Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
ontwerp NL.IMRO.1735.BGxRijsswg18-OP10
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Inhoudsopgave
Toelichting
2
3
Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer
4 4 4 5 5 7
Hoofdstuk2 2.1 2.2
Huidige situatie Landschappelijke aspecten Situatie plangebied
8 8 8
Hoofdstuk3 3.1 3.2
Planbeschrijving Gewenste situatie Verkeer en parkeren
11 11 13
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
14 14 16 29
Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
34 34 35 35 36 38 40 41 43 44
Hoofdstuk6 6.1 6.2
Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf
47 47 48
Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen
49 49 49 51
Hoofdstuk8
Economische uitvoerbaarheid
53
Hoofdstuk9 9.1 9.2
Vooroverleg, inspraak & zienswijzen Vooroverleg Zienswijzen
54 54 54
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Toelichting
ontwerp
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Rijssenseweg 18 te Markelo, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Ter plaatse bevindt zich een woonperceel met daarachter gelegen een agrarisch perceel. Op het perceel staat een woning met enkele bijgebouwen. Het achtergelegen perceel is in agrarisch gebruik. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse een kleinschalig kampeerterrein te realiseren. Het beoogde kampeerterrein bevindt zich grotendeels op het agrarische perceel en voor een klein deel op het woonperceel. Het voornemen is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk, omdat een kampeerterrein niet is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van beide bestemmingen. Aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden binnen beide bestemmingen om een kleinschalig kampeerterrein mogelijk te maken wordt tevens niet voldaan. Tevens dient voor de bouw van gebouwen op de camping een sloopcompensatie plaats te vinden. Dit dient juridisch te worden geborgd. Daarom is een bestemmingsplanherziening benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan Rijssenseweg 18 te Markelo, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, ten noordoosten van de kern Markelo. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Markelo en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
4
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
1.3
De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxRijsswg18-OP10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen "Buitengebied Hof van Twente" (vastgesteld 9 december 2015), "Buitengebied Hof van Twente Veegplan 2018" (vastgesteld 10 juli 2018), "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019" (vastgesteld 15 oktober 2019) en "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" (vastgesteld 29 maart 2021) . Ten aanzien van de planologische situatie zijn bij voorliggend initiatief de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" opgenomen. Het plangebied is hierin aangegeven met de rode contour. Het daadwerkelijke kampeerterrein is kleiner dan het plangebied, dit omdat een deel van het plangebied is meegenomen omdat ter plaatse enkel landschapsmaatregelen plaatsvinden. Deze gronden dienene mee te worden genomen in het plangebied. Het daadwerkelijke kampeerterrein is met blauwe stippellijn aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
ontwerp
5
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemming 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. Ter plaatse van de agrarische bestemming geldt tevens de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch openheid'. Verder gelden voor het gehele plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologische verwachting 1', 'milieuzone - intrekgebied', de 'reconstructiewetzone verwevingsgebied' en de 'vrijwaringszone - radar'. Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn met name bestemd voor maximaal één woning en aan huis verbonden beroepen, met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Binnen de woonbestemming is een mogelijkheid opgenomen om een kleinschalig kampeerterrein toe te staan. Voorwaarden hiervoor zijn onder andere dat de afstand tot het bouwperceel van derden 100 m dient te bedragen en dat er sprake dient te zijn van een kampeerterrein bij een karakteristieke of monumentale woning. Vanwege de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' zijn aanvullende bepalingen opgenomen voor de uitoefening van niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Gronden met een agrarische bestemming zijn bestemd voor het behoud van de aanwezige landschapswaarden. Daarnaast zijn ze bestemd voor met name het agrarisch gebruik.
Vanwege de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - openheid' is specifiek bepaald dat boomkwekerijen niet zijn toegestaan en is bepaald dat deze openheid behouden en beschermd dient te worden. Ook binnen deze bestemming is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om een kleinschalig
6
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
kampeerterrein te realiseren. Hierbij is ook een voorwaarde dat het kampeerterrein tot een bouwperceel van derden minimaal 100 meter dient te zijn. De archeologische dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm. De aanduiding 'milieuzone - intrekgebied' beschermt de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening. Tot slot zijn de gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn mede bestemd voor een radarverstoringsgebied. Er zijn bepalingen omtrent bouwhoogte opgenomen. 1.4.3
Strijdigheid Een kampeerterrein is niet toegestaan binnen beide bestemmingen. Wel is er een afwijkingsbepaling opgenomen voor kleinschalige kampeerterreinen, echter kan niet aan alle voorwaarden voldaan worden. Zo ligt het terrein op een kortere afstand van bouwpercelen van omliggende (bedrijfs)woningen en is er binnen de woonbestemming geen sprake van een erf dat is aangeduid als karakteristiek. Er is dan ook een bestemmingsplanherziening benodigd om de ontwikkeling mogelijk te maken. Overigens is het geen belemmering dat de afstand van 100 meter tot de bouwpercelen van omliggende (bedrijfs)woningen niet wordt gehaald. In paragraaf 5.5 wordt daar nader op ingegaan.
