CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage 1 bij VNG met Ledenbrief Wijziging Model Marktverordening (1059991).pdf

Gemeenteraad 10 februari 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 5: Vaststellen adviezen ingekomen stukken9.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Model Marktverordening (gewijzigd model, december 2025) Leeswijzer modelbepalingen - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, aanhef. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 8, eerste lid. - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 15, tweede lid. Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 4, vierde lid. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding. Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Markverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] (Marktverordening [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Marktverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkten. Artikel 2.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: [- bedienvergunning: vergunning voor het op de markt tegen betaling en voor consumptie ter plaatse verstrekken van voedsel of drank aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan;] - dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning; - dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt bedrijven van handel; - markt: door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkt; - marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats- of standwerkvergunning; - standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning; - standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning; - standwerkvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen; - vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vastestandplaatsvergunning; - vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van [termijn van artikel 14, eerste lid] voor het op de markt bedrijven van handel. Artikel 3.

Inrichtingsplan [1.] Burgemeester en wethouders stellen een inrichtingsplan voor [de OF elke] markt vast, met daarin in ieder geval: Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

a. de dagen en uren waarop [en de periode waarin] de markt wordt gehouden; b. een kaart van de markt [met daarop aangegeven de vaste standplaatsen;] c. de verdeelprocedure die zij toepassen bij de verlening van vaste-standplaatsvergunningen. [2. Op de kaart van de markt zijn [in ieder geval] aangegeven: a. de grenzen van de markt zoals deze zijn vastgesteld in het omgevingsplan; b. de vaste standplaatsen.] [3. Op de kaart van de markt kunnen zijn aangegeven: a. de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen; b. het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven; [en] c. de dagplaatsen; [en] [d. de standwerkplaatsen.]] Artikel 4. Vergunningplicht 1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van burgemeester en wethouders. [2. Het is verboden op een markt zonder bedienvergunning van burgemeester en wethouders marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan tegen betaling te voorzien van voedsel of drank voor consumptie ter plaatse.] 3.

Voor een marktvergunning [of bedienvergunning] komt uitsluitend een handelingsbekwame natuurlijke persoon in aanmerking die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die schriftelijk een aanvraag op een daartoe door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld aanvraagformulier heeft ingediend. Bij de aanvraag worden de volgende stukken overgelegd: a. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; b. een document waaruit de geldige verblijfstitel in Nederland blijkt, als de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit; c. een document waaruit blijkt wat het adres en de woon- of verblijfplaats van de aanvrager is; d. een document waaruit blijkt dat de aanvrager verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid als de aanvrager een aanvraag voor een marktvergunning indient. [(4. Aanvullend moeten bij een aanvraag voor een marktvergunning ook stukken worden overgelegd waaruit blijkt: a. voor welke branche de vergunning wordt aangevraagd; b. welk assortiment met de vergunning zal worden aangeboden; c. hoe de uitstalling eruit zal zien inclusief een schets of foto; d. welke kennis, ervaring en opleiding de aanvrager ten aanzien van het assortiment heeft; e. hoe de aanvrager invulling geeft aan maatschappelijk verantwoord ondernemen; en f. hoe de aanvrager invulling geeft aan consumentvriendelijk ondernemen)].

Burgemeester en wethouders verlenen alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten. Artikel 5. Voorschriften en beperkingen 1. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning [en bedienvergunning]. 2. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven. Artikel 6. Mandaatverboden 1. De bevoegdheid tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd. 2. De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vaste-standplaatsvergunning [en bedienvergunning] wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder. Paragraaf 2. Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen [en bedienvergunning]

Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij de verdeelprocedure van artikel 9 dan wel artikel 10 toepassen bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in het inrichtingsplan vastleggen of zij de verlengingsprocedure van artikel 8 toepassen bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning.Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij bij het beschikbaar komen van vaste-standplaatsvergunningen de verdeelprocedure van artikel 9 of artikel 10 toepassen als het aantal gegadigden hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt. Artikel 8. Kennisgeving en verlening zonder verdeelprocedure 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning maken burgemeester en wethouders binnen [termijn (bijvoorbeeld acht weken)] door een openbare kennisgeving in [communicatiemedium noemen (bijvoorbeeld website)] bekend dat deze vergunning beschikbaar komt en voor welke duur [en welke branche of artikelgroep] de vergunning is. 2. Als de verwachting is dat het aantal gegadigden: a.

lager is dan of gelijk is aan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, worden gegadigden in de openbare kennisgeving uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen [termijn (bijvoorbeeld vier weken)] na de kennisgeving kenbaar te maken op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze; b. hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, maken burgemeester en wethouders ook in de openbare kennisgeving bekend of de procedure uit artikel 9 of 10 wordt toegepast en worden gegadigden uitgenodigd om binnen [termijn (bijvoorbeeld zes weken)] na de kennisgeving een aanvraag voor de vergunning in te dienen op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze. 3. Als na de termijn uit het tweede lid onder a, blijkt dat het aantal gegadigden of het aantal aanvragers lager is dan of gelijk is aan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlenen burgemeester en wethouders de vastestandplaatsvergunningen aan de degenen die binnen de termijn hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt of binnen de termijn een aanvraag hebben ingediend. 4.

