CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAG~2.PDF

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Zomerweg 5 Ambt Delden25.917 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 9 van 30

Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 10 van 30

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in februari 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09) en geassisteerd door de heer M. Kuipers. Erf Op 3 februari 2023 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 17 inspectiegaten tot maximaal 1.0 m-mv gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 21 tot en met 38), waarvan 4 gaten zijn verdiept tot maximaal 2.0 m-mv (gat 21 tot en met 24). Eén diepe boring is afgewerkt met een peilbuis (PB 21). Weiland Er zijn op 3 februari 2023 in totaal 16 boringen verricht (gecodeerd als 41 tot en met 56), waarvan 4 boringen zijn verdiept tot circa 2.0 m-mv. Eén diepe boring is afgewerkt met een peilbuis (PB 41). Er zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen.

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank Er zijn op 3 februari 2023 in totaal 3 boringen tot maximaal 1.2 meter m-mv verricht, waarvan één boring is doorgezet tot 3.20 m-mv en is afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Deellocaties B, C en D: Druppelzones Op 3 februari 2023 zijn in totaal 9 inspectiegaten tot 0.5 m-mv in de druppelzones gegraven. Druppelzone D is tijdens het veldwerk aangetroffen en is aanvullend onderzocht Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van de klinkers, asfalt, beton, zanddepot, opgeslagen puin op klinkerverharding, gras, bomen en struiken niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, weinig neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II.

De bodemopbouw bestaat globaal uit matig fijn, zwak siltig zand met plaatselijk sterk zandige leemlagen in de bovengrond. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 11 van 30

Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Erf

22

0.22 - 0.40

Sporen puin

23

0 - 0.07

Uiterst sintels- en slakkenhoudend

32

0.14 - 0.70

Sporen puin

33

0.20 - 0.70

Sporen puin

34

0.09 - 0.60

Sporen puin

Deellocaties B, C en D: Druppelzones B1

0 - 0.1

Sporen puin

B2

0 - 0.1

Sporen puin

B3

0 - 0.1

Sporen puin

C1

0 - 0.1

Sporen puin

C2

0 - 0.1

Sporen puin

C3

0 - 0.1

Sporen puin

D1

0 - 0.1

Sporen puin

D2

0 - 0.1

Sporen puin

D3

0 - 0.1

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. De sintels- en slakkenhoudende bodem is aanvullend geanalyseerd. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Bovengrond erf

Erf - BG I (zintuiglijk schoon)

24 en 26 25, 35 en 36 27 30 37

0.08 - 0.35 0.08 - 0.40 0.08 - 0.50 0 - 0.25 0 - 0.50

NEN5740standaardpakket

Erf - BG II (sporen puin)

22 32 33 34

0.22 - 0.40 0.14 - 0.64 0.20 - 0.70 0.09 - 0.59

NEN5740standaardpakket

Boring 23 (sintels/slakken)

23

0 - 0.07

NEN5740standaardpakket

MM FF - 01

21 28 35 en 36

0.08 - 0.50 0.08 - 0.58 0.08 - 0.40

Asbest

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 12 van 30

Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Bovengrond erf MM FF - 02 (ophoogzand)

24 25 26 27

0.08 - 0.35 0.08 - 0.04 0.08 - 0.35 0.08 - 0.50

Asbest

MM FF - 03

29 en 31 30 37 en 56

0 - 0.35 0 - 0.25 0 - 0.50

Asbest

MM FF - 04

22 32 33 34

0.22 - 0.40 0.14 - 0.64 0.20 - 0.70 0.09 - 0.59

Asbest

Bovengrond weiland

Weiland - BG I (zintuiglijk schoon)

43 44 45 en 46 47, 48 en 50 49

0 - 0.30 0 - 0.25 0 - 0.40 0 - 0.50 0 - 0.35

NEN5740standaardpakket

Weiland - BG II (zintuiglijk schoon)

41 en 52 42, 53 en 54 51 en 56 55

0 - 0.30 0 - 0.20 0 - 0.50 0 - 0.25

NEN5740standaardpakket

Ondergrond en grondwater gehele terrein

Erf - OG I (zintuiglijk schoon)

21 21 22 22 23 23 24 24

0.70 - 1.20 1.20 - 1.70 1.30 - 1.80 1.80 - 2.00 0.50 - 1.00 1.50 - 1.80 0.55 - 1.05 1.05 - 1.55

NEN5740standaardpakket

Weiland - OG I (zintuiglijk schoon)

41 42 42 43 43 44 44

0.50 - 1.00 0.50 - 0.90 0.90 - 1.40 0.50 - 1.00 1.00 - 1.30 0.50 - 1.00 1.00 - 1.30

NEN5740standaardpakket

Weiland - OG II (zintuiglijk schoon)

