Bijlage 3 VS De Marke III fase 3, Hengevelde 03 Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
De Marke III fase 3, Hengevelde
Datum: Fase: Planid:
12 juni 2024 vastgesteld NL.IMRO.1735.HExDeMarkeIIIfase3-VS10
BESTEM
De Marke III fase 3, Hengevelde
De Marke III fase 3, Hengevelde
Inhoudsopgave
2
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan
4
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan
10
Bijlage 3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
35
Bijlage 4
Verkennend asbest- en bodemonderzoek
61
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
167
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek industrielawaai ter Doest
274
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek industrielawaai MHZ
328
Bijlage 8
Quickscan natuur
392
Bijlage 9
Stikstofonderzoek
427
vastgesteld
De Marke III fase 3, Hengevelde
Bijlagen bij toelichting
vastgesteld
3
De Marke III fase 3, Hengevelde
Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan
4
vastgesteld
De Marke III fase 3, Hengevelde Concept stedenbouwkundig plan
17 november 2023
De Marke III fase 3 Opgave & context
• De Marke III fase 3 betreft de ontwikkeling van twee ‘lobben’ aan de westzijde van fase 3. Oorspronkelijk waren hier vrije kavels beoogd. Echter is de vraag naar betaalbare woningen voor starters en ouderen groot in Hengevelde. Voorliggend concept stedenbouwkundig plan laat zien hoe deze kunnen worden ingepast. • Gewenst programma bestaat uit starterswoningen (beukmaat 5,4m) en levensloopbestendige
Gerealiseerde lob met geleidelijke, groene overgang naar wadi
Gerealiseerde lob, weinig samenhang in erfafscheidingen
Gerealiseerde seniorenwoningen fase 2
Gerealiseerde starterswoningen fase 2, links plangebied
Plangebied her te verkavelen lobben vanaf Bolscher
Bestaande woningen ten zuiden van plangebied
woningen (beukmaat 6.6m of beukmaat 5.4 voor woningcorporatie). • De lobben zijn aan alle zijdes omgeven door openbaar gebied en direct zichtbaar vanaf de hoofdentree naar de nieuwe buurt vanaf de Janninksweg.
De Marke III fase 3
Concept stedenbouwkundig plan • Woningen met voorkanten gericht op de wadi en de entree van de wijk. • In de noordelijke lob bevinden zich levensloopbestendige woningen, waarvan de rijwoningen voor de woningcorporatie zijn. Twee seniorenwoningen hebben een parkeerplaats op eigen terrein (aan de Fluttert). Deze woningen zijn één laag met kap. Rondom
tter
Flu
t se.
voegen we een voetpad toe voor de verbinding met de omgeving en een goede route van woning naar de se.
S
r
che
groene berm met bomen. • De zuidelijke lob is qua vorm licht aangepast om de beoogde diepte voor de kavels van starterswoningen te realiseren. Deze woningen zijn twee lagen met kap. Een
• Parkeren is in parkeerkoffers binnen de lobben opgelost. Door hagen rondom de parkeerplaatsen en bomen krijgen de parkeeplaatsen een groene uitstraling. • Enkele parkeerplaatsen zijn gerealiseerd aan de Bolscher.
r
parkeergelegenheid.
st.
che
de omgeving en een goede route van woning naar de
st.
Bols
voetpad rondom zorgt ook hier voor de verbinding met
rg
bo
en nak
Bols
parkeergelegenheid. aan de Bolscher is ruimte voor een
De Marke III fase 3
che Bol s
Programma en parkeren
r
• De parkeerkoffer in de noordelijke lob omvat 18 parkeerplaatsen, terwijl er 16 noodzakelijk zijn voor het programma. • De parkeerkoffer in de zuidelijke lob omvat 17 parkeerplaatsen, terwijl er 18 benodigd zijn. De extra parkeerplaatsen in de noordelijke lob bevinden zich
18 ppl
echter op korte loopafstand, waardoor er voldoende
3 ppl
parkeerplaatsen aanwezig zijn. org
• Er zijn 3 parkeerplaatsen gerealiseerd aan de Bolscher.
nb ake
Sn
Bols r che
17 ppl
Typologie
Aantal
Percentage
Parkeernorm
P. eigen terrein
P. openbaar gebied
Sociale huurwoningen 6
30%
1,6
0
9,6 benodigd
Hoek/rijtjeswoningen 14
70%
2
4
24 benodigd
Totaal
100%
4
33,6 benodigd
20
totaal 38 parkeerplaatsen gerealiseerd in openbaar gebied, 4 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein
De Marke III fase 3
se.
ca, 320 m2
r
che Bol s
Oppervlakte percelen en afmetingen woningen
ca, 168 m2 ca, 168 m2 ca, 239 m2
ca, 221 m2 ca, 131 m2 ca, 128 m2 2 ca, 128 se. m
ca, 128 m2 ca, 172 m2 org
nb ake
Sn
ca. 192 m2 ca. 206 m2
ca. 126 m2
ca. 122 m2
ca. 130 m2
ca. 209 m2
ca. 168 m2
st.
r che
st.
