4. Toelichting.pdf
Tekst van het document
Toetsing De gewenste ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. Het recreatieterrein wordt namelijk landschappelijk ingepast waarbij er een grote impuls wordt gegeven aan de landschappelijke kenmerken. In paragraaf 3.1.2 is hier uitgebreid op ingegaan. Hiermee past het initiatief in het streven van streefbeeld 10 om de structuur van het landschap te behouden en te versterken. Ten aanzien van streefbeeld 11 geldt dat het initiatief past binnen het streven om het landschap als belangrijkste drager te laten dienen voor recreatie en toerisme en daarmee als sturend in de mogelijkheden te laten zijn. Tevens is er sprake van concrete behoefte, waarmee de functie inspeelt op de vraag naar recreatieaccommodaties in het toeristische gebied rond Markelo en leegstand van de vervallen stacaravans wordt voorkomen.
4.3.2
Structuurvisie Landelijk Gebied
4.3.2.1
Algemeen In de 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt. De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart;
vastgesteld
33
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. 4.3.2.2
Recreatie en toerisme Algemeen Recreatie en toerisme neemt een steeds belangrijkere plaats in het buitengebied van de Hof van Twente. Het bijzondere kleinschalige Twentse landschap met veel cultuurhistorisch waardevolle elementen vormt hiervoor een belangrijke drager. Fraaie landgoederen met eeuwenoude kastelen en karakteristieke boerderijen als Twickel en Weldam hebben een grote aantrekkingskracht op de recreant. Dit geldt ook voor natuurgebieden zoals de Borkeld. Ook de kernen, met elk een eigen karakter, zijn bezienswaardig. Dit geldt met name voor Delden en Diepenheim. Deze twee stadjes kennen een lange historie met veel monumentale bebouwing en hebben hun pittoreske aanzicht weten te behouden. Op ruim 100 locaties worden recreatieve en toeristische activiteiten uitgeoefend. Dit varieert van zeer kleinschalige activiteiten tot grote verblijfsrecreatieve voorzieningen als campings. Bungalowparken De gemeente kent ook bungalowparken. Een aantal bungalowparken wordt nagenoeg uitsluitend gebruikt voor permanente bewoning. Slechts twee tot drie parken kunnen als volledig toeristisch worden gekenmerkt. Bestaande bungalowparken mogen alleen uitbreiden als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
Zo moet er sprake zijn van een substantiële en integrale kwaliteitsslag op de locatie die tegemoet komt aan de huidige markteisen en dient onderbouwd te worden dat de uitbreiding is afgestemd op de marktvraag. De diepgang van de onderbouwing dient in redelijke verhouding te staan tot de omvang van de uitbreiding.
4.3.2.3
Toetsing aan de 'Structuurvisie Landelijk gebied'. Het plangebied is geheel gelegen binnen een recreatiebestemming. De laatste jaren zijn geen investeringen gedaan aan de camping 'De Borkeld' waardoor de camping een verouderde indruk geeft. Met de gewenste ontwikkeling wordt een kwaliteitsslag gemaakt voor het recreatiepark en de omgeving. Dankzij het vernieuwen van de recreatiewoningen en het landschappelijk inpassen van het terrein wordt het recreatiepark weer aantrekkelijk gemaakt voor recreanten en wordt leegstand voorkomen. In Verbroken kruisverwijzing naar ' Ruimtelijk kwaliteitsplan' is het Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgenomen, waarin de landschapsmaatregelen zijn weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in de 'Structuurvisie Landelijk gebied'.
