4. Toelichting.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxWintkmpwg30-VS10
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Inhoudsopgave
Toelichting
2
3
Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer
4 4 4 5 5 7
Hoofdstuk2 2.1 2.2
Huidige situatie Landschappelijke aspecten Situatie plangebied
8 8 8
Hoofdstuk3 3.1 3.2
Planbeschrijving Gewenste situatie Verkeer en parkeren
11 11 16
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
18 18 20 32
Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
37 37 38 38 40 41 45 46 49 51
Hoofdstuk6 6.1 6.2
Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf
55 55 56
Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen
60 60 60 62
Hoofdstuk8
Economische uitvoerbaarheid
63
Hoofdstuk9 9.1 9.2
Vooroverleg, inspraak & zienswijzen Vooroverleg Zienswijzen
64 64 64
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Toelichting
vastgesteld
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Winterkamperweg 30 en 28B te Markelo, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Ter plaatse bevindt zich een verouderd recreatiepark. Op het park bevinden zich 180 standplaatsen voor caravans, toercaravans en passanten. Daarnaast staan op het park twee bedrijfswoningen en een gebouw met centrale voorzieningen waaronder een buitenzwembad en een sanitair gebouw. Initiatiefnemer is voornemens om de kwaliteit van het park te verbeteren, zodat het aanbod op het park beter aansluit op de behoefte van de (toekomstige) recreant. Het nieuwe plan gaat uit van het verwijderen van de huidige stacaravans en het plaatsen van 124 nieuwe accommodaties, bestaande uit luxe stacaravans tot 70 m2 en grotere accomodaties. Dit aantal is onderverdeeld in: 94 stacaravans met een oppervlakte van minder dan 70 m2; 26 recreatiewoning met een maximale inhoud van 370 m3; 5 groepsaccommodaties met een maximale inhoud van 770 m3. Daarnaast wordt een nieuw receptiegebouw gerealiseerd. Tevens wordt in de toekomst één bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Dit plan zou ten aanzien van de 94 stacaravans met een oppervlakte minder dan 70 m2 vergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd. De 31 accommodaties met een oppervlakte van meer dan 70 m2 passen echter niet in het huidige bestemmingsplan.
Daarom is een bestemmingsplanherziening benodigd. Voor het herbestemmen van één bedrijfswoning naar een reguliere woning is ook een bestemmingsplanherziening benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader voor het totale plan en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Winterkamperweg 30 en 28B te Markelo, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, ten noordwesten van de kern Markelo. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Markelo en de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
4
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 1.1 Plattekaart.nl)
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van Markelo en de directe omgeving (Bron:
De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxWintkmpwg30-VS10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen "Buitengebied Hof van Twente" (vastgesteld 9 december 2015), "Buitengebied Hof van Twente Veegplan 2018" (vastgesteld 10 juli 2018), "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019" (vastgesteld 15 oktober 2019). "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" (vastgesteld 29 maart 2021) en ''Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2021'' (vastgesteld op 4 oktober 2022). Ten aanzien van de planologische situatie zijn bij voorliggend initiatief de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" opgenomen. Het plangebied is hierin aangegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
vastgesteld
5
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Deze enkelbestemming bevat twee bouwvlakken. Tevens gelden de aanduidingen 'verblijfsrecreatie' en 'horeca'. Verder gelden voor het gehele plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1', 'Waarde Archeologische verwachting 2', de 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Hierna wordt nader ingegaan op de geldende bestemming: Recreatie - Verblijfsrecreatie Gronden met de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zijn met name bestemd voor de bedrijfsmatige exploitatie van een recreatieterrein ten behoeve van verblijfsrecreatie en maximaal 7 trekkershutten per recreatieterrein ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie'. Ter plaatse van de aanduiding 'horeca' zijn bestaande en legale zelfstandige horecavoorzieningen toegestaan.