1.5
Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.
ontwerp
7
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Landschappelijke aspecten Het plangebied ligt aan de Rijssenseweg in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, op circa een kilometer ten noordoosten van de kern Markelo. Het plangebied is gelegen in het 'oude hoevenlandschap', ook wel het 'kampenlandschap' genoemd. Dit is een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. De eerste nederzettingen, die bestonden uit groepjes kleine boerderijen, lagen op de overgangen van hoog naar laag, op of langs kleine ruggen en rond de koppen in het dekzandgebied. Om het akkerland tegen het vee te beschermen werd elke kamp omgeven door hagen of houtwallen. Deze beplantingen bepalen nog grotendeels het karakter van het gebied. De houtwallen, singels, bosjes, boomgroepen, weg- en erfbeplantingen maken het landschap aantrekkelijk. De verkaveling die mede gevormd is door de loop van de beken, de hoogteverschillen en de tracering van de wegen is de afgelopen eeuw weinig veranderd. In de omgeving van het plangebied liggen verspreid woonpercelen, enkele bedrijfspercelen en agrarische percelen in een overwegend agrarische landschap. Tevens liggen er verspreid bos/natuurpercelen.
2.2
Situatie plangebied Het plangebied zelf betreft een woonperceel met daarachter een agrarisch perceel. Op het woonperceel bevindt zich een woonhuis met enkele bijgebouwen. Het perceel is verder ingericht als tuin. Het agrarisch perceel bevindt zich ten zuiden en zuidoosten van dit woonperceel. Het betreft een esgrond die in gebruik is als grasland. Het plangebied wordt globaal begrens door een de Rijssenseweg en een bedrijfsperceel aan de noordzijde, bospercelen aan de oostzijde en agrarische gronden aan de zuiden westzijde. Aan de zuidzijde ligt een zandpad. In de volgende afbeeldingen zijn luchtfoto's en straatbeelden van de huidige situatie opgenomen. Het beoogde kampeerterrein is met gele omlijning aangegeven.
8
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2 Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview)
ontwerp
9
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
10
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
3.1.1
Algemeen
Planbeschrijving
Het plan betreft de realisatie van een kleinschalig kampeerterrein. Het plan gaat uit van een combinatie van duurzaamheid en kamperen. De camping wordt meteen ten zuiden van het woonperceel aangelegd. Het receptiegebouw en het toiletgebouw worden wel op het woonperceel gerealiseerd. Het gaat om een camping met comfortabele luxe plekken. De oppervlakte van de camping is circa 1,5 ha. De camping zal bestaan uit 25 plaatsen, een receptie en een centraal toiletgebouw. Deze gebouwen worden ondergebracht in typisch streekeigen bebouwing, zoals een vierroedige hooiberg. De gebouwen worden op het centrale erf, nabij de bestaande woning gerealiseerd. De duurzaamheid komt terug in het plaatsen van een nader te bepalen aantal zonnepanelen, het realiseren van duurzame sanitair-installaties, het realiseren van oplaadpunten voor auto's en fietsen en het indien mogelijk realiseren van een aardwarmtepomp. Momenteel zijn er reeds 37 zonnepanelen in een grondopstelling aanwezig voor het eigen gebruik. Naar verwachting zijn er voor de camping circa 100 zonnepanelen nodig. De wens bestaat om 3 laadpalen voor elektrische auto's te realiseren. Indien nodig kan dit aantal uitgebreid worden. De doelgroep van de camping betreft mensen boven de 50 jaar die zoeken naar rust, ruimte en ontspanning. Hierin kan de camping voorzien. De ruime plaatsen (circa 150 m2) dragen hier aan bij.