34
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
4.3.3
Nota recreatie en toerisme Hof van Twente 2012-2017
4.3.3.1
Algemeen De nota Recreatie en Toerisme 2012-2027 is de opvolger van de nota Recreatie en Toerisme 2007-2012. Hof van Twente heeft zich vanaf de herindeling ontwikkeld tot een aantrekkelijke gemeente om te wonen, werken, verblijven en te recreëren. Belangrijk hierbij is geweest het behoud en versterken van de eigen identiteit van de keren. De uitstekende bereikbaarheid via de A1 en A35, maar ook het spoor en de ligging ten opzichte van de Netwerkstad zijn ''beschikbare'' kernwaarden die hierbij helpen. Daarbij het veelgeprezen landschap, de rust, de vele landgoederen, cultuurhistorie, kunststadjes Diepenheim en Delden, maar ook het hoge niveau van de toeristische infrastructuur maakt de gemeente Hof van Twente uniek en onderscheidend. De diversiteit aan overnachtingsmogelijkheden maakt de gemeente bijzonder geschikt voor een toeristisch verblijf voor diverse doelgroepen. De veelheid aan dagrecreatieve en restauratieve voorzieningen en evenementen in de gemeente maakt het ook voor de dagrecreant een prettig vertoeven. De missie van de gemeente is om de aantrekkelijkheid te behouden en waar mogelijk te vergroten.
4.3.3.2
Trends Demografische ontwikkelingen Afgaande op de huidige demografische prognoses zal de Nederlandse bevolking in de komende decennia nog maar mondjesmaat toenemen. Tot 2040 zal de bevolking blijven toenemen van 16,6 (2011) tot 17,5 miljoen inwoners. Vervolgens zal de bevolkingsomvang langzaam afnemen tot 17,3 miljoen mensen in 2050. Deze bevolkingskrimp is in Zuid-Limburg echter al ingezet. Het aandeel ouderen stijgt de komende tijd flink en bereikt zijn hoogtepunt over 30 jaar. rond 2038 is 24% van de bevolking 65 jaar of ouder. Ouderen zijn daardoor een steeds omvangrijkere doelgroep voor recreatie, met relatief veel tijd en geld. Actieve senioren gaan er graag op uit, willen dingen zien en ervaren. Meer dan 80% van de 50-plussers kiest voor een vakantiepark binnen Europa. Vraag naar kwaliteit neemt toe De schaarse beschikbare vrije tijd moet zo optimaal mogelijk ingevuld worden. De vraag naar kwaliteit zal daardoor toenemen. Ook de behoefte aan comfort en luxe neemt toe, vooral onder de oudere doelgroep, maar ook aan rust en eenvoud. De consument wordt steeds kritischer en eist kwaliteit.
4.3.3.3
Toetsing aan de nota 'Recreatie en Toerisme Hof van Twente 2012-2017' In voorliggend geval wordt een bestaand recreatiepark herontwikkeld om te voldoen aan de huidige en toekomstige vraag van recreanten. De laatste jaren zijn geen investeringen gedaan aan de camping 'De Borkeld' waardoor de camping een verouderde indruk geeft. Met de gewenste ontwikkeling wordt een kwaliteitsslag gemaakt voor het recreatiepark en de omgeving. Dankzij het vernieuwen van de recreatiewoningen en het landschappelijk inpassen van het terrein wordt het recreatiepark weer aantrekkelijk gemaakt voor recreanten en wordt leegstand voorkomen. De gewenste ontwikkeling draagt daarmee bij aan de missie van de gemeente om de gemeente aantrekkelijk te houden en waar mogelijk aantrekkelijker te maken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de nota 'Recreatie en Toerisme Hof van Twente 2012-2017'
vastgesteld
35
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
4.3.4
Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025
4.3.4.1
Algemeen In 2020 liep de Woonagenda Hof van Twente 2016 – 2020 af. In de afgelopen jaren is de woningmarkt in de gemeente behoorlijk veranderd. Het woningaanbod neemt af, de woningprijzen nemen toe en er ligt een grote demografische opgave. Zodoende is er behoefte aan een helder kader voor sturing en regie. De “Woonvisie Hof van Twente 2021-2025, een leefbare en vitale gemeente met toekomst bestendige kernen”, biedt dit kader. De belangrijkste uitdaging is zorgen voor kwalitatief goede woningen voor iedereen op de juiste plek. Dit betekent dat er meer bijgebouwd moet worden, in de juiste segmenten. Terwijl het sociale huursegment stabiel lijkt te blijven, neemt de vraag naar koop en vrije sectorhuur toe. Ook ligt er een belangrijke uitdaging in het optimaliseren en verduurzamen van de huidige woningvoorraad. Zo zorgen de gemeente voor een woningmarkt met de juiste woning voor iedereen en behouden we de goede kwaliteiten inde Hof. De woonvisie vormt de basis voor prestatieafspraken die worden gemaakt tussen de woningcorporatie, de huurders en de gemeente. De Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021 - 2025 is op 14 december 2021 vastgesteld. De woonvisie vormt de stip op de horizon voor wonen in de Hof en geeft aan waar de gemeente Hof van Twente zich met het woonbeleid de komende jaren op gaan richten.
