CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

BUITEN~1.PDF

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo23.091 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxBovenbrgweg12-VS10

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

.

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

8 8 8 9 10 10

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 19

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Besluit milieueffectrapportage 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer en parkeren

22 22 23 25 26 27 29 30 32 34 36 38

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

39

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42 42 42

Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen

43 43 43 43

Bijlagen bij de toelichting

45

Bijlage 1

ruimtelijk kwaliteitsplan

46

Bijlage 2

bodemonderzoek

67

Bijlage 3

quickscan natuurwaarden

147

Bijlage 4

stikstofberekening

180

Bijlage 5

watertoets

208

2

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Regels

211

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

212 212 219

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologische verwachting 1

220 220 223 226

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Regels in verband met vrijkomende agrarische bebouwing Strekking algemene regels

228 228 229 230 231 232 234 235 236 239

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

240 240 241

Bijlagen bij de regels

243

Bijlage 1

244

vastgesteld

erfinrichtingsplan

3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

4

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Vaststellingsbesluit

vastgesteld

5

Dummy vaststellingsbesluit: te vervangen door het daadwerkelijke besluit

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Toelichting

vastgesteld

7

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Bovenbergweg 12 in Markelo is sprake van een voormalig agrarisch erf. Het betreft een karakteristiek erf met diverse bebouwing. Het perceel bestaat uit één boerderijwoning en een tweetal schuren. De bouwkundige staat van de gebouwen geven aanleiding om het erf een nieuwe impuls te geven. Deze nieuwe impuls moet ontstaan door op termijn de bestaande schuur en de woonboerderij te slopen en in plaats daarvan een nieuwe woning met bijgebouw te bouwen. Daarnaast is het plan om de aan de noordzijde gelegen karakteristieke dwarsrit schöppe volledig te renoveren en daarmee de karakteristiek te behouden. De karakteristieke dwarsritschöppe wordt na renovatie gebruikt als woning. De noordelijk gelegen karakteristieke dwarsrit schöppe wordt daarmee behouden, gerenoveerd en dient in de nieuwe situatie als 2e woning op het erf. Het karakteristiek en de kleinschaligheid van het erf worden behouden, maar ten dele met vervangende nieuwbouw. Daardoor blijft de planologische situatie nagenoeg ongewijzigd, al zijn de gebouwen iets verder uit elkaar komen te staan om meer bewegingsruimte op het erf te genereren. De plannen passen niet in het huidig bestemmingsplan. Daarom is met behulp van voorliggend plan een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan verschaft een goed juridisch en ruimtelijk kader voor de ontwikkeling.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Bovenbergweg 12 Markelo, in het buitengebied van Hof van Twente. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Markelo, sectie N met perceelnummer 1578 en 1579. Een topografische kaart met daarop het plangebied rood aangegeven is onderstaand zichtbaar. De begrenzing van het plangebied is zichtbaar op de digitale verbeelding en komt overeen met het huidig perceel, de gewenste verplaatsing van het erf en de landschappelijke investeringen.

8

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Afbeelding 1.1: topografische kaart, plangebied (in rood) ten opzichte van omliggende kernen (bron: Map5 kaarten)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied is het bestemmingsplan "Hof van Twente" van toepassing alsmede daarop volgende veegplannen. De betreffende locatie aan de Bovenbergweg 12 in Markelo kent in de huidige situatie de bestemming 'Wonen' waarbij ter plaatse één woning is toegestaan. De geldende bestemming biedt geen mogelijkheid tot de ontwikkeling van de plannen voor het verbouwen van de karakteristieke schöppe tot woning, aangezien er reeds een woning aanwezig is op het erf.

vastgesteld

9

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Afbeelding 1.2: uitsnede geldende verbeelding, planlocatie in rood aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Een aanpassing van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk om de gewenste plannen mogelijk te maken.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.1735.BGxBovenbrgweg12-VS10) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan wordt daarnaast vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.