Als na termijn uit het tweede lid, onder a, blijkt dat het aantal gegadigden hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, passen burgemeester en wethouders alsnog de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van uit artikel 9 of 10 toe en stellen burgemeester en wethouders de gegadigden ervan in kennis dat deze procedure wordt toegepast en dat zij vóór een door burgemeester en wethouders genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via de procedure van selectie. Een aanvrager kan per procedure van selectie slechts één aanvraag indienen. 2. Bij de verdeling via selectie maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in […] bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van [termijn van artikel 14, eerste lid] beschikbaar komt[, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend] en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. 23. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van [termijn (bijvoorbeeld twee weken)] om zijn aanvraag aan te vullen.

Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 34. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vierjfde lid in aanmerking. 45. Bij de beoordeling van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

[(a. het assortiment van de gegadigdeaanvrager vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment ([punten]); b. de kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de gegadigdeaanvrager ([punten]); c. de kennis, ervaring en eventuele opleiding van de gegadigdeaanvrager met betrekking tot het marktassortiment ([punten]); d. het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de gegadigdeaanvrager ([punten]); e. het consumentvriendelijk ondernemen door de gegadigdeaanvrager ([punten]); f. […] ([punten]).)] 56. Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunningen aan de gegadigdenaanvragers met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten. 67. Als meer gegadigdenaanvragers hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunningen tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden uitgenodigd [en in aanwezigheid van een door burgemeester en wethouders aangewezen notaris]. Artikel 10. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via de procedure van loting. Elke aanvrager kan per procedure slechts één aanvraag indienen. 2.

Bij de verdeling via loting maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in […] bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van [termijn van artikel 14, eerste lid] beschikbaar komt[, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend] en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. 23. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van [termijn (bijvoorbeeld twee weken)] om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 34. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer. 45. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd [en in aanwezigheid van een door burgemeester en wethouders aangewezen notaris]. 56. Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking. Artikel 11.

Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen Burgemeester en wethouders verdelen de beschikbare dagplaatsvergunningen [op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen [die binnen de door burgemeester en wethouders daarvoor vastgestelde termijn zijn gedaan] OF via loting [, die per branche of artikelgroep kan gebeuren en] waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd]. [Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.] Een aanvrager kan per procedure slechts één aanvraag indienen. Artikel 12. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare standwerkvergunningen [op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen OF via loting [, die per branche of artikelgroep kan gebeuren en] waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd]. [Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.] Een aanvrager kan per procedure slechts één aanvraag indienen.

[Artikel 13. Verdeling beschikbare bedienvergunning

Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare bedienvergunning [op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen OF via loting waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd].] Paragraaf 3. Vaste-standplaatsvergunning Artikel 14. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van [[termijn] OF [termijn (bijvoorbeeld acht9 of elf12 jaar)]] en voor de op de vergunning vermelde standplaats. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. 3. Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar. 4. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. Artikel 15. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning 1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind.

Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, vierijfde lid. [Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.] 2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kunnen burgemeester en wethouders de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste [aantal] jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 9, vierijfde lid. [Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.] 3. De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur.

Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de in het inrichtingsplan vastgelegde verdeelprocedure van de artikelen 9 of 10. 4. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend. 5. Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde. [6. Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste-standplaatsvergunning [voor de betrokken markt] beschikt, kunnen burgemeester en wethouders deze intrekken.] Artikel 16. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 15 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als: a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

b. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; c. van de vergunning gedurende ten minste [termijn (bijvoorbeeld twee maanden)] geen gebruik is gemaakt; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. 3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt. 4. Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk [om [tijdstip] OF bij aanvang van de markt OF [tijdsperiode (bijvoorbeeld een uur)] na aanvang van de markttijd] heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag. Artikel 17. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging 1. De vergunninghouder neemt de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in. 2. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de standplaats inneemt.

Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. [Artikel 18. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats 1. Als een vaste standplaats beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vastestandplaatsvergunning, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats voor de resterende vergunningsduur toewijzen aan een houder van een vaste-standplaatsvergunning op de betrokken markt. De toewijzing gebeurt op aanvraag. 2. Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijzen burgemeester en wethouders de vaste standplaats toe via loting, waarvoor de aanvragers worden uitgenodigd. [3. Als de beschikbaar gekomen vaste standplaats op grond van het inrichtingsplan bij voorrang is bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats alleen toewijzen aan een vergunninghouder die tot die branche behoort of die handelt in die artikelgroep.]] Paragraaf 4. Dagplaats-, standwerk- en bedienvergunning Artikel 19. Dagplaatsvergunning 1.

Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde [en op de kaart van de markt als zodanig aangegeven] dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger. 2. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de aanvragersgegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend [, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste] [, en aan wie gedurende de voorafgaande [periode (bijvoorbeeld in weken of maanden)] niet vaker dan [aantal] keren een dagplaatsvergunning is verleend]. 3. Burgemeester en wethouders weigeren een dagplaatsvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of b. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

4. Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager eerder een vaste-standplaatsvergunning had die niet langer dan [termijn (bijvoorbeeld een jaar)] geleden is ingetrokken. 5. Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 6. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. Artikel 20. Standwerkvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een standwerkvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde [en op de kaart van de markt als zodanig aangegeven] standwerkplaats en artikelen. 2. Voor een standwerkvergunning komen in aanmerking de aanvragersgegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een standwerkvergunning hebben ingediend [, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste] [, en aan wie gedurende de voorafgaande [periode (bijvoorbeeld in weken of maanden)] niet vaker dan [aantal] keren een standwerkvergunning is verleend]. 3. Burgemeester en wethouders weigeren een standwerkvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of b.

niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 4. Een standwerkvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 5. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. [Artikel 21. Bedienvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bedienvergunning verlenen voor de duur van [termijn] en voor op de vergunning vermelde consumpties. 2. Artikel 16, eerste en tweede lid, is van toepassing.] Paragraaf 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders Artikel 22. Toonplicht vergunning of toestemming Degene die een standplaats inneemt of wil innemen [of handelt met een bedienvergunning], is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. Artikel 23. Markttijden in acht nemen 1. Het is verboden meer dan [aantal] uur voor de aanvang en meer dan [aantal] uur na afloop van de markt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren. 2. De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door burgemeester en wethouders verleende ontheffing. 3.

Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven. [Artikel 24. Marktterrein schoonhouden 1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren. Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

2. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.] Paragraaf 6. Handhaving Artikel 25. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders. Artikel 26. Onmiddellijke verwijdering Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden. Artikel 27. Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden. Paragraaf 7. Slotbepalingen Artikel 28. Overgangsrecht 1. Besluiten op grond van de [citeertitel oude verordening] blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgemeester en wethouders deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken. 2.

Bij de ambtshalve wijziging van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van artikel 14, eerste lid, een kortere duur van de vergunning bepalen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 3. De op grond van de [citeertitel oude verordening] vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen. 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de [citeertitel oude verordening], waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de [citeertitel oude verordening] beslist. Artikel 29. Intrekking oude regeling De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening [naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

Toelichting NB Deze toelichting is geschreven met de keuzes die in de Model Marktverordening gemaakt zijn in gedachten. Als een individuele gemeente andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld van de achtergronden kunnen ook de bijbehorende VNG ledenbrief en implementatiehandleiding worden geraadpleegd. Algemeen De bevoegdheid tot het instellen, veranderen of afschaffen van een markt is aan burgemeester en wethouders toegekend. Zie hiervoor artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet. Daarnaast is de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd om een marktverordening vast te stellen. Het vaststellen van een marktverordening zal samengaan met een besluit van burgemeester en wethouders tot het instellen van een markt. Het doel van deze verordening is drieledig. Ten eerste worden de kaders gecreëerd om markten zodanig te organiseren dat de gemeentelijke algemene belangen beschermd worden en dat de markten aantrekkelijk zijn voor zowel consumenten als marktkooplieden. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, zonder overbodige regels en met zo min mogelijk administratieve lasten.

Tot slot is de verordening ook gericht op het voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) en de Dienstenwet. Zie verder ook de toelichting bij paragraaf 2. Voor het overige is van belang dat in 2024 de Omgevingswet in werking is getreden. Op grond daarvan moeten regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen in het omgevingsplan opgenomen worden. Om die reden moet de grondslag voor het vaststellen van de grenzen van de markt in het omgevingsplan opgenomen worden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om regels die de fysieke leefomgeving betreffen ook in het omgevingsplan op te nemen. De gemeente kan ervoor kiezen om een aantal aspecten uit de Marktverordening te reguleren in het omgevingsplan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verplichting het marktterrein schoon te houden. Indien de gemeente hiervoor kiest, dan mogen deze bepalingen niet in de Marktverordening blijven staan. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Toepassingsgebied Op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet kunnen burgemeester en wethouders jaarmarkten of gewone marktdagen instellen (en veranderen of afschaffen).

Deze Marktverordening is van toepassing op dergelijke van gemeentewege ingestelde markten, voor zover het warenmarkten zijn en deze met enige regelmaat (regulier) plaatsvinden. De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze verordening van toepassing is, is te vinden in de [citeertitel Algemene plaatselijke verordening (hierna: citeertitel APV)]. Hierin zijn regels voor evenementen, waaronder ook braderieën vallen, opgenomen. Verder bevat de [citeertitel APV] bepalingen over venten, snuffelmarkten en het innemen van standplaatsen, niet zijnde standplaatsen op markten. Uit de in de [citeertitel APV] opgenomen bepalingen blijkt steeds dat deze niet van toepassing zijn op de markten die door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet zijn ingesteld. Artikel 2. Definities Er zijn drie soorten marktvergunningen, dat wil zeggen vergunningen om op de markt handel te drijven. Dat zijn de vaste-standplaatsvergunning, de dagplaatsvergunning en de standwerkvergunning. Deze vergunningen onderscheiden zich van elkaar door hun looptijd en door de Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

