4 Beantwoording vragen AO -_VDL.pdf
Tekst van het document
Verzonden per mail (optioneel) Kenmerk 2022-132 Onderwerp Beantwoording vragen accounthouders Behandeld door Maartje de Rond Datum 26 juni 2023
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Twente Overwegingen •
Intitulé: verzoek te actualiseren naar de huidige situatie (netwerk-RUD; bestuursovereenkomst; Besluit omgevingsrecht, etc. zijn niet meer van toepassing). In de nieuwste versie is dit conform gewijzigd.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: begripsbepalingen •
•
• • •
Definitie basistakenpakket: Is het handig om de term ‘basistakenpakket’ te gebruiken, of juist het begrip ‘standaardpakket’? En het dient hier te gaan om artikel 13:12 van het Omgevingsbesluit. o Conform aangepast. Definitie gelijk speelveld: hier wordt gemeld, ‘door de deelnemers in de regeling’. Het gaat toch niet om wat er door de deelnemers gebeurd maar wat er bij de deelnemers gebeurd, of waarvan de deelnemers gemandateerd hebben bij de ODT, of waar de deelnemers bevoegd gezag zijn. Conform aangepast. Definitie colleges: verwijzen naar artikel 1 onder sub c van de regeling. Conform aangepast. Definitie directeur/secretaris: verwijzen naar artikel 24 van de regeling. In de nieuwe versie zijn alle verwijzingen aangepast. In de definitielijst ontbreken de begrippen ‘standaardtakenpakket en plustakenpakket’. Zie ook bovenstaande toelichting. De definitie basistakenpakket is omgezet naar standaardpakket en aangevuld met de variant 4 taken. Zie ook de toelichting in het Excelbestand (was-wordt overzicht). Daarnaast is de definitie facultatieve taken gewijzigd. Dat zijn de overige taken (de zogenaamde plustaken), welke onderverdeeld zijn in twee categorieën, de structurele- en tijdelijke taken.
Hoofdstuk 2: Taken Artikel 3: Belang •
Het tweede lid is breder dan alleen het VTH-takenpakket. Het genoemde belang heeft ook betrekking op de milieuthema’s, geluid, lucht/geur, externe veiligheid, flora en fauna en het redigeren van omgevingsbeleid. Artikel 2 is minimaal aangepast, waarbij in zijn algemeenheid verwezen wordt naar de taken. Hieronder vallen dus de taken behorend tot het standaardpakket, maar ook de facultatieve taken.
Artikel 4: taken voor alle deelnemers
•
In artikel 4 moet verwezen worden naar het standaardpakket. Zie eerdere toelichting. De definitie is aangepast zoals voorgesteld, waardoor in de regeling nu niet meer gesproken wordt van ‘basistaken’. In alle gevallen is dit gewijzigd naar standaardpakket.
Artikel 5: Structurele facultatieve taken voor individuele deelnemers •
•
•
Lid 1: andere taken (…) op het gebied van VTH’. De facultatieve hebben betrekking op milieuadvisering en beleidsontwikkeling in brede zin en gaan hiermee veel verder dan VTHadvisering. De zinsnede ‘op het gebied van vergunningverlening, toezicht op en handhaving van het omgevingsrecht’ is komen te vervallen. Lid 2: “Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel plaatsvindt”. Is dit nog actueel? Nee, om die reden is het artikel conform huidige situatie aangepast. Lid 3: Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing. Klopt de zinsnede ‘vastgestelde beleid én inbreng op basis van bijbehorende formatie’ nog? De uitvoering vindt nog steeds plaats op basis van beleid dat door de deelnemer is vastgesteld. De wijze van bekostiging is conform huidige werkwijze aangepast.
Artikel 7: Facultatieve taken voor derden •
Lid 4: Geldt hier het aanbestedingsrecht? o Ja, ook in dit geval gelden de regels van het aanbestedingsrecht. De gemeenten zijn in beginsel aanbestedingsplichtig. Het is in dit geval mogelijk om een beroep te doen op de uitzondering van de zogenoemde inbesteding.
Artikel 8: Overige bepalingen taken • • •
•
•
Lid 1 sub a en b: deze wijze klopt niet. Zie ook de eerdere vragen ten aanzien van het takenpakket. o Het artikel is conform de definitiebepalingen gewijzigd. Zie ook eerdere toelichting. Lid 1: facultatieve taken vervangen door plustaken. o Er is voor gekozen om te spreken van facultatieve taken in plaats van plustaken. Lid 3: Wat betekent de laatste zinsnede ‘tussentijds’ en moeten we dit willen? Wat betekent dit voor de totale werkvoorraad? o Gelet op de verschillende taken, het standaardpakket en de facultatieve taken die onverdeeld worden in twee categorieën, is het mogelijk dat de Omgevingsdienst gedurende het jaar tijdelijke taken uitvoert. Dit zijn geen structurele taken. Het uitvoeringsprogramma gaat uit van structurele taken. Het artikel is hierop aangepast. Lid 3: Per jaar kan de omvang door deelnemers af te nemen facultatieve taken (…) worden gewijzigd. Geldt dit ook voor de structureel ingebrachte taken op basis van artikel 5, en zo ja: in hoeverre? Kan dit worden toegelicht? o …… Lid 3: Waarom wordt hier verwezen naar artikel 36 (in de oorspronkelijke GR werd verwezen naar art. 36: opzeggen beëindigen facultatieve taken o.b.v. overeenkomst). Omvang uitvoering plustakenpakket kan toch jaarlijks fluctueren; althans dit is wel de uitvoeringspraktijk. Dit wordt financieel verrekend. Zie ook rapport Seinstra, herijking financiering ODT, 03.11.2022.
