CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Transponeringstabel.pdf

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 13: Ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling SamenTwente8.817 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuw artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: bestuur als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen b. deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college; c. deelnemende gemeente: de gemeente van de deelnemer; d. regeling: Gemeenschappelijke regeling SamenTwente; e. SamenTwente: openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling; 2. Waar in de regeling wetsartikelen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders de wethouder en de burgemeester, onderscheidenlijk SamenTwente, het algemeen bestuur, (lid van) het dagelijks bestuur en de voorzitter.

-

Tekstuele en technische aanpassing. De begrippen raad en college worden niet meer gedefinieerd omdat deze de gebruikelijke betekenis hebben.

1.2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd SamenTwente, dat is gevestigd te Enschede. 2. Het rechtsgebied van SamenTwente omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten. -

Oud artikel Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling SamenTwente ; b. Openbaar Lichaam SamenTwente: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van de regeling, afgekort SamenTwente; c. deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college; d. college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente; e. raad: gemeenteraad van een deelnemende gemeente; f. deelnemende gemeente: de gemeente van de deelnemer; g. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; h. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enig andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders, de wethouder en de burgemeester, onderscheidenlijk 'SamenTwente', het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, lid 1 van de wet, dat is genaamd SamenTwente. 2. 'SamenTwente' is gevestigd te Enschede. 3. Het rechtsgebied van SamenTwente omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Lid 1 en 2 samengevoegd Niet noodzakelijke verwijzing naar artikel 8 lid 1 Wgr weggelaten.

2.1 Doel Artikel 4 Doel en te behartigen belangen (lid 1) SamenTwente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen SamenTwente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, samen met lokale en regionale in deze regeling is bepaald, het in zijn rechtsgebied bewaken, ketenpartners en stakeholders en vanuit en voor de Twentse beschermen en bevorderen van de gezondheid van en zorg samenleving, te werken aan een gezond, veilig en vitaal verlenen aan de bevolking of specifieke groepen daarvan. Twente. De formulering geactualiseerd en in lijn gebracht met de strategische koers en identiteit van SamenTwente, op 2 maart 2022 vastgesteld door het algemeen bestuur. 2.2 Belangen Vanuit het beginsel van verlengd lokaal bestuur levert SamenTwente een bijdrage aan het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van: a. publieke gezondheid;

Artikel 4 Doel en te behartigen belangen (lid 2) Ter verwezenlijking van het in het eerste lid genoemde doel behartigt SamenTwente de belangen op de volgende terreinen: a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente; b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT);

b. jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en c. Adviesen meldpunt huiselijk geweld en jeugdreclassering; kindermishandeling, onder de naam Veilig Thuis Twente c. maatschappelijke ondersteuning. (VTT). - Tekstuele aanpassing - Verwijzing naar organisatieonderdelen weggelaten, omdat de belangen behartigd worden door SamenTwente als geheel. - In dit artikel tot uitdrukking gebracht dat SamenTwente de gezamenlijke belangen behartigt vanuit het beginsel van verlengd lokaal bestuur. 3.1.1 Taken

Artikel 4 Doel en te behartigen belangen (lid 3 en 4) Artikel 5 Taken en bevoegdheden ---

De taken van SamenTwente zijn ondergebracht in basistaken, maatwerk, plustaken en aanvullende diensten. Dit is een nieuw artikel. - In de grote hoeveelheid van taken die binnen de organisatie van SamenTwente worden uitgevoerd is een logische ordening aangebracht. Eenheid in taal bevordert eenheid in de uitvoering van de regeling. - Gebleken is dat een beperkt aantal taken niet afdoende gedekt worden door de huidige regeling. Hierbij is er geen enkele discussie over de noodzaak dat deze taken uitgevoerd moeten worden. Voorbeelden hiervan zijn de Samenwerkingsafspraken gemeenten regio Twente – Veilig Thuis Twente, onderdelen van de OGGZ inzet van GGD Twente, aanvullende opdrachten aan OZJT van de gemeenten. Dat is met hiermee in orde gebracht worden. - De indeling maakt ook duidelijk waar de bestuurlijke zeggenschap bij bestaande en nieuw aandienende taken ligt en ook hoe deze taken worden gefinancierd. Onder de oude regeling (artikel 5) was dit niet altijd duidelijkheid en gaf dit stof tot discussie. Niet alleen binnen de eigen organisatie, maar ook bij gemeenten. - Vanuit deze indeling kan ook de door het AB gewenste waterscheiding worden aangebracht tussen dat wat SamenTwente doet en dat wat de Coalitions of the Willing (Samen14, Kennispunt Twente en Twentse Koers) doen. 3.2.1 Basistaken - algemeen 1.

Ter behartiging van de in artikel 2.2 genoemde belangen --heeft SamenTwente de volgende op gezamenlijk niveau vastgestelde basistaken: a. het adviseren van en het leveren van specifieke deskundigheid aan deelnemers; b. (boven)regionale beleidsontwikkeling, -voorbereiding en -coördinatie. 2. Basistaken worden uitgevoerd met inachtneming van afspraken die daarover bovenregionaal of landelijk zijn of worden gemaakt. Dit is een nieuw artikel en beschrijft de basistaken die niet specifiek aan een onderdeel zijn toe te wijzen. Deze taken staan niet op zichzelf maar liggen in het verlengde van de belangen en de basistaken die elk onderdeel uitvoert. De zinsnede ‘op gezamenlijk niveau vastgestelde basistaken’ die ook in soortgelijke bewoordingen ook in de andere artikelen over basistaken terugkomt, maakt de regeling flexibel. Dit maakt het mogelijk om waar nodig het niveau van taakuitvoering bij te stellen aan de dynamiek van de actualiteit. 3.2.2 Basistaken - GGD Met betrekking tot de in artikel 2.2 onder a genoemde belang heeft SamenTwente onder de naam GGD Twente de volgende op gezamenlijk niveau vastgestelde specifieke basistaken: a. alle bij of krachtens de Wet publieke gezondheid aan de colleges opgedragen taken, waaronder het inrichten en in stand houden van een regionale gezondheidsdienst; b.

