CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting.pdf

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30, Markelo20.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.1.2

Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationaal waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De belangrijkste ambities richten zich op een veilig en klimaatbestendige delta, een concurrenende, duurzame en circulaire delta en een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.

6.1.3

Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.

6.1.4

Waterschap Rijn en IJssel Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen en Rijn en IJssel. Het waterschap Rijn en IJssel heeft de doelen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Het waterbeheerprogramma is een belangrijk instrument, waarmee het waterschap aangeeft welke beleidsdoelen het nastreeft, welke inspanningen het pleegt om dat beleid te realiseren en welke financiële middelen daarmee gemoeid zijn. De sturende werking ervan wordt mede bepaald door de mate waarin doelen en maatregelen geconcretiseerd worden. Voor het overgrote deel zijn de lange termijn doelen voor de beleidsthema's al vastgesteld; het waterbeheerprogramma 2022-2027 geeft aan hoe het waterschap in de planperiode met deze doelen aan de gang gaat en waar het waterschap in 2027 denkt te staan.

vastgesteld

55

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

6.1.5

Waterplan Hof van Twente Het waterplan is een overkoepelend beleidsstuk over het waterbeheer in de gemeente Hof van Twente dat ook door de waterbeheerders – de waterschappen Vechtstromen (voorheen Regge en Dinkel) en Rijn en IJssel en drinkwaterleidingbedrijf Vitens is vastgesteld. Het waterplan geeft een visie hoe het watersysteem binnen de gemeente over ongeveer 25 jaar er uit ziet en welke maatregelen er op korte en lange termijn daarvoor nodig zijn. De visie wordt op basis van drie invalshoeken beschreven, te weten: Twents landschap: Water speelt een belangrijke rol in het gevarieerde en kleinschalige landschap. Het water is zo ingericht dat meerdere functies tegelijk kunnen vervullen. Het waterbeheer sluit zoveel mogelijk aan bij de natuurlijke omstandigheden, zoals hoogteligging, grondwaterstroming en bodemsoort. Ruimte voor water: De visie is gericht op het ontwikkelen van een robuust en veerkrachtig watersysteem met als doel wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. Om dit te bereiken is er voldoende ruimte nodig voor het vasthouden en tijdelijk bergen van water. Voor de verbetering van de waterkwaliteit dienen de vervuilende lozingen te worden beperkt. Door het afkoppelen van schoon hemelwater van de riolering wordt de emissie door lozingen vanuit riooloverstorten en rioolwaterzuiveringen gereduceerd.

Beleving van water: In de woon- en werkomgeving is water zichtbaar, bereikbaar en veilig voor bijvoorbeeld vissers en wandelaars. Zichtbaar water dat beleefd wordt, is er niet alleen om van te genieten, maar ook er van bewust van te zijn. Om dit te bereiken wordt het hemelwater bij voorkeur met bovengrondse voorzieningen ingezameld en geïnfiltreerd.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

56

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

6.2.2

Watertoetsproces Het Waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de 'normale procedure' van de watertoets moet worden doorlopen (Bijlage 10). Vanwege deze procedure is contact opgenomen met het waterschap. Het waterschap Rijn en IJssel heeft aangegeven dat gezien de omvang van het park en de verhardingsoppervlakte een waterhuishoudkundig plan gewenst is waarin ook aandacht nodig is voor de toename van afvalwater. In voortliggend geval is een waterhuishoudkundig plan uitgevoerd. Het waterhuishoudkundig plan is voorgelegd aan de gemeente en het waterschap. Het rapport is opgenomen in Bijlage 11. Hierna wordt op de belangrijkste aanbevelingen ingegaan. Verhard oppervlak De hoofdweg op het park zal bestaan uit open verharding. De zijpaden worden voorzien van halfverharding. Het regenwater kan hierdoor ter plekke infiltreren in de ondergrond. De halfverharding wordt voor 70% als afvoerend beschouwd. In totaal is er sprake van een afvoerend oppervlak van 13.106 m². Bergingsopgave en compensatie Waterschap Rijn en IJssel gaat in het beleid uit van een bergingseis van 55 mm gerekend over het totaal verhard oppervlak in de nieuwe situatie. In de toekomstige situatie is er sprake van open verharding, halfverharding en dakoppervlak.