41 en 43

0.30 - 0.50

NEN5740standaardpakket

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank A - BG (zintuiglijk schoon)

Kruse Milieu BV

A1 A2 A3

0.20 - 0.70 0.08 - 0.40 0.08 - 0.58

Project: 23001616

Minerale olie

Pagina 13 van 30

Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Druppelzones B, C en D MM FF - B

B1, B2 en B3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - C

C1, C2 en C3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - D

D1, D2 en D3

0 - 0.1

Asbest

De boringen 21, 41 en A1 zijn doorgezet tot circa 3.20 m-mv, 2.70 m-mv en 3.20 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 10 februari 2023 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 21

2.20 - 3.20

1.65

6.4

190

20

Goed

PB 41

1.70 - 2.70

1.25

6.7

210

38

Goed

PB A1

2.20 - 3.20

1.90

6.0

60

3.2

Goed

De waarden voor de pH en de EC worden als normaal beschouwd. De troebelheid in peilbuis PB A1 wordt normaal geacht. In de grondwatermonsters van de peilbuizen PB 21 en PB 41 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 14 van 30

Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. De conserveringstermijn van het grondmonster van Boring 23 is voor de analyse op naftaleen overschreden. De negatieve invloed op de resultaten van het grondonderzoek wordt, als gevolg van deze overschrijding van de conserveringstermijn gering geacht, aangezien de monsters op het laboratorium geconditioneerd zijn bewaard. Er wordt geen significante invloed op de analyseresultaten van de grondmengmonsters verwacht als gevolg van de overschrijdingen van de conserveringstermijnen. In de bovengrond (boring 23 (0-0.07 m-mv) en in het grondwater (PB 21 en PB 41) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond.

Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de bovengrond (Erf - BG I, Erf - BG II, Weiland - BG I, Weiland - BG II en A - BG), de ondergrond (Erf - OG I en Weiland - OG II) en het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. en μg/l).

1

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of streefwaarde

Interventiewaarde

Kobalt Nikkel PAK

6.6 16 3.4

23.2 * 46.7 * 3.45 *

15 35 1.5

190 100 40

Peilbuis PB 21

Barium Zink

220 73

220 * 73 *

50 65

625 800

Peilbuis PB 41

Barium Nikkel

190 22

190 * 22 *

50 15

625 75

Monster

Component

Boring 23 (0-0.07)

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 15 van 30

Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Erf Bovengrond - Boring 23 (0 - 0.7 m-mv) - Kobalt, nikkel en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (sintels en slakken). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 21 en PB 41 - Barium, nikkel en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, nikkel en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de bovenen ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse tanklocatie De voormalige bovengrondse tanklocatie heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit.

Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In enkele mengmonsters van de fijne fractie is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 7 weergegeven. Losse asbestvezels druppelzones B en D Er zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie kleiner dan 0.5 mm. In theorie zou er sprake kunnen zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kg d.s. aan respirabele asbestvezels, terwijl de totaalconcentratie aan asbest onder de interventiewaarde ligt. Uit onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd blijkt echter dat zelfs voor het meest ‘losse’ niethechtgebonden asbest (vrijwel ongebonden asbest) het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10% (zie RIVM-rapport 711701034/2003). Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10 mg/kg d.s. (bron: circulaire bodemsanering 1 juli 2013). Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten zijn de mengmonsters MM FF - B en MM FF - D aanvullend geanalyseerd met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM). De analyserapporten van het SEM-onderzoek zijn opgenomen in bijlage IV. Hieruit blijkt dat ter plekke van druppelzone B geen respirabele vezels zijn aangetroffen.

In druppelzone D is de hoeveelheid respirabele vezels (5.6 mg/kg d.s.) lager dan de risiconorm van maximaal 10 mg/kg d.s.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 16 van 30

Tabel 7: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

MM FF - 01

Asbest

1.2

50

MM FF - 02

Asbest

0.6

50

MM FF - 03

Asbest

n.a.

50

MM FF - 04

Asbest

6100 **

50

MM FF - B

Asbest

94

50

MM FF - C

Asbest

n.a.

50

MM FF - D

Asbest

53 *

50

Monster

* inclusief 5.6 mg/kg d.s. gewogen asbestgehalte respirabele vezels ** bevat asbestverdachte vezels

In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in de mengmonsters MM FF - 03 en MM FF - C geen asbest aangetoond. De mengmonsters MM FF - 01 en MM FF - 02 bevatten asbest, maar zijn de gewogen asbestgehalten lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het mengmonster MM FF - 04 bevat asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek geeft inzicht in de mate van verontreiniging. Het nader asbestonderzoek is beschreven in hoofdstuk 5. De mengmonsters MM FF - B en MM FF - D bevatten asbest. Na SEM-analyse blijkt dat in beide mengmonsters de gewogen asbestgehalten lager zijn dan de interventiewaarde en dat er niet meer dan 10 mg/kg respirabele vezels aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om de toplaag ter plekke van druppelzone B te saneren omdat het gehalte bijna de interventiewaarde overschrijft. De omvang van de asbesthoudende druppelzone wordt geschat op circa 35 meter x 1.0 meter x 0.1 meter = 3.5 m3.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 17 van 30