alle bij of krachtens de Wet publieke gezondheid of enige andere wet of regeling aan de Directeur Publieke Gezondheid of aan de Gemeentelijke Gezondheidsdienst opgedragen taken; c. het inrichten en in stand houden van een Meldpunt woningvervuiling, en het uitvoeren van daarmee verband houdende taken;

Artikel 5 Taken en bevoegdheden (lid 1) Publieke gezondheid: a. de instelling en instandhouding van een gezondheidsdienst als bedoeld artikel 14, lid 1 van de Wet publieke gezondheid b. Alle bij of krachtens de Wet publieke gezondheid aan het college toegekende taken en bevoegdheden; c. Alle bij of krachtens de Wet publieke gezondheid aan de gemeentelijke gezondheidsdienst toegekende taken en bevoegdheden; d. de benoeming van gemeentelijke lijkschouwers als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging;

d. het inrichten en in stand houden van een Meldpunt zorgwekkend gedrag, en het uitvoeren van daarmee verband houdende taken op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. - Tekstuele, technische en inhoudelijke wijziging - Onder a zijn de oorspronkelijke onderdelen a en b samengevoegd - Onder b zijn de oorspronkelijke onderdelen c en d samengevoegd, waarbij de zinsnede ‘krachtens de Wpg of enige andere wet of regeling’ is opgenomen met het oog op toekomstbestendigheid van de regeling. - Onder c en d zijn twee ‘nieuwe’ basistaken toegevoegd. Het meldpunt woningvervuiling voert de GGD al jaren uit voor de gemeenten. Het meldpunt zorgwekkend gedrag is opgenomen omdat het AB op 8 december 2021 heeft besloten deze taak structureel bij de GGD te beleggen. - De zinsneden ‘op gezamenlijk niveau vastgestelde specifieke taken’en ‘het bij of krachtens de Wpg of enige andere wet of regeling ..‘ maken dat deze omschrijving van de basistaak flexibel en toekomstbestendig is. 3.2.3 Basistaken – OZJT Artikel 5 Taken en bevoegdheden (lid 2) 1. Met betrekking tot het in artikel 2.2 onder b genoemde Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning: belang heeft SamenTwente onder de naam OZJT, met a.

uitvoeren en/of uitbesteden van taken waarvan de inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet, de zorg Jeugdwet en/of de Wmo 2015 beoogt dat deze regionaal voor een goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale worden uitgevoerd: taken op het gebied van jeugdhulp, kinderbeschermings1. jeugdbescherming en jeugdreclassering; maatregelen en jeugdreclassering, 2. jeugdzorgplus; 2. In dat kader heeft OZJT de volgende op gezamenlijk niveau 3. residentiële/specialistische jeugdzorg; vastgestelde specifieke taken: 4. crisisdienst. a. het inrichten en in stand houden van een b. overige vrijwillig overeengekomen taken: inkooporganisatie voor jeugdhulp jeugdreclassering en 1. uitvoeren en/of uitbesteden van werving, matchen jeugdbeschermingsmaatregelen; en uitvoeren pleegzorg; b. het bij of krachtens de Jeugdwet of enige andere wet 2. inrichten en inhoudelijk faciliteren van een regionaal of regeling (laten) uitvoeren van bovenlokale taken reflectiepunt; waaronder: 3. inrichten van een advies- en consultatiefunctie; 4. inrichten van een backoffice voor taken die regionaal − het sluiten van raamovereenkomsten met en/of worden uitgevoerd of ingekocht en uitvoeren van subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en ondersteunende werkzaamheden daarin. uitvoerders van jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen, inclusief bijbehorend contractbeheer, contracten leveranciersmanagement.

De jeugdzorg omvat de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering, jeugdzorgplus, residentiële /specialistische jeugdzorg, pleegzorg, crisiszorg en advies & expertise; − het inrichten en ondersteunen van de jeugdbeschermingstafels. 3. Naast het bepaalde in artikel 3.1 lid 2 worden de taken uitgevoerd met inachtneming van de regiovisie van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 2.2 van de Jeugdwet. Tekstuele en technische wijziging. Geen inhoudelijke wijziging wel een verduidelijking. De oude taakomschrijving onder artikel 5 lid 2 en de daarbij gehanteerde (container)begrippen, waren onduidelijk en gaven inen extern veel stof tot discussie. In de nieuwe taakomschrijving met bijbehorende toelichting zijn de taken van OZJT helder beschreven. De zinsneden ‘op gezamenlijk niveau vastgestelde specifieke taken’en ‘het bij of krachtens de Jw of enige andere wet of regeling (laten) uitvoeren van bovenlokale taken waaronder:’ maken dat deze omschrijving van de basistaak flexibel en toekomstbestendig is. 3.2.4 Basistaken - VTT Met betrekking tot het in artikel 2.2 onder c genoemde belang heeft SamenTwente onder de naam VTT de volgende op gezamenlijk niveau vastgestelde specifieke taken:

Artikel 5 Taken en bevoegdheden (lid 3) Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling: a. de taken als bedoeld in of krachtens hoofdstuk 4 van de Wmo 2015.

a. het inrichten en in stand houden van een Veilig Thuisorganisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. alle bij of krachtens hoofdstuk 2 en artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of enige andere wet of regeling aan de colleges opgedragen taken, voor zover deze taken betrekking hebben op Veilig Thuis; c. het inrichten en in stand houden van een regionale crisisdienst; d. het organiseren van preventie- en deskundigheid bevorderende activiteiten; e. ondersteunende taken in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod. Tekstuele en technische wijziging. Veilig Thuis is een verplichte samenwerking van de colleges op grond van de Wmo 2015. Artikel 4.1.1 bepaalt dat colleges zorgen voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. Hierbij is artikel 2.6.1 relevant. Daarin staat dat gemeenten hierin samenwerken wanneer dat vanuit een doeltreffende en doelmatige uitvoering zinvol is. Deelnemers hebben de uitvoering van Veilig Thuis gezamenlijk regionaal georganiseerd in Veilig Thuis Twente (VTT). De onder c t/m e geformuleerde basistaken komen voort uit en zijn in lijn met ‘Samenwerkingsafspraken 2020 tussen Gemeenten en VTT’, voor het overige is ten opzichte van de geldende regeling geen wijziging in de taken van VTT beoogd.

