6.g Stadsbank Primitieve begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.pdf
Tekst van het document
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
TOTAAL BATEN
11.236.100
10.896.800
11.447.400
TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN
11.448.300 11.236.100
10.975.800 10.896.800
11.447.400 11.447.400
GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
-212.200
-79.000
-
Toevoeging/onttrekking aan reserves
95.000
79.000
-
TE REALISEREN RESULTAAT
-117.200
-
-
LASTEN (bedragen in €)
Overhead
TOTAAL LASTEN
BATEN (bedragen in €)
28
Taakvelden Jaarrekening 2021
Primair 2022
Primitief 2023
0.4 Overhead
4.746.200
4.676.700
5.084.500
0.5 Treasury
-
-
-
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening
6.702.100
6.299.100
6.362.900
TOTAAL LASTEN
11.448.300
10.975.800
11.447.400
-
-
-
11.236.100
10.896.800
11.447.400
11.236.100
10.896.800
11.447.400
11.448.300 11.236.100
10.975.800 10.896.800
11.447.400 11.447.400
GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
-212.200
-79.000
-
Toevoeging/onttrekking aan reserves
95.000
-
-
TE REALISEREN RESULTAAT
-117.200
-79.000
-
LASTEN (bedragen in €)
BATEN (bedragen in €) 0.4 Overhead 0.5 Treasury 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening TOTAAL BATEN TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN
Uitgangspunten begroting 2023-2026 De primaire diensten betreffen directe kosten die worden doorberekend als kostprijs per dienst. De materiele kosten en ondersteunde diensten worden als indirecte kosten door middel van de jaarlijkse bestaansbijdrage (bestaanskosten) voldaan.
De primaire begroting 2022, de jaarcijfers uit de jaarrekening 2021 en de richtlijnen en voorwaarden van de Twentse en Achterhoekse gemeenten vormen gezamenlijk de leidraad voor de begroting 2023-2026. Hierin is immers het meeste recente beleid opgenomen (bestaand beleid). De werkelijke omvang van de dienstverlening in 2021, die in de jaarrekening 2021 wordt gepresenteerd, vormt in principe de basis voor 29
de omvang van de dienstverlening in de primitieve begroting 2023, waarbij de huidige bekende Coronaeffecten worden meegenomen. Het volumeaantal wordt vervolgens stabiel gehouden in de meerjarenraming 2024-2026. Additionele afspraken worden opgenomen in de begroting 2023-2026 als er nu al afspraken zijn gemaakt voor deze periode.
Toekomstige mutaties in de dienstverlening als gevolg van de Corona-crisis worden doorlopend gemonitord en gerapporteerd in de voortgangsrapportages in de P&C-cyclus 2022, waarbij de effecten van deze volumemutaties op de gemeentelijke bijdragen worden meegenomen. In de primaire begroting 2023, die in november 2022 aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, wordt de laatste stand van zaken als start voor het begrotingsjaar 2023 meegenomen. •
Prijsmutaties
De prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) van de Macro Economische Verkenning (MEV), opgesteld door het Centraal Plan Bureau (CPB), dient als prijsindex voor de prijscompensatie (MEV 2022, bijlage_02_MEV_2022, ‘prijs materiële overheidsconsumptie (imoc)’, september 2021). Op basis van de verwachtingen van het CPB bedraagt deze imoc-index +1,6% voor 2023. Voor de begroting 2023 wordt deze index met +1,2% gecorrigeerd, betreffende de correcties ten opzichte van de prognoses in de MEV 2021 voor 2020 (+0,2%), 2021 (+0,6%) en 2022 (+0,4%). Voor 2023 wordt dan rekening gehouden met een prijsindexatie van +2,8%. Voor de jaren 2024-2026 wordt de imoc-index van +1,6% van 2023 doorgetrokken. •
