CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Diepenheim, Oude Deldensestraat 2b Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Oude Deldensestraat 2b, Diepenheim20.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

ontwerp NL.IMRO.1735.BGxOuDeldensestr2b-OP10

BESTEMMINGSPLAN

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Inhoudsopgave

2

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Ruimtelijk Kwalitetisplan

4

Bijlage 2

Bodemonderzoek

33

Bijlage 3

Stikstofonderzoek

85

Bijlage 4

Quickscan Ecologie

115

Bijlage 5

Watertoets

117

ontwerp

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Bijlagen bij toelichting

ontwerp

3

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Bijlage 1 Ruimtelijk Kwalitetisplan

4

ontwerp

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Diepenheim, Oude Deldensestraat ongenummerd

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Diepenheim, Oude Deldensestraat ongenummerd 2

Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 2. Omgevingsanalyse 9 2.1 2.2 2.3

Natuurlijke ondergrond 10 Landschapstype 12 Huidige situatie 13

3. Beleid 15 3.1 3.2

Provinciaal beleid 16 Gemeentelijk beleid 17

4. Onderbouwing landschapsplan 19 4.1 Uitgangspunten 20 4.2 Groenstructuren en inrichting 22 4.2.1 Kenmerken landschapsplan 22

5. Aanleg en beheer 5.1 5.2 5.3

23

Algemene aanplantinstructie 24 Specifieke aanplantinstructie 24 Specifiek beheer 24

Colofon 26 3

4

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het projectgebied geïntroduceerd en daarnaast een toelichting over het plan gegeven.

1. Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op een perceel aan de Oude Deldensestraat in Diepenheim. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hof van Twente, nummer 428. Het projectgebied ligt ten noorden van het woonperceel aan de Oude Deldensestraat 2 in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Het perceel betreft in de huidige situatie een sportterrein. Het voornemen bestaat om ter plaatse een buurthuis met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Deze ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in het landschap. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.

Afbeelding 1 Ontwikkelinglocatie ten opzichte van kern Diepenheim (Bron: Plattekaart)

Afbeelding 2 Ontwikkellocatie (Bron: Plattekaart)

6

1

Afbeelding 3 Luchtfoto projectgebied (Bron: Topotijdreis)

7

8

2. Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk wordt de omgeving geanalyseerd. Hierbij wordt ingegaan op de natuurlijke ondergrond van het gebied. Daarnaast wordt het landschapstype en de huidige situatie toegelicht.

2. Omgevingsanalyse 2.1 Natuurlijke ondergrond

Geomorfologie

Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. In dit geval ligt het projectgebied op een dekzandrug. Dekzandruggen bestaan uit, het door het landijs getransporteerde -en geboetseerde materiaal. Dekzandruggen zijn terreinverheffingen met flauwe hellingen, die grotendeels door wind afkomstig uit poolstreken zijn gevormd gedurende het de ijstijd van 150.000-12.000 jaar geleden (Weichselien),

ö

Afbeelding 4 Geomorfologie (Bron: Bodemdata)

Hoogteligging

Hoogteligging Het betreft een glooiend gebied met verschillende dekzandruggen, waardoor er in dit gebied hoogteverschillen van wel 2m kunnen voorkomen. In het projectgebied zelf zijn er hoogteverschillen van maximaal 1m. De hoogte bedraagt gemiddeld 16m boven NAP.

Afbeelding 5 Hoogteligging (Bron: AHNviewer)

10

2. Omgevingsanalyse Bodem

Bodem Het ontstaan van een bepaalde bodem wordt beïnvloed door het materiaal van de ondergrond, de hoogteligging en de vochtigheid van de grond. Het projectgebied ligt in een hoge zwarte enkeerdgrond. Deze bodem bestaat uit dikke eerdgronden met een esdek bestaande uit zand, een hoge ligging ten opzichte van het grondwater en een zwarte minerale eerdlaag. De bovengrond bestaat uit lemig fijn zand.

Afbeelding 6 Bodem (Bron: Bodemdata)

Grondwatertrappen

Grondwatertrappen Het projectgebied heeft voornamelijk grondewatertrap 6. De grondwaterstand ligt gemiddeld tussen de 40-80cm ten opzichte van het maaiveld. Echter varieert de grondwatertrap in het projectgebied van trap 6 tot trap 7. Beplanting De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor de volgende beplanting: zomereik, wintereik, gewone es, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, gelderse roos, vuilboom, hazelaar, lijsterbes. Dit wordt ook wel de potentiële natuurlijke vegetatie genoemd. Door in het plangebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen.