De zinsneden ‘op gezamenlijk niveau vastgestelde specifieke taken’en ‘het bij of krachtens de … Wmo of enige andere wet of regeling …’ maken dat deze omschrijving van de basistaak flexibel en toekomstbestendig is. 3.2.5 Bevoegdheden

1. Voor de uitvoering van de basistaken heeft het bestuur alle bevoegdheden tot regeling en bestuur. 2. Ter uitvoering van de basistaken dragen deelnemers hun bevoegdheden tot regeling en bestuur over aan het bestuur. 3. Naast het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen of elders in deze regeling, zijn de volgende bevoegdheden, van het algemeen bestuur: a. de bevoegdheid te besluiten over onderwerpen met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige onderwerpen of bij beleidsmatige keuzes; b. het vaststellen van (beleids)kaders; c. regelgevende bevoegdheden, uitgezonderd het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie; d. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. het oprichten van en het deelnemen in privaatrechtelijke rechtspersonen, met inachtneming van het daarover bepaalde in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. het treffen van een gemeenschappelijke regeling. als bedoeld in artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4. Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling zijn bevoegdheden van het dagelijks bestuur, tenzij bij of krachtens Wgr of in deze regeling anders is bepaald. 5. Tenzij in de regeling anders is bepaald, stelt het dagelijks bestuur de tarieven vast en de overige voorwaarden waaronder werkzaamheden worden uitgevoerd.

Daarbij geldt als uitgangspunt dat de tarieven tenminste

Artikel 5 Taken en bevoegdheden (lid 4) Artikel 7 Gremia (lid 2) Artikel 14 Bevoegdheden Artikel 5 lid 4 Het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, verenigingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit betreft de taken en bevoegdheden als bedoeld in dit artikel onder 1 tot en met 3. Artikel 7 lid 2 Het algemeen bestuur is bevoegd commissies als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet in te stellen. De taken, bevoegdheden, samenstelling, werkwijze en verantwoording worden in het instellingsbesluit bepaald. Artikel 14 Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van SamenTwente. Behoudens het bepaalde in artikel 33b van de wet behoort hiertoe: a. het beheer van activa en passiva van SamenTwente; b. de zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; c. het houden van een gedurig toezicht op al wat SamenTwente aangaat. d. het beheren en onderhouden van de gebouwen, werken en inrichtingen welke SamenTwente bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft; e. het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van SamenTwente.

kostendekkend zijn. Het algemeen bestuur kan besluiten hiervan af te wijken. Dit is een nieuw artikel, waarin onderdelen uit de huidige regeling (waar nodig) overgenomen zijn. Dit artikel weerspiegelt de huidige bestuurspraktijk. Het is van belang de verschillende bevoegdheden hierbij te onderscheiden, te weten: eigen bevoegdheden, overgedragen bevoegdheden en afgeleide bevoegdheden. Eigen bevoegdheden zijn bevoegdheden die het bestuur heeft op basis van de Wgr, zoals het vaststellen van de begroting en het sluiten van overeenkomsten. In de Wgr is precies omschreven welke (eigen) bevoegdheden welk orgaan heeft: het algemeen bestuur (artikel 33), het dagelijks bestuur (artikel 33b), de voorzitter (artikel 33d). Overgedragen (gedelegeerde) bevoegdheden zijn de bevoegdheden die de deelnemers bij de gemeenschappelijke regeling neerleggen. Artikel 30 van de Wgr vormt de wettelijke basis hiervoor. Afgeleide bevoegdheden zijn bevoegdheden die niet expliciet bij de gemeenschappelijke regeling zijn gelegd maar impliciet zijn meegegaan. Te denken valt aan bijvoorbeeld het afhandelen van klachten, Woo verzoeken en bezwaarschriften. Lid 2 Deze bepaling vloeit voort uit artikel 10, tweede lid van de Wgr dat verplicht in de regeling op te nemen welke bevoegdheden de deelnemers op grond van artikel 30, tweede lid van de Wgr, aan het openbaar lichaam overdragen (delegeren).

Het openbaar lichaam oefent deze bevoegdheden onder eigen verantwoordelijkheid uit. Om de basistaken te kunnen uitvoeren worden in dit artikellid de daarvoor benodigde bevoegdheden aan het bestuur van SamenTwente overgedragen (gedelegeerd). Overdracht van bevoegdheden is rand voorwaardelijk voor een effectieve en doelmatig taakuitvoering en een slagvaardig bestuur. Omdat deze regeling een zogenaamde collegeregeling is, gaat het hierbij alleen om collegebevoegdheden. Concreet betekent dit dat waar in wetgeving een bevoegdheid bij de gemeenteraad is neergelegd, het bestuur van SamenTwente hier niet in kan treden. Lid 3 en 4 Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van SamenTwente. Het algemeen bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de rekening en houdt toezicht op het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voert uit binnen de gegeven kaders en is bestuurlijk verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van SamenTwente Bij regelgevende bevoegdheid genoemd in het derde lid, onder c, gaat het bijv. om de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen of beleidsregels. Regels kunnen worden vastgesteld voor de uitoefening van overgedragen bevoegdheden en ook voor de uitoefening van bevoegdheden die zien op de interne organisatie, de zogenaamde interne eigen bevoegdheden. Hierbij kan bijv. gedacht worden aan het opstellen van een reglement van orde (art.

