CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

Def advies commissie bezwaarschriften HvT maart 25 schoorsteen ABZ (geanonimiseerd).pdf

Beeldvormende raadsvergadering 28 mei 2025, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: Omgevingsvergunning verhoogde schoorsteen 20243.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIES COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN

aanleiding van 78 bezwaarschriften.

naar

De bezwaren zijn gericht tegen besluit tot het verlenen van omgevingsvergunning voor het verhogen van de centrale schoorsteen op een bedrijfsgebouw aan de Goorseweg 3 in Markelo

een een

Toelichting Dit advies is uitgebracht door de kamer Ruimtelijke Zaken van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Hof van Twente naar aanleiding van 78 bezwaarschriften die bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente (hierna: het college) zijn ingediend. ,

Besluit De bezwaren zijn gericht tegen een besluit van 5 november 2024 tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het verhogen van een schoorsteen op een bedrijfsgebouw aan de Goorseweg 3 in Markelo. Advies van de commissie Dit advies is tot stand gekomen nadat de commissie bezwaarschriften op 19 maart 2025 een hoorzitting heeft gehouden en daarbij betrokkenen in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. Commissie adviseert , college beslist De commissie werkt onafhankelijk van het gemeentebestuur. Na de hoorzitting brengt de commissie schriftelijk advies uit aan het college. Het college neemt vervolgens een beslissing op de ingediende bezwaren.

Advies De -

-__

commissie

bezwaarschriften

adviseert

het

college:

nader te beoordelen of alle bezwaren ontvankelijk zijn; (in ieder geval het merendeel van) de bezwaren gegrond te verklaren

-__in de

beslissing op

bezwaar

de

‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’

en

te vergunnen.

Feiten Voor de feiten

omstandigheden die hebben geleid tot de indiening van de onderhavige bezwaarschriften, voor de gronden van bezwaar en voor de van toepassing zijnde wet- en regelgeving (voor zover niet in dit advies aangehaald) verwijst de commissie naar het verslag van bevindingen en de daarbij behorende bijlagen. De commissie beschouwt het verslag en de bijlagen, voor zover in dit advies niet weersproken, hier als herhaald en ingelast. en

Opgemerkt

wordt dat bezwaarde (68) tijdens de hoorzitting benadrukt heeft dat hij bezwaarmakers gezondheidsproblemen ondervinden die zij wijten aan de werking

en van

andere het

bedrijf ten behoeve waarvan de schoorsteen verhoogd wordt. Daar heeft bezwaarde 68 schriftelijk melding van gemaakt, maar dat is niet in verslag van bevindingen benoemd. De commissie heeft kennis genomen van de aanvulling die bezwaarde 68 gegeven heeft.

Hoorzitting Het

college

benoemd

heeft 78

bezwaren

zijn verslag van bevindingen. In de overwegingen hierna worden bezwaarden aangeduid als: bezwaarden of afzonderlijk onder vermelding van het nummer voor ontvangen.

De

indieners

van

de

bezwaarschriften

in het

tezamen hun naam.

Bezwaarden bezwaarden

zijn uitgenodigd voor een openbare hoorzitting op 19 maart 2025. Een deel van (ongeveer 20 personen) heeft van de uitnodiging gebruik gemaakt en is verschenen. Tijdens de hoorzitting hebben (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) zichzelf en de (geanonimiseerd) B WE De Beaufortplein) en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (namens bewoners van de (geanonimiseerd) het woord gevoerd. Voor de vergunninghouder waren en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | aanwezig. Zij werden bijgestaan door (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Het college werd tijdens de hoorzitting vertegenwoordigd door (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Op de publieke tribune bevond zich een journalist van Tubantia. Van de hoorzitting is een digitale geluidsopname gemaakt.

namens

Ontvankelijkheid Het

college heeft tijdens de hoorzitting aangeven dat naar zijn mening alle bezwaren ontvankelijk zijn. De commissie vraagt zich echter af of dit standpunt houdbaar is. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan, degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Om

als

belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te kunnen worden aangemerkt, moet een natuurlijk persoon een voldoende objectief bepaalbaar belang bij het besluit hebben.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de (geanonimiseerd) (hierna: de Afdeling) is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van de activiteit, in beginsel belanghebbende is bij de vaststelling van dat besluit. Het criterium “gevolgen van enige betekenis" dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. De

