CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

2a vast te stellen bestemmingsplan.pdf

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Larenseweg 38 Markelo14.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Datum: Fase: Planid:

ontwerp NL.IMRO.1735.BGxLarenseweg38-OP10

BESTEMMINGSPLAN

Larenseweg 38 Markelo

Larenseweg 38 Markelo

Larenseweg 38 Markelo

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

6 6 6 7 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

9 9 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

13 13 15 22

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

28 28 29 31 32 32 34 36 37 38 40 42

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels

43 43 43

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

47

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

48 48 48

bijlagen toelichting

49

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

50

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek Larenseweg 38 Markelo

54

Bijlage 3

Watertoets

93

Bijlage 4

Quick scan natuurwaarden Larenseweg 38 Markelo

112

Bijlage 5

Aeriusberekening stikstof

146

Regels Hoofdstuk 1

2

167 Inleidende regels

168

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

ontwerp

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

168 176

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3

177 177 179 181 183

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Regels in verband met vrijkomende agrarische bebouwing Strekking algemene regels

185 185 186 187 188 189 192 193 194 198

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

199 199 200

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Sloopopgave Bijlage 2 Erfinrichtingsplan Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten

201 202 204 208

3

Larenseweg 38 Markelo

4

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Toelichting

ontwerp

5

Larenseweg 38 Markelo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor de locatie Larenseweg 38 in Markelo hebben de initiatiefnemers een plan ontwikkeld om landschapsontsierende bebouwing op het perceel slopen en een nieuwe woning te bouwen (toepassing rood voor rood regeling). Daarnaast is het plan om een kleinschalige camping te realiseren, in de vorm van camperplaatsen, met daarbij een sanitairgebouw. Er is hiervoor een plan ontwikkeld, waarbij een passende erfinrichting wordt gerealiseerd. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken en hiervoor een passend juridisch-planologische regeling te geven.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de Larenseweg 38 in Markelo. Het plangebied ligt op ca. 2,3 kilometer meter ten westen van Markelo. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Markelo, sectie P, perceelsnummer 1205. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven (ter plaatse van de rode pijl).

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: atlas van Overijssel) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven. In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. De erfgrenzen vormen de grens van het plangebied. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

6

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019'. Dit plan is op 15 oktober 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch' en 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 2'. Voor een gedeelte geldt 'Waarde-Archeologische verwachting 3'. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' en de functie-aanduiding 'specifieke vorm van wonen-2 plattelandsappartementen' voor het perceel van toepassing. In figuur 1.3 is een uitsnede weergegeven van het vigerende bestemmingsplan.

ontwerp

7

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 1.3: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gronden zijn in eerste instantie bestemd voor het wonen en het agrarisch gebruik. Ter plaatse is één woning toegestaan. Daarnaast zijn twee plattelandsappartementen toegestaan. Het geldende bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om een extra woning te realiseren, noch een kleinschalige camping in de vorm van het bieden camperplaatsen met bijbehorend sanitairgebouw. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Larenseweg 38 Markelo' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxLarenseweg38-OP10); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

8

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie Het plangebied ligt in het buitengebied, ten westen van Markelo. De functionele structuur van dit gebied bestaat voornamelijk uit verspreid liggende agrarische bedrijven, bospercelen en enkele erven met burgerwoningen. Op het perceel zijn een woning met verschillende agrarische schuren aanwezig. Deze zijn niet meer in gebruik voor de agrarische functie en zijn in vervallen staat. De schuren bevatten asbest. Daarnaast zijn er twee plattelandskamers aanwezig. Vijf schuren zullen worden gesloopt, evenals de kuilvoeropslagen en de opslag voor drijfmest. In figuur 2.1 en 2.2 is de bestaande situatie op het perceel te zien en zijn de te slopen bouwwerken aangegeven.

ontwerp

9

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 2.1: aanzichten huidige situatie vanaf Larenseweg (bron: Google Maps)

Figuur 2.2: te slopen en te behouden bouwwerken Larenseweg 38 (bron: ba-twente.nl)

10

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 2.3: aanzichten te slopen schuren (bron: ba-twente.nl)

