2023-2026 Integraal Veiligheidsbeleid HvT.pdf
Tekst van het document
Veilig wonen, werken, recreëren en samenleven in Hof van Twente Integraal veiligheidsbeleid 2023-2026
1
2
Inhoudsopgave Pagina Inleiding
4
1. Het nieuwe veiligheidsbeleid
5
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
5 5 6 6
Waarom nu een nieuw beleid Ontwikkelingen binnen het veiligheidsbeleid Cijfermatig beeld Visie en indicatoren
2. Aanpak ondermijning
8
3. Veilig wonen.
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
9 9 10 10 10
Veilig buitengebied Kamerverhuur Vakantie-/recreatieparken Woonoverlast Woninginbraken
4. Veilig werken en recreëren.
11
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.
11 11 12 12 14
Bedrijventerreinen Digitale criminaliteit Evenementen Horeca Middelengebruik
5. Veilig samen leven
15
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8.
15 16 16 16 17 17 18 18
Aanpak mensen in verwarring Maatschappelijke onrust Veelplegers Nazorg ex-gedetineerden Huiselijk geweld Jeugd Prostitutie en mensenhandel High impact crimes
6. Toezicht en handhaving
20
7. Polarisatie
22
8. Middelen
23
9. Risicoparagraaf.
24
3
Inleiding Voor u ligt de nota Integrale veiligheid 2023-2026. Er is een aantal redenen waarom wij aanleiding zagen eerder dan gepland ons veiligheidsbeleid te herzien. De afgelopen periode hebben wij gemerkt dat met name bij externe partners de rollen en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein niet altijd helder waren. Aan dit thema hebben wij specifiek aandacht besteed waardoor wij een impuls in de samenwerking en een verbetering van onze regievoering realiseren. Veiligheid realiseer je alleen samen met bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Het aspect van die samenwerking kwam in de vorige nota onvoldoende tot uitdrukking. In onder meer het hoofdstuk veiligheid en economie is aan dit aspect expliciet aandacht besteed en vindt u enkele concrete voorbeelden terug. Ook de integrale afstemming zowel beleidsmatig als op uitvoeringsniveau binnen de gemeente behoefde een impuls. Voorstellen daartoe vindt u onder meer terug in het hoofdstuk veilig samenleven. Op inhoud is, mede naar aanleiding van de weerbaarheidsscan van het RIEC een impuls noodzakelijk in onze aanpak van ondermijning. Onze aanpak hebben wij uitgewerkt in een concreet uitvoeringsplan dat u bij deze visie aantreft. Met dit plan beogen wij ons beleid een kwaliteitsimpuls te geven en zorg te dragen voor een situatie waarbij het veilig wonen, werken en recreëren is en blijft in Hof van Twente.
In die zin ligt er thans een brede veiligheidsagenda voor de komende 4 jaren. Het ambitieniveau is hoog. Om die reden hebben wij in deze nota ook een risico paragraaf toegevoegd.
4
1. Het nieuwe veiligheidsbeleid 1.1.
Waarom nu een nieuw beleid?
Het thans vigerende 4 jaren veiligheidsbeleid dateert uit 2021. We achten diverse gronden aanwezig om thans tot een herijking te komen en het veiligheidsbeleid een meer strategisch en integraal karakter te geven. Op de eerste plaats voelen wij de noodzaak om de concrete doelen van het veiligheidsbeleid te herbenoemen. Zowel intern (bestuurlijk en ambtelijk) als ook bij externe partijen blijkt een behoefte aan een aanscherping van onze doelen. Of anders gesteld; wat wil Hof van Twente nu precies? In het verleden was, als voorbeeld, het doel opgenomen om te streven naar minder overlast. Maar hoeveel minder, welke overlast en binnen welke termijn was niet duidelijk waardoor onvoldoende focus bestond op ons handelen. We proberen in deze nota te werken met meetbare en expliciete prestatieindicatoren waardoor wij in staat zijn om te komen tot een betere regievoering en een betere koppeling denken te leggen met de beschikbare middelen. Wij beogen ook te komen tot een versterking van de planning en control en de sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad. Daartoe hebben wij het begrotingsprogramma omgebouwd met meetbare prestatieindicatoren. Verder willen wij via een mid term review begin 2025 het gesprek aangaan om tot bijstelling of bijsturing van het programma te komen.