10

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Aan de Bovenbergweg 12 in Markelo is het erf van de initiatiefnemer gelegen. De planlocatie is gelegen op een stuwwal dat omgeven is door dekzandvlakten en ruggen. Ten oosten van de planlocatie zijn de lager gelegen beekdal gebieden te vinden en ten westen de hogere dekzandgebieden. Deze stuwwallen zijn gevormd in de voorlaatste ijstijd. In de laatste ijstijd zijn deze stuwwallen en de flanken van de stuwwallen bedekt met een laag dekzand. Deze gebieden werden als eerste gebruikt voor bebouwing en als landbouwgebieden. De dekzandvlakten werden afgewisseld met beekdalen, waardoor beken liepen die zorgden voor afwatering van de hogere delen. Er is altijd sprake geweest van een relatief open landschap. Uitgezonderd waren de gebieden van en naar de erven rondom de essen. Daar lagen de wegen en de landschapselementen. Aan de westzijde is in de jaren ‘20 bos aangeplant op de heidevelden. Het areaal bos nam door de jaren verder toe. Er staat een karakteristieke T-boerderij op het erf, die dateert uit het begin van de 20e eeuw. Verder bestaat het erf uit een schuur die al lang op het erf staat (reeds zichtbaar op kaartmateriaal van voor 1900) en een schuur die veel later is gebouwd (rond de jaren ‘70). Het erf heeft een kenmerkende opzet, met een karakteristieke T-boerderij voor op het erf, met daarachter de opstallen. Alle opstallen zijn verstrooid opgezet zonder duidelijke structuur.

Afbeelding 2.1: luchtfoto huidige situatie, erf Bovenbergweg aan de zuidzijde van de weg (bron: kadastralekaart.com)

vastgesteld

11

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Afbeelding 2.2: aanzicht huidige situatie planlocatie vanaf Bovenbergweg, vanaf zuiden (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

De planlocatie is gelegen in het essenlandschap. Het landschap heeft een open karakter dat ook duidelijk terug te vinden is in het plangebied. Samenvattend kan gezegd worden dat het erf op de planlocatie een kleinschalig erf is met kenmerken van het essenlandschap, zoals gebouwen in een verstrooide erfensemble met het woonhuis landschapsgericht op het perceel met daarachter de bijgebouwen. In de nieuwe situatie wordt er niets gewijzigd voor wat betreft de hiërarchie op het erf. Hoewel de bestaande T-boerderij wordt vervangen (A op tekening) door een nieuwe woning (C op tekening), blijft dit gebouw het hoofdgebouw op het erf. De andere gebouwen zijn ondergeschikt en bestaan uit de tweede woning (D op tekening) en een bijgebouw (E op tekening). Voor de tweede woning geldt dat de bestaande karakteristieke schuur als basis dient. Het hoofdgebouw is opnieuw landschapsgericht terwijl de andere gebouwen in een verstrooide opzet het erf vormen aan de achterzijde ervan. Wel is de situatie iets ruimer opgezet om meer vrijheid te genereren. In de huidige situatie staan de gebouwen praktisch tegen elkaar aan. De basis van de bestaande erfstructuur wordt gebruikt om daarop verder te borduren. Een deel van de bestaande beplanting blijft behouden zoals de knotbomen (H op tekening) en de beeldbepalende kastanje (G op tekening).

De bomen langs de weg worden echter geveld en vervangen door beeldbepalende inheemse bomen (J op tekening). Ook worden er extra bomen toegevoegd (Q op tekening). Veelvoorkomend bij deze erven zijn de bomengroepen. Direct lang het erf aan de noord- en oostzijde wordt een nieuwe haag aangeplant met meidoorn (I op tekening) om het erf meer structuur mee te geven. In de uiterste hoek worden wat fruitbomen aangeplant (M op tekening) ter inpassing van het erf. Fruitbomen stonden ook van oorsprong aan de voorzijde van de erven. Naast de inpassing van het erf wordt er ook aandacht besteed aan de verbetering van de landschapsstructuur; aan de noordzijde wordt langs de perceelsgrens een houtsingel aangeplant (N op tekening) met bomen en onderbeplanting. Daarmee wordt het zicht op de (gebiedsvreemde) vijver en functie (o.a. caravans) onttrokken. De houtsingel is passend en verlengd de bestaande houtsingel (O).