Loonmutaties
Uitgangspunt is de actuele salarisstaat inclusief sociale lasten (personele formatie tegen actueel salaris op 31-12-2021). De medewerkers in dienst van de Stadsbank volgen de Cao WSGO, die geldt voor werknemers bij aangesloten gemeentelijke organisaties en aansluit bij de Cao Gemeenten. De nieuwe Cao WSGO heeft een looptijd van 01-01-2021 tot 01-01-2023 en is op 27 januari 2022 met terugwerkende kracht vastgesteld. De hiermee gepaard gaande de loonmutaties worden toegepast op de actuele salarisstaat van 31-12-2021. Op basis hiervan geldt dan eerst +1,5% in te halen voor 2021 en vervolgens per 1-4-2022 een verhoging van +2,4%. Voor 2023 geeft de ‘Loonvoet sector overheid’ (MEV 2022) een loonstijging van +2,3% aan. Daarmee stijgen de loonkosten 2023 t.o.v. eind 2021 met +6,3%. Hier tellen we +0,3% bij voor de thuiswerkvergoeding1 die eveneens structureel is. Daarmee is de loonstijging in totaal voor 2023 +6,6% (Let wel: ten opzichte van de werkelijke loonkosten per 31-12-2021!) Vervolgens wordt in de MEV 2022 (bijlage_02_MEV_2022, ‘loonvoet sector overheid (g)’, september 2021) voor de jaren na 2023 een loonstijging verwacht van respectievelijk +2,8% (2024) en +2,9% (2025). Voorgesteld wordt om deze percentages toe te passen voor de betreffende jaarschijven en voor de jaarschijf 2026 de index +2,9% van het jaar 2025 door te trekken.
1
Thuiswerkvergoeding pragmatisch: 100 dagen a € 2 = € 200. Dit is 0,27% van (stel) € 75.000 gem. loonsom.
30
Voor de vacatures wordt er van de salariskosten van de functieschaal op het maximum min twee periodieken uitgegaan. Formatie-ontwikkelingen worden afzonderlijk zichtbaar gemaakt. •
Indexering tarieven en bestaanskosten op basis van de loon- en prijsmutaties
De tarieven zijn volledig berekend op basis van de dienstenbeschrijving en bijbehorend werkproces. De kosten van de diensten bestaan volledig uit de personeelscomponent. In de vastgestelde tarieven in de primaire begroting 2022 is al rekening gehouden met een stijging van +2,4% ten opzichte van het jaar 2021. Uitgaande van het bestaande dienstenaanbod stelt de Stadsbank voor om de tarieven van de diensten in 2023 (ten opzichte van de primaire begroting 2022) met +6,6% en gecorrigeerd met -2,4% te indexeren. De netto tariefstijging voor 2023 wordt daarmee +4,2%. In de begrotingsperiode 2024-2026 wordt de tariefindexering conform de MEV 2022 doorgetrokken met respectievelijk +2,8% (2024), +2,9% (2025) en +2,9% (2026).
De bestaanskosten betreffen zowel een loon- als een materiële component. De indexering voor het jaar 2023 en voor de periode 2024-2026 wordt in de onderstaande tabel weergegeven.
Indexering bestaanskosten Loonkostencomponent materiële kosten Indexering •
aandeel 45% 55% 100%
2023 4,2% 2,8% 3,4%
2024 2,8% 1,6% 2,1%
2025 2,9% 1,6% 2,2%
2026 2,9% 1,6% 2,2%
Vervangingsinvesteringen
De vrijval als gevolg van de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, wordt als dekking ingezet voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De vervangingsinvesteringen op installaties en gebouwen binnen de Stadsbank Oost Nederland geschieden conform het Meerjaren Onderhoudsbeheersplan.
Reservepositie De verwachte reservepositie van de bank ziet er per 31 december 2023 als volgt uit:
Weerstandscapaciteit per 31 december 2023 (bedragen in €) Reserves Algemene reserve Totaal
Bedrag 892.100 892.100
De volledige staat van reserves en voorzieningen is als bijlage in deze begroting opgenomen.