vergunde activiteit. De marktvergunning vermeldt voor welke standplaats hij geldt, en in het inrichtingsplan is in ieder geval opgenomen welke standplaatsen beschikbaar zijn voor houders van een vaste-standplaatsvergunning (artikel 3). [Ook de dagplaatsen en standwerkplaatsen zijn opgenomen in het door burgemeester en wethouders vastgestelde inrichtingsplan.] [De bedienvergunning is een wat afwijkende figuur. Hierbij is de vergunde activiteit niet het drijven van handel met bezoekers van de markt, maar het verstrekken van voedsel en drank aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan.] Artikel 3. Inrichtingsplan Eerste en tweede lid Dit artikel schrijft voor dat burgemeester en wethouders per markt een inrichtingsplan vaststellen en daarin opnemen wat voor de markt in ieder geval geregeld moet [en mag] worden. Zo wordt in het inrichtingsplan aangegeven wat de markttijd is [en blijkt uit de kaart van de markt, die onderdeel is van het inrichtingsplan, waar de grenzen van het marktterrein liggen]. [Ook wijzen burgemeester en wethouders de vaste standplaatsen aan.] Verder maken zij met het inrichtingsplan duidelijk welke verdeelprocedure zij zullen toepassen bij het verlenen van vaste-standplaatsvergunningen. De mogelijke verdeelprocedures zijn beschreven en uitgewerkt in de artikelen 9 (selectie) en 10 (loting).

Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij de artikelen 9 of 10 toepassen. Bij de keuze voor een verdeelprocedure is van belang dat er bij een loting geen mogelijkheden voor burgemeester en wethouders zijn om op de kwaliteit te sturen. Een aanvraag moet wel aan de formele vereisten voldoen, maar er is geen ruimte om bijvoorbeeld het assortiment of de uitstalling bij de vergunningverlening te betrekken. Het lot beslist aan welke aanvrager een vergunning wordt toegekend en het belangrijkste is dus ook dat achteraf vast te stellen is dat de loting juist is verlopen. Dit betekent dat met name het verslag van de loting aandacht vraagt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat in een proces-verbaal wordt vastgelegd wanneer en hoe de loting plaats heeft gevonden. Dit is anders bij een selectie. Bij een selectie verlenen burgemeester en wethouders de vergunning aan de aanvrager of aanvragers die op basis van vooraf bekendgemaakte kwalitatieve criteria het beste scoren met hun aanvraag. De kwalitatieve criteria staan bij die verdeelprocedure dus juist voorop. Dit neemt niet weg dat ook hier achteraf moet kunnen worden vastgesteld dat deze selectie juist verlopen is. Dit vereist in de eerste plaats dat de criteria voldoende objectief en onderscheidend zijn, maar ook dat er een afweging plaatsvindt en de uiteindelijke keuze goed wordt onderbouwd.

Voor het inrichtingsplan en het omgevingsplan geldt verder dat burgemeester en wethouders de daarin gemaakte keuzes moeten onderbouwen. Dit betreft zowel de keuze ten aanzien van de verdeelprocedure als bijvoorbeeld de keuze voor de plek van de markt, de markttijden en de eventuele branchering. Daarbij moeten burgemeester en wethouders er bovendien rekening mee houden dat de openbare ruimte schaars is en dat de ruimte voor bijvoorbeeld het houden van een evenement of het plaatsen van een terras tijdens de markttijden wordt beperkt. Dit betekent dat er ook specifieke eisen aan de onderbouwing van de keuzes worden gesteld. Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders in het inrichtingsplan vastleggen dat zij, in de gevallen die zich daarvoor lenen, de verlengingsprocedure van artikel 8 in gang zullen zetten. Het opnemen van deze mogelijkheid in het inrichtingsplan is niet geformuleerd als een verplichting, omdat het gaat om een (discretionaire) bevoegdheid (artikel 7, tweede lid). Voor het toepassen van de bevoegdheid is het noemen van ook artikel 8 in het inrichtingsplan echter wel van belang, vanwege de kenbaarheid en transparantie. [Derde lid Verder kunnen burgemeester en wethouders de dagplaatsen en standwerkplaatsen expliciet aanwijzen en bepalen dat een maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen wordt afgegeven voor

Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

een of meer branches of artikelgroepen (of combinaties daarvan). Dat gebeurt met het oog op [toelichting (dwingende redenen van algemeen belang)], en conform de Dienstenrichtlijn.] Artikel 4. Vergunningplicht Eerste lid In het eerste lid wordt verboden om zonder marktvergunning een standplaats in te nemen en wordt de bevoegdheid om deze vergunning te verlenen toegekend (geattribueerd) aan burgemeester en wethouders. De nadere regeling van de verschillende marktvergunningen gebeurt vervolgens in de paragrafen 2 tot en met 4. [Tweede lid In het tweede lid wordt eveneens verboden om op de markt zonder vergunning voedsel of drank te serveren aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan. Ook de bevoegdheid om deze bedienvergunning te verlenen wordt geattribueerd aan burgemeester en wethouders en de nadere regeling ervan gebeurt in de paragrafen 2 en 4.] Derde lid Een vergunning wordt alleen verleend aan een natuurlijke persoon die in Nederland arbeid mag verrichten en die ook handelingsbekwaam is in de zin van het burgerlijk recht. Er moeten bij de aanvraag dus ook stukken worden verstrekt waaruit blijkt dat hier sprake van is.

