CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Diepenheim, Oude Deldensestraat 2b Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Oude Deldensestraat 2b, Diepenheim3.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum: Fase: Planid:

ontwerp NL.IMRO.1735.BGxOuDeldensestr2b-OP10

BESTEMMINGSPLAN

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Inhoudsopgave

2

Bijlagen regels

3

Bijlage 1

4

Ruimtelijk Kwaliteitsplan

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Bijlagen regels

ontwerp

3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Bijlage 1 Ruimtelijk Kwaliteitsplan

4

ontwerp

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Diepenheim, Oude Deldensestraat ongenummerd

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Diepenheim, Oude Deldensestraat ongenummerd 2

Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 2. Omgevingsanalyse 9 2.1 2.2 2.3

Natuurlijke ondergrond 10 Landschapstype 12 Huidige situatie 13

3. Beleid 15 3.1 3.2

Provinciaal beleid 16 Gemeentelijk beleid 17

4. Onderbouwing landschapsplan 19 4.1 Uitgangspunten 20 4.2 Groenstructuren en inrichting 22 4.2.1 Kenmerken landschapsplan 22

5. Aanleg en beheer 5.1 5.2 5.3

23

Algemene aanplantinstructie 24 Specifieke aanplantinstructie 24 Specifiek beheer 24

Colofon 26 3

4

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het projectgebied geïntroduceerd en daarnaast een toelichting over het plan gegeven.

1. Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op een perceel aan de Oude Deldensestraat in Diepenheim. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hof van Twente, nummer 428. Het projectgebied ligt ten noorden van het woonperceel aan de Oude Deldensestraat 2 in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Het perceel betreft in de huidige situatie een sportterrein. Het voornemen bestaat om ter plaatse een buurthuis met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Deze ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in het landschap. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.

Afbeelding 1 Ontwikkelinglocatie ten opzichte van kern Diepenheim (Bron: Plattekaart)

Afbeelding 2 Ontwikkellocatie (Bron: Plattekaart)

6

1

Afbeelding 3 Luchtfoto projectgebied (Bron: Topotijdreis)

7

8

2. Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk wordt de omgeving geanalyseerd. Hierbij wordt ingegaan op de natuurlijke ondergrond van het gebied. Daarnaast wordt het landschapstype en de huidige situatie toegelicht.

2. Omgevingsanalyse 2.1 Natuurlijke ondergrond

Geomorfologie

Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. In dit geval ligt het projectgebied op een dekzandrug. Dekzandruggen bestaan uit, het door het landijs getransporteerde -en geboetseerde materiaal. Dekzandruggen zijn terreinverheffingen met flauwe hellingen, die grotendeels door wind afkomstig uit poolstreken zijn gevormd gedurende het de ijstijd van 150.000-12.000 jaar geleden (Weichselien),

ö

Afbeelding 4 Geomorfologie (Bron: Bodemdata)

Hoogteligging

Hoogteligging Het betreft een glooiend gebied met verschillende dekzandruggen, waardoor er in dit gebied hoogteverschillen van wel 2m kunnen voorkomen. In het projectgebied zelf zijn er hoogteverschillen van maximaal 1m. De hoogte bedraagt gemiddeld 16m boven NAP.

Afbeelding 5 Hoogteligging (Bron: AHNviewer)

10

2. Omgevingsanalyse Bodem

Bodem Het ontstaan van een bepaalde bodem wordt beïnvloed door het materiaal van de ondergrond, de hoogteligging en de vochtigheid van de grond. Het projectgebied ligt in een hoge zwarte enkeerdgrond. Deze bodem bestaat uit dikke eerdgronden met een esdek bestaande uit zand, een hoge ligging ten opzichte van het grondwater en een zwarte minerale eerdlaag. De bovengrond bestaat uit lemig fijn zand.

