Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden-gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
Gekoppeld aan de Omgevingsvisie is op 21 juni 2022 eveneens de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld met daarin alle wijzigingen van de 'Omgevingsverordening Overijssel 2017' tot en met het ontwerp Actualisatie Omgevingsverordening 2022. Omgevingsvisie Overijssel Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Voor het aspect Duurzame kwaliteit is de provinciale ambitie onder meer gericht op het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Bij Ruimtelijke kwaliteit dient elkeontwikkeling iets bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Deze kwaliteit kan worden versterkt door essentiële gebiedskenmerken te koppelen
28
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
aan nieuwe ontwikkelingen. Tot slot zijn de provinciale ambities voor het aspect Sociale kwaliteit het koesteren van het Overijssels 'noaberschap' en het stimuleren van de culturele identiteit. Sector Toerisme & Recreatie Binnen de omgevingsvisie vormt toerisme en recreatie (T&R) een belangrijke economische pijler van Overijssel en stimuleert de provincie de verbetering van de kwaliteit en het vergroten van de diversiteit van bestaande verblijfsaccommodaties. Een belangrijke trend in de verblijfsrecreatie is immers een toename van de vraag naar een gevarieerd aanbod en een hogere kwaliteit. In haar omgevingsvisie constateert de provincie echter dat het aanbod aan verblijfsaccommodaties in Overijssel niet goed aansluit op de behoeften van recreanten en toeristen. Kwantitatief is er in principe voldoende aanbod, kwalitatief schiet het nog te kort. Verdere uitbreiding van het aantal recreatiewoningen is ongewenst omdat bij een te lage bezettingsgraad van recreatiewoningen het risico van permanente bewoning toeneemt. Daarnaast is het uit het oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik ongewenst om nieuw aanbod ('meer van hetzelfde') te creëren dat niet zal worden opgenomen door de recreatieve verhuurmarkt.
Provinciaal beleid is dan ook dat recreatiewoningen op recreatieparken beschikbaar dienen te zijn voor de verhuur omdat hierdoor meer mensen kunnen profiteren van deze verblijfsrecreatieve voorzieningen en er meer toeristen naar Overijssel kunnen komen. De provincie verwacht dat door de steeds wisselende vakantiegangers, het economische effect (= bestedingen) voor de omgeving groter is. Bedrijfsmatige exploitatie van complexen van recreatiewoningen biedt garanties dat de recreatiewoningen ook op de lange termijn beschikbaar blijven voor verhuur. Uitgangspunt blijft dat permanente bewoning van recreatiewoningen en -verblijven op recreatieparken niet is toegestaan. Om het huidige aanbod aan recreatiewoningen meer te laten aansluiten op de vraag zet de provincie in op kwaliteitsverbetering en het vergroten van de diversiteit in het aanbod aan verblijfsaccommodaties in Overijssel. Mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties ziet de provincie in beginsel alleen in Noordwest-Overijssel. Daarbuiten is er alleen ruimte voor nieuwe recreatiewoningen indien er sprake is van een innovatief concept of als de realisatie van nieuwe recreatiewoningen onderdeel uitmaakt van een kwaliteitsimpuls voor een bestaand recreatiepark.
Deze kwaliteitsimpuls betreft die situaties, waarin een bestaand recreatieterrein een totale verbetering ondergaat door investeringen in de aanwezige recreatieve verblijfsmogelijkheden, waarbij voor de exploitatie ook nieuwe recreatiewoningen moeten worden toegevoegd. Daarbij geldt dat ook geïnvesteerd moet worden in de inpassing van het recreatieterrein in het landschap, waardoor niet alleen de kwaliteit van de voorziening verbetert, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Bij dit alles dient sprake te zijn van een innovatief concept dan wel een kwaliteitsimpuls van bestaande recreatieterreinen, waarvan de bouw van nieuwe recreatiewoningen deel uitmaakt. Onder innovatieve concepten worden verblijfsrecreatieve voorzieningen verstaan, die voorzien in een aanbod waarin de markt tot dusver nog niet voorziet en die een meerwaarde vormen voor de T&R-sector in Overijssel. Omgevingsverordening Overijssel Vanuit de Omgevingsvisie is in de Omgevingsverordening het principe vastgelegd dat alleen nog ruimte wordt geboden voor de bouw van nieuwe recreatiewoningen als sprake is van een innovatief concept en als verzekerd is dat de recreatiewoningen voor de verhuur beschikbaar zijn en bedrijfsmatig geëxploiteerd zullen worden.
Onder innovatieve concepten worden verstaan verblijfsrecreatieve voorzieningen die voorzien in een nieuw aanbod waarin de markt tot dusver nog niet voorziet en die een meerwaarde bieden voor het toeristisch-recreatieve product van Overijssel. Met het oog op genoemde aspecten zijn met name de volgende artikelen uit de omgevingsverordening van belang:
ontwerp
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
Artikel 2.12.2 Nieuwe recreatiewoningen Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de bouw van nieuwe recreatiewoningen als: er sprake is van een innovatief concept; verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden en de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. Artikel 2.12.5 Verbod op permanente bewoning In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op recreatiewoningen en -verblijven worden regels opgenomen die permanente bewoning daarvan uitsluiten. Toetsing Buitengoed Westerholt Toetsing van Buitengoed Westerholt aan het provinciale beleid betreft met name de aspecten 'Duurzame kwaliteit' en 'Ruimtelijke kwaliteit' alsmede het borgen van het verblijfsrecreatieve karakter van het planconcept. Ten aanzien van eerstgenoemde kwaliteitsaspecten geldt dat de planvorming voor Buitengoed Westerholt gestart is vanuit de centrale vraagstelling 'Welke mogelijkheden bieden de huidige omgevingskwaliteiten en welke kwaliteitsimpuls kan aan het gebied worden toegevoegd?'. Dit betekent op voorhand dat de basis voor de herontwikkeling van Camping Westerholt tot Buitengoed Westerholt met name is gelegen in het leveren van een meerwaarde aan de omgevingskwaliteit in dit deel van Ambt Delden.
