Bijlage 4 - Bijlagen bij de regels Herziening Traasweg 5 Markelo.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxTraasweg5-VS10
BESTEMMINGSPLAN
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo
Inhoudsopgave
2
Bijlagen bij de regels
3
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
4
Bijlage 2 wezel
Ecologische aanbevelingen t.b.v. de bunzing, egel en 6
vastgesteld
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo
Bijlagen bij de regels
vastgesteld
3
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo
Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
4
vastgesteld
Legenda 1. Lodges 2. Behouden en versterken groenstructuur (uitheemse soorten vervangen door inheemse soorten) Aanvullen met inheemse soorten, zodat er een dichte houtwal van minimaal 10m wordt gerealiseerd. Keuze inheemse soorten wordt bepaald a.d.h.v. de staalkaarten. 3. In te zaaien kruidenrijke onderbegroeiing voor bosplantsoen 1g per m2 kruidenmengsel, totaal 3500m2 Zaaisel: O3 Onderbegroeiing - bosplantsoen van Cruydthoeck
1 1 1 1 1
3 3
3
1
1 4
2
1
1 1
Dichte houtwal van minimaal 10m
Traasweg 5, Markelo
Formaat: A3 Schaal: 1:1000 Datum: Oktober 2024
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo
Bijlage 2 Ecologische aanbevelingen t.b.v. de bunzing, egel en wezel
6
vastgesteld
Advisering Kattenbergse Hoeve te Markelo Aanbevelingen voor inrichting ten behoeve van de bunzing, egel en wezel
projectnummer 458333.100 definitief 24 juli 2020
Advisering Kattenbergse Hoeve te Markelo Aanbevelingen voor inrichting ten behoeve van de bunzing, egel en wezel
projectnummer 458333.100 definitief revisie 00 24 juli 2020
Opdrachtgever Kattenbergse Hoeve Hogedijk 8 7475 PR Markelo
datum vrijgave
beschrijving revisie 00 definitief
goedkeuring M.L. Braad
vrijgave M. van Esterik
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding Soorten
1 2
2
Maatregelen
3
2.1 2.2
Overzicht kansrijke locaties Mogelijkheden per soort
3 5
3
Advisering
9
4
Bronnen
11
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Haafkes Goor B.V. is voornemens om de camping Kattenbergse Hoeve uit te breiden met stacaravans en luxe chalets. De uitbreidingslocaties op de camping bevinden zich op het noordwestelijke en noordoostelijke deel. Het voornemen zal in twee fases worden uitgevoerd (zie Figuur 1.1). Tijdens de natuurtoets (Antea Group, 2019) kon de aanwezigheid van de bunzing, egel en wezel niet worden uitgesloten. De soorten zijn in de provincie Overijssel beschermd onder artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Deze soorten zijn beschermd omdat er indicaties zijn dat de staat van instandhouding van deze soorten niet goed is. Het wordt aangenomen dat deze soorten aanwezig zijn in het plangebied. Negatieve effecten die bijvoorbeeld leiden tot vernietiging van verblijfplaatsen zijn niet toegestaan. Eén van de intenties van het voornemen is om zoveel mogelijk natuurlijke elementen te behouden. Door de combinatie van zoveel mogelijk behoud van de huidige natuurlijke elementen en het realiseren van meer leefgebied en verblijfplaatsen, worden mogelijke negatieve effecten voorkomen. Dit dient gerealiseerd te zijn voor aanvang van de geplande werkzaamheden. Landschappelijke maatregelen ten behoeve van de bunzing en de wezel zijn ook gunstig voor de egel, waarmee alle drie de soorten worden gedekt. Op deze manier wordt er voor de werkzaamheden gunstig biotoop gerealiseerd voor alle soorten.
Dit rapport betreft de advisering over geschikte maatregelen en waar deze kunnen worden toegepast.
N
Figuur 1.1. Een weergave van het voornemen. Rode omranding: het plangebied, paarse omranding: Fasegebied 1, oranje omranding: Fasegebied 2.