2.2

Toekomstige situatie Sloop bebouwing Er zal 1641 m2 landschapsontsierende bebouwing worden gesloopt. Het betreft de schuren 2 tot en met 6 die zijn weergegeven in figuur 2.3. Daarnaast worden de kuilvoerplaten en opslag voor drijfmest verwijderd. In ruil voor de sloop van de bebouwing zal een extra woning (type schuurwoning) van maximaal 750 m3 op het perceel worden gerealiseerd, ten noordwesten van de bestaande woning. Er wordt een kleinschalige camping in de vorm van 10 camperplaatsen gerealiseerd. Deze worden geclusterd op het erf. Daarbij wordt een nieuwe hooiberg/schuur (sanitairgebouw) van maximaal 150 m2 gerealiseerd, die ten dienste staat van deze camperplaatsen. In figuur 2.4 is de toekomstige erfindeling inclusief landschappelijke inpassing te zien. Deze is ook opgenomen in bijlage 1 van de regels.

ontwerp

11

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 2.4: Toekomstige situatie (bron: ba-twente.nl)

Erfinrichting Er is een erfinrichtingsplan opgesteld, waarin de toekomstige erfinrichting is uitgewerkt en vastgelegd. Op het erf worden verschillende streekeigen bomen aangeplant, wordt een boomgaard met fruitbomen en een wijngaard aangelegd. Daarnaast worden een kikkerpoel en een wilde bloementuin aangelegd. Het noordelijk gedeelte wordt een weiland (en zal gebruikt worden voor het beweiden met paarden). De camperplaatsen worden ingepast middels de aanplant van hagen. Daarnaast wordt middels een haag de privéruimte van de woning afgescheiden van het recreatiegedeelte voor de camperplaatsen en plattelandskamers. Verkeer en parkeren De nieuwe woning wordt ontsloten via een afzonderlijk inrit. De nu bestaande inrit krijgt een ondergeschikte functie in de vorm van een soort karrespoor. Er zijn 7 parkeerplaatsen aanwezig ten behoeve van het parkeren bij de plattelandskamers en de camperplaatsen. Dit parkeren vindt plaats nabij het gebouw waarin de plattelandskamers gelegen zijn.

12

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een rood voor rood ontwikkeling, waarbij landschapsontsierende schuren worden gesloopt en een nieuwe woning wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt een kleinschalige camping in de vorm van camperplaatsen gerealiseerd. Deze ontwikkeling, waarbij nieuwe passende functies in het buitengebied worden toegevoegd en sprake is van investeringen in ruimtelijke kwaliteit, past in de prioriteit om een toekomstbestendig landelijk gebied te ontwikkelen. Daarmee past het binnen de prioriteiten van de NOVI.

ontwerp

13

Larenseweg 38 Markelo

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Onderhavig plan maakt de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de bouw van een nieuwe woning mogelijk. Daarnaast wordt een kleinschalige camping in de vorm van 10 camperplaatsen gerealiseerd. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De realisatie van één nieuwe woning wordt derhalve niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Wat betreft de kleinschalige camping met 10 camperplaatsen geldt dat deze binnen het bestaande erf wordt gerealiseerd. Nieuwe bebouwing in het kader van dit onderdeel van het plan betreft de bouw van een sanitairgebouw. Door de deelname aan de rood voor rood regeling waarbij sprake is van sloop van de agrarische schuren en de bouw van het sanitairgebouw neemt de oppervlakte bebouwing op het perceel per saldo flink af. De kleinschalige camping met 10 camperplaatsen wordt dan ook eveneens niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

In de navolgende paragrafen wordt de ontwikkeling getoetst aan verschillende beleidsaspecten vanuit de provincie en gemeente en in hoofdstuk 4, 6 en 7 wordt de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan beoordeeld aan de hand van omgevingsaspecten, economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Daarmee wordt geacht dat er een goede invulling wordt gegeven aan de uitspraak van de ABRvS.

14

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

ontwerp

15

Larenseweg 38 Markelo

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes.

