan de Molenstraat brengt verkeersbewegingen met zich mee. De bestaande detailhandel op deze locatie brengt ook verkeersbewegingen met zich mee. Het bureau Goudappel Coffeng (d.d. 25 juli 2022, kenmerk 011857.20220510.R1.03) heeft een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de effecten op de parkeer- en verkeerssituatie in de omgeving. Daarbij is ook rekening gehouden met de mogelijke realisatie van 15 woningen op het perceel Noordwal 72 in Delden. Uit het verkeerskundig onderzoek blijkt dat bij voorliggend plan 52 motorvoertuigbewegingen per dag te verwachten zijn. Op de drukste uren van de dag (ochtend- en avondspits) zullen er circa 10 en 11 motorvoertuigbewegingen naar de Molenstraat 24 zijn. Verkeerskundig zijn deze intensiteiten beperkt. Als het plan aan de Noordwal 72 erbij wordt betrokken (69 motorvoertuigbewegingen) dan komt het gezamenlijk op 121 motorvoertuigbewegingen. Vervolgens is gekeken naar de verkeersafwikkeling op de Noorderhagen om te bepalen of het extra verkeer op een veilige manier kan afwikkelen. Uit een toets die het dat voor deze rapportage is uitgevoerd met de Wegenscan, blijkt voor de huidige inrichting van de Noorderhagen dat een maximum van circa 500 motorvoertuigen per etmaal passend zijn voor een verkeersveilige omgeving.

Uit verkeerstellingen blijkt dat er in april 2022 gemiddeld zo’n 115 motorvoertuigen per dag de Noorderhagen passeren. Het aantal motovoertuigen in de bestaande (115) én toekomstige (236) situatie passen goed bij de vormgeving van de weg. Ter verbetering van de verkeersafwikkeling op de Noorderhagen wordt geadviseerd éénrichtingsverkeer in te stellen om tegenliggend verkeer tot een minimum te beperken. De gemeente is voornemens om deze verkeerskundige maatregel in te voeren. Parkeren De gemeente heeft haar parkeernormen opgenomen in de "Parkeernormen gemeente Hof van Twente (d.d. mei 2016). Deze parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW-normen. Voor de appartementen wordt uitgegaan van 1,4 parkeerplaats per woning, waarvan 1,1 voor de bewoners en 0,3 voor bezoekers. Dit is gebaseerd op stedelijke zone 'centrum' en 'etage koop midden'. Bij de aanwezige detailhandel hoort ook een parkeernorm en deze is 3,3 parkeerplaats per 100 m². Voor de bestaande functie liggen de parkeerplaatsen vooral in het openbaar gebied. Gekeken is tevens naar de momenten waarop er behoefte is aan parkeerruimte. Daaruit blijkt dat op zaterdagavond de grootste behoefte aan parkeerplaatsen en dat is afgerond 10 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn 8 parkeerplaatsen ingericht en dat zijn er 2 minder dan de

38

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

behoefte. In de Molenstraat en omgeving zijn relatief veel parkeerplaatsen gesitueerd. Het effect van deze ontwikkeling is dat er op zaterdagavond het aantal bezette parkeerplaatsen in de directe omgeving in de openbare ruimte met 2 zal toenemen. Deze beperkte toename leidt in de praktijk niet tot een waarneembaar effect in de omgeving van de planotnwikkeling.

Figuur 4.7: Nieuwe (parkeer)situatie (bron: Focus architectuur) De aspecten 'parkeren' en 'verkeer' leveren derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

4.12

Bezonning Voor het plan is een bezonningsstudie uitgevoerd, die inzichtelijk maakt of de bezonning op de bestaande gevels voldoende is. Deze studie is als bijlage in de toelichting opgenomen, zie Bijlage 8 Bezonningsstudie. Uit de studie kan worden geconcludeerd dat de nieuwbouw zal leiden tot meer schaduwwerking op de naastgelegen woning maar wordt voldaan aan de lichte TNO-norm van minimaal 2 uur zonlicht per dag. Het plan doet geen onevenredige afbreuk aan het woon- en leefklimaat van de bestaande panden.

vastgesteld

39

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Algemene toelichting op de verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien deze in de regels daaraan wordt gegeven. Op de verbeelding is informatie (topografische gegevens) opgenomen voor de leesbaarheid. Deze ondergrond heeft geen juridische status. Deze informatie is weergegeven bij de verklaring.

5.3

Algemene toelichting op de regels De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: hoofdstuk 1 (inleidende regels) met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) met daarin per bestemming onder een bestemmingsomschrijving, bouwregels, gebruiksregels en afwijkingsregels; hoofdstuk 3 (algemene regels) met daarin een anti-dubbeltelregel en algemene bouwregels, algemene wijzigingsregels en overige regels; hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) met daarin het overgangsrecht en een slotbepaling.