1
1.2
Soorten Bunzing De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Over het algemeen worden de hoogste dichtheden van de bunzing gemeten in Figuur 1.2. Een bunzing (Haden, 2018). waterrijke gebieden. De bunzing kan zijn dieet aanpassen naar de lokaal aanwezige prooidieren, zoals kleine knaagdieren, konijnen, amfibieën en vogels. Zie Figuur 1.2 voor een voorbeeld van een bunzing. Egel De egel kan in een diverse hoeveelheid aan landschappen voorkomen, zoals boomgaarden, loofbossen, weiden en grasvelden. Egels worden ook veel waargenomen in woonwijken waar zij ook foerageren in de tuinen van mensen. Egels komen over het algemeen nauwelijks tot niet voor in moerassen en naaldbossen (Egelwerkgroep, 2020). Ze eten met name ongewervelden en andere kleine soorten of eieren die ze kunnen pakken. Egels Figuur 1.3. Een egel (Mooie achtergronden, 2020). hebben een vast leefgebied die zij met meerdere soortgenoten kunnen delen. Egels houden een winterslaap tussen november/december en april/mei, afhankelijk van de klimatologische omstandigheden (Zoogdiervereniging, 2020).
Zie Figuur 1.3 voor een voorbeeld van een egel. Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen. Meestal in droger gebied dan de hermelijn. Dekking is essentieel voor de wezel, bijvoorbeeld in de vorm van bosschages, houtstapels of heggen. Voldoende dekking, mogelijke verblijfplaatsen (zoals muizenholen en mollenstelsels) en de aanwezigheid van voldoende prooidieren zijn de hoofdeisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Een gebied zonder een van deze elementen betekend dat de wezel niet Figuur 1.4. Een wezel (Sharp, 2020). aanwezig is. Zie Figuur 1.4 voor een voorbeeld van een wezel.
2
2
Maatregelen
2.1
Overzicht kansrijke locaties In het plangebied zijn al verschillende geschikte elementen aanwezig, hoofdzakelijk lijnvormige trajecten waar de soorten gebruik van kunnen maken. Dit is met name aanwezig aan de noordwestelijke kant van het gebied. Een toekomstig voornemen (niet onderdeel van de natuurtoets of de eerder genoemde Fases) is om de zuidelijke kant van de camping aan te passen. Hierdoor ontstaan daar ook mogelijkheden om de zuidelijke kant geschikt te maken voor de betreffende soorten. De aanwezige weg, de Hogedijk, is een weg zonder doorgaand verkeer. De verkeerintensiteit ligt hier laag, waarbij het gebruik door gemotoriseerd verkeer hoofdzakelijk is beperkt door tractoren. Zodoende is de mate van verstoring en de kans op verkeersslachtoffers langs deze weg beperkt. Hiermee kan ook een verbindingszone worden gecreëerd tussen geschikt biotoop tussen het westen van het plangebied en de bosschages aan de oostelijke kant van het plangebied. Er zijn echter nog geen plannen om de zuidelijke kant van de camping aan te passen, zodoende wordt geadviseerd om hier nog geen geschikt biotoop aan te leggen totdat er meer bekendheid is over deze plannen. De westelijke kant kan echter nog steeds een verbindingszone creëren met het geschikte biotoop ten westen van de camping.
Omdat de Lange weg en de Traasweg meer onderdeel vormen van doorgaand verkeer wordt er niet geadviseerd om langs deze wegen meer geschikt biotoop te creëren, omdat dit de kans op verkeersslachtoffers vergroot. Zie Figuur 2.1 voor een overzicht en Figuur 2.2. voor afbeeldingen van de locatie.
N
Figuur 2.1. De camping (gecombineerde rode, gele, oranje en paarse lijnen) met aanwezige geschikte kanten (paarse lijn), realiseerbaar geschikte kant (gele lijn), toekomstige geschikte kant (oranje lijn), verbindingszone (gele pijl) en toekomstige geschikte verbindingszone (oranje pijl). De groene pijl weergeeft mogelijkheden voor het creëren van verbindingsmogelijkheden, de oranje pijl voor in de toekomst.