vergunde activiteit bestaat uit het verhogen van een bestaande schoorsteen. Namens de vergunninghouder is gesteld dat alle bezwaarden zicht op de schoorsteen zullen hebben. De commissie trekt dat in twijfel. Om een voorbeeld te noemen: vanaf de Rijssenseweg 35a in Markelo lijkt geen enkel zicht te bestaan op de schoorsteen. Redelijkerwijs kan aangenomen worden dat dat ook voor andere percelen het geval is. Daarbij komt dat van zicht van enige betekenis sprake moet zijn. De commissie acht het niet waarschijnlijk dat bezwaarden, die bijvoorbeeld op een afstand van 1,5 tot 2 km van de vergunde verhoging van de schoorsteen wonen, zicht van enige betekenis zullen hebben op het bouwwerk. Andere gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van bezwaarden, waardoor zij een persoonlijk belang hebben, waarin zij zich van willekeurig anderen onderscheiden, zijn evenmin evident. Zoals ook namens het college en de vergunninghouder is benadrukt, betreft de vergunde activiteit alleen de bouw van een schoorsteen en geen andere wijziging in de bedrijfsvoering. Voorts

acht de

commissie

het niet

BEM

vanzelfsprekend

basisschool (geanonimiseerd) belanghebbende is (bezwaar kinderen namens wie bezwaar is gemaakt (71). Resumerend

is de commissie zijn, onvoldoende

ontvankelijk getrokken. Een

dat de

77).

medezeggenschapsraad van geldt voor alle ouders

Hetzelfde

de van

oordeel dat de loutere stelling, dat alle bezwaren is. Daaruit blijkt niet op basis waarvan de conclusie is

van

toelichting is op zijn minst aan de orde. Ten slotte tekent de van de ontvankelijkheidsbeoordeling aan dat haar niet is gebleken van termijnoverschrijdingen. commissie

nadere

in het kader

Overwegingen Inleiding 1. De

commissie

dient op basis van de stukken en met inachtneming van het tijdens de hoorzitting besprokene, alsmede de van toepassing zijnde regelgeving en jurisprudentie, beoordelen of het besluit van 5 november 2024, tot het verlenen van een

omgevingsvergunning voor het verhogen van een schoorsteen op een bedrijfsgebouw de Goorseweg 3 in Markelo, terecht en op goede gronden is genomen. De commissie overweegt in dit verband het navolgende. De van

te

aan

commissie realiseert zich dat de aanwezigheid van het bedrijf en met name de werking het bedrijf van de vergunninghouder, (geanonimiseerd) een grote impact heeft op de

inwoners

B.

van

Markelo

en

hun

leef-

en

woonklimaat.

Dit staat niet ter discussie.

Bewoners

overlast te ondervinden en zij hebben zorgen over onder meer hun gezondheid en hun veiligheid Het grote aantal bezwaarschriften onderstreept de klachten en zorgen. Deze zijn duidelijk en ook bekend bij de gemeente de vergunninghouder de Omgevingsdienst Twente en de provincie waarbij opgemerkt wordt dat namens de vergunninghouder tijdens de hoorzitting is aangegeven dat tijdens de laatste bijeenkomst met de inwoners van Markelo het besef van de klachten groter is geworden. zeggen

,

,

,

Tijdens de hoorzitting is zowel van de zijde van het college als de commissie uitgelegd dat gelet op de aard van het bouwplan en het toetsingskader niet aan alle bezwaargronden de betekenis kan toekomen die bezwaarden daaraan gehecht willen zien. Dat kan voor bezwaarden teleurstellend zijn maar de commissie kan in dit verband niet anders dan wijzen op het grote belang dat gediend is met een goede communicatie en wederzijds begrip tussen bezwaarden de vergunninghouder en de betrokken bestuursorganen en het oplossen van problemen binnen de mogelijkheden. De discussie over uitbreiding van de productiecapaciteit en een daarvoor benodigde omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit kan echter niet in deze bezwarenprocedure gevoerd worden omdat de bestreden vergunning niet de werking van het bedrijf betreft. ,

,

,

,

,

Verder kan de commissie het college niet opdragen om de vergunninghouder richtlijnen te geven voor klachtbehandeling zoals bezwaarden gevraagd hebben. Wel merkt de commissie op dat tijdens de hoorzitting namens het college is aangegeven dat het college en de omgevingsdienst het op prijs stellen als bezwaarden problemen met de klachtbehandeling melden. ,

Vindplaatsen bronnen 2. In dit advies haalt de commissie wettelijke bepalingen aan. De integrale tekst van de wettelijke regelingen en de aangehaalde bepalingen is ook te vinden op www. overheid. nl. Het omgevingsplan is te raadplegen op www. omgevingsloketonline. nl. Voor door de commissie genoemde uitspraken verwijst de commissie naar www. rechtspraak. nl. 3. Het bestreden besluit is genomen op een aanvraag van 26 september 2024 om een omgevingsvergunning. Op 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet (hierna: Ow) is op de onderhavige kwestie van toepassing. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het perceel waarop het pand met de schoorsteen staat was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan “Markelo” van toepassing. ,

,

Ingevolge artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Ow is het verboden zonder een omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. ,

