Bijlage Was - wordt tabel Legesverordening 2026.pdf
Tekst van het document
Was – wordt tarieventabel legesverordening 2026 Was Artikel 11 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening.
Wordt Artikel 11 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (Rijbewijzen); 3. artikel 1.14 (Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.16, onder a (Verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.19 (Wet op de kansspelen). Een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Info.: In verband met de invoering van de Omgevingswet had de gemeenteraad het college voor de jaren 2024 en 2025 gemachtigd om de legesverordening, waar nodig, snel aan te passen. Met ingang van 2026 wordt deze machtiging ingetrokken en teruggebracht naar de situatie zoals die voorheen gold, conform de VNG-modelverordening.
-
Artikel 2.6, lid 3 Vergunningplicht vanwege monumentenstatus 3. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de activiteit uitsluitend vergunningplichtig is vanwege de monumentstatus van het object of
terrein, zoals bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.9 van deze verordening, en deze activiteit bij een niet-monument vergunningsvrij zou zijn: € 190,35 Info: Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden van team Vergunningen is gebleken dat ook bij een vergunningsvrije bouwactiviteit leges zouden moeten worden geheven op basis van artikel 2.6 wanneer het een monumentaal object betreft. Dit wordt als onwenselijk beschouwd, gezien de hoogte van de leges die in rekening zouden worden gebracht in verhouding tot de daadwerkelijk verrichte dienst. Daarom wordt in afwijking hiervan het minimumtarief van € 190,35 toegepast.
-
Artikel 2.30 lid 2 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden 2. Leges als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden niet geheven indien blijkt dat voor de betreffende activiteit geen omgevingsvergunning is vereist.
Info: Door het toevoegen van lid 2 wordt verduidelijkt dat er geen leges worden geheven wanneer voor bepaalde bomen geen kapvergunning vereist is.
Artikel 2.40 Wijziging omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan, waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van het tarief als vermeld in dit hoofdstuk. Dit met dien verstande dat het bedrag niet minder bedraagt dan: € 190,35 Het voorgaande is niet van toepassing indien de afwijking zodanig is dat er, naar de omstandigheden beoordeeld, sprake is van een nieuw bouwplan.
Artikel 2.40 Wijziging omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan, waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van het tarief als vermeld in dit hoofdstuk. Dit met dien verstande dat het verschuldigde bedrag niet minder bedraagt dan: €190,35 Het voorgaande is niet van toepassing indien de afwijking: a. niet binnen drie jaar na verlening van de oorspronkelijke omgevingsvergunning is ingediend, en/of
b. zodanig is dat er, naar de omstandigheden beoordeeld, sprake is van een nieuw bouwplan. Info: Dit artikel is bedoeld om kleine aanpassingen mogelijk te maken op het oorspronkelijke bouwplan, waarvoor weinig tijd nodig is om deze te beoordelen en een nieuwe omgevingsvergunning te verlenen. Omdat de regelgeving echter voortdurend wijzigt, kan een “kleine” aanpassing die pas jaren na de verlening van de omgevingsvergunning wordt ingediend, ertoe leiden dat het gehele bouwplan opnieuw aan de geldende regelgeving moet worden getoetst. In dat geval kan de wijziging niet langer als een kleine aanpassing worden aangemerkt. Op verzoek van de vakafdeling Vergunningen wordt daarom voorgesteld om voor dergelijke aanpassingen een tijdslimiet van drie jaar na de oorspronkelijke vergunningverlening in te stellen.