Het geeft de ambities aan en laat zien wat de belangrijkste opgaven zijn waar de gemeente de komende jaren voor staan. Het formuleert de belangrijkste ambities om de woningmarkt te versterken: met passende woonruimte voor inwoners. De woonvisie geeft niet altijd kant en klare antwoorden op de opgaven die er liggen, maar geeft wel richting aan de manier waarop de gemeente de opgaven wil oppakken.
4.3.4.2
Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 In voorliggend geval wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Er bestaan een directe vraag naar deze woning van de huidige bewoners. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025.
4.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het relevante gemeentelijke beleid.
36
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. Artikel 3.1.6. Bro is ook van toepassing op een bestemmingsplan. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit m.e.r..
5.1
Geluid
5.1.1
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.
5.1.2
Situatie plangebied Het gaat in dit geval om de herontwikkeling van een bestaand recreatiepark. In voorliggend geval worden 125 accommodaties gerealiseerd en wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. In artikel 76 van de Wet geluidhinder is bepaald dat de geluidbelasting van bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden. Hieronder valt het omzetten van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Op grond van jurisprudentie van de Afdeling is een recreatiewoning in beginsel geen geluidgevoelig gebouw in de zin van de Wet geluidhinder (ABRvS 1 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1431). Gelet op deze uitspraak wordt gesteld dat het aannemelijk is dat de recreatiewoningen niet als geluidsgevoelig object beoordeeld hoeven te worden. Tevens is van belang dat de Winterkamperweg en Hochtweg geen drukke weggen zijn en slechts dienen ter ontsluiting van omliggende percelen. Het aspect 'geluid' vormt dan ook geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.1.3
Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor het plan.
vastgesteld
37
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In dit geval is voor het plangebied door APS - milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Door DUMEA is een verkennend asbest bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten. De volledige rapportages zijn opgenomen in Bijlage 3 en Bijlage 4 bij deze toelichting.
5.2.2
Situatie plangebied Onderzoekresultaten verkennend bodemonderzoek In de grond en het grondwater zijn plaatselijk enkele lichte verontreinigingen aangetroffen. Omdat slechts enkele lichte verontreinigingen zijn aangetroffen, is nader onderzoek naar deze verontreinigingen niet noodzakelijk. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. Onderzoekresultaten verkennend asbest bodemonderzoek Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht.De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt, na sanering van de asbesthoudende puinlaag, geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
5.2.3
Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
38
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.3.1.1
Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
5.3.1.2
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
5.3.2
Situatie plangebied Via een NIBM-tool berekening is onderzocht of de ontwikkeling als gevolg van het recreatiepark wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In deze berekening zijn de vervoersbewegingen zoals aangegeven paragraaf 3.2.4 overgenomen. De berekening laat het volgende beeld zien.