12

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Tenslotte zal het bestaande oprit behouden blijven. Ook in de toekomst is er dus sprake van één toerit. Eveneens wordt aan de noordzijde van het erf een watergang gegraven (min of meer uitgediept) om kwelwater af te kunnen voeren. Maatregelen ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit: Behouden bestaande houtopstand (H); Behouden beeldbepalende kastanjeboom (G); Vervangen bomen voor streekeigen bomen (J); Versterken groenstructuur (N); Aanbrengen meidoornhaag (I) en aanplant fruitbomen (M).

Afbeelding 2.3: nieuwe landschappelijke situatie Bovenbergweg 12 (bron: N+L Landschapsontwerpers)

vastgesteld

13

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling van het plan: Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Juist kan het plan een bijdrage leveren aan de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, omdat het voormalig agrarisch erf wordt gertransformeerd naar een woonerf waarop twee woningen gesitueerd worden (één bestaand en één extra), waarbij eveneens het agrarisch karakter behouden blijft door inpassing van de karakteristieke schuur en het behoud van het esemble. Geconstateerd is dat een woning op deze locatie een logische functie betreft. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld, hierbij wordt onder meer verwezen naar Bijlage 1 behorende bij de toelichting en de toetsing aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.

14

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Beoordeling van de plannen: Wat betreft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij "nieuwe stedelijke ontwikkelingen" (3.1.6 Bro). Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat voor het realiseren van woningen geldt, dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden beoordeeld als zijnde een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' die ladderplichtig is.

Hieronder worden deze uitspraken weergegeven: 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). In voorliggend geval wordt een bestaande woning herbouwd en één karakteristieke schuur omgevormd naar een woning. Hiermee is er geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling', gezien de ontwikkeling onder de 12 woningen blijft. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes (themagerichte artikelen met criteria waaraan (bestemmings)plannen dienen te voldoen) 2.

Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken (conform lagenbenadering: natuurlijke laag, agrarische laag, stedelijke laag)

vastgesteld

15

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Doorwerking plan In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 2.1.2 (Principe van concentratie) artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden. Artikel 2.1.2, lid 1: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Beoordeling van het plan: In dit geval is sprake van een ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt in het buitengebied van Hof van Twente welke in de huidige situatie reeds zijn voorzien van een woonfunctie (voormalig agrarisch erf). De agrarische functie is echter niet meer aanwezig, alleen de bebouwing is tot op heden bebouwing gebleven. Een karakteristieke schuur zal behouden blijven, de huidige woning en overige schuur worden gesaneerd en in een vergelijkbare stijl opnieuw opgebouwd. Zodoende blijft sprake van gebruik van een bestaande erfstructuur die wordt herontwikkeld. Hiermee is sprake van een invulling aan het principe van concentratie.

Artikel 2.1.3, lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Beoordeling van het plan: De locatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van een herontwikkeling, waarbij de bestaande boerderij en één schuur wordt gesaneerd en verplaatst wordt herbouwd.

Daarnaast wordt een bestaande schuur behouden en omgevormd naar woonruimte. Er is daarom sprake van herontwikkeling, maar niet zozeer van uitbreiding/toevoeging van stedelijke functies. De ontwikkeling wordt zorgvuldig ruimtelijk en landschappelijk ingepast. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting bij bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, past binnen het

16

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

ontwikkelingsperspectief, inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze toepassing wordt gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Beoordeling van het plan: Voor het plangebied is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat gebaseerd is op de toegekende gebiedskenmerken. Deze worden later in deze paragraaf afzonderlijk behandeld en getoetst. Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.1.5. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing.

Afbeelding 3.1: ontwikkelingsperspectief, plangebied is rood aangegeven (bron: overijssel.tercera-ro.nl)

vastgesteld

17

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. De ontwikkeling van wonen binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van de verbetering van ruimtelijke kwaliteit. De verplaatste herbouw van de voormalige boerderij is daarbij passend geacht, waarbij de schuren die nog wel agrarisch in gebruik zijn ook toekomst voor deze functie behouden. Daarom is gekozen om de bebouwing enigszins uit elkaar te positioneren, waarbij nog wel een onderlinge samenhang zichtbaar blijft middels een goede landschappelijke inpassing. Dit is een exacte invulling van het credo 'wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Hiermee wordt op goede wijze invulling gegeven aan het ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.