Afbeelding 6 Bodem (Bron: Bodemdata)

Grondwatertrappen

Grondwatertrappen Het projectgebied heeft voornamelijk grondewatertrap 6. De grondwaterstand ligt gemiddeld tussen de 40-80cm ten opzichte van het maaiveld. Echter varieert de grondwatertrap in het projectgebied van trap 6 tot trap 7. Beplanting De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor de volgende beplanting: zomereik, wintereik, gewone es, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, gelderse roos, vuilboom, hazelaar, lijsterbes. Dit wordt ook wel de potentiële natuurlijke vegetatie genoemd. Door in het plangebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen.

Afbeelding 7 Grondwatertrappen (Bron: Bodemdata)

11

2. Omgevingsanalyse 2.2 Landschapstype

1850

1900

1950

2022 1

Het projectgebied ligt in de gemeente Hof van Twente ten zuidoosten van de kern Diepenheim. In figuur 8 is de ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1850 en 2022 te zien. Het projectgebied ligt in een oud hoevenlandschap. Dit landschapstype is ontstaan door agrarisch gebruik. De hoge gronden (de essen) werden als bouwland gebruikt, de lagere gronden om het vee te laten grazen. Op de grens van lagere en hogere gronden werden de boerderijen gebouwd en ontstonden de nederzettingen. Vooral de essen zijn open gebieden in een verder kleinschalig landschap met grote variatie in beplanting. Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van bomen, houtwallen en bospercelen. Kenmerkend voor dit gebiedstype is willekeurige plaatsing van de gebouwen op het erf. De situering en oriëntatie van de hoofdgebouwen op het erf varieert sterk. De oorspronkelijke schuur staat soms parallel aan het hoofdgebouw, soms haaks erop, soms iets naar achteren. Als de schuren en hallen zich direct aan de weg bevinden, (in het oude hoevenlandschap betekent dit dus achter op het erf) wordt de oorspronkelijke boerderij vrijwel geheel aan het oog onttrokken. Naast schuren komen traditionele bijgebouwen zoals houten kapschuren, bakhuisjes en hooibergen voor.

Afbeelding 8 Ontwikkeling van het landschap (Bron: Topotijdreis)

12

2. Omgevingsanalyse 2.3 Huidige situatie Het projectgebied is in de huidige situatie ingericht als sportveld. Het projectgebied betreft een grasveld, omringd door een dichte houtwal. Langs deze houtwal ligt de Oude Deldensestraat die kruist met de Deldensestraat en overloopt in de Steenmorsweg.

1

De belangrijkste kenmerken van de omgeving zijn de onregelmatige blokverkaveling en percelen die (deels) omsloten zijn met houtwallen en singels. Ten oosten van het perceel ligt een bosgebied. Er liggen verder verschillende agrarische percelen rondom het projectgebied.

Afbeelding 9 Huidige situatie projectgebied (Bron: Topotijdreis)

13

14

3. Beleid In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid weergeven. Dit wordt toegelicht door middel van het provinciale beleid en het gemeentelijke beleid.

3. Beleid 3.1 Provinciaal beleid De omgevingsvisie Overijssel is de provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moetenverbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het plangebied. Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd.

essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.

Afbeelding 10 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. Ook kan dit worden gerealiseerd door de (strekkings) richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

16

Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote

Afbeelding 11 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

3. Beleid 3.2 Gemeentelijk beleid Welstandsnota gemeente Hof van Twente In de welstandsnota is het ruimtelijke beleid opgenomen van de gemeente Hof van Twente. Het projectgebied ligt in het deelgebied kampen en essen. Het kampenlandschap omvat grote delen van de oostelijke helft van de gemeente. Kenmerkend voor dit oude lichtglooiende landschap is het mozaïek aan kavels. Een gedeelte hiervan is omgeven door houtwallen en bosjes. Op de plattelandswegen in de kampen, die door de velden en bosschages slingeren, wisselt telkenmale het beeld. De boerenerven zijn op vanzelfsprekende wijze in het mozaïek opgenomen. Een erf bestaat meestal uit een oude boerdeij, een stalen en een schuur. Genoemde gebouwen staan veelal losjes rond een centraal pleintje gegroepeerd. Op en rond het erf staan groepjes eiken. De essen liggen vooral rond Markelo, kleinere essen vinden we bij Delden enten zuiden van Bentelo. Door hun bolling, het ontbreken van bebouwing en bomen doen de essen ruim aan. Onderaan de hellingen van de essen liggen de boerderijen. Op een aantal plekken vormen clusters en linten van boerderijen, een buurtschap. Op steeds meer plaatsen worden de oude boerderijen door burgers bewoond. Ook komt het voor dat op de plaats van de boerderij een nieuw woonhuis wordt gezet. De nieuwbouw springt vooral in het oog als de kenmerkende erfbeplanting ontbreekt.