Daarnaast zijn de gronden bestemd voor het bestaande en legale aantal bedrijfswoningen waarbij inwoning is toegestaan, twee recreatiewoningen, een bed & breakfast, aan huis verbonden beroepen en onsluitingsvoorzieningen en onsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, detailhandel, horeca categorie 1, sanitaire voorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. De aanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied' zorgt niet voor aanvullende bepalingen ten opzichte van deze
6
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
bestemming. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Stacaravans mogen een maximale oppervlakte van 70m2 bedragen. 'Waarde - Archeologische verwachting 1' De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm. 'Waarde - Archeologische verwachting 2' De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 40 cm. 'Waarde - Archeologie 2' De archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is opgenomen ter bescherming van daar te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is benodigd bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm. 1.4.3
Strijdigheid Dit plan zou ten aanzien van de 94 stacaravans met een oppervlakte minder dan 70 m2 vergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd. De 31 accommodaties met een oppervlakte van meer dan 70 m2 passen echter niet in het huidige bestemmingsplan. Er is dan ook een bestemmingsplanherziening benodigd om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voor het herbestemmen van één bedrijfswoning naar een reguliere woning is ook een bestemmingsplanherziening benodigd.
1.5
Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.
vastgesteld
7
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Landschappelijke aspecten Het plangebied ligt aan de Winterkamperweg in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, op circa een kilometer ten noordwesten van de kern Markelo. Het plangebied is gelegen in het 'oude hoevenlandschap', ook wel het 'kampenlandschap' genoemd. Dit is een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. De eerste nederzettingen, die bestonden uit groepjes kleine boerderijen, lagen op de overgangen van hoog naar laag, op of langs kleine ruggen en rond de koppen in het dekzandgebied. Om het akkerland tegen het vee te beschermen werd elke kamp omgeven door hagen of houtwallen. Deze beplantingen bepalen nog grotendeels het karakter van het gebied. De houtwallen, singels, bosjes, boomgroepen, weg- en erfbeplantingen maken het landschap aantrekkelijk. De verkaveling die mede gevormd is door de loop van de beken, de hoogteverschillen en de tracering van de wegen is de afgelopen eeuw weinig veranderd. In de omgeving van het plangebied liggen verspreid woonpercelen en agrarische percelen in een overwegend agrarische landschap. Tevens liggen er verspreid bos/natuurpercelen. Ten noordwesten grenst het plangebied aan een groot natuurperceel.
2.2
Situatie plangebied Het plangebied zelf betreft een verouderd recreatiepark genaamd 'Camping De Borkeld'. Momenteel is het niet meer actief in gebruik. Het voormalige recreatiepark bood plek voor circa 140 stacaravans en circa 40 plaatsen voor toercaravans. Centraal op het terrein is ook een sanitair gebouw gelegen. Het parkeren van auto's gebeurt op de centrale parkeerplaatsen. Het park geeft een verloederde indruk doordat er in de laatste jaren niet meer in is geïnvesteerd. Op het recreatieterrein zijn momenteel 2 bedrijfswoningen aanwezig. Het plangebied wordt globaal begrensd door een de Winterkamperweg aan de zuidzijde, de Hochtweg aan de oostzijde, een agrarisch perceel aan de westzijde en natuurpercelen aan de west- en noordzijde. In de volgende afbeeldingen zijn luchtfoto's en straatbeelden van de huidige situatie opgenomen.
8
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK
vastgesteld
9
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 2.2 Straatbeeld huidige situatie bedrijfswoning aan de Winterkamperweg 28B (Bron: Google Streetview)
Afbeelding 2.3 Straatbeeld huidige situatie bedrijfswoning aan de Winterkamperweg 30 (Bron: Google Streetview)
10
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
3.1.1
Algemeen
Planbeschrijving
Het plan betreft het ontwikkelen van een bestaand recreatieterrein naar een recreatieterrein dat klaar is voor de toekomst. Om het park weer aan te sluiten bij de huidige en toekomstige vraag van de recreant, moeten er grote investeringen worden gedaan. De investering in de kwaliteit van het park komt tot uiting in de verhuurobjecten, de inrichting van de buitenruimte van het recreatiepark en de centrale voorzieningen. Het plan voor 'De Borkeld' gaat uit van een goede mix van verhuurobjecten, die aanlsuit bij de huidige en toekomstige vraag van de recreant. Het is de bedoeling om in de loop van de jaren, de bestaande oude stacaravans te vervangen door nieuwe chalets. In totaal worden 124 nieuwe accommodaties aangelegd. Naast 94 stacaravans met een maximale oppervlakte van 70 m2, geschikt voor maximaal 6 personen, worden ook 26 recreatiewoningen en 5 groepsaccommodaties gebouwd. Het bestaande sanitairgebouw wordt omgevormd tot een groepsaccommodatie en maakt deel uit van de 5 groepsaccommodaties. De accommodaties zijn gericht op recreaten die opzoek zijn naar rust, ruimte en natuur. Daarnaast wordt de bestemming van de bedrijfswoning gelegen aan de Winterkamperweg 28B gewijzigd naar een reguliere woning. In recreatieparken in Nederland is er een toenemende behoefte aan accomodaties voor grotere groepen.