3
Figuur 2.2. Verschillende locaties in- en rondom de camping. Bovenste rij: een deel van de zuidelijke kant van de camping (links) en verbindingszone buiten de camping, gezien vanuit het westen richting het oosten. Achter de bomen is een greppel aanwezig. Middelste rij: geschikt biotoop ten westen van de camping. Onderste rij: de westelijke rand vanuit het zuiden richting het noorden (links) en vanuit de noordwestelijke hoek richting het zuiden (rechts).
4
2.2
Mogelijkheden per soort Egel De egel is in staat om zichzelf in stand te houden in de bebouwde omgeving, zoals stadsparken en achtertuinen. Het behouden van voldoende natuurlijke elementen binnen de camping zelf kan zodoende geschikt biotoop creëren voor de egel. Er moet hierbij worden gedacht aan de aanwezigheid van struiken en ‘rommelhoekjes’, zoals locaties met bladerhopen of verblijfplaatsen specifiek ontworpen voor egels (Vivara Pro, 2020). Op de camping kunnen een aantal locaties worden toegewezen waar egelverblijfplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Verdere verbetering- en realiseren van geschikt leefgebied aan de randen van de camping is omschreven bij de bunzing en de wezel. Bunzing en de wezel Voor de bunzing en de wezel zullen met name de randen, waar minder sprake is van verstoring, geschikt zijn. Omdat er nog geen plannen zijn voor het aanpassen van de zuidelijke kant van de camping, wordt geadviseerd om te wachten met het realiseren van geschikt leefgebied aan deze zijde tot deze plannen in een verder gevorderd stadium zijn. Zodoende komt momenteel alleen de westelijke kant in aanmerking voor het bevorderen van geschikt leefgebied. Bij uitvoering kan deze rapportage als leidraad worden gebruikt voor de inrichting aan de zuidelijke rand.
Een deel van de westelijke rand is al geschikt, waardoor realisatie in een deel van de westelijke kant niet noodzakelijk is (zie Figuur 3.1). Voor het realiseren van geschikte randen en verblijfplaatsen kunnen de volgende opties in overweging worden genomen: Heggen en hagen Het aanleggen van heggen en hagen als dekking en verbindingszone (zie Figuur 2.3). Dit moeten heggen zijn met inheemse soorten en dichtbegroeide vruchtdragende struiken. De volgende eigenschappen van heggen zijn belangrijk: ➢ Minimaal 1 meter hoog en 2 meter breed; ➢ Voorkeur voor strook met ruigte kruiden rondom heg of haag van 3 tot 6 meter. Deze moet gefaseerd gemaaid worden; ➢ Diversiteit aan soorten en structuren in haag en heg is belangrijk. Heggen en hagen moeten worden aangelegd bij zacht, vochtig weer (november of december). Daarbij heeft het gebruiken van inheemse soorten, zoals haagbeuken, die passen bij de bodem en het habitat de voorkeur. Het is belangrijk de hagen of heggen gefaseerd te snoeien tussen augustus en eind februari (zoveel mogelijk buiten kwetsbare periode van maart t/m juli).
5
Figuur 2.3. Haag met strook hoge grasvegetatie (Dobbelaar, 2020).
Zomen Het aanleggen van zomen als dekking en verbindingszone is ook een maatregel waarmee de kwaliteit van het habitat kan worden verbeterd (zie Figuur 2.4). Het gaat hierbij om het extensief beheren van stroken landbouwgrond. Perceelgrenzen vormen een geschikte locatie voor zomen. Zomen kunnen gerealiseerd worden door: ➢ Door extensief beheren ontstaan er stroken met kruiden; ➢ Indien dit niet haalbaar is door bijvoorbeeld voedselrijkdom, dan kunnen zomen worden aangelegd. Plaggen is hierbij een mogelijkheid maar dit is lang niet altijd mogelijk; ➢ Er moet een gefaseerd maaibeheer zijn van de zomen; ➢ Ook kunnen er inheemse struwelen worden aangeplant in de zomen; ➢ Het struweel moet één keer in de 3-8 jaar gesnoeid worden waarbij fasering belangrijk is. Zomen moeten tussen de 3 tot 6 meter breed zijn. Hierdoor is de zoom geschikt als verbindingszone en als verblijfplaats in de zomer. Na 4-5 jaar kan er een gemengde kruid- en struiklaag ontstaan.