De bergingsopgave bedraagt 721 m³ op basis van een bergingseis van 55 mm en een totaal verhard oppervlak van 13.106 m². Deze berging dient gerealiseerd te worden in de beleemde watergangen met overloop naar het grondwater. In het plangebied is sprake van een hoogteverschil van oost naar west. Wanneer het plangebied niet wordt uitgevlakt en de watergangen op 1,20 diep worden uitgegraven betekent dit dat er afschot in de watergang zit richting het westen van het plangebied. Zonder het nemen van maatregelen betekent dit dat de watergang in het oosten droog komt te staan. Door middel van het plaatsen van een waterkerende voorziening zoals schotten of gronddammen, wordt de watergang onderbroken en blijft er meer water in staan. In deze rapportage is er als uitgangspunt één waterkerende voorziening per beleemde watergang meegenomen in de berekening. Het lengteprofiel laat zien dat het verloop in hoogte enkel zit in het vaste waterdeel en niet in het infiltrerend waterdeel. Dit is gecheckt door middel van één lengteprofiel per watergang. De capaciteit van het infiltrerende deel van de beleemde watergangen met overloop naar het grondwater bedraagt 2.315 m3. Op basis van de bergingsopgave van 721 m3 geeft dit een overcapaciteit van 1.594 m3. Er is dus meer berging aanwezig dan strikt noodzakelijk.

Het infiltrerende gedeelte van de watergangen kunnen binnen 15 uur het water laten infiltreren in de ondergrond bij volledige vulling. Deze leeglooptijd is een aanname gebaseerd op de doorlatendheid van 5,00 m/dag voor matig fijn zand. Uit de boringen blijkt dat dit overwegend de ondergrond is. Omdat er sprake is van plaatselijke leemschotten in het gebied, wordt alsnog aangeraden een doorlatendheidsonderzoek uit te voeren. Wanneer deze leemschotten dichtbij elkaar liggen kunnen ze namelijk de doorlatendheid beïnvloeden. Wanneer de leemschotten verder uit elkaar liggen zal water tussen de schotten door in de ondergrond infiltreren. In dit geval zullen ze minder invloed hebben. Afwatering Het hemelwater van het plangebied zal oppervlakkig afgewaterd worden. Dit zal in de hoofdweg van noord naar zuid gebeuren via goten in de open verharding richting de watergang. Een toepasbare goot kan tevens ook gebruikt worden voor toepassing onder de regenpijp. Bij gebruik van waterkerende voorzieningen is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden dat het water gelijkmatig geloosd wordt in de

vastgesteld

57

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

compartimenten. Hoeveelheden afvalwater In de toekomstige situatie worden 125 bungalows gerealiseerd. Dit betreffen 4-, 6-, 8-, 10-, 12- en 16- persoons bungalows. Uitgaande van een gemiddelde bezetting in het hoogseizoen met 6 personen per woning geeft dit 750 personen. Uitgaande van een lozing van 12 l/persoon/uur geeft dit een afvalwaterstroom van maximaal 9 m³/uur (2,5 l/s). Hier komt het spoelwater van het zwembad nog bij. De capaciteit van dit gemaal betreft 30,9 m3/uur bij een inkomende buis van Ø200 mm. Dit betekent dat dit het gemaal voldoende capaciteit heeft om de afvalwaterstroom aan te kunnen. Afvoer afvalwater De wens is om gebruik te maken van het bestaande rioolgemaal. Het onder vrijverval aansluiten van het nieuwe DWA-riool op het aanwezige drukrioolgemaal in het projectgebied is lastig vanwege de diepteligging van het drukrioolgemaal. Dit probleem ontstaat doordat het westelijke gedeelte een lage ligging heeft en deze putten bepalend zijn voor b.o.b. op basis van de minimale dekking 1,20 m. De redenatie achter deze minimale dekking van 1,20 is dat dit benodigd is voor de bescherming van de buis door belasting en het aansluiten van de huisaansluitingen. Voor de bescherming van de buis door belasting is minimaal 0,80 m benodigd aldus Stichting RIONED.

Huisaansluitingen worden doorgaans aangesloten aan de bovenkant van de riolering door middel van een y-stuk, een standpijp en een knevelinlaat met eventuele zettingsmogelijkheid. Om deze aansluiting te kunnen maken is minimaal 1,20 m dekking benodigd. Op enkele plekken in het westen van het gebied ontstaan problemen met de aansluiting van het riool op het drukrioolgemaal, doordat ze te laag aan komen bij een dekking van 1,20 m. Dit kan opgelost worden door de dekking te verlagen naar 0,80 m. De huisaansluitingen kunnen dan niet meer via de normale hierboven beschreven constructie op het riool worden aangesloten. Om dit op te lossen kan er een inlaat direct op de put geboord worden. Dit kan alleen bij gebruik van betonnen putten. Voor kunststof putten moet dit op maat besteld worden. Daarnaast kan er gekozen worden om de vrijkomende grond uit de beleemde watergangen, mits deze grond hiervoor geschikt is, te gebruiken voor de ophoging van lage delen in het terrein. Een alternatief is om aan de westkant de DWA-riolen niet via de centrale weg te laten lopen, maar door een verbinding rechtstreeks richting het rioolgemaal te maken. Hiervoor moet de twee bovenste westelijke watergangen ingekort worden. Daarnaast dienen enkele bungalows herpositioneerd te worden om deze streng te realiseren.