16

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Er is sprake van een ontwikkeling op een bestaand erf, waarbij de rood voor rood regeling wordt toegepast.

Sloop van landschapsontsierende schuren vindt plaats, waarbij een nieuwe extra woning op een bestaand erf wordt gerealiseerd. Ook de realisatie van een kleinschalige camping/camperplaatsen vindt binnen de contouren van het bestaande erf plaats. Er wordt geen nieuw beslag op de Groene Omgeving gelegd. Vastgesteld kan worden dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: In paragraaf 3.2 wordt nader ingegaan op de gebiedskenmerken en wordt het plan getoetst aan de ter plaatse geldende kenmerken. Het toekomstige erf wordt op zorgvuldige wijze ingepast in het landschap. Vastgesteld kan worden dat wordt voldaan aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening.

artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is in onderhavig geval niet van toepassing, aangezien de ontwikkeling aangemerkt kan worden als een kleinschalige ontwikkeling. Daarnaast wordt met de toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling en landschappelijke inpassing reeds een tegenprestatie geleverd.

ontwerp

17

Larenseweg 38 Markelo

artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. lid 2 In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. lid 3 In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. lid 5 Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten.

lid 6 In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Doorwerking voor voorliggend plan: In het woningbouwprogramma Hof van Twente 2018-2027 zijn voor de verschillende kernen binnen de gemeente en het buitengebied de aantallen toe te voegen woningen opgenomen. Voor rood voor rood projecten geldt dat hiervoor een aantal van 28 woningen is opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt rood voor rood mogelijk. Er is sprake van de bouw van één woning. Deze past binnen het woningbouwprogramma. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

18

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Met de toepassing van rood voor rood wordt een bestaand erf herontwikkeld door sloop van landschapsontsierende bebouwing en wordt een extra woning gerealiseerd, evenals een kleinschalige camping in de vorm van camperplaatsen. Het erf wordt daarbij voorzien van een passende landschappelijke inrichting. Het perceel heeft in de huidige situatie reeds een woonbestemming. De toevoeging van de woning en de camperplaatsen zullen geen belemmeringen geven voor de bestaande functies in de omgeving. In paragraaf 4.2 en 4.3 wordt hier nader op ingegaan. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'beekdalen en natte laagtes' (zie figuur 3.3).

ontwerp

19

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toets Bij de herinrichting van het erf is er per saldo sprake van afname van bebouwing. Er wordt circa 1641 m2 bebouwing gesloopt. Er wordt hiervoor een nieuwe woning terug gebouwd, evenals een sanitairgebouw bij de camperplaatsen, maar per saldo neemt de bebouwing op het perceel af. Hiermee -tezamen met de erfinrichting waarbij veel ruimte onverhard blijft- wordt bijgedragen aan het vasthouden van water.

De aan te leggen kikkerpoel draagt bij aan verbetering van de zichtbaarheid van het water. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

20

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je) beekdal, voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid; Toets Onderdeel van het plan is het aanvullen van de erfinrichting met verschillende passende landschapselementen. Hiermee wordt de structuur van het erf verbeterd en bijgedragen aan de kleinschaligheid van het erf, waarbij de overgang erf/open landschap benadrukt wordt. Laag van de beleving In de Laag van de beleving heeft het plangebied het kenmerk 'donkerte'.De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk.

ontwerp

21

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 3.5: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) In de donkere gebieden is het uitgangspunt/ambitie om alleen minimaal noodzakelijk kunstlicht toe te passen. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. Veel aandacht is er daarbij voor het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Toets Bij de ontwikkeling wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met het beperken van licht. Er vindt geen onevenredige toename van licht plaats door de ontwikkeling. De 'Stedelijke laag' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeelden, 10, 11 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze

22

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

worden hierna behandeld. Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.

Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Nieuw evenwicht in functies in het buitengebied is ontstaan met een nieuwe toeristisch-recreatieve publiekstrekker Hof van Twente kenmerkt zich door kleinschalige initiatieven en een hoge mate van vakmanschap. In deze combinatie zijn in 2030 veel kleine innovaties gemaakt. Denk aan knooperven waar eigenaren zorgdragen voor landschapselementen als paden en houtwallen. Of verschillende vormen van CO, reductie bij agrarische bedrijven en hun toe- en afvoer. Of de kennis die we opbouwen in het toekomstbestendig maken van onze gemeente in het licht van vergrijzing en krimp. Het aandeel van recreatie en toerisme in de lokale economie is in 2030 onverminderd groot in Hof van Twente. De toeristisch-recreatieve infrastructuur is geoptimaliseerd. Het landschap is de belangrijkste drager voor recreatie en toerisme en is daarom sturender in de mogelijkheden die er zijn. Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de mark t/behoefte van inwoners,maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen.

Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Toets en conclusie De voorgenomen ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, omdat er vrijkomende ontsierende agrarische bebouwing wordt gesloopt en een bestaand erf wordt herontwikkeld, waarbij een nieuwe woning op het erf wordt gebouwd. De ontwikkeling wordt landschappelijk op passende wijze ingepast middels een erfinrichtingsplan. Onderdeel van het plan is het toevoegen van camperplaatsen. Hiermee wordt een aanvulling op het toeristisch-recreatief aanbod gerealiseerd en draagt de ontwikkeling bij aan de uitvoering van het beleid uit de visie. Vastgesteld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als bedoeld in de 'Hof van Twente, zicht op 2030'.

ontwerp

23

Larenseweg 38 Markelo

3.3.2

Structuurvisie Landelijk Gebied In 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.

De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Om de karakteristiek van het landelijk gebied te behouden geldt als uitgangspunt dat zo min mogelijk niet functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing wordt toegevoegd. Dit kan ten koste gaan van de aanwezige landschapswaarden.

Er wordt daarom geen mede- werking verleend aan het toevoegen van nieuwe woningen door het realiseren van geheel nieuwe solitair gelegen woonerven. Dit hangt ook samen met het beschermen van agrarische bedrijvigheid tegen beperkingen die uit de nabijheid van woningen voortkomen. Het omvormen van voormalige agrarische erven, naar woonerven wordt ondersteund, mits er tevens een aantoonbare verbetering van ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit komt hoofdzakelijk tot uitdrukking in de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, de realisatie van nieuwe landschapselementen rond het erf en het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Toets en conclusie Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt met toepassing van de gemeentelijke rood voor rood regeling een compensatiewoning toegevoegd op een bestaand erf aan de Larenseweg 38 te Markelo. Er wordt daarbij een aanvullende recreatieve functie op het erf toegevoegd door de realisatie van 10 camperplaatsen. De ontwikkeling wordt landschappelijk goed ingepast middels een erfinrichtingsplan. Daarbij worden bestaande landschapselementen behouden en worden er nieuwe passende elementen toegevoegd, teneinde het landschap ter plaatse te versterken en de biodiversiteit te vergroten.

Daarmee wordt geacht dat deze ontwikkeling past binnen het streefbeeld als bedoeld in de 'Structuurvisie Landelijk Gebied'.

24

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

3.3.3

Beleidsnota Grond voor gebruik Algemeen De gemeente Hof van Twente staat voor een enorme opgave als het gaat om het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Tot 2030 komt naar verwachting meer dan 300.000 m2 aan agrarische bebouwing leeg te staan. Deze vrijkomende erven bieden volop kansen voor nieuwe ontwikkelingen. Om een objectieve en eenduidige toepassing van instrumentarium mogelijk te maken is een duidelijke integrale benadering van nieuwe initiatieven van belang. In het bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente is een aantal regelingen opgenomen die ontwikkelingen in het buitengebied eenvoudig mogelijk maken en het versterken van ruimtelijke kwaliteit (sloop en nieuwe functies) als doel hebben. Voor grootschalige projecten is echter een bestemmingsplanprocedure (herziening of wijziging) nodig. In voorliggend geval is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. De beleidsnotitie 'grond voor gebruik' voorziet in de kaders om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Deze beleidsnotitie voorziet in de kaders met betrekking tot het VAB-beleid, Rood voor Rood beleid, beleid omtrent veldschuren, landgoederen, niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied en de sloopvoucher-regeling. In dit geval zijn de kaders van het Rood voor Rood beleid van belang.

