CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

4a Samenvatting Omgevingsdienst Twente.pdf

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen 20261.893 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting Datum Aan Kopie aan Van Onderwerp

27 mei 2025 Gemeenteraad Niels van Aken Omgevingsdienst Twente: Samenvatting jaarstukken 2024 en begroting 2026

Jaarstukken 2023 De Omgevingsdienst Twente (ODT) is een samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten en de provincie Overijssel voor de uitvoering van milieutaken. De ODT biedt aan gemeenten, inwoners en bedrijven specialistisch advies over de wettelijke milieutaken, zoals vergunningen, toezicht en handhaving (de VTH-taken) en is gespecialiseerd in toezicht en handhaving op het gebied van veiligheid, lucht, geluid, energie, afval en bodem. 2024 was een ondernemend jaar waarin verschillende ontwikkelingen zijn geweest. Hierbij kan gedacht worden aan het feit dat er belangrijke stappen zijn gezet op het gebied van groei, innovatie en effectiviteit. In 2024 is de Omgevingswet geïmplementeerd. Dit is mede door een zorgvuldige voorbereiding en nauwe samenwerking met de (keten)partners voorspoedig verlopen. De ICT-systemen en processen zijn na eerste ervaringen geoptimaliseerd, waarbij verdere verbeteringen in 2025 doorgevoerd worden. De nieuwe wetgeving heeft wel gezorgd voor inhoudelijke uitdagingen en discussies. Vooral de druk op de juristen was hoog, door de specifieke bepalingen rondom het overgangsrecht. Daarnaast heeft de ODT in 2024 vanuit de landelijk vastgestelde robuustheidscriteria verdere stappen gezet in de ontwikkeling van een Innovatie- en Ontwikkelagenda. Hierin wordt beschreven hoe de ODT innovatie gefaseerd als structureel proces willen implementeren.

Innovatie wordt niet alleen als thema benoemd, maar het wordt duurzaam verankerd in het primaire proces. De ODT heeft over 2024 een positief saldo gerealiseerd van € 1.892.832. Dit resultaat is gerealiseerd door een hoger aantal geleverde productieve uren, met name door extern gefinancierde projecten. Daarnaast heeft de ODT rentebaten ontvangen, een lagere besteding van onvoorziene kosten ten opzichte van de begroting en een lager ziekteverzuim dan begroot. Voorgestelde bestemming van het rekeningresultaat 2024: • Een bedrag van € 250.000 te storten in de bestemmingsreserve nieuwe wetgeving; • Een bedrag van € 200.000 te storten in de bestemmingsreserve Stikstofproblematiek; • Restant ad € 1.442.832 bestemmen voor teruggaaf aan de deelnemers. Begroting 2026 De financiële begroting 2026 is gebaseerd op de vastgestelde Programmabegroting 2025 en de vastgestelde Kadernota 2026. De belangrijkste ontwikkelingen met een financiële consequentie voor de begroting 2026 zijn: • De begroting is opgesteld aan de hand van het aantal benodigde (productieve) uren per deelnemer, gebaseerd op de regionaal vastgestelde ambities omtrent de VTHsamenwerking. De formatie voor het primaire proces passen we hierop aan. • Op basis van de formatie voor het primaire proces beweegt de formatie voor de overhead ook mee. Binnen het primaire proces is sprake van een structurele

•

• •

uitbreiding voor het uitvoeren van de wettelijk verplichte taak werkgebonden personenmobiliteit (WPM). Het overheadpercentage komt uit op 17,13%. Dit is een daling ten opzichte van 2025 (17,17%). De noodzakelijke overgang van Microsoft 365 E3 naar E5 verklaart de verhoging van het licentiebudget. Daarnaast zijn noodzakelijke kostenstijgingen als gevolg van contractuele verplichtingen opgenomen. Het integrale uurtarief is gebaseerd op het totaal van de structurele exploitatiebegroting, gedeeld door het aantal structurele productieve uren. Op basis van onze daadwerkelijk gemaakte uren wordt aan het einde van het jaar per deelnemer afgerekend. Na deze individuele afrekening vindt bij overschotten of tekorten nog een collectieve afrekening plaats, op basis van het percentage van de begrote deelnemersbijdrage.