Het advies is om het plangebied te verhogen in combinatie met de aanleg van een westelijke streng richting het gemaal. Dit kan eventueel met de vrijkomende grond van de beleemde watergangen mits deze grond hiervoor geschikt is. Daarnaast heeft de voorkeur voor een minimale dekking van 1,20 m op de buis, zodat de huisaansluiting vanaf boven op het riool kunnen worden aangesloten. Wanneer het ten behoeve van de aansluiting op de gemaalput kan de dekking voor de buizen aangesloten op de westelijke putten eventueel verlaagd worden tot 0,80 m dekking op de buis, waarbij de huisaansluiting direct op de put geboord worden. Straat- en vloerpeilen Waterschap Rijn en IJssel heeft aangegeven dat de vloerpeilen minimaal 0,20, maar het liefst 0,30 m boven de as van de weg worden aangelegd. De GHG in het westen van het gebied bedraagt 2,5 tot 3,0 m-mv en is daarmee maatgevend voor de ontwateringstoetsing van het gebied. De grootste ontwateringdiepte geldt voor de hoofdweg. Deze dient minimaal 1,00 m boven de GHG te komen. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Aan de overige onderdelen wordt hiermee ook voldaan.

58

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

6.2.3

Conclusie Met inachtneming van vorenstaande aanbevelingen leidt het aspect ‘water’ niet tot belangrijke nadelige milieueffecten

vastgesteld

59

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische planopzet

Inleiding De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

7.2

Opbouw van de regels

7.2.1

Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP 2012 (Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012). De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

7.2.2.1

Begrippen In Artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

7.2.2.2

Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (Artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

60

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

7.2.3

Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a: Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van functies die in eerste aanleg strijdig zijn met de bestemmingsomschrijving of de specifieke gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden.

7.2.4

Algemene regels Anti-dubbeltelregel (Artikel 5): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels (Artikel 6): Dit artikel bevat diverse regels omtrent bestaande maatvoering, dakhelling van gebouwen, situering van woningen, herbouw of nieuwbouw van gebouwen in geval van calamiteit en situering van bijgebouwen en paardenbakken. Algemene gebruiksregels (Artikel 7): in deze regel is aangegeven wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Algemene afwijkingsregels (Artikel 8): in deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels (Artikel 9): In deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen.

De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene procedureregels (Artikel 10): In deze regels zijn algemene procedurele eisen opgenomen om de uitvoerbaarheid van de in dit plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid te waarborgen.

7.2.5

Overgangs- en slotregels In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

vastgesteld

61

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

7.3

Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouwen gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Zij zijn het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 'Wonen' Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het wonen, waarbij inwoning is toegestaan. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. Daarnaast zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor aan huis verbonden beroepen, een bed & breakfast en ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen. Wat betreft de bouwregels, zijn bepalingen opgenomen, die conform het geldende bestemmingsplan overgenomen zijn.

In afwijking van het geldende bestemmingsplan zijn alle bestaande maatvoeringen toegestaan. 'Waarde - Archeologische verwachting 2' De bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' is opgenomen ter bescherming van archeologische waarden. Het beleid dat voor deze bestemming geldt is dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen dieper van 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 5.000 m2.

62

vastgesteld

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemers en de gemeente Hof van Twente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

vastgesteld

63

Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo

Hoofdstuk 9

Vooroverleg, inspraak & zienswijzen

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2

Provincie Overijssel Het bestemmingsplan wordt voorgelegd aan de provincie Overijssel.

9.1.3

Waterschap Vechtstromen In voorliggend geval is het waterschap Vechtstromen geïnformeerd middels de digitale watertoets. Verwezen wordt naar de waterparagraaf zoals opgenomen in subparagraaf 6.2 bij deze toelichting.

9.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 gedurende 6 weken voor eenieder terinzage gelegen. Binnen de terinzagetermijn zijn er 6 zienswijzen op het plan ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de in Bijlage 17 opgenomen Zienswijzennotitie.

64

vastgesteld

Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4293/documents/60066