Het versterken van deze kwaliteit, door kenmerkende landschapselementen te integreren in de planvorming, komt onder meer tot uiting in de vorming van de zachte bosrand en de wijze van positionering van de recreatiewoningen daarbinnen. Een vergelijkbare redenatie geldt voor de vorming van de boomgroepen in het vrije veld, met daarbinnen de folly's. Vervolgens draagt het ontmoedigen van parkeren van de auto's bij de recreatiewoningen en het positioneren van de centrale parkeerplaats in het dichte bos (en daarmee uit het directe zicht) bij aan zowel de recreatieve als landschappelijke belevingswaarde van het plangebied. Bedrijfsmatige exploitatie van de recreatiewoningen zal zowel op publiekrechtelijke als privaatrechtelijke wijze worden geborgd. Hierdoor ontstaat een solide basis voor een toekomstbestendig en daarmee duurzame ontwikkeling van het beoogde Buitengoed Westerholt. Het aspect duurzaamheid kan hierbij mede worden gezien vanuit economisch (meer bestedingen binnen T&R sector) en maatschappelijk (werkgelegenheid, sociale zekerheid) oogpunt. Naast de diversiteit aan geboden recreatieve verblijfsaccommodaties omvat het planconcept tevens een diversiteit aan (algemeen toegankelijke) recreatieve voorzieningen en ontspanningsmogelijkheden voor zowel de gasten van de recreatiewoningen als de overige bezoekers van Buitengoed Westerholt.
Op grond van het voorgaande kan worden gesteld dat het planconcept, vanuit de – op meerdere fronten - geboden diversiteit en de hieraan onlosmakelijk verbonden luxe en comfort, gezien kan worden als een innovatief concept met een meerwaarde voor het toeristisch-recreatieve product van Overijssel. Tevens draagt de wisselwerking tussen planvorming en omgeving bij aan zowel de kwaliteit van de fysieke leefomgeving als de beleving van deze omgeving. Tot slot kan worden gesteld dat het beoogde Buitengoed Westerholt past binnen het provinciale streven om 'alles uit de kast' te halen om de potentiële ruimtelijke identiteiten en kwaliteiten van Overijssel te verzilveren. Conclusie Het transformeren van Camping Westerholt naar Buitengoed Westerholt is in lijn met de kwaliteitsambities van de provincie Overijssel. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
30
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
Om de bijdrage van een initiatief aan haar ambities nader te kunnen toetsen hanteert de provincie het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. Hierin staan achtereenvolgens de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Aan de hand van deze drie stappen bepaalt de provincie of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Om een en ander te kunnen toetsen is het uitvoeringsmodel opgebouwd uit de volgende drie niveaus: Generieke beleidskeuzes: 'of'. Ontwikkelingsperspectieven: 'waar'. Gebiedskenmerken: 'hoe'.
Generieke beleidskeuzes (de 'of' vraag) De vraag óf een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes. Het betreft hier algemene beleidskeuzes, die door Europa (bijvoorbeeld Natura2000-gebieden),het Rijk (Ladder voor duurzame verstedelijking) en de provincie (NNN) zijn genomen en waarmee gemeenten bij het opstellen van beleid rekening dienen te houden. Met name vanuit de basisgedachte van duurzame verstedelijking omvatten generieke beleidskeuzes ook de overwegingen om te komen tot een passend aanbod van bijvoorbeeld (recreatie)woningen. In Overijssel is een aantal generieke beleidskeuzes van toepassing op nagenoeg alle thema's en locaties. Het gaat hierbij met name om: Integraliteit: transparante en evenwichtige afweging tussen alle relevante ecologische, economische en sociaal-culturele belangen draagt bij aan een duurzame ontwikkeling. Toekomstbestendigheid: initiatieven moeten voorzien in de behoefte van de huidige generatie en tevens de opties open houden om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en van het beheer van natuurlijke voorraden. (Boven)regionale afstemming: vraag en aanbod per regio dienen in balans te zijn of te worden gebracht. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik: onnodig nieuw ruimtebeslag dient te worden voorkomen.
Dit begint bij de vraag of er wel een maatschappelijke behoefte is aan de beoogde ontwikkeling. Vanuit het principe 'inbreiding gaat voor uitbreiding' moet vervolgens eerst zoveel mogelijk de bestaande benutte ruimte gebruikt worden,
ontwerp
31
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
voordat beslag mag worden gelegd op de onbebouwde Groene Omgeving. Toetsing Buitengoed Westerholt In lijn met de toetsing aan de provinciale kwaliteitsambities kan ten aanzien van de generieke beleidskeuzes worden gesteld dat realisatie van Buitengoed Westerholt een positieve bijdrage levert aan de hieraan gekoppelde toetsingscriteria. Aanvullend kan voor het aspect 'Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' worden gesteld dat de beoogde situatie meer ruimte biedt voor het oorspronkelijke landschap en aanwezige natuur. De voorgenomen herontwikkeling van camping Westerholt betekent immers dat de huidige kampeerplaatsen (circa 200) worden vervangen door een substantieel kleiner aantal recreatiewoningen (40), gerealiseerd in 'slechts' 21 bouwwerken. Mede gezien het T&R-belang van een grotere diversiteit aan recreatiewoningen (accommodaties geschikt voor groepen van 2 tot 12 personen) is het voor het realiseren van de gewenste diversiteit aan en de beoogde reductie van het aantal bouwvolumes nodig om op Buitengoed Westerholt recreatiewoningen toe te staan met een volume groter dan 300 m3. Het planologisch mogelijk maken van grotere bouwvolumes komt daarbij tegemoet aan zowel de gewenste ruimtelijke kwaliteit als een maatschappelijke behoefte.
Conclusie generieke beleidskeuzes De herontwikkeling van camping Westerholt tot Buitengoed Westerholt is in overeenstemming met de generieke beleidskeuzes van de provincie Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven (de 'waar' vraag) Ter beantwoording van de vraag 'waar' het initiatief het best past of ontwikkeld kan worden heeft de provincie ontwikkelingsperspectieven opgesteld, met daarbij een onderscheid tussen perspectieven voor de Groene en de Stedelijke Omgeving. Voor het ontwikkelplan Buitengoed Westerholt zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving aan de orde. Het provinciale belang is hier vooral gericht op het behoud en de versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers. Ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving De provincie ziet de Groene Omgeving, ofwel het grondgebied buiten de steden, dorpen en hoofdinfrastructuur, als een mozaïek van woon-, werk-, beleef- en natuurlandschappen, waar diverse beleidsambities goed samen gaan. Binnen de Groene Omgeving onderscheidt de provincie drie ontwikkelingsperspectieven: 1. De zone 'Ondernemen met Natuur en Water'. 2. Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap. 3. Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.
