CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

3.e VRT Programmabegroting 2023 (DEFINITIEF)_1.pdf

Gemeenteraad 14 juni 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 11: Ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen 202317.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aantal 6 Algemeen Commandanten, 6 Officieren van Dienst 45 Hoofden Bevolkingszorg 14 Informatie coördinatoren 42 Telefonisten Telefoonteam 6 Algemeen Commandanten, 5 Officieren van Dienst 5 Strategisch Communicatieadviseurs 4 Hoofden Taakorganisatie 4 Hoofden Informatie Communicatie 32 Medewerkers Taakorganisatie (Pers- en publieksvoorlichters, web redacteuren, Coördinatoren Publieksinformatie)

Trends en Ontwikkelingen Invloed Covid-19 crisis op regionale samenwerking Door de Covid-19 crisis van de afgelopen jaren is online samenwerken een gemeengoed. Regionale afstemming gaat daardoor gemakkelijker en sneller. De coronacrisis heeft heel zichtbaar gemaakt dat het creëren en warmhouden van een netwerk met onze vaste partners zeer waardevol is en snel schakelen mogelijk maakt. Maatschappelijke veerkracht en de rol van de samenleving Meer dan in het verleden zullen ook de inwoners en het bedrijfsleven een bijdrage hebben in het netwerk van crisisbeheersing. Die bijdrage groeit niet alleen door de toegenomen zelfredzaamheid, maar ook door de inzet van vrijwilligersorganisaties. Daarnaast bevindt zich veel kennis en kunde in het maatschappelijk middenveld. Netwerkvorming is essentieel voor de toekomstige crisisbeheersing. Bij de kolommen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie ligt samen met de Twentse gemeenten een regisserende rol om deze buitenwereld naar binnen te halen. Uniform Kwaliteitsniveau Landelijk is er een uniform kwaliteitsniveau voor de gemeentelijke processen van bevolkingszorg en crisiscommunicatie vastgesteld. De kwaliteitsverbetering van bevolkingszorg en crisiscommunicatie is een verantwoordelijkheid van de gemeenten en hun Veiligheidsregio.

Voor de bevolkingszorgtaken inclusief crisiscommunicatie zijn de lokale kennis en de lokale inbedding bij gemeenten cruciaal. Daarom moeten deze taken een gemeentelijke verantwoordelijkheid blijven. Wat willen we bereiken? We streven naar vakbekwame, betrokken medewerkers die voldoen aan de wensen en verwachtingen van de inwoners. Dit past binnen dat wat de wet en ons bestuur van ons vraagt. Wat gaan we doen? Betrouwbare en fluïde partner De kolommen worden ingezet om de gemeenten te ondersteunen bij de zorg voor de bevolking en om inwoners te voorzien in de informatiebehoefte. Dit kan zijn tijdens een acute crisis of een dreigende of voorzienbare situatie waarbij ernstige maatschappelijke onrust te verwachten is. Wij faciliteren de gemeenten naar behoefte door een flexibele opschaling. Vakbekwame medewerkers

20 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Inzetbaarheid van de functionarissen op het landelijke kwaliteitsniveau brengen en houden d.m.v. het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma gericht op doorontwikkeling van de kolommen, vakbekwaamheid, kennismaking en onderlinge samenwerking. We gaan onderzoeken welke impact deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben op de kolommen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie. De meldkamer is bovenregionaal georganiseerd in Apeldoorn. Samen met de coördinatoren van de andere Oost 5 Veiligheidsregio’s spannen we ons in om de alarmering van de Twentse gemeenten en de kolommen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie te borgen en relevante data te ontsluiten. Indicatoren Indicator Inzetmonitor Officier van Dienst en Algemeen Commandant Bevolkingszorg / Crisiscommunicatie Opkomstpercentage en waardering OTO programma Bezettingsgraad regionale poule vanuit gemeenten. Wat gaat het kosten? Gemeenten Crisiscommunicatie Bevolkingszorg Totaal Gemeenten

2023

2022

Verschil

Lasten 224.983 394.391

Baten 208.084 373.093

Lasten 197.684 304.871

Baten 182.101 284.919

Lasten 27.299 89.520

Baten 25.983 88.174

619.374

581.176

502.555

467.020

116.819

114.156

38.198

35.535

2.663

In de begroting 2023 zijn incidentele baten en lasten opgenomen voor in totaal € 105.000. Incidentele middelen (vooruit ontvangen BDUR-gelden en/of subsidies) worden in 2023 onder andere besteed aan het Multi oefenprogramma.

21 // PROGRAMMABEGROTING 2023

3.5

Programma Twente Safety Campus

De Twente Safety Campus is een plek waar partners op het gebied van veiligheid elkaar ontmoeten en samenwerken. De Twente Safety Campus is opgezet vanuit een denken-doen-beleven- concept. Het Safety Field Lab is een plek waar kennis (‘het denken’) centraal staat en een platform biedt om samen met kennisinstituten en bedrijven kennis en producten om ideeën te ontwikkelen naar producten en deze naar de veiligheidspraktijk te brengen. In de kennisprogramma’s wordt samengewerkt met andere partijen waarbij we op zoek zijn naar innovatieve veiligheidsoplossingen. Oplossingen die Twente (betaalbaar) veilig houden én die vermarkt kunnen worden: van kennis naar kunde naar kassa. Verder is er door het AB van de VRT een akkoord gegeven op de voorgenomen plannen om samen met DNV GL een batterij brandveiligheid test- en certificerings-centrum op te zetten. Belangrijke argumentatie hiervoor is dat hulpdiensten (m.n. brandweer) kennis kan opdoen t.a.v. de brandgevaren van lithium-ion pakketten en kan verwerken in doctrines van veilig optreden. Het ‘doen’ gedeelte van Twente Safety Campus is het oefencentrum TRONED waar verschillende hulpdiensten werken aan hun vakbekwaamheid. Er is ruimte om te oefenen, om te experimenteren en om bezig te zijn met de praktijk.

Het centrum wordt gebruikt door Twents brandweerpersoneel, maar wordt ook ingezet voor trainingen aan andere regio’s en partners in het veiligheidsdomein (zoals politie, defensie en Dienst Speciale Interventies, die deze trainingen inkopen. Ook worden er bij trainingen nieuwe technieken ingezet om first responders nog effectiever en veiliger hun werk te laten doen. Denk hierbij aan de inzet van drones, Smart View (observatietechniek m.b.v. camera’s), virtuele rijsimulatoren, etc. In de Risk Factory kan veiligheid ‘beleefd’ worden. Het doel is vergroten van het veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid van burgers. In de Risk Factory kunnen mensen door levensechte simulaties (on)veiligheid aan den lijve ervaren. Zo leren mensen een onveilige situatie te herkennen of te voorkomen. Ook leren ze om in een bepaalde situatie snel, veilig en zeker te kunnen optreden. Hierbij krijgen ze voorlichting en handelingsperspectieven aangeboden. Hiermee is de TSC een belangrijke ontmoetingsplek voor veiligheid in Twente. De verschillende onderdelen van de TSC (oefencentrum TRONED, de Risk Factory en het Safety Field Lab) halen verschillende disciplines en deskundigheden bij elkaar en waar mensen en kennis bij elkaar komen ontstaan ideeën en bedrijvigheid. Dit is de kern van TSC als onderdeel van het brede veiligheidsnetwerk in Twente.

Bestuurlijk In 2017 is er een portefeuilleraad TSC ingesteld waarin de bestuurlijk portefeuillehouder TSC, Arjan Gerritsen, commandant Brandweer, secretaris VRT en de manager Twente Safety Campus zitting hebben. Wat willen we bereiken? We willen de vakbekwaamheid en professionaliteit van hulpverleners en de hulpverlenersorganisatie stimuleren. Met de Risk Factory geven we invulling aan het veiligheidsbewustzijn door de zelfredzaamheid en het handelingsperspectief van Twentse burgers te vergroten. Niet alleen voor basisschoolleerlingen, maar er wordt ook een tweede fysieke Risk Factory ontwikkeld voor een programma voor leerlingen van Voortgezet Onderwijs. Daarnaast wordt er in samenwerking met gemeenten gekeken naar het intensiveren van de mogelijkheden voor een programma voor de groep van thuiswonende ouderen vanaf 65-70 jaar. Samen met bedrijven en kennisinstellingen zijn we op zoek naar innovatieve veiligheidsoplossingen die Twente betaalbaar veilig houden. Hiermee helpen we tevens Twentse bedrijven om ideeën door te ontwikkelen tot vermarktbare producten (Safety Field Lab). Dit alles naast de bijbehorende doelstelling om TSC op een bedrijfseconomisch verantwoorde manier exploiteren, continueren en doorontwikkelen.