5

Nader asbestonderzoek

Naar aanleiding van het sterk verhoogde asbestgehalte in MM FF - 04 is een nader asbestonderzoek uitgevoerd om de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreinigingen vast te stellen. Tevens wordt in dit hoofdstuk het in 2012 aangetroffen asbesthoudende pulp onder de betonvloer van de varkensschuur nader onderzocht (afperkend onderzoek). Onderzoeksstrategie nader asbestonderzoek De onderzoeksopzet gaat uit van NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie is op maat gemaakt en overlegd met de gemeente Hof van Twente en projectbureau BAS. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de norm NEN5707, paragraaf 7.2: Vaststellen gemiddeld gehalte per RE. Omdat het een aantal kleinschalige locaties betreffen waar het praktisch niet mogelijk of gewenst is om sleuven te graven, staat de norm toe om een inspectiesleuf te vervangen door 2 inspectiegaten met een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. De opgegraven grond wordt gezeefd over 20 mm en de grove fractie wordt visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. Van de fijne fractie wordt een mengmonster samengesteld voor een asbestanalyse. Indien visueel asbestverdachte materialen worden aangetroffen, wordt per gat een materiaalverzamelmonster geanalyseerd op asbest.

Asbestanalyses De asbestanalyses worden verricht door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Indien asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per inspectiesleuf een materiaal(verzamel)monster samengesteld. Per inspectiesleuf wordt het gewogen asbestgehalte bepaald. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn op 31 mei 2023 uitgevoerd door de heren N. Pepping en B. Dierink. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Noordwestelijk gelegen schuur (MM FF - 04) Om vast te kunnen stellen onder welk deel van de schuur de bodem sterk asbesthoudend is, worden er 8 boringen met een diameter van 0.35 meter verricht (gecodeerd als boring 101 tot en met 108). Hierdoor wordt meer grond opgegraven dan uit de boringen in het verkennend bodemonderzoek (met een boordiameter van 0.12 meter) en wordt voldaan aan norm NEN5707 met betrekking tot het graven van inspectiegaten. Er worden 4 boringen naast de oorspronkelijke boringen 22, 32, 33 en 34 in de schuur verricht. Per 2 boringen wordt 1 mengmonster van de fijne fractie samengesteld voor een asbestanalyse. Aan de hand van de analyses kan bepaald worden onder welke delen van de vloer de bodem sterk asbesthoudend is en kan vastgesteld worden in welke mate de bodem asbesthoudend is.

Om de verontreiniging onder de schuur in horizontale richting af te kunnen perken, worden rondom de schuur handmatig 8 inspectiegaten gegraven (gecodeerd als 109 tot en met 116). De bodemlaag tot circa 0.5 meter onder de onderkant van de betonvloer wordt bemonsterd. Ter plekke van de druppelzones zal er op gelet worden dat de toplaag niet mee bemonsterd wordt. Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 18 van 30

Voor de verticale afperking wordt uit de gaten in de schuur de ondergrond bemonsterd. Voor de horizontale afperking worden 3 mengmonsters van de fijne fractie samengesteld. Voor de verticale afperking wordt een mengmonster van de schone ondergrond ter plekke van de schuur samengesteld. Actualisatie asbestonderzoek noordoostelijk gelegen schuur (varkensschuur) In 2012 is onderzoek uitgevoerd naar de pulpvloer onder de noordoostelijke schuur. Omdat de afperking destijds slechts gebaseerd is op 1 mengmonster uit 4 inspectiegaten en het onderzoek is inmiddels 11 jaar geleden is uitgevoerd wordt de verontreiniging rondom de schuur opnieuw afgeperkt. Er worden rondom deze schuur in totaal 7 inspectiegaten gegraven (gecodeerd als 117 tot en met 123). Er worden 3 mengmonsters van de bovengrond geanalyseerd op asbest. Verwacht wordt dat de verontreinigingssituatie ten opzichte van 2012 niet gewijzigd is en dat deze mengmonsters niet (sterk) asbesthoudend zullen zijn. Omdat in het verkennend bodemonderzoek ter plekke van de schuur een sterk verhoogd asbestgehalte is aangetoond, zijn de werkzaamheden conform CROW400 in de veiligheidsklasse “Zwart, niet vluchtig” uitgevoerd. Er wordt onder andere gebruik gemaakt van een decontaminatie-unit (deco-unit).

Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen, deze zijn weergegeven in tabel 8. Op het maaiveld en in de bodem zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tabel 8: Weergave bodemvreemde materialen. Gat/boring

Diepte (m-mv)

Waarneming Noordwestelijk gelegen schuur

101

0.08 - 0.50

Sporen puin

102

0.17 - 0.50

Sporen puin

109

0 - 0.40

Sporen puin

110

0 - 0.40

Sporen puin

111

0 - 0.40

Sporen puin

112

0.08 - 0.50

Sporen puin

113

0.08 - 0.50

Sporen puin

114

0 - 0.40

Sporen puin

115

0 - 0.40

Sporen puin

116

0 - 0.40

Sporen puin Noordoostelijk gelegen schuur

117

0 - 0.45

Sporen puin

118

0 - 0.70

Sporen puin

119

0 - 0.70

Sporen puin

120

0 - 1.00

Sporen puin

121

0 - 0.40

Sporen puin

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 19 van 30

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 9 staat omschreven. Tabel 9: Geanalyseerde asbestmonsters. Inspectiesleuf

Traject (m-mv)

Motivatie

MM FF - Gat 101-102 (sporen puin)

101 102

0.08 - 0.50 0.17 - 0.50

Bepaling asbestgehalte onder westelijke schuur

MM FF - Gat 103-104 (visueel schoon)

103 104

0.08 - 0.50 0.09 - 0.50

Bepaling asbestgehalte onder westelijke schuur

MM FF - Gat 105-106 (visueel schoon)

105 106

0.16 - 0.70 0.13 - 0.60

Bepaling asbestgehalte onder westelijke schuur

MM FF - Gat 107-108 (visueel schoon)

107 108

0.14 - 0.50 0.15 - 0.50

Bepaling asbestgehalte onder westelijke schuur

MM FF - Gat 109-110-111 (sporen puin)

109, 110 en 111

0 - 0.40

Horizontale afperking

MM FF - Gat 112-113 (sporen puin)

112 en 113

0.08 - 0.50

Horizontale afperking

MM FF - Gat 114-115-116 (sporen puin)

114, 115 en 116

0 - 0.40

Horizontale afperking

MM FF - Gat 117-118-119 (sporen puin)

117 118 en 119

0 - 0.45 0 - 0.50

Horizontale afperking

FF - Gat 120 (sporen puin)

120

0 - 0.50

Horizontale afperking

MM FF - Gat 121-122-123 (sporen puin)

121 en 122 123

0 - 0.40 0 - 0.35

Horizontale afperking

MM FF - OG 101 t/m 108 (visueel schoon)

101 102 103 104 105 106 107 108

0.50 - 1.00 0.50 - 1.00 0.50 - 1.00 0.50 - 1.00 0.70 - 1.00 0.60 - 1.00 0.50 - 1.00 0.50 - 1.00

Verticale afperking

Monster

Resultaten van de asbestanalyses In bijlage V zijn de analyserapporten van dit asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn hierna in tabel 10 weergegeven.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 20 van 30

Tabel 10: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

MM FF - Gat 101-102

Asbest

140

100

MM FF - Gat 103-104

Asbest

330

100

MM FF - Gat 105-106

Asbest

850

100

MM FF - Gat 107-108

Asbest

410

100

MM FF - Gat 109-110-111

Asbest

n.a.

100

MM FF - Gat 112-113

Asbest

2

100

MM FF - Gat 114-115-116

Asbest

7

100

MM FF - Gat 117-118-119

Asbest

5

100

FF - Gat 120

Asbest

110

100

MM FF - Gat 121-122-123

Asbest

n.a.

100

MM FF - OG 101 t/m 108

Asbest

160

100

Monster

In de derde kolom van tabel 10 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de interventiewaarde. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 5.4 is weergegeven, is er asbest aangetoond. Noordwestelijk gelegen schuur Alle mengmonsters van de fijne fractie van de bodem tot circa 0.5 m-mv onder de schuur bevatten asbest in gehalten ruim boven de interventiewaarde. In het mengmonster van de ondergrond (tot 1.0 m-mv) is eveneens asbest aangetoond in een gewogen asbestgehalte boven de interventiewaarde. De asbestverontreiniging is in verticale richting onvoldoende afgeperkt. In de mengmonsters van de inspectiegaten tot 0.5 m-mv rondom de schuur is asbest aangetoond, maar zijn de gewogen asbestgehalten ruim lager dan de interventiewaarde. Geconcludeerd kan worden dat de asbestverontreiniging in horizontale richting voldoende is afgeperkt. Actualisatie asbestonderzoek noordoostelijk gelegen schuur In de mengmonsters van de inspectiegaten tot 0.5 m-mv rondom de schuur is asbest aangetoond; maar zijn, met uitzondering van gat 120, de gewogen asbestgehalten ruim lager dan de tussenwaarde voor nader asbestonderzoek. Geconcludeerd kan worden dat de asbestverontreiniging in horizontale richting ten zuiden van de schuur onvoldoende is afgeperkt.