31
2.2. Meerjarenperspectief 2023 - 2026 De meerjarenraming laat voor de komende jaren het volgende beeld zien:
De meerjarenraming 2023-2026 (bedragen in €) Begrotingsjaar 2023 2024 2025 2026
Lasten
Baten
11.447.400 11.674.600 11.958.100 12.254.800
11.447.400 11.711.000 11.986.200 12.274.100
Geprognosticeer d resultaat van baten en lasten
Te realiseren resultaat
36.400 28.100 19.300
-
Het geraamde resultaat van lasten en baten sluit voor 2023 op nul. Voor de jaren 2024-2026 sluit het geraamde resultaat op een positief saldo. Deze saldi betreffen de bijdrage van de gemeente Aalten voor de dienstverlening conform de overeengekomen regeling voor het uittreden van deze gemeente uit de gemeenschappelijke regeling. Na het toevoegen van de positieve saldi aan de Algemene Reserve, conform de Nota Reserves en Voorzieningen, sluit elke jaarschijf van de begroting 2023-2026 op nul. Ook is er een inschatting gemaakt van de noodzakelijke (vervangings-)investeringen die de Stadsbank de komende jaren zal moeten doen. Het betreft hier reguliere vervangingen die vanuit de vrijval van de huidige afschrijvingslast kunnen worden gedekt. Uiteraard zal bij concrete aanschaf of vervanging gekeken worden naar nut en noodzaak van de investering en zal eventuele gezocht worden naar andere innovatieve oplossingen. Er zijn ontwikkelingen in de toekomstige invulling van de omgeving Stadsbank en bij de realisatie hiervan is de aankoop van parkeerplaatsen aan de orde. Volgens de huidige verwachtingen zal de aankoop in het jaar 2024 gaan plaatsvinden. Het gaat om een aankoop ineens.
32
Toelichting op de meerjarenramingen 2023 - 2026 1. Meerjarenperspectief – programmarekening LASTEN (bedragen in €)
Primitief 2023
Primitief 2024
Primitief 2025
Primitief 2026
Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal
6.362.900
6.488.900
6.670.900
6.858.100
6.362.900
6.488.900
6.670.900
6.858.100
Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
5.084.500
5.175.700
5.257.200
5.373.700
Heffing VPB
-
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
-
11.447.400
11.664.600
11.928.100
12.231.800
Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal
11.447.400
11.701.000
11.956.200
12.251.100
11.447.400
11.701.000
11.956.200
12.251.100
Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
Overhead
-
-
-
-
Heffing VPB
-
-
-
-
Overhead
TOTAAL LASTEN
BATEN (bedragen in €)
Bedrag onvoorzien
-
-
-
-
TOTAAL BATEN
11.447.400
11.701.000
11.956.200
12.251.100
TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN
11.447.400 11.447.400
11.664.600 11.701.000
11.928.100 11.956.200
12.231.800 12.251.100
GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
-
36.400
28.100
19.300
Toevoeging/onttrekking aan reserves
-
-36.400
-28.100
-19.300
TE REALISEREN RESULTAAT
-
-
-
-
Uit het overzicht blijkt dat de prognose voor de jaren 2023 - 2026 een sluitende begroting laat zien.
2. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen De salarissen, sociale lasten en overige personeelslasten zijn op basis van de vastgestelde uitgangspunten voor de periode 2023 - 2026 in beeld gebracht. De salarissen van het tijdelijk personeel zijn op basis van dezelfde uitgangspunten opgenomen.
33
De meerjarenraming 2023-2026 2023 Personele formatie (fte) Salarissen en sociale lasten van het vaste personeel (€) Salarissen van het tijdelijke personeel (€) Totaal (€)
2024
2025
2026
125,3
124,7
124,7
124,7
7.559.708
7.711.942
7.919.536
8.132.748
1.056.866
1.085.758
1.118.292
1.151.852
8.616.574
8.797.700
9.037.828
9.284.600
Om snel te kunnen anticiperen op veranderingen in de huidige dienstverlening en met het oog op de toekomstige personele invulling van het door de deelnemende gemeenten gevraagde dienstverleningsmodel, werkt de Stadsbank met een flexibele schil. Deze flexibele schil kent een ondergrens van 10%.