Verder is vastgelegd dat er voor een aanvraag een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld aanvraagformulier moet worden ingevuld en dat de aanvrager van een marktvergunning over een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor het uitoefenen van een marktbedrijf moet beschikken. [(Vierde lid Naast de documenten die moeten worden verstrekt om aan te tonen dat aan de formele vereisten is voldaan, moet een aanvrager ook meer inhoudelijke stukken overleggen. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie over het assortiment dat de aanvrager wil aanbieden, de wijze waarop de aanvrager de uitstalling vorm wil geven en de kennis, ervaring en opleiding van de aanvrager over het assortiment. Verder moet de aanvrager ook ingaan op de invulling die wordt gegeven aan maatschappelijk verantwoord en consumentvriendelijk ondernemen. De informatie die de aanvrager moet verstrekken stelt burgemeester en wethouders ook in staat om bij een verdeling middels selectie punten aan de aanvraag toe te kennen. De inhoudelijke stukken hebben dus ook een directe relatie met de criteria die burgemeester en wethouders bij het maken van de selectie hanteren.)] Artikel 5. Voorschriften en beperkingen Aan een marktvergunning [en bedienvergunning] mogen alleen voorschriften en beperkingen worden verbonden die de belangen beschermen in verband waarmee de vergunning is vereist. Paragraaf 2.

Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen [en bedienvergunning] Marktvergunningen [en bedienvergunningen] zijn, gegeven de omstandigheid dat er een bepaald vergunningenplafond is, schaarse vergunningen zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Die kwalificatie brengt onder meer met zich mee dat deze vergunningen niet voor onbepaalde tijd kunnen worden verleend en dat de verdeling van de vergunningen moet voldoen aan de eisen van kenbaarheid en transparantie. Potentiële aanvragersgegadigden moeten op gelijke voet kunnen meedingen naar de beschikbare vergunningen. Vooraf moet duidelijk zijn wat de looptijd van een vergunning is, op welke manier vergunningen worden verdeeld en welke (inhoudelijke) criteria daarbij worden gebruikt. Gegadigden Aanvragers kunnen dan hun vergunningaanvraag hierop afstemmen. In paragraaf 2 zijn de verschillende verdeelprocedures voor de verschillende marktvergunningen [en de bedienvergunning] neergelegd. Voor de dagplaatsvergunning en de standwerkvergunning [en de Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

bedienvergunning], die beide worden verleend voor de duur van een dag, is voorzien in een eenvoudige verdeelprocedure. Voor de vaste-standplaatsvergunning, die wordt verleend voor een langere termijn, zijn twee mogelijke verdeelprocedures uitgewerkt. Daarbij bestaat de mogelijkheid om met een verlening na de openbare kennisgeving te volstaan als na een openbare kennisgeving blijkt dat de vergunning wel beleidsmatig, maar op dat moment niet feitelijk schaars is. Burgemeester en wethouders maken hun keuze uit die twee mogelijke procedures en leggen deze keuze vast in het inrichtingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen, als er meer gegadigden dan beschikbare vergunningen zijn, kiezen voor de verdeling via selectie (artikel 9) of voor de verdeling via loting (artikel 10). Het maken en vervolgens in het inrichtingsplan vastleggen van deze keuze is een verplichting (artikel 7). De keuze moet ook worden onderbouwd.In aanvulling op de voorgeschreven keuze voor de verdeelprocedure kunnen burgemeester en wethouders er ook voor kiezen om in het inrichtingsplan vast te leggen dat zij de procedure van verlenging na afroep (artikel 8) toepassen. Het maken en vervolgens in het inrichtingsplan vastleggen van deze keuze is een bevoegdheid. Artikel 7.

Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning Eerste lid In dit artikel wordt geregeld dat uit het inrichtingsplan blijkt welke verdeelprocedure burgemeester en wethouders toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning waarvoor er meer gegadigden zijn dan er vergunningen beschikbaar is. Burgemeester en wethouders hanteren de gekozen verdeelprocedure zowel in de situatie waarin er slechts ééeen vergunning beschikbaar is gekomen, als in de situatie waarin er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn. Burgemeester en wethouders hebben de keuze uit de selectieprocedure (artikel 9) of de procedure van loting (artikel 10). Door deze keuze vast te leggen in het inrichtingsplan, weten potentiële gegadigdeaanvragersn voorafgaand aan de verdeling van een of meer beschikbare vergunningen hoe die verdeling zal plaatsvinden. De daarbij gegeven onderbouwing maakt verder duidelijk waarom burgemeester en wethouders daarvoor hebben gekozen. Tweede lid Burgemeester en wethouders mogen in het inrichtingsplan vastleggen dat zij ook de procedure van verlenging na afroep (artikel 8) toepassen. Deze procedure kan alleen worden gestart als een vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt vanwege het einde van de looptijd van de vergunning en daarbij voldoende aannemelijk is dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning.

Als dit na het doen van een openbare kennisgeving (de afroep) is bevestigd, doordat inderdaad geen andere belangstellenden naar voren zijn gekomen, dan kan de vergunning van de zittende vergunninghouder eenvoudig worden verlengd. Als zich wel andere belangstellenden hebben gemeld, moet alsnog de verdeelprocedure van de artikelen 9 of 10 worden gevolgd. Artikel 8. Kennisgeving en verlening zonder verdeelprocedure Eerste en tweede lid In verband met de eisen die de Dienstenrichtlijn aan schaarse vergunningen stelt, is in het eerste lid van dit artikel bepaald dat wordt gestart met een openbare kennisgeving als een of meer vastestandplaatsvergunningen beschikbaar komen. Als de verwachting is dat het aantal gegadigden lager of gelijk is aan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, dan is een verdeelprocedure wel omslachtig en onnodig belastend. In die gevallen kan op grond van het tweede lid dan ook worden besloten om in de openbare kennisgeving alleen een oproep aan gegadigden te doen om zich te melden als zij voor de vaste-standplaatsvergunning in aanmerking willen komen. Als de verwachting is dat het aantal gegadigden hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt, dan biedt het tweede lid daar ook ruimte voor.