Wat doen we ervoor? We bieden onze activiteiten aan, aan verschillende doelgroepen: Oefenprogramma’s en trainingen voor hulpverleners (Troned); Interactieve educatieprogramma’s gericht op veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid van inwoners (Risk Factory); Mogelijkheden voor testen, simulaties en experimenteermogelijkheden voor bedrijven (Safety Field Lab). In het fieldlab wordt samengewerkt met bedrijven en overheidspartijen aan veiligheidsthema’s. Hier worden onder andere producten getest op brandveiligheid. Daarnaast vindt daar co-creatie plaats, waarbij de unieke kenmerken van het vliegveld (afgeschermd, mooie testlocatie, veel ruimte) wordt benut. Noot financieel De uitgangspunten voor TSC zijn niet voor alle onderdelen gelijkluidend, omdat de aard en karakter van de te onderscheiden activiteiten van elkaar verschillen. Troned en SFL acteren op de “markt” en verkeren in een “concurrerende”, private setting. Voor deze onderdelen geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. De Risk Factory vormt in de communicatie naar buiten toe onderdeel van de campus, maar is in de kern een locatie van waaruit activiteiten in de preventieve sfeer worden opgepakt. Met als doel het verhogen van het veiligheidsbewustzijn van bepaalde groepen in de samenleving. De activiteiten vallen ook grotendeels binnen het

22 // PROGRAMMABEGROTING 2023

wettelijk kader van VRT. De lasten en baten van de Risk Factory zijn dan ook binnen het programma Brandweer (onderdeel brandveiligheid) verantwoord. Wat gaat het kosten? TSC TSC Totaal TSC

2023 Lasten 2.948.842

Baten 3.154.880

2022 Lasten Baten 2.429.515* 2.630.575*

Verschil Lasten Baten 519.327 524.305

2.948.842

3.154.880

2.429.515

519.327

206.038 * met inbegrip van verwachte COVID effecten

3.6

2.630.575

201.060

Geraamde totaal saldo van baten en lasten Programma

Lasten

Baten

Totaal

Multidisciplinaire onderwerpen Brandweer GHOR Gemeenten

2.801.765 57.203.198 1.564.788 619.374

2.458.993 8.793.681 955.464 581.176

342.772 48.409.517 609.324 38.198

Totaal Veiligheidsregio Twente

62.189.125 12.789.315 49.399.810

23 // PROGRAMMABEGROTING 2023

524.305

4.978

3.7

Overzicht van herkomst en bestedingen baten en lasten Baten

Rijksbijdrage Gemeentelijke bijdrage Opbrengsten OMS Omzet TSC Incidentele middelen Overige opbrengsten Overige opbrengsten Separate gemeentelijke bijdrage

Lasten

6.658.333 49.399.812 484.523 2.449.866 1.217.103 1.979.489

Personeel

39.927.191

Salarissen

28.763.217

Vergoedingen vrijw illigers

4.706.029

Piket en overige toelagen

2.426.815

FLO

1.789.032

Overig personeel

818.413

897.906

Inhuur personeel

1.423.684

1.081.583

Kapitaallasten

7.679.570

Rente Afschrijvingen

Gebouwen en terreinen

804.635

Onderhoud

957.254

Overige gebouw gebonden kosten

853.766

Brandstof

422.039

8.362.687

Opleiden/oefenen

3.530.299

ICT / informatievoorziening

2.211.796

Verzekeringen Overig

24 // PROGRAMMABEGROTING 2023

1.964.881

1.275.804

Onderhoud materiaal/materieel

Overige out-of-pocket

62.189.125

3.726.769

Huur gebouw en en terreinen

Materieel en materialen

Totaal baten

966.678 6.712.892

Incidentele middelen Totaal lasten

501.656 2.118.937

1.217.103 62.189.125

4

Paragrafen

De begroting bevat de volgende paragrafen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Investeringen

Dit hoofdstuk bestaat uit 6 paragrafen. Ze geven een dwarsdoorsnede van de begroting vanuit een bepaald perspectief. Het gaat hierbij om onderdelen die betrekking hebben op de beleidslijnen van beheersmatige aspecten. Deze aspecten kunnen grote financiële gevolgen hebben en daardoor de realisatie van de programma’s beïnvloeden.

4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Actueel risicobeeld Jaarlijks wordt het financiële risicobeeld in termen van kans en impact geactualiseerd. Door middel van scores op kans en impact worden risico’s in oplopende zwaarte ingedeeld in groene, oranje en rode risico’s. Oranje en rode risico’s wegen mee in de benodigde weerstandscapaciteit. Groene risico’s in beginsel niet, tenzij het geheel ervan uitstijgt boven 1% van het begrotingsniveau. Begin 2022 is het risicobeeld geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s (met een oranje score) opgenomen. Risico-omschrijving Twente Safety Campus exploitatieverlies Prijsstijgingen (brandweermaterieel en materiaal, bouwkosten kazernes, brandstof) Langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid Informatieveiligheid Totaal

Kans x Impact € 375.000 € 374.000 € 182.000 € 100.000 € 1.031.000

Toekomstige risico’s, dat wil zeggen risico’s die pas na 2023 kunnen optreden, tellen nog niet mee in de benodigde weerstandscapaciteit. De volgende toekomstige risico’s zijn nu in beeld: Risico-omschrijving Twente Safety Campus afloop vergunning (per 2025) Taakdifferentiatie: onvoldoende compensatie Rijk voor meerkosten Omgevingswet: onvoldoende compensatie Rijk voor meerkosten Afloop werkkostenregeling onkosten vrijwilligers (per 2025) Beoordeling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan hoe de beschikbare weerstandscapaciteit zich verhoudt tot de benodigde capaciteit. Dit wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Aantal geïdentificeerde risico’s Aantal groene scores Aantal oranje scores Aantal rode scores Benodigde weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit (stand per 31-12-2021) Weerstandsratio Weerstandsratio norm (cf. beleidskader)

15 11 4 0 € 1.031.000 € 946.000 92% 70%

Tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden gerekend de algemene reserve (€ 427.000) en de bestemmingsreserves waarop nog geen verplichtingen rusten (€ 519.000).

25 // PROGRAMMABEGROTING 2023

In het beleidskader risicomanagement / weerstandsvermogen is vastgelegd dat VRT een weerstandsratio van 70% hanteert als richtsnoer. De feitelijke weerstandsratio per 31-12-2021 is hoger. 4.1.1 Financiële kengetallen De door BBV voorgeschreven kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte Veiligheidsregio Twente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Het gaat om de kengetallen: De netto schuldquote laat het niveau van de schuldenlast zien, ten opzichte van de baten. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. De solvabiliteitsratio is de verhouding eigen vermogen/ totaal vermogen en geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De structurele exploitatieruimte laat zien welke structurele ruimte nodig is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarrekening 2021 83,8%

2022 102,4%

2023 96,8%

Begroting 2024 94,0%

2025 93,8%

2026 92,9%

83,7%

102,4%

96,8%

94,0%

93,8%

92,9%

3,4% 0,0%

1,4% 0,0%

0,3% 0,0%

0,0% 0,0%

0,2% 0,0%

1,2% 0,0%

De toename van de netto schuldquote in 2022 resulteert uit de hoge investeringen in nieuwbouw en brandweervoertuigen en de daarvoor benodigde financiering. Na 2022 wordt een lager investeringsniveau verwacht, zodat de schuldquotes weer afnemen. VRT heeft al sinds de oprichting een beperkt eigen vermogen en daarmee een lage solvabiliteit. De terugval tot en met 2024 en het herstel daarna komen voort uit de mutaties in de FLO-reserves. De structurele baten en lasten zijn in evenwicht. Het eigen vermogen is klein en kan tijdelijke verstoringen in dit evenwicht maar beperkt opvangen.