22, eerste lid van de Wgr jo. artikel 16 van de Gemw) Het derde lid, benoemt onder d t/m f bevoegdheden die ingevolge de Wgr aan het algemeen bestuur kunnen worden toevertrouwd indien de regeling die mogelijkheid biedt. 3.2.6 Zienswijzen 1. Bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of bij beleidsmatige keuzes, besluit het algemeen bestuur of, hoe en wanneer de raden van de deelnemende gemeenten in het besluitvormingsproces betrokken worden. 2. Indien het algemeen bestuur besluit dat de raden van de deelnemende gemeenten in het besluitvormingsproces om zienswijzen worden gevraagd, dan is op de zienswijzeprocedure artikel 35 eerste tot en met vierde lid van de Wgr van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 2, worden raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld op besluiten van het algemeen bestuur voorafgaand zienswijzen naar voren te brengen als een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoekt.

-

Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in de artikel 10, vijfde lid van de Wgr. Dit artikel is naar model van de werkgroep organisatierecht. Dit artikel komt tegemoet aan de wens van de raden niet het gevoel te hebben te moeten tekenen bij het kruisje en flexibiliteit. 3.2.7 Inspraak Bij de totstandkoming van beleid kan aan ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden inspraak worden verleend. Hiertoe stelt het Algemeen Bestuur een verordening vast.

-

Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in de artikel 10, zevende lid van de Wgr. Dit artikel is overeenkomstig het model van de werkgroep organisatierecht. 3.3.1 Maatwerk SamenTwente kan op verzoek van één of meer deelnemers specifieke, aan de basistaken verwante, extra werkzaamheden uitvoeren onder de voorwaarde dat: a. de uitvoering van basistaken hierdoor niet in het gedrang komt; b. het dagelijks bestuur daartoe besluit onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder de werkzaamheden worden uitgevoerd; c. de afspraken schriftelijk worden vastgelegd in een (dienstverlenings)overeenkomst.

Artikel 5 Taken en bevoegdheden (lid 1 onder e) Met betrekking tot de behartiging van de in artikel 4, lid 2, sub a t/m c genoemde belangen heeft SamenTwente de volgende taken en bevoegdheden: e. op verzoek van één of meer deelnemers de uitvoering van specifieke werkzaamheden.

Basistaken worden naar omvang en kwaliteit voor alle deelnemers op een gelijk niveau uitgevoerd. Dit niveau wordt bepaald door het algemeen bestuur. Wanneer daarom wordt verzocht kan SamenTwente voor één of meerdere gemeenten een basistaak op een hoger dienstverleningsniveau uitvoeren of aanvullend op de basistaak andere aan de basistaak verwante werkzaamheden uitvoeren. Voorwaarde is wel dat de uitvoering van de basistaakuitvoering hierdoor niet in het gedrang komt. Dat afspraken worden vastgelegd past bij een professionele organisatie. De huidige regeling kent in artikel 5, eerste lid, onder e een vergelijkbare bepaling uitsluitend voor de GGD. 3.3.2 Plustaken 1. Ter behartiging van de in artikel 2.2 genoemde belangen kan SamenTwente voor de deelnemers gezamenlijk extra taken uitvoeren onder de voorwaarde dat: a. de financiële, juridische, personele en/of organisatorische gevolgen in kaart zijn gebracht; b. de uitvoering van basistaken hierdoor niet in het gedrang komt en c. de deelnemers en het algemeen bestuur daartoe unaniem besluiten onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder deze taken worden uitgevoerd 2. Op een plustaak is artikel 3.2.5 van overeenkomstige toepassing

--

Deze bepaling is opgenomen in het belang van de nodige flexibiliteit in de taakuitvoering. De plustaak kennen we al in de huidige bestuurspraktijk. De aan plustaken gestelde voorwaarden passen bij een professionele organisatie. 3.3.3 Aanvullende diensten

Artikel 4 Doel en te behartigen belangen (lid 3 en 4) Artikel 5 Taken en bevoegdheden (lid 5)

SamenTwente kan op verzoek van één of meer deelnemers of derden aanvullende diensten verlenen onder de voorwaarde dat: a. de financiële, juridische, personele en/of organisatorische gevolgen in kaart zijn gebracht; b. de uitvoering van basistaken hierdoor niet in het gedrang komt; c. het algemeen bestuur daartoe unaniem besluit onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder diensten worden verleend en d. de afspraken schriftelijk worden vastgelegd in een (dienstverlenings)overeenkomst.

Artikel 4 3. SamenTwente kan voor een of meer deelnemers, alsmede voor andere overheidsorganen, diensten verlenen. Een besluit hiertoe wordt unaniem genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder diensten worden verleend. 4. Het bieden van werkgeverschap en/of andere organisatorische voorzieningen ten behoeve van ambtelijke capaciteit die door twee of meer deelnemers om doelmatigheidsredenen centraal wordt gebundeld. Een besluit hiertoe wordt unaniem genomen door het algemeen bestuur onder vermelding van de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder dit geschiedt.

Artikel 5 5. Het bieden van werkgeverschap en/of andere organisatorische voorzieningen ten behoeve van ambtelijke capaciteit die door twee of meer deelnemers om doelmatigheidsredenen centraal wordt gebundeld. De huidige regeling kent in artikel 4 en 5 vergelijkbare bepalingen. In de voorwaarden is deze aangescherpt. Deze aanscherping past bij een professionele organisatie. Het bieden van werkgeverschap en/of andere organisatorische voorzieningen zijn vormen van aanvullende diensten. Deze vorm van dienstverlening wordt niet apart benoemd. 4.1 Werkprogramma Artikel 6 Werkprogramma 1. SamenTwente heeft een vierjaarlijks werkprogramma. 1. SamenTwente heeft een vierjaarlijks werkprogramma. 2. Het werkprogramma omvat een globaal overzicht van de 2. Het werkprogramma wordt vastgesteld door het activiteiten, alsmede een globaal overzicht van de algemeen bestuur. Daaraan voorafgaande worden de financiële en personele gevolgen van deze activiteiten raden in de gelegenheid gesteld een zienswijze bij het zoals die jaarlijks in de begroting zullen worden algemeen bestuur in te dienen. opgenomen. 3. Het werkprogramma wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 4. De raden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over het werkprogramma naar voren te brengen.