In dat geval wordt in de openbare kennisgeving kenbaar gemaakt welke verdeelprocedure wordt toegepast en tot wanneer gegadigden een aanvraag kunnen indienen. Derde lid Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

Als de openbare kennisgeving voldoende duidelijk is geweest en zich binnen de in het tweede lid gestelde termijn inderdaad niet meer gegadigden melden dan er beschikbare vergunningen zijn of er toch minder vergunningen worden aangevraagd dan verwacht, dan kunnen de vergunningen op grond van het derde lid worden verleend aan degenen die zich binnen de termijn als gegadigde hebben gemeld of een aanvraag hebben ingediend. De vergunning hoeft dan niet met een van de verdeelprocedures van de artikelen 9 of 10, te worden uitgegeven. De vergunning wordt dan uiteraard voor de looptijd in de openbare kennisgeving verleend. Vierde lid Het vierde lid regelt wat er moet gebeuren als na het doen van de afroep blijkt dat er meer gegadigden dan beschikbare vergunningen zijn. In dat geval wordt een van de verdeelprocedures toegepast. Daarbij moet aan de gegadigden die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt worden gemeld dat de verdeelprocedure van selectie of loting wordt toegepast. Ook moeten de gegadigden een termijn krijgen waarbinnen zij hun aanvraag kunnen (en moeten) indienen. Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie Eerste lid Bij het beschikbaar komen van een of meer vaste-standplaatsvergunningen, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van een selectieprocedure.

Of de verdeelprocedure van selectie wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan. Per procedure kan door een aanvrager slechts één aanvraag worden ingediend. Dit om te voorkomen dat een aanvrager bij de selectie meer kans maakt. Omdat vergunningen alleen aan natuurlijke personen worden verleend, kunnen ook alleen natuurlijke personen een aanvraag indienen. Het aanvragen van een vergunning namens een natuurlijk persoon én een rechtspersoon is daardoor sowieso niet mogelijk. Tweede lid Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd (artikel 14, eerste lid) van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden [voor welke branche of artikelgroep de vergunning wordt verleend en] vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen. TweedeDerde lid Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om een zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren.

DerdeVierde lid Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en inhoudelijk te worden beoordeeld. Een aanvraag die niet aan de eisen voldoet, wordt buiten behandeling gesteld of (op andere inhoudelijke gronden dan welke volgen uit artikel 9, vijfde lid) afgewezen. Vierjfde lid De inhoudelijke beoordeling van de aanvragen gebeurt op grond van het vijfde lid door het toekennen van punten en het uitvoeren van een vergelijkende toets. [De in het vijfde lid opgesomde selectiecriteria zijn ingegeven door verschillende algemene belangen. Zo is de samenstelling van het marktassortiment (onder a) niet alleen van belang voor (consument-)bezoekers, maar ook voor de ondernemers zelf. De uitstallingen zijn van invloed op het aanzien van de markt, zodat de kwaliteit van de uitstraling van die uitstallingen een aspect is dat wordt meegewogen in de puntentoekenning (onder b). Onder de kwaliteit van de uitstalling kan mede worden begrepen de presentatie van de Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

standplaats en van het assortiment. Voor consumenten is het verder van belang dat de ondernemers voldoende ervaring hebben met en kennis van de waren die zij verkopen (onder c). Met maatschappelijk verantwoord ondernemen (onder d) wordt onder meer gedoeld op duurzaam ondernemen, of het aandacht hebben voor het productieproces van de waren en de arbeidsomstandigheden in dat productieproces. Consumentvriendelijk ondernemen (onder e) in het algemeen is eveneens een wegingsfactor. Hieronder kan mede worden begrepen het bieden van verschillende betaalmogelijkheden, de mogelijkheid van bezorging van producten en de mogelijkheid van retourneren of ruilen van producten.] VijfZesde lid De aanvraag met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten wordt toegekend, de aanvragen met een lager aantal punten afgewezen. Als er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn gekomen, kunnen er ook meer aanvragen worden toegewezen, maar natuurlijk nog steeds op volgorde van puntental. Als het totaal aan beschikbare vergunningen is verdeeld, worden de overgebleven aanvragen (met de laagste punten) afgewezen. Door de verdeelprocedure uit te werken in de verordening en in het inrichtingsplan vast te leggen dat deze wordt gehanteerd door burgemeester en wethouders, kunnen potentiële gegadigden weten welke selectiecriteria gelden en kunnen zij hun aanvraag daarop afstemmen.