,

,

De aanvraag om een omgevingsvergunning betreft de ‘bouwactiviteit omgevingsplan’ en de ‘technische bouwactiviteit’. De gronden van bezwaar zijn niet gericht tegen de omgevingsvergunning voor zover die de ‘technische bouwactiviteit’ betreft. De commissie laat dit onderdeel van het bestreden besluit verder buiten beschouwing met dien verstande dat zij aantekent dat zij geen aanknopingspunten gevonden heeft voor een conclusie dat de activiteit niet vergund had kunnen worden. ,

4

Ingevolge artikel 22.29 eerste lid aanhef en onder a en b van het omgevingsplan wordt voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk de omgevingsvergunning alleen verleend als: de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen in stand houden en gebruiken van bouwwerken met uitzondering van paragraaf 22. 2. 4 (onderdeel a) en het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota bedoeld in artikel 12a eerste lid van de Woningwet zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (onderdeel b). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Omgevingsplan tijdelijk deel bestemmingsplan “Markelo” (hierna: het bestemmingsplan). Op de grond rust de enkelbestemming ’Bedrijventerrein’ (artikel 6) en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologische verwachting 1” (artikel 20). Verder heeft de grond de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein - veevoederfabriek’. ,

Ingevolge artikel 6.2.1 onder b van het bestemmingsplan bedraagt de bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte of de bestaande bouwhoogte als deze hoger is. ,

,

,

Ingevolge artikel 6.2.1 onder c geldt in afwijking van lid b voor delen van bestaande gebouwen waar de goot- en/of bouwhoogte hoger is uitsluitend voor die delen de bestaande goot- en/of bouwhoogte als maximum. ,

,

,

Op de verbeelding bij bestemmingsplan ‘Markelo’ is volgens het college een maximum bouwhoogte van 37 meter aangegeven. De huidige bouwhoogte inclusief bestaande schoorsteen bedraagt 42 meter. Het merendeel van bezwaarden stelt dat het bouwplan niet voldoet aan de regels in het bestemmingsplan. De commissie stelt voorop dat zij er vanuit gaat dat het bouwplan ziet op een wijziging van het bedrijfspand en niet op een zelfstandig ‘overig’ bouwwerk dat direct met de grond verbonden is. Van de zijde van het college is aangegeven dat de bouwhoogte van het bedrijfspand (inclusief de schoorsteen) 37 meter is en dat er daarom geen sprake is van een met het bestemmingsplan strijdige situatie. Het college komt tot deze conclusie omdat naar zijn oordeel de schoorsteen formeel geen onderdeel uitmaakt van het gebouw. De schoorsteen is ondergeschikt aan het gebouw. Het college baseert zijn oordeel op artikel 2. 2 van het bestemmingsplan. Ingevolge artikel 2. 2 van het bestemmingsplan wordt de bouwhoogte van een bouwwerk gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. ,

,

,

,

De commissie is van oordeel dat de onderhavige schoorsteen niet als een ondergeschikt bouwonderdeel van het bedrijfspand aangemerkt kan worden. De schoorsteen is niet vergelijkbaar met een doorsnee schoorsteen die gering boven een dak uitstijgt of in een redelijke verhouding met het pand staat. De lengte van de (verhoogde) schoorsteen bedraagt 1/3 van de hoogte van het bedrijfspand. De gemachtigde van de vergunninghouder gaf tijdens de hoorzitting niet geheel zonder reden aan dat hij er vanuit gaat dat alle

5

bezwaarden waar ook wonend in Markelo zicht hebben op de schoorsteen. Dat zicht is niet vergelijkbaar met het zicht op het bedrijfspand zelf voor zover dat er al is. ,

,

,

De verschijningsvorm van de schoorsteen is dusdanig dat de samenhang met het bedrijfspand visueel niet evident is. De schoorsteen op zich heeft een grote ruimtelijke impact los van het bedrijfspand. Er komt zelfstandige betekenis toe aan de verschijningsvorm van de schoorsteen. Daarbij komt dat de schoorsteen een gedegen eigen constructie heeft. ,

Zoals bezwaarden betogen betekent het feit dat artikel 2. 2 van het bestemmingsplan schoorstenen noemt als bouwwerken die soms uitgesloten kunnen worden bij het meten van de bouwhoogte niet dat schoorstenen een onbeperkte hoogte mogen hebben. Het bepaalde in artikel 27.1 aanhef en onder f van het bestemmingsplan zou in dat geval zonder betekenis zijn. De commissie verwijst in dit verband naar overwegingen van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State in haar uitspraak van 4 september 2024 ECLI:NL:RVS:2024:3599. In artikel 27.1 aanhef en onder f van het bestemmingsplan worden specifieke voorwaarden gesteld aan het verhogen van de bouwhoogte voor “plaatselijke verhogingen” zoals schoorstenen die niet als ondergeschikt bouwdeel aangemerkt kunnen worden. De vergroting mag leiden tot een bouwhoogte van maximaal 125 keer de maximale bouwhoogte van het gebouw. Aan deze voorwaarde voldoet het bouwplan niet. ,