Afbeelding 5.1 Berekening NIBM-tool (Bron: ministerie van Infrastructuur en Milieu)
vastgesteld
39
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Uit de berekening blijkt dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar de effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk Tevens wordt opgemerkt dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. 5.3.3
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. De gemeente Hof van Twente heeft haar beleid ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd in de nota “Bewuste veiligheid op maat”.
5.4.2
Situatie plangebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.2 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. Het plangebied is hierin met een rode contour aangegeven.
40
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 5.2: Uitsnede risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat in de omgeving één risicobronnen aanwezig is. Wat betreft deze risicobron wordt de volgende conclusie getrokken: A1 Het projectgebied is gelegen dichtbij de snelweg (A1). Het projectgebied ligt buiten het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied. 5.4.3
Conclusie Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
vastgesteld
41
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden geaccepteerd worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2
Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente en daarmee aan te merken als een rustig gebiedstype. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes.
Milieucategorie Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
42
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.5.3
Situatie plangebied
5.5.3.1
Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2
Externe werking Hierbij gaat het voornamelijk om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Het recreatieterrein behoud de functie recreatie en wordt niet verder uitgebreid. Voor omliggende functie veranderd de situatie hiermee niet. Het recreatiebungalowpark betreft een functie dat op basis van de VNG uitgave “Bedrijven en milieuzonering” is aan te merken als een 'kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)'. Een dergelijke functie valt onder milieucategorie 3.1, waarvoor een grootste richtafstand van 50 meter geldt. De functie heeft op basis van de VNG-publicatie de volgende richtafstanden: 30 meter voor geur; 50 meter voor geluid; 30 meter voor gevaar. In dit geval ligt de bedrijfswoning die wordt omgezet naar een reguliere woning meteen aangrenzend aan het recreatiepark. De richtafstand wordt niet gehaald voor de genoemde aspecten. Er kan echter een nuancering aangebracht worden. Hierna wordt per aspect op de richtafstand ingegaan. Geur en gevaar De richtafstand van geur is met name bedoeld voor de geurbelastende onderdelen van recreatiepark. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld een centrale keuken en een sanitairgebouw.
In dit geval is er in de toekomst geen sprake van een keuken of een sanitairgebouw. Iedere recreatiewoning heeft in de toekomst een eigen keuken en badkamer. De richtafstand voor gevaar is met name bedoeld voor opslag van bijvoorbeeld brandbare gassen/stoffen of chloor. Dit kan het geval zijn bij grotere recreatiebedrijven, maar daar is in dit geval geen sprake van. Er komt geen inrichting voor gevaarlijke stoffen, waarmee dit aspect geen belemmering vormt. Bovendien komen de recreatiewoningen op een afstand van meer dan 30 meter tot de grens van het gevoelige object, betreffende de reguliere woning. Met de indeling van het kampeerterrein is hier bewust rekening mee gehouden. Dit is gedaan door de recreatiewoningen zover mogelijk van deze woning te realiseren en in de strook nabij de woning uitsluitend een parkeerterrein voor bezoekers te realiseren. Deze functie zorgt niet voor een geur- of gevaarbelasting. Geluid Ten aanzien van het aspect 'geluid' is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is in Bijlage 5 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Onderzoeksresultaten Langtijd gemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT): de etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) in de representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 45 dB(A) bedraagt en wordt voldaan aan de
vastgesteld
43
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
normstelling. Maximaal geluidniveau (LAmax): het maximale geluidsniveau (LAmax) ten gevolge van luid schreeuwende kinderen bij het zwembad in de maatgevende avondperiode ten hoogste 60 dB(A) bedraagt en voldaan wordt aan de normstelling; Toetsing indirecte hinder: De geluidbelasting ten gevolge van de indirecte hinder door verkeersbewegingen over de openbare weg ten hoogste 39 dB(A) bedraagt en is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor indirecte hinder. Uit de toetsing blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking bedrijven en milieuzonering. Gesteld kan worden dat voor wat betreft het aspect geluid er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De omgevingsdienst Twente heeft het akoestisch onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Het advies is opgenomen in Bijlage 6. 5.5.3.3
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In de omgeving bevinden zich enkele milieubelastende activiteiten. In onderstaande tabel zijn de agrarische bedrijven genoemd. Tevens is aangegeven welke milieucategorie op deze functies van toepassing is, welke richtafstand voor het omgevingstype 'rustige woonwijk' wordt geadviseerd en wat de afstand van deze activiteiten/functies tot het projectgebied is. Voor de veehouderijen is het aspect 'geur' buiten beschouwing gelaten. Bij agrarische bedrijven zijn, in het geval van veehouderijen, echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijvenbepalend. Het aspect 'geur' van veehouderijen wordt onder het kopje 'Geur' behandeld. Opgemerkt wordt dat gemeten is tussen het bouwvlak van de toekomstige woning en de bouwvlakken van milieubelastende activiteiten.