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

In deze paragraaf beschrijven we het beleidskader voor het onderhoud van kapitaalgoederen. Hierbij wordt ingegaan op het onroerende deel van de kapitaalgoederen en het materieel. Gebouwen Veiligheidsregio Twente heeft in totaal 39 gebouwen in gebruik (45.000 m2 BVO) waarvan er 30 in eigendom zijn van de VRT. Brandweer Twente heeft hier 31 gebouwen (31.500 m2 BVO) van in gebruik (de brandweerkazernes). De boekwaarde van alle panden in bezit tezamen bedraagt per 2022 € 33,4 mln. Voor het dagelijkse beheer van het vastgoed is een Servicedesk ingericht die 24/7 bereikbaar is voor storingen, klachten en schades. Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van onderliggende onderhoud- en beheersplannen. Uitgangspunt daarbij is dat het onderhoud wordt afgestemd op conditieniveau 3. Het bijbehorende onderhoudsbudget was de laatste jaren gefixeerd op € 0,80 mln. Gemiddeld genomen is dit budget toereikend Voor 2023 staan o.a. de volgende thema’s op de rol:  Verkenning mogelijkheden tot nieuwbouw kazerne Markelo  Grootschalige interne verbouwing kazerne Hengelo. Dit in verband met het optimale benutten dan de beschikbare ruimte, verduurzaming en het invlechten van functionaliteiten die nu in het pand Demmersweg zijn ondergebracht.  Verkoop pand Demmersweg ten gevolge van de samenvoeging van de meldkamers in Oost Nederland.

 Oplevering kazernes Almelo en Hellendoorn  Daarnaast wordt er een strategisch huisvestingplan opgeleverd. Materieel VRT beschikt over een groot arsenaal aan voertuigen. Ruwweg zijn deze op te delen in voertuigen die voor operationele taken worden ingezet (zoals tankautospuiten) en dienstvoertuigen. In totaal gaat het om c.a. 100

26 // PROGRAMMABEGROTING 2023

voertuigen voor incidentbestrijdende activiteiten. En een 90-tal dienstvoertuigen bedoeld voor brandveiligheidstaken, aan de operatie ondersteunende activiteiten (zoals logistiek) en personele vervoersbewegingen binnen en buiten Twente. Voor al dit materieel is een bumper-tot-bumper-concept geïntroduceerd, waarmee zowel de voertuigen als materialen zoals ademluchtapparatuur op één locatie worden onderhouden en gekeurd. Het bijbehorende onderhoudsbudget (out-of-pocket) bedraagt € 0,25 mln. Dit budget is gefixeerd. Momenteel wordt de organisatie geconfronteerd met oplopende onderhoudsuitgaven. Voor een groot deel is dit terug te voeren op een verouderd wagenpark. De verwachting is dat de werkelijke uitgaven weer in lijn zijn te brengen met het budget als het wagenpark in de loop van 2022 en 2023 (met name tankautospuiten en dienstvoertuigen) is vernieuwd. Voor de komende periode is de aandacht o.a. gevestigd op de volgende thema’s:  Aanbesteding van een zevental natuurbrandvoertuigen (CCFM)  Daadwerkelijke vervanging van het wagenpark na voltooide aanbestedingen (tankautospuiten, blusvoertuigen, dienstvoertuigen en bijbehoren).

4.3

Financiering

Wettelijke kengetallen Vanuit de regelgeving zijn er drie kengetallen die periodiek moeten worden berekend. De kasgeldlimiet en het schatkistbankierenpercentage worden achteraf gemiddeld per kwartaal berekend. Voor de renterisiconorm wordt vooruit gekeken met een berekening voor het komende jaar en een doorkijk naar de volgende jaren. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Deze limiet beperkt het aandeel van de financieringsbehoefte dat met kortlopend vreemd vermogen mag worden gefinancierd. Bij wet is het maximum gesteld op 8,2% van het begrotingstotaal. Dat komt voor de organisatie neer op een bedrag van ca. € 4,9 mln. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden de verplichting hebben om hun middelen aan te houden bij het ministerie van financiën. Voor de middelen beneden het drempelbedrag (0,75% van het begrotingstotaal) geldt deze verplichting niet. Met de bank is afgesproken om automatisch saldo af te dragen. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat van de vaste schuld jaarlijks een bedrag van maximaal 20% (ca. € 11,9 mln.) van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een grens gesteld aan het renterisico op de leningenportefeuille. De renterisicopercentages voor de komende jaren staan in onderstaande tabel.

Renterisiconorm

Maximum 20%

2023 5,1 %

2024 0,0 %

2025 3,7 %

2026 5,9 %

In 2023, 2025 en 2026 lopen onderdelen van de langlopende leningenportefeuille af. Het gaat om resp. € 3,0 mln., € 2,2 mln. en € 3,5 mln. Hiermee wordt de renterisiconorm niet overschreden. Lening portefeuille De langlopende leningenportefeuille bedraagt in totaal € 42,2 miljoen (stand ultimo 2021). Onderstaande grafiek geeft de verdeling van deze portefeuille naar afloopdata.

27 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Afloop leningen 12.000.000 10.000.000 8.000.000 6.000.000 4.000.000 2.000.000 0 2022

2023

2025

2026

2027

2028

2031

2033

2038

2043

Voor de aflopende lening in 2023, € 3,0 mln., zullen nieuwe langlopende leningen moeten worden aangetrokken. De investeringsplanning voor de komende jaren geeft aan dat het verwachte investeringsniveau relatief hoog is, met name vanwege de beoogde nieuwbouw Almelo en de investeringen in brandweermaterieel. Resultaat hiervan is dat de langlopende leningenportefeuille per saldo aanzienlijk zal toenemen. Omslagrentepercentage Het omslagrentepercentage wordt berekend door de verwachte rentelasten te delen door de verwachte boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De rente wordt doorberekend aan de taakvelden waar de vaste activa bij behoren. Het gecalculeerde omslagpercentage mag op een veelvoud van 0,5% worden afgerond. Een actuele prognose van het omslagpercentage voor 2023 komt uit op 1,79%. Bij de keuze voor de kleinste afronding komt de te hanteren omslagrente uit op 2,0%. Hiermee wordt gekozen voor een stabiele meerjarige omslagrente. Het verschil tussen de geprognosticeerde en de te hanteren omslagrente moet als een verwacht positief resultaat worden opgenomen op taakveld Treasury. De externe rentelasten, renteomslag en renteresultaat zijn opgenomen in onderstaand renteschema.

Renteschema 2023 (x € 1.000) de externe rentelasten over korte en lange financiering de externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten

1.100 n.v.t. 1.100

De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury

1.231 131

28 // PROGRAMMABEGROTING 2023

4.4

Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering voor de gehele organisatie is neergelegd bij de sector Strategie & Ondersteuning (kolom brandweer). In deze paragraaf wordt ingegaan op de meeste relevante ontwikkelingen voor de komende periode:

4.4.1 Arbeidsvoorwaardenvorming Veiligheidsregio’s Per 1-1-2020 is de WRNA van kracht gegaan. De WNRA (Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren) regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechtspositie krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Veiligheidsregio’s hebben van de minister van BZK, uitstel gekregen voor de invoering in verband met de discussie over de positie van de brandweervrijwilligers. De duur van dit tijdelijk uitstel van inwerkingtreding hangt samen met het vinden van oplossingsrichtingen voor het vrijwilligersvraagstuk. Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s In 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. Vanaf 2022 gaan ze namens de veiligheidsregio’s onderhandelen met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel in dienst van veiligheidsregio’s. Aanleiding hiervoor was de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), op basis waarvan gemeenten en gemeentelijke organisaties overstapten van de CAR UWO naar de Cao Gemeenten en Cao SGO. De veiligheidsregio’s zijn nog niet meegegaan met de Wnra en moeten daarom tot een eigen collectieve rechtspositieregeling komen. De arbeidsvoorwaardenregeling van de WVSV (CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s) wordt zoveel mogelijk vergelijkbaar met de Cao Gemeenten/Cao SGO, met toevoeging van c.q.

aparte aandacht voor specifieke brandweeronderwerpen (vergelijkbaar met de huidige brandweerbepalingen in de CAR-UWO). 4.4.2 Rechtspositie vrijwilligers In het verlengde van de discussie over de positie van de brandweervrijwilligers is uit een onderzoek naar voren gekomen dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit Europese en internationale wet- en regelgeving. Landelijk wordt gekeken naar een oplossing. Het Veiligheidsberaad heeft in 2021 een stuurgroep ‘toekomst-bestendig brandweerstelsel’ ingesteld met besluit tot een tweeledige vervolgopdracht. De eerste opdracht is de implementatie van het maken van het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte beschikbaarheid van brandweermensen (het zogenoemde verplichtende karakter). Dit besluit is in lijn met het juridisch advies uit het rapport 'De juridische kaders voor maximaal behoud van brandweervrijwilligheid in Nederland'. Bouwsteen 1 betreft het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte beschikbaarheid van brandweermensen. De verwachting is dat het een langdurig traject zal worden van meerdere jaren, aangezien het veel consequenties heeft het op gebied van onder andere opleidingen, arbeidsvoorwaarden en financiën. 4.4.3 Meldkamertransitie Er ligt een landelijke opdracht tot het samenvoegen van de 25 regionale meldkamers naar 10 landelijke meldkamers.

