3d Veiligheidsregio Twente Kadernotitie 2026.pdf
Tekst van het document
1
Inleiding Sinds 2024 wordt de kadernota van gemeenschappelijke regelingen, zoals die van Veiligheidsregio Twente (VRT), ook aangeboden aan gemeenteraden. De VRT kadernota van 2026 is op 12 december jl. behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur. In dit document hebben we de belangrijkste zaken uit de kadernota voor u samengevat. De volledige kadernota van Veiligheidsregio Twente inclusief de vastgoedbijlage staat bij de financiële documenten op www.vrtwente.nl/documenten. De VRT kadernota van 2026 bestaat uit drie paragrafen:
van wet- en regelgeving of een uitvloeisel van landelijk beleid. Deze onderwerpen zijn afgelopen zomer ook onder de aandacht gebracht bij de nieuwe bewindspersonen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V). Mede ook vanwege het gebrek aan duidelijkheid over hoe met bepaalde financiële gevolgen om te gaan. Beleidsinhoudelijke thema’s 2025 1. Behoud vrijwilligers (Europese deeltijdrichtlijn) Landelijke regeling PTSS 2. Behoud BDUR als specifieke uitkering Vuurwerkopslag bewoond gebied 3. Investeringen in natuurbrandbeheersing Militaire en hybride dreiging
4. 5. 6.
Financiële gevolgen 1) Beleidsinhoudelijke ontwikkelingen 2) Trends in de lopende begroting (incl. indexering) 3) Invulling Twentse zienswijze (begroting 2025) Paragraaf 1 en 2 zijn vaste onderdelen van de VRT kadernota. De derde paragraaf is toegevoegd en gaat in op de zienswijze die de gemeenten in de vorige begrotingsronde hebben ingediend bij hun verbonden partijen. Hierin is gevraagd om bij de begroting 2026 rekening te houden met de financiële situatie van de gemeenten (ravijnjaar 2026).
1) Beleidsinhoudelijke ontwikkelingen De kadernota schetst een zestal relevante beleidsopgaven voor de komende periode. De onderwerpen zijn veelal een gevolg
• 1.2 Behoud BDUR als specifieke uitkering •
In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat de specifieke uitkeringen (de zogenaamde SPUK-regelingen) m.i.v. 2026 worden overgeheveld naar het Gemeentefonds met inbegrip van een taakstellende korting van 10%. De rijksbijdrage van de veiligheidsregio’s (BDuR) wordt aangemerkt als SPUK-regeling en gaat zonder interventie ook met korting over naar de gemeenten. De korting komt voor Twente neer op een bedrag van c.a. € 0,95 mln. Om meerdere redenen is de wijziging onwenselijk. Daarom is de kwestie vanuit de veiligheidsregio’s bij de Minister van J&V aangekaart. Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR blijft voortbestaan als specifieke uitkering. Dit betekent dat de 2
gelden niet overgaan naar het Gemeentefonds. De korting van 10% blijft vooralsnog wel staan. Daarom wordt in de VRT kadernota van 2026 uitgegaan van een structureel tekort in de financiering van € 0.95 mln. De overige beleidsinhoudelijke ontwikkelingen gaan in deze fase gepaard met financiële onzekerheid. Zo zijn de aanspraken voor de landelijke regeling PTSS nog niet uitgedacht en is niet duidelijk welke rol veiligheidsregio’s krijgen bij nieuwe veiligheidsvraagstukken zoals militaire en hybride dreiging. Deze onderwerpen hebben voor nu geen directe impact op de begroting en krijgen daarom een plek in de risicoparagraaf.
2) Trends in de lopende begroting en technische uitgangspunten De tweede paragraaf van de kadernota gaat in op hoe de begroting zich in autonome zin (zonder beleidsaanpassingen) ontwikkelt. We zien in de investeringssfeer tegengestelde effecten (positief en negatief) die langjarig doorwerken in de resultaten van VRT. Daarnaast wordt de begroting gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Een en ander is in de kadernota uitgeschreven in vier passages: Trends in de lopende begroting en technische uitgangspunten 1 2
Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening prijsindexering 2024: Gebouwen en materieel: tekorten in de investeringssfeer prijsindexering 2026
3. Overschot 4. Loon- en
Financiële gevolgen • 2.2 Gebouwen en materieel: tekorten in de investeringssfeer •
De nadelige kostenontwikkeling op het gebied van investeringen wordt veroorzaakt door twee factoren: btweffecten en het gebrek aan investeringsruimte voor de vervanging van onroerende goederen. Het zijn nadelen die geleidelijk optreden (bij daadwerkelijke vervanging van de kapitaalgoederen). In de bijlage van de kadernota zijn deze effecten nader toegelicht (zie www.vrtwente.nl/documenten).