Adres/bestemming Functie
Milieucategorie
Grootste richtafstand
Afstand tot het nieuwe woningen
Winterkamperweg 28
Niet grondgebonden agrarisch bedrijf
3.2
50 meter (excl. geur)
150 meter
Winterkamperweg 26
Grondgebonden agrarisch bedrijf
3.2
50 meter (excl. geur)
167 meter
Hochtweg 7
Grondgebonden agrarisch bedrijf
3.2
50 meter (excl. geur)
600 meter
Winterkamperweg 5
Grondgebonden agrarisch bedrijf
3.2
50 meter (excl. geur)
680 meter
Winterkamperweg 3A
Dierenpension
3.2
100 meter
390 meter
Tabel 1: Milieubelastende functies (Bron: BJZ.nu) Zoals in de tabel hierboven is aangegeven, voldoet het projectgebied ruimschoots aan de richtafstanden die voor de milieubelastende functies gelden. Daarnaast wijzigt de afstand tot de omliggende functies met de gewenste ontwikkeling niet. De grootte van het recreatiepark en de locatie van de huidige bedrijfswoning wijzigen ten opzichte van de gewenste situatie niet. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van de beoogde woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
44
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Omgekeerd worden de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 5.5.4
Conclusie Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
5.6
Geur
5.6.1
Algemeen
5.6.1.1
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odeur units per kubieke meter lucht.
De definitie van een geurgevoelig object luidt: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.
5.6.1.2
Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden.
vastgesteld
45
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.6.2
Situatie plangebied In voorliggend geval gaat het om een bestaand recreatiepark en een bestaande woning. De bedrijfswoning is een bestaand geurgevoelig object waardoor wat betreft de woning geen nieuw geurgevoelig object wordt toegevoegd. Wat betreft de recreatiewoningen, worden deze gerealiseerd op dezelfde afstand als de bestaande recreatiewoningen en als in het huidige planologische regime is toegestaan. Verwacht wordt dat gezien de afstand van ruim 150 meter dat ter plaatse van de woning aan de Winterkampweg 28A en de recreatiewoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.7
Ecologie
5.7.1
Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van die- en plantensoorten.
5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1
Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het projectgebied bevindt zich naast het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied 'Borkeld'. Om inzichtelijk te maken of de voorgenomen ontwikkeling significante negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden, is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Hiermee is berekend wat de stikstofemissie is tijdens de toekomstige gebruiksfase (permanente emissie). Hierbij is het van belang of de stikstofemissie al dan niet resulteert in een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De volledige AERIUS-berekening is opgenomen in Bijlage 7 Hierna wordt ingegaan op de belangrijke onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten Uit de rekenresultaten van de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er in de salderingsberekening geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Daarbovenop wordt gesteld dat er in sprake is van een afname in depositie namelijk 0,21 mol/ha/jr.