3. Taakvelden LASTEN (bedragen in €)
Primitief 2023
Primitief 2024
Primitief 2025
Primitief 2026
0.4 Overhead
5.084.500
5.175.700
5.257.200
5.373.700
0.5 Treasury
-
-
-
-
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening
6.362.900
6.488.900
6.670.900
6.858.100
TOTAAL LASTEN
11.447.400
11.664.600
11.928.100
12.231.800
-
-
-
-
11.447.400
11.701.000
11.956.200
12.251.100
11.447.400
11.701.000
11.956.200
12.251.100
11.447.400 11.447.400
11.664.600 11.701.000
11.928.100 11.956.200
12.231.800 12.251.100
-
36.400
28.100
19.300
-
-36.400
-28.100
-19.300
-
-
-
-
BATEN (bedragen in €) 0.4 Overhead 0.5 Treasury 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, onderdeel Schuldhulpverlening TOTAAL BATEN TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN Toevoeging/onttrekking aan reserves TE REALISEREN RESULTAAT
34
4. Geprognosticeerde balans 2023 - 2026 (bedragen in €) ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa TOTAAL ACTIVA (bedragen in €) PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva TOTAAL PASSIVA
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
1.366.800 3.685.100
1.540.000 3.685.100
1.499.200 3.685.100
1.447.800 3.685.100
5.051.900
5.225.100
5.184.300
5.132.900
723.700 9.059.700 648.100
723.700 9.059.700 648.100
723.700 9.059.700 648.100
723.700 9.059.700 648.100
10.431.500 15.483.400
10.431.500 15.656.600
10.431.500 15.615.800
10.431.500 15.564.400
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
892.100 33.600
928.500 28.300
956.600 20.000
975.900 33.700
2.169.000
2.051.600
1.979.600
1.907.600
3.094.700
3.008.400
2.956.200
2.917.200
12.177.600 211.100
12.437.100 211.100
12.448.500 211.100
12.436.100 211.100
12.388.700 15.483.400
12.648.200 15.656.600
12.659.600 15.615.800
12.647.200 15.564.400
2.3. Voorstel tot vaststelling van de begroting De begroting 2023 - 2026 toont het volgende geprognosticeerd resultaat van de baten en lasten en totaal te realiseren resultaat: De meerjarenraming 2023-2026 (bedragen in €) Geprognosticeerd resultaat van baten en lasten Begrotingsjaar 2023 Jaarschijf 2024 36.400 Jaarschijf 2025 28.100 Jaarschijf 2026 19.300
Te realiseren resultaat
-
Op basis van de bestaande bestuursbesluiten en beleidsuitgangspunten worden de positieve saldi van de schijven 2024-2026 van de begroting 2023 toegevoegd aan de Algemene Reserve. Daarmee heeft de begroting 2023-2026 voor het jaar 2023, evenals voor de jaren 2024-2026, een sluitende begroting.
35
Bijlagen
36
Bijlage 1: Categoriale begroting en meerjarenraming
LASTEN (bedragen in €)
Primitief 2023
Primitief 2024
Primitief 2025
Primitief 2026
Personeelslasten totaal
8.870.200
9.055.500
9.299.800
9.550.800
Rente en Afschrijvingen
520.800
522.400
510.800
532.300
Huisvesting
153.000
155.200
157.400
159.600
Bureaukosten
274.400
278.700
283.300
287.900
Beheerskosten
1.555.000
1.578.800
1.602.800
1.627.200
74.000
74.000
74.000
74.000
11.447.400
11.664.600
11.928.100
12.231.800
4.521.300 795.500 385.200 2.227.300 1.646.500 968.500 8.700 684.200 210.200
4.607.200 818.000 391.200 2.292.200 1.692.600 989.700 9.000 711.900 189.200
4.684.100 841.800 397.500 2.361.100 1.741.700 1.012.300 9.300 741.400 167.000
4.795.300 866.100 403.900 2.432.300 1.792.200 1.035.600 9.500 772.000 144.200
11.447.400
11.701.000
11.956.200
12.251.100
11.447.400 11.447.400
11.664.600 11.701.000
11.928.100 11.956.200
12.231.800 12.251.100
-
36.400
28.100
19.300
Toevoeging/onttrekking aan reserves
-
-36.400
-28.100
-19.300
TE REALISEREN RESULTAAT
-