De verhuur van groepsaccomodaties op andere parken zoals Landal Buitengoed de Amerongse Berg, Landal de Vlinderhoeve en Landal De Sallandse Heuvelrug loopt buitengewoon goed. Deze groepsaccomodaties zijn duurzaam gebouwd volgens de nieuwste BENG eisen. In afbeelding 3.1 zijn foto's opgenomen van deze groepsaccommodaties. Naast de investering in de kwaliteit van de verhuurobjecten, wordt geinversteerd in de centrale voorzieningen op het park. Om onderscheidend te zijn ten opzichte van andere recreatieparken wordt in de gewenste situatie een centrumvoorziening met receptie en diverse speelruimtes gerealiseerd. In afbeelding 3.2 is een plattegrond van de gewenste situatie opgenomen. De situatietekening is ook opgenomen in
vastgesteld
11
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 3.1 Foto's accommodaties Landal De Vlinderhoeve, Landal De Sallandse Heuvelrug en Landal Amerongse Berg (Bron: Roosdom Tijhuis).
12
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
vastgesteld
13
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 3.2 Gewenste situatie Winterkampersweg 30 te Markelo (Bron: Roosdom Tijhuis) De ontwikkeling bestaat samenvattend uit: Het verwijderen van de huidige stacaravans; Het plaatsen van 124 nieuwe accommodaties. Dit aantal is onderverdeeld in: 1. 94 stacaravans met een oppervlakte van minder dan 70 m2; 2. 26 recreatiewoning met een maximale inhoud van 370 m3; 3. 4 groepsaccommodaties met een maximale inhoud van 770 m3; Het sanitairgebouw verbouwen tot groepsaccommodatie met een maximale inhoud van 770 m3; Het ontwikkelen en bouwen van een centrumgebouw met receptie en diverse speelruimtes; Het wijzigen van de bestemming van de tweede bedrijfswoning op het perceel naar een reguliere woning; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het recreatieterrein. 3.1.2
Landschappelijke inpassing Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het plangebied is door BJZ.nu een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In afbeelding 3.2 is het inrichtingsplan weergegeven. De volledige weergave van het ruimtelijk kwaliteitsplan, inclusief legenda van het inrichtingsplan en bijbehorende onderbouwing, is opgenomen in Verbroken kruisverwijzing naar ' Ruimtelijk kwaliteitsplan'.
14
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 3.2 Inrichtingsplan Winterkampersweg 30 te Markelo (Bron: BJZ.nu) Het plangebied wordt landschappelijk ingepast door het aanplanten van
vastgesteld
15
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
struweelbeplanting, het behouden van bestaand bos, het verdichten van de bestaande houtsingel en het inzaaien van kruidenrijk grasland. Het eindbeeld van de aan te planten struweelbeplanting betreft compacte struiken waarbij er een gemengd en gesloten struweel ontstaat wat bijdraagt aan de biodiversiteit.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen Voor wat betreft de parkeernormering wordt aangesloten bij de gemeentelijke parkeernota. Voor wat betreft de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW publicatie toekomstbestendig parkeren (publicatie 381), aangezien de gemeentelijke parkeernota hierover geen cijfers noemt. De CROW gaat uit van een minimale en maximale verkeersgeneratie. Dit is de bandbreedte. In dit geval is uitgegaan van het gemiddelde.