De meldkamer van Twente wordt onderdeel van de meldkamer Oost-Nederland, gevestigd in Apeldoorn. Momenteel (2022) zijn de inrichtingsvoorstellen gereed en gaan de bestuurlijke route in zodat in Q1 2023 de meldkamer in Apeldoorn operationeel kan zijn. Op het gebied van bedrijfsvoering en personeel is de VRT momenteel druk bezig om de overstap naar de nieuwe werkgever zo goed mogelijk te laten verlopen, zoals de harmonisatie van processen (brandweer- en crisis-) en een overgang van brandweercentralisten naar één Veiligheidsregio (VNOG). 4.4.4 Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) In 2018 heeft er een herziening van het FLO-overgangsrecht plaatsgevonden. Eén van de wijzigingen is dat de levensloopregeling vervalt. Dit heeft gevolgen voor de individuele tegoeden van de medewerkers van de VRT die hiervoor in aanmerking komen. De VRT heeft de transitie van de levenslooptegoeden afgerond, de implementatie van de Netto FLO Spaartegoed regeling en de Compensatieregeling is in volle gang. 4.4.5 Tweede loopbaanbeleid Er zijn landelijk signalen afgegeven dat de huidige constructie van het 2e Loopbaanbeleid niet werkbaar is. De Universiteit van Maastricht gaat een vier jaar durend onderzoek doen naar mogelijke aanpassingen van het beleid.

Het doel van het onderzoek is om inzicht verkrijgen in de belemmerende en bevorderende factoren voor duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie in de tijd.

29 // PROGRAMMABEGROTING 2023

4.4.6 Goed werkgeverschap en risicomanagement bij ongevallen Veiligheidsregio’s worden al enige tijd geconfronteerd met de nadelen van verharding en concentratietendensen in de verzekeringsmarkt (fors opgelopen premies, onverzekerbare risico’s, schrijnende letselschadetrajecten). Om een antwoord te kunnen bieden op de geschetste markttendensen en een betere invulling te kunnen geven aan de beginselen van goed werkgeverschap (bij ongevallen), kiezen de veiligheidsregio’s ervoor om op dit terrein samen te werken. De samenwerking krijgt stapsgewijs inhoud Voor de gezamenlijke bemiddelingsactiviteiten en de advisering over risico’s wordt per medio ’22 een stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s opgericht. Het hieraan verbonden besluitvormingstraject is in Twente inmiddels doorlopen. Voor de collectieve financiering van (niet-verzekerbare) aanspraken wordt gedacht aan het oprichten van een gemeenschappelijk Waarborgfonds. Een afzonderlijke haalbaarheidsstudie hiervoor wordt in de loop van dit jaar gemaakt. De uitkomsten daarvan vormen de basis voor verdere besluitvorming hieromtrent. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2022 legt het dagelijks bestuur zelf verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van activiteiten van de organisatie. Dit doet ze door hierover een verklaring op te nemen in de jaarrekening.

Tot dusverre worden dergelijke verklaringen afgegeven door de accountant. Daar komt per 2022 dus verandering in. Waarbij verslagjaar 2022 wordt beschouwd als een proefjaar. Schematisch ziet de verandering er als volgt uit:

Opgemerkt wordt hierbij dat rechtmatigheidsaspecten die direct van invloed zijn op het getrouwe beeld van de jaarrekening onderdeel zijn en blijven van de accountantscontrole. Financiële rechtmatigheid bestaat uit een 9-tal criteria. De rechtmatigheidsverantwoording spitst zich toe op 3 criteria: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het M&O-criterium. In het voorjaar van 2021 is het plan van aanpak voor de invoering van de rechtmatigheidsverklaring vastgesteld. De uitvoering van het plan is tijdelijk “op hold” gezet vanwege de uitstel van de regelgeving, maar wordt in de loop van 2022 weer hervat. De eerste toelichting op de rechtmatigheidsverklaring zal worden gegeven in de paragraaf bedrijfsvoering horende bij de jaarrekening 2022. Nadien zal in de passage horende bij de begroting vooral de aandacht worden gevestigd op de te ondernemen stappen om de financiële rechtmatigheid beter te borgen Informatieveiligheid Informatieveiligheid is de overkoepelende term voor het geheel van organisatorische, technische en procedurele maatregelen, gericht op bescherming van informatie. De aandacht voor informatiebeveiliging is de laatste jaren sterk toegenomen. Recente berichtgeving over cyberaanvallen binnen en buiten de regio laten zien dat het belangrijk is om de I-beveiligingsbasis goed op orde te krijgen.

Voor veiligheidsregio’s is het met name cruciaal dat de bedrijfscontinuïteit gewaarborgd is als vitale sector voor brandweerzorg en crisisbeheersing. Het overall beeld bij VRT is dat de technische basis staat, maar het systematisch beheersen van de Ibeveiligingsrisico’s (en de privacyrisico’s) nog niet. In het eerste interne auditverslag van de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (februari 2022) is een reeks van aanbevelingen gedaan dat nodig is om de basis in alle opzichten op orde te brengen. De aanbevelingen vergen capaciteit en ICT-middelen die momenteel niet voor handen zijn. Reden waarom in de voorliggende begroting (als uitvloeisel van de vastgestelde kadernotitie van 17 februari 2022) een ophoging van de gemeentelijke bijdrage wordt gevraagd. Deze beleidsintensivering is nader toegelicht in de aanbiedingsbrief horende bij de ontwerpbegroting 2023. Kortheidshalve wordt verwezen naar die toelichting. In deze paragraaf zal voortaan de aandacht worden gevestigd op de verbeterpunten die volgen uit de jaarlijkse interne audit op de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO).

30 // PROGRAMMABEGROTING 2023

4.5

Verbonden partijen

Deze paragraaf betreft derde rechtspersonen waarmee Veiligheidsregio Twente een bestuurlijke én financiële band heeft, door een participatie in een vennootschap of deelnemingen in stichtingen. Met een bestuurlijk belang wordt bedoelen we een zetel in het bestuur van een deelneming of stemrecht. Een financieel belang houdt in dat de organisatie middelen ter beschikking heeft gesteld en die verliest bij faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op haar verhaald kunnen worden. Van een financieel belang is ook sprake als Veiligheidsregio Twente bij liquidatie van een derde rechtspersoon middelen uitgekeerd kan krijgen. Visie en beleid op verbonden partijen Veiligheidsregio Twente heeft geen specifieke visie ontwikkeld op gebied van verbonden partijen. Het belang daarvan groeit naarmate de organisatie zich verbindt aan meer partijen. Maar dat is niet het geval. Het aantal verbonden partijen van VRT is sinds oprichting stabiel. Risicoanalyse verbonden partijen Het is niet nodig om de partijen waarmee VRT zich heeft verbonden te voorzien van een risicoscore. Zowel de vereniging van eigenaren als de stichting Meldkamer Twente zijn rechtspersonen die enkel in het leven zijn geroepen om de uitvoering van zaken te waarborgen. Het zijn bovendien rechtspersonen zonder personeel (en dus zonder eigen wil).

Lijst met verbonden partijen Stichtingen en verenigingen Vereniging van Eigenaren genaamd Hulpverlening-diensten. Gevestigd aan de Demmersweg 55 (Westermaat) te Hengelo. 1. Doelstelling

2.

Bestuurlijk en financieel belang

3.

Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Financiële kengetalen (in €) 4. Jaarrekeningresultaat (prognose) 5. Eigen vermogen 6. Vreemd vermogen

31 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Informatie Instandhouding van het pand aan de Demmersweg, waar de Meldkamer in gevestigd is, conform het vastgestelde reglement als bedoeld in artikel 111d, Boek 5 van het B.W. De eigenaren in de gemeenschap zijn stemgerechtigd voor de volgende delen:  Veiligheidsregio Twente 39 stemmen  Stichting Ambulance Oost 61 stemmen Het bestuur van de vereniging bestaat uit twee bestuurders van Veiligheidsregio Twente namelijk de portefeuillehouder Financiën en de secretaris VRT en één bestuurder (directeur) van de Stichting Ambulance Oost. In 2020 is de stallingsruimte van het appartement aan de Demmersweg te Hengelo verkocht aan de Ambulance Oost. Het deel dat Veiligheidsregio Twente bezit is hiermee gedaald van 52 naar 39. Zij kan voor 39/100 deel aansprakelijk gesteld worden bij een faillissement of bij een financieel probleem. Invloed op bedrijfsvoering is mogelijk via de benoemde bestuurders en de meerderheid van stemmen. 1-1-2023

31-12-2023

€0 € 61.607 € 11.811

€ 61.607 € 11.811

Stichting Meldkamer Twente Gevestigd aan de Demmersweg 55 (Westermaat) te Hengelo. 1. Doelstelling

2.

Bestuurlijk belang en financieel belang

3.

Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Financiële kengetalen (in €) 4. Jaarrekeningresultaat (prognose) 5. Eigen vermogen 6.. Vreemd vermogen Stichting BOGO Brandweeropleidingen Gevestigd te Zwolle 1. Doelstelling

2.

Bestuurlijk belang en financieel belang

3.

Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Financiële kengetalen (in €) 4. Jaarrekeningresultaat (prognose) 5. Eigen vermogen 6.. Vreemd vermogen

4.6

Informatie Het bevorderen van multidisciplinaire samenwerking van de meldkamers van de Politie Twente, Ambulance Oost en Veiligheidsregio Twente, door het faciliteren van ondersteunende processen. Zij tracht haar doelstelling te bereiken door het verwerven en exploiteren van infrastructuur en andere voorzieningen. De stichting wordt financieel gevoed door de achterliggende organisaties. (Politie, Ambulance Oost en VRT). Het stichtingsbestuur wordt gevormd door de directeuren van de verschillende hulpverleningsdiensten. De beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is redelijk groot gelet op het lidmaatschap van VRT in het stichtingsbestuur. 1-1-2023

31-12-2023

€0 € 984.329 € 4.611

€ 984.329 € 4.611 Informatie

Het bevorderen van de opleiding, oefening en training ten behoeve van de brandweer en de hulpverlening in de ruimste zin, zulks overeenkomstig, voor zover van toepassing, de richtlijnen te dezer zake van overheidswege, met dien verstande dat hieronder niet zijn begrepen commerciële en marktgerichte activiteiten. Veiligheidsregio’s hebben een voordrachtsrecht als het gaat om benoeming van bestuursleden. Dit recht is echter niet afdwingbaar. Het bestuurlijk belang is daardoor niet volledig toepasbaar. Bij liquidatie van de stichting komt het aanwezig batig saldo ter beschikking van de deelnemende samenwerkingsverbanden. Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via het lid in het bestuur. 31-8-2022

31-8-2023

€0 € 2.287.915 € 5.661.448

€ 2.287.915 € 5.661.448

Investeringen

Veiligheidsregio Twente is een relatief kapitaalintensieve organisatie. De organisatie beschikt over veel vastgoed (kazernes) en een wagenpark van dienstvoertuigen en hulpverleningsvoertuigen. In navolgende passages komen de volgende onderwerpen aan bod: A: investeringsplanning: hoeveel middelen zijn voor de komende periode (2022-2024) benodigd, kijkend naar recent geïnventariseerde investeringsbehoeften? B: investeringsruimte: hoeveel middelen zijn voor de komende periode (2022-2024) beschikbaar, kijkend naar het begrotingskader, de reeds gedane investeringen en de vrijval in de betreffende periode? Beide overzichten tezamen (benodigd versus beschikbaar) verschaffen een beeld van de mate waarin begroting zich verhoudt tot de werkelijkheid. De passage eindigt met: C: een meer gedetailleerd overzicht van geplande investeringen voor het begrotingsjaar 2023.

32 // PROGRAMMABEGROTING 2023

A: Investeringsplanning De vervangingsinvesteringen worden planmatig uitgevoerd om budgettaire en aanbestedingstechnische redenen. Het geplande investeringsbeeld wordt eens per kwartaal bijgewerkt. Daarbij wordt een horizon van 3 jaar aangehouden. Het laatste investeringsbeeld dateert van februari 2022 en ziet er als volgt uit: Tabel A: investeringsplanning 2022-2024 Categorie 2022 Gebouwen1 8,5 mln. Materieel 5,4 mln. Materialen (w.o. pers. uitrusting) 1,6 mln. ICT 0,5 mln. Totaal 16,0 mln.

2023

2024 0,9 mln. 4,8 mln. 0,6 mln. 0,2 mln. 6,6 mln.

0,1 mln. 2,9 mln. 0,6 mln. 0,2 mln. 3,9 mln.

Voor de jaarschijf 2021 en 2022 staan enkele nieuwbouwprojecten op de rol (kazernes Almelo en Hellendoorn). Betreffende locaties zijn al enige tijd afgeschreven en zijn om die reden aan vervanging toe. De investeringen in het wagenpark zijn voor de in beschouwing genomen periode vooral gericht op de vervanging van tankautospuiten, redvoertuigen en dienstvoertuigen. Per saldo is de investeringsbehoefte voor genoemde periode berekend op € 26,4 mln. B: Investeringsruimte (excl. geplande investeringen) Bij beoordeling van de uitvoerbaarheid van de investeringsplanning vormt het begrotingskader de leidraad. In de begroting wordt feitelijk rekening gehouden met een gemiddelde vrijval van ca. € 6,5 mln. (= niveau afschrijvingen). De beschikbare investeringsruimte in enig jaar hangt echter af van de mate waarin de werkelijke investeringen zich in bedrag en tempo hebben verhouden tot die van de begroting. Verschillende factoren spelen daarin een rol. Zo kunnen aanbestedingsperikelen, bestemmingsplannen die op zich laten wachten of interne discussie over de exacte behoeftestelling een oorzaak zijn. Soms is vervanging op het geraamde moment ook nog niet nodig, omdat de goederen nog in goede staat verkeren. Bij aankoopbeslissingen wordt standaard gekeken naar nut en noodzaak. Onderstaand overzicht geeft de beschikbare investeringsruimte weer plus de vrijval voor de komende jaren.

Ruimte die dus kan worden ingezet om de bovenstaande investeringsplanning (tabel A) te financieren. Tabel B: investeringsruimte 2022-2024 Categorie Gebouwen* Materieel Materialen ICT Totaal

per 1-1 5,4 mln. 7,5 mln. 1,8 mln. 1,1 mln. 15,8 mln.

2022 vrijval 0,5 mln. 1,2 mln. 0,7 mln. 0,6 mln. 3,0 mln.

totaal 5,9 mln. 8,8 mln. 2,5 mln. 1,7 mln. 18,8 mln.

Vrijval 2023 0,2 mln. 1,9 mln. 1,2 mln. 0,5 mln. 3,8 mln.

Vrijval 2024 1,1 mln. 2,8 mln. 0,6 mln. 0,1 mln. 4,7 mln.

Besluit d.d. 9 juli 2018 Bij vaststelling van de begroting 2019 is een stapsgewijze ophoging van de gemeentelijke bijdrage toegekend, o.a. bedoeld om de investeringsknelpunten in de going concern te ondervangen. De verhoging van de gemeentelijke bijdrage (althans het deels dat inzetbaar is voor de investeringsperikelen) is in het bovenstaande overzicht meegenomen. Mede als gevolg daarvan komt de beschikbare investeringsruimte voor de komende periode neer op c.a. € 27,4 mln. De investeringsplannen (A) en de financiële investeringsmogelijkheden (B) houden in de periode 2022-2024 geen gelijke tred. Het overschot op de investeringsbegroting is per 2022 nog groot, maar zal in de komende periode fors afnemen. Enerzijds is sprake van een inhaalslag van investeringen (nieuwbouwprojecten, vervanging tankautospuiten). Anderzijds werken de knelpunten waarvoor een stapsgewijze ophoging van de gemeentelijke bijdrage is toegekend (voor o.a. BTW-nadeel, vervanging onroerende activa) langjarig door. De effecten t/m 2022 zijn begrotingstechnisch afgedekt. Niet voor de periode daarna. Tabel C: planning (tabel A) versus ruimte (tabel B) 2021-2023 Ruimte ultimo 2021 ultimo 2022 Totaal 15,8 mln. 2,9 mln.

ultimo 2023 0,1 mln.

ultimo 2024 1,0 mln.