Bestuurlijk uitgangspunt is: ‘Op basis van de door de ODT daadwerkelijk gemaakte uren wordt aan het einde
Pagina 2
van het jaar per deelnemer afgerekend. Na deze individuele afrekening vindt er bij overschotten of tekorten nog een collectieve afrekening plaats op basis van het percentage van de deelnemersbijdrage’. o Er wordt in de nieuwe versie verwezen naar artikel 33 dat gaat over de beëindiging van facultatieve taken op basis van overeenkomst. Hoofdstuk 3 en 4: Bevoegdheden en het bestuur Artikel 10: Samenstelling algemeen bestuur • •
Lid 2: Is dit nodig? Vervanging collegeleden is toch taak van de gemeente zelf? o Conform voorstel aangepast. Lid 4: Vreemde passage?? Vertegenwoordiger is toch lid van het college? o Klopt, de vertegenwoordiger is ook lid van het college, maar het kan voorkomen dat de overige collegeleden geen vertrouwen meer hebben in het functioneren van het collegelid in het algemeen bestuur (denk bv. aan de lijnen waarop verantwoording wordt afgelegd en dat deze niet naar behoren worden uitgevoerd). In die gevallen kan het voorkomen dat het college voortaan liever een ander lid van het college afvaardigt om deel te nemen aan het algemeen bestuur. In een dergelijke situatie dient het huidige afgevaardigde lid ontslagen te worden.
Artikel 11: Incompabiliteiten algemeen bestuur • Vreemde passage? Lid AB is toch een collegelid? o Het artikel stond al in jullie vorige regeling. Het artikel is alleen conform de huidige wet- en regelgeving aangepast. Artikel 12 en 13 (werkwijze en vergader- en besluitquorum algemeen bestuur) • De beide artikelen zijn komen te vervallen, waarom? o De wens was om alle bepalingen die al in de wet staan, niet nogmaals in de regeling op te nemen. Deze bepalingen volgen reeds uit artikel 52 juncto 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 13: Bevoegdheden algemeen bestuur • Artikel 13 sub b: Geen taken uit standaardpakket? En wat zijn structureel facultatieve taken? o Het standaardpakket is toegevoegd aan sub b. Facultatieve taken is gedefinieerd en onderverdeeld in twee categorieën, namelijk structureel en tijdelijk. Artikel 5 gaat in op de structurele facultatieve taken en artikelen 6 en 7 zien op de tijdelijk facultatieve taken. • Sub c: Graag zou ik zien dat er gewerkt wordt aan een dienstverleningsovereenkomst (resp. SLA). o Artikel 8 lid 2 gaat deels in op de afspraken die in een dienstverleningsovereenkomst worden vastgelegd. In de regeling is het niet verstandig om tijdelijke procesafspraken op te nemen. De reden daartoe is dat wanneer de tijdelijkheid is ‘verdwenen’ (omdat bijvoorbeeld een nieuwe DVO/SLA tot stand is gekomen), de regeling gewijzigd moet worden.
Om die reden wordt ervoor gekozen dat partijen een dienstverleningsovereenkomst overeenkomen. Detailafspraken worden in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Artikel 12 Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur
Pagina 3
•
Wat als stemmen gelijk zijn. Er staat nu niet in wat er dan gebeurd. Dit is al wettelijk bepaald, zie hiervoor artikel 52 juncto 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gelet op de wens om alles wat al wettelijk bepaald is niet nogmaals te herhalen in de regeling, is dat hier weggelaten.
Artikel 14 Commissies •
De motie van de gemeenteraad Dinkelland gaat over het instellen van raadscommissies. Waarom is dit buiten de regeling gelaten? o De wens was om zaken die al wettelijk geregeld zijn, niet nogmaals te herhalen in de regeling. Het instellen van een raadscommissies volgt reeds uit de wet. Dit hoeft niet expliciet in de regeling te worden opgenomen. Indien de wens is om een raadscommissie in te stellen, dan kunnen raadsleden hierom verzoeken. Het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Twente moet hier dan vervolgens gehoor aan geven.
Hoofdstuk 5: Inlichtingen en verantwoording Artikel 22: Zienswijzen •
Lid 1: Geef je hiermee niet een blanco cheque? o Nee, zie namelijk het tweede lid waarin ook raadsleden gezamenlijk kunnen oproepen tot een zienswijze. Dit is op zowel ambtelijk- als bestuurlijk niveau afgestemd.