Beleid In het beleid worden de kampen en essen als waardevol landschap aangeduid. Ingezet wordt op landbouw in combinatie met behoud van de onregelmatige verkaveling, de houtwallen en de boomgroepen. Ook de open essen dienen gespaard te blijven. Met het culturele erfgoed, de karakteristieke erven, dient voorzichtig te worden omgesprongen. In het kader van de herstructurering van de landbouwgronden is een stukje kampen landschap bij Zeldam als landbouwontwikkelingsgebied aangewezen. Hier vinden we nu al een aantal grote landbouwbedrijven. Om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken wordt dit stukje kampenlandschap bij de verspreide ontginningen gevoegd.

buurtschappen, landgoederen of de ligging aan doorgaande wegen: Bentelo, Diepenheim, Hengevelde, St. Isidorushoeve.

Landschapsontwikkelingsplan Hof van Twente De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een landschapsontwikkelingsplan laten opstellen. Het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente dient een samenhangende visie op landschapskwaliteit te bevatten en de bouwstenen en inrichtingsprincipes aan te geven voor landschapsontwikkeling. Het plan dient bovendien als leidraad voor de rol en werkwijze van de beide samenwerkende gemeenten om deze visie te realiseren door middel van concrete projecten.

Een bijzonder stuk kampenlandschap is het gebiedje Elsenerbroek langs de Regge. Hier is een fijnmazig patroon behouden van omsloten percelen op de dekzandkopjes, temidden van de natte gronden van het verzamelgebied (zie hiernaast). Het huidige landschapsbeeld

Het dekzandgebied is het lager gelegen vrij vlakke gebied tussen het plateau en de stuwwal bij Markelo in. Het wordt doorsneden met beken die min of meer parallel in noordwestelijke richting afstromen, richting de Regge in het verzamelgebied. De verspreid liggende kleine kernen in het dekzandlandschap zijn ontstaan uit de

Langs de beken liggen buurtschappen met natte hooilanden (maten), oude kampontginningen en plaatselijk ook grotere essen. Daartussen liggen kleinschalige veldontginningen met restanten heide en bos. Langs enkele beken zijn de cultuurhistorische landschappen nog goed herkenbaar zoals bij Stepelo-Bentelo en het Brummelhuis. In de fraaie landgoederen rond Diepenheim, die eveneens langs de beken zijn ontstaan, zijn ook nog gave kampen bewaard gebleven. Het dekzandlandschap is hier vanouds sterker verdicht met bossen en oude lanen.

Door het intensieve landbouwkundige gebruik en ruilverkavelingen zijn delen van het oorspronkelijk gevarieerde en kleinschalige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Dit gebied wordt thans gekenmerkt als agrarisch werklandschap: een half open landbouwgebied. De linten van beken en wegen zorgen nog enigszins voor oriëntatie en ordening. Hier komen relicten voor zoals oud bouwland, houtwallen, singels, bosjes en erfbeplanting. De samenhang tussen de landschapselementen is er beperkt. 17

Het landschap van het dekzandgebied heeft de volgende kenmerken. • Waardevolle ensembles van oude kampenlandschappen, heide, bos en landgoederen. • Half open landbouwgebied met verspreide landschapselementen; oud bouwland, singels, solitaire bomen, heiderestanten en bosjes. • Beken met maten en singels. • Wegenpatroon parallel aan en haaks op de beken.