3.2.2
Uitgangspunten De gemeente Hof van Twente heeft eigen parkeernormen vastgesteld. De parkeernormen maken onderscheid in functie, verstedelijkingsgraad en stedelijke zone. Voor wat betreft verstedelijkingsgraad en stedelijke zone wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk; Stedelijke zone: buitengebied
3.2.3
Parkeren Voor een bungalowpark geldt op basis van de gemeentelijke parkeernota een parkeerbehoefte van 2.1 parkeerplaatsen per bungalow. In totaal betekent dit dat er 125*2.1 = 262,5 (263) parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd ten behoeve van het recreatieterrein 'De Borkeld'. In dit geval is het mogelijk om bij elke stacaravan, recreatiewoning en groepsaccommodaties één of twee auto's te parkeren. In Bijlage 1 zijn de parkeerplaatsen ingetekend in de situatietekening. Naast de parkeerplaatsen bij de accommodaties is, er bij de ingang naar het park een centrale parkeerplaats met diverse laadpalen gerealiseerd. In totaal worden bij de verschillende accommodaties en het gezamenlijke parkeerterrein 263 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt er voldaan aan de parkeerbehoefte. Voor de bedrijfswoning gelegen aan de Winterkamperweg 30 en de reguliere woning gelegen aan de Winterkamperweg 28B geldt op basis van de gemeentelijke parkeernota een parkeerbehoefte van 2,4 per woning. In totaal betekend dit een parkeerbehoefte van afgerond 5 parkeerplaatsen. Rondom de woningen is ruim voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte van de woningen te voorzien.
3.2.4
Verkeersgeneratie
3.2.4.1
Huidige situatie Voor een camping geldt op basis van de CROW (publicatie 381) een verkeersgeneratie van 0,4 per standplaats per etmaal. De camping telt 180 standplaatsen. Voor de bedrijfswoning gelegen aan de Winterkamperweg 30 en de reguliere woning gelegen aan de Winterkamperweg 28B geldt op basis van de CROW (publicatie 381) een verkeersgeneratie van 8,2 per woning per etmaal. De verkeersgeneratie van de huidige situatie is 88,4 verkeersbewegingen.
16
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
3.2.4.2
Toekomstige situatie Voor een bungalowpark geldt op basis van de CROW (publicatie 381) een verkeersgeneratie van 2.7 per bungalow per etmaal. Voor de bedrijfswoning gelegen aan de Winterkamperweg 30 en de reguliere woning gelegen aan de Winterkamperweg 28B geldt op basis van de CROW (publicatie 381) een verkeersgeneratie van 8,2 per woning per etmaal. De verkeersgeneratie van de gewenste ontwikkeling resulteert in 353,9. Ten opzichte van de huidige situatie neemt de verkeersgeneratie met de gewenste ontwikkeling toe met 265,5. De verhuurobjecten zijn met de auto bereikbaar via de verharde weg op het park. Deze wegen hebben een breedte van minimaal 4 meter, zodat zij ook geschikt zijn voor de hulpdiensten. Voor het recreatiepark zal een nieuwe veilige ontsluiting op de Hochtweg worden gerealiseerd. De bovengenoemde verkeersgeneratie kan eenvoudig worden afgewikkeld via de Hochtweg. Deze weg is van voldoende capaciteit om deze verkeersgeneratie eenvoudig en veilig te kunnen afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
vastgesteld
17
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1
Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2
Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt
18
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
4.1.1.4
Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1
Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere
vastgesteld
19
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2
Toetsing van het initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, dient dit project als zodanig te worden beschouwd en moet er getoetst worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierna wordt het voornemen getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling De gemeente Hof van Twente geeft in de nota 'Recreatie en Toerisme 2012-2027' (4.3.3), dat de diversiteit van overnachtingsmogelijkheden de gemeente bijzonder geschikt maakt voor een toeristisch verblijf voor diverse doelgroepen. Met de gewenste ontwikkeling wordt een onderscheidend aanbod gecreëerd door het realiseren van verschillende typologieën recreatieverblijven. Kleine recreatiewoningen zijn geschikt voor maximaal 6 personen. Met de gewenste ontwikkeling wordt het aanbod aangevuld met een aantal groepsaccommodaties die geschikt zijn voor groepen van 8 tot 22 personen. De ervaring van de afgelopen jaren op de camping 'De Borkeld' leert dat er behoefte is aan meer accommodaties voor grotere groepen. Ook wordt aangegeven in de nota 'Recreatie en Toerisme 2012-2027' (4.3.3), dat de vraag naar kwaliteit toeneemt.