Overige ontwikkelingen zijn: • Robuustheid: De omgevingsdiensten hebben tot uiterlijk 1 april 2026 de tijd om voldoende robuust te worden. De ODT heeft een zelftoets uitgevoerd waaruit bleek dat ze niet aan alle robuustheidscriteria voldeden. Het bestuur heeft uitgesproken dat de ODT een zelfstandige omgevingsdienst moet blijven. Dit heeft geleid tot een plan van aanpak waarin een route is uitgezet om die robuustheid te realiseren. In december 2024 hebben ze een eerste voortgangsrapportage ingediend bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), daar is het plan van aanpak beoordeeld. De verwachting is dat de ODT in 2026 op tijd aan de robuustheidscriteria zal voldoen. Daarnaast werkt de ODT samen met de noordelijke omgevingsdiensten om in gezamenlijkheid vorm te geven aan robuustheid. • Toekomstvisie: In 2025 wordt de toekomstvisie van de ODT bestuurlijk vastgesteld. Deze toekomstvisie is belangrijk om als organisatie door te ontwikkelen naar een gewaardeerd partner voor alle milieu gerelateerde vraagstukken binnen onze regio. De toekomstvisie levert input voor een nieuw op te stellen bedrijfsplan waarin de visie wordt uitgewerkt. Dit is de routekaart voor de ODT om de organisatie op het gebied van kennis, vaardigheden en cultuur verder te professionaliseren.

Een van de belangrijkste elementen hierbij is dat de ODT hun specialistische milieukennis combineert met nabijheid voor de bevoegde gezagen. • Stikstof: Op 18 december 2024 heeft de Raad van State uitspraken gedaan over het intern salderen met ongebruikte stikstofruimte. Het is nog onduidelijk wat de exacte gevolgen zijn van deze uitspraken, maar de verwachting is wel dat de ODT in de loop van 2026 nog bezig zal zijn met de aanvragen en handhavingszaken omtrent dit onderwerp. • Circulaire economie: In 2025 is het project Circulaire Economie vastgesteld. Het project geeft inzicht in de doelstellingen op het gebied van circulaire economie, welke resultaten de ODT wil halen, wat hiervoor moet gebeuren en welke financiële middelen hiervoor nodig zijn. Het project duurt meerdere jaren en dient als start om circulaire economie te integreren in de organisatie. In 2025 zijn de onderdelen van het project voorbereid en gestart. De uitvoering van het project wordt voortgezet in 2026. Nieuwe initiatieven worden opgestart in samenwerking met het bevoegd gezag, ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen. De eerste resultaten van 2025 worden geëvalueerd en opgedane ervaringen worden gedeeld met de betrokken deelnemers en ketenpartners. • Kaderrichtlijn water: Vanaf 2027 is Nederland verplicht om aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen.

De KRW vereist verbeterde waterkwaliteit maar Nederland loopt achter. Omgevingsdiensten voeren taken uit met betrekking tot ‘indirecte lozingen’ en doen dit namens het bevoegd gezag. Dit leidt tot verscherpte vergunningen en geïntensiveerd toezicht op lozingen, met focus op PFAS en bestrijdingsmiddelen. Verbeterde monitoring en meetmethoden zijn nodig om -2-

vervuiling beter te controleren. Dit vraagt extra middelen en gespecialiseerde kennis. In scenario 3 van de Kadernota 2026 Omgevingsdienst Twente is een benodigd voorbereidingskrediet geadviseerd van € 100.000. Het bestuur heeft gekozen voor het uitvoeren van scenario 2 en daarom wordt in 2026 geen budget opgenomen voor de KRW. Bijdrage deelnemers De bijdrage van de deelnemers is vanaf 2024 op een andere wijze opgebouwd. Tot de begroting van 2024 was de bijdrage gebaseerd op de inbreng van fte en uren bij de oprichting van de ODT. Dit betekent dat de bijdrage vanaf 2024 wordt gebaseerd op de verwachte afname van uren per deelnemer. Na afloop van het boekjaar wordt het gerealiseerde aantal uren per deelnemer afgerekend. De totale begroting 2026 heeft een omvang van € 20,2 mln. Het aandeel vanuit de gemeenten daarin is geraamd op € 19,6 mln. De deelnemersbijdrage stijgt van € 1.951.000 in 2025 naar € 2.008.000 in 2026. Voor de Hof van Twente betekent dit een extra bijdrage van € 57.000. Dit betreft hoofdzakelijk de loon- en prijs ontwikkeling conform gemaakte afspraken over de te hanteren uitgangspunten Risico’s In de eerste paragraaf van de Ontwerp Programmabegroting ODT 2026 zijn de belangrijkste risico’s opgenomen. Risico’s kunnen een externe of interne oorzaak hebben. Externe risico’s zijn toe te schrijven aan de ontwikkelingen op regionaal, provinciaal of landelijk niveau.

De interne risico’s hangen hiermee samen of kunnen gericht zijn op de bedrijfsvoering. De ratio weerstandsvermogen is op basis van de omvang van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit berekend. De weerstandsratio komt uit op 1,36 dat volgens de waarderingstabel weerstandsvermogen (Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement), als “voldoende” wordt aangemerkt. Tevens voldoet de weerstandsratio hiermee aan het streven van de ODT. De ODT streeft naar een minimaal risico voor de deelnemers. Dit betekent dat een weerstandsratio wordt beoogd van tussen de 1,0 en 1,4.