ca. 119 m2
Bols
ca. 121 m
2
ca. 116 m2
De Marke III fase 3, Hengevelde
Bijlage 2 Beeldkwaliteitplan
10
vastgesteld
17 mei 2024
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 1
Inhoud SAB
1. Inleiding 5 2. Het plan 7 3. Criteria bebouwing 13 4. Openbare ruimte 17
opdrachtgever: Gemeente Hof van Twente projectnummer: 220471 bezoekadres: Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem correspondentieadres: Postbus 479 6800 AL Arnhem T: 026-3576911 F: 026-3576611 I: www.sab.nl E: info@sab.nl
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 3
De WitteVeldhuis
en
Diep
aat estr
s heim
De Marke II De Witte
De Marke III MHZ
g swe nink
Jan N
Ter Doest
Plangebied
at
stra
se eed
1
Inleiding
Aanleiding De Marke III is de beoogde uitbreidingswijk van Hengevelde. Het voornemen is om hier circa 100-120 woningen te bouwen. Inmiddels is het noordelijk deel grotendeels ontwikkeld, waarbij overwegend particuliere bouw gerealiseerd is. Deze woningen zijn gerealiseerd conform het beeldkwaliteitplan De Marke III dd. 13 maart 2014. Voor het zuidelijk deel van de Marke III is het stedenbouwkundig plan op een aantal onderdelen gewijzigd, ondermeer om gewijzigde wensen ten aanzien van het woningbouwprogramma in te passen. Het beeldkwaliteitplan is daarom ook geactualiseerd in 2020. Voor de zuidwestelijke lobben is het stedenbouwkundig plan in 2023 gewijzigd. Daarbij is de beoogde sfeer en beeldkwaliteit onveranderd, zodat een goede aansluiting op het noordelijk en oostelijk deel gewaarborgd is, maar zijn wel de relevante afbeeldingen en teksten geactualiseerd in het voorliggende geactualiseerde beeldkwaliteitplan. Dit rapport legt de beeldkwaliteitcriteria vast voor de uitbreidingswijk De Marke III van Hengevelde. De Marke III kent veel vrijheden voor de toekomstige eigenaren in de keuze voor het soort woning en hoe de woning eruit komt te zien. De architectuurstijl is vrij. Dit beeldkwaliteitplan streeft naar het behoud van deze keuzevrijheid, waarbij ingezet wordt op kwaliteit en het creëren van samenhang in de wijk.
Een kwalitatief hoogwaardige wijk heeft herkenbare woongebieden, een hoogwaardige openbare ruimte en een logische en leesbare (verkeers)structuur. Deze (stedenbouwkundige) kwaliteit heeft een direct verband met de woonkwaliteit van de bewoner, maar ook de waardevastheid van wijk en woning. Het beperkte aantal regels zorgt ervoor dat er een beeld van de nieuwe wijk ontstaat die past bij de aard en schaal van Hengevelde.
Status Dit beeldkwaliteitplan is juridisch een onderdeel van de welstandsnota Hof van Twente. Het moet gezien worden als een aanvulling op de welstandsnota. Het in de welstandsnota gehanteerde systeem wordt ook gebruikt in dit beeldkwaliteitplan. Initiatieven met een hoogwaardige architectuur die niet passen binnen de kaders van dit beeldkwaliteitplan worden getoetst aan de algemene criteria van de welstandsnota.
Plangebied De Marke III Het plangebied wordt aangeduid op de luchtfoto op pagina 4. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Diepenheimsestraat, aan de oostzijde door de bestaande woonwijk De Marke II, aan de zuidzijde door de Needsestraat en aan de westzijde door de Janninksweg.
MHZ en Ter Doest Het bestemmingsplan ‘De Marke III, Hengevelde’ omvat naast nieuwbouwwijk De Marke III ook de aangrenzende bedrijfslocaties MHZ en Ter Doest. In dit beeldkwaliteitplan zijn geen richtlijnen voor deze locaties opgenomen. Voor locatie Ter Doest is reeds een beeldkwaliteitplan opgesteld. Locatie MHZ valt onder het regime ‘bedrijventerrein’ uit de welstandsnota. In het bestemmingsplan ‘De Marke III, Hengevelde’ is een uitbreiding van de bedrijfswoning bij MHZ opgenomen. De beoogde uitbreiding heeft één bouwlaag en een plat dak. Dit is niet mogelijk binnen de kaders van de welstandsnota. In afwijking van de welstandsnota wordt toegestaan deze uitbreiding met een plat dak af te dekken.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven. De stedenbouwkundige opzet en samenhang van het plan wordt uiteengezet. Hieruit komt voort wat dit betekent voor de individuele gebruiker: de beeldkwaliteitcriteria. In hoofdstuk 3 worden de beeldkwaliteitcriteria uiteengezet. In hoofdstuk 4 worden criteria uiteengezet die betrekking hebben op de inrichting van de openbare ruimte. Deze criteria zijn vooral relevant voor de gemeente. Voor de (toekomstige) bewoner geeft het inzicht in de opbouw van het plan en de inrichting van de openbare ruimte.