De behoefte aan comfort en luxe neemt toe, vooral onder de oudere doelgroep, maar ook aan rust en eenvoud. De consument wordt steeds kritischer en eist kwaliteit. Initiatiefnemer is voornemens om de kwaliteit van het park te verbeteren, zodat het aanbod op het park beter aansluit op de behoefte van de (toekomstige) recreant. De investering in de kwaliteit van het park komt tot uiting in de verhuurobjecten, de inrichting van de buitenruimte van het recreatiepark en de centrale voorzieningen. In voorliggend geval wordt invulling gegeven aan de vraag aan kwaliteit door de verouderde stacaravans te vervangen en een kwaliteitsimpuls te geven aan het recreatiepark en de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voorziet in de kwalitatieve behoefte, zoals opgenomen in e nota 'Recreatie en Toerisme 2012-2027' . Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied Onderdeel van de Ladder voor duurzame verstedelijking, is de vraag of de voorgenomen ontwikkeling kan plaatsvinden binnen het bestaand stedelijk gebied door een andere bestemming van een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. Hierbij dient te worden gekeken naar de beschikbare ruimte en (financiële) haalbaarheid van het voornemen. In voorliggend geval vindt de voorgenomen ontwikkeling plaats op gronden die volledig zijn voorzien van een recreatiebestemming.
In die zin kan worden gesteld dat de ontwikkeling plaatsvindt binnen een terrein met een stedelijke functie. Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking Geconcludeerd kan worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg staat.
4.1.3
Toetsing van het initiatief aan Rijksbeleid Geconcludeerd kan worden dat de in voorliggende wijzigingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het Rijksbeleid
4.2
Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel.
20
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: a. Of – generieke beleidskeuzes b. Waar – ontwikkelingsperspectieven c. Hoe – gebiedskenmerken Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
4.2.3.1
Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties.
vastgesteld
21
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2
Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3
Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
22
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing van voorliggend initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld.
4.2.4.1
Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en 2.12 (Verblijfsrecreatie), uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: d. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; e. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
vastgesteld
23
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is sprake van de herontwikkeling van een bestaand recreatieterrein ten behoeve van de kwaliteit van het park, zodat het park beter aansluit op de behoefte van de recreant. Het voorliggend plan geeft de gewenste kwaliteitsslag ten aanzien van een verouderd terrein wat reeds is voorzien van een recreatieve bestemming. De voorgenomen ontwikkeling ziet hierdoor niet toe op de realisatie van een nieuw recreatieterrein maar alleen de verbetering en uitbreiding van een bestaand recreatieterrein. Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5): Principe van ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, door de sloop van verouderde (sta)caravans en de bijbehorende landschappelijke inpassing. Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagraven wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.
– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Met de gewenste ontwikkeling wordt een camping met 180 staplaatsen herontwikkeld naar een recreatiepark met 125 accommodaties. Recreatie maakt een onlosmakelijk deel uit van de gemeente Hof van Twente en in het bijzonder het gebied rondom Markelo. Door de ontwikkeling wordt het belang van de ondernemer gediend. Daarnaast worden ook de volgende maatschappelijke belangen gediend: versterken verblijfsrecreatie en vergroten economische activiteiten in het buitengebied. Met de landschappelijke inpassing geeft het invulling aan het beleefbaar maken van het gebied.