5.4

Toelichting regels bestemmingsplan In deze paragraaf wordt de bestemmingsplanregeling van dit plan nader toegelicht. In dit bestemmingsplan komt de hoofdbestemming 'Woongebied - 1' voor en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Bestemming 'Woongebied -1' (artikel 3) De voor woongebied-1 aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen. De gebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak. het aantal woningen is op de verbeelding aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. De gooten bouwhoogtes zijn op de verbeelding aangegeven. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' (artikel 4) De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling

40

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

van archeologische waarden. Ter bescherming van deze gronden zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier niet verder toegelicht.

vastgesteld

41

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

42

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft in haar reactie van 1 september 2021 aangegeven dat het plan in het provinciaal ruimtelijk beleid past. Waterschap Vechtstromen Op 20 mei 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat de korte procedure van toepassing is. Het waterschap heeft in haar reactie van 11 november 2021 aangegeven dat de waterparagraaf van het plan akkoord is. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 2 december 2021 t/m 12 januari 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn vier zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn weergegeven en beoordeeld in de Zienswijzennota, zie Bijlage 1". De zienswijzen hebben geleid tot de volgende aanpassingen: De bezonningsstudie en het verkeerskundig onderzoek worden als bijlage bij de toelichting opgenomen; In de regels wordt opgenomen dat de voorgevel in de gevellijn worden gebouwd en dat maximaal 50% tot 3 m achter de gevellijn mag worden gebouwd. Op de verbeelding worden de lagere bouw-/goothoogtes van het plan vastgelegd.

vastgesteld

43

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

44

vastgesteld

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Bijlage bij de toelichting

vastgesteld

45

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Bijlage 1 Zienswijzennotititie ontwerpbestemmingsplan "Delden-Noord, herziening M olenstraat 24

46

vastgesteld

Zienswijzennotitie ontwerpbestemmingsplan ‘Delden-Noord, herziening Molenstraat 24’

Zienswijzennotitie ontwerpbestemmingsplan ‘Delden-Noord, herziening Molenstraat 24’ Deze notitie kent de volgende opbouw: A. Zienswijzen & gemeentelijke reactie B. Ambtshalve aanpassingen en aanpassingen n.a.v. de zienswijzen

A. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Delden-Noord, herziening Molenstraat 24’ heeft met ingang van 2 december 2021 tot en met 12 januari 2022 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Binnen de inzagetermijn zijn de volgende zienswijzen ingediend:

Zienswijze 1 Niet gedateerd, ingekomen 29-12-2021, nummer 223471. Reclamant maakt zich sterke zorgen over zijn leefgenot, mogelijke schade aan zijn woning en voorziet ernstige verkeersproblemen in de Noorderhagen. Beperking leefgenot en schade aan woning Reclamant heeft een verslag van zijn gesprek met de ontwikkelaar in mei 2021 bijgevoegd. Doordat de nieuwbouw hoger wordt dan het bestaande pand, is er verlies van zonlicht. Hiervan is vooral sprake in de achtertuin en in mindere mate ook aan de zonnepanelen. Ondanks een aanpassing van de ligging van de zonnepanelen van reclamant, blijft er verlies aan opbrengst. Het te slopen pand zit gedeeltelijk vast aan de woning. Reclamant maakt zich grote zorgen of dit kan worden gesloopt zonder (on)herstelbare schade en verwacht van de gemeente een actieve rol in het toezicht op de sloop en nieuwbouw. Ook wordt gevraagd of de panden wel of niet tegen elkaar worden gebouwd. Verkeersproblemen Reclamant heeft onlangs ook een brochure ontvangen van Wonen Delden over de nieuwbouw aan de Noordwal 72/Noorderhagen. Het gaat hier om 15 appartementen. De nieuwbouw aan de Molenstraat betreft 8 appartementen. Samen zijn dat dus 23 woningen, ieder met eigen verkeer en bezoekend verkeer. Beide projecten wikkelen dit extra verkeer af op de Noorderhagen. Reclamant geeft aan dat de Noorderhagen daar volstrekt ongeschikt voor is.

In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt de aandacht voor de samenhang in de beide nieuwbouwplannen. Zeker richting de Langestraat is de Noorderhagen te smal. Reclamant vraagt of er wordt nagedacht over maatregelen als bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer of een parkeerverbod aan één zijde van de straat. Doordat de parkeerbehoefte niet volledig op eigen terrein wordt gerealiseerd, neemt de druk op de openbare ruimte toe. Strikt genomen qua aantallen in het nieuwbouwplan aan de Molenstraat niet, maar qua dagverdeling/aanwezigheidspercentages wel. Bezoekers van een winkel parkeren immers op andere tijden en plekken dan bewoners. Reclamant ziet in het bestemmingsplan niet terugkomen dat hier rekening mee wordt gehouden. Bij de Molenstraat speelt dit wel degelijk: de huidige parkeerbehoefte wordt vooral afgewikkeld aan de voorkant, in Molenstraat zelf en op het parkeerterrein van St. Elizabeth. Het parkeren in de nieuwe situatie, inclusief het bezoek, zal voornamelijk aan de achterkant plaatsvinden, in de Noorderhagen. Dubbelgebruik van een parkeerplaats (overdag door een bezoeker en 's avonds door een bewoner) zal in de nieuwe situatie veel minder voorkomen. Ongetwijfeld zal het daardoor regelmatig vol staan in de Noorderhagen. Dit veroorzaakt extra zoekverkeer en ongewenst keergedrag in de toch al te smalle Noorderhagen.