Afbeelding 3.2: uitsneden kaarten natuurlijke laag en laag van cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) Voor de stedelijke laag en de laag van de beleving geldt geen specifieke kenmerken. Daarom worden deze laag verder buiten beschouwing gelaten. Onderstaand worden de andere twee lagen verder uitgewerkt. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen op de rand van een stuwwal. Daardoor is er sprake van hoogteverschillen. In de jaren zijn hoogteverschillen geërodeerd door

18

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

de wind, soms juist weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik, maar uiteindelijk weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. De hoogteverschillen zijn minimaal geworden, maar nog wel herkenbaar.

Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden zoals het plangebied. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen van de grootschalige open heidecomplexen die pas laat zijn ontgonnen door - in eerste instantie - gebrek aan kennis. De open essen en eenmansesjes kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een - langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd zoals dit het geval is rondom het plangebied. Bij de essen- en kampenlandschap is er vaak sprake van grillige wegenpatronen met een aaneenschakeling van landschapselementen rondom de kampen of essen en verspreid liggende erven. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap.

De mate van herstel is afhankelijk van meerdere factoren. In beginsel moet ervoor gezorgd worden dat het bestaande behouden blijft en dat erven op een juiste manier ingepast zijn en blijven. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities. Conclusie Het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd om de toegekende ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. Met inachtneming hiervan wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Hof van Twente, zicht op 2030

In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld. Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit.

Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame

vastgesteld

19

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Streefbeeld 14: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging.

Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming. Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp. De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken.

Beoordeling van de plannen: De gewenste ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing (Bijlage 1) is vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. In voorliggend geval is verder aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in 'Hof van Twente, zicht op 2030'. 3.3.2

Structuurvisie Landelijk Gebied

In de 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.

20

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Beoordeling van de plannen: Als gevolg van voorliggende ontwikkeling wordt een bestaand woonerf herontwikkeld ten behoeve van twee woningen en een bijhorende bouwwerk.

Daarbij wordt eveneens vastgelegd hoeveel m² aan bijgebouwen is toegestaan, dit omdat de bedrijfsgebouwen blijven behouden in voorliggend plan. Daarbij wordt het erf opnieuw landschappelijk ingepast waarbij wordt beoogd om het erf te verbinden met het omliggende landschap. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in de 'Structuurvisie Landelijk gebied'. Er wordt gestreefd naar een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument. Voorliggend plan sluit hier goed op aan.

vastgesteld

21

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Besluit milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor een herontwikkeling van het erf aan de Bovenbergweg 12 in Markelo en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Het erf betreft een voormalig agrarische erf dat inmiddels enkel nog een woonbestemming heeft, waarbij initiatiefnemers op het bestaande erf bebouwing willen herontwikkelen. Hiervoor wordt een bestaande karakteristieke schuur omgevormd naar woning. Op termijn is het daarnaast de bedoeling om de huidige boerderij en schuur te herbouwen. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r.

en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel vindt het plan mogelijk aansluiting bij een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Indien de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-plichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij 200.000 m2 bvo, 2000 woningen of meer.

22

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Er is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. De aard en omvang van de ontwikkeling is dusdanig kleinschalig dat van relevante milieugevolgen geen sprake is. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit Hoofdstuk 5 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Conclusie De gevolgen voor het milieu zijn als nihil aan te merken. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In afbeelding 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

vastgesteld

23

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

afbeelding 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Beoordeling van de plannen: Het plangebied is gelegen aan de Bovenbergweg 12 in Markelo in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Wel ligt de locatie echter in een cluster van erven met verscheidende functies. Zo liggen er in korte nabijheid woonerven, agrarische bedrijvigheid, overige (niet-agrarische) bedrijvigheid en een recreatieterrein. In die zin kan er gesproken worden van gemengd gebied. De richtafstanden die tot dit omgevingstype behoren dienen dus als uitgangspunt genomen te worden. Omliggende activiteiten Adres

Activiteit

(richt)afstanden

Bovenbergweg 5

dienstverlening t.b.v.. de landbouw - algemeen geur: 10 m > 500 m2 (milieucategorie 3.1) geluid: 30 m gevaar: 10 m opslaggebouwen (milieucategorie 2)

geluid 10 m gevaar: 10 m

Bovenbergweg 14

kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) (milieucategorie 3.1)

geur: 10 m geluid: 30 m gevaar: 30 m

Bovenbergweg 10

akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief) (milieucategorie 3.2)

geur: 50 m stof: 10 m geluid: 10 m

Externe werking Met het herontwikkelen van het erf ten behoeve van het wonen, is er geen sprake van een milieubelastende activiteit. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden als gevolg van deze functie is dan ook geenszins sprake.

