Bod Zuid Oost Twente_Def.pdf
Tekst van het document
Bod Zuid Oost Twente
Voor het gebied Zuid Oost Twente is het werken van onderop, ruimte voor maatwerk en het gezamenlijk optrekken met inwoners en ondernemers (participatie) het uitgangspunt. De betrokkenheid en inzet vanuit gemeenten is daarbij essentieel. Op 19 april 2023 is tijdens een bestuurlijke overleg de inzet en gezamenlijke aanpak van de 5 gemeenten besproken. De 5 gemeenten in Zuid Oost Twente slaan de handen ineen en komen met het volgende gezamenlijk voorstel voor de te vormen organisatie en voor de benodigde financiering om de gezamenlijke aanpak vorm te geven.
Bureau Landelijk Gebied ZOT (BLG) Om van de gebiedsgerichte aanpak een succes te maken is wederzijds vertrouwen van groot belang. Vertrouwen tussen inwoners en ondernemers enerzijds en de overheid anderzijds. De uitvoering van het programma voor ZO-Twente zal dan ook lokaal aan keukentafels en in buurt/dorpshuizen vorm krijgen. Door op een dergelijke manier te werken gaan we concreet landelijk en Europees gestelde doelen realiseren en dragen we tevens bij aan het herstel van vertrouwen in de overheid. Om deze manier van werken vorm te geven zetten we als 5 gemeenten samen een uitvoeringsgerichte organisatie op. Als voorbeeld voor een dergelijke organisatie is gebruik gemaakt van elementen van de opgeheven Dienst Landelijk Gebied (DLG) en het Bureau Bodemasbestsanering (BAS). Het Bureau Landelijk Gebied (BLG) is een bureau dat in eerste instantie voor het gebied van ZOTwente zal worden ingezet. Het zou ook kunnen werken voor de andere GGA-gebieden, maar vooralsnog beperkt de scope zich tot Zuidoost Twente. Het bureau zal het PPLG voor ZO-Twente gaan uitvoeren. Daartoe zullen de 5 gemeenten met provincie en waterschappen prestatieafspraken vastleggen in de vorm van een uitvoeringsovereenkomst. In de uitvoeringsovereenkomst zal de governance evenals de financiële inbreng van de betrokken partijen worden vastgelegd (zie bijlage).
Daarbij wordt ook gekeken naar de inzet van of samenwerking met de betrokken partners, zoals bijvoorbeeld LTO, de TBO’S, Landgoederen, Stawel en de diverse erfcoaches. Waar mogelijk wordt aangesloten op lopende gesprekken en ontwikkelingen en/of gekeken naar ervaringen uit andere gebiedsgerichte aanpakken, zoals de initiatieven vanuit de Landgoederen, Buurse, Markelosebroek, De Groene Poort en Broekheurne. BLG werkt altijd namens en in opdracht van de partners. Het bureau zal organisatorisch worden ondergebracht bij een gemeente op de manier zoals dat geregeld is voor BAS. Daarbij geldt dat gemeenten en waterschappen vooral ontzorgd worden en waarbij de drie betrokken overheden (provincie, gemeenten en waterschappen) de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor hun taken blijven dragen. Het bureau zal onder leiding komen van een door de betrokken overheden benoemde directeur met secretariële ondersteuning. De werkzaamheden waarvoor medewerkers worden aangetrokken zullen grotendeels overeenkomen met die van de voormalige DLG: grondverwerving, herinrichting, advisering voor beheer, vertalen van beleid naar uitvoering, het bijeenbrengen van alle belangen in het gebied, projectleiding, advisering over financiering, het verstrekken van financiering, de loketfunctie en het opzetten van grondruil. Als extra functies worden het coachen van agrarische
ondernemers en het bevorderen van innovatie toegevoegd en ook de inzet van een ecoloog en een landschapsarchitect. Medewerkers van het bureau kunnen worden gedetacheerd vanuit de betrokken overheden, maar kunnen ook worden ingehuurd. Over de uitvoering zal goede afstemming plaatsvinden met de betrokken gemeenten en bijvoorbeeld een partij als de Omgevingsdienst Twente (milieuvergunningen). Basis voor een dergelijke organisatie wordt gevormd door twee belangrijke voorwaarden: “vertrouwen” en “gunnen”.