De kans dat reclamant wordt geblokkeerd in zijn uitrit neemt daarnaast aanzienlijk toe. Ook de Molenstraat zal extra verkeer en parkeerders moeten opvangen en deze straat is nu al te vol met gevaarlijke situaties. Reclamant ziet graag van de gemeente een actieve rol om deze voorziene verkeersproblemen te tackelen.

Gemeentelijke reactie op zienswijze 1 Zonlicht/schaduwwerking Bij bezonning bij nieuwe ontwikkelingen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de panden en/of tuinen van omwonenden. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-norm. TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: • De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. • De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. Bezonningsdiagrammen maken inzichtelijk of de bezonning van nieuwbouw op de gevel, tuin, terras, speelplek, et cetera. voldoende is. Ook geven deze diagrammen inzicht in toename van schaduw op de omgeving door de nieuwbouw. Met een model wordt de bestaande situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Hiervoor zijn er de dagen dat de zon het laagst én hoogst staat en de precies daartussen gelegen dagen in het voor- en najaar maatgevend.

Ook wordt er gekeken naar verschillende tijdstippen verdeeld over de dag om een representatief beeld van de bezonning/schaduwwerking te krijgen. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijze is daarom beoordeeld of er sprake is van een onevenredige aantasting van het woongenot van reclamant door een vermindering van zonlicht in de achtertuin of op de zonnepanelen. Om dit te kunnen beoordelen is een zonnestudie uitgevoerd die als bijlage bij de toelichting wordt opgenomen in het bestemmingsplan (Zonnestudie – 8 appartementen te Delden d.d. 31 mei 2022). In de zonnestudie is de bestaande situatie als referentie opgenomen, omdat door de bestaande bebouwing ook nu al in meer of mindere mate sprake kan zijn van schaduwwerking. Deze referentie komt ook overeen met de bestaande planologische situatie waar aan de voorzijde bij recht bebouwing tot 6 meter is toegestaan. Er is nog geen rekening gehouden met de mogelijkheid voor een bijgebouw met een maximale goot en nokhoogte van respectievelijk 3 en 6 meter, of met erfafscheidingen. Qua opzet is verder uitgegaan van 4 bepalende momenten in het jaar (21 december, 21 maart, 21 juni en 21 september) en daarbij weer 6 tijdstippen op de dag 8 uur, 10 uur, 12 uur, 14 uur, 16 uur en 18 uur. De woning en tuin van reclamant liggen direct ten noorden van het plangebied, waarbij de achtertuin op het oosten ligt.

De woning heeft zowel ramen aan de voorkant (westelijke oriëntatie/ Molenstraat) als aan de achterkant (oostelijke oriëntatie/Noorderhagen). Doordat de nieuwbouw in dezelfde rooilijn wordt gebouw veranderd de daglichttoetreding bij de ramen aan de voorkant niet, vanaf het middaguur komt hier gedurende de middag daglicht naar binnen. Daar waar het gaat om mogelijke schaduw in de achtertuin en op de achtergevel blijkt uit de studie dat er in de maand december in de bestaande situatie al de hele dag schaduw op de gevel is en niet wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Dat wijzigt met het nieuwe plan niet. Ook voor de achtertuin geldt dat er het merendeel van de dag al schaduw is. Alleen om 12:00 uur ’s middags is een klein deel van de achtertuin in de bestaande situatie geen schaduw en in de nieuwe situatie wel. In de maanden maart en september is eveneens vooral rond 12:00 uur ’s middags een toename aan schaduw in de achtertuin. Op de andere meetmomenten (14/16/18:00 uur) is in de bestaande

situatie de tuin al nagenoeg volledig in de schaduw gelegen. In juni is geen verschil te zien tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de nieuwbouw zal leiden tot meer schaduwwerking in de achtertuin van reclamant. Er is sprake van een beperkte toename direct na het middaguur die vooral optreedt in de winter. Op onderstaande afbeelding is ter illustratie aan de linkerzijde de bestaande situatie en aan de rechterzijde de nieuwe situatie weergegeven op 21 maart om 12:00 uur ’s middags.

Daar waar het gaat om mogelijke schaduw op het dakvlak en bij de zonnepanelen blijkt uit de studie dat er op de meetmomenten in maart, juni en september er geen toename aan schaduw is. In de maand december is wel een toename aan schaduw te zien om 10:00 uur ’s ochtends op het hele dakvlak en om 12:00 en 14:00 uur ’s middags op de onderste helft van het dakvlak. De toename treedt enkel op in de winter, de periode dat het rendement van de zonnepanelen het laagst is. Geconcludeerd wordt dat de bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan leiden tot een beperkte toename van schaduw in de achtertuin van reclamant. Tegelijkertijd is er in de bestaande situatie al sprake van veel schaduw in de achtertuin en neemt dat door de nieuwe ontwikkeling slechts beperkt toe. Door de middagzon op de westelijke voorgevel wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Het huidige woon- en leefklimaat van reclamant wordt niet onevenredig aangetast. Mogelijke schade aan woning Het bestemmingsplan laat toe dat de nieuwe bebouwing, net als in de bestaande situatie, weer tegen het pand van de buren gebouwd kan worden. Aanvrager geeft aan dat dit ook de bedoeling is. Te zijner tijd zal dat bij de aanvraag omgevingsvergunning uit het bouwplan moeten blijken. Het bestemmingsplan bevat geen bepalingen met betrekking tot risico’s in de uitvoering.