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 5
pen
Die
aat estr
s heim
eg ksw
nin
Jan at stra
N
se eed
Stedenbouwkundig concept
2
Het plan
Planbeschrijving De nieuwe woonwijk De Marke III sluit ten westen aan op de woonwijk De Marke II. Het vormt de rand van Hengevelde en de overgang naar het landelijk gebied. De wijk zal, aan de zuidwestzijde, de dorpsrand van Hengevelde gaan vormen. Toch wordt het aan de meeste zijden al omringd door bestaande bebouwing. Aan de oostzijde ligt de bestaande woonwijk De Marke II, ten noorden van de woonwijk ligt de Diepenheimsestraat en de bebouwing van jongste woonwijk van Hengevelde, De WitteVeldhuis. De Diepenheimsestraat is een oude uitvalsweg met vooral lintbebouwing. Ten westen van het plangebied ligt de Janninksweg met daaraan de bedrijven MHZ en Ter Doest. In het zuiden wordt het plangebied begrensd door de Needsestraat, een provinciale weg. Er is een aantal belangrijke factoren van invloed op het stedenbouwkundige plan voor de wijk:
• Het plan grenst aan twee zijden aan bestaande woonwijken. In het geval van De Marke II zelfs aan achterkanten. • Er dient rekening te worden gehouden met enkele milieuhinderzones. Zo zijn er bijvoorbeeld de omringende wegen en de twee bedrijven MHZ en Ter Doest. • De opvang en retentie van regenwater is een belangrijk onderdeel van het stedenbouwkundige plan. De ruimtereservering hiervoor is een structuurbepalend onderdeel. • De wijk dient ontsloten te worden via de Diepenheimsestraat en de Janninksweg. Daarnaast dient de woonwijk De Marke II een (nood)ontsluiting te krijgen naar De Marke III. Het stedenbouwkundige plan is opgebouwd vanuit de volgende uitgangspunten: • Waterberging en wijkgroen worden zo veel mogelijk gecombineerd tot robuuste groenstukken. Het gros van de groene ruimte ligt tussen de woonwijk en de bedrijven MHZ en Ter Doest. • Om de bewoners van de wijk zo veel mogelijk van het groen te laten profiteren zijn er in oost-
westrichting groene wiggen bedacht, die diep de wijk inkomen. Deze groene wiggen hebben een minimale breedte van vijf meter en zijn grotendeels ingericht als wadi. • De groene wiggen hebben een uitwaaierend profiel. Tevens kenmerken ze zich door gebogen vormen. Dit als contrast met de rechte lijnen in het oostelijke deel van het plangebied. • Het oostelijke deel van het plangebied, grenzend aan De Marke II, kenmerkt zich door een gelijkmatige verkaveling in oost-westrichting. Deze verkaveling sluit aan op de wegenstructuur van De Marke II en refereert aan de huidige rechtlijnige verkaveling van het landschap. • Deze oost-westverkavelingsstructuur wordt doorsneden door een weg en voetpad in noordzuidrichting. Waar deze elkaar kruisen verbreden en vergroenen de wegprofielen, uitlopend in de groene bufferzone. • De entree van de wijk vanaf de Janninksweg biedt ruim zicht op de groenstructuren en sluit vervolgens aan op een rechte weg in oostwestrichting. Deze weg ligt min of meer op de plek waar nu de centrale watergang ligt. De weg
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 7
Stedenbouwkundig plan met verkavelingssuggestie Schaal 1:2000
vormt een centrale lijn in het plan. De groene wig langs de ontsluitingsweg is breder dan de overige wiggen en markeert de entree van de wijk. Centraal in deze centrale wig is ruimte voor spelen. Er is tevens een suggestie voor een markering (bijvoorbeeld een kunstwerk) aangeduid op de plek waar de zichtlijnen vanuit 4 straten samenkomen. • De overgang tussen het groene buffergebied en het bebouwde gebied wordt gevormd door een dorpsrand met een gemengd beeld van voor- en achterkanten van woningen, wadi’s en boomgroepen. • De Marke III zal voor een groot deel bestaan uit particuliere woningen. Daarnaast zullen ook een aantal (rij)woningen projectmatig ontwikkeld worden. Het programma bestaat uit een mix van vrijstaande, twee-onder-eenkapwoningen en rijwoningen. Ook kleinschalige ontwikkelingen in de vorm van CPO (collectief particulier opdrachtgeverschap) behoren tot de mogelijkheden. Deze manier van ontwikkelen past goed bij Hengevelde, waar veel zelf gebouwd wordt en een groot aandeel van de woningen particulier tot stand is gekomen. Het gevolg hiervan is een gevarieerd bebouwingsbeeld.
De Marke III en beeldkwaliteit Het kenmerkende gevarieerde bebouwingsbeeld van Hengevelde is een kwaliteit die ook in De Marke III als uitgangspunt geldt. Een grote mate van vrijheid om individuele woonwensen te realiseren is dan van belang. Is een beeldkwaliteitplan dan wel noodzakelijk? Ja, een beeldkwaliteitplan is namelijk een integraal kwaliteitsdocument. Het behandelt alle aspecten die de aanblik van een omgeving bepalen: stedenbouw (opzet van de wijk), openbare ruimte en architectuur. De manier waarop we onze woonomgeving beleven hangt dus van meer zaken af dan alleen de architectuur van de bebouwing. Voor de individuele bewoner is het van belang dat de omgeving waarin hij woont van goede kwaliteit is en dat de wijk sociaal veilig en goed ontsloten is. De wijk moet een visitekaartje voor de bewoners zijn. Ook is het belangrijk dat men (de bezoeker) zich goed kan oriënteren in de wijk. Een goede kwaliteit woonwijk met een hoge ambitie vertaalt zich ook in een hogere waardering van de woning.