Perspectief voor de Landbouw Onze agrarische ondernemers voorzien ons van voedsel, onderhouden de natuur en het (cultuur)landschap, zijn een belangrijke economische drager van het buitengebied en voor ons in ZOT daarom onmisbaar voor de leefbaarheid van ons platteland. In onze aanpak ligt de focus dan ook met name op doorgaande bedrijven maatschappelijke doelen willen integreren in hun bestaande bedrijfsvoering. Door deze bijdrage (diensten) liggen er mogelijkheden voor een extra (financiële) pijler onder het bedrijf, waardoor de uitdagingen die er liggen voor de landbouw juist extra perspectieven gaat bieden. Naast deze extra pijler ligt onze focus ook op ruimte voor landbouwontwikkeling door innovatie en verbreding.
Financiering Voor de financiering is met hulp van informatie van Rijk, provincie en CBS een becijfering gedaan, wat heeft geleid tot een raming van ca € 700 mln, zie bijlage. Dit is een becijfering op basis van wat er nu aan opgaven bekend is. Indien er nieuwe opgaven bij komen, zoals de te verwachten natuurdoelen en impact van de wateropgave, dan zullen in principe meer middelen nodig zijn en zal in overleg met Rijk en provincie een herberekening moeten plaatsvinden. Ook zijn op dit moment de randvoorwaarden van opkoopregelingen nog niet bekend. Bij het budget wordt er hoe dan ook voor gepleit om flexibiliteit en maatwerk mogelijk te maken, waarbij in principe het zwaartepunt van de middelen terecht moet komen bij die gebieden waar dat het meeste nodig is. Disclaimer Dit bod vanuit ZO-Twente is gedaan door de 5 gemeenten. Daarbij was overleg met de andere partners (waterschap, TBO’s, landgoederen, LTO, enz) en bredere interne afstemming in die korte periode niet mogelijk. Na het bestuurlijk overleg op 8 mei moet deze afstemming plaatsvinden.
Bijlage: uitwerking plan van aanpak Wat gaan we doen -
Wat levert het op
Het werken van onderop, ruimte voor maatwerk en het gezamenlijk optrekken met inwoners en ondernemers is voor het gebied Zuid Oost Twente een randvoorwaarde. Voor de uitvoering vormen we daarom het Bureau Landelijk Gebied ZOT (BLG ZOT). -
Wat gaat het kosten
Uitvoeringsorganisatie Bureau Landelijk Gebied ZOT is gevormd en gaat aan de slag. Partners zijn betrokken en nemen samen met de inwoners en ondernemers verantwoordelijkheid. Breder draagvlak.
65 miljoen
-
In ZOT gaan we werken aan 25 gebiedsprocessen waarvan 10 gebieden waar meervoudige opgaven aan de orde zijn. Samen met de gebieden gaan we bepalen met welke aanpak we de uitdagingen aangaan. Gelet op de opgave verwachten we in ons gebied 2 a 3 landinrichtingsprojecten.
-
25 gebiedsprocessen worden opgestart en de opgaven worden gezamenlijk geconcretiseerd en gerealiseerd.
55 miljoen (met zwaartepunt in gebieden met meervoudige opgave).
-
We gaan in gesprek met de bedrijven die de komende jaren zullen stoppen (autonoom). We verwachten ten opzichte van 2018 een afname van het aantal melkveehouderijbedrijven van 30% in 2030 en 40% in 2035. Ook verwachten we een flinke daling van het aantal varkens- en pluimveehouderij (respectievelijk 50% en 20%).
-
Een reductie van Stikstofemissie 25 a 30 procent. Ruimte voor het legaliseren van PAS-melders. Ruimte voor doorgaande bedrijven voor extensivering.