Op deze manier wordt een onpartijdige en transparante selectieprocedure toegepast. Zesdevende lid Het zevende lid tenslotte bevat een regeling voor de situatie waarin meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, terwijl er voor hen maar een vergunning beschikbaar is. In dat geval wordt deze vergunning onder hen verloot, waarbij de vergunning wordt verleend op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking. Artikel 10. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting Eerste lid Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van loting. Of de verdeelprocedure van loting wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan. Per loting kan door een aanvrager slechts één aanvraag worden ingediend. Dit om te voorkomen dat een aanvrager bij een loting meer kans maakt. Tweede lid Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd (artikel 14, eerste lid) van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden [voor welke branche of artikelgroep de vergunning wordt verleend en] vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen.

TweedeDerde lid Op grond van de Awb wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om een zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren. Derde en vVierde en vijfde lid Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en een lotnummer te krijgen. Een verdere inhoudelijke beoordeling vindt bij deze verdeelprocedure niet plaats. Als een aanvraag niet aan de eisen voldoet, dan wordt deze buiten behandeling gesteld of (op andere gronden dan de trekkingsuitslag) afgewezen. Alleen met een lotnummer kan worden deelgenomen aan de loting. De aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd voor de loting, maar zij zijn niet verplicht om aanwezig te zijn. Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

VijfdeZesde lid De vergunningverlening vindt plaats op volgorde van de uitslag van de trekking. Net als bij de selectieprocedure geldt ook hier dat een of meer vergunningen beschikbaar kunnen zijn en dat de aanvraag of aanvragen die buiten de boot vallen, worden afgewezen. Loting is een verdeelprocedure op grond van een willekeurig geselecteerd lotnummer. Ook loting geldt als een transparante en onpartijdige wijze van verdeling van schaarse vergunningen. Iedere gegadigde (met een toewijsbare aanvraag) die meedoet aan de loting, heeft dezelfde kans om de vergunning te verwerven. Artikel 11. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen Dagplaatsvergunningen zijn beschikbaar voor [op de kaart van de markt als zodanig aangegeven] dagplaatsen en daarnaast ook voor vaste-standplaatsen die op de betreffende dag niet (op tijd) zijn ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger (artikel 19, eerstetweede lid). Dagplaatsvergunningen gelden voor één dag, zodat het voor de hand ligt om te voorzien in een eenvoudige verdeelprocedure van [‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ OF loting, waarbij de vergunning wordt verleend op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.]. Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager (zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid) moet voldoen aan de eisen.

Uit artikel 19 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Aangezien er maar één mogelijke verdeelprocedure is voor dagplaatsvergunningen en die in de verordening is neergelegd, hoeft hierover geen keuze te worden bekendgemaakt in het inrichtingsplan. Wel geldt dat een aanvrager per procedure slechts één aanvraag kan indienen. Dit om te voorkomen dat een aanvrager middels meerdere aanvragen meer kans maakt. Artikel 12. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen De verdeling van de beschikbare standwerkvergunningen is op dezelfde manier geregeld als de verdeling van de dagplaatsvergunningen. Ook standwerkvergunningen zijn vergunningen voor de duur van één dag. Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager (zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid) moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 20 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Zie verder de toelichting onder artikel 11. [Artikel 13. Verdeling beschikbare bedienvergunning De verdeling van de bedienvergunning is op dezelfde manier geregeld als de verdeling van de dagplaatsvergunningen. Zie verder de toelichting onder artikel 11.] Paragraaf 3. Vaste-standplaatsvergunning Voor de vaste-standplaatsvergunning is voorzien in een meer uitgebreide regeling dan voor de overige marktvergunningen [en de bedienvergunning].

De vaste-standplaatsvergunningen bepalen immers voor een belangrijk deel hoe de markt is ingericht. Artikel 14. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning Eerste lid Dit artikel bevat de algemene bepalingen met betrekking tot de vaste-standplaatsvergunning. Deze vergunning geldt, vanwege de beperkte beschikbaarheid van de openbare ruimte voor de markthandel, als een schaarse vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn. Of er daadwerkelijk meer aanvragers zijn dan vergunningen is voor de kwalificatie als schaarse vergunning niet van belang. Schaarse vergunningen worden voor bepaalde tijd verleend. De achterliggende gedachte daarbij is dat de vergunning na verloop van tijd weer beschikbaar moet komen voor (her)verdeling. Niet alleen de zittende ondernemers, maar ook potentiële andere gegadigden moeten immers de kans krijgen om toe te treden tot de markt.

Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

Bij het bepalen van de duur van de vaste-standplaatsvergunning is de zogenaamde terugverdientijd (en een redelijke vergoeding van geïnvesteerd kapitaal) van belang. De looptijd van de vergunning hoort niet korter te zijn dan deze terugverdientijd, omdat anders de vergunninghouders het risico lopen hun investeringen niet te kunnen terugverdienen. De looptijd van de vergunning hoort ook niet langer te zijn dan de terugverdientijd, omdat anders de potentiële gegadigden onnodig lang worden afgehouden van de toegang tot de markt. Het is aan het gemeentebestuur om gemotiveerd en onderbouwd vast te stellen wat de looptijd van de vergunning moet zijn. Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1588), waarin de Afdeling onder meer heeft overwogen dat bij het bepalen van de looptijd (“passende beperkte duur”) van een beleidsmatig schaarse vergunning de terugverdientijd van noodzakelijke investeringen als factor moet worden meegenomen. Uit deze uitspraak volgt verder dat de zogenaamde afschrijvingstermijn niet per afzonderlijke vergunning of vergunninghouder mag worden bepaald, omdat dit tot willekeur leidt en niet verenigbaar is met de vereiste rechtszekerheid voor de vergunninghouders en eventuele gegadigden voor de vergunningen.