Deze zaken kunnen voor een groot deel in een goed stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan worden geregeld. Maar soms heeft het ook invloed op het private perceel en woning. Om de basiskwaliteit te waarborgen en om een woonwijk te maken met samenhang en eenheid dient een aantal zaken vastgelegd te worden. Het streven is inzetten op kwaliteit en samenhang met voldoende aandacht voor flexibiliteit en variatie, passend bij de aard en schaal van Hengevelde. De criteria hebben betrekking op zaken die de stedenbouwkundige samenhang en aanblik van de wijk bepalen. Denk daarbij aan: • Woningtypologie. Op hoeken (kruising van wegen) en beeldbepalende plekken in het plan gaat de voorkeur uit naar een vrijstaande woning. Het voordeel van een vrijstaande woning op hoeken is de flexibiliteit die dit geeft in oriëntatierichting van de woning en plaatsing van bijgebouwen. De extra bouwmassa die de vrijstaande woning vaak heeft ten opzichte van andere woningtypen zorgt ervoor dat de hoeken en beeldbepalende
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 9
plekken geaccentueerd worden. Bij entrees van de wijk geldt voor de woningen dat het aanbrengen van accentuering aan de woning verplicht is. Voor hoekpercelen in het plan geldt dat er geen bijgebouw op de hoek gebouwd mag worden. De hoek wordt daardoor altijd gevormd door een representatieve gevel met voldoende openheid (zie pag. 13). • Bijgebouwen worden gebouwd achter de voorgevelrooilijn. In het bestemmingsplan is een minimale maat van 2,5 meter achter de voorgevelrooilijn opgenomen. Bij een hoekperceel wordt het bijgebouw niet op de hoek gebouwd maar aan de zijde van het aangrenzende buurperceel (zie pag. 13). • Kleuren en materialen. Door uitspraken te doen over de te gebruiken bouwmaterialen en kleuren zorg je voor een basiskwaliteit en samenhang. Door te kiezen voor één kleur dakpan onstaat er een sterke samenhang in de wijk. Het dak is namelijk een zeer beeldbepalend element. • Er zijn natuurlijk altijd initiatieven die niet binnen de criteria in het beeldkwaliteitplan passen. Indien er sprake is van een uitzonderlijke situatie met hoogstaande architectuur kan er door de welstandscommissie besloten worden om
medewerking te verlenen. Er zal dan getoetst worden aan de algemene welstandscriteria, zoals opgenomen in de welstandsnota Hof van Twente. • De openbare ruimte is een verbindend element voor de gehele wijk. Een eenduidige inrichting zorgt voor een grote samenhang.
Bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan Een groot deel van de hierboven beschreven criteria worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Denk daarbij aan zaken als woningtypologie, rooilijn, gooten bouwhoogte, dakhelling en positionering van bijgebouwen. Criteria die niet in het bestemmingsplan opgenomen kunnen worden krijgen een plek in dit beeldkwaliteitplan, denk daarbij onder andere aan de oriëntatie van de woning, de kapvorm en kleuren materiaalgebruik.
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 11
Materiaal en kleurgebruik gevel (voorbeelden)
Sfeerbeelden materiaal- en kleurgebruik
3
Criteria bebouwing
Situering hoekwoningen
Bijgebouw Woning
n orië
• Woningen die op hoeken gelegen zijn kenmerken zich door een dubbele oriëntatie. Dat wil zeggen dat er twee representatieve gevels zijn. Dit komt tot uiting in het minimale aandeel gevelopening. Beide gevels bestaan voor minimaal 15% uit glas. Een gevelopening is een deur, raam of erker. Het oppervlak wordt gemeten in het vooraanzicht van de gevel en is inclusief kozijnen. • Een volledig gesloten kopgevel bij hoekwoningen is niet toegestaan. Een opening in de kopgevel zorgt voor een verhoging van de ruimtelijke
kwaliteit én indien deze zich op de begane grond bevindt, bevordert deze ook de interactie met de openbare ruimte. • Bij een hoekperceel worden oprit en garage nooit op de hoek gebouwd, dit met uitzondering van rijwoningen, (vier woningen of meer aaneengebouwd) hier is een oprit en garage wel toegestaan op de hoek.
tati e
Hoofdvorm alle woningen • De woning heeft een kap. • De minimale dakhelling is 40 graden.
Wonen op de hoek van twee straten of op de hoek van een straat en openbare ruimte
Detaillering alle woningen
Sfeerbeeld van een woning met een dubbele oriëntatie
• Voor zichtbare, straatgerichte gevels geldt dat baksteen het basismateriaal is. Minimaal 60% van de dichte gevel, bestaat uit baksteen. Aanvullend kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van houten delen of wit keim- en stucwerk. • De kleur van de steen is een aardetint zoals rood, bruin, brons of mangaan. Een mix van deze kleuren is mogelijk. Gele of witte stenen zijn niet toegestaan. • Als dakbedekking wordt een gebakken antraciete pan gebruikt, niet glimmend.
Gevel = 100%
Aandeel gevelopeningen > 15%
Wijze van meten aandeel gevelopening
Situering: dubbele oriëntatie op hoeken
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 13
Erfafscheidingen, beeldbepalende locaties
lage kwaliteitserfafscheiding (max. 1,0m hoog) hoge kwaliteitserfafscheiding (max. 1,8m hoog)
Voorbeelden kwaliteits erfafscheidingen
Dakkapellen
Warmtepompen
• Voor het bouwen van een dakkapel aan de voorzijde of een dakvlak dat gekeerd is naar openbaar gebied is een omgevingsvergunning nodig. De volgende welstandseisen gelden dan: ͳ De hoogte van de dakkapel is maximaal 1,75 meter; ͳ De breedte van de dakkapel is maximaal de helft van de breedte van het eigen dakvlak; ͳ Binnen een dakvlak zijn uitsluitend dakkapellen van dezelfde afmeting en uitstraling toegestaan; ͳ Per woning niet meer dan één kapel per dakvlak; ͳ Dichte delen aan de voorzijde zijn niet toegestaan; ͳ De indeling van het kozijn is afgestemd op het hoofdgebouw; ͳ Rondom dakkapel blijft ten minste een halve meter dak over; ͳ Zijwanden gesloten, gebroken wit, in kleur dakvlak of donker gekleurd; ͳ De dakkapel staat niet op een bijgebouw.
• Buitenunits van warmtepompen mogen niet voor de voorgevel en in het zicht van de openbare ruimte gesitueerd worden. Buitenunits kunnen goed geïntegreerd worden in het dakvlak of aan de achterzijde van de woning nabij de bergingen uit het zicht van de openbare ruimte.