Het tekort op het materieelbudget bedraagt ca. € 0,3 mln. Dit tekort was in de afgelopen periode nog niet zichtbaar vanwege eenmalige meeropbrengsten van afgestoten materieel. Het tekort op gebouwen bedraagt per 2026 eveneens ca. € 0,3 mln. en loopt vanwege noodzakelijke investeringen gestaag verder op. Mede vanwege het huidige financiële klimaat is gekozen voor een restrictieve vastgoedagenda voor de periode 20252029, bestaande uit: - Renovatie kazerne Enschede Spaansland - Nieuwbouw kazerne Markelo - Vastgoedprojecten met een positief financieel resultaat (door besparing energie en/of ruimte). Dit op basis van een onderliggende businesscase. De kadernota bevat een separate vastgoedbijlage, waarin de historische context rondom het vastgoed is geschetst, de afspraken die hierbij zijn gemaakt, de vastgoedprojecten die sindsdien zijn voltooid en de financiële uitdagingen die hierbij zijn opgetreden. • 2.3 Tijdelijk overschot prijsindexering 2024 •
De begroting 2024 is vanwege de afgesproken loon- en prijsindexerings-systematiek substantieel opgehoogd. De prijsindex bedroeg in dat jaar vanwege de inflatieperikelen 12,7%. Voor de meeste gemeenschappelijke regelingen heeft de prijsindexering weinig impact op de begroting. Voor VRT is de impact groter, o.a. vanwege het bezit en beheer van kazernes en materieel. Het begrotingsbeeld is door deze prijsindex in algemene zin verbeterd. Dergelijke prijsontwikkelingen doen zich in de praktijk voor, maar niet over de gehele linie van de begroting. Bovendien treden prijsontwikkelingen voor kapitaalgoederen niet gelijk op maar pas bij het moment van vervanging. Hierdoor ontstaat ruimte in de investeringsbegroting van de organisatie. Deze ruimte compenseert de genoemde tekorten van paragraaf 2.2. De indexruimte is alleen tijdelijk van aard. De tekorten zijn structureel van aard.
3
• 2.4 Loon en prijsindexering 2026 •
Tenslotte wordt de begroting gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkeling in 2026. De lonen stijgen in 2026 naar verwachting (o.b.v. cijfers van het CPB) minder hard dan gemiddeld. Effectief neemt de loonsom ten opzichte van de begroting 2025 toe met ca. 0,7%. De prijsindex komt door nacalculatie uit op 4,9%. Indicatief komt de doorrekening van loon- en prijsindexering daarmee uit op een uitzetting van € 1,0 mln.
3) Invulling Twense zienswijze (begroting 2025) Afgelopen jaar heeft het gros van de Twentse gemeenten een collectieve zienswijze afgegeven op de ontwerpbegroting 2025 van alle verbonden partijen. Hierin wordt gevraagd om bij de begroting van 2026 rekening te houden met de financiële situatie van de gemeenten (ravijnjaar 2026). In deze paragraaf is beschreven hoe VRT invulling geeft aan deze zienswijze. Deze is opgebouwd uit een vijftal elementen. • 3.1 Opvangen korting op de rijksbijdrage (BDuR) •
VRT vangt de korting op de BDuR van ca. € 0,95 mln. zoals verwoord in paragraaf 1.2, zelfstandig op. Volgens de Miljoenennota hangt op landelijke schaal voor de gemeenten een efficiencykorting boven de markt van 438 mln. i.v.m. de overheveling van de specifieke uitkeringen. Bij dat bedrag is een korting op de BDuR van 28 mln. inbegrepen. Aangezien VRT dit aandeel voor haar rekening neemt, kunnen de Twentse gemeenten rekenen op een lagere efficiencykorting. De korting is in dit stadium nog niet definitief. VRT zal – indien de korting gehandhaafd blijft – bij vaststelling van de begroting 2026 een passend pakket aan maatregelen presenteren waarmee de begroting sluitend wordt gemaakt. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan een bijstelling van de ambities en opdrachten die het Rijk bij de veiligheidsregio’s heeft neergelegd.
