CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Definitieve model bepalingen.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2023, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: Ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland 2023941 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept-artikelen op te nemen in gemeenschappelijke regelingen Artikel X Toetreding 1. Een college kan tot de regeling toetreden mits de wet zich daartegen niet verzet. 2. Toetreding tot de regeling vindt plaats bij besluit van het algemeen bestuur. 3. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.

Artikel X Wijziging 1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges, kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. De regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de colleges, met inachtneming van artikel 1, tweede tot en met vierde lid van de wet.

Artikel X Uittreding 1. Uittreding van één der gemeenten vindt niet eerder plaats dan per 1 januari van enig jaar, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere gemeenten van minimaal 24 maanden. 2. Na ontvangst van het besluit tot uittreding worden door de gemeenten een in overleg met de uittredende gemeente aan te wijzen onafhankelijke externe deskundigen, waarvan minimaal één financieel onderlegde deskundige en één juridisch onderlegde deskundige, opdracht verleend een plan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente naar redelijkheid en billijkheid: • de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden; • aansprakelijk blijft voor alle schulden en de overige verplichtingen van het openbaar lichaam op het tijdstip van uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen als bedoeld in artikel …, in het laatste jaar van deelname, mits dit niet is verdisconteerd in het plan. 3. Het algemeen bestuur stelt het hierboven genoemde plan vast. De in het plan vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend.

Alternatief: 2 De uittredende gemeente is een eenmalige afkoopsom verschuldigd van … keer de jaarlijkse bijdrage gebaseerd op de bijdrage van de gemeente in het laatste jaar van deelname. 3. Het algemeen bestuur stelt de hierboven genoemde afkoopsom bij besluit vast. De in het besluit vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend.

Artikel X Opheffen 1. Deze regeling kan slechts worden opgeheven bij [unaniem/n.o.t.k. meerderheid] besluit van de deelnemende colleges. 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. 3. In geval van een opheffing, zoals vermeld in het voorgaande lid, wordt het dagelijks bestuur belast met het opstellen van een liquidatieplan. Bij het opstellen van dit plan kan zo nodig worden afgeweken van de bepalingen in deze regeling. In het plan wordt voorzien in de personele gevolgen van de opheffing.

4. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vast nadat de colleges en raden van de gemeenten hun zienswijzen daarop hebben kunnen inbrengen. 5. Het dagelijks bestuur wordt belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 6. Het openbaar lichaam blijft voortbestaan zolang dit voor de liquidatie van het vermogen nodig is. De bestuursorganen blijven zolang functioneren.

Artikel X Zienswijze De zienswijzeprocedure is van toepassing bij meerjarenprogramma’s. Of 1. Bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes, besluit het algemeen bestuur hoe en wanneer de raden in het besluitvormingsproces betrokken worden. 2. Indien het algemeen bestuur besluit dat de raden in het besluitvormingsproces om zienswijzen zullen worden gevraagd, dan is op de zienswijzeprocedure artikel 35 eerste tot en met vierde lid van de wet van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. 3. Indien een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoekt, dan vindt er een zienswijzeprocedure plaats.

Artikel X Evaluatie Variant 1: 1. Het algemeen bestuur evalueert in het jaar voorafgaande aan de reguliere gemeenteraadsverkiezingen de regeling en gaat daarbij in elk geval in op de bestuurlijke samenwerking binnen (<>), de doelstelling en de dienstverlening vanuit (<>) aan de deelnemende gemeenten. 2. De raden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de evaluatie naar voren te brengen. Artikel 35 eerste tot en met vierde lid van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Variant 2: De regeling wordt uiterlijk een maand voorafgaande aan het eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad geëvalueerd, voor het eerst in 2026. Deze evaluatie geschiedt door het algemeen bestuur, gehoord de raad. Variant 3: 1. Het algemeen bestuur zal tenminste eens in de 6 jaar de regeling met de deelnemers evalueren en daarvan verslag uitbrengen aan de colleges en de raden van de gemeenten, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. 2. De onderzoeksvraagstelling voor de uit te voeren evaluatie wordt door het dagelijks bestuur aan de deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling voor advies voorgelegd. Het algemeen bestuur stelt aansluitend de onderzoeksvraagstelling vast.

Artikel X Inspraak Bij de totstandkoming van (eigen) beleid kan aan ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden inspraak worden verleend. Hiertoe stelt het Algemeen Bestuur een verordening vast.

Artikel X Informatie en verantwoording 1. Het bestuur geeft de raden schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek. 2. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend bij het betreffende bestuursorgaan. 3. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en aan de raad van zijn gemeente verantwoording schuldig over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen en de raad van zijn gemeente mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college onderscheidenlijk de raad gevraagde inlichtingen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3975/documents/55627