-
-
-
Mutaties voorzieningen TOTAAL LASTEN
BATEN (bedragen in €) Bijdrage bestaanskosten Preventie & Voorlichting Indicatiestelling Kredietverstrekking Stabilisatie & Herstel (excl. BW) Beschermingsbewind Minnelijk schuldregelen Nazorg Additionele afspraken Overige Baten TOTAAL BATEN TOTAAL LASTEN TOTAAL BATEN GEPROGNOSTICEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN
37
Bijlage 2: Staat van reserves en voorzieningen
Overzicht Algemene Reserve 2023-2026 Algemene Reserve
2022
2023
2024
2025
2026
Boekwaarde per 1-1
1.088.300
892.100
892.100
928.500
956.600
Bestemmingresultaat vorig boekjaar
-117.200
Toevoeging via resultaatbestemming Onttrekking via resultaatbestemming
-79.000
-
36.400 -
28.100 -
19.300 -
Boekwaarde per 31-12
892.100
892.100
928.500
956.600
975.900
2022
2023
2024
2025
2026
Overzicht Voorzieningen 2023-2026 Soort Voorziening (bedragen in €) Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voormalig personeel
Boekwaarde per 1-1 Dotatie Aanwending Boekwaarde per 31-12
245.800 -
-245.800 -
-
-
-
-
Egalisatievoorzieningen Groot onderhoud Boekwaarde per 1-1 Dotatie Aanwending Boekwaarde per 31-12
27.700 -11.000 17.900
17.900 27.700 -12.000 33.600
33.600 27.700 -33.000 28.300
28.300 27.700 -36.000 20.000
20.000 27.700 -14.000 33.700
Totaal Voorzieningen
17.900
33.600
28.300
20.000
33.700
1.200
38
Bijlage 3: Investeringen 2023 – 2026 Programma: Algemeen Bestuur (bedragen in €)
2023
2024
2025
2026
Investeringen - Grond en terreinen - Renovatie -en verbouw bedrijfsgebouw - Machines, apparaten en installaties - Overige materiële vaste activa
64.000 379.200
137.000 110.500 289.800
117.400 58.300 139.900
105.200 182.000
Totaal investeringen
443.200
537.300
315.600
287.200
Afschr.termijn
2023
2024
2025
2026
25 jaar 15 jaar 3 - 10 jaar
2.600 85.100
2.600 7.400 164.100
7.300 11.100 193.700
11.500 11.100 218.400
87.700
174.100
212.100
241.000
2023
2024
2025
2026
Totaal Investeringen
443.200
537.300
315.600
287.200
Totaal Budgettaire lasten
87.700
174.100
212.100
241.000
2023
2024
2025
2026
Vrijval vervangingsinvesteringen Ten laste van de exploitatie
87.700 -
174.100 -
212.100 -
241.000 -
TOTAAL
87.700
174.100
212.100
241.000
Budgettaire lasten - Renovatie- en verbouw bedrijfsgebouw - Machines, apparaten - Overige materiële vaste activa Totaal budgettaire lasten
Dekking budgettaire lasten
39
Bijlage 4: Primitieve begroting 2023 per gemeente De gemeentelijke bijdrage in de exploitatie van de Stadsbank Oost Nederland is gebaseerd op de declaratie van de verzorgde dienstverlening en het aandeel in de kosten van het programma Algemeen Bestuur (= bestaanskosten). De verzorgde dienstverlening bestaat uit de basisdienstverlening en de optionele (= additionele) dienstverlening. De basisdienstverlening wordt in rekening gebracht op basis van aantal x standaardtarief. Met betrekking tot de optionele dienstverlening worden maatwerkafspraken gemaakt. Het gemeentelijke aandeel in de begrote kosten van het programma Algemeen Bestuur wordt naar rato bepaald door de afgenomen dienstverlening (75%) en het aantal huishoudens (25%) van de betreffende gemeente. De bijdrage van de gemeente Aalten in de bestaanskosten, conform de overeengekomen regeling voor het uittreden van deze gemeente uit de gemeenschappelijke regeling, wordt in mindering gebracht op de bestaanskosten. Deze begroting is gebaseerd op de bekostigingssystematiek die door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 25 juni 2015.
Gemeente
Huishoudens* abs.