Figuur 2.4. Kruidenrijke zomen langs perceelgrens (Ouddeken, 2004).
Verblijfplaatsen De bunzing en de wezel (en egel) maken gebruik van meerdere verblijfplaatsen in hun leefgebied, waarbij er onderscheid kan worden gemaakt tussen verblijfplaatsen waar de soorten één nacht in kunnen verblijven of voor langere periodes. Het is moeilijk om een specifieke definitie van de verblijfplaats van beide soorten te kunnen geven, omdat de locaties en verblijfplaatsen zelf enorm kunnen verschillen. Wat vast staat is dat een goede verblijfplaats a) droog ligt, b) goed 6
geïsoleerd is tegen de kou en c) op beperkte afstand van foerageergebied ligt. Dit is zeker essentieel voor een moertje (vrouwtje) die kits (jongen) verzorgd. Omdat de soorten gebruik maken van meerdere verblijfplaatsen, wordt er geadviseerd om niet één maar meerdere nieuwe verblijfplaatsen te realiseren. Zodoende wordt de kans dat minimaal één verblijfplaats per soort wordt gebruik vergroot. Op de volgende manieren kunnen nieuwe verblijfplaatsen worden gerealiseerd: -
Takkenhopen (voor een indruk zie Figuur 2.5); Steenhopen (voor een indruk zie Figuur 2.6); Verblijfplaats verwerkt in een berm (voor een indruk zie Figuur 2.7); Nestkasten (voor een indruk zie Figuur 2.8 en 2.9).
In de periode van augustus t/m oktober vindt de dispersie van de jongen plaats. In deze periode is de grootste kans dat nieuwe verblijfplaatsen worden ontdekt.
Figuur 2.5. Links: Illustratie van een dwarsdoorsnede van een takkenhoop (Westra & Kuiters, 2018). Rechts: voorbeelden voor de inrichting van een takkenhoop. Deze zijn ook toepasbaar in een steenhoop (Figuur 2.6) en verblijfplaats in een berm (Figuur 2.7) (Criel, 1983).
Figuur 2.6. Illustratie van een dwarsdoorsnede van een steenhoop (Westra & Kuiters, 2018).
7
Figuur 2.7. Voorbeeld van een verblijfplaats in een berm (Criel, 1983).
Figuur 2.8. Voorbeelden van een nestkast. Links: de maten voor de bouw van een nestkast voor de hermelijn (Nationale Campagne Bescherming Roofdieren (NCBR), 1986). Rechts: een nestkast geplaatst onder een takkenhoop. In de nestkast is een bunzing aan het rusten (Natuurpunt, 2020).
Figuur 2.9. Voorbeeld van een verblijfplaats voor de egel (Vivara Pro, 2020).
8
3
Advisering Het is de intentie dat de campinggasten in de huisjes aan de westelijke kant van de camping uitzicht behouden op het naastgelegen perceel en de verdere omgeving. Het realiseren van heggen en hagen kan een goede grensafbakening vormen tussen het naastgelegen perceel en de camping, waarbij moet worden gelet op dat de heggen of hagen niet tot een zodanige hoogte en breedte groeien dat hierbij het zicht voor de campinggasten wordt beperkt. Het realiseren van heggen en hagen kan gelijk potentiële verblijfplaatsen creëren voor de egel. Met ook het behouden van voldoende struikgewas en ‘rommelhoekjes’ op de camping voor de egel, blijft er op een groot deel van de camping geschikt biotoop voor de egel bestaan. Op deze locaties kunnen ook egelverblijfplaatsen worden geplaatst. Een veilige aanname is om op vier locaties één verblijfplaats te plaatsen. Er is in Nederland geen specifieke leidraad voor het mitigeren/compenseren van verloren gegane verblijfplaatsen van de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel). Dit houdt in dat er geen vereiste is in de hoeveelheid nieuw te realiseren verblijfplaatsen per verloren gegane verblijfplaats. Een veilige aanname is om meerdere verblijfplaatsen te realiseren om ook de kans op het gebruik van een of meerdere verblijfplaatsen te verhogen.