Interne werking Wonen wordt echter wel gekenmerkt als een milieuhinder gevoelige bestemming. Dit betekent dat de woningen last kunnen ondervinden van mogelijke milieubelastende bestemmingen in de directe omgeving van het plangebied. Bovendien kunnen de woningen een belemmering vormen voor in de omgeving liggende bedrijvigheid in het kader van hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Nabij het plangebied, in de directe nabijheid zijn milieubelastende functies aanwezig, zoals ook te lezen

24

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

valt in bovenstaande tabel. De onderlinge afstand van de om te vormen schuur naar woning ten opzichte van de adressen Bovenbergweg 5 en Bovenbergweg 14 bedraagt respectievelijk 16 m en 27 m. Voor de locatie Bovenbergweg 10 geldt dat de onerlinge afstand tussen het woonvlak in het plangebied en het agrarisch bouwvlak 90 m betreft. Onderstaand wordt het per locatie nader behandeld. Bovenbergweg 5 Voor de locatie Bovenbergweg 5 geldt dat aan de richtafstanden voor geur en gevaar wordt voldaan. De locatie is fetelijk in gebruik voor opslagdoeleinden voor de rallysport en voor de handel in materialen voor de landbouwmechanisatie. De milieubelasting/-hinder van het betreffende bedrijf is daarmee minimaal te noemen. Voor geluid geldt dat in principe een richtafstand van 30 m geldt, waaraan niet voldaan wordt. In de praktijk gaat het echter om de bedrijfswoning van Bovenbergweg 5 die binnen deze richtafstand valt. Dat ter plaatse van de woning Bovenbergweg 5 langdurig en bedrijfsmatig activiteiten uitgeoefend worden die geluidshinder produceren is niet te verwachten. De daadwerkelijke bedrijfsgebouwen liggen op voldoende afstand van het plangebied. Een goed- en leefklimaat wordt derhalve ook na deze planwijziging verondersteld. Het betreffende bedrijf wordt ook niet in de bedrijfsactiviteiten beperkt. Bovenbergweg 14 Het naastgelegen erf is in gebruik als camping De Bovenberg.

Het betreft een camping met reguliere staplaatsen, verhuuraccommodaties en een groepsaccommodatie. Voor geur wordt voldaan aan de richtafstand, voor geluid en gevaar geldt dit niet. De dichtstbij gelegen gronden van de camping zijn echter in gebruik als dierenweide en feitelijk niet in gebruik voor de verblijfsrecreatie of recreatieterrein. Ten opzichte van de daadwerkelijke (verblijfs)recreatieve functies, en de toegang tot het recreatieterrein/de campinggebouwen, wordt ruimschoots aan de richtafstanden voldaan. Bovenbergweg 10 De onderlinge afstand is dusdanig groot dat van belemmeringen geen sprake zal zijn. Aan de richtafstanden wordt voldaan. Zie voor de nadere uitwerking van het aspect geur ook de volgende paragraaf.

Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Beoordeling van de plannen: Er wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen de bestaande karakteristieke dwarsrit schöppe.

vastgesteld

25

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Daarmee geniet de nieuwe woning c.q. het gebouw bescherming ten opzichte van omliggende agrarische bedrijven, andersom moeten de bedrijven beschermt worden in de gebruiksmogelijkheden. Op basis hiervan moet de vaste afstand van 50 meter tussen beide activiteiten gerespecteerd worden. Er is zoals in paragraaf 4.2 al behandeld sprake van minimaal 90 meter afstand tussen het bouwvlak van het agrarisch bedrijf Bovenbergweg 10 en het plangebied. Hiermee wordt (ruim) voldaan aan de benodigde afstanden vanuit de Wet geurhinder en veehouderij. In de verdere omgeving van het plangebied bevindt zich op 200 meter afstand nog een inrichting die op grond van de Wgv beoordeeld moet worden (Bovenbergweg 1) .De conclusie voor dit bedrijf is echter, vanwege de nog grotere onderlinge afstand, in lijn met bovenstaande bevindingen voor Bovenbergweg 10. Gelet op vorenstaande is er ter plaatse van de nieuwe woning sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omgekeerd worden agrarische bedrijven niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Tevens treedt er geen belemmering op voor overige omliggende agrarische bedrijven. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor in dit plan besloten ontwikkeling.