Met het oog op eventuele risico’s bij de sloop van de bestaande bebouwing én de bouw van de nieuwe bebouwing zal de aanvrager bij de sloopmelding en omgevingsvergunning worden verzocht om een sloopveiligheidsplan en bouwveiligheidsplan aan te leveren. Daaruit moet blijken op welke wijze de sloop en nieuwbouw op een veilige manier zal worden uitgevoerd. Toezicht op de naleving hiervan vindt plaats door de toezichthouders van de gemeente. Ten overvloede. Aanvrager en reclamant hebben in onderling overleg afgesproken dat er voorafgaand aan de werkzaamheden bouwkundige vooropnames worden gemaakt. Eventuele schade die ontstaat als gevolg van werkzaamheden zal door aanvrager worden hersteld.

Verkeer & parkeren Naar aanleiding van de ingekomen zienswijze moet nogmaals worden beoordeeld of de Noorderhagen geschikt is voor een goede en verkeersveilige verkeersafwikkeling én of er geen toenemende parkeerdruk op de omgeving ontstaat. Om dit te beoordelen is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (Verkeerskundig onderzoek: Ontwikkeling Molenstraat 24 Delden, Goudappel Coffeng, 25 juli 2022). Daarbij is ook rekening gehouden met de mogelijke realisatie van 15 woningen op het perceel Noordwal 72 in Delden. Uit het verkeerskundig onderzoek blijkt dat bij voorliggend plan 52 motorvoertuigbewegingen per dag te verwachten zijn. Op de drukste uren van de dag (ochtend- en avondspits) zullen er circa 10 en 11 motorvoertuigbewegingen naar de Molenstraat 24 zijn. Verkeerskundig zijn deze intensiteiten beperkt. Als het plan aan de Noordwal 72 erbij wordt betrokken (69 motorvoertuigbewegingen) dan komt het gezamenlijk op 121 motorvoertuigbewegingen. Vervolgens is gekeken naar de verkeersafwikkeling op de Noorderhagen om te bepalen of het extra verkeer op een veilige manier kan afwikkelen. Uit een toets die het verkeerskundig bureau heeft uitgevoerd met de Wegenscan blijkt voor de huidige inrichting van de Noorderhagen dat een maximum van circa 500 motorvoertuigen per etmaal passend zijn voor een verkeersveilige omgeving.

Uit verkeerstellingen blijkt dat er nu (april 2022) gemiddeld zo’n 115 motorvoertuigen per dag de Noorderhagen passeren. Het aantal motovoertuigen in de bestaande (115) én toekomstige (236) situatie passen goed bij de vormgeving van de weg. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen en zorgen die bij reclamanten leven over de verkeersafwikkeling is het verkeerskundig bureau ook gevraagd hoe het functioneren van de Noorderhagen kan worden verbeterd. Het bureau schrijft hierover dat het instellen van éénrichtingsverkeer een effectieve maatregel kan zijn om de ontmoetingskans (tegenliggend verkeer) tot een minimum te beperken. Geadviseerd wordt om in dat geval aan te sluiten bij het huidige functioneren met inrijden vanaf de Langestraat in noordelijke richting. De gemeente is voornemens om, los van deze bestemmingsplanprocedure, een ontwerp verkeersbesluit ter inzage te leggen voor deze verkeerskundige maatregel. In hetzelfde onderzoek is ook gekeken naar de parkeerbehoefte, ook in relatie tot de vragen van reclamant met betrekking tot de parkeerdruk overdag in relatie tot de bestaande winkel. Uit het onderzoek blijkt dat de grootste parkeerdruk op de zaterdagavond zal zijn met een parkeerbehoefte van 9,4 (afgerond 10) parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 8 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Op eigen terrein zijn daarmee twee parkeerplaatsen te weinig om in de parkeerbehoefte te voorzien. In de Molenstraat en omgeving zijn relatief veel parkeerplaatsen gesitueerd. Het effect van de ontwikkeling is dat het aantal bezette parkeerplaatsen in de directe omgeving van het plangebied in de openbare ruimte op zaterdagavond met 2 zal toenemen. Een dergelijke beperkte toename leidt in de praktijk niet tot een waarneembaar effect in de omgeving van de planontwikkeling.