Uit de rekenresultaten van de berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er in de salderingsberekening geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Daarbovenop wordt gesteld dat er in sprake is van een afname in depositie namelijk 0,31 mol/ha/jr. Hieruit wordt geconcludeerd dat een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden is uitgesloten. Het project is in het kader van de Wnb, aangaande de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig.
46
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.7.2.2
Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) vormt de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In afbeelding 5.3 is te zien dat het plangebied niet is gelegen binnen het NNN.
Afbeelding 5.3: Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN (Bron: Atlasvandeleefomgeving.nl) 5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1
Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd.
vastgesteld
47
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.7.3.2
Situatie plangebied Door Ecofect B.V. is een QuickScan natuurtoets uitgevoerd. Het gehele rapport is opgenomen in Bijlage 8. In onderstaande tekst worden de resultaten kort beschreven. Onderzoeksresultaten Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet natuurbescherming mogelijk wordt overtreden. Natura 2000 Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van Natura 2000 gebieden wordt mogelijk verstoring verwacht. Een voortoets Natura 2000 wordt noodzakelijk geacht. Een stikstofberekening is noodzakelijk om de mogelijke depositie op beschermde natuur in beeld te brengen. Dit wordt geadviseerd voor zowel de aanleg- als de nieuwe gebruiksfase. Een AERIUS-berekening is uitgevoerd en opgenomen in Bijlage 7. Natuur Netwerk Nederland De planlocatie is gelegen buiten het Natuur Netwerk Nederland (Natuurnetwerk Overijssel). Aangezien het Natuur Netwerk in Overijssel geen externe werking kent is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is. Flora Geen overtreding Wet natuurbescherming. Vleermuizen Geen overtreding Wet natuurbescherming. Zoogdieren Mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek egel, marterachtigen en de das wordt noodzakelijk geacht. Vogels Mogelijk overtreding Wet natuurbescherming. Nader onderzoek huismus wordt noodzakelijk geacht. Overige soorten Geen overtreding Wet natuurbescherming.
Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming die vallen onder het onderdeel houtopstanden. Nadere ecologische onderzoeken Naar aanleiding van de uitkomsten van de QuickScan zijn er nadere ecologische onderzoeken uitgevoerd door Ecofect B.V. Hieronder worden de belangrijkste resultaten weergegeven. Voortoets Natura 2000 Uit de voortoets blijkt dat er geen Passende beoordeling en/of ADC-toets noodzakelijk is omdat er geen (significante) negatieve effecten zijn op de beschermde habitattypen en doelsoorten. Ook heeft de planontwikkeling geen effect op de beheerdoelstellingen die zijn toegewezen aan dit gebied. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 12. Nader onderzoek egel Het bureau-onderzoek, habitatgeschiktheidsonderzoek en de cameravallen geven aanleiding om aan te nemen dat de egel gebruik maakt van de planlocatie. Op basis van de waarnemingen van de egel op de camera’s in combinatie geschikte habitat kan gesteld worden dat de egel gebruik maakt van de planlocatie als onderdeel van het leefgebied. Groenstructuren waarvan de egel mogelijk gebruik maakt, worden deels onderbroken en verstoord. Er dient een vergunning voor schadelijke handelingen flora en
48
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
fauna activiteit voor egel te worden aangevraagd. De benodigde vergunning is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels bij dit bestemmingsplan. Op deze manier is de bescherming van de egel voldoende geborgd. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 13. Nader onderzoek marterachtigen Het bureau-onderzoek, habitatgeschiktheidsonderzoek en de cameravallen geven geen aanleiding om aan te nemen dat de marterachtigen gebruik maken van de planlocatie. Derhalve blijft een groot deel van het habitat intact. Er zijn geen hits op de camera’s en in combinatie met het ontbreken van overige aanwijzingen (verblijfplaatsen, krabsporen, prooiresten of uitwerpselen) is er geen sprake van overtreding van de Omgevingswet. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 14. Nader onderzoek das Het bureau-onderzoek, sporenonderzoek en de cameravallen geven geen aanleiding om aan te nemen dat de das gebruik maakt van de planlocatie. Het ontbreken van hits op de wildcamera’s en de struikrovers in combinatie met het ontbreken van overige actieve dassensporen, heeft opdrachtgever alles gedaan wat redelijkerwijs van hen verwacht mag worden om te voorkomen dat er schadelijke handelingen Omgevingswet (flora- en fauna-activiteit) plaatsvinden. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 15.
