Concept-Convenant stichting OPO HvT en gemeenteraad Hof van Twente.pdf
Tekst van het document
CONCEPT Versie 19 september 2024
CONVENANT Stichting Openbaar Primair Onderwijs Hof van Twente en gemeenteraad Hof van Twente ONDERGETEKENDEN: 1.
De gemeente Hof van Twente, hierna te noemen ‘Gemeenteraad’;
2.
De stichting Openbaar Primair Onderwijs Hof van Twente, hierna te noemen ‘Stichting’. De ondergetekenden hierna gezamenlijk ook te noemen: "Partijen".
OVERWEGEN HET VOLGENDE: A. Het openbaar primair onderwijs in de gemeente Hof van Twente is sinds 1 januari 2008 verzelfstandigd en wordt volledig aangeboden door de stichting. B. Stichting OPO Hof van Twente betreft een stichting voor openbare scholen als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs ("Wpo"). C. De gemeenteraad houdt vanuit haar verantwoordelijkheid voor de continuïteit van het openbaar onderwijs extern toezicht op de stichting, op grond van en binnen de kaders van de Wpo. Die rol ligt op grond van de Wpo en de gemeentewet bij de gemeenteraad. D. Teneinde over en weer heldere verwachtingen te creëren en afspraken te maken, achten partijen het wenselijk om in dit convenant nadere afspraken te maken over de invulling van voornoemde bevoegdheden, alsmede de daartoe benodigde informatievoorziening, zulks in aanvulling op en ter uitwerking van het bepaalde in de onderwijswet- en regelgeving en de vastgestelde geldende statuten van de stichting. Het gaat hierbij om afspraken tussen partijen, die gelden ten aanzien van de openbare scholen voor primair onderwijs in de Hof van Twente. EN KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: Artikel 1. Externe verantwoording aan de gemeenteraad 1.
Het bestuur van de stichting legt extern verantwoording af aan de gemeenteraad, waarbij de verantwoording zich richt op de borging van het karakter van het openbaar onderwijs zoals neergelegd in artikel 46 Wpo, de borging van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de continuïteit van de instandhouding van de openbare school, conform het bepaalde in de Wpo. Artikel 2. Rolverdeling 1. De gemeenteraad is zich bewust van de zelfstandige positie van de stichting en het belang van een goed en onafhankelijk intern toezicht. De extern toezichthoudende rol van de gemeenteraad ziet dan ook in het bijzonder op de continuïteit van de instandhouding van de openbare scholen en de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 2. Daartoe heeft de gemeenteraad op grond van het bepaalde in artikel 48 van de Wpo ten aanzien van de stichting de navolgende taken en bevoegdheden: a. Bij de fusie, omzetting of opheffing van een openbare school of nevenvestiging kan de besluitvorming daartoe slechts genomen worden na een tijdige mededeling aan de gemeenteraad.
b. Bij een vermoeden van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur van de stichting of functioneren in strijd met de wet door de stichting treedt de gemeente in overleg met het college van bestuur van de stichting (of, indien het functioneren van het college betreft, de raad van toezicht). In geval van ernstige taakverwaarlozing neemt de gemeenteraad, na overleg met de raad van toezicht van de stichting de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. Bij ernstige taakverwaarlozing kan gedacht worden aan: i. de situatie waarin op de openbare scholen geen uitvoering wordt gegeven aan de materiële wezenskenmerken van het openbaar onderwijs; ii. een bestuur dat zo disfunctioneert, dat het geheel ontwricht is en daardoor noodzakelijke besluitvorming geen doorgang vindt. Gedacht kan worden aan zodanig onenigheid tussen de leden van het bestuur, tussen bestuur en toezicht en/of tussen bestuur en GMR waardoor besluitvorming niet plaatsvindt; iii. financieel wanbeleid als gevolg waarvan de continuïteit van de openbare scholen wordt bedreigd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de organisatie door het ministerie onder verscherpt financieel toezicht wordt geplaatst; iv.
wanneer de onderwijskwaliteit aanzienlijk achterblijft of als de leeropbrengsten verschillende jaren achterblijven, en adequaat reageren van het bestuur uitblijft, voor zover het openbaar onderwijs betreft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer één of meerdere scholen door het ministerie het oordeel ‘zeer zwak’ krijgen; 3. Het college van bestuur van de stichting is als vertegenwoordiger van het bevoegd gezag het eerste en formele aanspreekpunt voor de gemeenteraad. De portefeuillehouder onderwijs van het college van burgemeester en wethouders van de Hof van Twente is het eerste en formele aanspreekpunt voor de stichting. Artikel 3. Informatievoorziening 1.