Artikel 35 eerste tot en met vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. In het voorgesteld artikel wordt de inhoud van het werkprogramma nader geduid. 5.1 Algemeen bestuur Artikel 8 Samenstelling Artikel 9 Aanwijzing Artikel 21 Ontslag Artikel 29 Toetreding (lid 4) 1. Het algemeen bestuur bestaat uit evenveel leden als Artikel 8 deelnemende gemeente. 1. Elke deelnemer heeft in het algemeen bestuur een lid van 2. Deelnemers wijzen uit hun midden een lid en een het college. plaatsvervangend lid aan, zo spoedig mogelijk na de 2. Het in het eerste lid bedoelde lid kan bij afwezigheid benoeming van wethouders na de worden vervangen door een daartoe door de betreffende gemeenteraadsverkiezingen. Bij een tussentijdse vacature deelnemer aangewezen plaatsvervangend lid. Op het gebeurt de aanwijzing van een (plaatsvervangend) lid plaatsvervangende lid zijn de bepalingen van dit hoofdstuk binnen acht weken. van overeenkomstige toepassing. 3. Deelnemer kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid ontslag verlenen indien deze het Artikel 9 vertrouwen van deelnemer niet meer bezit. Op het ontslag 1. Het college beslist uiterlijk drie maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de gemeenteraad over de

is artikel 49, laatste volzin en artikel 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4. Naast het bepaalde in artikel 13, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen en hiervoor in het derde lid bepaalde, eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemende gemeente die het (plaatsvervangend) lid vertegenwoordigt.

aanwijzing van het lid en het plaatsvervangende lid. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot dat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer. 3. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen acht weken. 4. Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die het (plaatsvervangend) lid vertegenwoordigt. Artikel 21 1. Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. 2. Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, doch artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 29 4. Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 12. In dit artikel zijn een aantal artikelen uit de huidige regeling in één artikel samengebracht 5.2 Stemrecht Artikel 10 Stemrecht 1. Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. 1. Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. 2. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, 2. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage worden beslissingen in het gemeentelijke bijdrage worden beslissingen in het algemeen bestuur genomen op basis van inwonertal bij algemeen bestuur genomen op basis van inwonertal bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. plaatsvindt. 3. Indien het gaat om stemming over personen geldt een 3. Bij overige beslissingen geldt een gewone meerderheid gewone meerderheid van stemmen. van stemmen, welke gewone meerderheid tevens 4.

Bij overige beslissingen geldt een gewone meerderheid minimaal de helft van de inwoners van Twente van stemmen, welke gewone meerderheid tevens vertegenwoordigt, behoudens indien in deze regeling minimaal de helft van de inwoners van Twente anders is bepaald. vertegenwoordigt, behoudens indien in deze regeling 4. De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van anders is bepaald. orde. 5. De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van orde. Toegevoegd is een nieuw derde lid. Bij stemming over personen is dit de gebruikelijke bestuurspraktijk. 5.3 Dagelijks bestuur

1. Het dagelijks bestuur, inclusief de voorzitter, bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf leden.

Artikel 11 Samenstelling Artikel 12 Aanwijzing Artikel 13 Werkwijze Artikel 11 1. Het dagelijks bestuur, inclusief de voorzitter, bestaat uit drie leden.

2. Het algemeen bestuur wijst de leden van het dagelijks bestuur aan in de eerste vergadering in de nieuwe samenstelling na verkiezingen. 3. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemw van overeenkomstige toepassing. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem. 4. In de eerste vergadering na de aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, regelt het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden. 5. Een demissionaire lid van het dagelijks bestuur blijft lid van het dagelijks bestuur tot het moment dat overeenkomstig het tweede lid, de leden van het dagelijks bestuur zijn aangewezen. 6. Indien een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan zodra betreffende deelnemer uit zijn midden een nieuw lid voor het algemeen bestuur heeft aangewezen. 7. Ingeval van een (te voorziene) langdurige ontstentenis kan het algemeen bestuur tijdelijk een vervanger uit zijn midden aanwijzen.

2. Ingeval van een (te voorziene) langdurige ontstentenis van een lid van het DB kan het AB tijdelijk een vervanger uit zijn midden aanwijzen. Artikel 12 1. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het dagelijks bestuur aan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het lidmaatschap van het dagelijks bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet. In dat geval blijven aftredende leden hun functie waarnemen tot dat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid. 4. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur wederom zal zijn bezet. Dit uitstel zal niet meer dan drie maanden mogen belopen.

Artikel 13 1. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is het bepaalde in de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet van toepassing. 2. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering een stem. 3. In de eerste vergadering na de aanwijzing als bedoeld in artikel 12, lid 1, regelt het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden. Het eerste lid biedt de mogelijkheid om het DB uit te breiden naar 5 leden. Dit omdat het huidige DB aangeeft dat de workload sinds het verdwijnen van de bestuurscommissies OZJT en PG flink is toegenomen. Het ophogen van het aantal DB-leden zou hier soelaas kunnen bieden. Het vijfde lid voorkomt een bestuursvacuüm na verkiezingen. De zittende DB leden blijven in functie blijven tot het moment dat er een nieuw DB gekozen wordt. De term demissionair in het vijfde lid verwijst naar de situatie dat het AB in de nieuwe samenstelling na verkiezingen, de leden van het dagelijks bestuur nog moet aanwijzen (1e vergadering). Deze bepaling is in lijn met artikel 42 van de Gemeentewet dat bepaalt dat bij reguliere verkiezingen de 'oude' wethouders in functie blijven totdat de nieuwe wethouders door de nieuwe raad worden benoemd. De verwijzing naar artikel C4, lid 2 van de Kieswet in het huidig artikel 12 is onjuist. Blijkens artikel A1 van de Kieswet verwijst dit artikel, naar het algemeen bestuur van waterschappen. 5.4 Voorzitter 1.