Ook de omgeving draagt hieraan bij. De camping is namelijk gelegen nabij een mountainbike route en aan de wandelroute 'het Pothoek ommetje'. Daarnaast is er volop gelegenheid om in de omgeving te wandelen en fietsen. Voor de bouw van deze twee gebouwen (receptie en toiletgebouw) dient ter compensatie een meervoud aan landschapsontsierende bebouwing te worden gesloopt. Deze verplichting is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. 3.1.2
Landschappelijke inpassing De camping bevindt zich op een voormalige esgrond. Hier werd vroeger, op kleine percelen de rogge en haver verbouwd en geoogst. Op het perceel grenzend aan de camping (circa 1 ha) wordt elk jaar nog graan verbouwd door de plaatselijke coöperatie. Markelokaal gebruik van gronden van derden voor het creëren van belangrijk gemeentegoed, zoals gezond lokaal voedsel. gezonde bodem, natuur en landschap. Dit gebruik wordt in de toekomst voortgezet. Initiatiefnemers van de camping zullen hier aan bijdragen. Ook zal dit deel landschappelijk worden ingepast door het plaatsen van enkele eiken langs de randen. De camping wordt volledig landschappelijk ingepast middels houtwallen, singels en bosjes, aansluitend bij het omliggende landschapskarakteristiek. Middels een nieuw model van langjarig landschapsbeheer krijgt het landschap een passend beheer en onderhoud. In de volgende afbeelding is allereest een plattegrond/tekening van de gewenste situatie weergegeven. Vervolgens is een impressie van de vormgeving van het toiletgebouw en de receptie weergegeven. Het volledige landschapsplan is in Bijlage 1 opgenomen.
ontwerp
11
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 3.1 Plattegrond gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)
Afbeelding 3.2 Impressie gewenste bebouwing (Bron: Initiatiefnemer)
12
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen Voor wat betreft de parkeernormering wordt aangesloten bij de gemeentelijke parkeernota. Voor wat betreft de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW publicatie toekomstbestendig parkeren (publicatie 381), aangezien de gemeentelijke parkeernota hierover geen cijfers noemt. De CROW gaat uit van een minimale en maximale verkeersgeneratie. Dit is de bandbreedte. In dit geval is uitgegaan van het gemiddelde.
3.2.2
Uitgangspunten De gemeente Hof van Twente heeft eigen parkeernormen vastgesteld. De parkeernormen maken onderscheid in functie, verstedelijkingsgraad en stedelijke zone. Voor wat betreft verstedelijkingsgraad en stedelijke zone wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: buitengebied
3.2.3
Parkeren Voor deze functie geldt op basis van de gemeentelijke parkeernota een parkeerbehoefte van 1,2 parkeerplaatsen per standplaats. In totaal betekent dit dat er 25*1,2 = 30 parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd. In dit geval is het mogelijk om bij elke campingplaats één auto te parkeren. Dit betreft 25 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt er een centraal parkeerterrein aangelegd waar ruimte is voor het parkeren van minimaal 10 auto's. Hiermee wordt er ruimschoots voldaan aan de parkeerbehoefte.
3.2.4
Verkeersgeneratie Op basis van de CROW geldt voor een kampeerplaats een verkeersgeneratie van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats. Totaal maakt dit 25*0,4 = 10 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Deze verkeersgeneratie kan eenvoudig worden afgewikkeld via de Rijssenseweg. Deze weg is van voldoende capaciteit om deze verkeersgeneratie eenvoudig en veilig te kunnen afwikkelen. Voor de camping zal een nieuwe veilige ontsluiting op de Rijssenseweg worden gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
ontwerp
13
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1
Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2
Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
Sterke en gezonde steden en regio's: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke
14
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (de voorloper van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
ontwerp
15
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI en Ladder voor duurzame verstedelijking De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de realisatie van een kampeerterrein van ongeveer 3 hectare, waar ruimte wordt geboden aan uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto’s, caravans of stacaravans, dan wel andere daarmee vergelijkbare voertuigen of onderkomens (ECLI:NL:RVS:2017:943) niet als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro wordt gezien. In een andere uitspraak heeft de Afdeling uitgemaakt dat de realisatie van enkele gebouwen voor verblijfsrecreatie in ieder geval niet wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Dit blijkt uit de uitspraak ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3398. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een kampeerterrein van 1,5 ha.
Met de uitbreiding wordt voorzien in de realisatie van standplaatsen met daarbij enkele gebouwen ten behoeve van de camping (een receptie en een sanitairgebouw). Gezien vorenstaande uitspraken kan worden gesteld dat voorliggende ontwikkeling niet aangemerkt kan worden als een stedelijke ontwikkeling. De camping is immers qua oppervlakte kleiner dan 3 ha. Daarnaast gaat het qua bebouwing om enkele gebouwen, die bedoeld zijn ten behoeve van de kampeerfunctie. Een nadere toetsing aan de ladder kan dan ook achterwege blijven.
