6d Reactie Stadsbank op Quick scan gemeenschappelijke regelingen 2026.pdf
Tekst van het document
Reactie Stadsbank m.b.t. vragen in de Quick Scan Gemeenschappelijke Regelingen 2026 van de gezamenlijke Twentse rekenkamers
9. Stadsbank Oost Nederland (SON) 9.2. Inhoudelijke opmerkingen 1. Er wordt in 2027 een toename van het aantal aanmeldingen verwacht terwijl gelijktijdig het aantal mensen dat zelf betaalt voor de dienstverlening van de Stadsbank afneemt (pagina 15 begroting). Wat zijn de gevolgen hiervan voor de Stadsbank en indirect voor de bijdragen van gemeenten aan de dienstverlening? 2. Uit de prestatie-indicatoren blijkt verder dat de afhandelingssnelheid voor het eerste gesprek steeds verder daalt. In 2020 (jaarverslag 2022, p. 21) was nog 88% van de klanten binnen de termijn geholpen, in 2025 is dat 65%. Wat zijn de maatschappelijke gevolgen hiervan en hoe gaat de Stadsbank hierop bijsturen? 3. De cijfers over opgeloste schulden (pagina 82 jaarverslag) laten een toename van het oplossen van schulden via bemiddeling of de wettelijke regeling (Wet Schuldsanering; Wsnp) zien. Wat verder terugkijkend in de stukken ontstaat een ander beeld, namelijk van een daling in absolute termen, maar ook ten opzichte van het aantal indicatiestellingen in een jaar. Zie afbeelding 1 hieronder. Hoe is dit te duiden: werkt preventie wellicht, bereikt de Stadsbank sommige groepen wellicht niet (meer), heeft het te maken met schulden bij overheden en wat betekent dit voor toekomstige taken en budgetten voor de organisatie?
Reactie: De toename van het aantal aanmeldingen wordt veroorzaakt doordat wij vanaf 2026 de aanmeldingen verzorgen voor de gemeente Rijssen-Holten, waar voorheen uitvoering hiervan bij de gemeente lag. Bij het opstellen van de primaire begroting 2026 was dit nog niet bekend.
Het aantal mensen wat wij duiden als zelfbetalers daalt inderdaad. Deze mensen betalen zelf voor de dienstverlening. Dit is afhankelijk van gemeentelijk beleid en kan bijvoorbeeld gelden voor mensen die hun schulden hebben afgelost. Hierin zit wel een dilemma: als dienstverlening voor eigen rekening komt, wordt sneller de afweging gemaakt om hiermee te stoppen, hoewel wij in een groot deel van deze situaties anders adviseren. De maatschappelijke gevolgen van afhandelingssnelheid zijn niet alleen aan deze indicator te koppelen. Vanuit Zorgen weg, waarde terug is het belangrijk hoeveel mensen wij bereiken die succesvol een traject doorlopen. Dat betekent enerzijds schuldenvrij als er sprake is van schulden en anderzijds financieel redzaam. Daarvoor is het uiteraard belangrijk dat we aan de voorkant snel en goed in contact komt en daarom volgen wij deze indicator ook nauwlettend, samen met onze 21 gemeenten. Tegelijkertijd zien we dat situaties van inwoners complexer worden, waardoor er meer tijd nodig is voor een goede opstart, zowel op verbinding als aanpak van de schuldenproblematiek. We zitten nog binnen het landelijk beeld en de wettelijke termijnen, maar als dit beter kan en moet, zullen we hier uiteraard actie op ondernemen. Overigens kan dit per gemeente verschillen en is het ook mogelijk dat de wachttijd langer duurt doordat de inwoner afspraken opschuift of afzegt.
De stap naar schuldhulp wordt in Nederland nog vaak als een drempel ervaren. We doen er alles aan om, o.a. door de samenwerking met vrijwilligersorganisaties, het maatschappelijk veld en gemeenten, het lokaal aanwezig zijn en algemene voorlichting deze drempel weg te nemen. De derde vraag is een macro-economische vraag en ook het landelijk beeld. We bereiken nog slechts een deel van de inwoners met geldzorgen. Zie ook het IBO-rapport ‘Naar een beter werkende schuldenketen’. Naar een beter werkende schuldenketen - met bijlagen 1 t/m 10 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Veelal werken we als Stadsbank tweedelijns en zijn we afhankelijk van het aantal inwoners dat naar ons wordt doorgeleid. Dit kan harder gaan stijgen als methoden als vroegsignalering nog effectiever worden, maar omgekeerd kan ook een daling optreden. E.e.a. is ook afhankelijk van de algemene economische ontwikkeling. In beide gevallen beweegt de Stadsbank als organisatie mee in omvang en in bekostiging die voor een groot deel op omvang van de dienstverlening is gebaseerd.
9.3 Financiële opmerkingen 1. De Stadsbank haalde een financieel resultaat van € 270.000 op € € 14,4 miljoen gerealiseerde lasten. 2. In de toelichting op het financiële resultaat blijft de op basis van een gerechtelijke uitspraak terugbetaalde BTW wat onderbelicht. Behalve dat er sprake is van een onttrekking aan de reserve is niet te herleiden wat er nu in de najaarsnota voor was begroot, wat er nu feitelijk is betaald en onder welke kostensoort het is verwerkt (pagina 75). Dat is relevant omdat uit het overzicht op pagina 75 ook blijkt dat de personeelslasten tussentijds omhoog zijn bijgesteld en zelfs nog lager uitvallen dan oorspronkelijk begroot. Dat komt bij huisvesting en overhead als geheel (pagina 76) ook voor. Reactie: In de Voorjaarsnota is opgenomen dat de incidentele last als gevolg van de afwikkeling btwteruggave over beschermingsbewind €320.000 bedraagt. Deze teruggave is verantwoord onder de beheerskosten. Inmiddels is er € 285.000 terugbetaald en staat het restant nog open omdat nog niet alle teruggave geclaimd is.