In de Omgevingsverordening is de regelgeving voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving gekoppeld aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De KGO is door de provincie ingesteld om een balans te realiseren tussen ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. De provincie biedt daarmee ruimte aan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, onder de voorwaarde dat er tevens wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van de Groene Omgeving. De KGO is van toepassing op ontwikkelingen die niet in het geldende bestemmingsplan passen, waarbij de KGO het mogelijk maakt om maatwerk te leveren bij de vorming van ruimtelijke kwaliteit. De provincie benadert ontwikkelingen in de Groene Omgeving daarbij als volgt: Ruimte voor een sociaaleconomische ontwikkeling wordt geboden als deze vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is, past in het ontwikkelingsperspectief ter plekke en volgens de Catalogus gebiedskenmerken wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden voorwaarden gesteld om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat daarbij altijd om goede
32
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Bij grootschalige ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van bestaand) wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit. Vanuit het basisprincipe van de KGO kunnen bestemmingsplannen voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én is aangetoond dat het (eventuele) verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing Buitengoed Westerholt Buitengoed Westerholt is voorzien op gronden, die op de Ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie zijn aangeduid als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en 'Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het NNN' (zie figuur 3.3).
De bouw van recreatiewoningen is voorzien binnen de perceelgrenzen van de voormalige camping en daarmee op gronden, vallend onder het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied. Het gaat dan vooral om het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen. Binnen dit ontwikkelingsperspectief zijn met name de volgende ruimtelijke kwaliteitsambities aan de orde: Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap. Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel. Het ruimtelijk ontwerp voor Buitengoed Westerholt is opgesteld vanuit de vertrekpunten: Het plaatsen van recreatiewoningen in clusters (soort van Twentse boerenerven) aan de rand van het plangebied, zodanig dat voldoende ruimte tussen de verschillende clusters wordt gewaarborgd en de zichtlijnen naar het centrale veld open blijven. Het vormen van een 'zachte' overgang tussen het centrale veld en de (beboste) omgeving van Buitengoed Westerholt. Het vormen van een beperkt aantal compacte boomgroepen, met per boomgroep een follie, waarmee extra groenaccenten aan het open veld worden toegevoegd.
Gesteld kan worden dat het resulterende schetsontwerp op passende wijze tegemoet komt aan de kwaliteitsambities van het hier geldende ontwikkelingsperspectief. De westelijk in het plangebied gelegen agrarische gronden behoren tot de zone 'Ondernemen met Natuur en Water buiten het NNN'. Binnen deze zone hanteert de provincie als ambitie dat ruimtelijke ontwikkelingen bij dienen te dragen aan een
ontwerp
33
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
kwaliteitsimpuls voor natuur, landschap en water, waarmee tevens het samenhangend stelsel van natuurgebieden en de regionale economie worden versterkt. Voor deze zone geldt het 'ja, mits'-beleid: ja, er is ruimte voor ontwikkelingen, mits deze bijdragen aan een kwaliteitsimpuls voor landschap, natuur en water. Op de westelijk in het plangebied gelegen agrarische gronden is niet voorzien in de realisatie van bouwvolumes of andere kunstwerken. Deze gronden zullen een (overwegend) ongewijzigde voortzetting van het agrarisch gebruik kennen, al dan niet met inbegrip van kleinschalig recreatief medegebruik. Conclusie ontwikkelingsperspectieven De herontwikkeling van camping Westerholt tot Buitengoed Westerholt geeft een positieve invulling aan de ontwikkelingsperspectieven van de provincie Overijssel. Gebiedskenmerken (de 'hoe' vraag) Bij de vraag 'hoe' het initiatief ingepast kan worden in het landschap spelen gebiedskenmerken een belangrijke rol. Hierbij gaat het om de ruimtelijke kenmerken van een gebied(stype), die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel heeft de provincie in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en die behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.
Bij gebiedskenmerken maakt de provincie onderscheid in vier lagen, die niet los van elkaar staan en altijd met elkaar verbonden zijn: De natuurlijke laag. De laag van het agrarisch cultuurlandschap. De stedelijke laag. De laag van de beleving. Op voorhand kan worden gesteld dat de ligging in of bij landschappen met hoge landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten een belangrijk kenmerk is van gebieden voor verblijfsrecreatie. De verblijfsrecreatie is voor haar voortbestaan dan ook erg afhankelijk van deze kwaliteiten. De 'Natuurlijke laag' Het nader afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer mede beeldbepalend worden. Om (nieuwe) gebiedsinrichtingen en –functies goed op elkaar te kunnen afstemmen hanteert de provincie de volgende punten: Functies en inrichting afstemmen op condities natuurlijke laag en watersysteem. Beplantingen en inrichting afstemmen op natuurlijke vegetaties. Weer tevoorschijn halen van de natuurlijke laag en het watersysteem. Het plangebied is op de provinciale gebiedskenmerkenkaart 'Natuurlijke laag' aangeduid als 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes' (zie figuur 3.4).
Realisatie van de recreatiewoningen is voorzien binnen de perceelgrenzen van de voormalige camping, gelegen binnen het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes'. Voor dit gebiedstype geldt als ambitie om de functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap meer betekenis te geven. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dienen deze onder
34
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
meer bij te dragen aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. De herontwikkeling van camping naar Buitengoed Westerholt brengt een substantiële reductie van het bebouwde oppervlak c.q. verhard terrein met zich mee. Niet alleen de beleving van het gebiedstype Beekdalen en natte laagtes krijgt hierdoor meer impact, ook het aspect 'Water' krijgt door deze herontwikkeling meer ruimte. De westelijk in het plangebied gelegen agrarische gronden zijn gelegen binnen het gebiedstype 'Dekzandvlakten en ruggen'. Dit gebiedstype heeft op provinciaal niveau een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dienen deze bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Dit kan bijvoorbeeld door een de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Aangezien de agrarische gronden een (nagenoeg) ongewijzigd gebruik kennen, zullen de specifieke gebiedskenmerken hier niet worden aangetast. Resumerend worden de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag niet wezenlijk beïnvloed door het realiseren van Buitengoed Westerholt.
Gelet op de waterhuishouding wordt, conform de Watertoets van Waterschap Vechtstromen (zie paragraaf 4.3 van deze Toelichting), op passende wijze rekenschap gehouden met de waterbelangen. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de laag van het agrarisch cultuurlandschap gaat het er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden hierbij als ruimtelijke kwaliteitsaspecten gewaardeerd. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid als 'Oude hoevenlandschap'.
Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dienen deze bij te dragen aan het behoud en de accentuering van dragende structuren (groenstructuur, routes) en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen elementen van dit landschapstype. Zoals ook bij de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Ruimte is gesteld, kan de realisatie van Buitengoed Westerholt worden gezien als een ontwikkeling met een positieve werking op de groenstructuren en landschapselementen op en rondom het plangebied. De 'Laag van de beleving'
ontwerp
35
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit en van recreatieve gebruiksmogelijkheden, die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van de beleving' aangeduid als 'Donkerte'.
Donkerte wordt door de provincie beschouwd als een te koesteren kwaliteit. Ambitie daarbij is om de huidige 'donkere' gebieden ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, terreinen en dergelijke. Het planconcept voor Buitengoed Westerholt heeft als vertrekpunt het terughoudend omgaan met lichtbronnen en verlichting. Lichtvervuiling in de nachtperioden zal worden vermeden. Meer concreet zijn in de planvorming de volgende algemene uitgangspunten aan de orde: Minimaliseren van kunstlicht. Noodzakelijke verlichting is natuurvriendelijke, gerichte verlichting (waarbij er minimale weerkaatsing en uitstraling is van het licht naar de omgeving). Verlichting in warme kleuren (oranje, amber, warmwit) in plaats van fel wit licht, omdat dit bij de meeste dieren minder verstoring veroorzaakt. Dynamische verlichting, die alleen aangaat wanneer er activiteit is, heeft de voorkeur. Aansluitend zijn de volgende uitgangspunten aan de orde als het gaat om verlichting van de erven, wegen en paden: Buitenverlichting wordt alleen aangebracht aan de zijde van het gezamenlijke erf. Buitenverlichting zit vast aan de gebouwen (bijvoorbeeld door middel van een wandarmatuur of in het gebouw geïntegreerde verlichting).
Er wordt geen gebruik gemaakt van ledstrips, alleen van individuele lichtpunten. De folly's en de route naar de folly's worden niet verlicht. Een 'avontuurlijke' route met zaklamp naar de folly's en een donkere sterrenhemel zijn onderdeel van de beleving. Alleen de toegangslaan, parkeerplaats en de rondweg worden ter navigatie verlicht met op de grond gerichte verlichting. Overige wegen en paden blijven donker. Verlichting langs wegen: op grond gerichte, lage verlichting. De 'Stedelijke laag' Het plangebied voor Buitengoed Westerholt valt buiten de reikwijdte van de 'Stedelijke laag'.
36
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
Conclusie gebiedskenmerken De herontwikkeling van camping Westerholt tot Buitengoed Westerholt levert een positieve bijdrage aan de gebiedskenmerken in dit deel van Overijssel. Conclusie provinciaal beleid De realisatie van Buitengoed Westerholt is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeente Hof van Twente Structuurvisie landelijk gebied In de Structuurvisie landelijk gebied, vastgesteld in mei 2010, stelt de gemeente de ontwikkeling van het landelijk gebied van de Hof van Twente centraal. In haar visie constateert de gemeente dat de Hof van Twente diverse overnachtingsmogelijkheden biedt voor toeristen. Om ook in de toekomst in te kunnen blijven spelen op de vraag van de toerist en het toeristisch-recreatief product te versterken is het gemeentelijk streven gericht op verbetering, verhoging en diversificatie van het aantal toeristische overnachtingen. De gemeente stimuleert nieuwe of vernieuwende initiatieven op het gebied van verblijfsrecreatie, mede ook om nieuwe doelgroepen te bereiken. Speciale aandacht geldt daarbij voor stimulering van het aantal toeristische overnachtingen in het voor- en naseizoen. Binnen het aanbod van verblijfsrecreatieve voorzieningen vormen recreatiewoningen een belangrijk onderdeel. Een goede landschappelijke inpassing van deze voorzieningen ziet de gemeente als een belangrijke randvoorwaarde. Indien er geen karakteristieke bebouwing te gebruiken is, kan er in uitzonderlijke gevallen ook sloop en vervangende nieuwbouw plaatsvinden, waarbij de nieuwbouw in principe niet groter mag zijn dan 900 m³.
Een grotere inhoud is alleen bespreekbaar wanneer de aard van de voorziening aantoonbaar een grote meerwaarde heeft voor het totale recreatieve aanbod. Daarbij wordt met name gedacht aan een luxe hotel/herberg met een sterk streekeigen landelijk karakter. Aanvullend op de landschappelijke inpassing van het perceel zelf stelt de gemeente als voorwaarde bij nieuwbouw dat er een investering plaatsvindt in de versterking van het landschap in de directe omgeving van het initiatief. Het gaat daarbij om de realisatie van houtsingels, hakhoutbosjes, poelen, struinpaden en dergelijke in een omvang die in verhouding staat tot het initiatief.
ontwerp
37
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
Aansluitend ziet de gemeente er op toe dat recreatiewoningen uitsluitend voor recreatief verblijf worden gebruikt en niet voor permanente bewoning. Als onderdeel van een gevarieerd aanbod aan recreatieve verblijfsvoorzieningen dienen recreatiewoningen op recreatieparken nadrukkelijk ten dienste te staan aan de recreatie. Permanente bewoning is hier niet acceptabel. Resumerend wil de gemeente blijven inspelen op de vraag van de toerist en het toeristisch-recreatief product van de Hof van Twente verder versterken. Het streven is daarbij gericht op een verbetering, verhoging en diversificatie van het aantal toeristische overnachtingen, ook in het voor- en naseizoen. Nieuwe of vernieuwende initiatieven worden door de gemeente gestimuleerd, mede ook om nieuwe doelgroepen te bereiken. Toetsing Buitengoed Westerholt Het plangebied bevindt zich in een gebied met hoge landschaps- en natuurwaarden, waardoor er op voorhand een solide basis aanwezig is voor het exploiteren van verblijfsrecreatie op een kwalitatief hoog niveau.