Uitbreiding bedrijfswoning MHZ • Ten aanzien van de uitbreiding van de bedrijfswoning bij MHZ is één bouwlaag met een plat dak toegestaan.
Afwijkingsmogelijkheid
overgang privé - openbaar / erfafscheidingen Erfafscheidingen die grenzen aan het openbaar gebied zijn beeldbepalend voor het gehele plan. Hier schrijven we een duurzame kwaliteitsscheiding voor. Dit is een erfafscheiding die (deels) is opgebouwd uit duurzaam materiaal, zoals metselwerk en deels uit groen. Een hekwerk met hedera begroeiing kan ook hiertoe gerekend worden. De afbeelding ‘erfafscheiding, beeldbepalende locaties’ op pagina 14 toont de betreffende locaties voor lage erfafscheidingen (bij voortuinen) en hoge erfafscheidingen (bij zij- en achtertuinen grenzend aan openbaar gebied) aan.
• Indien er sprake is van architectuur met een hoogwaardige beeldkwaliteit én die aansluit bij het dorpse karakter van Hengevelde dan kan de stadsbouwmeester besluiten om af te wijken van bovengenoemde criteria. Er kan niet worden afgeweken voor platte daken bij bebouwing.
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 15
e wig
en gro
r ne buff e groe
ig
ew
en gro
ne roe
g g e ro ne
r
buff e
Hoofdgroenstructuur
wig
4
Openbare ruimte
Inleiding Een belangrijke rol van de openbare ruimte in De Marke III is zorgen voor samenhang binnen de wijk. Die samenhang ontstaat voor een groot deel door de groene ruimten, maar ook de inrichting van wegen en straten draagt er aan bij. Dit hoofdstuk behandelt daarom achtereenvolgens de groene ruimten en de wegen en straten. Via een korte toelichting, referentiebeelden en principeprofielen komen de richtlijnen voor beeldkwaliteit aan bod. Het uitgangspunt is een sobere en doelmatige inrichting, conform de gemeentelijke standaard. De richtlijnen zijn daar dan ook op gebaseerd. Gezien het belang van de openbare ruimte als verbindend element, is het passend om extra kwaliteit aan de inrichting te geven. Daarom doet dit beeldkwaliteitplan ook suggesties voor afwijking van de standaard. Deze zijn duidelijk aangegeven als suggestie, en onderscheiden zich van de standaardrichtlijnen. Deze suggesties kunnen worden overgenomen bij de aanleg, of later, bijvoorbeeld via een buurtinitiatief.
Locatie profielen
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 17
referentiebeelden open karakter groenzone, verlaagde wadi’s, boomgroepen op verhoogde grasplateaus, kunst in openbare ruimte en overgang van wadi - achterkant percelen
Groene ruimten groene buffer De groene buffer vormt de hoofdgroenstructuur van het plan. De zone heeft meerdere functies. Het is deels ingericht als wadi ten behoeve van de wateropvang van de wijk. Het vormt de dorpsrand van Hengevelde en de overgang naar het buitengebied. Het vormt een buffer tussen de woonwijk en de bedrijfsmatige bebouwing van MHZ en Ter Doest. En als laatste kan het gebruikt worden om een ommetje te maken en als ruimte waar gespeeld kan worden. Het gebied heeft een overwegend open karakter. Door de inrichting als wadi krijgt het een natuurlijk en ‘ruig’ karakter. Enkele bomen en boomgroepen zorgen voor variatie in het beeld. groene wiggen De groene wiggen zijn de groene verbindingen de wijk in. Ze zorgen voor groene kwaliteit en ruimtelijkheid in de wijk. De groene wiggen waaieren uit richting de groene bufferzone. Ze worden
gebruikt als wadi, voor de opvang van hemelwater. De centrale groene wig is breder dan de drie andere wiggen en kan (deels) gebruikt worden voor een speelgelegenheid in de wijk.
referentiebeelden suggestie: bloemrijk land met prairiemix, gesloten vegetatie
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 19
profiel A: overgang bufferzone - aangrenzende percelen
profiel B: overgang groene wig - aangrenzende percelen referentiebeelden avontuurlijk, natuurlijk spelen
Wegen en straten De wegen en straten stralen eenheid en rust uit. Dit betekent dat het materiaal- en kleurgebruik niet te veel opvalt, en dat er geen onderscheid is tussen de verschillende straten onderling. Onderscheid in type straat vindt plaats door de indeling van het profiel en de maatvoering. profiel C: noordelijke groene wig
profiel D: westelijke entree
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 21
profiel E: woonstraat met enkelzijdig trottoir
referentiebeelden verharding, gebakken materialen, rabatstrook rond groene ruimten, diagonaal gestraatte trottoirtegels, groen en verharding in zelfde vlak
kleurenspectrum gebakken materialen
profiel F: woonstraat met dubbelzijdig trottoir en parkeer/rabatstrook
profiel G: groene wig met aan weerszijde een woonstraat
Beeldkwaliteitplan De Marke III - Hengevelde - SAB - 23
De Marke III fase 3, Hengevelde
Bijlage 3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
vastgesteld
35
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De Marke III, fase 3, Hengevelde
Gemeente Hof van Twente
Datum: 27 november 2023 Projectnummer: 220471.01 Versie: 1.0
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling
3 5
2
Kenmerken van het plan
8
2.1 2.2
Inleiding Beschrijving van het plan
8 8
3
Plaats van het plan
11
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
11 11 12
4
Kenmerken van het potentiële effect
17
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
17 18 20 21 22
5
Conclusie
24
Gebruikte onderzoeken/bronnen
25
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Hof van Twente is voornemens de locatie De Marke III (fase 3) te Hengevelde te ontwikkelen. Omwille van de flexibiliteit is het plan De Marke III in fasen ontwikkeld. Het plangebied is daarbij gesplitst in drie fasen. Fase 1, de noordelijke helft van het plangebied, is middels het bestemmingsplan 'De Marke III' bij recht mogelijk gemaakt. Hier is reeds nieuwbouw gerealiseerd. In fase 2 is de zuidelijke locatie van het plangebied ontwikkeld. Nu deze fase in ontwikkeling is, is de gemeente Hof van Twente voornemens fase 3 te ontwikkelen. Aan de westrand van De Marke III liggen twee ‘lobben’ aan de wadi die nog niet ontwikkeld zijn. Hoewel hier eerder vrije kavels beoogd waren, is de gemeente Hof van Twente nu voornemens om hier 20 woningen te realiseren. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood)
3
Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in rood) Bron: PDOK Viewer
Om de gewenste herontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplan te worden opgesteld. In het kader van de te doorlopen planologische procedure moet worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. In het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Voorafgaand aan het in procedure brengen van de bestemmingsplan, dient het bevoegde gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen.