Zienswijze 2 Gedateerd op 8-1-2022, ingekomen 9-1-2022, nummer 225772. Samenvatting zienswijze Reclamanten starten de zienswijze met een citaat over de bijzondere stad die Delden is en de vele cultuurhistorische waarden die er zijn. De gemeente heeft de historische kern uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht. Het betreft het gebied dat globaal wordt ingesloten door de Zuiderhagen en de Noorderhagen. De gemeente stelt strenge regels op voor bewoners en ondernemers die plannen hebben om in het gebied te gaan bouwen en verbouwen. Vanuit dat oogpunt maken reclamanten hun bezorgdheid kenbaar over het uit handen geven van de visie over de stad aan projectontwikkelaars/ondernemers zodat zij bepalen hoe het er over een aantal jaren in Delden uit gaat zien. Met het slopen van het pand (mooi of lelijk daar gaat het niet om) dat beeldbepalend is voor de identiteit van Delden wordt er weer een stukje historie opgeofferd. Duidelijk is dat historisch besef op een laag pitje staat en er over interessante gelijkwaardige vervangende waardevolle architectuur niet wordt nagedacht. De hoeveelheid appartementen op dit kleine stukje grond maakt duidelijk dat economische motieven aan het ontwerp ten grondslag liggen en belangrijker zijn dan een op de menselijke maat toegespitste invulling op deze historische plek.

Reclamanten stellen dat op deze relatief kleine oppervlakte een kleinschalige invulling veel beter tot zijn recht zou komen. De architectuur van 3 woonlagen die boven de bestaande bebouwing uit zal komen doet uiterlijk sterk denken aan de kolossale bouw op de plek van de voormalige Rabobank aan de Langestraat. Door de woningen ten opzichte van elkaar en rooilijn te laten inspringen wordt de totale gevellijn niet gelijk gesteld met de bestaande bebouwing. De blokken vallen buiten alle proporties van de menselijke maten van de al aanwezige bouw. Het geheel zal als een massief blok woningen gaan fungeren. Eventuele bebouwing die tot en met de Noorderhagen doorloopt zou onder het beschermd stadsgezicht moeten vallen en in ieder geval de aansluiting en herkenning hiermee niet negatief mogen beïnvloeden. Groen is in het plan niet te vinden. Het zou een voorwaarde moeten zijn bij elk nieuw bouwplan tenminste een deel van het te bouwen oppervlak verplicht voor groen te bestemmen. In plaats daarvan komen er 8 parkeerplaatsen aan de Noorderhagen waardoor deze straat als toegang voor bewoners en bezoekers zal gaan fungeren. Dit zal tot gevolg hebben dat de verkeersdrukte in de Noorderhagen nog verder zal toenemen.

Reclamanten geven aan dat het beter zou zijn de ingang en parkeerplaatsen aan de Molenstraat 24 te situeren (er is een grote parkeerplaats) daar de Noorderhagen anders verkeerstechnisch een onleefbare straat wordt. Ook met het oog op de in de planning staande 15 appartementen aan Noordwal/Noorderhagen met toegang de Noorderhagen. Een verkeersinfarct zal niet uitblijven. Op de plek van de gesitueerde parkeerplaatsen zou een groenvoorziening gemaakt kunnen worden. Reclamant stelt voor de oude smederij te behouden om historie en samenhang voor Delden te waarborgen. Het pand kan zo nodig worden verbouwd tot meerdere wooneenheden en de bestaande contouren handhaven.

Gemeentelijke reactie op zienswijze 2 Beschermd stadsgezicht Delden / cultuurhistorische waarde De historische kern van Delden is door de gemeente aangewezen als beschermd stadsgezicht. Aan deze aanwijzing ligt het document ‘karakteristieken beschermd stadsgezicht Delden’ ten grondslag welke als bijlage is opgenomen bij het bestemmingsplan ‘Delden-Noord’ (vastgesteld 19 maart 2013).

Het plangebied aan de Molenstraat 24 ligt net buiten de historische kern en maakt geen deel uit van het beschermd stadsgezicht. De regels voor het beschermd stadsgezicht (dubbelbestemming Waarde – Beschermd stadsgezicht) zijn daarmee niet op het plangebied van toepassing. Het pand is bovendien niet aangewezen als gemeentelijk en/of Rijksmonument. Het pand kent volgens de weten regelgeving dus geen bescherming en kan worden gesloopt. Bij de planvorming is gekeken of het nieuwbouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is, mede gelet op de inpassing in de omgeving. Daarbij is ook rekening gehouden met de waarde van het oostelijk gelegen beschermd stadsgezicht en de bijbehorende cultuurhistorische waarden. Deze staan beschreven in het bestemmingsplan ‘Delden-Noord’, zie paragraaf 2.3.3. van de toelichting. De volgende aspecten van het beschermd stadsgezicht zijn daarin benoemd als beschermenswaardig: - handhaven van het historische stratenpatroon; - passende inrichting van de openbare ruimte en de kenmerkende erfafscheidingen; - de rooilijnen van gebouwen; - de massawerking van gebouwen; - de maatvoering (goot- en nokhoogte alsmede kapvorm) van beeldbepalende en structuurbepalende panden; - de gevelindeling van beeldbepalende panden; - vormgeving en materiaalgebruik; - bouwhistorie (documentatie en vastlegging); - groen.