18

4. Onderbouwing landschapsplan In dit hoofdstuk wordt het landschapsplan toegelicht aan de hand van een onderbouwing.

4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 Uitgangspunten Het projectgebied ligt ten Zuiden van de Kern Diepenheim in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Het projectgebied is gelegen in het oude hoevenlandschap. Het bebouwingsbeeld in de omgeving bestaat uit agrarische- en bospercelen. De agrarische percelen hebben een open karakter waarbij beplanting langs de perceelsgrenzen voorkomt en enkele solitaire bomen op het erf zelf. Uitgangspunten initiatiefnemer: • Realiseren dorpshuis • Landschappelijk inpassen van het nieuwe dorpshuis Uitgangspunten provincie Overijssel: • De erven moeten aansluiten op de gebiedskenmerken volgens de Omgevingsvisie Overijssel. Uitgangspunten gemeente Hof van Twente: • Herstel en onderhoud lanen, houtwallen en boomgroepen. • Behoud samenhang en contrast tussen landschapstypen binnen ensembles.

20

Legenda 1. Te realiseren dorpshuis 2. Te realiseren parkeerplaats met grasbetontegels 3. Aan te planten beukenhaag 4. Aan te planten bomenrij 5. In te zaaien kruidenrijk grasland

3 3

4

1

2

1

5

4. Onderbouwing landschapsplan 4.2 Groenstructuren en inrichting In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf.

4.2.1 Kenmerken landschapsplan Erfinrichting Erven en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar en hoe een erf ligt en hoe het eruit ziet, wordt bepaald door de bodem en het type landschap. Het voornemen is het realiseren van een dorpshuis op het aangegeven perceel. Dit nieuwe dorpshuis wordt in passende landelijke stijl uitgevoerd. Het dopshuis krijgt een passende sobere kleurstelling met een bouwhoogte van circa 6,5 meter hoog. Dit wordt gerealiseerd door een passende kleurstelling en de bouwhoogte betreft niet hoger dan 7m hoog. Bij het dorpshuis worden voldoende parkeerplekken gerealiseerd om te voldoen aan de parkeernormen.

22

De keuze voor verharding en materialen moeten in gedekte kleurstelling sober worden toegepast en in afstemming met elkaar. Afscheidingen in de vorm van schuttingen en hekwerken zijn ongewenst.

Landschappelijk De ambitie is het behouden van de kenmerken van het oude hoevenlandschap. Het perceel zelf is omringd met een stevige houtwal. Het heeft hierdoor een gesloten karakter. Het landschap rondom het projectgebied is semi open. Er liggen veel agrarische percelen met enkele houtwallen en een aantal bospercelen in het gebied. Het dorpshuis wordt landschappelijk ingepast door middel van een beukenhaag. Deze beukenhaag zorgt voor afscheiding van de parkeerplekken. Langs oost- en zuidzijde van het dorpshuis wordt een strook kruidenrijk grasland ingezaaid. Dit geeft een natuurlijker beeld en is goed voor de biodiversiteit. Ten slotte worden er 4 inheemse bomen aangeplant aan de westzijde van het dorpshuis. Het perceel wordt hiermee vergroend. Met dit voorstel wordt het dorpshuis beter ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe.

1

5. Aanleg en beheer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de ingetekende landschapselementen idealiter geplant of onderhouden dienen te worden.

5. Aanleg en beheer 5.1 Algemene aanplantinstructie 1. Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest. 2. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een zogeheten bewortelde stek met de maat 200-250 cm hoogte vanaf de wortelhals. 3.Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond.

5.2 Specifieke aanplantinstructie Bomenrij 1. Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. 2. Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op circa 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (zuidwesten). Bevestig de jonge boom met sisal boomtouw aan de boompaal. Knoop het touw aan de paal en draai het touw circa 3 maal in een 8-vorm om de boom. Leg een knoop in het touw om deze aan de paal te bevestigen. Snijd overtollig touw af. 3. U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het 24