De gemeenteraad en de stichting voeren minimaal eenmaal per jaar overleg, telkens op één van de openbare scholen gelegen in Hof van Twente, waarin de volgende onderwerpen aan de orde kunnen komen: a) de financiële positie van de stichting en de eventuele financiële aandachtspunten; b) de algemene beleidsvoornemens, het geldende meerjarenbeleidsplan voor de komende vier jaar, inclusief de daarbij behorende meerjarenbegroting inclusief financieel meerjarenbeleid; c) de borging van de professionaliteit van intern toezicht en bestuur; d) de borging van de wezenskenmerken van het karakter van het openbaar onderwijs; e) de naleving van de beginselen van goed bestuur; f) de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het kleine scholen beleid van de stichting, waaronder begrepen de instandhouding van mogelijke dislocaties van de scholen; g) de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de (eventuele) samenwerking met andere onderwijsorganisaties; h) alsmede al hetgeen voorts van belang kan worden geacht voor het uitoefenen van de extern toezichthoudende taak van de gemeenteraad; i) de onderlinge samenwerking tussen de gemeenteraad en de stichting; j) de evaluatie van dit convenant. 2. Op verzoek van de gemeenteraad zal de stichting in overleg treden met de gemeenteraad om een toelichting te verschaffen op de begroting en/of de jaarrekening. 3.
De stichting informeert tussentijds, voor zover niet in het periodieke overleg aan de orde is gekomen en indien daartoe aanleiding is, waar nodig onderbouwd en gemotiveerd, de gemeenteraad over de navolgende zaken:
a) de benoeming van nieuwe bestuurders, alsmede de eventuele taakverdeling binnen het college van bestuur; b) dreigende liquiditeitsproblemen; c) ontwikkelingen die substantiële invloed hebben op het realiseren van de doelstellingen van de stichting, het voortbestaan van de onderwijsorganisatie of de exploitatie van de onderwijsorganisatie. 4. Vanuit haar eindverantwoordelijkheid voor de continuïteit van het openbaar onderwijs zal de gemeenteraad bij dreigende problemen meedenken over en meewerken aan een oplossing, onder erkenning van de zelfstandige positie van de stichting. Alsdan is de stichting gehouden om nadere informatie te verstrekken zodat de gemeenteraad hier voldoende inzicht in verkrijgt om als eindverantwoordelijke die rol in te kunnen vullen. 5. Voorts brengt de gemeenteraad de stichting op de hoogte van eventuele ontwikkelingen binnen of ter zake de gemeente die van belang kunnen zijn voor de stichting. In het algemeen geldt het beginsel van “no surprise” in de relatie tussen de stichting en de gemeenteraad, voor zover het openbaar onderwijs in de gemeente Hof van Twente betreft of daarop betrekking kan hebben. 6. De uitnodiging voor het gesprek onder lid 1. geschiedt door de stichting. Tijdens het gesprek vindt er verslaglegging plaats. Artikel 4. Evaluatie 1.
Partijen evalueren ten minste elke vier jaar de werking van dit convenant, de onderlinge samenwerking en de invulling van en de verhouding tussen het interne en het externe toezicht. 2. Mocht één van partijen daaraan behoefte hebben, dan vindt de evaluatie als bedoeld in het eerste lid op een met redenen omkleed verzoek van die partij plaats op een eerder moment. Artikel 5. Slotbepaling 1. Op dit convenant en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen over en weer is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. 2. Dit convenant geldt voor onbepaalde tijd en eindigt – met uitzondering van die bepaling die de geschilbeslechting en de afwikkeling regelen – uitsluitend door opzegging met wederzijds goedvinden. 3. Wijzigingen kunnen slechts schriftelijk en met instemming van beide partijen worden doorgevoerd. De wijzigingen zullen zoveel als mogelijk aansluiten bij de inhoud en strekking van (de bepalingen in) dit convenant.
Aldus overeengekomen en ondertekend te _____________ op ___________ 2024.
De gemeente
____________________ Drs. H.A.M. Nauta – van Moorsel MPM Burgemeester
Stichting
____________________ Jasper Kok MA Directeur-bestuurder Stichting Openbaar Primair Onderwijs Hof van Twente