Vanuit deze basis anticipeert de herontwikkeling van camping Westerholt als volgt op de gemeentelijke ambities en doelstellingen en op de vraag vanuit de T&R-sector: Creëren van een economische meerwaarde: de steeds wisselende gasten op Buitengoed Westerholt zorgen voor een hoger bestedingsniveau binnen de T&R-sector, met een uitbreiding van dit niveau in het voor- en naseizoen. Creëren van een (verblijfs)recreatieve meerwaarde: de herontwikkeling leidt tot een grotere differentiatie in het aanbod aan recreatiewoningen binnen de gemeente. Met het bieden van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen beantwoordt de herontwikkeling tevens aan de (hoge) kwaliteitsvraag vanuit de markt. Versterking van het landschap: de herinrichting van het plangebied c.q. de voormalige camping brengt zowel een reductie van het aantal bouwvolumes als het versterken van de groenstructuur met zich mee. Landschaps- en belevingswaarden worden hierdoor vergroot. Waarborging krachtige T&R-sector: via bedrijfsmatige exploitatie zal het recreatief verblijf op Buitengoed Westerholt worden geborgd en permanente bewoning van recreatiewoningen worden voorkomen c.q. tegengegaan. Conclusie gemeentelijk beleid De realisatie van Buitengoed Westerholt komt tegemoet aan de gemeentelijke ambities en doelstellingen voor een krachtige T&R-sector in een versterkte landschappelijke omgeving.
38
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de Wnb is nog steeds sprake van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn) en gebieden binnen het NNN. Als het gaat om soortenbescherming kent de Wnb een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogel- en de Habitatrichtlijn voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Toetsing Buitengoed Westerholt Gebiedsbescherming: Natura2000 Het plangebied voor realisatie van Buitengoed Westerholt is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura2000-gebied is Borkeld, dat zich op circa 9,5 kilometer ten westen van het plangebied bevindt (zie figuur 4.1).
Natura2000 versus stikstofdepositie In 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld om economische ontwikkelingen te kunnen verbinden met het op termijn realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van de voor stikstof gevoelige habitattypen en (leefgebieden van) soorten voor Natura 2000-gebieden die zijn opgenomen in dit programma. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter beslist dat het PAS niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een toename van stikstof ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder (recreatie)woningbouw, die kunnen leiden tot
ontwerp
39
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Nu het ecologisch onderzoek (de 'passende beoordeling') van het PAS niet meer als basis voor toestemmingverlening kan worden gebruikt, is voor veel ruimtelijke ontwikkelingen nodig dat zij op een andere manier gaan aantonen, dat het project of plan op voorhand geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. De passende beoordeling van het PAS kan daarvoor sinds voornoemde uitspraak niet meer worden gebruikt. Op 9 oktober 2019 verscheen vanuit BIJ12, de uitvoeringsorganisatie voor de 12 provincies, de publicatie dat nieuwe beleidsregels zijn vastgesteld voor het verlenen van vergunningen op grond van de Wnb. Concreet kunnen er vanaf 11 oktober 2019 weer vergunningen verleend worden. Toestemming voor stikstofgerelateerde activiteiten wordt weer mogelijk, zolang de activiteiten niet leiden tot een stijging en in veel gevallen feitelijk tot een daling van stikstofbelasting. Kern van de nieuwe regels is dat door het wegvallen van het PAS nu van tevoren moet worden aangetoond dat emissie en depositie met zekerheid afnemen of niet stijgen.
Samengevat betekent dat (onder meer) dat initiatiefnemers, die aan kunnen tonen dat hun projecten per saldo geen stikstof uitstoten of aan kunnen tonen dat deze geen significante effecten op Natura 2000-gebieden hebben, weer vergund kunnen worden. Tot slot is op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer 3 resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft onder meer de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling goldg voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Porthos echter de partiële vrijstelling van tafel geveegd. Dit betekent dat bij het maken van een stikstofberekening (AERIUS) voor de gebruiksfase van projecten, tevens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten meegenomen zullen moeten worden.
AERIUS Calculator Om voor afzonderlijke projecten het effect op Natura 2000-gebieden aan te tonen is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Het (momenteel actuele) rekeninstrument AERIUS Calculator 2021.2.2 berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof en ammoniak. Gelet op het vraagstuk van stikstofdepositie is in relatie tot de herontwikkeling van camping Westerholt met name het volgende van belang: In de huidige situatie bevinden zich op camping Westerholt, naast de centrale voorzieningen, circa 200 kampeerplaatsen. Koken en verwarming tijdens het recreatief verblijf van de gasten is gebaseerd op gasvoorziening. In de beoogd toekomstige situatie bevinden zich op Buitengoed Westerholt, naast de centrale voorzieningen, 40 recreatiewoningen en een horecagebouw met daarin onder meer 12 hotel- c.q. bed & breakfastkamers. Vertrekpunt is dat alle accommodaties gasloos ('all electric') worden opgeleverd. In juni 2022 is met het model AERIUS 2021 een berekening uitgevoerd voor het voorliggende initiatief, conform regelgeving op dat moment afgestemd op (alleen) de gebruiksfase.
Deze berekening toont aan dat het initiatief niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en
40
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
ammoniak. De emissie van NOx of NH3 in de gebruiksfase ligt niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gebiedsbescherming: NNN Het plangebied voor de ontwikkeling van Buitengoed Westerholt is niet gelegen binnen het NNN (zie ook hoofdstuk 3, figuur 3.1). De provincie Overijssel hanteert geen externe werking bij het NNN, waardoor extra toetsing niet noodzakelijk is. Tevens zal de locatie landschappelijk worden ingericht, waarbij rekening wordt gehouden met de groene omgeving en de reeds aanwezige landschaps- en natuurwaarden. Gesteld kan dan ook worden dat realisatie van Buitengoed Westerholt geen significante impact heeft op het omliggende NNN-gebied. Soortenbescherming In november 2019 is binnen het plangebied een quickscan Flora & Fauna uitgevoerd in het kader van de Wnb. Doel van dit onderzoek was het geven van inzicht in de situatie of de voorliggende activiteiten inpasbaar zijn binnen de vigerende natuurwetgeving. Deze quickscan gaf aan dat binnen het plangebied de aanwezigheid van beschermde soorten niet op voorhand kan worden uitgesloten. Nadere onderzoeken zijn dan ook uitgevoerd om (het specificeren van) het mogelijke voorkomen van beschermde soorten c.q. habitats te bevestigen dan wel te kunnen uitsluiten.