24
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
De gehele ontwikkeling wordt op een adequate wijze landschappelijk ingepast. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding met de geboden ontwikkelingsruimte en zorgen voor een aanzienlijke kwaliteitsimpuls ter plaatse. Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met het artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.12: Verblijfsrecreatie Lid 1 Bestemmingsplannen en projectbesluiten voorzien uitsluitend in de bouw van nieuwe recreatiewoningen indien en voor zover het betreft: 1. de nieuwbouw van een complex van recreatiewoningen waarvan het recreatieve gebruik door middel van een op verhuur gerichte bedrijfsmatige exploitatie is verzekerd en tevens sprake is van een innovatief concept dan wel een kwaliteitsimpuls van bestaande recreatieterreinen waarvan de bouw van nieuwe recreatiewoningen onderdeel uitmaakt; 2. de locaties voor verblijfsrecreatie die als zodanig zijn aangegeven op kaart Recreatie waarbij geldt dat op locaties aangeduid met 'alleen kleinschalige complexen' zijn toegestaan, mits door middel van een op verhuur gerichte bedrijfsmatige exploitatie verzekerd is dat er sprake zal zijn van recreatief gebruik.
Lid 2 Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op recreatiewoningen die worden gerealiseerd in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, voor zover deze recreatiewoningen voldoen aan de eis van op de verhuurgerichte, bedrijfsmatige exploitatie. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.12 van de Omgevingsverordening Overijssel Een bestaand recreatieterrein wordt voorzien van een kwaliteitsimpuls, door ter plaatse een recreatiepark te herontwikkelen dat voldoet aan de vraag in de recreatiemarkt. Door een nieuwe, groene inrichting van het recreatiepark, alsmede het behoud van zoveel mogelijk bestaande beplanting wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing. Het recreatiepark hanteert in de toekomst een helder en duidelijk beleid ten aanzien van permanente bewoning. Het wordt notarieel vastgelegd dat permanente bwoning van de recreatiewoningen niet wordt geaccepteerd. Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.12 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Eén en ander is eveneens onderbouwd in het in Verbroken kruisverwijzing naar ' Ruimtelijk kwaliteitsplan' opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. 4.2.4.2
Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot de ontwikkelingspercpectieven ''Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'', ''Zone Ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)'' en Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap''. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart opgenomen. Het plangebied is met de rode belijning weergegeven.
vastgesteld
25
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 4.2 Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Recreatieve functies worden als passend gezien in het mixlandschap. Dit zorgt voor het vitaal houden van het landelijk gebied. De functie zorgt niet voor een belemmering van omliggende functies, waarmee gesteld wordt dat het daarmee in harmonie wordt ontwikkeld.
Tevens zorgt de landschappelijke inpassing en de sloop van verouderde (sta)caravans dat de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Het voornemen is hiermee in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.
26
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Hier staat de ambitie ‘voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen’ voorop en gelden tevens de ruimtelijke kwaliteitsambities: ‘zichtbaar en beleefbaar mooi landschap’, ‘sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel’ en ‘continu en beleefbaar watersysteem’. Verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming krijgen de ruimte, welke verdiend wordt door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe dan ook niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Met voorliggend initiatief wordt hoofdzakelijk een impuls gegeven aan het recreatieterrein. Het recreatieterrein wordt landschappelijk ingepast. Aangezien de recreatiebestemming reeds aanwezig is, en slechts binnen deze bestemming wordt vergroot, wordt gesteld dat dit de landbouw niet zal beperken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het beoogde ontwikkelingsperspectief.
'Zone ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)' Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Toetsing aan het Ontwikkelingsperspectief 'Zone ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)' Het noordwesten van het plangebied is zeer beperkt gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Zone ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)'. Binnen dit ontwikkelingsperspectief zijn initiatieven en functies toegestaan die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Op basis van het Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgenomen in Verbroken kruisverwijzing naar ' Ruimtelijk kwaliteitsplan' worden ter plaatse van dit ontwikkelingsperspectief hoofdzakelijk landschapselementen versterkt ten behoeve van de inpassing van het voornemen in het gebied.
Daarnaast betreft de recreatieve functie een economische drager van de kwaliteit van de omgeving. De voorgenomen recreatieve ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3
Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' kan in dit geval buiten beschouwing worden gelaten, aangezien voor de locatie en de aangrenzende gronden met betrekking tot deze ontwikkelingsperspectieven geen specifieke eigenschappen gelden. Ook de laag van de beleving is buiten beschouwing gelaten aangezien er voor deze laag ook geen specifieke kenmerken gelden ter plaatse van het plangebied. 1.
vastgesteld
De Natuurlijke laag
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Stuwwallen'. In afbeelding 4.3 is dat weergegeven.