Kernpunten QuickScan Gemeenschappelijke Regelingen Twente In dit onderdeel zijn de vragen uit de Quickscan en bijbehorende antwoorden weergegeven. De antwoorden zijn geformuleerd door de gemeenschappelijke regeling. De term ‘wij’ ziet dus toe op “wij als gemeenschappelijke regeling” en niet op de gemeente Hof van Twente. •

Maak inzichtelijker wat het takenpakket van ODT is en wat gemeenten zelf nog doen op het gebied van bouw- en milieutoezicht. Beantwoording: Bij de oprichting van de ODT is door de deelnemers gezamenlijk besloten om meer dan de verplichte basistaken in te brengen. Dit pakket is inmiddels het ‘standaardpakket’ gaan heten en is opgenomen in onze gemeenschappelijke regeling. Dit zijn samengevat alle milieutaken binnen bedrijven en bepaalde specialismen bijvoorbeeld op het gebied van geluid, asbest of externe veiligheid. Facultatieve taken zijn taken die een gemeente kan/mag neerleggen bij de ODT. Denk hier aan extra energiecontroles met een grondslag in de bouwwetgeving, bouwkundige sloop of milieuadvisering ten aanzien van Omgevingsplannen.

-3-

•

Hoe verhouden inzet voor externe opdrachten en tekort aan personeel voor reguliere taken zich tot elkaar? Beantwoording: De onderbesteding van 20% kunnen wij niet plaatsen. In de reguliere begroting is zo’n 166.823 uur opgenomen, waarvan 164.113 is gerealiseerd. Wel zien we een verschuiving tussen programma’s. De programma’s zijn in grote mate vraaggericht, ook het programma toezicht bevat bijvoorbeeld het onderdeel klachten en ongewoon voorvallen. Het is ook niet zo dat werkzaamheden in andere programma’s ten koste gaan van het programma Toezicht. Medewerkers moeten aan kwaliteitscriteria voldoen, waardoor inzet tussen programma’s niet mogelijk is. De externe opdrachten voor o.a. de SPUK energie is veelal met inhuurkrachten gerealiseerd en collega’s die hier specifiek op moeten specialiseren om kennis op te bouwen voor de lange termijn. Ander externe opdrachten zijn gerealiseerd door langdurige detacheringen. We werken zoveel mogelijk risicogericht. Binnen het programma toezicht doen we dit met een ‘risico prioriteringsinstrument’ (RPI). Hierbij komen bedrijven met de grootste risico’s als eerste in aanmerking voor toezicht. Voor vergunningverlening en advies geldt dit ook, maar deze werkwijze is nog niet in een tool omgezet. Hier werken we wel aan bij het project van Twentse Vergunning Strategie, waarbij het toets niveau met behulp van risicobenadering wordt vastgelegd. •

Verwerken van rente opbrengsten in de tarieven is een risico voor de stabiliteit van tarieven. Beantwoording: De rentebaten zijn voor het eerst op genomen in de begroting van 2026. We hebben voorzichtigheidshalve gekozen om een deel van de rentebaten van afgelopen jaar op te nemen in de begroting. Op de lange termijn verwachten we dat het liquiditeitssaldo niet substantieel zal afnemen bij bestaande omvang van activiteiten. De door u aangehaalde wisselvalligheid in jaarlijkse uurtarieven zullen dan plaatsvinden als het rentepercentage met meer dan 60% zal dalen ten opzichte van het rentepercentage ultimo 2024. •

Er wordt in 2026 geen geld beschikbaar gesteld voor de voorbereiding op de Kaderrichtlijn Water. Dat is een politieke keuze. Beantwoording: Het is mogelijk dat ultimo 2026 nog sprake is van een saldo. We zullen volgend jaar met deze opmerking rekening houden bij het opstellen van de begroting en indien nodig bestemmingsreserve meerdere jaren opnemen. •

Op het niveau van de individuele gemeente: ODT geeft het signaal af dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om milieuleges in te zetten. Beantwoording: We zien dat er weinig uniformiteit is in milieuleges en dat deze niet goed aansluiten op de producten van de ODT. Inmiddels is door ons een blauwdruk gemaakt van een milieuleges-paragraaf die aansluit op onze PDC (Producten & diensten catalogus). Deze milieuleges-paragraaf gaan we aan alle deelnemers aanbieden om op te nemen in hun eigen legesverordeningen, zodat heffing kan plaatsvinden op specifieke producten in onze PDC.

-4-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4175/documents/58571