4
In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project of plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sinds een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd ge5
zag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” Op basis van het laatste programma1, voorziet de voorgenomen ontwikkeling in de realisatie van 20 rijwoningen. Tevens wordt het bouwvlak aan weerzijden Bomhof 45a en 45b verder uitgebreid en wordt het bouwvlak aan Bomhof 47 vergroot (binnen de percelen met de gemeentecode DDN01, sectie K en perceelnummers 2049, 2050 en 2051).
Het totale plangebied beslaat circa 8.800 m2. De woningen aan de Bomhof zijn echter niet meegenomen in deze analyse, omdat de aanpassingen zo gering zijn ten opzichte van de bestaande situatie dat het van ondergeschikte belang wordt ten aanzien van milieu. Op de plaats van de nieuwe woningen is het plangebied circa 5.600 m2 groot. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over de bijbehorende bestemmingsplan.
1 SAB (2023) De Marke III, fase 3, Hengevelde concept stedenbouwkundig plan 13 juli 2023
6
Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen vier hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt de ligging van het plan beschreven. In hoofdstuk 4 komen de kenmerken van het potentiële effect aan bod. Het rapport wordt met een eindconclusie in hoofdstuk 5 afgesloten.
7
2 2.1
Kenmerken van het plan Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plan besproken. De aard en de omvang van het plan worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het plan De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 20 grondgebonden woningen in de vorm van rijwoningen: 10 starterswoningen en 10 senioren woningen. Hieronder is het stedenbouwkundige plan weergegeven.
Concept stedenbouwkundig plan d.d. 17 november 2023 Bron: SAB
8
2.3
Omvang van het plan De oppervlakte per woning is nog niet met zekerheid bekend, maar de maximale bouwhoogte wordt 10 meter. Uitgaande van een gemiddelde van circa 100 m2 per woning bedraagt het totale gebruiksoppervlak hooguit 2.000 m2.
2.3.1
Cumulatie met andere projecten In de directe nabijheid van het plangebied is er een ontwikkeling bekend. Het bedrijf MHZ (aan de Janninksweg 1) heeft een vergunning ingediend om zich uit te breiden achter hun huidige schanskorf. In het kader van het vergunningstraject is rekening gehouden met voorliggende ontwikkeling bijvoorbeeld ten aanzien van industrielawaai. Indien deze vergunning verleend wordt, kunnen de twee ontwikkelingen tegelijkertijd gerealiseerd worden. De omvang van het bedrijfsproject is kleiner dan voorliggend initiatief en het gedeelte van hun terrein waarop de uitbreiding beoogd is, is reeds geasfalteerd. Negatieve effecten op de natuur, zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming is derhalve bij voorbaat uitgesloten. De uitbreiding is beoogd om de bedrijfsactiviteiten beter uit te kunnen uitoefenen. Het verkeer zal als gevolg van deze eventuele uitbreiding niet zodanig toenemen dat er belemmering op zou leveren met betrekking tot de omliggende geluidgevoelige objecten. Daarnaast is de wegenstructuur in de omgeving aangepast om de ontwikkeling de Marke III en kan goed een geringe toename opvangen. Nadere uitleg is te vinden onder hoofdstuk 4.4 ‘geluid’. Er zijn geen ander plan of project in de directe nabijheid van voorliggend initiatief. Cumulatie met andere projecten is derhalve niet aan de orde.
2.3.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt vanwege graafwerkzaamheden tijdelijk gebruikgemaakt van brandstof, elektriciteit, en eventueel spoelwater en grond. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.3.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-uitstotend materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. 9
De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). 2.3.4
Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
10
3 3.1
Plaats van het plan Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het plangebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het plangebied bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Hengevelde (gemeente Hof van Twente, provincie Overijssel). De omgeving van Hengevelde kenmerkt zich door agrarische gronden en de kleinschalige bosgebieden. In de nabijheid liggen natuurgebieden als ‘Kerspel-Goor’ en ‘Markvelder veld’ De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen en twee bedrijfsterreinen. Ten noorden van het plangebied ligt de Fluttert. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit braakliggend terrein. In een voormalige situatie werd het terrein gebruikt als agrarische grond. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie in het plangebied.
Aanzicht vanaf de Fluttert (noordwestelijk kant) richting de nieuwbouw van De Marke III (bron: google.streetview)
11
Aanzicht vanaf de Needsestraat (zuidoostelijke kant) richting de nieuwbouw van De Marke III (bron: google.streetview)
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van, en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het plangebied is geen wetlandgebied aanwezig.