Het aanvullend asbestonderzoek is weergegeven in hoofdstuk 6.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 21 van 30

6

Aanvullend asbestonderzoek

Naar aanleiding van de resultaten van het nader asbestbodemonderzoek is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Extra inzicht in de omvang van de aangetoonde verontreinigingen is gewenst in het kader van de voorgenomen grondsanering door het projectbureau BAS (Bodem Asbest Sanering). Het betreft de verontreiniging onder de noordwestelijke schuren, de verontreiniging aan de voorzijde van de noordoostelijke schuur en de verontreiniging ter plekke van druppelzone D. Onderzoeksstrategie Verontreiniging noordwestelijke schuren Uit het nader asbestonderzoek is gebleken dat het zand onder de vloeren sterk asbesthoudend is. Omdat het mengmonster van de fijne fractie voor de verticale afperking (0.5 tot 1.0 m-mv) nog sterk asbesthoudend is, is de verontreiniging in verticale richting onvoldoende afgeperkt. Vanwege de bebouwing en de diepte van de verontreiniging (tot minstens 1.0 m-mv), is het niet mogelijk om inspectiesleuven of inspectiegaten te graven. Monstername conform NEN5707 is daardoor in de huidige situatie niet mogelijk. In overleg met de gemeente Hof van Twente en het projectbureau BAS worden aanvullende boringen rondom de schuur verricht. De bodemlaag van 1.0 tot 1.5 m-mv wordt indicatief bemonsterd en geanalyseerd op asbest. De boringen zijn gecodeerd als boring 201 tot en met 204.

Verontreiniging noordoostelijke schuur In eerder bodemonderzoek is onder de betonvloer een verontreiniging met asbestpulp aangetoond. In het aanvullend asbestonderzoek is de verontreiniging in horizontale richting onvoldoende afgeperkt omdat in inspectiegat 120 nog een sterk verhoogd gehalte aan asbest is aangetoond. Inspectiegat 120 is gegraven in een gat in de betonvloer aan de voorzijde van de schuur. Aangenomen wordt dat de verontreiniging doorloopt onder de betonvloer aan de voorzijde van de schuur. Ten behoeve van de horizontale afperking worden rondom het beton 2 inspectiegaten gegraven, gecodeerd als gat 120A en 120B. Er wordt één mengmonster van de fijne fractie samengesteld voor een analyse op asbest. Toplaag druppelzone D Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de toplaag van druppelzone D niet sterk asbesthoudend is. Omdat het gewogen asbestgehalte de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek overschrijdt, is extra inzicht in de bodemkwaliteit met betrekking tot asbest gewenst. Ter plekke van de druppelzone D worden in totaal 6 inspectiegaten gegraven voor de verticale en horizontale afperking, gecodeerd als inspectiegat D1A, D2A, D3A, D4, D5 en D6. Indien de monsters voor verticale en horizontale afperking niet (sterk) asbesthoudend zijn, is voldoende vastgesteld dat druppelzone D niet sterk asbesthoudend is.

In dat geval kan sanering van de toplaag ter plekke van druppelzone D achterwege blijven. Asbestanalyses De asbestanalyses worden verricht door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Indien asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per inspectiesleuf een materiaal(verzamel)monster samengesteld.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 22 van 30

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn op 2 augustus 2023 uitgevoerd door de heren N. Pepping en B. Dierink. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Er zijn in totaal 8 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop) en 4 boringen verricht met een Edelmanboor. De boringen 201 tot en met 204 zijn doorgezet tot een diepte van maximaal 1.5 meter. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot 1.5 meter min maaiveld (m-mv) is met name matig tot zeer fijn zand aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen. Die zijn in tabel 11 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Tabel 11: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming 202

0 - 0.2

Sporen baksteen

204

0 - 0.2

Sporen baksteen

D4

0 - 0.4

Sporen baksteen

D5

0 - 0.2

Sporen baksteen

D6

0 - 0.45

Sporen baksteen

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 12 staat omschreven. Tabel 12: Geanalyseerde asbestmonsters. Monster

Monsterpunt

Traject (m-mv)

Motivatie

MM FF - Boring 201-204

201, 202, 203 en 204

1.0 - 1.5

Verticale afperking noordwestelijke schuren

MM FF - Gat 120A+120B

120A 120B

0 - 0.4 0.08 - 0.5

Horizontale afperking inspectiegat 120

MM FF - Gat D1A-D3A

D1A, D2A en D3A

0.3 - 0.5

Verticale afperking druppelzone D

MM FF - Gat D4-D6

D4, D5 en D6

0 - 0.1

Horizontale afperking druppelzone D

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 23 van 30

Resultaten van de asbestanalyses In bijlage V zijn de analyserapporten van dit asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn hierna in tabel 13 weergegeven. Tabel 13: Gewogen asbestconcentraties (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Interventiewaarde

MM FF - Boring 201-204

Asbest

n.a.