Nader onderzoek huismus Uit het nader onderzoek huismus is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden er geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit Omgevingswet zijn. Bij het uitvoeren van de veldbezoeken is vastgesteld dat er geen nestindicatief is vastgesteld. Er zijn geen waarnemingen gedaan van nest- en verblijfplaatsen. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 16. 5.7.4
Conclusie Uit de nader uitgevoerde ecologische onderzoeken is gebleken dat er een vergunning voor schadelijke handelingen flora en fauna activiteit voor de egel aangevraagd dient te worden. Dit is als voorwaardelijke verplichting geborgd in dit bestemmingsplan. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1
Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
5.8.1.2
Situatie plangebied De gemeenteraad van Hof van Twente heeft het archeologische beleid verwerkt in het geldende bestemmingsplan. Het plangebied bevat de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1', 'Waarde - archeologische verwachting 2 en 'Waarde - Archeologie 2'. Gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van
vastgesteld
49
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
archeologische waarden. Op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 1' mogen zonder archeologisch onderzoek geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld verstoord wordt of het nieuw te bebouwen oppervlak groter is dan 2.500 m2. Ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' mag het niet bebouwd oppervlakte niet groter zijn dan 5.000 m2. Ter plaatse van de bestemming 'Waarde Archeologie 2' mag het oppervlakte niet groter zijn dan 50m2. In voorliggend geval is een archeologisch onderzoek vereist, gezien de omvang van het plangebied. In voorliggend geval is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Het hele rapport is opgenomen in Bijlage 9. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten archeologisch vooronderzoek De meeste indicatoren zijn aangetroffen vlak onder het maaiveld, in de top van het onderliggende dekzand. De E-, B- en BC-horizonten zijn hier verdwenen. Opvallend is dat er in het oostelijke deel – waar sprake is van een nagenoeg intacte dekzandtop en waar de top van het dekzand hoger ligt dan het westelijke deel geen vondsten zijn gedaan. Normaliter worden nederzettingsresten aangetroffen op een relatief hoger gelegen locatie.
Het vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit vuursteenafslagen, afvalmateriaal dat vrijkomt bij het vervaardigen van vuurstenen werktuigen. Op grond van de vele vuursteenvondsten kan worden aangenomen dat in het plangebied een vindplaats aanwezig is uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Op basis van de vuursteenvondsten en eerdere vondsten lijkt het zwaartepunt daarbij te liggen op het Neolithicum en in mindere mate het Mesolithicum. Mogelijk is in het westelijke onderzoeksgebied sprake van een dumpzone en is de nederzetting in het oostelijke onderzoeksgebied te zoeken. In dat geval kunnen hier naast mobiele vondsten tevens grondsporen worden verwacht. Dergelijke grondsporen zijn niet aangetroffen tijdens het booronderzoek, maar booronderzoek is een ongeschikte methode om grondsporen te vinden; daartoe zijn vormen van gravend onderzoek nodig. Gezien de intacte bodemopbouw is in het oostelijke plangebied met een nagenoeg intacte vindplaats te rekenen. Deze ligt dicht onder het maaiveld, onder een verstoord laagje van 5 tot circa 25 cm èn een stuifzandlaagje van gemiddeld 40 cm dik. Archeologische resten liggen in het westelijke plangebied zeer dicht onder het maaiveld. In het oostelijke deel liggen ze wat dieper onder het maaiveld.
Binnen de archeologie is het gebruikelijk bij bodemingrepen een bufferzone te hanteren van 30 cm op een intacte bodemlaag met vermoedelijke vindplaats. Binnen deze bufferzone mogen geen bodemingrepen plaatsvinden. Ondanks de vermoedelijk beperkte ingrepen als gevolg van de bouw van nieuwe vakantiehuisjes is ook te rekenen met bijbehorende infrastructuur en Nuts-voorzieningen. Het kan al met al lastig worden deze resten te ontzien. De beste optie is om een (dik, tenminste 30-40 cm) grondpakket aan te brengen, waarbinnen ook de werkzaamheden beperkt blijven en de vakantiehuizen op plaatfunderingen te plaatsen waarbij bodemverstoring tot een minimum beperkt blijft. Een andere optie is om een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren (conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVOP). Hiervoor is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen benodigd. We adviseren de proefsleuven zowel in het oostelijke als het westelijke onderzoeksgebied aan te leggen. Gebruikelijk is om ongeveer 10 procent van een onderzoeksgebied op te graven door middel van proefsleuven. Daarmee wordt in totaal ongeveer 750 m2 ontgraven. Andere optie is dat op de locaties van de geplande huisjes kleine proefsleufjes worden gegraven. Daarbij dient te worden opgemerkt dat steentijd
50
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
opgravingen relatief arbeidsintensief zijn Gezien de zeer hoge kans op een of meer vindplaatsen, wordt geadviseerd in het PvE te voorzien in een doorstart naar een opgraving. Daarbij wordt het gehele te verstoren terrein opgegraven. Vindplaatsen gaan daarbij verloren, maar de kennis die hierin besloten ligt, blijft behouden. Dit advies is overgenomen door de gemeente Hof van Twente. In voorliggend geval is het noodzakelijk om een (dik, tenminste 30-40 cm) grondpakket aan te brengen, waarbinnen ook de werkzaamheden beperkt blijven en de vakantiehuizen op plaaffunderingen te plaatsen waarbij bodemverstoring tot een minimum beperkt blijft. Daarnaast moet er op worden gelet dat de riolering en kabels geen verstroing van de vindplaats opleveren. Om de archeologische verwachting te borgen in het plangebied zijn in voorliggend bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' opgenomen. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1
Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.
5.8.2.2
Situatie plangebied In het plangebied is er geen sprake van karakteristieke gebouwen. Ook in de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen monumenten. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt dan ook geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
5.8.3
Conclusie Het aspect 'Archeologie & Cultuurhistorie' vormt met inachtneming van het in 5.8.1.2 genoemde geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Kader In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: Een plan kan m.e.r.-plicht zijn indien een passende beoordeling op basis van art. 2.8 van de Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er
vastgesteld
51
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.- beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. 5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1
Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming In de AERIUS-berekening (Bijlage 7) wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.
5.9.2.2
Drempelwaarden Besluit m.e.r. De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
52
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Het plan betreft de uitbreiding van een recreatiebedrijf. De ontwikkeling is concreet beschreven in paragraaf 3.1. In onderdeel D 10 wordt onder een stedelijke ontwikkeling het volgende verstaan: 'de aanleg wijziging of uitbreiding van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 250.000 bezoekers of meer per jaar; 2. Een oppervlakte van 25 hectare of meer, of 3. Een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
In voorliggend geval gaat het om de herbestemming van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning en het realiseren van 125 recreatiewoningen waarvan 94 vergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. In dit geval is uit de milieuaspecten in Hoofdstuk 5 gebleken dat er geen sprake is van significante negatieve effecten van de ontwikkeling ten aanzien van de omgeving. De ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is hiermee niet noodzakelijk. Bovendien blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Het bevoegd gezag zal een besluit nemen op de in deze paragraaf opgenomen vormvrije m.e.r. beoordeling.
vastgesteld
53
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
5.9.3
Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
54
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees- en rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.