Rood voor Rood Het doel dat de gemeente voor ogen heeft is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Dit doel is onder andere te bewerkstelligen door de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen. De regeling Rood voor Rood gaat uit van de sloop van een minimum oppervlakte van 1.000 m2, waarvoor ter compensatie een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. De maximale inhoud van de te realiseren compensatiewoning bedraagt 750 m3. De compensatiekavel wordt bij voorkeur toegekend aan de locatie waar het meest wordt gesloopt en wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, om de erfstructuur te handhaven en de daarbij behorende clustering van bebouwing (ensemble) te bewerkstelligen. De compensatiekavel mag nabijgelegen (agrarische) bedrijven niet hinderen in hun bedrijfsvoering. Het erf en de tuin worden samen met de nieuwe woning en het daarbij behorende bijgebouw op de compensatiekavel gerealiseerd. Uitgangspunt voor de grootte van het bijgebouw is 150 m2. De ruimtelijke kwaliteit moet voor alle betrokken locaties zijn gewaarborgd. In dat kader dient een landschapsplan (erfinrichtingsplan) te worden opgesteld, evenals dat een beeldkwaliteitplan/schetsplan van de nieuwe bebouwing vereist is.

Toets en conclusie Middels uitvoering van het voorliggende bestemmingsplan wordt sloop van alle landschapsontsierende bebouwing en bijbehorende voorzieningen zoals mestkelders, erfverhardingen e.d. mogelijk gemaakt, waarvoor in ruil de realisatie van een compensatiewoning mogelijk wordt gemaakt. Er wordt circa 1641 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Naast de nieuwe woning van maximaal 750 m3 en een bijgebouw van maximaal 150 m2 (waarvoor 1000 m2 sloopoppervlakte wordt ingezet) wordt er een sanitairgebouw gerealiseerd ten behoeve van de camperplaatsen met een oppervlakte van 150 m2. In verband met het toestaan van het sanitairgebouw wordt 300 m2 extra landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Er wordt met de sloop van 1641 m2 ruim voldaan aan de vereiste sloopoppervlakte. De bouwlocatie van de nieuwe woning is gesitueerd op een slooplocatie/een bestaand erf. Met het bouwen op dit erf worden er geen solitaire woonbestemmingen opgericht

ontwerp

25

Larenseweg 38 Markelo

die de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Hof van Twente verslechteren. Uit de milieutoets (paragraaf 4.2 en 4.3) blijkt dat omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmerd worden. Voor de beoogde ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. De uitvoering daarvan, evenals de sloop van de landschapsontsierende bebouwing, is gewaarborgd via een voowrwaardelijke verplichting in de regels. Op gronde van voorgaande wordt geacht dat het plan past binnen de beleidsnota 'Grond voor gebruik'. 3.3.4

Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente In 2005 is een landschapsontwikkelingsplan opgesteld en vastgesteld. Per landschapstype is aangegeven welk kenmerken dienen te worden behouden en/of versterkt. De uitwerking is gebaseerd op vier thema's: -behoud en versterking van waardevolle ensembles: behoud, herstel, aanleg en onderhoud van een samenhangend patroon van landschapselementen (beplantingen inclusief lanen, historische elementen met name in het kampenlandschap, open essen en erfbeplantingen) is het speerpunt; -landschappelijke versterking van het watersysteem; - zorg voor het agrarisch werklandschap: Dit doel uit zich met name in het behouden van relicten van het voormalige kampenlandschap, zonder de patronen te willen herstellen; - inpassen van kernen en routes. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan deze visie. Inrichtingsvoorstellen krijgen als leidraad deze visie mee. Het plangebied is gelegen binnen het broekontginningenlandschap (op de overgang van het grootschalig naar het kleinschalig landschap). In de afbeelding hieronder is de ligging aangegeven met een rode cirkel.