Afbeelding 7 Grondwatertrappen (Bron: Bodemdata)

11

2. Omgevingsanalyse 2.2 Landschapstype

1850

1900

1950

2022 1

Het projectgebied ligt in de gemeente Hof van Twente ten zuidoosten van de kern Diepenheim. In figuur 8 is de ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1850 en 2022 te zien. Het projectgebied ligt in een oud hoevenlandschap. Dit landschapstype is ontstaan door agrarisch gebruik. De hoge gronden (de essen) werden als bouwland gebruikt, de lagere gronden om het vee te laten grazen. Op de grens van lagere en hogere gronden werden de boerderijen gebouwd en ontstonden de nederzettingen. Vooral de essen zijn open gebieden in een verder kleinschalig landschap met grote variatie in beplanting. Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van bomen, houtwallen en bospercelen. Kenmerkend voor dit gebiedstype is willekeurige plaatsing van de gebouwen op het erf. De situering en oriëntatie van de hoofdgebouwen op het erf varieert sterk. De oorspronkelijke schuur staat soms parallel aan het hoofdgebouw, soms haaks erop, soms iets naar achteren. Als de schuren en hallen zich direct aan de weg bevinden, (in het oude hoevenlandschap betekent dit dus achter op het erf) wordt de oorspronkelijke boerderij vrijwel geheel aan het oog onttrokken. Naast schuren komen traditionele bijgebouwen zoals houten kapschuren, bakhuisjes en hooibergen voor.

Afbeelding 8 Ontwikkeling van het landschap (Bron: Topotijdreis)

12

2. Omgevingsanalyse 2.3 Huidige situatie Het projectgebied is in de huidige situatie ingericht als sportveld. Het projectgebied betreft een grasveld, omringd door een dichte houtwal. Langs deze houtwal ligt de Oude Deldensestraat die kruist met de Deldensestraat en overloopt in de Steenmorsweg.

1

De belangrijkste kenmerken van de omgeving zijn de onregelmatige blokverkaveling en percelen die (deels) omsloten zijn met houtwallen en singels. Ten oosten van het perceel ligt een bosgebied. Er liggen verder verschillende agrarische percelen rondom het projectgebied.

Afbeelding 9 Huidige situatie projectgebied (Bron: Topotijdreis)

13

14

3. Beleid In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid weergeven. Dit wordt toegelicht door middel van het provinciale beleid en het gemeentelijke beleid.

3. Beleid 3.1 Provinciaal beleid De omgevingsvisie Overijssel is de provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moetenverbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het plangebied. Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd.

essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.

Afbeelding 10 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. Ook kan dit worden gerealiseerd door de (strekkings) richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

16

Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote

Afbeelding 11 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

3. Beleid 3.2 Gemeentelijk beleid Welstandsnota gemeente Hof van Twente In de welstandsnota is het ruimtelijke beleid opgenomen van de gemeente Hof van Twente. Het projectgebied ligt in het deelgebied kampen en essen. Het kampenlandschap omvat grote delen van de oostelijke helft van de gemeente. Kenmerkend voor dit oude lichtglooiende landschap is het mozaïek aan kavels. Een gedeelte hiervan is omgeven door houtwallen en bosjes. Op de plattelandswegen in de kampen, die door de velden en bosschages slingeren, wisselt telkenmale het beeld. De boerenerven zijn op vanzelfsprekende wijze in het mozaïek opgenomen. Een erf bestaat meestal uit een oude boerdeij, een stalen en een schuur. Genoemde gebouwen staan veelal losjes rond een centraal pleintje gegroepeerd. Op en rond het erf staan groepjes eiken. De essen liggen vooral rond Markelo, kleinere essen vinden we bij Delden enten zuiden van Bentelo. Door hun bolling, het ontbreken van bebouwing en bomen doen de essen ruim aan. Onderaan de hellingen van de essen liggen de boerderijen. Op een aantal plekken vormen clusters en linten van boerderijen, een buurtschap. Op steeds meer plaatsen worden de oude boerderijen door burgers bewoond. Ook komt het voor dat op de plaats van de boerderij een nieuw woonhuis wordt gezet. De nieuwbouw springt vooral in het oog als de kenmerkende erfbeplanting ontbreekt.

Beleid In het beleid worden de kampen en essen als waardevol landschap aangeduid. Ingezet wordt op landbouw in combinatie met behoud van de onregelmatige verkaveling, de houtwallen en de boomgroepen. Ook de open essen dienen gespaard te blijven. Met het culturele erfgoed, de karakteristieke erven, dient voorzichtig te worden omgesprongen. In het kader van de herstructurering van de landbouwgronden is een stukje kampen landschap bij Zeldam als landbouwontwikkelingsgebied aangewezen. Hier vinden we nu al een aantal grote landbouwbedrijven. Om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken wordt dit stukje kampenlandschap bij de verspreide ontginningen gevoegd.

buurtschappen, landgoederen of de ligging aan doorgaande wegen: Bentelo, Diepenheim, Hengevelde, St. Isidorushoeve.

Landschapsontwikkelingsplan Hof van Twente De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een landschapsontwikkelingsplan laten opstellen. Het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente dient een samenhangende visie op landschapskwaliteit te bevatten en de bouwstenen en inrichtingsprincipes aan te geven voor landschapsontwikkeling. Het plan dient bovendien als leidraad voor de rol en werkwijze van de beide samenwerkende gemeenten om deze visie te realiseren door middel van concrete projecten.

Een bijzonder stuk kampenlandschap is het gebiedje Elsenerbroek langs de Regge. Hier is een fijnmazig patroon behouden van omsloten percelen op de dekzandkopjes, temidden van de natte gronden van het verzamelgebied (zie hiernaast). Het huidige landschapsbeeld

Het dekzandgebied is het lager gelegen vrij vlakke gebied tussen het plateau en de stuwwal bij Markelo in. Het wordt doorsneden met beken die min of meer parallel in noordwestelijke richting afstromen, richting de Regge in het verzamelgebied. De verspreid liggende kleine kernen in het dekzandlandschap zijn ontstaan uit de

Langs de beken liggen buurtschappen met natte hooilanden (maten), oude kampontginningen en plaatselijk ook grotere essen. Daartussen liggen kleinschalige veldontginningen met restanten heide en bos. Langs enkele beken zijn de cultuurhistorische landschappen nog goed herkenbaar zoals bij Stepelo-Bentelo en het Brummelhuis. In de fraaie landgoederen rond Diepenheim, die eveneens langs de beken zijn ontstaan, zijn ook nog gave kampen bewaard gebleven. Het dekzandlandschap is hier vanouds sterker verdicht met bossen en oude lanen.

Door het intensieve landbouwkundige gebruik en ruilverkavelingen zijn delen van het oorspronkelijk gevarieerde en kleinschalige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Dit gebied wordt thans gekenmerkt als agrarisch werklandschap: een half open landbouwgebied. De linten van beken en wegen zorgen nog enigszins voor oriëntatie en ordening. Hier komen relicten voor zoals oud bouwland, houtwallen, singels, bosjes en erfbeplanting. De samenhang tussen de landschapselementen is er beperkt. 17

Het landschap van het dekzandgebied heeft de volgende kenmerken. • Waardevolle ensembles van oude kampenlandschappen, heide, bos en landgoederen. • Half open landbouwgebied met verspreide landschapselementen; oud bouwland, singels, solitaire bomen, heiderestanten en bosjes. • Beken met maten en singels. • Wegenpatroon parallel aan en haaks op de beken.

18

4. Onderbouwing landschapsplan In dit hoofdstuk wordt het landschapsplan toegelicht aan de hand van een onderbouwing.

4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 Uitgangspunten Het projectgebied ligt ten Zuiden van de Kern Diepenheim in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Het projectgebied is gelegen in het oude hoevenlandschap. Het bebouwingsbeeld in de omgeving bestaat uit agrarische- en bospercelen. De agrarische percelen hebben een open karakter waarbij beplanting langs de perceelsgrenzen voorkomt en enkele solitaire bomen op het erf zelf. Uitgangspunten initiatiefnemer: • Realiseren dorpshuis • Landschappelijk inpassen van het nieuwe dorpshuis Uitgangspunten provincie Overijssel: • De erven moeten aansluiten op de gebiedskenmerken volgens de Omgevingsvisie Overijssel. Uitgangspunten gemeente Hof van Twente: • Herstel en onderhoud lanen, houtwallen en boomgroepen. • Behoud samenhang en contrast tussen landschapstypen binnen ensembles.

20

Legenda 1. Te realiseren dorpshuis 2. Te realiseren parkeerplaats met grasbetontegels 3. Aan te planten beukenhaag 4. Aan te planten bomenrij 5. In te zaaien kruidenrijk grasland

3 3

4

1

2

1

5

4. Onderbouwing landschapsplan 4.2 Groenstructuren en inrichting In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf.

4.2.1 Kenmerken landschapsplan Erfinrichting Erven en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar en hoe een erf ligt en hoe het eruit ziet, wordt bepaald door de bodem en het type landschap. Het voornemen is het realiseren van een dorpshuis op het aangegeven perceel. Dit nieuwe dorpshuis wordt in passende landelijke stijl uitgevoerd. Het dopshuis krijgt een passende sobere kleurstelling met een bouwhoogte van circa 6,5 meter hoog. Dit wordt gerealiseerd door een passende kleurstelling en de bouwhoogte betreft niet hoger dan 7m hoog. Bij het dorpshuis worden voldoende parkeerplekken gerealiseerd om te voldoen aan de parkeernormen.

22

De keuze voor verharding en materialen moeten in gedekte kleurstelling sober worden toegepast en in afstemming met elkaar. Afscheidingen in de vorm van schuttingen en hekwerken zijn ongewenst.

Landschappelijk De ambitie is het behouden van de kenmerken van het oude hoevenlandschap. Het perceel zelf is omringd met een stevige houtwal. Het heeft hierdoor een gesloten karakter. Het landschap rondom het projectgebied is semi open. Er liggen veel agrarische percelen met enkele houtwallen en een aantal bospercelen in het gebied. Het dorpshuis wordt landschappelijk ingepast door middel van een beukenhaag. Deze beukenhaag zorgt voor afscheiding van de parkeerplekken. Langs oost- en zuidzijde van het dorpshuis wordt een strook kruidenrijk grasland ingezaaid. Dit geeft een natuurlijker beeld en is goed voor de biodiversiteit. Ten slotte worden er 4 inheemse bomen aangeplant aan de westzijde van het dorpshuis. Het perceel wordt hiermee vergroend. Met dit voorstel wordt het dorpshuis beter ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe.

1

5. Aanleg en beheer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de ingetekende landschapselementen idealiter geplant of onderhouden dienen te worden.

5. Aanleg en beheer 5.1 Algemene aanplantinstructie 1. Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest. 2. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een zogeheten bewortelde stek met de maat 200-250 cm hoogte vanaf de wortelhals. 3.Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond.

5.2 Specifieke aanplantinstructie Bomenrij 1. Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. 2. Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op circa 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (zuidwesten). Bevestig de jonge boom met sisal boomtouw aan de boompaal. Knoop het touw aan de paal en draai het touw circa 3 maal in een 8-vorm om de boom. Leg een knoop in het touw om deze aan de paal te bevestigen. Snijd overtollig touw af. 3. U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het 24

plantgat. 4. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed. Kruidenrijk grasland 1. De voorkeursperioden voor zaaien zijn augustus-september of februari-maart. Dit heeft ermee te maken dat veel planten koude- en weersinvloeden nodig hebben om te kunnen kiemen. Bij voorkeur niet zaaien als de grond drijfnat is (in ieder geval op zware kleigrond). Ook zaaien tijdens vorst of sneeuw wordt afgeraden. 2. De benodigde hoeveelheid zaaigoed hangt af van de bodem: 1 g/m2 op klei en 1,25 g/m2 op zand. Het zaad van inheemse, meerjarige planten is vaak stof-fijn, waardoor een kleine hoeveelheid zaad al genoeg is. 3. Meng het zaaigoed met licht vochtig zand (niet nat). Hiervoor kunt u bijvoorbeeld straatzand gebruiken. Dit steekt mooi af tegen de overwegend donkere ondergrond. Op die manier kunt u goed zien waar u al zaden gestrooid heeft. Ga voor menging uit van ongeveer 1 emmer zand op iedere 100 gram zaad of 1 kruiwagen zand voor 1 kg zaad. Knip- en scheerheg 1. Voor het ontwikkelen van een dichte knip- en Scheerheg is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende. Per strekkende meter kunnen 5 stuks bosplantsoen worden aangeplant. 2. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en Breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen.

Eventueel kan een draad worden gespannen als hulpmiddel bij het graven

van de plantsleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde.

5.3 Specifiek beheer Bomenrij Zo min mogelijk snoeien heeft de voorkeur, omdat er zo weinig mogelijk wonden ontstaan. De boom zal met de mogelijkheden van de groeiplaats uitgroeien tot een volwassen boom. Kruidenrijk grasland 1. Maai de vegetatie het eerste jaar zodra deze 20-25 cm hoog is. Maai met een zeis, bosmaaier met een messenblad (geen draadkop!) of een cyclomaaier zodat het maaisel kan worden afgevoerd. Gebruik geen klepelmaaier, aangezien deze het maaisel te fijn maakt waardoor harken/ oprapen niet mogelijk is. Maai niet te laag (> 5 cm boven grond). 2. Afvoeren van maaisel voorkomt dat een viltige laag van oud maaisel op de bodem ontstaat. Deze belemmert kieming van zaden en verstikt eventuele kiemplanten. 3. Vanaf het tweede jaar bestaat het beheer eveneens uit maaien en afvoeren van maaisel. Frequentie en tijdstip van maaien is afhankelijk van de productiviteit van de begroeiing. Over het algemeen geldt dat tweemaal per jaar maaien (en afvoeren) volstaat: de eerste maaibeurt tussen half mei en half juni en de tweede maaibeurt later in de zomer. Knip- en scheerheg De naam knip- en scheerheg zegt het eigenlijk al: een heg moet geknipt of geschoren worden. De

5. Aanleg en beheer frequentie van de snoei hangt af van een aantal factoren: de soort, de vorm, de functie en de eisen die aan de heg stellen worden gesteld. In het algemeen worden de meeste heggen ongeveer 2 keer per jaar geknipt. Als de haag uit liguster bestaat, dan kan wel 3 keer per jaar geknipt worden, omdat de liguster een snel groeiende struik is. Knip de heg wanneer het bewolkt en niet te warm is. Belangrijk is dat de onderkant van de heg iets breder uitgroeit dan de bovenkant, zodat de zon ook op de onderkant van de heg kan schijnen. De heg behoudt dan zijn besloten karakter.

25

Colofon

Project:

Oude Deldensestraat ongenummerd, Diepenheim

Auteur:

BJZ.nu

Datum:

November 2023

Status:

Concept

www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Vestiging Groningen Helperpark 284 9723 ZA Groningen

26

Legenda 1. Aan te planten beukenhaag Fagus sylvatica Lengte: 43m Plantwijze: dubbele plantrij, 4 stuks/m1 Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120cm 2. Aan te planten bomenrij Betula pendula (Ruwe berk) Aantal: 4 stuks Aanplantmaat 16-18, onderlinge afstand 8m 3. In te zaaien kruidenrijk grasland 1g per m2 kruidenmengsel, totaal 250m2 Zaaisel: M1 Laag bloemrijk grasland van Crydthoeck

1 1

3 2

Oude Deldensestraat, Diepenheim Formaat: A3 Schaal: 1:500 Datum: November 2023

Buitengebied Hof van Twente, herziening Oude Deldensestraat 2b Diepenheim

Bijlage 2 Bodemonderzoek

ontwerp

33

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl

november ’23

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

Projectnummer:

23-M10976

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

01 november 2023

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

datum

01 november 2023

projectnummer

23-M10976

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

november ’23

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 14 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18

4.3.1

Grond en grondwater ......................................................................................................... 18

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 26

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 27

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

november ’23

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in oktober 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het kadastrale perceel sectie F nr. 428 gelegen aan de Oud Deldensestraat naast nr. 1 te Diepenheim (gemeente Twenterand). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

november ’23

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

november ’23

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

B 0

C

D

✓

✓

✓

✓

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

G

A 0

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

november ’23

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Twenterand (via email d.d. 27-09-2023); • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Overijssel; • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

november ’23

Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 Diepenheim De Wolden Zie bijlage 1 X = 238,624 Y= 565,539 Gemeente Diepenheim, perceel sectie F nr. 428 Niet nagegaan. Ca. 3.925 m2 De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel gemeente Diepenheim sectie F nr. 428 gelegen aan de Oude Deldensestraat nabij 1 te Diepenheim. De onderzoekslocatie is onbebouwd, meest onverhard en als sportveld en evenemententerrein in gebruik (sportveld Markvelde). Het noordelijk deel van de locatie is wat verhard met grind en asfaltgranulaat (dam). De opdrachtgever is voornemens om op de locatie te herontwikkelen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is onbebouwd. Het noordelijk deel van de locatie is wat verhard met grind en asfaltgranulaat (dam). Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". Herontwikkeling.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 tot heden is op de locatie geen bebouwing te herkennen. Op basis van kaarten tot 1976 is te zien dat de locatie destijds onderdeel was van een bosperceel en agrarisch perceel. Op kaarten vanaf 1978 is het sportveld te herkennen. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf ca. 1893 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich enkele woningen en agrarische gronden. Aan de noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan de Oude Deldensestraat en een tegenover gelegen schoolgebouw. Aan de oostzijde grenst de onderzoekslocatie aan de Oude Deldensestraat en naastgelegen bos- en agrarische percelen. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan een naastgelegen woning. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan omliggende agrarische percelen.

november ’23

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie is onbebouwd grotendeels onverhard en als sportveld in gebruik. Voor zover bekend was de onderzoekslocatie tot rond 1976 in gebruik als agrarische grond en bosperceel. Vanaf rond 1978 is de onderzoekslocatie in gebruik als sportveld en evenemententerrein. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) \potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie Het plangebied is onbebouwd.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De daken van de omliggende bebouwing zijn op basis van de gemeentelijke asbestdakenkaart niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest.

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

figuur 1: asbestdakenkaart gemeente De Wolden Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

november ’23

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

november ’23

Er is geen informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.

De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen en agrarische gronden. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

►Niet bekend

► Oude Deldensestraat 1 ■ verkennend bodemonderzoek d.d. 21-02-2007, ref. Twinnova, 2150.001 conclusies: de bovengrond bevat een licht verhoogd gehalte PAK’s de ondergrond en het grondwater bevatten geen verhoogde gehalten vervolgonderzoek: geen ■ asbestonderzoek ihkv de saneringsregeling asbestwegen 3e fase Oude Deldensestraat 1 in Diepenheim, d.d. 23-09-2011, ref. Search, 2501282263 conclusies: zintuiglijk zijn puinresten aangetroffen in de grond zijn geen gehalten asbest gemeten die groter zijn dan 100 mg/kg d.s (gewogen in de grond is een licht verhoogd gehalte PCB’s gemeten

Omgeving <25 m

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

november ’23

► Oude Deldensestraat 7

Op deze locatie is in 2012 een verontreiniging met asbest gesaneerd. ► Niet bekend.

►De onderzoekslocatie is gelegen in de zone wonen.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 14-16 m+NAP. In figuur 2 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. figuur 2: geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

november ’23

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is op basis van de gegevens uit het vooronderzoek in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 3.925 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

november ’23

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

Locatiebezoek, uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

11-10-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

23-10-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 8: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

10

ca.0.5

4 t/m 13

2

ca.2.0

2+3

1

ca.3.0

1

Onderzoekslocatie (ca. 3.925 m2) Boringen Peilbuis

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001.

november ’23

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Het grondwatermonster is genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 9 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 9: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-3.0

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand

zwak siltig, zwak humeus zwak siltig

bruin/grijs geel/beige/bruin

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1

2.0-3.0

1.10

5

6.2

EGV geleidingsvermogen µS/cm 570

troebelheid (NTU) 32

In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

november ’23

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. Ter plaatse van boring 1 is bijmenging met grind waargenomen. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

november ’23

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 11 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, het grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 11: analyseschema Monstercode grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

2 t/m 7

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

1+8 +10 t/m 12

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

1+2+3

0.55-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

2.0-3.0

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

november ’23

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Oude Deldensestraat perceel sectie F nr. 428 te Diepenheim

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4104/documents/56665