Kustgebieden
Het plangebied ligt niet in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het plangebied is niet gelegen in een berg- of bosgebied.
12
Het plangebied ligt niet in een Na-
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
•
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
tionaal Landschap, evenmin in een
•
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
Nationaal Park.
van de EHS. 3.3.2.1
Speciale beschermingszones,
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het plangebied
door de lidstaten aangewezen
liggen Natura 2000-gebieden (zie
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
verder onder 1).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het plangebied ligt niet in een ge-
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
bied waar op basis van communau-
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
taire wetgeving reeds normen wor-
kwaliteit reeds worden
den overschreden.
overschreden Gebieden met hoge bevol-
Het plangebied is niet gelegen in
kingsdichtheid
een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
•
Verdrag van Valletta
Volgens de archeologische beleids-
•
historisch belang
•
Monumentenwet
kaart van de gemeente Hof van
•
cultureel belang
•
Gemeentelijk landschaps-
Twente ligt het plangebied in meer-
ontwikkelingsplan
dere archeologische verwachting-
o
beschermd stads- en dorpsgezicht
•
zones. Nadere beschouwing is be-
archeologisch belang
nodigd (zie verder onder 2).
1. Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Buurserzand & Haaksbergerveen en Borkeld op respectievelijk 10,1 en 11,2 kilometer afstand van het plangebied. Enkele Duitse Natura-2000 gebieden zijn tevens van belang waarvan de dichtstbijzijnde zijn: - Moore und Heiden des westlichen Münsterlandes circa 12,2 kilometer - Zwillbrocker Venn und Ellewicker Feld circa 16,7 kilometer
13
Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Bron: Aerius.
Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht, trilling of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 2. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. De gemeente Hof van Twente beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, waarop zowel de bekende waarden als de trefkans op nog onontdekte waarden zijn aangegeven. Op basis van deze kaart kan worden bepaald wat de archeologische verwachting is. Voor iedere verwachting gelden andere voorwaarden met betrekking tot archeologie. Navolgende uitsnede van de archeologische verwachtingskaart geeft de ter plaatse geldende verwachtingswaardes weer.
14
\
Uitsnede archeologische verwachtingskaart met aanduiding plangebied (bron: Gemeente Hof van Twente)
Uit de archeologische verwachtingskaart komt naar voren dat het plangebied grotendeels in een zone ligt met een lage archeologische verwachting. Dit betekent dat bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter of gelijk aan 10 hectare archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het gebied dat binnen het onderhavig plan binnen de zone ligt met een lage archeologisch verwachting beslaat nog geen hectare. Een deel van het plangebied ligt in een zone met een hoge archeologische verwachting. Dit betreft de uitbreiding van de bouwvlakken aan de Bomhof. Bij een hoge archeologische verwachting moet onderzoek worden uitgevoerd bij verstoringen dieper dan 40 cm en oppervlakte van 2500 m2 of meer. Dit is binnen het onderhavig plan niet van toepassing. Dit betekent dat er geen onderzoek nodig is geacht naar de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Daarbij komt dat ter plaatse geen archeologische dubbelbestemming c.q. archeologische gebiedsaanduiding geldt, waarmee wordt gesteld dat het aspect archeologie geen belemmering vormt. De archeologische meldingsplicht blijft hoe dan ook van kracht. Wanneer tijdens de graafwerkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dan dient dit, conform de Erfgoedwet, direct te worden gemeld bij de bevoegde overheid.
Gezien voorgaande kunnen voor wat betreft archeologie op voorhand negatieve milieueffecten worden uitgesloten. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom niet nader onderzocht. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Het plangebied maakt geen deel
heen: Ecologische Hoofdstruc-
uit van het Natuurnetwerk Ne-
tuur)
derland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS),.
Gebied geschikt voor be-
Wet natuurbescherming
schermde soorten
Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 3).
15
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
Het plangebied ligt niet in een
foerageergebied
beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de directe nabijheid van een dergelijk gebied (minder dan 2 km).
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Wet milieubeheer
Het plangebied is niet gelegen in
Provinciale verordening
een stiltegebied.
Provinciale verordening
Het plangebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Milieubeschermingsgebieden
Provinciale verordening
voor grondwater
Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
3. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en zijn omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
16
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het plan in de realisatie van 20 woningen voorziet. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer en heeft daarmee mogelijke gevolgen voor geluid, lucht en de verkeersdoorstroming. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het plangebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de wijdere omgeving van het plangebied bevindt zich een Natura 2000-gebied. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het plangebied aanwezig zijn en kent de locatie een archeologische verwachting.
Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: Het plan kan leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. − verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking. Derhalve leidt het mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete plan en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − externe veiligheid: De functies in onderhavig plan leiden niet tot externe veiligheidseffecten. − cultuurhistorie: De functies in onderhavig plan leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden.
− bodem: Onderhavig plan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. − geurhinder: De functies in onderhavig plan leiden niet tot geurhinder. 17
− water: Met dit initiatief wordt gebouwd waar er in de huidige situatie geen bebouwing aanwezig is. Het is echter belangrijk om op te merken dat de bestaande wadi tussen het bedrijf ‘Ter Doest’ en het plangebied blijft bestaan. Daarnaast voorziet het plan (te zien op de verbeelding) in een brede en gemeenschappelijke groenstrook en privétuinen. De waterhuishouding vindt daarom deels op eigen terrein en deels dankzij bestaande voorzieningen plaats. Maatregelen zullen worden getroffen om het water af te voeren en te bergen op deze terreinen. Verder realiseert onderhavig plan geen functies die de grondwaterkwaliteit verslechteren. De negatieve effecten op het aspect van water zijn daarmee op voorhand nihil tot niet bestaand. − archeologie: De locatie is aangewezen als een locatie met verschillende archeologische verwachtingen. Uitleg in hoofdstuk 3 laat zien dat er op voorhand geen sprake is van negatieve effecten op eventueel aanwezige archeologische waarden. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Op de plaats van de ontwikkellocatie heeft SAB adviseurs een quick scan natuur uitgevoerd.2 Op 5 mei 2023 is een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit twee stukken grasland en een greppel die leidt naar een wadi. In het midden van het plangebied en ten zuiden van het plangebied liggen greppels welke in nattere tijden water bevatten. Ten tijde van het veldbezoek waren beide greppels en de wadi drooggevallen. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.