Figuur 3.6: uitsnede landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente (bron: gemeente Hof van Twente) Ter plaatse van dit landschap geldt het behoud van de openheid en grootschaligheid als uitgangspunt waarbij bospercelen en wegbeplanting van es, populier of els de ruimte begrenzen. De erfbeplanting wordt gekenmerkt door een vrij open ruime opzet in het grootschalig landschap en een gesloten beplanting rondom een kleinschalig erf in de

26

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

kleinschaliger broekontginning. Het realiseren van gebiedseigen erfbeplanting (hagen, fruitbomen, grote solitairen) zijn maatregelen die hier gewenst zijn. Toets Middels het opgestelde erfinrichtingsplan blijven de voor het gebied kenmerkende landschapselementen behouden en worden deze aanzienlijk versterkt. Verschillende elementen van gebiedseigen beplanting zorgen voor de begrenzing van het erf, waardoor een voor de broekontginning passend inrichting wordt gerealiseerd. 3.3.5

Welstandsnota De gemeenteraad van Hof van Twente heeft voor de hele gemeente een welstandsnota vastgesteld met criteria voor de welstandstoets. Daarbij is zowel het buitengebied als de kernen ingedeeld in verschillende gebieden aan de hand van karakteristieken van de bestaande bebouwing. Per gebied zijn criteria opgesteld die door de welstandscommissie worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen om vergunning. Daarbij wordt onder andere gelet op de plaats, de hoofdvorm en de detaillering. Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Naast de gebiedscriteria zijn objectgerichte criteria opgesteld die niet voor een gebied, maar voor een bouwwerk gelden. Het plangebied is gelegen in het gebied dat aangemerkt is als 'westelijke ontginningen'. De criteria voor de 'westelijke ontginningen'zijn als volgt: Nieuwe bedrijfsgebouwen worden eenvoudig en sober gehouden. Plaatsing: - de erven kennen een rechthoekige opzet - het huis is op de weg georienteerd - de stal en schuur staan niet aan de weg, maar schuin achter of achter het huis Hoofdvorm - De hoofdvorm dient aan te sluiten bij de oorspronkelijke architectuur van het gebied - Het huis, de stal en schuur krijgen een kap - De stal en de schuur hebben een eenvoudige hoofdvorm. Gevel: - Huizen, stallen en schuren kunnen in alle, mits deugdelijke, materialen worden uitgevoerd.

Aan-, uit- en bijgebouwen en dakkapellen - De toevoegingen ondergeschikt houden aan het hoofdgebouw. - Aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw. - Geen dakkapel op bijgebouw Detaillering - de stallen en schuren worden in gedekte kleuren gehouden - de daken van stallen en schuren worden in gedekte kleuren gehouden. Doorwerking voor dit plan Bij de realisatie van nieuwe bebouwing op het erf wordt rekening gehouden met deze welstandscriteria. Het voornemen is om een schuurwoning te realiseren.

ontwerp

27

Larenseweg 38 Markelo

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels dit bestemmingsplan wordt een rood voor rood project (sloop landschapsontsierende bebouwing en bouw nieuwe woning) en realisatie kleinschalige camping in de vorm van camperplaatsen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is beschreven in hoofdstuk 2.

Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Voor kampeerterrein geldt een m.e.r-verplichting in het geval waarin een permanent kampeer- of caravanterrein betrekking heeft op: 250.000 bezoekers of meer per jaar, een oppervlakte van 25 hectare of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarden. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of

28

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Voor onderhavige ontwikkeling is een m.e.r. aanmeldnotitie opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

ontwerp

29

Larenseweg 38 Markelo

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied'. In het kader van dit bestemmingsplan is gekeken naar de functies in de omgeving van het plangebied. Daarbij worden twee vragen gesteld: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Met de toevoeging van een nieuwe woning wordt geen nieuwe milieubelastende functie toegevoegd. Een nadere beschouwing op dit onderdeel is niet nodig. Ten aanzien van de kleinschalige camping/camperplaats is een nadere beschouwing vereist. In de publicatie zijn camperplaatsen niet specifiek benoemd. De functie die het meest overeen komt met deze functie betreft de functie 'kampeerterreinen (met keuken). Kampeerterreinen (met keuken) kennen op grond van de VNG-publicatie een richtafstand van 50 meter voor geluid en 30 meter voor geur en gevaar. De kleinschalige camping/camperplaatsen is minder milieubelastend dan de functie 'kampeerterrein (met keuken), aangezien het in dit geval om een rustige, kleinschalige recreatieve functie met maximaal 10 stand-/camperplaatsen zonder aanvullende campingvoorzieningen gaat. Een keuken is niet aanwezig.