C: Investeringen 2023 (€ 6,6 mln.) Zoals in tabel A weergegeven bedraagt de investeringsbehoefte voor de jaarschijf 2022 € 6,6 mln. Dit zijn ramingen die in structurele zin worden geacht te passen binnen het bestaande budgettaire kader. Daarom wordt gevraagd om bij vaststelling van de begroting 2023 tevens akkoord te gaan met de geraamde investeringen voor 2023 ad € 6,6 mln. Dit alles onder de voorwaarde van budgettaire toereikendheid. De investeringen zijn hieronder nader gespecificeerd.

33 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Specificatie investeringen 2023 Vervanging Gebouwen Materieel

Materialen

ICT Totaal

Batterijtestcentrum (reeds besloten) Vervanging meubilair / inrichting Tankautospuiten incl. bepakking (8x) Hoogwerker (1x) Dienstvoertuigen (dienstauto’s en dienstbussen) (20 x) Overig inventaris voertuigen Ademlucht (toestellen, testbanken, cilinders) Communicatiemiddelen C2000 Bluskleding en dienstkleding Werkmaterialen en oefenmaterialen Mobile devices en audiovisuele communicatie

Bedrag 2023 800.000 100.000 3.210.000 845.000 641.000 114.000 100.000 80.000 289.000 186.000 244.000 6.609.0000

Verbouwing 2e / 3e fase Hengelo* (separaat besluit) * Momenteel worden de mogelijkheden tot verbouwing van de kazerne in Hengelo nader verkend. Dit met het oog op een betere benutting van het pand nader verkend. Het project hangt samen met verschillende onderwerpen en vraagt daarom om een separaat besluit.

34 // PROGRAMMABEGROTING 2023

5

Financiële begroting 2023

5.1

Overzicht van baten en lasten en de toelichting

Hieronder zijn totaaloverzichten van alle lasten, baten en reservemutaties opgenomen. In het onderstaand overzicht worden naast de vier programma’s de algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing vennootschapsbelasting (Vpb) en het bedrag voor onvoorzien gepresenteerd. Hierdoor wijkt het gepresenteerde totaal per programma in hoofdstuk 3 (incl. overhead, etc.) af van het hieronder gepresenteerde totaal per programma (exclusief overhead, etc.).

Bedragen x € 1.000,Programma Multidisciplinaire onderwerpen Brandweer GHOR Gemeenten Corona Subtotaal Algemene dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdrage Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Subtotaal Totaal gerealiseerde saldo baten en lasten Toevoegingen/ onttrekkingen aan reserves

Realisatie 2021

Begroting 2022

Lasten 1.960 43.399 1.075 443 1.888 48.765

Baten 3.223 6.846 986 421 1.627 13.103

Saldo 1.263 36.553892226135.662-

11.840

46.761 709

46.761 11.131-

11.840 60.605 475

47.470 60.573 1.776

61.080

62.349

Begroting 2023

Lasten 1.430 44.378 1.256 503

Baten 2.008 7.573 929 467

Saldo 578 36.80532736-

Lasten 1.857 46.166 1.298 619

Baten 2.458 8.258 955 581

Saldo 601 37.90734238-

47.567

10.977 47.827

36.59047.827

49.940

12.253 49.400

37.68749.400

11.763

525

11.238-

12.249

536

11.713-

35.630 321.301

11.763 59.330

48.352 59.329

36.589 1-

12.249 62.189

49.936 62.189

37.687 -

1.269

59.330

59.329

1-

62.189

62.189

-

Onttrekking aan weerstandsvermogen Gerealiseerd resultaat

5.1.1 Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Binnen Veiligheidsregio Twente zijn er geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. 5.1.2 Taakvelden Het volgende overzicht geeft inzicht in het verdelingsprincipe van de taakvelden naar de programma's voor het begrotingsjaar 2023. De lasten en baten zijn exclusief reservemutaties Taakveld Bedragen x € 1.000,0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Heffing VPB 1.1 Crisisbeheersing & Brandweer 1.2 Openbare orde & veiligheid

Multidisciplinaire onderwerpen Baten Lasten 52 1 945

Brandweer Baten

Lasten

535 1.084

11.038 953 193

1.523 934

1.121 684

7.174

43.456

2.459

2.802

8.794

57.203

8.3 Wonen & Bouwen Totaal

5.2

GHOR Baten

Gemeenten

Lasten

Totaal

Baten

Lasten

Saldo 52 11.713 -131 193

267

955

1.298

581

619

36.260 -250

955

1.565

581

619

49.400

1.563

1.563

Uiteenzetting financiële positie

Deze paragraaf geeft een uiteenzetting weer van de financiële positie. De paragraaf bevat een meerjarenperspectief met daarin de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage, prognose van de balans en het EMU-saldo. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan het verloop van de reserves en het verloop van de voorzieningen, de investeringen en de jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

35 // PROGRAMMABEGROTING 2023

5.2.1 Meerjarenraming 2022-2025 Het meerjarenperspectief en daarin de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage is hieronder beknopt weergegeven. De uitgangspunten die in de meerjarenraming zijn gehanteerd worden weergegeven onder het meerjarenoverzicht.

Uitgangspunten bij meerjarenraming: 1) Loon- en prijscompensatiezijn meerjarig geraamd op 2,00% (gewogen gemiddelde index CPB) 2) De afschrijvingscomponent van de kapitaallasten worden geïndexeerd met 2,00% (gewogen gemiddelde index CPB) 3) Het meerjarige beeld zoals gepresenteerd in de kadernotitie horende bij deze ontwerpbegroting (en behandeld in het AB van 17 februari 2022) is overgenomen in deze meerjarenraming:

4)

Risico’s, zoals beschreven in par. 4.1 treden niet op of worden eigenstandig opgevangen.

De meerjarenraming gaat er dus vanuit dat de meerkosten van landelijke ontwikkelingen (de impact van de Europese deeltijdrichtlijn (voor vrijwilligers) direct dan wel indirect worden gecompenseerd door het Rijk. Het bestuur wordt bijtijds geïnformeerd over ontwikkelingen in het afsprakenkader met het Rijk.

5.2.2 Geprognosticeerde balans In het onderstaand overzicht is de geprognotiseerde balans (per 31-12) opgenomen voor de desbetreffende jaren.

36 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Activa (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Materiële vaste activa

53.411

61.692

60.855

58.920

58.920

58.920

Kapitaalverstrekkingen

0

0

0

0

0

0

Leningen

73

0

0

0

0

0

Uitzettingen > 1 jaar

0

0

0

0

0

0

Totaal Vaste Activa

53.483

61.692

60.855

58.920

58.920

58.920

Voorraden

0

0

0

0

0

0

5.083

2.803

5.723

7.494

5.428

2.510

0

0

0

0

0

0

Overlopende activa

1.258

1.258

1.258

1.258

1.258

1.258

Totaal Vlottende Activa

6.341

4.061

6.981

8.752

6.686

3.768

Totaal Activa

59.825

65.753

67.836

67.672

65.606

62.688

Passiva (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Eigen vermogen

Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen

2.034

915

176

12

146

728

Voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Vaste schuld

42.200

45.700

52.700

52.700

50.500

47.000

Totaal Vaste Passiva

44.234

46.615

52.876

52.712

50.646

47.728

Vlottende schuld

12.198

16.424

13.424

13.424

13.424

13.424

Overlopende passiva

3.393

2.714

1.536

1.536

1.536

1.536

Totaal Vlottende Passiva

15.591

19.138

14.960

14.960

14.960

14.960

Totaal Passiva

59.825

65.753

67.836

67.672

65.606

62.688

Toelichting op de belangrijkste mutaties in de balansprognose:  Materiële vaste activa In 2022 leiden de aanschaf van tankautospuiten en schuimblusvoertuigen en de nieuwbouw van kazerne Almelo tot een aanzienlijke stijging van de waarde van de vaste activa.  Eigen vermogen De geraamde afname van het eigen vermogen is in 2022 deels te verklaren door de uitkering van een deel van het jaarrekeningresultaat 2021 aan de gemeenten. De mutaties in de reserves FLO werken tot en met 2024 negatief door op het eigen vermogen en daarna positief.  Vaste schuld Voor de grote investeringen in 2022 en door de afloop van langlopende leningen, is het noodzakelijk om langlopende leningen af te sluiten voor in totaal € 6 mln. in 2022 en naar verwachting ca. € 10 mln. in 2023. Hiermee neemt de vaste schuld aanzienlijk toe tot en met 2023.  Overlopende passiva Deze post neemt af door de besteding van vooruit ontvangen Rijksbijdragen. Belangrijk element hierin is de vergoeding voor de transitie Meldkamer. Deze vergoeding wordt ingezet in 2022 en 2023, met name voor de afboeking van een deel van de boekwaarde van het gebouw voor de Meldkamer. In de posten Uitzettingen < 1 jaar en Vlottende schuld zijn de schommelingen in de liquiditeitspositie zichtbaar.