4.2
Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden.
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid;
16
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Aan de hand van deze drie stappen kan bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
ontwerp
17
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1
Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouwen kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
4.2.3.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de –
18
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3
Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.4.1
Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) 2.13.3 (Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden) 2.13.5 (niet-risicovolle functies, niet-risicovolle functies en grote risicovolle functies in intrekgebieden en 2.13.8 (intrekgebieden met stedelijke functies), uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is;
ontwerp
19
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plan voorziet in uitbreiding van een andere dan stedelijke ontwikkeling die een extra ruimtebeslag op de groene omgeving door bouwen en verharden. Ten aanzien van het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik kan gesteld worden dat de nieuwe bebouwing ten behoeve van de camping aansluit bij het bestaande erf, zowel qua positie als stedenbouwkundige vormgeving. Daarmee is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Voor wat betreft het kampeerterrein zelf betreft dat er geen sprake is van nieuwe bebouwing. Bovendien wordt dit kampeerterrein landschappelijk ingepast, aansluitend bij de daar voorkomende gebiedskenmerken.
Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5): Principe van ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, door de realisatie van het kampeerterrein, de bouw van bijbehorende gebouwen die passen bij de karakteristieken van de omgeving (zie ook afbeelding 3.2) en de bijbehorende landschappelijke inpassing. Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagraven wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene
20
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel De gehele ontwikkeling wordt op een adequate wijze landschappelijk ingepast. Daarnaast wordt er als compensatie voor de bouw van extra gebouwen elders in de gemeente een meervoud aan landschapsontsierende gebouwen gesloopt. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan hiermee in verhouding met de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. In paragraaf 4.2.6 wordt uitgebreid ingegaan op de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het gestelde in artikel 2.1.6. Artikel 2.13.3 Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden Bestemmingsplannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening.
Artikel 2.13.5 Niet-risicovolle functies en grote risicovolle functies in intrekgebieden In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden kunnen in intrekgebieden ook nieuwe niet-risicovolle en grote risicovolle functies worden toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan het stand still-principe. Artikel 2.13.8 Intrekgebieden met stedelijke functies In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 en onverlet het bepaalde in de artikelen 2.13.5 en 2.13.6 kunnen binnen intrekgebieden met stedelijke functies nieuwe grote of grootschalige risicovolle functies worden toegestaan mits deze functie voldoet aan de eis van een goede ruimtelijke ordening en aan het stand still-principe. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.13.3 en 2.13.5 zijn hierna opgenomen: niet-risicovolle functies: alle functies behalve harmoniërende functies en grotere of grootschalige risicovolle functies. harmoniërende functies: functies die goed samengaan met de drinkwaterwinning. grote en grootschalige risicovolle functies: functies die gelet op de risico's voor de grondwaterkwaliteit én als zodanig, ongewenst zijn in grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden.
stand-stillprincipe: beginsel dat erop gericht is verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico's op verontreiniging van het grondwater te voorkomen Toetsing van het initiatief aan artikel 2.13.3, 2.13.5 en 2.13.8 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt in een intrekgebied voor stedelijke functies. Harmoniërende functies gaan goed samen met drinkwaterwinning en grondwaterbescherming. Deze worden aangeduid als toelaatbaar. Onder harmoniërende functies worden onder andere verstaan: extensieve landbouw, extensieve recreatie, kleinschalige verblijfsrecreatie, natuur, bosbouw (nieuwe) landgoederen en buitenplaatsen" (Bron: Aan de slag met de methodiek 'gebiedsgerichte grondwaterbescherming, Tauw, 11 augustus 2009). De voorgenomen functies betreffen gezien vorenstaande omschrijving, harmoniërende functies voor de drinkwatervoorziening. Het gaat immers om extensieve recreatie.
ontwerp
21
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Nieuwe niet-risicovolle functies en harmoniërende functies zijn toegestaan, mits wordt voldaan het stand-stillprincipe (beginsel dat gericht is om verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico's op verontreiniging te voorkomen). Er is sprake van een nieuwe niet-risicovolle functie waarbij, gezien de aard van de ontwikkeling, wordt voldaan aan het stand-stillprincipe. Het realiseren van de externe recreatie binnen het plangebied leidt namelijk niet tot verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Bovendien is er door het opheffen van de agrarische mogelijkheden per saldo sprake van een verbetering voor de grondwaterkwaliteit. Agrarische functies worden namelijk aangemerkt als risicovolle functies. Dit komt ten goede komt aan de functie van het gebied als intrekgebied. In de regels van het bestemmingsplan is ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater binnen het intrekgebied de gebiedsaanduiding 'milieuzone - intrekgebied' Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.13.3, artikel 2.13.5 en artikel 2.13.8 uit de Omgevingsverordening. 4.2.4.2
Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied is op de ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt met het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart opgenomen.