Het heeft geen nut om meerdere verblijfplaatsen op één plek te realiseren: door deze te spreiden ontstaan er ‘stepping stones’, waarmee migratie tussen andere gebieden wordt vergemakkelijkt. Een optie is om langs de westelijke rand op elke 75 meter een verblijfplaats te realiseren (zie op de volgende pagina Figuur 3.1). Hierdoor worden vanuit de zuidwestelijke- tot aan de noordwestelijke hoek zeven verblijfplaatsen gerealiseerd. De soorten stellen dezelfde eisen aan verblijfplaatsen (droog, geïsoleerd en nabij foerageergebied), maar door het grootteverschil tussen de soorten is de grootte van de opening en de ruimte van de verblijfplaats wel anders. Het wordt zodoende aanbevolen om verblijfplaatsen voor zowel de bunzing als de wezel te realiseren. Er kan hierbij worden gekozen om de verblijfplaatsen ‘om en om’ te realiseren: eerst een verblijfplaats voor de wezel, 75 meter verderop voor de bunzing, 75 meter erna voor de wezel en et cetera. Hierdoor kunnen vier verblijfplaatsen voor de wezel en drie verblijfplaatsen voor de bunzing worden gerealiseerd. De gemakkelijkste optie voor de wezel is om nestkasten te plaatsen, waarbij met name de opening specifiek is gericht naar de vereisten van de wezel (zie Figuur 2.8). Voor de bunzing is het mogelijk om takkenhopen te realiseren. Hierbij kan (deels) gebruik worden gemaakt van al aanwezige takken op de camping.
Bij het opvolgen van de advisering blijft er voldoende geschikt biotoop aanwezig voor de soorten, wordt er een verbinding richting geschikt biotoop ten westen van de camping gerealiseerd en meerdere potentiële verblijfplaatsen gerealiseerd. Hierdoor zal de lokale stand van instandhouding van de soorten niet in het geding komen.
9
N
Figuur 3.1. Het plangebied (gekleurde belijning), met al geschikte randen (paarse lijn) en randen waar heggen en hagen kunnen worden gerealiseerd (gele lijn). De groene stippen weergeven mogelijke locaties voor verblijfplaatsen van de wezel, zwarte stippen voor de bunzing.
10
4
Bronnen Antea group (2019). Natuurtoets uitbreiding camping de Kattenberg. Versie 1, december 2019. Criel, D. (1983). Kunstbouwen voor marterachtigen. Carnivora 1:(4) Dobbelaar, S. (2020). Zeeuwse Haag langs akkerland. Zeeuwse haag aanplanten voor de helft van de prijs! Zeeuwse Haag SD, Walcheren. Egelwerkgroep, 2020. De egel. Haden, H. (2018). Deze maand zetten we de bunzing in het zonnetje. Soort van de maand: de bunzing. RTV Drenthe, Assen. Link: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/129750/Soort-van-deMaand-de-bunzing Mooie Achtergronden (2020). Close up foto van een egel in de herfst met herfstbladeren op de grond. Link: https://3.bp.blogspot.com/0u7oA_NKgK4/UHmlMO1MH0I/AAAAAAAAGl8/QycDQietfC0/s1600/close-up-foto-van-een-egelhd-egel-wallpaper.jpg NCBR, (1986). Een kunstbouw voor de kleintjes. Carnivora 3:(4) Natuurpunt, (2020). Zoogdierenwerkgroep – nestkasten voor marters en kleine marterachtigen. Link: http://www.zoogdierenwerkgroep.be/ Ouddeken, P. (2004). De verrassende natuur van biologische bedrijven. De verrassende natuur van biologische bedrijven. Biologica, CLM en KNHM, Utrecht Sharp, R. (2020). Wezel met kenmerkende staart en onregelmatige scheidingslijn. Leven. Pinterest. Link: https://nl.pinterest.com/pin/402790760399205213/ Vivara Pro (2020). ZK EM 01 Egel- en Marterkast. Link: http://www.vivarapro.nl/?search=egel Overig Street Smart Zoogdiervereniging
11
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. +31 622808564
www.anteagroup.nl
Copyright © 2017 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Traasweg 5 Markelo Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl