CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bijlagen bij de toelichting Veegplan 2023.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan buitengebied Hof van Twente, Veegplan 202326.632 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BgxVeeg23-OP10

BESTEM

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Dit is een leeg bibliotheekbestand voor bestemmingsplanteksten binnen SVBP2012. Deze bibliotheek kan gevuld worden vanuit bestaande bestemmingsplanteksten en bestemmingsplan-bibliotheken.

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Om in te voegen vanuit een bestaande bibliotheek, haalt u het vinkje weg bij de optie "Alleen bronnen tonen die passen binnen het huidige profiel".

2

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Inhoudsopgave

vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Onderzoeken Bovenbergweg 10 Markelo

6

Bijlage 2

Onderzoeken Bovenbergweg 8 Markelo

177

Bijlage 3

Onderzoeken Brinkweg 5 Markelo

230

Bijlage 4

Onderzoeken Deldensestraat 12 Diepenheim

231

Bijlage 5

Onderzoeken Deldensestraat 198 Goor

412

Bijlage 6

Onderzoeken Dieckertsweg 4 Ambt Delden

536

Bijlage 7

Vervallen

597

Bijlage 8

Onderzoeken Enkelaarsweg 9 Markelo

599

Bijlage 9

Onderzoeken Enterweg 3 Markelo

622

Bijlage 10

Onderzoeken Gorsveldweg 32b Bentelo

805

Bijlage 11

Onderzoeken Groningeresweg ong. Markelo

836

Bijlage 12

Onderzoeken Haaksbergerweg ong. Markelo

857

Bijlage 13

Onderzoeken Hoffmeijerweg 3 Ambt Delden

893

Bijlage 14

Onderzoeken Krommedijk ong. Diepenheim

1027

Bijlage 15

Onderzoeken Langenhorsterweg 2 Ambt Delden

1061

Bijlage 16

Vervallen

1144

Bijlage 17

Vervallen

1146

Bijlage 18

Onderzoeken Oude Postweg 9 Ambt Delden

1148

Bijlage 19

Onderzoeken Rietdijk 6 Markelo

1339

Bijlage 20

Onderzoeken Schoneveldsweg 3 Ambt Delden

1375

Bijlage 21

Vervallen

1383

Bijlage 22

Onderzoeken Slaghekkenweg 20 Bentelo

1385

Bijlage 23

Onderzoeken Spenkelinksweg 4 Ambt Delden

1511

Bijlage 24

Onderzoeken Stokkumerbroekweg 8 Markelo

1600

Bijlage 25

Onderzoeken Stokkumerbroekweg 7-9 Markelo

1751

Bijlage 26

Onderzoeken Traasweg 10a Markelo

1753

Bijlage 27

Onderzoeken Twickel (bos naast golfbaan)

1791

Bijlage 28

Onderzoeken Twickel houtwallen op verspreide locaties

1835

Bijlage 29

Onderzoeken Veldweg 4 Markelo

1844

Bijlage 30

Onderzoeken Demmersweg 3 Ambt Delden

1927

Bijlage 31

Aanmeldnotitie M.E.R. Veegplan 2023

1978

3

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Bijlage 32

4

Onderbouwing Rapperdsweg 3a Ambt Delden

1985

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld

5

Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023

Bijlage 1 Onderzoeken Bovenbergweg 10 M arkelo

6

vastgesteld

Ontwikkelplan Bovenbergweg 10 Markelo

Inhoud

Opdrachtnemer: Eelerwoude Mossendamdwarsweg 3 7470 DB Goor 088 1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl Projectgegevens: Projectnummer: 204180 Datum: 24 oktober 2023 Status: definitief Versie: 4 © 2023 Eelerwoude

Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

1

Inleiding 3

1.1

Aanleiding

1.2

Situatie

1.3

Uitgangspunten

2

Landschap 4

3.1

Geomorfologie | bodem | hoogte

3.2

Historie

3.3

Ecologie en natuur

3

Ontwerp 5

3.1

Erfindeling

3.2

Gebouwen 6

3.3

Beplanting

7

3.4

Beplantingslijst

8

5

Inleiding Ontwikkelplan | Bovenbergweg 10 Markelo Aanleiding

Situatie

berken. Achterop het erf, in de tuin, staan een grotere walnootboom en een aantal

De nieuwe eigenaar van de Bovenbergweg 10 in Markelo is voornemens om

Het erf ligt halverwege de helling van de heuvel de Apenberg, bij het gehucht

fruitbomen en struiken.

de bestaande woning te renoveren en door middel van Rood voor Rood beleid

Schoolbuurt. Het is een oud boerenerf, waar, van de historische gebouwen, nog

één nieuwe woning te realiseren op het erf. Om deze ontwikkeling mogelijk

enkel een schuur over is (zij het in slechte staat). Het woonhuis is herbouwd in

Uitgangspunten

te maken, wordt er op het erf een vijftal schuren van in totaal 1000 m² aan

1985 en is toe aan renovatie. Ook staan er een vijftal verouderde schuren, gebouwd

Van de huidige bebouwing blijft enkel het woonhuis gehandhaafd. De andere

landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Om deze ontwikkeling mogelijk te

tussen 1960 en 1985.

schuren worden gesloopt, waarvoor in de plaats een nieuw woonhuis met schuurtje

maken is een functiewijziging/herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk

Het noordelijke en zuidelijke stuk van de kavel zijn in gebruik als landbouwgrond en

wordt gebouwd en een nieuw schuurtje bij het bestaande woonhuis.

en een ruimtelijk kwaliteitsplan nodig. Dit ruimtelijk kwaliteitsplan laat de

dit blijft ook grotendeels zo in de toekomstige situatie.

Het huidige erf wordt dus praktisch in tweeën gesplitst. De twee nieuwe erven

landschappelijke inpassing zien die noodzakelijk is voor het realiseren van deze rood

Langs het erf aan de oostzijde stroomt een gekanaliseerd waterloopje van ongeveer

worden ingericht aan de hand van voor het landschap karakteristieke principes en

voor rood ontwikkeling.

een halve meter breed. Hierlangs staat een brede struweelhaag. Bij de ingang van

elementen. Deze blijken uit de landschapsanalyse op de volgende pagina.

het erf staat een jonge walnootnboom, een rode kerspruim en twee verouderde

Apenberg Friezenberg

Schoolbuurt Topografische kaart van de omgeving met de locatie van het projectgebied

Het erf gezien vanaf het zuiden, vanaf de Bovenbergseweg

De drie grootste schuren achterop het erf

De oude schuur met bijgebouwde garages in slechte staat

Het erf gezien vanaf de oprijweg. De rode kerspruim en de oude berken doen afbreuk aan het erfensemble. Voorlangs de beplanting stroomt een kleine waterloop. 204180 | 24 oktober 2023 | 3

Deel van perceel in agrarisch gebuik Te slopen schuur Te slopen schuur Bestaand woonhuis (renoveren) Te slopen schuur Deel van perceel in agrarisch gebuik Topografische kaart met de kadastrale grenzen

Landschappelijke analyse Ontwikkelplan | Bovenbergweg 10 Markelo Geomorfologie | bodem | hoogte

Gordeldekzandrug

Het projectgebied ligt op de rand van een zuidelijke uitloper

Glooiing van hellingafspoelingen

van het stuwwalcomplex van de Sallandse Heuvelrug. Deze is opgestuwd door een ijspakket dat in de voorlaatste ijstijd over Nederland lag. Het projectgebied ligt halverwege een

Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand

Stuwwal

dalvormige laagte die is uitgesleten door smeltwater uit de voorlaatste ijstijd.

Holtpodzolgronden; lemig fijn zand

Dalvormige laagte

Historie Zoals karakteristiek in grote delen van Twente, is het

Gooreerdgronden; lemig fijn zand

Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

Laareerdgronden; lemig fijn zand

landschap hier ook ontgonnen volgens het potstalsysteem.

Smeltwaterheuvel

De hogergelegen gronden ten noordwesten van het erf

Geomorfologische kaart

Bodemkaart

Hoogtekaart

Historische kaart 1900

Historische kaart 1950

Historische kaart 1980

Jonge ontginningslandschap

NNN

bestonden vroeger uit uitgestrekte heidevelden, waarop de schapen overdag graasden. De randen van de stuwwal waren geschikt voor akkerbouw en hier zijn uitgestrekte escomplexen ontstaan, die werden bemest met heideplaggen en mest uit de potstal. Hierdoor kwamen ze hoger in het landschap te liggen. Deze escomplexen waren niet bebouwd of beplant, maar vaak omringd met houtwallen, om het vee van de akkers af te houden. Tussen de essen lagen verspreid de boerenerven, die een veel kleinschaliger karakter hadden, met boomgaarden, hagen, siertuinen, hakhoutbosjes en kleinere weitjes direct naast de boerderij. Verder naar het oosten, in de lager gelegen gronden, is een maten-landschap ontstaan. De gronden waren te nat voor akkerbouw en waren in gebruik als hooilanden voor de omliggende boerderijen, waaronder ook de onze. Ecologie en Natuur De bossen ten noordenoosten van het erf kennen status van NatuurNetwerkNederland (NNN). Dit heeft als doel het verbinden van natuurgebieden en het omliggende agrarische landschap. Het erf vormt met haar landschapselementen een

Essenlandschap

verbinding tussen het bos en het meer agrarische landschap naar het zuidoosten. Ook loopt er langs het erf een waterloop, die kan fungeren als verbinding voor waterminnende plant- en diersoorten, al heeft deze in huidige vorm weinig ecologische waarde. Omgevingsvisie Overijssel | agrarisch cultuurlandschap

Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland 204180 | 24 oktober 2023 | 4

Ontwerp Ontwikkelplan | Bovenbergweg 10 Markelo Erfindeling Het erf ligt, zoals karakteristiek in dit landschap, aan de rand van een historische es. Het ontwerp sluit hierop aan door de nieuwe woning en schuren binnen de opzet van het huidige erf te situeren en zo de es open te houden. Door de nieuwe beplantingen van het erf draagt het bij aan het verdichten van de rand van de es, waardoor de karaktisitieke openheid hiervan beter zichtbaar wordt. Een groot deel van het perceel wordt in agrarisch gebruik verpacht. Dit blijft zo in de nieuwe situatie. Wel wordt de toegang tot het agrarisch perceel, die nu achterop het erf ligt, dichter naar de weg verplaatst.

Boomgaard ter afscherming van de woning vanuit het noorden

Nieuw te bouwen schuren

Het erf rond de woningen wordt ingericht volgens een, voor het gebied karakteristieke, erfinrichting, met hagen, eikengaarden, boomgaarden, notenbomen, houtwallen en verschillende gebouwen en schuren, die ten opzichte van elkaar een

Te slopen schuren Nieuw te bouwen woning

verschillende hoogte en oriëntatie hebben. De materialisering hiervan wordt verder uitgewerkt op de volgende pagina’s.

Toegang tot weiland

Legenda Bestaande woning (renoveren) Nieuw te bouwen woning en schuurtjes Bestaande halfverharding

Eikengaard

Nieuwe halfverharding Inzaaien en beheren als kruidenrijk graslandmengsel Inzaaien en beheren als gazon Perceel verpacht in agrarisch gebruik

Uit laten groeien bestaande haag

Nieuw te planten boom 1e grootte: linde, eik of beuk Bestaande fruitboom, walnoot en struweelhaag behouden

Bestaande walnootboom behouden Nieuw te planten notenboom (walnoot of tamme kastanje) Bestaande fruitboom behouden

Groepje bomen ter verzachting van het zicht op de woning vanuit het zuiden (Linde of Beuk, opgekroond tot 2m)

Nieuw te planten struweelhaag

Nieuw te planten fruitbomen Nieuw te planten struweelhaag Nieuw aan te planten beukenhaag

Nieuw te planten fruitbomen ter afscherming van de woning en tuin

0

10

15

20m

204180 | 24 oktober 2023 | 5

Ontwerp Ontwikkelplan | Bovenbergweg 10 Markelo

De hoogte van de rechtgaande muur van de begane grond ten opzichte van het schuinopgaande dak is het liefst zo klein mogelijk. Woning met een rieten wolfskap en zichtbare houten balken.

Gebouwen Het oude erf was op karakteristieke wijze met haar achterkant en schuur naar de oprijweg geörienteerd. Dit principe komt ook in het nieuwe erf terug. De nieuw te

Een schuurwoning in donkere tinten blijft ondergeschikt aan het landschap, maar heeft er door het vele glas wel een geweldige verbinding mee.

bouwen schuurtjes staan licht gedraaid naast de woningen. De bebouwing in het gebied wordt gekenmerkt door oude boerderijen en schuren met een rieten of dakpannen wolfsdak en kleinere kapschuren. De daken van de boerderijen en schuren steken boven de hagen en erfbeplantingen, tussen de

Schuren, ondergeschikt aan woonhuis, halfopen met zichtbare balken. betimmerd met zwart geteerde planken.

glooiende essen, uit. Dit principe wordt nagestreeft in de bebouwing: De te renoveren woning wordt bij voorkeur zoveel mogelijk in deze stijl gerenoveerd en ook de nieuwe woning en schuur worden in deze karakteristiek opgetrokken, uit natuurlijke materialen als rood/bruine baksteen, matte donkergrijze of roodbruine dakpannen, riet en houten balken en zwart geteerde of onbewerkte planken. De kap van de nieuwe woning heeft geen uitstulpingen als een dakkappel, om het zoveel mogelijk één vlak te laten zijn. De hoogte van de rechtgaande muur van de begane grond ten opzichte van het schuinopgaande dak is het liefst zo klein mogelijk. De rechtopgaande muur is maximaal 1/3e van de totale hoogte van de woning. Vanaf de bestaande oprijweg worden de paden op het erf uitgebreid met een parkeerplaats naar de woonhuizen en schuren in halfverharding of eventueel bestrating van rode/bruine gebakken straatsteen.

Het dak zoveel mogeljik als één vlak, waarin de ramen uitsnedes vormen

Woning met een rieten kap doet mee in de kleuren van het landschap. 204180 | 24 oktober 2023 | 6

Ontwerp Ontwikkelplan | Bovenbergweg 10 Markelo 7

4

8

8

5

4

2

5

3 6

1

Hoogstamboomgaard met rondom een meidoornhaag.

6

5 4

7 Onderscheid tussen bloem- en kruidenrijk gras en gazon

3 Beplanting Het is voor de ecologische meerwaarde van belang dat het plantmateriaal inheems is. Bij de keuze voor het plantsortiment moet rekening worden gehouden met de bodem en waterhuishouding en de locatie zoals beschreven in dit plan. De beplanting wordt zo veel mogelijk gebaseerd op het sortiment benoemd in de beplantingstabel op de volgende pagina. Ook dient het plantmateriaal zoveel mogelijk autochtoon te zijn. Dat houdt in dat er Nederlands plantmateriaal met een aan het Nederlandse klimaat en ecologie aangepaste genetica worden gebruikt en geen planten van

Aanplant nieuwe struweelhaag (beeld na 5 jaar).

5

1

dezelfde soort, bijvoorbeeld opgekweekt in Oost Europa, met een andere bloeitijd en ziekteresistentie. Dit is voor de ecologie belangrijk. Er wordt op het erf gekozen voor een voor het gebied karakteristieke erfbeplanting, met hagen, boomgaarden en notenbomen. Ook wordt er een ‘eikengaard’ geplant. Erven waren vroeger grotendeels zelfvoorzienend en praktisch ingericht, waarvan afgeleid de nu zo karakteristieke beplantingen volgen. Fruit- en notengaarden zorgden voor voedsel, de hagen en houtwallen om het vee buiten te houden. In de eikengaard werd hout gekweekt voor reparatiewerkzaamheden en de bouw van nieuwe schuren. Al deze beplantingen werden ook gebruikt door de natuur en hadden zo een grote ecologische waarde. Door ze op het erf te herstellen, dragen ze bij aan de ecologie, landschapswaarde, cultuurhistorie en zijn daarnaast ook fraai.

Beukenhaag rondom erf

Opgekroonde solitaire boom

Eikengaard als klein bosje op het erf

204180 | 24 oktober 2023 | 7

Beplantingslijst Ontwikkelplan | Bovenbergweg 10 Markelo Naam

Plantmaat (cm)

Kwaliteit

Oppervlakte

Plantafstand

Aantal (stuks)

Aanplantwijze (verband)

Bomen Eerste grootte

1 2 3 1 4

8

5

Fagus sylvatica (atropurpurea)

18-20

drdkluit

7 meter h.o.h.

3

In groep of solitair

Juglans regia ‘Amphyon’

18-20

drdkluit

7 meter h.o.h.

1

In groep of solitair

Quercus robur - Zomereik

18-20

drdkluit

7 meter h.o.h.

8

In groep of solitair

Tilia x europaea - Hollandse linde

18-20

drdkluit

7 meter h.o.h.

3

In groep of solitair

14-16

drdkluit

10 meter h.o.h.

2

In raamwerk of los ge-

Fruitbomen Malus domestica ‘Dubbele Bellefleur’ - Appel

4

2

Malus ‘Reinette Etoilée’ - Appel

strooid in boomgaard 14-16

drdkluit

10 meter h.o.h.

1

In raamwerk of los gestrooid in boomgaard

Pyrus communis ‘Communis’ -

3 6

14-16

drdkluit

10 meter h.o.h.

2

Pyrus communis ‘Gieser Wildeman’ 14-16

drdkluit

10 meter h.o.h.

1

Handpeer

1

strooid in boomgaard

- Stoofpeer

5

Prunus avium ‘Regina’ - Zoete kers

4

In raamwerk of los geIn raamwerk of los gestrooid in boomgaard

14-16

drdkluit

10 meter h.o.h.

2

7

In raamwerk of los gestrooid in boomgaard

Prunus domestica ‘Reine Victoria’

14-16

drdkluit

10 meter h.o.h.

1

- Pruim

5

In raamwerk of los gestrooid in boomgaard

Hagen Fagus sylvatica - Beuk

80-100

wlg

39 m1

6 per m1

234

195m

1 per 1,56m

Haag in 2 rijen aanplanten

6

Struikgewas

2

2

125

Cornus sanguinea - kornoelje

40-60

wlg

195/6 = 32,5 m

1 per 1,56m

21

kruisverband

Crataegus monogyna - Eenstijlige

40-60

wlg

2

195/6 = 32,5 m

2

1 per 1,56m

21

kruisverband

Rosa canina - Hondsroos

40-60

wlg

195/6 = 32,5 m2

1 per 1,56m2

21

kruisverband

Sambucus nigra - Vlier

40-60

wlg

2

195/6 = 32,5 m

2

1 per 1,56m

21

kruisverband

Sorbus aucuparia - Lijsterbes

40-60

wlg

2

195/6 = 32,5 m

2

1 per 1,56m

21

kruisverband

Viburnum opulus - Gelderse roos

40-60

wlg

195/6 = 32,5 m2

1 per 1,56m2

21

kruisverband

zaad

453 m2

20 gram/m2

9060 gr

gazon zaaien

Inheems kruidenrijk grasland meng- zaad

2600 m2

1,5 gram/m2

3900 gr

zaaien

2

2

meidoorn

Grasmengsels

7 8

Gazon: speelgras: bijvoorbeeld Solide Speelgazon, van Barenburg sel: Cruydt Hoeck G1 of gelijkwaardig

204180 | 24 oktober 2023 | 8

RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Bovenbergweg 10 - Markelo

Opdrachtgever: Eelerwoude Locatie: Bovenbergweg 10 7475 ST Markelo September 2023

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend en Nader (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Bovenbergweg 10 - Markelo

Opdrachtgever: Eelerwoude Mossendamsdwarsweg 3 7472 DB Goor Locatie: Bovenbergweg 10 7475 ST Markelo Projectcode: 23043216 Rapportagedatum: 29 september 2023 Projectleider: De heer ing. J. Lammers Auteur: Mevrouw ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 4

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyse

10 10 10 14 15 16 16

5

Nader bodemonderzoek Conceptueel model en onderzoeksopzet Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Resultaten chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

18 18 18 18 19 20

6

Nader asbestonderzoek Onderzoeksstrategie nader asbestonderzoek Asbestanalyses Veldwerkzaamheden Resultaten van de asbestanalyses

21 21 21 21 22

7

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

23

8

Literatuur en bronvermelding

27

Bijlagen I

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2023 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Informatie gemeente Hof van Twente VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Eelerwoude op een terreindeel op aan de Bovenbergweg 10 in Markelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging (rood-voor-roodontwikkeling). Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er 3 asbestverdachte druppelzones (waarvan 1 is komen te vervallen) en 2 voormalige tanklocaties met dieselopslag aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt, vanwege de ligging op een voormalig agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond of puin de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in juni en september 2023 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd.

Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 1 van 27

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Bovenbergweg 10 in Markelo, op circa 2.7 kilometer ten noordoosten van de bebouwde kom van Markelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 232.438 en y = 475.614. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Markelo, sectie N, nummers 1390 en 1391 (ged.). De Bovenbergweg bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is een voormalig agrarisch erf. De locatie is bebouwd met een te behouden woning en enkele te slopen (vee)schuren. Inpandig zijn betonvloeren en mestkelders aanwezig. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers en beton. Het overige terreindeel is onverhard en begroeid met gras, struiken of braakliggend. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd, deels verhard en omvat de volgende te onderzoeken (deel)locaties: - voormalig agrarisch erf (circa 4150 m2); - deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie (circa 12 m2); - deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie (circa 12 m2); - deellocatie D: asbestverdachte druppelzone (circa 10 m2); - deellocatie E: asbestverdachte druppelzone (circa 10 m2).

In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van dit verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek van Kruse Milieu BV opgenomen: Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel een agrarische bestemming. De onderzoekslocatie betreft een voormalig agrarisch erf. De bebouwing op de onderzoekslocatie dateert van de periode tussen circa 1924 en 1973 (bron: BAG-viewer); - in 1981 is een Hinderwetvergunning aangevraagd voor een veehouderij; - de gemeente Hof van Twente geeft aan dat er 2 bovengrondse dieseltanks (1000 liter) op de locatie aanwezig zijn (geweest). Er is inmiddels geen tanklocatie meer aanwezig. Het is niet bekend wanneer de tanks zijn verwijderd.

De voormalige tanklocaties worden als verdacht beschouwd (deellocatie A en B); - voor zover bekend is de onderzoekslocatie verder nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie verder in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - op de daken van enkele schuren bevinden zich asbesthoudende golfplaten. Er is sprake van 2 druppelzones omdat het hemelwater van 2 asbesthoudende daken afwatert op onverharde bodem (deellocaties D en E, zie boorplan); - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich, voor zover bekend, geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 2 van 27

- de bovengrond van de onderzoekslocatie wordt vanwege het gebruik als agrarisch erf beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twents beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s; - er hebben, voor zover bekend, niet eerder bodemonderzoeken op of nabij de huidige onderzoekslocatie (< 50 meter) plaatsgevonden. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek. Relevante informatie

Bron

Specificatie

Opdrachtgever

Huidig en voormalig gebruik en bodemonderzoeken

Ja

Gemeente Hof van Twente

Milieuhygiënische en historische bodeminformatie

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Nee

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINO-loket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020

Ja

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 3 van 27

Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 17 meter boven NAP. De locatie ligt circa 5.5 kilometer ten zuidoosten van de Holterberg; - de deklaag bestaat tot circa 1.0 meter minus maaiveld (m-mv) uit een zandige eenheid van de Formatie van Boxtel met een doorlatendheid van circa 1 tot 5 m2/dag. Onder het zand bevindt zich een complexe eenheid van gestuwde afzettingen bestaande uit een afwisseling van zand, klei en grind met sporen veen. Hieronder bevindt zich tot circa 25.5 m-mv zand van de Formatie van Urk met een doorlatendheid van maximaal 250 m2/dag; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 2 meter onder het maaiveld. Het maaiveld stroomt in noordwestelijke richting; - op circa 1.2 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Herikerberg; - in de directe omgeving van de onderzoekslocatie stromen geen omvangrijke oppervlaktewateren. Het dichtstbijzijnde water betreft de Holtdijksbeek en stroomt op circa 1.0 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie; - de invloed van het grondwaterbeschermingsgebied en de beek op de lokale stand en stromingsrichting van het grondwater zijn bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 4 van 27

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Voormalig agrarisch erf (circa 4150 m2) De onderzoeksstrategie voor het voormalig agrarisch erf is gebaseerd op norm NEN5740 (nietlijnvormige locatie, ONV-NL) en norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE). Beide strategieën worden met elkaar gecombineerd. Er worden op een terreindeel met een oppervlakte van circa 4150 m² in totaal 18 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter.

Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 m-mv. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Er worden 4 boringen doorgezet in de diepere ondergrond. Er wordt 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis voor het meten van de grondwatergegevens en het nemen van grondwatermonsters (PB 1). De inspectiegaten worden gecodeerd als 1 tot en met 18. Deellocaties A en B: voormalige dieseltanklocaties (circa 12 m2 per deellocatie) De locaties van de voormalige bovengrondse dieseltanks worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en BTEXN in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 wordt gebruikt. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Er worden per voormalige tanklocatie 3 boringen uitgevoerd tot 1.0 meter diepte, waarvan er 1 wordt verdiept en afgewerkt met een peilbuis (PB A1 en PB B1). Vooralsnog wordt aangenomen dat zintuiglijk geen verontreiniging wordt waargenomen. De boringen worden gecodeerd als A1, A2 en A3 (deellocatie A) en B1, B2 en B3 (deellocatie B).

Deellocaties D en E: asbestverdachte druppelzones (circa 10 m2 per druppelzone) De druppelzones worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzones gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.5: “verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)”. De druppelzones zullen tijdens het veldwerk worden opgemeten om het aantal inspectiegaten te bepalen. Bij een druppelzone tot 10 m2 dienen 2, en bij een druppelzone van 10 - 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. De inspectiegaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 5 van 27

De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Alleen de toplaag (0 tot 0.1 m-mv) wordt bemonsterd. De gaten in de druppelzones worden gecodeerd als D1, D2 (en D3) (deellocatie D) en E1, E2 (en E3) (deellocatie E). Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd.

Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.

Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA BV in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 6 van 27

Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket Voormalig agrarisch erf (4150 m2)

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie (circa 12 m2) Bovengrond (1x)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (1x)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie (circa 12 m2) Bovengrond (1x)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (1x)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie D: asbestverdachte druppelzone (circa 10 m2)

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Deellocatie E: asbestverdachte druppelzone (circa 10 m2) Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden:

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 7 van 27

achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 8 van 27

Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 9 van 27

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juni 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman, N. Pepping en B. Dierink Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). De veldwerkers zijn geassisteerd door de heer B. Oude Hengel. Voormalig agrarisch erf Op 21 juni 2021 is er na maaiveldinspectie 1 inspectiegat gegraven, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis. Met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor is dit monsterpunt doorgezet tot circa 4.2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit monsterpunt 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Monsterpunt 1 is later opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 28 en 30 juni 2023 zijn er, na maaiveldinspectie, in totaal 17 inspectiegaten gegraven, waarvan 1 naast PB 1 (inspectiegat 1A). Inspectiegat 16 is op circa 0.8 m-mv gestaakt op puin.

Er zijn, met behulp van een Edelmanboor, 3 inspectiegaten doorgezet in de diepere ondergrond. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van bebouwing, tegels, klinkers, en begroeiing, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren redelijk (goed zicht, veel neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem. Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie Er zijn op 21 juni 2023, met behulp van een Edelmanboor, 3 boringen tot 1.0 m-mv verricht. Er is 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 4.2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Er is zintuiglijk minerale olie waargenomen in de grond en in het grondwater (zwak tot sterke oliegeur en zwak tot sterke olie/water-reactie) ter plekke van deellocatie A. Deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie Er zijn op 21 juni 2023, met behulp van een Edelmanboor, 3 boringen tot 1.0 m-mv verricht. Er is 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 6.0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB B1).

Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie) ter plekke van deellocatie B. Deellocatie D en E: asbestverdachte druppelzones De druppelzones zijn tijdens het veldwerk opgemeten en hebben een oppervlakte van < 10 meter. Op 30 juni 2023 zijn er per druppelzone 2 inspectiegaten tot 0.5 m-mv gegraven. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen opgemerkt. Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 10 van 27

De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot circa 1.0 m-mv is uiterst tot matig fijn, zwak tot sterk siltig, matig humeus, zwak grindig zand aangetroffen met daaronder matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand. Er zijn plaatselijk in de ondergrond sterk zandige leemhoudende lagen waargenomen met een dikte van maximaal 4.75 meter. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de bodem. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Voormalig agrarisch erf

1

0.08 - 0.30 0.30 - 0.90

Sporen puin, sporen sintels Sporen puin

2

0.04 - 0.60

Sporen puin

4

0 - 0.50

Sporen puin

5

0 - 0.50

Sporen puin

6

0.15 - 0.60

Sporen puin

7

0.08 - 0.50 0.50 - 0.70

Sporen puin Sporen baksteen

8

0 - 0.50 0.50 - 0.70

Sporen puin Sporen baksteen

9

0.08 - 0.50

Matig puinhoudend

12

0 - 0.50

Sporen puin

14

0.08 - 0.40

Sporen puin

15

0.12 - 0.40 0.40 - 0.60

Matig asfalthoudend Zwak puinhoudend

16

0.20 - 0.45 0.45 - 0.80

Matig asfalthoudend Zwak puinhoudend, gestaakt op puin

18

0 - 0.50

Sporen puin

Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie A1

0.20 - 0.65 0.65 - 1.00 1.00 - 1.50

Sporen puin Zwakke olie/waterreactie, sterke dieselgeur Sterke olie/waterreactie, sterke dieselgeur

A2

0.30 - 0.55 0.55 - 0.80 0.80 - 1.00

Sporen metaal, matige olie/waterreactie, sterke dieselgeur Matige olie/waterreactie Sterke matige olie/waterreactie

A3

0.50 - 0.80 0.80 - 1.00

Matige olie/waterreactie Sterke matige olie/waterreactie

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 11 van 27

Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming

Deellocatie D:asbestverdachte druppelzone D1

0 - 0.10 0.10 - 0.30

Sporen puin Sporen puin

D2

0 - 0.10

Sporen puin

Deellocatie E:asbestverdachte druppelzone E1

0 - 0.10

Sporen puin

E2

0 - 0.10 0.10 - 0.20

Sporen puin Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Vanwege de zintuiglijke waarnemingen met betrekking tot minerale olie ter plekke van deellocatie A is er een extra mengmonster van de ondergrond geanalyseerd op minerale olie. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Voormalig agrarisch erf

BG I (puin)

1A 4, 5, 8, 12 en 18 6 7 14

0.30 - 0.70 0 - 0.50 0.15 - 0.60 0.08 - 0.50 0.08 - 0.40

NEN5740standaardpakket

BG II (puin)

2 9 15 16 16

0.04 - 0.54 0.08 - 0.50 0.40 - 0.60 0.08 - 0.20 0.45 - 0.80

NEN5740standaardpakket

OG I (zintuiglijk schoon)

1 1 2 4 10 14

0.90 - 1.25 1.75 - 2.10 0.60 - 1.00 0.90 - 1.40 0.30 - 0.50 0.40 - 0.60

NEN5740standaardpakket

OG II (zintuiglijk schoon)

1 2 2 2 3 3 4

1.25 - 1.75 1.00 - 1.30 1.30 - 1.60 1.60 - 2.00 0.50 - 1.00 1.85 - 2.10 1.40 - 1.90

NEN5740standaardpakket

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 12 van 27

Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Voormalig agrarisch erf MM FF - 01

1A en 7 8 14

0.08 - 0.50 0 - 0.50 0.08 - 0.40

Asbest

MM FF - 02

9

0.08 - 0.50

Asbest

MM FF - 03

4, 5, 11 en 18 6

0 - 0.50 0.15 - 0.60

Asbest

Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie Boring A1-4

A1

1.00 - 1.50

Minerale olie

Boring A2-2

A2

0.30 - 0.55

Minerale olie

Deellocatie B: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie B - BG

B1, B2 en B3

0.04 - 0.10

Minerale olie

Deellocatie D: asbestverdachte druppelzone MM FF - D

D1, D2 en D3

0 - 0.10

Asbest

Deellocatie E: asbestverdachte druppelzone MM FF - E

E1, E2 en E3

0 - 0.10

Asbest

Boring 1, A1 en B1 zijn doorgezet tot circa 4.20 m-mv (PB 1 en PB A1) en 6.00 m-mv (PB B1). Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuizen te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filters, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in de boorgaten gestort. Rondom de filters is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in de boorgaten gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van de boorgaten is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 28 juni 2023 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

3.20 - 4.20

1.60

6.5

430

120

Goed

PB A1

3.20 - 4.20

1.90

6.3

810

65

Goed

PB B1

5.00 - 6.00

3.20

6.3

620

7.5

Goed

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 13 van 27

pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In de 3 grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peil-buizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrix-storingen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).

Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. De conserveringstermijn van de grondmengmonsters (BG I, BG II, OG I en OG II) en grondwatermonsters is met betrekking tot enkele parameters overschreden. De overschrijding voor aromaten (BTEXN) en chloorhoudende koolwaterstoffen is het gevolg van een verstoring in het interne logistieke proces op het laboratorium. De negatieve invloed op de resultaten van het grondonderzoek wordt, als gevolg van de overschrijding van de conserveringstermijn gering geacht, aangezien de monsters op het laboratorium geconditioneerd zijn bewaard. Ter plekke van het voormalig agrarisch erf zijn in de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 1) enkele (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. In de boven- en ondergrond (BG I, OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Ter plekke van de voormalige tanklocatie (deellocatie A) zijn in de boven- en ondergrond (boring A1-4 en boring A2-2) sterk verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater (PB A1) is een lichte verontreiniging aangetoond.