Almelo Berkelland Borne Bronckhorst Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo OV Hof van Twente Lochem Losser Montferland Oldenzaal Oost Gelre Oude IJsselstreek Rijssen - Holten Tubbergen Twenterand Wierden Winterswijk
32.878 18.967 9.853 15.554 10.445 79.604 10.247 14.773 38.221 15.002 14.962 9.482 15.739 14.083 12.472 17.105 14.439 8.226 13.253 9.689 12.879
Totaal
387.873
Totaal bijdrage gemeenten Primair 2022
Standaard dienstverlening Primitief 2023
Bijdrage bestaanskosten Primitief 2023
Additionele dienstverlening Primitief 2023
401.745 102.936 58.350 68.811 30.782 1.066.151 50.855 77.772 230.285 103.431 71.523 48.430 109.190 98.834 71.239 105.065 75.109 28.617 36.150 42.930 145.098
437.279 149.928 92.136 93.402 56.980 1.359.846 89.723 108.708 418.869 140.712 145.358 73.058 163.323 141.062 92.931 180.357 99.240 46.498 95.692 53.336 187.863
23.048 15.179 4.175 8.035 181.712 192 10.782 3.239 12.979 6.182 20.150 16.532 10.388 31.024 4.403 3.629 116.336 37.721
832.652 261.347 151.139 153.641 91.653 2.616.004 136.112 179.663 635.536 239.727 221.610 123.485 284.031 250.712 166.242 305.849 171.414 74.797 238.182 93.757 353.587 €
7.581.142
€
3.023.303
€
4.226.300
€
505.706
Subtotaal bijdrage gemeenten Primitief 2023
Bijdrage borging continuïteit dienstverlening
Totaal bijdrage gemeenten Primitief 2023
30.523 10.465 6.431 6.520 3.977 94.919 6.263 7.588 29.237 9.822 10.146 5.100 11.400 9.846 6.487 12.589 6.927 3.246 6.679 3.723 13.113
892.595 278.507 161.092 168.732 99.775 2.702.627 147.033 194.068 689.173 257.204 240.006 132.770 304.063 266.273 181.045 329.035 185.680 81.989 254.858 99.989 383.796
862.072 268.042 154.660 162.213 95.798 2.607.708 140.770 186.480 659.935 247.382 229.860 127.670 292.663 256.427 174.558 316.446 178.752 78.744 248.178 96.266 370.683 €
7.755.309
€
295.000
€
8.050.309
* * bron CBS 2021
In de gemeentelijke bijdragen is een prijscompensatie (4,2% voor de tarieven in de dienstverlening en 3,4% voor de bijdrage in de bestaanskosten) doorberekend. Door de effecten van de omvang van de dienstverlening en de hierboven toegepaste prijscompensatie stijgt het totaal van de gemeentelijke bijdragen met 2,3% ten opzichte van de Primaire begroting 2022. Daarnaast is het budget voor de borging van de continuïteit van de dienstverlening opgenomen en verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie voor meer toelichting op pagina 8). Hierdoor stijgt het totaal van de gemeentelijke bijdragen met 6,2% ten opzichte van de Primaire begroting 2022. 40
Bijlage 5: Meerjarenraming per gemeente
Huishoudens* abs.
Totaal bijdrage gemeenten jaarschijf 2024
Totaal bijdrage gemeenten jaarschijf 2025
Totaal bijdrage gemeenten jaarschijf 2026
Almelo Berkelland Borne Bronckhorst Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo OV Hof van Twente Lochem Losser Montferland Oldenzaal Oost Gelre Oude IJsselstreek Rijssen - Holten Tubbergen Twenterand Wierden Winterswijk
32.878 18.967 9.853 15.554 10.445 79.604 10.247 14.773 38.221 15.002 14.962 9.482 15.739 14.083 12.472 17.105 14.439 8.226 13.253 9.689 12.879
913.401 284.867 164.717 172.560 102.021 2.774.919 150.288 198.458 704.438 263.053 245.329 135.786 312.441 272.374 185.222 336.513 189.923 83.838 261.072 102.276 392.740
934.038 291.119 168.259 176.313 104.216 2.847.110 153.443 202.756 719.239 268.796 250.495 138.743 320.785 278.380 189.349 343.852 194.099 85.645 267.355 104.528 401.614
958.558 298.684 172.600 180.879 106.906 2.931.926 157.368 207.999 737.654 275.768 256.909 142.337 330.647 285.628 194.296 352.773 199.148 87.858 274.549 107.246 412.160
Totaal
387.873
Gemeente
€
8.246.237
€
8.440.137
€
8.671.893
* * bron CBS 2021
41