5.2.3 Berekening EMU-saldo In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een bij de euro aangesloten land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Het EMU-tekort wordt bepaald door een gezamenlijk tekort van het Rijk, lokale overheden en sociale fondsen. In de onderstaande tabel is het EMU-saldo van Veiligheidsregio Twente berekend voor de jaren 2022-2026.

37 // PROGRAMMABEGROTING 2023

2022

2023

2024

2025

2026

-9.400

98

1.771

134

582

-73

0

0

0

0

Uitzettingen

0

0

0

0

0

Uitzettingen

-2.280

2.920

1.771

-2.066

-2.918

Liquide middelen

0

0

0

0

0

Overlopende activa

0

0

0

0

0

Vaste schuld

3.500

7.000

0

-2.200

-3.500

Vlottende schuld

4.226

-3.000

0

0

0

Overlopende passiva

-679

-1.178

0

0

0

EMU-SALDO (x € 1.000,-)

Kapitaalverstrekkingen en leningen

Financiële vaste activa Activa Mutaties (1 januari tot 31 december)

Vlottende activa

Vaste Passiva Passiva

Vlottende passiva

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa Het negatieve EMU-saldo in 2022 wordt vooral veroorzaakt door het hoge investeringsniveau.

5.2.4 Verloopoverzicht reserves

Reserves (x € 1.000,-)

Stand

Toevoeging 2023

31-12-2022

Algemene reserve

426.911

Reserve FLO Borne

-281.034

Onttrekking 2023

426.911 136.376

Reserve FLO Enschede

-1.041.601

197.548

Totaal algemene reserve

-895.724

197.548

Brandweermateriaalplan

Stand 31-12-2023 -417.410 -844.053

136.376

-834.552

0

0

Bedrijfsvoering Troned/ TSC

237.725

237.725

FLO Almelo

120.992

95.588

25.404

FLO Hengelo

888.489

285.259

603.230

Innovatie

133.500

133.500

0

IVZ

0

0

Zorg- en veiligheidshuis Twente

343.972

200.000

143.972

Veiligheidsstrategie

85.720

85.720

0

Totaal bestemmingsreserves

Totaal reserves

1.810.398

0

800.067

1.010.331

914.674

197.548

936.443

175.779

In dit overzicht is in de stand per 31-12-2022 rekening gehouden met een toevoeging aan de FLO reserves vanuit het jaarrekeningresultaat 2021. Het betreft het aandeel van de FLO gemeenten in dat resultaat. 5.2.5 Verloopoverzicht voorzieningen Er zijn geen voorzieningen. 5.2.6 Arbeidskostengerelateerde verplichtingen In onderstaand overzicht zijn de arbeidskostengerelateerde verplichtingen opgenomen, die jaarlijks een vergelijkbaar volume hebben. Vanaf 2020 is dit opgehoogd met 0,8% in verband met bovenwettelijk verlof. De dekking van deze verplichtingen is in de meerjarenraming voorzien.

38 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Bedrag x € 1.000,Individueel Keuzebudget Totaal arbeidskostengerelateerde verplichtingen

39 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Jaarlijks 3.150 3.150

Bijlagen

40 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Bijlage 1 Toelichting gemeentelijke bijdrage Het algemeen bestuur heeft ingestemd met de Kadernotitie begroting 2023. Hierin zijn de volgende technische uitgangspunten opgenomen. Indexering Kostencategorie Loonmutaties

Index 2,3%

Prijsmutaties

2,8%

Vervangingsinvesteringen

2,8%

toelichting Basis is de loonvoet sector overheid uit de MEV 2022. Bij de toepassing van dit indexpercentage wordt rekening gehouden met de nieuwe CAO Gemeenten met looptijd 2021 en 2022. In deze CAO zijn 2 verhogingen opgenomen, nl. 1,5% per 1-12-2021 en 2,4% per 1-4-2022. Daarnaast is een thuiswerkvergoeding opgenomen die uitkomt op 0,3%. Daarmee stijgen de loonkosten 2023 ten opzichte van de werkelijke loonkosten per 31-12-2021 (waarin de verhoging met 1,5% nog niet is verwerkt) met 1,5% + 2,4% + 2,3% + 0,3% = 6,6% (totaal is 0,1% hoger dan de losse onderdelen vanwege index op index). In het LOAV een principe-akkoord bereikt over de doorwerking van de CAO Gemeenten 2021-2022 naar het personeel in dienst van de Veiligheidsregio’s. Voor de prijsmutaties wordt uitgegaan van de IMOC (netto materiële overheidsconsumptie) met correcties van de indices over de jaren t-3, t-2 en t-1. De index voor 2023 bedraagt 1,6%. De index voor 2022 bedraagt 1,9%. Vorig jaar werd uitgegaan van een index voor 2022 van 1,5%, derhalve een bijstelling met 0,4%. Het CPB heeft de inflatiecijfers voor 2020 en 2021 ook weer bijgesteld met resp. 0,2% en 0,6%. In totaal bedraagt de nacalculatie 1,2%. Om die reden worden de prijsindex-gerelateerde budgetten voor het begrotingsjaar 2023 verhoogd met (1,6% + 1,2%)= 2,8%. Hierbij geldt eveneens het herrekende IMOC-cijfer.

Financieringssystematiek De Cebeon-norm is de grondslag voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:  Grondslag voor de maatstafaantallen in enig begrotingsjaar (t): septembercirculaire t-2.  Grondslag voor de verdeelmodule: de per 15 maart (t-1) bekende bedragen per maatstaf.  Het rekeningresultaat wordt na rato inbreng verrekend met gemeenten.  Er vindt geen nacalculatie plaats vanwege bijstelling van de maatstafaantallen voor enig jaar. De septembercirculaire t-2 blijft leading.

41 // PROGRAMMABEGROTING 2023

FLO overgangsrecht Voor brandweerfunctionarissen met een bezwarende functie geldt het FLO-overgangsrecht. De bezwarende functies komen voor in een viertal gemeenten (Almelo, Hengelo, Enschede en Borne). De financiële implicaties van de regeling zijn voor rekening van de desbetreffende gemeenten (gesloten systematiek). De uitgangspunten die liggen onder de berekening van de FLO-kosten zijn in 2012 met de gemeenten overeengekomen. Door aanpassingen in het overgangsrecht is er echter een flinke piek in de uitgaven ontstaan in de periode 20202024 (o.a. vanwege het versneld volstorten van de levensloop) en zijn huidige budgetafspraken alleen niet toereikend. Daarom zijn in 2021 aanvullende afspraken gemaakt. Deze komt erop neer dat ernaar wordt gestreefd om het tijdelijke knelpunt in de financiering van het FLO-overgangsrecht zonder begrotingsaanpassingen te ondervangen. Door: 1. Nader te verkennen of het uitgavenpatroon nog verder kan worden beïnvloed (afvlakken van de piek) 2. De FLO-reserves aan te vullen met eventuele positieve rekeningsaldi in de periode waarin het knelpunt in de financiering nog aanwezig is. Het knelpunt is dus tijdelijk van aard: op termijn dalen de lasten, omdat het aantal FLO-gerechtigden allengs verder zal afnemen.

Vergelijking gemeentelijke bijdrage met voorgaand jaar Vergelijking gemeentelijke bijdrage Bijdrage begroting 2022 Bijdrage begroting 2023 Per saldo een stijging van de bijdrage 2023 t.o.v. de begroting 2022 Uitgangspunten begroting 2023 - Looncompensatie* - Prijscompensatie - Grondslag voor de loonsom vacatures (max -2) - Correctie kapitaallasten (vervangingsinvesteringen) Totaal van de effecten van de uitgangspunten van begroting 2023

€ 47.826.577 € 49.399.812 € 1.573.235

€ 1.208.323 € 135.603 € 229.309 € 1.573.235

Totaal stijging gemeentelijke bijdrage

€ 1.573.235

*Verklaring loonontwikkeling De lonen worden geraamd volgens het principe: werkelijk niveau 31-12 (t-2) + loonindex (t-1) + loonindex (t). Het vergelijk tussen begroting 2022 en begroting 2023 is als volgt:

2020 2021 2022 2023

Begroting 2022 Werkelijk 1,8% 1,8% -

Begroting 2023 0,9% (= werkelijke stijging) 4.2% 2.3%

Loongerelateerde budgetten VRT (salarissen, vergoedingen, FLO): c.a. € 36 mln.