Meer concreet is in 2020 nader onderzoek gedaan naar de eventuele aanwezigheid van de soorten Vleermuis, Steenmarter en Huismus alsmede naar jaarrond beschermde nesten/'horsten' in bomen. Kort samengevat heeft dit nader onderzoek de aanwezigheid bevestigd van Huismus, Gewone dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Laatvlieger. Voornoemde vleermuissoorten werden foeragerend aangetroffen, concrete vaste verblijfplaatsen van exemplaren zijn niet waargenomen. Het nader onderzoek toonde tevens aan dat Steenmarter en jaarrond beschermde horsten niet zijn aangetroffen. Aansluitend op voornoemd onderzoek is in de zomer van 2022 een asbestsanering van de op het terrein aanwezige bijgebouwen uitgevoerd. Daarbij zijn de daken van deze bijgebouwen verwijderd, vooruitlopend op het - in overleg met de gemeente - als geheel verwijderen van deze gebouwen later in 2022. In de sloop van het op aanwezige (voormalige) woonhuis is eveneens voorzien. De sloop van het woonhuis zal echter pas plaatsvinden nadat het nader onderzoek, specifiek gericht op de mogelijke aanwezigheid van vaste verblijfsplaatsen van Vleermuis en Huismus in dit bouwwerk, heeft plaatsgevonden. Resultaten van dit onderzoek komen in de loop van 2023 ter beschikking.
Indien uit dit specifieke onderzoek blijkt dat een Wnb-ontheffing nodig is, zal via het opstellen van een concreet projectplan op passende wijze invulling worden gegeven aan de inhoudelijke aspecten van de Wnb-ontheffing. Vooruitlopend op de inhoudelijke vereisten van een (naar alle waarschijnlijkheid) benodigde Wnb-ontheffing zijn reeds in juli 2020 als mitigerende maatregel (tijdelijke) vervangende verblijfplaatsen geplaatst. Concreet betreft het hier het plaatsen van 9 vleermuiskasten en 2 huismuskasten met in totaal 6 verblijfplaatsen. Deze (tijdelijke) verblijfsplaatsen zijn geplaatst in de laan naar de voormalige camping en in de directe nabijheid van het (voormalige) woonhuis binnen het plangebied. In het najaar van 2020 kon al worden geconstateerd dat één vleermuiskast in gebruik is, zichtbaar aan ontlasting in de kast. Aansluitend op voornoemde mitigerende maatregelen zullen permanente voorzieningen c.q. compenserende maatregelen voor zowel Vleermuis als Huismus in de nieuw op te richten gebouwen worden aangebracht, binnen een afstand van 100 meter van het voormalige erf. Resumerend zijn na het uitvoeren van de quickscan Flora & Fauna en het nader ecologisch onderzoek diverse werkzaamheden binnen het plangebied en aan de hier aanwezige bebouwing uitgevoerd.
Deze werkzaamheden waren gericht op het creëren van een solide basis voor zowel het beoogde Buitengoed Twickel als de breed geambieerde (hoge) landschaps- en natuurwaarden in dit deel van Ambt-Delden. Bij dit
ontwerp
41
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
alles is zoveel als mogelijk rekenschap gehouden met de resultaten van de quickscan en het nader onderzoek en is op voorhand zo goed mogelijk geanticipeerd op de ambities van het Rijk, zoals gesteld in de Wnb. Gekoppeld aan het ecologisch-juridisch kader van de Wnb is in het voorliggende besluitvormingstraject mogelijkerwijs een ontheffing aan de orde. Met als vertrekpunt dat het nog uit te voeren nader onderzoek mogelijk resulteert in de noodzaak van een Wnb-ontheffing, zullen de nog voorliggende activiteiten verder worden aangescherpt richting maximaal behoud van en ontwikkelingsmogelijkheden voor de in dit deel van Ambt-Delden aanwezige (waardevolle c.q. beschermde) flora en fauna. Conclusie Het aspect 'Ecologie' vormt in beginsel geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Gelet op de resultaten van het uitgevoerde nader onderzoek is een ontheffing in het kader van de Wnb nodig.
4.2
Bodem Het bodembeleid in Nederland heeft als doel te voorkomen dat als gevolg van een aanwezige bodemverontreiniging onaanvaardbare risico's ontstaan voor de gebruikers van deze bodem. De Wet bodembescherming stelt dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Toetsing Buitengoed Westerholt De gronden binnen het plangebied zijn tot op heden afgestemd op de functies 'Verblijfsrecreatie' (voormalig kampeerterrein) en 'Agrarisch met waarden' (westelijk gelegen perceel). De realisatie van het beoogde Buitengoed Westerholt zal in beginsel geen wijziging in het gebruik van de betreffende gronden met zich meebrengen. De gronden binnen het plangebied kunnen dan ook als 'onverminderd geschikt' voor de toekomstige situatie worden beoordeeld. In het kader van grondoverdracht heeft Buro Aardevol in juli 2018 bodemonderzoek verricht teneinde inzicht te krijgen in de aanwezige verhardingsconstructies op het kampeerterrein. Met name is onderzoek gedaan naar de eventuele aanwezigheid van PAK in de asfaltverharding en het eventueel voorkomen van asbest in de aanwezige verhardingsconstructies. Het onderzoek naar PAK in de asfaltconstructie toont aan dat er in geen van de kernen PAK aanwezig is (PAK >250 mg/kg d.s.) en volgt uit aanvullend onderzoek (DLC) dat alle onderzochte kerndelen vrij zijn van PAK >50 mg/kg d.s.
Hiermee voldoet het vrijkomend asfalt aan de richtlijnen voor hergebruik van vrijkomend asfalt. Ten aanzien van het onderdeel 'asbest' volgt uit de visuele beoordeling van alle opgeboorde materialen dat in geen enkel geval asbestverdacht materiaal is geconstateerd. Conclusie Het aspect 'Bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
42
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
4.3
Water Het aspect Water betreft met name de waterhuishouding van het plangebied en omgeving. Het gaat dan met name op de wijze waarop waterstromen in een gebied verlopen. Daarbij kan het gaan om de kringloop van het water in de natuur of om het afwateringssysteem, bestaande uit sloten, kanalen, meren en dergelijke. Waterhuishouding omvat daarnaast ook de (technische) organisatie van het afvoeren van regen- en afvalwater alsmede de zuivering daarvan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang om aan te geven óf en in welke mate een ontwikkeling gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het gebied. Met name de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beginselen van een goed functionerend watersysteem en het beheersen van de afvalwaterketen zijn hierbij van belang. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw is het streven gericht op duurzame, veerkrachtige watersystemen. Dit betekent dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe 'eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren' is hierbij leidend.
Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe 'eerst schoonhouden, dan scheiden, daarna pas zuiveren' een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
Watertoets Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn vanaf dat moment verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). De watertoets is onder meer van toepassing bij bouwplannen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt en een versnelde afvoer van (hemel)water het gevolg is. Door een toename aan verharding kan hemelwater niet langer infiltreren in de bodem, maar stroomt dit versneld af naar het oppervlaktewatersysteem en wordt dit systeem meer belast. Om deze belastingtoename te reduceren hebben veel waterschappen vastgelegd dat er in dergelijke situaties compenserende voorzieningen moeten worden aangebracht. Deze plicht brengt met zich mee dat een versnelde (hemel)waterafvoer,
ontwerp
43
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
als gevolg van een toename aan verharding, moet worden gecompenseerd. Dit dient dan te gebeuren door het aanbrengen van een vervangende voorziening, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw te graven oppervlaktewater. De compensatiemaatregel is van toepassing bij een toename van verhard oppervlak vanaf een bepaalde drempelwaarde, door het Waterschap Vechtstromen gesteld op 1.500 m2. Toetsing Buitengoed Westerholt Tot de uitgangspunten voor de realisatie van Buitengoed Westerholt behoort het versterken van zowel de landschappelijke kwaliteiten als de belevingswaarde op en rond het plangebied. Dit brengt met zich mee dat er zo min mogelijk (half)verharde autopaden aan het plangebied worden toegevoegd. De benodigde rijbanen worden uitgevoerd in puinverharding en worden de parkeervakken uitgevoerd in gestabiliseerd gras. Hierdoor worden de mogelijkheden voor infiltratie van regenwater en de ruimte voor beplanting maximaal benut. Toename verhard oppervlak De toename van het verhard oppervlak binnen Buitengoed Westerholt is minder dan 1.500 m2 en blijft daarmee onder de drempelwaarde, zoals gesteld door het waterschap. Uitganspunt is immers dat verharding zoveel mogelijk wordt geminimaliseerd. Per erf met recreatiewoningen zal maximaal 50% het terrein worden verhard. Er wordt daarbij geen gebruik gemaakt van asfalt of beton, maar van elementenverharding of halfverharding.
Ten aanzien van de rondweg over het terrein geldt dat deze als 'Low profile' zal worden aangelegd, bijvoorbeeld verstevigd met puinverharding. Wandelpaden door bos en weide worden halfverhard aangelegd. Tot slot worden de secundaire paden door weide aangelegd als onverharde gemaaide paden, oftewel een 'spoortje' met hogere maaifrequentie dan omliggende weides. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de woningen (onderkant vloer begane grond) adviseert het waterschap. In beginsel een ontwateringsdiepte van minimaal 80 centimeter ten opzichte van GHG. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte, waarbij gedacht kan worden aan afstanden van 30 á 50 centimeter tot GHG. Eventuele kelders dienen binnen dit vraagstuk waterdicht te zijn. Tegen deze achtergrond omvat het initiatief de mogelijkheid om bouwvolumes (deels) te verzinken in het landschap, waarbij het vloerpeil van de recreatiewoningen minimaal 2m onder het omliggende maaiveldniveau komt te liggen. Het erf ligt 1m boven het maaiveld. Verder adviseert het waterschap om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren, ter voorkoming van wateroverlast en schade in de woningen.
Als de gewenste drooglegging in de huidige situatie niet gehaald wordt, dan is het (plaatselijk) ophogen van (een deel van) het bouwvlak, voorafgaand aan de realisatie van het beoogde bouwwerk een concrete optie. In het plan tot herontwikkeling van camping Westerholt wordt ernaar gestreefd het advies van het waterschap, met inachtname van de mogelijkheid om bouwvolumes (deels) te verzinken in het landschap, op te volgen. Waterafvoer Het plan tot herontwikkeling van camping Westerholt voorziet in de opvang en infiltratie van hemelwater op eigen terrein. Verder zal, in afstemming met de gemeente, worden bepaald waar een aansluiting op het omliggende vuilwaterriool wordt gemaakt. Conclusie Het aspect 'Water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
44
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
4.4
Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorische waarden Met cultuurhistorische waarden wordt bedoeld het samenspel van historische landschappen, geografische elementen en structuren, cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en bouwwerken en archeologische vindplaatsen die iets vertellen over het verleden. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht en is cultuurhistorie een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. In het kader van het aspect cultuurhistorie wordt zowel ingegaan op de zichtbare cultuurhistorische waarden als op het erfgoed onder de grond (archeologie). Toetsing Buitengoed Westerholt Het plangebied is gelegen binnen het landgoed Twickel, een rijksbeschermde historische buitenplaats bij Delden in de buurtschap Deldeneresch. Het landgoed is bijna zeven eeuwen oud, heeft een omvang van 4.300 hectare en omvat 81 complexonderdelen. Kenmerkend voor het landgoed zijn het kasteel, de historische boerderijen en het kleinschalige coulisselandschap, waarin bossen met eeuwenoude eiken, heidevelden en vennen, akkers en weilanden omzoomd met houtwallen elkaar afwisselen. Kort samengevat gaan cultuur, landschap en natuur op Twickel harmonieus samen.
Gelet op het uitgangspunt om zowel de landschappelijke kwaliteiten als de belevingswaarde op en rond het plangebied van een kwaliteitsimpuls te voorzien, kan worden gesteld dat behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden impliciet deel uitmaken van de planvorming voor Buitengoed Westerholt. Het voorliggende schetsontwerp toont in dit opzicht de ruimte die binnen het plangebied is ontstaan ter versterking van het omringende coulisselandschap. Aansluitend zal bij de bouw van nieuwe bouwwerken in architectonisch opzicht worden aangesloten bij de stijl van de typische Twentse boerderij. Archeologische waarden Op grond van het door Nederland ondertekende Verdrag van Valletta (1992) dient bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te worden gehouden met mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. In navolging van het Verdrag is het Nederlandse beleid inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed gericht op het zoveel mogelijk in de bodem bewaren van archeologische waarden op de locatie zelf. Het Verdrag is in 2008 geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Deze wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem alsmede de inpassing ervan in ruimtelijke ontwikkelingen.