Aanzicht zuidzijde plangebied;
Aanzicht oostzijde plangebied;
2 SAB (2023) Quick scan natuur Hengevelde, De Marke III, fase 3 Projectnummer: 220471.01
11 november 2023 18
Aanzicht drooggevallen wadi;
4.2.2
Aanzicht zuidelijke drooggevallen greppel.
Effecten ontwikkeling Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Buurserzand & Haaksbergerveen en Borkeld op respectievelijk 10,1 en 11,2 kilometer afstand van het plangebied. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het plangebied mogelijk. Zo kan bij nieuwbouw door de aanwezige machines stikstof worden uitgestoten. Significant negatieve milieueffecten ten gevolge van de aanlegfase kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. In de gebruiksfase neemt de verkeersaantrekkende werking door het plan toe, waardoor ook de stikstofemissie toe kan nemen. Om te bepalen of deze stikstof kan leiden tot de verstoring van stikstofgevoelige vegetaties in Natura 2000-gebieden is een Aerius-berekening uitgevoerd3. Uit de berekeningen volgt dat er met de ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000-gebieden voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. Uit de beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten van het plan voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase op voorhand zijn uitgesloten. Beschermde soorten In het kader van het bestemmingsplan is een quick scan natuur uitgevoerd.
In de quick scan natuur is onder andere gekeken naar beschermde soorten. Uit het onderzoek blijkt dat er voor de beschermde soorten geen effecten worden verwacht. Wel is mogelijk sprake van de verstoring van enkele soorten. In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving.
3 SAB (2023) Onderzoek stikstofdepositie De Marke III, fase 3 Projectnummer: 220471.01 26
juli 2023 19
In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Binnen het plangebied is tevens geen houtopstand aanwezig. Conclusie: Met de inachtneming van de zorgplicht en de broedende vogels leidt het plan niet tot negatieve milieueffecten ten aanzien van het aspect ‘natuur’.
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie In de feitelijke situatie bestaat het terrein voornamelijk uit een grasland. Er is derhalve geen verkeersaantrekkende functie aanwezig.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Om de verkeersgeneratie van het plan inzichtelijk te maken is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het voorgenomen plan betreft de realisatie van 20 woningen. Aan de hand van CROW, ASVV 2021, d.d. oktober 2021, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2023) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Hof van Twente wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening verkeersgeneratie per etmaal kenmerk aantal Koop, huis, tussen/hoek (koop duur) 20 totaal afgerond
kencijfer 7,4
per woning
verkeersgeneratie gemiddeld 148 150
Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 2 middelzware 20
vrachtverkeerbewegingen per etmaal. De capaciteit van de omliggende wegen is voldoende om deze toename op te kunnen vangen. Het prognose 2033 van het akoestische onderzoek wegverkeerslawaai4 laat zien dat de maximale intensiteit niet eens 5.000 motorvoertuigen/etmaal bedraagt. Deze constatering wordt versterkt doordat de ontwikkeling De Marke III een jarenlange geplande ontwikkeling is met de aanleg van nieuwe wegen. Conclusie: Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie Het plangebied is in de bebouwde kom gelegen waarbij verwacht mag worden dat reeds sprake is van een merkbare geluidsbelasting in de omgeving ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en bedrijvigheid.
4.4.2
Effecten ontwikkeling Het voorgenomen project betreft de realisatie van 20 woningen. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de (extra) verkeersaantrekking geschat op maximaal 150 extra motorvoertuigen per weekdagetmaal. In de directe omgeving van het plangebied zijn in de huidige situatie geluidsgevoelige objecten (woningen) gesitueerd. Bij deze bestaande woningen zou de geluidsbelasting dus kunnen toenemen door de realisatie van het project. Uit de Wet geluidhinder (Wgh) is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). In het kader van voorliggend plan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai5 uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de laagste etmaalintensiteit op de aangrenzende wegen circa 560 motorvoertuigen per etmaal bedraagt. Bij dit plan is daarmee te verwachten dat de verkeerstoename op de aangrenzende wegen lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst circa 27%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename. Conclusie: Gezien voorgaande is voor wat betreft geluid geen sprake van negatieve (milieu)effecten.
4 SAB (2023) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai De Marke III, fase 3 Hengevelde
Projectnummer: 220471.01 22 november 2023
21
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde emissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2.5)
Achtergrondconcentratie (2020, huidig) 10,6 µg/m3 15 µg/m3 8,1 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving, cijfers 2020 RIVM).
4.5.2
Effecten ontwikkeling Het voorgenomen project betreft de realisatie van 20 woningen. Zoals in de paragraaf verkeer is gesteld, is de (extra) verkeersaantrekking geschat op maximaal 150 extra motorvoertuigen per weekdagetmaal. Gezien de omvang van onderhavig project, is het aan te merken als NIBM conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Berekening NIBM-tool, op basis van 150 extra voertuigbewegingen, waarvan 1% vrachtverkeer (Bron: Infomil / RIVM).
22
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het project kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Conclusie: Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.