4.4

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen.

Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: Als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Beoordeling van de plannen: Op een locatie gelegen aan XXXXX een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707 uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd in Bijlage 2. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Voor de opzet van het onderzoek is uitgegaan van een onverdachte locatie conform de NEN-5740 norm. Uitgevoerd zijn in totaal 12 boringen tot een variabele diepte van 0 tot 2,80 m-mv. Geanalyseerd zijn: - 2 grondmengmonsters bovengrond [0 - 0,50 m]; 1 grondmengmonster ondergrond [0,50 - 1,70 m];

26

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

1 grondwatermonster uit de peilbuis bij boring B01. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat: In de bovengrond van MM1 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de bovengrond van MM2 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de ondergrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van de peilbuis B01-1-1 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte barium is waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater. Verkennend onderzoek asbest (NEN5707/NEN5897) Voor de opzet van het onderzoek voor het overig terrein is uitgegaan van een onverdachte locatie op basis van de NEN 5707/5897 norm. Ter plaatse van de inspoelzone van de asbestverdachte dakbedekking van de kapschuur (zuidwestzijde) is uitgegaan van een verdachte locatie op basis van de NEN 5707/5897 norm. Uitgevoerd zijn in totaal 12 proefgaten tot een variabele diepte van 0 tot 0,50 m-mv. Geanalyseerd zijn: - 2 grondmengmonsters [0 – 0,50 m] (MM1A, MM2A) 1 grondmengmonster [0 – 0,10 m] (MM3A) Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat: Op het maaiveld van het te onderzoeken terrein is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

In de proefgaten wordt zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetoond. In de grondmengmonsters MM1A/MM2A ter plaatse van het erf/overig terrein wordt analytisch geen asbest aangetoond. In het grondmengmonster MM3A ter plaatse van de inspoelzone van het dak van de kapschuur (zuidwestzijde) wordt analytisch geen asbest aangetoond. Bevindingen rapport Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'bodem' geen belemmering oplevert voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan, een motivering worden verstrekt aangaande geluidshinder, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies.

vastgesteld

27

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: in stedelijk gebied: - voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; - voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; in buitenstedelijk gebied: - voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; - voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; - voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Beoordeling van de plannen: De huidige schuur (om te zetten naar woning) ligt op ongeveer 5 meter uit de Bovenbergweg. De Bovenbergweg betreft een weg die enkel wordt benut door bestemmingsverkeer. Er is sprake van lage intensiteiten en de geluidskaart in de Atlas Leefomgeving laat zien dat er geen waarden boven de 48 dB zijn te verwachten ter hoogte van het plangebied.

Voor de locatie van de (om te vormen) schuur bedraagt de geluidsbelasting 39 dB, daarmee ruim beneden de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Zie onderstaande fragment uit de geluidskaart.

Afbeelding 4.2: geluidskaart wegverkeerslawaai, planlocatie aangepijld (Bron: Atlas Leefomgeving) De bestaande woning is op ruimere afstand (40 m) ten opzichte van de Bovenbergweg gesitueerd. Wat dat betreft zal hier sprake zijn van een nog lagere geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai. Een goede ruimtelijke ordening wordt hierbij gegarandeerd doordat er geen metingen boven de voorkeurgrenswaarde gedaan zijn volgens de geluidskaarten uit de Atlas leefomgeving. Voor wat betreft industrielawaai wordt verwezen naar de toetsing onder bedrijven en milieuzonering. Met inachtneming hiervan blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect geluid.

28

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Bovenbergweg 12 Markelo

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Beoordeling van de plannen: Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van een woning binnen een karakteristieke schuur op het bestaand erf. Daarmee is sprake van nieuwe extra verkeersbewegingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4039/documents/56410