Het Verdrag van Valletta geeft aan dat het belangrijk is dat in de ruimtelijke ordening rekening wordt gehouden met het belang van de archeologie. In de Wamz is daarom vastgelegd dat gemeenten bij de vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen, of bij vrijstellingen op bestaande plannen, aan moeten geven welke archeologische waarden er in de bodem zitten en hoe de gemeente daarmee denkt om te gaan. Toetsing Buitengoed Westerholt In het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' (2015) zijn aan het voormalig kampeerterrein c.q. het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' en 'Waarde – Archeologie 2' toegekend. Dit betekent dat de bestemming van deze gronden mede gericht is op het behoud en de bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Meer concreet dient voorafgaand aan de aanvraag om een omgevingsvergunning 'Bouwen' onderzoek te worden gedaan naar de mogelijk aanwezige archeologische waarden binnen het te bebouwen oppervlak. Deze
ontwerp
45
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
verplichting geldt niet voor bouwplannen, waarbij het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2 en de grondbewerkingen niet dieper zijn dan 0,40 m vanaf maaiveld ('Waarde – Archeologie 1') dan wel kleiner dan 5.000 m2 en de grondbewerkingen niet dieper zijn dan 0,40 m vanaf maaiveld ('Waarde – Archeologie 2'). Het initiatief omvat de mogelijkheid om bouwvolumes (deels) te verzinken in het landschap, waarbij het vloerpeil van de recreatiewoningen minimaal 2m onder het maaiveldniveau komt te liggen. Het erf ligt 1m boven het maaiveld. Deze mogelijkheid brengt een overschrijding van de drempelwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek met zich mee. Nader archeologisch onderzoek is in deze situatie dan ook noodzakelijk. Als eerste betekent dit het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek, aangevuld met een verkennend booronderzoek (VBO) in het veld. Lopende de uitvoering van dit onderzoek zal de vigerend dubbelbestemming ''Waarde – Archeologie' Conclusie Het aspect 'Cultuurhistorie en Archeologie' vormt vooralsnog geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.5
Milieuzonering Ruimtelijke ordening is gericht op het creëren van zowel een aangenaam woon- en leefklimaat als een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Een goede ruimtelijke ordening voorkomt voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bedrijven. Daarnaast biedt het bedrijven voldoende zekerheid om hun activiteiten uit te kunnen voeren. Een en ander brengt met zich mee dat weloverwogen keuzes moeten worden gemaakt als het gaat over locaties voor milieubelastende functies enerzijds en milieugevoelige bestemmingen anderzijds.Milieuzonering legt een relatie tussen locaties met milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen. Met name gaat het daarbij om de vraag 'Welke afstand is aanvaardbaar tussen (nieuwe) bedrijfsactiviteiten en (nieuwe) woningen?' Woningen gelden daarbij als het meest toegepaste voorbeeld van milieugevoelige bestemmingen. Steeds meer vormen van bedrijvigheid lenen zich overigens prima voor functiemenging. Anders gezegd: bepaalde bedrijven zijn verenigbaar met woningen in hetzelfde gebied. De (Rijks)overheid hanteert in dit verband als uitgangspunt: 'functiemenging waar het kan, functiescheiding waar het moet'. Vanuit deze achtergrond wordt in dit bestemmingsplan aangesloten bij de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009).
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden tussen woningen en bedrijven zijn in de VNG-brochure richtafstanden opgenomen (zie figuur 4.2). Hiermee wordt aangegeven welke afstanden acceptabel zijn tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie, die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.
De ligging van Buitengoed Westerholt in het buitengebied van de gemeente Hof van
46
ontwerp
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
Twente brengt met zich mee dat agrarische bedrijfsvoering eveneens deel uitmaakt van dit omgevingsaspect. Vanuit dit type bedrijfsvoering dient ten opzichte van geurgevoelig objecten, zoals woningen, een afstand van ten minste 50 meter te worden aangehouden, indien het object is gelegen buiten de bebouwde kom. Toetsing Buitengoed Westerholt Strikt genomen vallen recreatiewoningen buiten de wettelijke kaders van reguliere woningen en gelden ze binnen dit vraagstuk als 'milieu-ongevoelige objecten'. Op grond van jurisprudentie (uitspraak ABRvS d.d. 29-02-2012, nr. 201002029/1/T1/R2) betekent dit echter niet dat recreatiewoningen in het geheel geen bescherming tegen mogelijk optredende milieubelasting, in de betreffende casus geluidbelasting, toekomt. Gezien het feit dat de toegekende bestemming 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' onder andere nachtverblijf toestaat, is naar het oordeel van de ABRvS sprake van een situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven in de recreatiewoningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt daarom aan de recreatiewoningen een zekere mate van bescherming tegen milieubelastende activiteiten toe. Het voorgaande brengt met zich mee dat de recreatiewoningen, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, volwaardig aan het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' worden getoetst.
Geconstateerd kan worden dat het plangebied voor Buitengoed Westerholt zich bevindt in een omgeving, waarbinnen zich geen bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten bevinden richtafstanden, beperkend voor woningen (zie figuur 4.3. De meest nabijgelegen gronden met bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten bevinden zich ruim buiten de richtafstanden uit de VNG-brochure. Aanvullend kan worden geconstateerd dat binnen een afstand van 50 meter geen gebouwen met agrarische bedrijfsvoering aanwezig zijn, met name in gebruik zijnde stallen.
Conclusie Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering', met inbegrip van agrarische bedrijfsfuncties, vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
ontwerp
47
Buitengebied Hof van Twente, herziening Almelosestraat 26 Ambt Delden
4.6
Geluid Het aspect 'Geluid' is primair geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh richt zich vooral op een verantwoorde ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige bestemmingen ten opzichte van belangrijke geluidsbronnen, zoals (rail)verkeer en industrie. Geluidsgevoelige bestemmingen worden in beginsel beschermd tegen te hoge geluidniveaus van verkeerswegen, spoorlijnen en industrie, of tegen een toename van deze niveaus als er iets aan de situatie verandert. De regels van de Wgh zijn van toepassing bij het vaststellen dan wel het mogen afwijken van een bestemmingsplan. De Wgh ziet alleen toe op zaken die nieuw zijn of veranderen, zoals het planologisch inpassen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Formeel gezien zijn recreatiewoningen en hotels voorbeelden van niet-geluidsgevoelige bestemmingen. Op grond van de toetsing onder 'Bedrijven en milieuzonering' kan worden gesteld dat industrielawaai hier niet aan de orde is. Als het gaat om wegverkeerslawaai (spoorweglawaai is hier eveneens niet van toepassing) stelt de Wgh dat alle wegen een geluidzone hebben, met uitzondering van wegen waarover een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze geluidzone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is bij planologische besluitvormingen.