Zie: Inzet vanuit BLG Zie: Gebiedsprocessen
Voor het oplossen van de problematiek Pasmelders gaan we in gesprek met de pasmelders om de benodigde vergunning ruimte vast te stellen. Daarnaast gaan we in gesprek met de stoppende bedrijven en verwerven we de benodigde stikstofruimte. Voor betreffende stoppende bedrijven passen we in het kader van KGO maatwerk toe, zodat overtollige gebouwen opgeruimd worden.
-
58 pasmelders zijn gelegaliseerd. Versnelling stoppers en opruimen van overtollige gebouwen.
1,5 miljoen
We richten ons in ZOT met name op de doorgaande bedrijven. Echter voor een beperkte groep kan een vrijwillige opkoop (mogelijk piekbelasters) wel aan de orde zijn. Ook zijn er bedrijven die mogelijkheden zien voor bedrijfsplaatsing.
-
Opkoop van 25 bedrijven en verplaatsing van 10 bedrijven. Reductie stikstofemissie en depositie van 5% a 10%.
70 miljoen
-
-
-
-
-
-
-
Om de natuur en waterdoelen te realiseren willen we in ZOT werken aan de totale Basis Kwaliteit Natuur. Dit kan wat ons betreft alleen samen met de landbouw. Het realiseren van maatschappelijke doelen wordt een extra pijler onder landbouwbedrijven die daar op in willen zetten. Met grondeigenaren en gebruikers gaan we gebiedsgericht ruimte realiseren voor groene en blauwe diensten. We werken dit samen met ondernemers uit in de vormen van bijvoorbeeld: ecosysteemdiensten, maatschappelijke diensten en/of KPI’s. We maken daarbij gebruik van kennis en ervaring uit lopende pilots.
-
-
-
-
-
In ZOT hechten we (met name ook gelet op het aantal “autonome stoppers”) veel waarde aan het ondersteunen van de doorgaande bedrijven. Daarom ondersteunen we maatregelen waardoor de emissies van stikstof en methaan verminderen, de (bodem) biodiversiteit verbetert en/of andere “maatschappelijke diensten” (KPI’s) worden geleverd. Door bemonstering en de aanleg van meetsystemen zorgen we voor monitoring en borging.
-
-
De focus in ZOT is gericht op het werken aan de Basis Kwaliteit Natuur. Landbouwkundig gebruik past daar wat ons betreft in. Echter ook zijn er plekken waar de stapeling (landbouw en natuur) niet voor de hand ligt. Gebiedsgericht gaan we na wat waar nog kan. Op plekken waar het past en kan realiseren we bos en nieuwe natuur.
-
Het werken aan de opgaven rondom natuur, water en klimaat zal een enorme impact hebben op het platteland. Het aantal landbouwbedrijven zal afnemen en dit heeft gevolgen voor de werkgelegenheid in buurtschappen en dorpen. Oog en/of aandacht voor de sociale gevolgen is daarom ook binnen ZOT een randvoorwaarde. Met de buurtschappen en dorpen gaan we werken aan buurtof dorpsplannen. Lokale projecten die bijdragen aan de leefbaarheid, bijvoorbeeld het toekomstperspectief voor jongeren, willen we ondersteunen.
Totaal: 700 miljoen
6.000 a 6.500 hectare 400 miljoen boerenland komen ten dienste te staan voor Natuur en Waterdoelen. Ongeveer 200 bedrijven geven invulling aan een natuur inclusieve bedrijfsvoering. Voor deze bedrijven is er zekerheid door 30 jarige contracten. De Basis Kwaliteit Natuur is op orde. Hydrologische inpassing ten gunste van instandhoudingsdoelen rondom Natura 2000. Het kunstmest gebruik daalt met 25 a 30 procent. 200 bedrijven investeren in duurzame maatregelen. Een reductie van de stikstof emissie van 30 a 35%.
50 miljoen
-
Ongeveer 750 hectare nieuw Bos en/of nieuwe natuur.
53,5 miljoen
-
29 buurtschappen en/of dorpen worden ondersteund om te werken aan de leefbaarheid.
5 miljoen
-
Onderzoeken mogelijkheden overige financiering voor langere termijn. Bijvoorbeeld omgevingsfonds.