Geen van deze aspecten in het beschermd stadsgezicht wordt met voorliggend woningbouwplan aangetast. Het historische stratenpatroon blijft gehandhaafd. Het plan heeft geen gevolgen voor de rooilijnen, massawerking, maatvoering of gevelindeling van beeldbepalende en structuurbepalende panden in het beschermd stadsgezicht. Het structuurbepalende pand dat het dichtst bij het plangebied ligt is het pand aan de Noordwal 62, dat met de achtertuin ongeveer 30 meter ten noordoosten van het plangebied ligt. Tussen dit pand en het plangebied liggen nog woonpercelen waar bebouwing met een goothoogte van maximaal 4,5 meter en een nokhoogte van maximaal 10 meter is toegelaten. Voorliggend plan doet daarmee geen afbreuk aan het beschermd stadsgezicht van Delden. In verband met de ouderdom van het pand zelf en de ligging nabij het beschermd stadsgezicht is voorafgaand aan de planvorming, bij de afweging van het principeverzoek, de erfgoedcommissie om advies over de mogelijke cultuurhistorische waarde van het pand gevraagd. Daaruit kwam naar voren dat het pand niet behoudens waardig is, waarna de planvorming is voorgezet. Het oorspronkelijke advies is door de cyberaanval bij onze gemeente verloren gegaan.

Daarom is naar aanleiding van deze zienswijze nogmaals de vraag aan de erfgoedcommissie voorgelegd of er met voorliggend plan geen belangrijke cultuurhistorische waarden voor Delden verloren gaan. Dat is naar het oordeel van de erfgoedcommissie niet het geval. Naar onze mening is er geen sprake van een cultuurhistorisch waardevol pand dat beeldbepalend is voor Delden. Er zijn geen redenen om behoud van het pand af te dwingen bij de herontwikkeling. Het plan/ontwerp Reclamant geeft aan dat een kleinschalige invulling op deze plek beter tot zijn recht komt, maar wij zien dit anders. Zoals ook blijkt uit de gemeentelijke Woonvisie (2021-2025) is er in onze gemeente sprake van een toenemende krapte op de woningmarkt. Het aantal beschikbare woningen neemt af terwijl de vraag onverminderd hoog is. Zowel starters als gezinnen en ouderen ervaren moeite bij het

vinden van een geschikte woningen. Deze behoefte blijkt ook uit de huishoudensontwikkeling, tot en met 2030 is er in onze gemeente een woningbehoefte van ongeveer 675 tot 730 woningen. Vanuit het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid wordt daarbij eerst gestreefd naar inbreiding in bestaand stedelijk gebied, voordat er groene ruimte wordt gebruikt voor woningbouw. Het transformeren van bestaand vastgoed, zoals de voormalige winkel bij voorliggend plan, helpt zowel een nieuwe invulling te geven aan deze plek als te voorzien in de behoefte aan woningbouw. Met het oog op een goede stedenbouwkundige en architectonische inpassing heeft er bij de planvorming afstemming plaatsgevonden met de gemeentelijke stadsbouwmeester dhr. H. Dekkers (welstand) en stedenbouwkundige dhr. G. van Loenen. Dat heeft geleid tot een positief advies op het plan. Minimaal de helft van de voorgevel van het appartementencomplex wordt in de rooilijn langs de Molenstraat gebouwd, hetgeen past in het straatbeeld van de Molenstraat. Een ondergeschikt deel van de voorgevel verspringt ten behoeve van kleinschalige terrassen/balkons die daardoor in het gehele ontwerp worden opgenomen. Het nieuwe plan staat een gebouw toe in 3 bouwlagen tot maximaal 11 meter hoog, wat hoger/dominanter kan zijn dan de direct aangrenzende panden van 2 bouwlagen met kap of plat.

Tegelijkertijd is er in de straat met het gebouw van het verpleegtehuis op nog geen 40 meter ten zuidoosten van het plangebied al in 3 bouwlagen met kap gebouwd. Voor een goede overgang is er bij het ontwerp voor gekozen om aan de zijdelingse perceelsgrenzen de kap af te bouwen en deels plat uitgevoerd om zo een goede aansluiting te maken. Er is sprake van een goede stedenbouwkundige inpassing. Wel zal naar aanleiding van de zienswijze de maatvoering op basis van het bouwplan specifieker op de verbeelding worden aangeduid om de overgang naar de zijdelingse percelen te borgen. Groen Het klopt dat er, net als in de bestaande situatie, weinig groen in het nieuwe plan is te vinden. Er is sprake van een woningbouwplan, waarin op eigen terrein ook parkeerplaatsen en voorzieningen voor het vasthouden van water gerealiseerd moeten worden. Of groen een voorwaarde zou moeten zijn bij nieuwe bouwplannen is een beleidsmatige discussie die met het oog op onderwerpen als hittestress en biodiversiteit steeds relevanter wordt. Op dit moment zijn hier vanuit het beleid nog geen regels voor. Wel hebben we naar aanleiding van deze zienswijze de vraag aan aanvrager voorgelegd of het mogelijk is het plan te vergroenen. Daarbij kan worden gedacht aan parkeerplaatsen met halfverharding, gevelbeplanting of groene daken.

Initiatiefnemer gaat dit bij het uitwerken van de aanvraag omgevingsvergunning bekijken. Verkeer & parkeren Zie gemeentelijke reactie bij zienswijze 1 onder ‘verkeer & parkeren’.