plantgat. 4. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed. Kruidenrijk grasland 1. De voorkeursperioden voor zaaien zijn augustus-september of februari-maart. Dit heeft ermee te maken dat veel planten koude- en weersinvloeden nodig hebben om te kunnen kiemen. Bij voorkeur niet zaaien als de grond drijfnat is (in ieder geval op zware kleigrond). Ook zaaien tijdens vorst of sneeuw wordt afgeraden. 2. De benodigde hoeveelheid zaaigoed hangt af van de bodem: 1 g/m2 op klei en 1,25 g/m2 op zand. Het zaad van inheemse, meerjarige planten is vaak stof-fijn, waardoor een kleine hoeveelheid zaad al genoeg is. 3. Meng het zaaigoed met licht vochtig zand (niet nat). Hiervoor kunt u bijvoorbeeld straatzand gebruiken. Dit steekt mooi af tegen de overwegend donkere ondergrond. Op die manier kunt u goed zien waar u al zaden gestrooid heeft. Ga voor menging uit van ongeveer 1 emmer zand op iedere 100 gram zaad of 1 kruiwagen zand voor 1 kg zaad. Knip- en scheerheg 1. Voor het ontwikkelen van een dichte knip- en Scheerheg is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende. Per strekkende meter kunnen 5 stuks bosplantsoen worden aangeplant. 2. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en Breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen.

Eventueel kan een draad worden gespannen als hulpmiddel bij het graven

van de plantsleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde.

5.3 Specifiek beheer Bomenrij Zo min mogelijk snoeien heeft de voorkeur, omdat er zo weinig mogelijk wonden ontstaan. De boom zal met de mogelijkheden van de groeiplaats uitgroeien tot een volwassen boom. Kruidenrijk grasland 1. Maai de vegetatie het eerste jaar zodra deze 20-25 cm hoog is. Maai met een zeis, bosmaaier met een messenblad (geen draadkop!) of een cyclomaaier zodat het maaisel kan worden afgevoerd. Gebruik geen klepelmaaier, aangezien deze het maaisel te fijn maakt waardoor harken/ oprapen niet mogelijk is. Maai niet te laag (> 5 cm boven grond). 2. Afvoeren van maaisel voorkomt dat een viltige laag van oud maaisel op de bodem ontstaat. Deze belemmert kieming van zaden en verstikt eventuele kiemplanten. 3. Vanaf het tweede jaar bestaat het beheer eveneens uit maaien en afvoeren van maaisel. Frequentie en tijdstip van maaien is afhankelijk van de productiviteit van de begroeiing. Over het algemeen geldt dat tweemaal per jaar maaien (en afvoeren) volstaat: de eerste maaibeurt tussen half mei en half juni en de tweede maaibeurt later in de zomer. Knip- en scheerheg De naam knip- en scheerheg zegt het eigenlijk al: een heg moet geknipt of geschoren worden. De

5. Aanleg en beheer frequentie van de snoei hangt af van een aantal factoren: de soort, de vorm, de functie en de eisen die aan de heg stellen worden gesteld. In het algemeen worden de meeste heggen ongeveer 2 keer per jaar geknipt. Als de haag uit liguster bestaat, dan kan wel 3 keer per jaar geknipt worden, omdat de liguster een snel groeiende struik is. Knip de heg wanneer het bewolkt en niet te warm is. Belangrijk is dat de onderkant van de heg iets breder uitgroeit dan de bovenkant, zodat de zon ook op de onderkant van de heg kan schijnen. De heg behoudt dan zijn besloten karakter.

25

Colofon

Project:

Oude Deldensestraat ongenummerd, Diepenheim

Auteur:

BJZ.nu

Datum:

November 2023

Status:

Concept

www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Vestiging Groningen Helperpark 284 9723 ZA Groningen

26

Legenda 1. Aan te planten beukenhaag Fagus sylvatica Lengte: 43m Plantwijze: dubbele plantrij, 4 stuks/m1 Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120cm 2. Aan te planten bomenrij Betula pendula (Ruwe berk) Aantal: 4 stuks Aanplantmaat 16-18, onderlinge afstand 8m 3. In te zaaien kruidenrijk grasland 1g per m2 kruidenmengsel, totaal 250m2 Zaaisel: M1 Laag bloemrijk grasland van Crydthoeck

1 1

3 2

Oude Deldensestraat, Diepenheim Formaat: A3 Schaal: 1:500 Datum: November 2023

Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4104/documents/56666