Hierdoor zijn de effecten van het plan ook minder en is het aanhouden van een minder grote indicatieve afstanden ten opzichte van de nieuw te realiseren woning te verantwoorden. De bestaande woning behoort bij de kleinschalige camping/camperplaatsen en plattelandsappartementen en daarvoor is geen nadere toets vereist. Interne werking De bestaande plattelandsappartementen kunnen worden aangemerkt als vallend in categorie 1, waarbij een indicatieve afstand van 10 meter geldt (vergelijkbaar met hotel, pensions uit de VNG-publicatie). De nieuwe woning ligt ruim buiten deze afstand, op circa 50 meter. Het dichtstbijzijnde gedeelte van de camping (reservoirs) is op een afstand van circa 15 meter van de nieuwe woning gelegen. De camperplaatsen en sanitairgebouw zijn respectievelijk op een afstand van circa 30 meter en 20 meter van de nieuwe woning gelegen. Deze liggen op zodanige afstand van de woning en de ligging van bebouwing/inrichting van het perceel is zo dat er geen sprake zijn van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning door het gebruik van de camperplaatsen en voorzieningen. Plattelandsappartementen en camperplaatsen De afstand van de camperplaatsen tot andere percelen in de omgeving is ruim meer dan 50 meter, waardoor geen nadere beschouwing op dit onderdeel nodig is.

Er is geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van percelen in de omgeving.

30

ontwerp

Larenseweg 38 Markelo

In de omgeving van het plangebied zijn enkele agrarische bedrijven gelegen. De afstand van het plangebied tot aan de dichtsbijzijnde veehouderij (melkveebedrijf), gelegen aan de Larenseweg 36, bedraagt meer dan 160 meter. Voor het fokken en houden van rundvee gelden voor de aspecten stof en geluid een richtafstand van 30 meter. Aan de richtafafstanden voor deze aspecten wordt ruimschoots voldaan. Voor geur geldt een richtafstand van 100 meter. De Wet geurhinder en veehouderij is van toepassing, waardoor een andere kortere afstand geldt voor geur. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan. Op 175 meter van de nieuwe woning ligt het agrarisch bouwperceel Larenseweg 35. Deze is al jarenlang niet meer als zodanig in gebruik, maar heeft een woonfunctie. Eventuele hervestiging van een agrarisch bedrijf zorgt niet voor belemmering voor uitvoering van dit bestemmingsplan, gezien de afstand tussen beide percelen.

4.3

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets De nieuwe woning is als geurgevoelig aan te merken, omdat het bouwwerk permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze voor menselijk verblijf wordt gebruikt. De camperplaatsen zijn niet geurgevoelig. Ook voor het sanitairgebouw geldt dat deze niet geurgevoelig is. Dit blijkt uit jurisprudentie. Zie hiervoor onder meer uitspraken Rechtbank Overijssel, Awb 14/167 van 4 augustus 2014 en ABRvS, 201301469/1/R1 van 10 juli 2013. Buiten de bebouwde kom geldt dat een veehouderij geen grotere geurbelasting op geurgevoelige objecten mag hebben van 14 odourunits/m3 lucht. De afstand van het plangebied tot aan de dichtsbijzijnde veehouderij (melkveebedrijf), gelegen aan de Larenseweg 36, bedraagt meer dan 160 meter en ligt daarmee op ruim voldoende afstand. Op 175 meter van de nieuwe woning ligt het agrarisch bouwperceel Larenseweg 35. Deze is niet meer als zodanig in gebruik maar heeft een woonfunctie. Eventuele vestiging van een agrarisch bedrijf zorgt niet voor belemmeringen ten opzichte van het plangebied, gezien de afstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3881/documents/54164