Zienswijze 3 Gedateerd op 11-1-2022, ingekomen 12-1-2022, nummer 226694. Samenvatting zienswijze Zienswijze 3 is letterlijk gebaseerd op zienswijze 2 met enkele kleine tekstuele aanpassingen die de inhoud niet wezenlijk veranderen. Enige uitzondering hierop is de vraag ‘en hoe verhoudt zich dit plan tot de welstandsnota?’ die aan de tekst is toegevoegd.

Gemeentelijke reactie op zienswijze 3 Zie de gemeentelijke reactie bij zienswijze 2. In aanvulling daarop kan over de vraag hoe dit plan zich verhoudt tot de welstandsnota het volgende worden gezegd. Zoals blijkt uit de reactie op zienswijze 2 is het bouwplan tijdens de planvorming met de gemeentelijke stadsbouwmeester dhr. H. Dekkers (welstand) en stedenbouwkundige G. van Loenen besproken. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal het bouwplan opnieuw aan de welstandsnota worden getoetst.

Zienswijze 4 Gedateerd op 12-1-2022, ingekomen 13-1-2022, nummer 226711. Samenvatting zienswijze Reclamant kijkt vanuit de woning uit op het plan. Een appartementencomplex van drie woonlagen heeft een grote ruimtelijke impact. Het is echter niet duidelijk wat de toegestane maximale bouwhoogte is en of dat voor hen aanvaardbaar is. Reclamant heeft dit niet in de toelichting of andere bijlagen kunnen vinden. Daarom is het plan onvoldoende concreet en kan reclamant niet beoordelen welke impact dit op de woning en het woongenot heeft. Verder is ook niet duidelijk welke impact dit op de lichtinval van de woning heeft. Daarnaast geeft reclamant aan dat er een grotere kans op geluidsoverlast is door de balkons aan de voorkant. Tot slot vraagt reclamant zich af in hoeverre de uiterlijke kenmerken van het beoogde appartementencomplex passen binnen het karakteristieke historische straatbeeld van de oude stadskern van Delden en zich verhoudt tot de welstandseisen.

Gemeentelijke reactie op zienswijze 4 Maatvoering Het bestemmingsplan geeft aan waar gebouwd mag worden en welke maatvoering daarbij is toegestaan. De maximale maatvoering staat weergegeven op de verbeelding (plankaart) en is gekoppeld aan de regels. Voor het appartementencomplex is een maximale goothoogte van 9 en bouwhoogte van 11 meter opgenomen. Deze maatvoering is terug te zien op de verbeelding bij het ontwerpbestemmingsplan welke met ingang van 2 december 2021 tot en met 12 januari 2022 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage heeft gelegen. Ruimtelijke impact De woning van reclamant ligt op circa 12 meter van het plangebied en wordt enkel door de voortuin en openbare straat van het plangebied gescheiden. In de bestaande situatie is er bebouwing tot maximaal 6 meter hoog toegestaan en is er een winkel met bovenwoning aanwezig. In de nieuwe situatie worden 8 appartementen mogelijk gemaakt in een gebouw van maximaal 11 meter hoog. Hierdoor wijzigt het uitzicht van reclamant, omdat er meer bouwmassa komt. Deze wijziging is naar onze mening ruimtelijk aanvaardbaar. Er is sprake van een herontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. De woning van reclamant zelf kent goothoogte van maximaal 6 en een nokhoogte van maximaal 10 meter.

Zoals ook uit de beantwoording van zienswijze 2 blijkt is bij de planvorming goed gekeken naar de stedenbouwkundige inpassing van het plan in de bestaande omgeving. Daarbij bestaat er echter geen recht op vrij uitzicht en is enige vorm van inkijk in stedelijk gebied te verwachten, zowel in de bestaande als de nieuwe situatie. Zonlicht/schaduwwerking Bij bezonning bij nieuwe ontwikkelingen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de panden en/of tuinen van omwonenden. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-norm. TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: • De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. • De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. Bezonningsdiagrammen maken inzichtelijk of de bezonning van nieuwbouw op de gevel, tuin, terras, speelplek, et cetera. voldoende is. Ook geven deze diagrammen inzicht in toename van schaduw op de omgeving door de nieuwbouw. Met een model wordt de bestaande situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Hiervoor zijn er de dagen dat de zon het laagst én hoogst staat en de precies daartussen gelegen dagen in het voor- en najaar maatgevend. Ook wordt er gekeken naar verschillende tijdstippen verdeeld over de dag om een representatief beeld van de bezonning/schaduwwerking te krijgen. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijze moet daarom worden beoordeeld of er sprake is van een onevenredige aantasting van het woongenot van reclamant door een vermindering van zonlicht in de achtertuin of op de zonnepanelen. Om dit te kunnen beoordelen is een zonnestudie uitgevoerd die als bijlage bij de toelichting wordt opgenomen in het bestemmingsplan (Zonnestudie – 8 appartementen te Delden d.d. 31 mei 2022). In de zonnestudie is de bestaande situatie als referentie opgenomen, omdat door de bestaande bebouwing ook nu al in meer of mindere mate sprake kan zijn van schaduwwerking.