In de achterliggende periode bleek ons verder dat het met name partners niet duidelijk was hoe wij rollen en verantwoordelijkheden hebben toebedeeld. In dat kader geven wij verder invulling aan het programmatische sturing en werken we met een opdrachtgever en -nemer ter bevordering van horizontale sturing. In een afzonderlijke bijlage 5 lichten we dit model nader toe. De in dit plan opgenomen doelstellingen en activiteiten vormen voor ons het programma veiligheid voor de komende jaren. Dit vormt één van de zes thema’s uit de programmabegroting 2023 en loopt in die zin in het proces voor op de behandeling van de andere vijf themanotities. Dit beleid past in de collegeagenda zoals deze ook vertaald is in een afzonderlijk spoor binnen de infographic Actief Noaberschap. De infographic hebben wij als bijlage 1 toegevoegd. Tot slot zijn de rollen en verantwoordelijkheden voor gemeenten in de aanpak van ondermijning op een substantieel hoger niveau komen te liggen. De weerbaarheidsscan die door het RIEC is uitgevoerd geeft een analyse van de wijze waarop ondermijning vorm en inhoud heeft gekregen in de gemeente en op welke onderdelen doorontwikkeling mogelijk is. Via het plan van aanpak ondermijning dat integraal onderdeel vormt van het nieuwe beleid hebben wij aan de aanbevelingen uit de weerbaarheidsscan vorm en inhoud gegeven.
Met betrekking tot dit veiligheidsplan hebben wij inhoudelijke afstemming geborgd met onze belangrijke partners als de politie en de Veiligheidsregio Twente. 1.2
Ontwikkelingen binnen het veiligheidsdomein.
De laatste circa 10 jaren zijn diverse ontwikkelingen te constateren die van grote invloed zijn op het veiligheidsdomein en direct van invloed zijn op onze inzet/prioritering en middelen. In willekeurige volgorde: - Verschuiving toepassing strafrecht naar bestuursrecht waarbij een groot aantal bevoegdheden zijn toebedeeld aan het bestuursorgaan burgemeester (omgevingsverbod, huisverbod, gedragsaanwijzing etc); - Uitbreiding van het veiligheidsdomein met nieuwe thema’s als digitale criminaliteit, radicalisering, aanpak verwarde personen. - Ondermijning. De regierol ligt primair bij de gemeente waardoor de gemeente meer dan voorheen betrokken is in de aanpak van georganiseerde criminaliteit.
5
-
-
Extramuralisering. Meer dan voorheen is het beleid om mensen langer in een thuis situatie te functioneren bv. bij psychische klachten met als gevolg vormen van overlast en een groter beroep op politie en gemeente. Maatschappelijke onrust. Het vertrouwen in de overheid lijkt af te nemen en de tegenstellingen in de samenleving lijken groter te worden, hetgeen allerlei effecten met zich meedraagt die zich op lokaal niveau ventileren (demonstraties, bedreigingen etc). Door het gebruik van sociale media kunnen situaties snel leiden tot excessen (bv. bericht dat in een (zorg/sport of onderwijs) instelling sprake is van (sexueel) misbruik). Regievorming door gemeente is complexer geworden en nu wij in toenemende mate te maken krijgen met partners die op een grotere schaal functioneren en vaak landelijke prioriteiten hebben. Toezicht. De politie heeft de afgelopen jaren een sterke terugtrekkende beweging gemaakt op diverse toezichthoudende taken in het publieke domein waardoor het noodzakelijk is gebleken op gemeentelijk niveau met toezichthouders (BOA’S) te gaan werken om dit gat op te vullen.