• 3.2 Tijdelijke korting op de gem. bijdrage i.v.m. niet aangewende prijscompensatie •
Paragraaf 2.3 maakt melding van een tijdelijk overschot op de prijsindexering van het afgelopen jaar. Die ruimte is mede ontstaan doordat in de afgelopen jaren is geanticipeerd op marktontwikkelingen en het brandweermaterieel vroegtijdig is vervangen. De ontstane indexruimte is bij toekomstige investeringsprojecten nodig. Voor de tussenliggende periode kan een tijdelijke korting op de gemeentelijke bijdrage worden verleend. De insteek hierbij is om de korting in eerste instantie vast te stellen voor een periode van twee jaar. Met een ijkmoment t.b.v. de begroting 2028. De korting is indicatief berekend op een bedrag van circa € 0,5 mln. • 3.3 Bijstelling FLO-bijdrage •
Voor brandweerfunctionarissen met een bezwarende functie geldt het FLO-overgangsrecht. Deze bezwarende functies komen voor in vier Twentse gemeenten (Almelo, Hengelo, Enschede en Borne). Door aanpassingen in het overgangsrecht (zoals het stopzetten van de levensloopregeling) zijn de kosten van het overgangsrecht in de loop der tijd toegenomen en is er een flinke piek in de uitgaven ontstaan in de periode 20202024. Daarom zijn met deze gemeenten in 2020 aanvullende financiële afspraken gemaakt. In 2026 is de piek in de FLO-uitgaven achter de rug en zullen de lasten als gevolg van uitstroom van medewerkers met FLOrechten geleidelijk dalen. Daarom kan de bijdrage van de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo m.i.v. 2026 naar beneden worden bijgesteld (zij het in verschillende mate). De bijdrage voor de gemeente Borne vervalt volledig omdat de gemeente het overgangsrecht definitief heeft afgekocht. In totaal kan op grond van huidige inzichten de bijdrage met ongeveer € 0,7 mln. worden verlaagd. • 3.4 Structurele oplossing kostenuitzetting vastgoedagenda •
In paragraaf 2.2 is de vastgoedagenda voor de komende periode geschetst. VRT zet in op een beperkte agenda, waarin enkel de meest noodzakelijke aanpassingen in de portefeuille 4
worden doorgevoerd. Daarmee tegemoetkomend aan de oproep van gemeenten om de kostenontwikkeling waar mogelijk te beperken.
De kostenuitzetting van de vastgoedagenda wordt tijdelijk opgevangen met de prijsindexruimte van 2024 (paragraaf 2.3). VRT zegt toe - als onderdeel van de invulling van de zienswijze om de kosten van de vastgoedagenda ook structureel te ondervangen. Dit komt feitelijk neer op een bezuiniging van € 0,25 mln. Een pakket aan efficiencymaatregelen wordt te zijner tijd voorgelegd aan het bestuur.
omvang van het weerstandsvermogen in verhouding moet staan tot de risico’s waaraan de organisatie bloot staat. Objectief gezien is de financiële positie van VRT kwetsbaar: VRT heeft een relatief lage solvabiliteit en relatief hoge schuldquote. Dit in vergelijking met zowel decentrale overheden in zijn algemeenheid als in vergelijking met andere veiligheidsregio’s.
• 3.5 Omgaan met risico’s en ontwikkelingen •
De kadernota beschrijft diverse ontwikkelingen (zoals de invoering van de landelijke PTSS-regeling) waarvan de financiële gevolgen momenteel nog onzeker zijn. VRT heeft de gewoonte om dergelijke financiële uitdagingen zoveel mogelijk zelfstandig op te lossen. In de afgelopen jaren zijn grote huisvestingsvraagstukken op een efficiënte manier opgelost door te kiezen voor een integrale oplossing (zie paragraaf 1.4 van de vastgoedbijlage) en locaties af te stoten (het pand van de voormalige meldkamer in Hengelo, kazernes in Almelo en opzegging van het huurcontract van het pand aan de Nijverheidstraat). Om stijgende kosten te beheersen, heeft VRT bovendien materieel versneld vervangen en werden de effecten van de cao aanpassingen in 2023 opgevangen met middelen die oorspronkelijk voor andere doeleinden bestemd waren. VRT hanteert de lijn om in principe geen tussentijdse aanpassingen van de begroting voor te stellen. Die aanpak onderstreept de wil om binnen gestelde kaders te opereren en zodoende financiële stabiliteit te waarborgen.
Samenvattend Concreet gaat de kadernotitie voor het jaar 2026 door invulling van de Twentse zienswijze indicatief uit van een lichte neerwaartse bijstelling van de gemeentelijke bijdrage: Korting BDuR € 0,95 mln. Loon- en prijsindexering (technisch uitgangspunt) € 1,00 mln. Invulling Twentse zienswijze € 1,95 mln. Taakstellende opvang van de korting op de BDuR - 0,95 mln. Tijdelijke korting op de bijdrage i.v.m. prijsindex mln. Bijstelling FLO-budget mln. Saldo
€ € - 0,50 € - 0,70
€ - 0,20 mln.
• Financiële positie VRT •
De gemeenten hebben met de Twentse zienswijze ook duidelijkheid gevraagd over de relatie tussen de risico’s van de organisatie en de financiële positie (in termen van weerstandsvermogen). VRT hanteert als richtsnoer dat de 5
De invulling van de Twentse zienswijze heeft ook zijn betekenis voor de jaren 2027 en verder. Een samenvattend overzicht van de effecten voor de komende jaren is hiernaast weergegeven. Daarbij is voor de jaren 2027 en verder gerekend met een gemiddelde autonome stijging van lonen- en prijzen.
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage
6