Deze referentie komt ook overeen met de bestaande planologische situatie waar bij recht bebouwing tot 6 meter is toegestaan. Qua opzet is verder uitgegaan van 4 bepalende momenten in het jaar (21 december, 21 maart, 21 juni en 21 september) en daarbij weer 6 tijdstippen op de dag 8 uur, 10 uur, 12 uur, 14 uur, 16 uur en 18 uur. De woning en tuin van reclamant liggen op ca. 12 meter ten westen van het plangebied. Door deze ligging kan er enkel in de ochtend periode, als de zon opkomt in het oosten, sprake zijn van schaduwwerking op het perceel van reclamant. Uit de zonnestudie blijkt dat in maart en september om 8 uur ’s ochtends meer schaduwwerking op de gevel te verwachten is dan in de bestaande situatie. Tegelijkertijd is te zien dat de schaduw om 10:00 uur ’s ochtends de woningen niet meer raakt en er zonlicht op de woningen komt. Tussen 10:00 en 12:00 schijnt de zon dan op de gevels. Uit de zonnestudie blijkt ook dat in juni, als de zon hoger staat, de schaduw nog eerder van het pand is. In december is het om 8 uur ’s ochtends nog donker. In deze maand ligt de woning zowel in de bestaande als de nieuwe situatie nog in de schaduw. Uiteraard is dat om 12 uur als de zon in het zuiden staat niet meer het geval. Geconcludeerd wordt dat de bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan leiden tot een beperkte toename van schaduw op de voorgevel van de woning.

Tegelijkertijd blijkt ook dat in de maanden maart, juni en september wordt voldaan aan de lichte TNO-norm van minimaal 2 uur zonlicht per dag. Het plan doet daarmee geen onevenredige afbreuk aan het woon- en leefklimaat van dit woonperceel. Mogelijke geluidsoverlast Reclamant vreest geluidsoverlast nu de balkons van de 8 appartementen op de voorzijde én diens woning zijn georiënteerd. Door de situering van de balkons aan de voorzijde, tot maximaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn zullen deze een geringe oppervlakte hebben. Deze zullen daardoor door slechts een enkele personen tegelijk gebruikt kunnen worden. Het plangebied en de directe omgeving bestaat uit bebouwd stedelijk gebied met functies voor onder meer wonen, zorg en verkeer. Door de realisatie van het plan en de betreffende balkons wordt niet afgeweken van het gebruikelijke omgevingsgeluid zoals dat nu al in de straat en de woonomgeving van reclamant aanwezig is. Gezien de locatie in stedelijk gebied, en de situatie ter plaatse met een bestaande

bovenwoning en straat aan de voorzijde, doet het plan geen onevenredige afbreuk aan het woongenot van reclamant. Het ontwerp Zie gemeentelijke reactie onder ‘het plan/ontwerp’ bij zienswijze 2.

C. Ambtshalve aanpassingen en aanpassingen n.a.v. de zienswijzen De volgende ambtshalve aanpassingen worden doorgevoerd: Toelichting -

De zonnestudie wordt als bijlage bij de toelichting opgenomen. Het verkeerskundig onderzoek wordt als bijlage bij de toelichting opgenomen.

Regels Regel 3.2.1. onder a wordt gewijzigd in: ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt de voorgevel van de woningen in de aangeduide gevellijn gebouwd, met dien verstande dat tot 50% van het gebouw ook maximaal 3 meter achter de gevellijn gebouwd mag worden;

Verbeelding -

De maatvoering ‘maximale goot- en bouwhoogte’ wordt verlaagd voor delen van de bouwstrook waar het bouwplan een lagere hoogte kent.

Delden-Noord, herziening Molenstraat 24

Bijlage 2 Quickscan natuurwaarden

vastgesteld

61

Quickscan natuurwaardenonderzoek Sloop en vervangende nieuwbouw woningen Molenstraat 24 Delden

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Sloop en vervangende nieuwbouw woningen Molenstraat 24 Delden

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Ad Fontem

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 3469 versie 1.0 Ligging plangebied: Molenstraat 24 te Delden

Status: definitief Rapportdatum: 8-6-2021

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 7

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ........................................................................................................................ 8

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 8 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 8 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ..................................................................... 9

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 10

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 10 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 10 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 11 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 14

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 14 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 14 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 16 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 18 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 20 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 20 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 21

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een appartementengebouw met 8 appartementen aan de Molenstraat 24 te Delden. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 3 juni 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tussen Natura 2000-gebied en het plangebied is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot accumulatie van stikstof in kwalificerende habitats of habitats van kwalificerende soorten in Natura 2000-gebied, als gevolg van werkzaamheden die uitgevoerd worden in de ontwikkelfase. Het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase ligt gelijk of lager, dan het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de referentiesituatie. Het is niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot matig geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.

Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in de beplanting. Vleermuizen, beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommigen beschermde dieren af. Echter leidt dit niet tot wettelijke consequenties. Wettelijke consequenties samengevat: • Beplanting verwijderen buiten de voortplantingsperiode van vogels;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3883/documents/54272