100

MM FF - Gat 120A+120B

Asbest

95

100

MM FF - Gat D1A-D3A

Asbest

n.a.

100

MM FF - Gat D4-D6

Asbest

75

100

Monster

In de derde kolom van tabel 13 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de interventiewaarde. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 6.4 weergegeven is er asbest aangetoond. Verontreiniging noordwestelijke schuren In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - Boring 201-204 is geen asbest aangetoond. Geconcludeerd wordt dat verontreiniging ook op een diepte van meer dan 1.0 meter niet buiten de schuur aanwezig is. Doordat de verontreiniging ter plekke van de schuur in de huidige situatie niet in verticale richting afgeperkt kan worden, is het niet mogelijk om de exacte omvang van de verontreiniging aan te geven. Wanneer de verontreiniging gesaneerd wordt, zal uit de verificatiemonsters van de putbodem blijken tot welke diepte de bodem (sterk) asbesthoudend is. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op minimaal 600 m2 x 1.0 meter = 600 m3. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling is sanering van de verontreiniging noodzakelijk. Voorafgaand aan de sanering dienen de schuren tot aan het maaiveld gesloopt te worden, waarna de verontreinigde grond tussen de mestkelders gesaneerd kan worden. Nadat de saneringslocatie is vrijgegeven, kunnen de funderingen van de schuren en de mestkelders gesloopt worden.

Verontreiniging noordoostelijke schuur In horizontale richting is de verontreiniging onder de noordoostelijke schuur in voldoende mate afgeperkt. In de bovengrond van de gaten 120A en 120B aan de rand van de betonplaat is asbest aangetoond in een gehalte lager dan de interventiewaarde. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de verontreiniging onder de vloer van deze schuur doorloopt tot onder de betonverharding aan de voorzijde van de schuur. De omvang van de verontreiniging aan de voorzijde van de schuur wordt geschat op circa 20 m2 x 0.5 meter = 10 m3. Aangenomen wordt dat de verontreiniging gerelateerd is aan het asbestpulp onder de betonvloer in de schuur. Wanneer het asbestpulp onder de betonvloer gesaneerd wordt, dient ook de sterk asbesthoudende grond ter plekke van inspectiegat 120 te worden gesaneerd.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 24 van 30

Toplaag druppelzone D Uit de asbestanalyses blijkt dat de toplaag ter plekke van de druppelzone asbesthoudend is. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegaten D4, D5 en D6 is hoger dan het eerder aangetoonde gehalte in inspectiegaten D1, D2 en D3. Een verdere afperking in zuidelijke richting naast inspectiegaten D4, D5 en D6 kan achterwege blijven omdat hier de Barloseweg is gelegen. Geconcludeerd wordt dat de toplaag ter plekke van druppelzone D niet sterk asbesthoudend is en dat sanering niet noodzakelijk is. Gezien de beperkte omvang van de druppelzone en de asbestbodemsaneringen op het overige deel van het terrein, wordt geadviseerd om ook de asbesthoudende toplaag ter plekke van druppelzone D te saneren. De omvang van de asbesthoudende bodem wordt geschat op circa 15 meter x 3.0 meter x 0.1 meter = 4.5 m3. Zoals in paragraaf 5.5 is aangeven wordt ook geadviseerd om de toplaag ter plekke van druppelzone B te saneren. De omvang van deze druppelzone wordt geschat op circa 35 meter x 1.0 meter x 0.1 meter = 3.5 m3. Voorafgaand aan de asbest(bodem)saneringen dient een saneringsplan ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag (provincie Overijssel). De asbesthoudende grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Een bodemsaneringen mag alleen door hiervoor erkende bedrijven uitgevoerd worden.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 25 van 30

7

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van de heer M. Leferink is in een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 10000 m², waarvan 5500 m² weiland en 4500 m² voormalig erf, aan de Zomerweg 5 in Ambt Delden. Het voormalig erf is deels bebouwd en deels verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande herontwikkeling. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een voormalige tanklocatie en twee druppelzones op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond ter plekke van het voormalige erf wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Verder wordt de bovengrond ter plekke van het weiland en de ondergrond en het grondwater op de gehele onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 32 inspectiegaten gegraven en 23 boringen verricht, waarvan 3 diepe boringen zijn afgewerkt met een peilbuis (PB 21, PB 41 en PB A1).

Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand met plaatselijk sterk zandige leemlagen in de bovengrond. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen (puin, sintels en slakken). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 1.60 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Bovengrond Erf (4500 m2) - de bovengrond (Erf - BG I, Erf - BG II) is niet verontreinigd; - boring 23 (0 - 0.7 m-mv) is (zeer) licht verontreinigd met kobalt, nikkel en PAK; - mengmonster MM FF - 01 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - mengmonster MM FF - 02 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - mengmonster MM FF - 03 is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - 04 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bovengrond weiland (5500 m2) - de bovengrond (Weiland - BG I en Weiland - BG II) is niet verontreinigd.

Ondergrond en grondwater gehele terrein (10000 m2) - de ondergrond (Erf - OG I en Weiland - OG II)) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 21 Erf) is (zeer) licht verontreinigd met barium en zink; - het grondwater (PB 41 Weiland) is (zeer) licht verontreinigd met barium en nikkel. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse tanklocatie (circa 15 m2) - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie en of vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen. Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 26 van 30

De voormalige bovengrondse tanklocatie heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Deellocatie B, C en D: Druppelzones (circa 35 m2 en 15 m2) - mengmonster MM FF - B is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er zijn geen respirabele vezels aangetroffen; - mengmonster MM FF - C is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - D is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is (inclusief het gehalte aan respirabele vezels) hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - mengmonster MM FF - D1A-D3A is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - D4-D6 is asbesthoudend: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde. Noordwestelijke schuur - mengmonster MM FF - Gat 101-102 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - Gat 103-104 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - Gat 105-106 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - Gat 107-108 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde.

- mengmonster MM FF - Gat 109-110-11 is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - Gat 112-113 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - Gat 114-115-116 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - OG - 101 t/m 108 (circa 0.5 1.0 m-mv) is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - Boring 201-204 (1.0 tot 1.5 m-mv) is niet asbesthoudend. Noordoostelijke schuur - mengmonster MM FF - Gat 117-118-119 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde; - de FF - Gat 120 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde; mengmonster MM FF - Gat 120A+120B is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de interventiewaarde; - mengmonster MM FF - Gat 121-122-123 is niet verontreinigd met asbest. Hypothese De hypothese "onverdacht" ter plekke van het erf en het weiland dient formeel te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond.

De hypothese "verdacht" ter plekke van deellocatie A (voormalige bovengrondse dieseltank) kan worden verworpen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden en de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van het erf en de druppelzones B en D dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van druppelzone C kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 27 van 30

Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 21 en PB 41) zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (Erf - BG I, Erf - BG II, Weiland - BG I, Weiland - BG II en A - BG), de ondergrond (Erf - OG I en Weiland - OG II) en het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Uit het asbestbodemonderzoek blijkt dat er op het erf enkele (sterke) asbestverontreinigingen aanwezig zijn. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling is sanering van de sterke asbestverontreinigingen noodzakelijk. Tevens wordt geadviseerd om de asbesthoudende toplaag ter plekke van druppelzone B en D te saneren. De bodem onder de betonvloer van de noordwestelijke schuren is tot een diepte van minstens 1.0 meter sterk asbesthoudend. In de huidige situatie is verdere afperking in verticale richting van de verontreiniging niet mogelijk. Wanneer de verontreiniging gesaneerd wordt, zal uit de verificatiemonsters van de putbodem blijken tot welke diepte de bodem (sterk) asbesthoudend is. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op minimaal 600 m2 x 1.0 meter = 600 m3. Uit eerder onderzoek is gebleken dat onder de betonvloer van de noordoostelijke schuur asbestpulp aanwezig is.

De verontreiniging onder de vloer van de schuur loopt door tot onder de betonverharding aan de voorzijde. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op circa 20 m2 x 0.5 meter = 10 m3. De omvang van de asbesthoudende druppelzones wordt geschat op circa 35 meter x 1.0 meter x 0.1 meter = 3.5 m3 (druppelzone B) en circa 15 meter x 3.0 meter x 0.1 meter = 4.5 m3 (druppelzone D). In het kader van de voorgenomen herontwikkeling op het terrein is sanering van de sterk asbesthoudende grond ter plekke van de noordwestelijke schuren en de noordoostelijke schuur noodzakelijk. Gezien de beperkte omvang van de druppelzones B en D, wordt geadviseerd om ook de asbesthoudende grond te saneren. Voorafgaand aan de asbest(bodem)saneringen dient een saneringsplan ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag (provincie Overijssel). De asbesthoudende grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Een bodemsaneringen mag alleen door hiervoor erkende bedrijven uitgevoerd worden. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na de asbestsaneringen, geen bezwaar tegen de geplande herontwikkeling, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 28 van 30

Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 29 van 30

8

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hof van Twente Evaluatieverslag sanering Zomerweg 5 te Ambt Delden, locatiecode G090 (OV-nummer OV173500412, Arcadis, project 110301/OF9/001444 d.d. 22 december 2009 Verkennend asbestonderzoek, Zomerweg 5 te Ambt Delden, Kruse Milieu BV, projectcode 12033690 d.d. 13 september 2012 Nader asbestonderzoek, Zomerweg 5 te Ambt Delden, Kruse Milieu BV, projectcode 20053690 d.d. 22 september 2020 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 D, Topografische Dienst

Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 23001616

Pagina 30 van 30

Bijlage I Regionale ligging locatie Ontgravingstekening evaluatierapport asbestsanering, Arcadis, december 2009 Boorplan verkennend asbestonderzoek Kruse Milieu BV, september 2012 Boorplan verkennend asbestonderzoek Kruse Milieu BV, september 2020 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2023 Boorplan nader asbestbodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2023 Boorplan aanvullend asbestbodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2023

Zomerweg 5 in Ambt Delden

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 23001616 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 D

GP O < CD

CD

Legenda

,05|S»»-KF l - ^ ü ^ I - O f ontgravingscontour t.o.v. maaiveld

M001

putbodem

met

diepte

in

cm

monster 10 m '

\

M002

/

wand

monster Opdrachtgever :PrOvincle OvefijSSel

afrastering

^ ARCADIS Infrastructuur, milieu, gebouwen

Projectnaam

: sonerlng Qsbest wegen, cluster Goor

Fase

Locatie

:G090

Divisie : Milieu & Ruimte

Projectnummer: 110301.001444

; 02

Schaal ; 1 : 750

l-« 1 £ a

De heer J. Vehof

N

Zomerweg 5 7495 SN Ambt Delden Verkennend asbestonderzoek

saneringslocatie 2008

4 12

13

( ci

rca me 2 mstke ete lder rd iep )

3

11 pulp onder beton

voergoot (pulp zichtbaar)

14 1 2

12.5

0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl

Projectcode Schaal Datum

Tel: 0546 - 639663 Fax: 0546 - 639662

: 12036690 : 1:250 (A4-formaat) : September 2012

Maatschap Vehof-Sonder Zomerweg 5 7495 SN Ambt Delden Verkennend asbestonderzoek

veeschuur veeschuur

veeschuur

veeschuur

beton G1 weiland

ld e

r

voormalige veeschuur

r

beton

tk e ld e

G3

m

es

m

es

tke

G2

goot

G4

schuur tuin

weiland

Ba = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

woning

rlo

se

we

0

12.5

Kruse Milieu BV

g

5

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV

Tekenaar: JK

Projectcode Schaal Datum

: 20053690 : 1:250 (A3-formaat) : September 2020

De heer Leferink Zomerweg 5 7495 SN Ambt Delden Verkennend bodemonderzoek

52 49

53

43 weiland

41

weiland

50

51

54

C3 32

22

C2

23

beton

beton

asbestpulp onder beton

B3

sintels

48

weiland

42

55

30

B2

47

Zomerweg

31

gras

34

33

26 29

44 C1

27

56

beton

B1 35

21 28

weiland

46

A2

gras

45

36

24 A1 voormalige dieseltank

A3

37 D1

D2

woning 5

tuin

25

D3

Barloseweg

= Mestkelders = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

25

0

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP/BD

weiland

Projectcode Schaal Datum

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL

: 23001616 : 1:500 (A3-formaat) : Maart 2023

De heer Leferink Zomerweg 5 7495 SN Ambt Delden Nader asbestbodemonderzoek

weiland weiland

ontgravingscontour grondsanering 2009

108 32 22 102

110

116

beton

118

115

103

weiland

121

119

106 gras

beton

33 105

120

114

beton

111 112

122

107

beton

34 104

asbestpulp onder beton

101

sintels

109

Zomerweg

123

117

113 woning

weiland

5

gras

tuin

Barloseweg

= Mestkelders = Asbesthoudende druppelzone = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

25

0

Kruse Milieu BV

weiland

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: NP/BD

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 23001616 : 1:500 (A3-formaat) : Juni 2023

De heer Leferink Zomerweg 5 7495 SN Ambt Delden Aanvullend asbestbodemonderzoek

weiland weiland

108 32 22 102

110

116

beton

107

beton

118

34 104

106

beton

33 105

beton 120

120B

gras

114

beton

111 112

203

113 woning

weiland

5

gras

D1A D2A

D3A

D5

D6

D4 Barloseweg

= Mestkelders = Asbesthoudende druppelzone = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

weiland

121

119 120A

204

122

202 115

103

asbestpulp onder beton

101

sintels

109

123

117

Zomerweg

ontgravingscontour grondsanering 2009 201

tuin

25

0

Kruse Milieu BV

weiland

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: NP/BD

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 23001616 : 1:500 (A3-formaat) : September 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4039/documents/56407