Het algemeen bestuur wijst de voorzitter aan in de eerste vergadering in de nieuwe samenstelling na verkiezingen. 2. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door een hiertoe door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

Artikel 15 Aanwijzing 1. Het algemeen bestuur wijst, in elk geval in de eerste vergadering van elke zittingsperiode, uit zijn midden een lid aan als de voorzitter. 2. Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een of meer plaatsvervangers aan. 3. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Het derde lid van artikel 15, komt niet terug omdat dit al geregeld is in artikel 22, eerste lid van de Wgr jo artikel 32a, eerste lid van de Gemeentewet. 5.5 Portefeuillehoudersoverleg -1. Het dagelijks bestuur kan één of meer portefeuillehoudersoverleggen instellen voor bestuurlijk overleg en afstemming over belangen en taken, genoemd in artikel 2.2 en artikel 3.1.1. 2. Een portefeuillehoudersoverleg bestaat uit één lid (portefeuillehouder) per deelnemende gemeente afkomstig uit het college. 3. Voorzitter van een portefeuillehoudersoverleg is het lid van het dagelijks bestuur dat het werkterrein van het portefeuillehoudersoverleg in het dagelijks bestuur behartigt. Dit is een nieuwe bepaling en biedt een alternatief voor de bestuurscommissie. In het portefeuillehoudersoverleg vindt vakinhoudelijk overleg en afstemming plaats over belangen en taken van onderdelen (GGD/OZJT/VT) van SamenTwente. 5.6 Informatieplicht

1. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend bij het betreffende bestuursorgaan. 2. Het betreffende bestuursorgaan geeft de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen binnen één maand na ontvangst van het verzoek voor zover dit niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen en de raad van zijn gemeente mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college onderscheidenlijk de raad gevraagde inlichtingen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 4. Inlichtingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Wgr, wordt mondeling, schriftelijk of digitaal verstrekt.

Artikel 17 Actieve informatieplicht Artikel 18 Passieve informatieplicht Artikel 19 Actieve informatieplicht Artikel 17 Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raad ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig is. Artikel 18 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raad de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan. 3. Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek. Artikel 19 1. Een lid van het algemeen bestuur voorziet de raad van zijn gemeente van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het lid in het algemeen bestuur gevoerde en te voeren bestuur noodzakelijk is. 2. Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het algemeen bestuur, ter inzage te leggen voor de raad. 3.

Een lid van het algemeen bestuur geeft de raad van zijn gemeente de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 17 Actieve informatieplicht kan vervallen. Dit is nu geregeld in artikel 17 lid 2 Wgr. 5.7 Verantwoordingsplicht

Artikel 20 Verantwoordingsplicht

1. Een (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en aan de raad van zijn gemeente verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. 2. Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het algemeen bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering. 3. De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.

1. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. 2. Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het algemeen bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering. 3. De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.

6.1 Ambtelijke organisatie 1. SamenTwente heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur, die tevens secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur is. 2. De directeur publieke gezondheid is directeur als bedoeld in het eerste lid 1. Het dagelijks bestuur regelt zijn vervanging. 3. Artikel 101 tot en met artikel 106 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Ambtelijke organisatie 1. SamenTwente heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur, die tevens secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur is. 2. De directeur publieke gezondheid is directeur als bedoeld in het eerste lid 1. Het dagelijks bestuur regelt zijn vervanging. 3. Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een directiestatuut vast waarin diens taken en bevoegdheden zijn opgenomen.

6.2 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van SamenTwente en zijn organen overeenkomstig geldende archiefregelgeving. 2. Voor de bewaring van de op grond van archiefregelgeving over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 3. De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het dagelijks bestuur nader vast te stellen regelen.

Artikel 26 Archiefbeheer 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van SamenTwente en zijn organen overeenkomstig een, met inachtneming van artikel 30, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen verordening. 2. Voor de bewaring van de op grond van de artikelen 12, lid 1 en 13, lid 1 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats 1aan. 3. De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het dagelijks bestuur nader vast te stellen regelen. Grondslag voor deze bepaling is artikel 40 eerste lid Archiefwet 1995. De Archiefwet 1995 is sterk verouderd en wordt naar verwachting binnen afzienbare tijd vervangen door een nieuwe Archiefwet. In de voorgestelde tekst wordt op deze wijziging geanticipeerd. 7.1 Begrotingswijziging Artikel 22 Begrotingswijziging Op begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van Als begrotingswijzigingen, waarop het bepaalde in de laatste de gemeentelijke bijdragen, is artikel 35 eerste, derde en zin van artikel 35, lid 5 van de wet van toepassing is, worden vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen niet van aangewezen die, welke niet leiden tot een verhoging van de toepassing.

deelbijdragen van de deelnemende gemeenten. De huidige tekst bevat een foutieve verwijzing naar het vijfde lid van artikel 35. 7.2 Bijdrage 1. In de begroting worden de gemeentelijke bijdragen geraamd die elke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. De kosten van basistaken en plustaken, worden verdeeld over de deelnemende gemeenten. De bijdrage wordt berekend op basis van en naar rato van:

Artikel 23 Betalingstermijn geraamde bijdrage 1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft. 2. De deelnemende gemeenten nemen het in de begroting van SamenTwente voor hun gemeente geraamde bedrag op in de gemeentebegroting.

a. het aantal inwoners op 1 januari volgens de meest 3. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van recente CBS-cijfers, of voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 b. het aantal jeugdigen op 1 januari volgens de meest oktober, telkens een kwart van de in het vorige lid recente CBS-cijfers voor de taken van de bedoelde bijdrage. Jeugdgezondheidszorg als bedoeld in de Wpg, tenzij in een specifieke situatie een andere verdeelsleutel bijvoorbeeld een prijs per eenheid product of een andere vastgelegde (vaste) vergoeding meer in de rede ligt. 3. De deelnemende gemeenten nemen de in de begroting van SamenTwente voor hun gemeente geraamde bijdrage op in de gemeentebegroting. 4. Elke deelnemende gemeente betaalt bij wijze van voorschot een kwart van in het eerste lid bedoelde bijdrage jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober. 5. Plustaken worden betaald na declaratie. Artikel 7.2 is een weergave van de huidige praktijk. De kosten van de basistaken en de plustaken worden in de regel verdeeld op basis van inwonertal of jeugdigen. De tenzij geeft de uitzonderingsituatie aan. Op dit moment doet zich dit bijvoorbeeld voor bij de basistaken lijkschouw binnen de forensische geneeskunde en de uitgevoerde inspecties kinderdagopvang en gastouders. 7.3 Verrekening 1.