Volgens de Afdeling kan per branche worden vastgesteld binnen welke termijn de bedoelde afschrijvingen redelijkerwijs kunnen worden gedaan. Uit de besluitvorming moet blijken dat het gemeentebestuur rekening heeft gehouden met de terugverdientijd. [Gelet op het voorgaande is gekozen voor een vergunningsduur van [termijn] [toelichting]. OF De looptijd van de vaste-standplaatsvergunning, namelijk [termijn (bijvoorbeeld 89 of 112 jaar)], is gebaseerd op het laatste onderzoek dat SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO) heeft gedaan op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In het rapport dat SEO heeft uitgebracht (‘Terugverdientijd in de ambulante handel, een update van het SEO-rapport uit 2021Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel’, februari 2025januari 2021) is een analyse gemaakt van de opbrengsten van de ambulante handel en de investeringen, inclusief een redelijke vergoeding op geïnvesteerd vermogen. Op basis van die analyse is SEO gekomen tot een gemiddelde terugverdientijd van tussen de acht9 (benedengrens) en elf12 jaar (bovengrens). SEO heeft geen significante verschillen gevonden in de terugverdientijd als het gaat om het type product, de rechtsvorm van de onderneming, het aantal medewerkers en het aantal dagen in de week dat de vergunninghouder gemiddeld genomen actief is.

Zie hierover ook de Kamerbrief van 2 juni 2025 Kamerbrief van 15 juni 2021 van de ministerstaatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat: Kamerbrief over Dienstenwet: Onderzoek Terugverdientijd Ambulante Handelbedrijfslevenbeleid: onderzoek vergunningsduur ambulante handel.] Tweede lid Op de vergunning staat vermeld welke vaste standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. Daarbij kan worden gedacht aan extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden of bepaalde evenementen. Derde lid De vaste-standplaatsvergunning is uitdrukkelijk niet overdraagbaar, alleen al niet omdat dit niet verenigbaar is met het vereiste om potentiële gegadigden gelijke kansen te bieden om toe te treden tot de markt. Artikel 15. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning Eerste en vierde lid Als de vergunninghouder de vergunning niet meer zelf wil gebruiken, kan hij burgemeester en wethouders vragen om de vaste-standplaatsvergunning in te trekken. Intrekking van de vergunning gebeurt ook na het overlijden of onder curatele stellen van de vergunninghouder. Een alternatief is dat de vergunning (op aanvraag) wordt overgeschreven op naam van een ander.

Artikel 15 regelt dat dit onder omstandigheden kan en op wiens naam de vergunning dan mag worden overgeschreven. Als Bijlage 3/3 bij VNG ledenbrief, december 2025

de vergunninghouder is overleden of onder curatele gesteld, moet de aanvraag om overschrijving worden gedaan binnen twee maanden na het overlijden of de ondercuratelestelling. Tweede en derde lid In dit artikel is verder voor de duidelijkheid vastgelegd dat als de vergunning is verworven via een selectieprocedure (artikel 9), de overschrijving ervan alleen kan gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria op grond waarvan de vergunning eerder was verleend. Ook overigens geldt dat alle aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen onverkort van toepassing blijven . De overschrijving geldt alleen voor de resterende looptijd van de betreffende vergunning en de overgeschreven vergunning kan niet worden verlengd. Na het einde van de looptijd moet de vergunning volgens de toepasselijke verdeelprocedure opnieuw worden uitgegeven. Artikel 16. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning Eerste lid Burgemeester en wethouders zijn gehouden de vaste-standplaatsvergunning in te trekken als de vergunninghouder daarom vraagt, of als hij is overleden of onder curatele gesteld. Dit is anders wanneer tijdig een aanvraag tot overschrijving is gedaan (zie artikel 15). Tweede en derde lid Op grond van het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd, maar niet verplicht om de vergunning in te trekken als één van de daar genoemde situaties zich voordoet.

Intrekking van de vergunning op grond van het tweede lid kan voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn. Als de intrekking voor bepaalde tijd is, kan dat ook betekenen dat gedurende die tijd ook de op de vergunning vermelde vaste standplaats vervalt. Vierde lid De vaste-standplaatsvergunning vervalt tijdelijk als de vergunninghouder (of zijn rechtmatige vervanger, zie artikel 17) de standplaats niet (op tijd) heeft ingenomen. In dat geval vervalt de vergunning voor de rest van de dag en kan de betreffende vaste-standplaats worden uitgegeven als dagplaats (zie artikel 19, eerste lid). De houder van de vaste-standplaatsvergunning kan op die dag zijn standplaats niet alsnog innemen. Artikel 17. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging Eerste en tweede lid De vergunninghouder is verplicht om de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in te nemen. Als hij dat vanwege vakantie of bijzondere omstandigheden niet kan, kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de vaste standplaats inneemt. De vergunninghouder moet een aanvraag om toestemming indienen, met daarin de reden en de duur van zijn afwezigheid en de naam van de beoogde vervanger. Burgemeester en wethouders kunnen toestemming weigeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4281/documents/59605