42 // PROGRAMMABEGROTING 2023

Verschil -0,9% +2,4% +2,3% +3,8%

Bijlage 2 Gemeentelijke bijdrage 2023 Vastgestelde bijdrage 2022

Verhoging uitgangspunten 2023

Mutaties Cebeon

Verhoging FLO met index

Bijdrage 2023

Almelo

5.587.437

176.301

29.762

6.631

5.800.131

Borne

1.441.873

46.947

8.270

709

1.497.799

Dinkelland

2.089.223

69.509

-3.995

Enschede

13.827.079

424.092

37.815

Haaksbergen

1.661.016

55.262

-4.261

1.712.018

Hellendoorn

2.342.444

77.933

-10.190

2.410.188

Hengelo

6.505.073

204.797

-14.514

Hof van Twente

2.668.144

88.770

-20.811

2.736.103

Losser

1.591.148

52.938

2.597

1.646.682

Oldenzaal

2.231.134

74.230

-10.912

2.294.452

Rijssen / Holten

2.471.923

82.241

102

2.554.266

Tubbergen

1.660.770

55.254

-5.045

1.710.979

Twenterand

2.178.771

72.488

-11.210

2.240.049

Wierden

1.570.542

52.252

2.394

1.625.188

47.826.577

1.533.014

0

40.222

49.399.813

Gemeente

2.154.736 24.844

8.038

14.313.829

6.703.393

Met de toekenning van extra budget voor informatieveiligheid (€ 250.000): Vastgestelde bijdrage 2022

Verhoging uitgangspunten 2023

Mutaties Cebeon

Verhoging FLO met index

Bijdrage 2023

Almelo

5.587.437

205.052

29.918

6.631

5.829.038

Borne

1.441.873

54.603

8.313

709

1.505.498

Dinkelland

2.089.223

80.844

-4.016

Enschede

13.827.079

493.252

38.014

Haaksbergen

1.661.016

64.274

-4.283

1.721.007

Hellendoorn

2.342.444

90.643

-10.243

2.422.844

Hengelo

6.505.073

238.195

-14.590

Hof van Twente

2.668.144

103.246

-20.920

2.750.470

Losser

1.591.148

61.571

2.610

1.655.329

Oldenzaal

2.231.134

86.335

-10.970

2.306.500

Rijssen / Holten

2.471.923

95.653

102

2.567.678

Tubbergen

1.660.770

64.265

-5.072

1.719.963

Twenterand

2.178.771

84.309

-11.269

2.251.811

Wierden

1.570.542

60.773

2.406

1.633.721

47.826.577

1.783.014

0

Gemeente

43 // PROGRAMMABEGROTING 2023

2.166.051 24.844

8.038

40.222

14.383.188

6.736.715

49.649.813

Bijlage 3 Toelichting op beleidsintensiveringen 2023 Informatieveiligheid De aandacht voor informatiebeveiliging is de laatste jaren sterk toegenomen. Recente berichtgeving over cyberaanvallen binnen en buiten de regio laten zien dat het belangrijk is om de I-beveiligingsbasis goed op orde te krijgen. Zowel uit de externe doorlichtingen van vorig jaar als het interne auditverslag van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) blijkt dat de technische basis staat, maar het systematisch beheersen van de I-beveiligingsrisico’s (en de privacyrisico’s) niet. Voor veiligheidsregio’s is het cruciaal dat de bedrijfscontinuïteit gewaarborgd is als vitale sector voor brandweerzorg en crisisbeheersing. Om de I-beveiliging op peil te krijgen en te houden zijn aanvullende middelen nodig. De benodigde middelen voor IT-beveiliging bedraagt volgens huidige standaarden (zoals ook gehanteerd door de Cyber Security Raad) minimaal 10% van het totale IT-budget. Dat komt in VRT-termen neer op € 0,4 mln. De huidige uitgaven voor informatieveiligheid (personeel en tooling) bedragen c.a. 4% van het IT-budget. Een middelentekort van c.a. € 0,25 mln. Herschikking van middelen binnen het huidige IT-budget is niet mogelijk. Het gros van het IT-budget zit vast in licenties, contracten, investeringen en reguliere IT-beheerstaken.

De aanvullende middelen zijn naar de huidige inzichten nodig voor  Her versterken van de informatiebeveiligingsorganisatie (c.a. 2 fte ad 140 k). Het gaat hierbij om invulling van enkele sleutelfuncties (CISO en FG zijn momenteel neventaken, ingepast in bestaande functies) en uitbreiding van het securityteam binnen de IT-afdeling.  Het aanleggen van technische voorzieningen (c.a. 80 k) , benodigd voor o.a. monitoring netwerkverkeer (SIEM-oplossing). De kosten van cloudlicenties nemen hierdoor ook toe.  Inhuur cyberbeveiligingsexpertise (c.a. 30 k) voor periodieke uitvoering van diverse securitytesten. VRT beschikt nog over incidentele gelden voor informatiebeveiliging (275 k). Deze gelden worden in ’22 ingezet om de verdere implementatie van de BIO op onderdelen te versnellen.

Omgevingswet Met de invoering van de omgevingswet wordt het wettelijke kader voor de inrichting van de fysieke leefomgeving vereenvoudigd. De nieuwe regelgeving moet het omgevingsrecht inzichtelijker maken, de kwaliteit van de leefomgeving meer centraal stellen, de bestuurlijke afwegingsruimte voor projecten vergroten en besluitvorming over projecten bespoedigen. De impact van deze wetwijziging is voor alle betrokkenen partijen groot. Veiligheidsregio’;s krijgen met name een grotere rol bij de complexere aanvragen. De wet wordt per 1-1-2023 ingevoerd. Vorig jaar heeft Cebeon een rapport uitgebracht over de gevolgen van het Omgevingsrecht voor Veiligheidsregio’s1. De uitkomsten van het rapport zijn fors en onderverdeeld in structurele en eenmalige effecten. Structureel zou het plaatje volgens de onderzoekers uitkomsten op € 0,8 mln.

1

https://www.cebeon.nl/gevolgen-risicobeheersingstaken-stelselherziening-omgevingsrecht-voor-veiligheidsregios/

44 // PROGRAMMABEGROTING 2023

De uitkomsten van het rapport zijn naast onze eigen (pilot)-ervaringen en inzichten gelegd. Mede op basis daarvan is een Twentse doorrekening opgesteld van de meerkosten de Omgevingswet. Overall gezien zijn de financiële consequenties geringer. Waarbij in vergelijking met het Cebeon-rapport een sterker nadruk wordt gelegd op risico- en objectinformatie als randvoorwaarde voor een adequate uitvoering van de nieuwe regelgeving.

Over de wijze waarop de gevolgen van de Omgevingswet worden bekostigd, bestaat in deze fase nog onduidelijkheid. Het wachten is op een herijking van eergemaakte afspraken tussen het Rijk en VNG. De insteek nu is om de financiële consequenties van de Omgevingswet voorlopig te dekken uit het oplopende rentevoordeel van VRT. Dit rentevoordeel is op termijn structureel nodig om het BTW-nadeel op investeringen het hoofd te bieden. Maar voor een zekere overbruggingsperiode zijn deze middelen wel beschikbaar. Het renteresultaat per 2023 is berekend op c.a. € 0,25 mln. Dit verhoudt zich niet helemaal tot de geactualiseerde doorrekening van de consequenties van de Omgevingswet. Het bestaande financiële kader wordt voorlopig echter leidend voor de activiteiten die i.h.k.v. de Omgevingswet kunnen worden ontplooid. En dus beperkt de beleidsintensivering zich vooralsnog tot € 0,25 mln. Omdat de financiële consequenties van de Omgevingswet al waarneembaar zijn in 2022, zal in lijn met de hiervoor geschetste handelswijze, het financieringsresultaat van 2022 (voor zover aanwezig) ook gericht als dekkingsbron voor deze ontwikkeling worden ingezet. In 2022 gaat het vooral om eenmalige kosten die volgen uit de voorbereiding op de Omgevingswet of daar anderszins mee samenhangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3870/documents/53381