Artikel 23: Participatie • •
•
• •
Lid 1. Moet dit inderdaad niet Twente zijn i.p.v. Twente? o Uiteraard. Dit is conform aangepast. Lid 3: Inspraak is iets anders dan participatie. o Inspraak is inderdaad een vorm van participatie. Er is hier gekozen voor inspraak, omdat dit aansluit bij de bewoordingen van de wet gemeenschappelijke regeling, zie artikel 10 lid 7 en lid 8. De gewijzigde wet schrijft voor dat elke regeling bepalingen moet inhouden omtrent de wijze waarop inwoners en belanghebbenden bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de regeling betrokken worden. Vervolgens wordt in het achtste lid expliciet ‘de bedoelde inspraak’ vermeld. Het artikel wijkt af van de modelbepaling organisatierecht. Zelf zou ik spreken van Inspraak. Is overwogen om een bepaling op te nemen over het opstellen van een inspraakverordening? o De modelbepaling ‘organisatierecht’ is ons niet bekend. In het artikel wordt ook gesproken van inspraak. Alleen de titel is algeheel participatie genoemd. Inspraak is de wijze waarop vorm wordt gegeven aan participatie. o Zie ook artikel 10 lid 8 van de wet gemeenschappelijke regeling. Daar worden de regels van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard. De normale procedures van elke deelnemer zijn van toepassing. Dat betekent dat de inspraakverordening van elke individuele gemeente (resp. provincie) blijft gelden.
Artikel over participatie: waarom heet de titel participatie, terwijl het over inspraak gaat? o Participatie is de overkoepelende term. Er ligt geen specifieke reden aan ten grondslag. Wat zijn de normale procedures bij participatie. Volgen die uit de Awb? o Zie artikel 10 lid 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daar wordt vermeld dat de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, voor zover in de regeling niet anders is bepaald. Pagina 4
Hoofdstuk 6: Personeel Artikel 26 (personeel) en artikel 27 (arbeidsvoorwaardenregeling) • Beide artikelen zijn (deels) komen te vervallen, waarom? De bepalingen volgen al uit de wet (zie onder meer artikel 57 e.v. Wgr en art. 10:3 lid 1 en artikel 10:12 Awb én art. 3:61 BW). Hoofdstuk 7: Begroting en jaarrekening Artikel 27 Jaarrekening •
Kan een positief saldo in de jaarrekening ook worden gebruikt voor een bepaald doel het jaar erop? Ik meende dat dit in de vaststelling van de jaarrekening 2022 ook het geval was. De inzet van een positief saldo is geregeld in de bijdrageverordening. De aangepaste bijdrageverordening wordt in een later stadium aan jullie voorgelegd.
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 30: Uittreding •
Lid 3 tot en met lid 5: Is dit voldoende? Ik had het idee dat de huwelijkse voorwaarden al in de GR geregeld moeten zijn? Voortaan moet in elke gemeenschappelijke regeling uitdrukkelijk bepaald worden hoe de gevolgen van uittreding worden geregeld. Dit betekent dat in ieder geval de volgende onderwerpen geregeld moeten zijn: ▪ Besluitvorming rondom wijziging, opheffing, toetreding en gevolgen van uittreding vindt plaats door deelnemende bestuursorganen. Het bestuur van de Omgevingsdienst heeft daarin formeel geen rol. ▪ De voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden. ▪ De gevolgen voor het vermogen van de Omgevingsdienst door uittreding. ▪ De gevolgen voor het vermogen van deelnemende gemeenten/provincie door uittreding. Met artikel 30 en 31 wordt er gehoor gegeven aan de wettelijke verplichtingen.
Artikel 31: Procedure en inhoud van het uittredingsplan • Lid 1: verwijzen naar artikel 30, derde lid. Conform aangepast.
Artikel 32: Beëindiging structurele facultatieve taken • Lid 2: Beëindiging van structurele facultatieve taken geschiedt op verzoek van een deelnemer. Anders dan in de huidige GR, voorziet deze nieuwe regeling er kennelijk niet in dat de deelnemer een definitief besluit neemt over beëindiging; m.a.w. de financiële gevolgen van beëindiging zijn op voorhand niet te overzien, terwijl hier wel aanzienlijke financiële gevolgen uit kunnen voorvloeien o.b.v. van het uittredingsplan. Waarom is dit; waarom is gekozen voor een volledig andere regeling dan de oorspronkelijke GR? Zie ook de eerdere toelichting bij artikel 30. De wet schrijft voor dat de regeling voortaan uitdrukkelijk bepaald hoe de gevolgen van uittreding zijn ingeregeld. Om die reden is het
Pagina 5
-
voormalig artikel uiteen gesplitst in twee artikelen (artikelen 30 en 31) en is geprobeerd om in ieder geval te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Artikel 32 gaat over het beëindigen van structurele facultatieve taken. Dat zijn taken die niet behoren tot het standaardpakket. Dit betekent dan ook dat de deelnemer niet uittreedt, maar besluit tot het minder afnemen van (overige) taken.
Pagina 6
Pagina 7