22
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 4.2 Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel) “Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Recreatieve functies worden als passend gezien in het mixlandschap. Dit zorgt voor het vitaal houden van het landelijk gebied. De functie zorgt niet voor een belemmering van omliggende functies, waarmee gesteld wordt dat het daarmee in harmonie wordt ontwikkeld.
Tevens zorgt de landschappelijke inpassing en de bouw van gebouwen in karakteristieke stijl ervoor dat cultuurhistorie en het landschappelijke karakteristiek wordt versterkt. Het voornemen is hiermee in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.
ontwerp
23
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
4.2.4.3
Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' kan in dit geval buiten beschouwing worden gelaten, aangezien voor de locatie en de aangrenzende gronden met betrekking tot deze ontwikkelingsperspectieven geen specifieke eigenschappen gelden. Ook de laag van de beleving is buiten beschouwing gelaten aangezien er voor deze laag ook geen specifieke kenmerken gelden ter plaatse van het plangebied. 1.
De Natuurlijke laag
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Stuwwallen'. In afbeelding 4.3 is dat weergegeven.
Afbeelding 4.3 Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied.
24
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Stuwwallen” De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de 'ingangen' van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving.
Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De ambitie van de provincie speelt in op het gebruik van passende natuurlijke beplanting, evenals het versterken en beleefbaar (zichtbaar) maken van de natuurlijke ondergrond en het reliëf. Bij de landschappelijke inpassing van de voorliggende ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten. Voorzover er nog sprake is van hoogteverschillen blijven deze behouden. Het één en ander blijkt ook uit het in Bijlage 1 opgenomen erfinrichtingsplan. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de natuurlijke laag. 2.
De laag van het agrarische cultuurlandschap
Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel is men het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Essenlandschap'. In afbeelding 4.4 is dit aangegeven.
ontwerp
25
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 4.4 Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) “Essenlandschap” Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing van de voorliggende ontwikkeling aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Binnen de voorliggende ontwikkeling wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de ambities binnen de ontwikkelingsperspectief van het essenlandschap. De bebouwing wordt op het bestaande erf gebouwd, zodat de achterliggende es open blijft. De camping ligt op de es en wordt middels een landschappelijke inpassing versterkt. Middels het landschapsplan (Bijlage 1) wordt getracht om zoveel mogelijk streekeigen beplanting, kenmerkend voor het jonge heide- en ontginningslandschap, te behouden en toe te voegen.
26
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
4.2.5
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving
4.2.5.1
Algemeen De kwaliteit van het Overijsselse landschap en de sociaal-economische ontwikkeling van het landelijk gebied gaan hand in hand en vormen de basis voor allerlei ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
4.2.5.2
Methodiek De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en/of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, dient het volgende model gevolgd te worden:
ontwerp
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
Afbeelding 4.5: Modelschema Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (Bron: Provincie Overijssel) Toetsing Generiek beleid Zoals blijkt uit de toetsing aan de generieke beleidskeuzes in subparagraaf 4.2.4.1 brengen deze generieke beleidskeuzes geen belemmering met zich mee. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze subparagraaf. Ontwikkelingsperspectieven In subparagraaf 4.2.4.2 wordt getoetst aan het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling goed aansluit en passend is binnen het geldende ontwikkelingsperspectief, mits geïnvesteerd wordt in de ruimtelijke kwaliteit. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze subparagraaf. Gebiedseigen of gebiedsvreemdeontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een kampeerterrein. Recreatie maakt een onlosmakelijk deel uit van de gemeente Hof van Twenteen in het bijzonder het gebied rondom Markelo. Dit blijkt ook uit de aanduiding 'mixlandschap'. Van oorsprong is het echter een gebied dat met name werd gebruikt voor natuur en landbouw. Gezien vorenstaande wordt de ontwikkeling getypeerd als gemiddeld (beetje gebiedseigen). Schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving De camping heeft een relatief kleine oppervlakte (circa 1,5 ha). Bovendien wordt de