Afbeelding 4.3 Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Stuwwallen”
28
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de 'ingangen' van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De ambitie van de provincie speelt in op het gebruik van passende natuurlijke beplanting, evenals het versterken en beleefbaar (zichtbaar) maken van de natuurlijke ondergrond en het reliëf.
Bij de landschappelijke inpassing van de voorliggende ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten. Voorzover er nog sprake is van hoogteverschillen blijven deze behouden. Het één en ander blijkt ook uit het in Verbroken kruisverwijzing naar ' Ruimtelijk kwaliteitsplan' opgenomen Ruimtelijk Kwaliteitsplan. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de natuurlijke laag. 2.
De laag van het agrarische cultuurlandschap
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype “Jong heide- en broekontginningslandschap”. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven. Het plangebied is hier aangegeven met een rode contour.
vastgesteld
29
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Afbeelding 4.4 Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) “Jong heide- en broekontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplexen. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat.
Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van de voorliggende ontwikkeling aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Binnen de voorliggende ontwikkeling wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de ambities binnen de ontwikkelingsperspectief van het Jonge heide- en broekontginningslandschap. De bebouwing wordt op het bestaande erf gebouwd en de verouderde (sta)caravans worden verwijderd.
30
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
Middels het Ruimtelijk Kwaliteitsplan (Verbroken kruisverwijzing naar ' Ruimtelijk kwaliteitsplan') wordt getracht om zoveel mogelijk streekeigen beplanting, kenmerkend voor het jonge heide- en ontginningslandschap, te behouden en toe te voegen. 3.
Laag van de beleving
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van de beleving” aangeduid met het gebiedstype “Donkerte”. In afbeelding 4.5 is dat weergegeven.
Afbeelding 4.5 Laag van de beleving: “Donkerte” (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' In voorliggend geval is sprake van een recreatiepark. Op het park zal enkel noodzakelijk kunstlicht worden geplaatst (bij bijvoorbeeld de hoofdweg en de voorzieningen). De
vastgesteld
31
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
bungalows zelf zullen ook niet zorgen voor onevenredige toename van kunstlicht. De toename van waarneembaar kunstlicht dat strijdig is met het gebiedstype “Donkerte” zal beperkt zijn, aangezien in het plangebied reeds sprake is van bestaande recreatiewoningen en -voorzieningen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen niet in strijd is met de 'Laag van de beleving'. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorliggende ontwikkeling worden in dit hoofdstuk behandeld.
4.3.1
Strategische Visie 'Hof van Twente - Zicht op 2030'
4.3.1.1
Algemeen In de strategische visie 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 11 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld.
4.3.1.2 Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.
Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied.
32
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Winterkamperweg 30 Markelo
4.3.1.3 Streefbeeld 11: Nieuw evenwicht in functies in het buitengebied is ontstaan met een nieuwe toeristisch-recreatieve publiekstrekker Hof van Twente kenmerkt zich door kleinschalige initiatieven en een hoge mate van vakmanschap. In deze combinatie zijn in 2030 veel kleine innovaties gemaakt. Denk aan knooperven waar eigenaren zorgdragen voor landschapselementen als paden en houtwallen. Of verschillende vormen van CO2 reductie bij agrarische bedrijven en hun toe- en afvoer. Of de kennis die we opbouwen in het toekomstbestendig maken van onze gemeente in het licht van vergrijzing en krimp. Het aandeel van recreatie en toerisme in de lokale economie is in 2030 onverminderd groot in Hof van Twente. De toeristisch-recreatieve infrastructuur is geoptimaliseerd. Het landschap is de belangrijkste drager voor recreatie en toerisme en is daarom sturend in de mogelijkheden die er zijn. Er is invulling gegeven aan de behoefte die er was aan de toevoeging van een attractie van bovenregionaal belang. Hierbij is actief gebruik gemaakt van de toeristisch-recreatieve potentie die het gebied de Domelaar in Markelo bood, na de afbouw van de zandwinningsactiviteiten. Er zijn attracties voor gezinnen en er is een verbeterde verknoping van de bestaande attracties en verblijfaccommodaties in de regio in de vorm van arrangementen. 4.3.1.4