Ter plekke van de voormalige tanklocatie (deellocatie B) zijn zowel in de bovengrond (B - BG) als in het grondwater (PB B1) geen verontreinigingen aangetoond. De verhoogde gehalten zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond1- of streefwaarde

Interventiewaarde

Voormalig agrarisch erf BG II

PAK

5.9

5.91 *

1.5

40

PB 1

Barium Zink

360 130

360 * 130 *

50 65

625 800

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 14 van 27

Vervolg tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond1of streefwaarde

Interventiewaarde

Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie

1

Boring A1-4 (1.0-1.5 m-mv)

Minerale olie

2200

11000 ***

190

5000

Boring A2-2 (0.3-0.55 m-mv)

Minerale olie

5200

20000 ***

190

5000

PB A1

Naftaleen Xylenen

0.73 15.7

0.73 * 15.7 *

0.01 0.2

70 70

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte tot sterke verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Voormalig agrarisch erf Bovengrond - BG II - PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met PAK (en metalen) niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 1 en PB 2 - Barium en zink De licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

Deellocatie A: voormalige dieseltanklocatie Boven- en ondergrond - Boring A1-4 en boring A2-2 - Minerale olie Ter plekke van de voormalige dieseltanklocatie is de bodem (boring A1-4 van 1.0 - 1.5 m-mv en boring A2-2 van 0.3 - 1.55 m-mv) sterk verontreinigd met minerale olie. Een nader onderzoek geeft meer inzicht in de omvang van de sterke verontreiniging. Het nader onderzoek is beschreven in hoofdstuk 5. Grondwater - PB A1 - Naftaleen en xylenen Een oorzaak voor de licht verhoogde concentratie xylenen in het grondwater is niet direct te geven. De licht verhoogde gehalten aan naftaleen en xylenen houden vermoedelijk verband met de voormalige dieseltanklocatie. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 15 van 27

Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - E is asbest aangetoond. In MM FF - 03 en MM FF - D is geen asbest aangetoond. De gewogen gehalten worden weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

Voormalig agrarisch erf MM FF - 01

Asbest

13

50

MM FF - 02

Asbest

270 *

50

MM FF - 03

Asbest

< 2.0

50

Deellocatie D: asbestverdachte druppelzone MM FF - D

Asbest

< 2.0 *

50

Deellocatie E: asbestverdachte druppelzone MM FF - E

Asbest

3.0 *

50

* asbestverdachte vezels aangetroffen

In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bespreking resultaten asbestanalyse Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in enkele mengmonsters asbest aangetoond. Voormalig agrarisch erf In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is asbest (met asbestverdachte vezels) aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek geeft inzicht in de ernst en omvang van de asbestverontreiniging. Het nader asbestonderzoek is beschreven in hoofdstuk 6. Er zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie MM FF - 02 (Gat 9) kleiner dan 0.5 mm. In theorie zou er sprake kunnen zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kg d.s. aan respirabele asbestvezels, terwijl de totaalconcentratie aan asbest onder de interventiewaarde ligt.

Uit onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd blijkt echter dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest (vrijwel ongebonden asbest) het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10% (zie RIVM-rapport 711701034/2003). Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10 mg/kg d.s. (bron: circulaire bodemsanering 1 juli 2013). In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 16 van 27

Deellocatie D: Asbestverdachte druppelzone In het mengmonsters van de fijne fractie MM FF - D is geen asbest aangetoond. Er zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie kleiner dan 0.5 mm. In theorie zou er sprake kunnen zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kg d.s. aan respirabele asbestvezels, terwijl de totaalconcentratie aan asbest onder de interventiewaarde ligt. Uit onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd blijkt echter dat zelfs voor het meest ‘losse’ niethechtgebonden asbest (vrijwel ongebonden asbest) het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10% (zie RIVM-rapport 711701034/2003). Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10 mg/kg d.s. (bron: circulaire bodemsanering 1 juli 2013). Deellocatie E: Asbestverdachte druppelzone In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - E is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 23043216

Pagina 17 van 27

5

Nader bodemonderzoek

Naar aanleiding van de sterke verontreiniging met minerale olie ter plekke van de voormalige dieseltanklocatie in boring A1-4 (van 1.0 - 1.5 m-mv) en boring A2-2 (van 0.3 - 1.55 m-mv) is een nader onderzoek uitgevoerd om de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreinigingen vast te stellen. Conceptueel model en onderzoeksopzet Op basis van de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek, is conform NTA 5755 een conceptueel model opgesteld, waarbij aandacht vooral uit gaat naar de omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model wordt de onderzoeksopzet gebaseerd. Tabel 7: Conceptueel model in tabelvorm. Op het terrein is sinds de jaren 80 een agrarisch bedrijf met een bovengrondse dieselolieopslag gevestigd. De Oorzaak van de verontreiniging tank is niet meer op de locatie aanwezig. Het is onbekend wanneer de tank is verwijderd. Aangenomen wordt dat de verontreiniging is ontstaan door lekkage/morsing. De locatie is gelegen aan de Bovenbergweg 10 in Markelo, op circa 2.7 kilometer ten noordoosten van de Bodemgebruik bebouwde kom van Markelo, in een agrarisch gebied. De dieseltank stond in een schuur (landbouwberging). Ter plekke is momenteel een klinkerverharding aanwezig. Onder de klinkerverharding is matig grof tot uiterst fijn zand aanwezig, met vanaf circa 0.65 m-mv sterk tot zwak Bodemopbouw zandig leem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4104/documents/56677