28
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
camping volledig landschappelijk ingepast. Gezien de kleinschaligheid zal er daarnaast sprake zijn van een geringe toename aan verkeersbewegingen. Gezien vorenstaande wordt de schaal en impact op de omgeving ingeschaald op neutraal. Commercieel belang versusmaatschappelijk belang De ontwikkeling dient grotendeels een eigen belang. Door de ontwikkeling wordt het belang van de ondernemer gediend. Daarnaast worden ook de volgende maatschappelijke belangen gediend: versterken verblijfsrecreatie, verbeteren kwaliteit buitengebied (door de sloop van bebouwing elders) en vergroten economische activiteiten in het buitengebied. Met de landschappelijke inpassing geeft het invulling aan het beleefbaar maken van het gebied. Het vergroot de beleving van de natuur voor recreanten zoals beschreven in de Laag van de beleving van de Omgevingsvisie. Het grootste belang is echter het eigenbelang. Gezien vorenstaande wordt er in dit geval van een beetje landschappelijk belang. Conclusie Aangezien de ontwikkeling een beetje gebiedseigen is, de impact op de omgeving neutraal is en het plan met name eigen belang dient, is de noodzakelijke extra investering in ruimtelijke kwaliteit bovenop de basisinspanning die voor ieder ruimtelijk plan geldt vereist.
In dit geval wordt dit bereikt door enerzijds de sloop van landschapsontsierende bebouwing elders en anderzijds door het beheren en onderhouden van een agrarisch perceel van circa 1 ha voor de verbouw van graan ten behoeve van de plaatselijke coöperatie. Er wordt daarmee voldaan aan de KGO. 4.2.6
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. Bovendien heeft de provincie het kader van 'voorkant samenwerking' gereageerd dat zij kunnen instemmen met het plan.
4.3
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorliggende ontwikkeling worden in dit hoofdstuk behandeld.
4.3.1
Hof van Twente, zicht op 2030
4.3.1.1
Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 11 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld.
ontwerp
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Rijssenseweg 18 Markelo
4.3.1.2 Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.
Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. 4.3.1.3 Streefbeeld 11: Nieuw evenwicht in functies in het buitengebied is ontstaan met een nieuwe toeristisch-recreatieve publiekstrekker Hof van Twente kenmerkt zich door kleinschalige initiatieven en een hoge mate van vakmanschap. In deze combinatie zijn in 2030 veel kleine innovaties gemaakt. Denk aan knooperven waar eigenaren zorgdragen voor landschapselementen als paden en houtwallen. Of verschillende vormen van CO2 reductie bij agrarische bedrijven en hun toe- en afvoer. Of de kennis die we opbouwen in het toekomstbestendig maken van onze gemeente in het licht van vergrijzing en krimp. Het aandeel van recreatie en toerisme in de lokale economie is in 2030 onverminderd groot in Hof van Twente. De toeristisch-recreatieve infrastructuur is geoptimaliseerd. Het landschap is de belangrijkste drager voor recreatie en toerisme en is daarom sturend in de mogelijkheden die er zijn. Er is invulling gegeven aan de behoefte die er was aan de toevoeging van een attractie van bovenregionaal belang. Hierbij is actief gebruik gemaakt van de toeristisch-recreatieve potentie die het gebied de Domelaar in Markelo bood, na de afbouw van de zandwinningsactiviteiten.
Er zijn attracties voor gezinnen en er is een verbeterde verknoping van de bestaande attracties en verblijfaccommodaties in de regio in de vorm van arrangementen. 4.3.1.4
Toetsing De gewenste ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. De camping wordt namelijk landschappelijk ingepast waarbij er een grote impuls wordt gegeven aan de landschappelijke kenmerken. In paragraaf 3.1.2 is hier uitgebreid op ingegaan. Hiermee past het initiatief in het streven van streefbeeld 10 om de structuur van het landschap te behouden en te versterken. Ten aanzien van streefbeeld 11 geldt dat het initiatief past binnen het streven om het landschap als belangrijkste drager te laten dienen voor recreatie en toerisme en daarmee als sturend in de mogelijkheden te laten zijn. Het landschappelijke patroon vormt namelijk de basis op grond waarvan de camping is ingetekend. Tevens is er sprake van concrete behoefte, waarmee de functie inspeelt op de vraag naar campings in het toeristische gebied rond Markelo.