In de jaarrekening wordt de door elke deelnemende gemeente werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 7.2, eerste lid verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats direct na de vaststelling van de jaarrekening.

Artikel 24 Verrekening bijdrage 1. In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 23, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.

7.4 Tarieven 1. Maatwerk en aanvullende diensten worden uitgevoerd voor rekening van de deelnemende gemeente(n) of derden die deze diensten afnemen. 2. Maatwerk en aanvullende diensten worden betaald na declaratie. Artikel 7.4 is een weergave van de huidige praktijk.

-

7.5 Overig Artikel 25 Geldleningen 1. De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant 1. SamenTwente is bevoegd tot het aangaan van voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten en kosten van geldleningen en van rekeninghet uitlenen van geld. courantovereenkomsten, zulks op basis van de voor de 2. De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en 2. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde SamenTwente te allen tijde over voldoende middelen opgenomen en op te nemen gelden, zulks op basis hun beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende kunnen voldoen. jaar. Het eerste lid van artikel 25 komt niet terug, omdat SamenTwente als rechtspersoon de (eigen) bevoegdheid heeft dit soort overeenkomsten te sluiten. Zie in dit verband ook artikel 33b, eerste lid onder d van de Wgr. 8.1 Toetreding 1. Een college kan tot de regeling toetreden mits de wet zich daartegen niet verzet. 2. Toetreding tot de regeling vindt plaats bij besluit van het algemeen bestuur.

Artikel 29 Toetreding 1. Toetreding door een andere gemeente kan plaatsvinden wanneer het algemeen bestuur daarin bewilligt. 2. In een besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in het vorige lid, kan de toetreding afhankelijk worden gesteld

3. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.

van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente. 3. De toetreding treedt in werking op de datum die in het besluit van het algemeen bestuur is bepaald. 4. Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 12. Wijziging, opheffing, toe- en uittreding en vereffening zijn verplicht te regelen onderwerpen o.g.v. artikel 9 van de Wgr. Deze bepaling is overeenkomstig het model van de werkgroep organisatierecht. 8.2 Uittreding Artikel 30 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden mits de wet zich daartegen 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het niet verzet algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van 2. Uittreding vindt plaats per 1 januari, met inachtneming deze deelnemer. van een opzegtermijn van twee jaar. 2. De uittreding kan, behoudens door het algemeen bestuur 3. Indien een deelnemer wenst uit te treden, stuurt de toe te stane afwijking, slechts plaatsvinden tegen 1 betreffende deelnemer een daartoe strekkend besluit aan januari, doch niet eerder dan tegen 1 januari van het de andere deelnemers. tweede jaar volgende op dat waarin het in het eerste lid 4. Na ontvangst van het besluit tot uittreding geven de bedoelde besluit is genomen. deelnemers, in overleg met de uittredende deelnemer, 3.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opdracht aan onafhankelijke externe deskundigen, uittreding. waarvan minimaal één financieel deskundige en één juridisch deskundige, om een plan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende deelnemer redelijkheid en billijkheid: a. de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden; b. aansprakelijk blijft voor alle schulden en de overige verplichtingen van het openbaar lichaam op het tijdstip van uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen als bedoeld in artikel, in het laatste jaar van deelname, mits dit niet is verdisconteerd in het plan. 5. Het algemeen bestuur stelt het hierboven genoemde plan vast. De in het plan vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend. Wijziging, opheffing, toe- en uittreding en vereffening zijn verplicht te regelen onderwerpen o.g.v. artikel 9 van de Wgr. Deze bepaling is naar model van de werkgroep organisatierecht. 8.3 Wijziging 1. Het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, en de deelnemers, kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2.

De regeling kan worden gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemers, met inachtneming van artikel 1, tweede tot en met vierde lid van de Wgr.

Artikel 31 Wijziging 1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van het college van alle deelnemers. 2. Indien het algemeen bestuur wijzigingen in de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan deelnemers. 3. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het algemeen bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.

Wijziging, opheffing, toe- en uittreding en vereffening zijn verplicht te regelen onderwerpen o.g.v. artikel 9 van de Wgr. Het derde lid van het huidige artikel 31 komt niet terug omdat het in strijd met artikel 1 Wgr. 8.4 Opheffing Artikel 32 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven als twee derde van de 1. De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van deelnemers daartoe besluiten, mits de wet zich daartegen twee derde van de deelnemers daartoe besluiten. niet verzet. 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. 3. In geval van opheffing van de regeling besluit het 3. In geval van een opheffing wordt het dagelijks bestuur algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de belast met het opstellen van een liquidatieplan. Bij het nodige regelen vast. Hierbij kan van de bepalingen van opstellen van dit plan kan zo nodig worden afgeweken van deze regeling worden afgeweken. de bepalingen in deze regeling. In het plan wordt voorzien 4. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur in de personele gevolgen van de opheffing. vastgesteld. 4. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vast nadat 5.

Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de de deelnemers en de raden van de gemeenten hun deelnemende gemeenten tot het bijdragen in de zienswijzen daarop hebben kunnen inbrengen. Artikel 35 financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan eerste tot en met vierde lid van de Wgr is hierop van voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de personeel. termijn acht weken bedraagt. 6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van SamenTwente 5. Het dagelijks bestuur wordt belast met de uitvoering van ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de het liquidatieplan. liquidatie is beëindigd. 6. Het openbaar lichaam blijft voortbestaan zolang dit voor de liquidatie van het vermogen nodig is. De bestuursorganen blijven zolang functioneren. Wijziging, opheffing, toe- en uittreding en vereffening zijn verplicht te regelen onderwerpen o.g.v. artikel 9 van de Wgr. Deze bepaling is naar model van de werkgroep organisatierecht. 9.1 Geschillen 1. Onverminderd artikel 28 van de Wgr, worden geschillen over deze regeling in de ruimste zin, zo veel mogelijk in goed overleg opgelost en indien dat niet mogelijk is, voorgelegd aan een geschillencommissie. 2.

De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers aangewezen door elk van de bij het geschil betrokken partijen en een door deze vertegenwoordigers gezamenlijk aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3. De geschillencommissie onderzoekt de mogelijkheden om betrokken partijen alsnog tot overeenstemming te brengen en brengt aan partijen advies uit. 4. Betrokken partijen treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de geschillencommissie. Zij zetten in hun opdracht aan deze commissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de geschillencommissie advies uitbrengt. 5. Betrokken partijen kunnen van tevoren overeenkomen, dat het advies van de geschillencommissie bindend zal zijn. 6. Betrokken partijen dragen de kosten van de geschillencommissie voor een gelijk deel.

Artikel 27 Geschillen 1. Onverminderd artikel 28 van de wet worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies. 2. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van een deskundigenadvies, bedoeld in het eerste lid, wordt het geschil besproken tussen afgevaardigden van het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s). 3. Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s) elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. 4. Het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s) treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Zij zetten in hun opdracht aan deze commissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt. 5. De adviescommissie regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s). 6. Na ontvangst van het advies treden de afgevaardigden, als bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen

vrij het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de wet, voor te leggen aan gedeputeerde staten van Overijssel. 7. De kosten van de adviescommissie worden door SamenTwente en de betreffende deelnemer(s) voor een gelijk deel gedragen. Artikel 28 van de Wgr bepaalt dat deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling eventuele geschillen ter beslechting aan gedeputeerde staten kunnen voorleggen. Het is in de samenwerkingspraktijk echter gebruikelijk te proberen het geschil eerst via een interne procedure, in der minne op te lossen. Dit is als uitgangspunt opgenomen in artikel in artikel 9.1. Anders dan in het eerste lid van het huidig artikel 27 is opgenomen, kunnen partijen overeenkomen, dat het advies van de geschillencommissie bindend zal zijn. Voor het overige is geen inhoudelijke wijziging beoogd. 9.2 Evaluatie Artikel 34 Citeerwijze en inwerkingtreding (lid 3) 1. Het algemeen bestuur evalueert in het jaar voorafgaand De regeling wordt uiterlijk een maand voorafgaande aan het aan de reguliere gemeenteraadsverkiezingen de regeling eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad en gaat daarbij in elk geval in op: geëvalueerd, voor het eerst in 2026. Deze evaluatie geschiedt a. de bestuurlijke samenwerking binnen het werkgebied door het algemeen bestuur, gehoord de raad. van SamenTwente; b. de doelstelling en c.

de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten vanuit SamenTwente. 2. De raden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de evaluatie naar voren te brengen. Artikel 35, eerste tot en met vierde lid van de Wgr zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. Deze bepaling is gelijk aan de modelbepaling (variant 1) van de werkgroep organisatierecht. 9.3 Overgangsbepaling

Artikel 33 Overnemen verordeningen, overdracht rechten en plichten (lid 1) Besluiten van het bestuur van Regio Twente, het Openbaar De verordeningen en andere besluiten, vastgesteld door het Lichaam Gezondheid of SamenTwente op grond van algemeen bestuur van Regio Twente, blijven van kracht en voorgaande versies van deze regeling, gelden als besluiten worden geacht te zijn vastgesteld onder de huidige regeling, genomen mede krachtens deze regeling. totdat hierin op andere wijze wordt voorzien. Het huidige artikel 33 is niet volledig. De tekst is hierop aangepast. 9.4 Citeerwijze en inwerkingtreding Artikel 34 Citeerwijze en inwerkingtreding (lid 1 en 2) 1. De regeling kan worden aangehaald als 1. De gewijzigde regeling treedt in werking op 8 juli 2021 en “Gemeenschappelijke regeling SamenTwente”. wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag na 2. De regeling kan worden aangehaald als bekendmaking en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. “Gemeenschappelijke regeling SamenTwente”. Technische wijziging waarbij volgorde van de leden in overeenstemming is gebracht met de titel van dit artikel.

Vervallen artikelen Artikel 3 Deelnemers De deelnemers aan deze regeling zijn de colleges van Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, RijssenHolten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Deelnemers worden genoemd in de aanhef van de regeling. Artikel 28 Externe ombudsman Tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht is bevoegd de Stichting De Overijsselse Ombudsman voor zover één van de deelnemende gemeenten eveneens deze stichting als ombudsman heeft aangewezen.

O.g.v. art. 10 Wgr, hoeft dit niet opgenomen te worden in de regeling. Daarnaast kunnen op grond van de klachtenregeling van SamenTwente, afhankelijk van de wet waar de klacht betrekking op heeft, voorgelegd worden aan de Overijsselse Ombudsman, de Geschillencommissie Publieke Gezondheid of Klachtencommissie Jeugd Overijssel. Artikel 33 Overnemen verordeningen, overdracht rechten en plichten 2. De Regio Twente/SamenTwente draagt per 1 januari 2022 de rechten en verplichtingen van Regio Twente/SamenTwente over aan BVR Recreatieschap Twente, een en ander – voor zover van toepassing – overeenkomstig een door het dagelijks bestuur vastgesteld overdrachtsplan. De overdracht is inmiddels geëffectueerd. Daarmee kan dit artikellid vervallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3973/documents/55493