,

,

,

,

,

,

Het voorgaande samenvattend is de commissie van oordeel dat het bouwplan niet in overeenstemming is met het bestemmingplan. Van een gebonden beschikking kan dan geen sprake zijn. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27. 1 van het bestemmingplan (vergunning voor binnenplans afwijken) acht de commissie ook niet mogelijk. De commissie geeft het college daarom in overweging om een omgevingsvergunning te verlenen voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit. In artikel 8.0a tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) staat dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. ,

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: etfal). 4. De commissie ziet op voorhand niet in dat de bouw van de schoorsteen in afwijking van het bestemmingsplan niet vergund kan worden. Het college zal alle relevante ruimtelijke aspecten van het plan bij de desbetreffende beoordeling moeten betrekken. Daarbij moet het college rekening houden met het algemeen belang het belang van de initiatiefnemer en het belang van omwonenden en andere belanghebbenden. De commissie acht het niet aannemelijk dat de belangen van bezwaarden in de weg staan aan vergunningverlening. Hun belangen worden niet onevenredig aangetast gelet op de ruimtelijke gevolgen van de verhoging van de bestaande schoorsteen. Het verhogen van de schoorsteen is geen milieubelastende activiteit. Dat zou anders zijn als er sprake zou zijn van uitbreiding van de productiecapaciteit maar daar heeft het bestreden besluit geen betrekking op. Er zal niet meer overlast ontstaan (wellicht zelfs minder voor wat betreft de uitstoot die meer en verder verspreid wordt). Er zijn geen gevolgen voor de gezondheid en geurbeleving van bezwaarden ten gevolge van de verhoging van de schoorsteen. De verhoging van de schoorsteen heeft ook geen invloed op het verkeer. De ruimtelijke ingreep is in feite niet van invloed op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving van bezwaarden en andere inwoners van Markelo.

De aard en omvang van het project als zodanig zal niet leiden tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. De commissie merkt in dit verband terzijde op dat het college aangegeven heeft dat de Omgevingsdienst Twente bevestigd heeft dat de verhoging van de schoorsteen niet in strijd is met de huidige milieuvergunning. Bovendien is in die milieuvergunning een minimumhoogte voor de schoorsteen opgenomen. ,

,

,

6

Ook een eventuele stofexplosie waarvoor bezwaarden vrezen en die de externe veiligheid betreft kan niet aan (uitvoering van) het onderhavige bouwplan toegerekend worden. ,

,

Er is naar de mening van de commissie sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in artikel 8.0a tweede lid van het Bkl. ,

,

Welstand 5. De stadsbouwmeester van “Het Oversticht” heeft op 8 oktober 2024 het bouwplan in overeenstemming met redelijke eisen van welstand geoordeeld en zijn oordeel op 23 december 2024 schriftelijk onderbouwd. In zoverre mist het argument dat het welstandsoordeel niet gemotiveerd is feitelijke grondslag. ,

De welstandstoets is niet anders dan onder het regime van de Wabo het geval was. Het college mag hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust op dat advies afgaan nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 juli 2020 ECLI:NL:RVS:2020:1730. De stadsbouwmeester heeft het bouwplan aan de relevante onderdelen van de welstandsnota getoetst en in hetgeen bezwaarden naar voren hebben gebracht ziet de commissie geen aanknopingspunten voor een oordeel dat de toets van de stadbouwmeester niet juist is geweest.

Het college heeft het welstandsoordeel van de stadsbouwmeester terecht overgenomen. ,

,

,

,

,

,

6. De slotsom is dat de commissie van oordeel is dat de bezwaren - voor zover ontvankelijk en gericht tegen het standpunt van het college dat het bouwplan in overeenstemming is met het tijdelijk deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan – gegrond zijn. De commissie adviseert het college om in de beslissing op bezwaar een buitenplanse omgevingsactiviteit te vergunnen omdat er geen sprake is van een gebonden beschikking. ,

,

Conclusie

Gelet op en onder verwijzing naar bovenstaande overwegingen regelgeving en jurisprudentie is de commissie van oordeel dat een nadere beoordeling van de ontvankelijkheid van de bezwaren aan de orde is en dat de ontvankelijke bezwaren gegrond zijn voor zover gericht tegen het standpunt van het college dat het bouwplan in overeenstemming met de regels in het bestemmingsplan is. Naar de mening van de commissie is er sprake van een buitenplanse omgevingsactiviteit. ,

,

7

De commissie voor bezwaarschriften, Kamer Ruimtelijke zaken, De secretaris,

de voorzitter,

(geanonimise rd)

(geanonimise rd) (EN geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN Sanders

Datum

verzending:

27 maart 2025

IJsseldijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4237/documents/58492