Deze ontwikkelingen leiden ontegenzeggelijk tot een zwaardere rol en daarmee ook inzet door en vanuit de gemeente, waarbij andere competenties worden gevraagd dan in het verleden. De ontwikkelingen zoals hierboven geschetst, zijn in de loop der jaren tot stand gekomen zonder dat er vanuit het Rijk een substantiële compensatie heeft plaatsgevonden. In die zin is er in gemeenteland, en ook in Hof van Twente een frictieprobleem ontstaan. 1.3
Cijfermatig beeld
Hof van Twente is een relatief veilige gemeente, maar anderzijds staat de Hof qua delicten vaak na de drie grote steden op de vierde plaats van de 14 gemeenten in de regio Twente. De cijfermatige ontwikkeling van de laatste jaren hebben we die in bijlage 2 bij deze nota opgenomen. Vanaf 2020 zijn de cijfers echter niet volledig representatief. De COVID crisis heeft immers geleid tot een fundamentele gewijzigde (maatschappelijke) situatie. Het aantal vermogensdelicten is afgenomen van 99 in 2019 naar 62 in 2021. Het aantal delicten van (digitale) horizontale fraude is toegenomen van 136 naar 205. Het zijn beide voorbeelden van de COVID crisis, waarbij de meer reguliere vormen van criminaliteit zijn afgenomen. De groei van het totaal aantal geregistreerde incidenten vloeit met name voort uit internetfraude en drugs/drankoverlast. Met name door het sluiten van de horeca zocht de jeugd elkaar op in het publieke domein. Vreemd genoeg is het aantal meldingen van jeugdoverlast wel gedaald. Een goede verklaring hiervoor ontbreekt. Mogelijk is er sprake van een geringe bereidheid tot het doen van meldingen bij de politie. Hoewel de cijfers de afgelopen jaren een dalende tendens vertonen, neemt – gelet op de ontwikkelingen zoals genoemd in paragraaf 1.2 – de complexiteit toe.
Overigens lijkt er dit jaar weer sprake te zijn van een kanteling waarbij de vermogensdelicten in aantal weer toenemen. Een andere indicator voor de veiligheid is het veiligheidsgevoel. Dit wordt periodiek gemeten via de landelijke veiligheidsmonitor of kan lokaal georganiseerd worden via panels. De laatste jaren heeft Hof van Twente dit niet gemeten, waardoor geen informatie beschikbaar is.
6
1.4
Visie en Indicatoren voor het nieuwe beleid.
Algemeen uitgangspunt voor ons beleid is dat het veilig wonen, werken, recreëren en samenleven is in Hof van Twente. Om die reden ook de titel van ons nieuwe beleid. Intentie is om in de brede omvang een gemeente te zijn waar mensen een hoog veiligheidsgevoel hebben gecombineerd met een zo laag mogelijk aantal delicten. Het geeft het brede terrein aan waarop programma veiligheid zich begeeft en tegelijkertijd impliceert dit streven een hoge ambitie. De prioriteiten en concrete activiteiten die hieruit voortvloeien en die wij in deze nota nader hebben uitgewerkt dragen bij aan dit doel. Afhankelijk van de problematiek kiezen we voor een persoons- of gebiedsgerichte aanpak, waarbij samenspel met maatschappelijke en justitiële partners en vraaggericht werken uitgangspunten zijn. Ook willen wij werken met prestatie-indicatoren die concreet, meetbaar, realistisch , beïnvloedbaar zijn en in samenhang beschouwd kunnen worden. Wij hanteren hierbij twee soorten indicatoren. Op de eerste plaats meer algemene indicatoren die een specifiek thema binnen de veiligheidsagenda overstijgen. En daarnaast formuleren wij binnen de concrete thema’s van het veiligheidsbeleid specifieke indicatoren die wij nastreven.
U vindt deze laatste categorie terug bij de specifieke thema’s in onderstaande hoofdstukken onder de rubriek “wat gaan we doen?” In die zin impliceert deze nota een vorm van gelaagdheid om vanuit visie te komen tot algemene indicatoren en vervolgens in een uitwerking per thema met eigen doelstellingen die ook moeten bijdragen aan de realisatie van de visie en de algemene indicatoren. Het vaststellen van meetbare indicatoren binnen het veiligheidsdomein is complex omdat de mate van externe, niet beïnvloedbare, factoren die van invloed zijn op veiligheid relatief groot is. Niettemin vormen “harde cijfers” vaak wel een indicatie hoe het met de veiligheid staat in een gemeente. In die zin is het aantal door de politie geregistreerde delicten richtinggevend. Wij realiseren ons daarbij dat aandacht voor specifieke thema’s, de (digitale) mogelijkheden om aangifte te doen, het vertrouwen dat aangiften ook tot concrete resultaten leiden etc, etc. direct van invloed zijn op de aangifte bereidheid en daarmee de geregistreerde criminaliteit. Niettemin geeft dit cijfer – ook in verhouding tot andere gemeenten – een representatieve weergave van de criminaliteit. In de vorige paragraaf hebben we aangegeven dat de criminaliteitscijfers van de afgelopen jaren vanwege COVID niet echt representatief zijn.
Om deze reden zijn wij bij onze doelstelling uitgegaan van de criminaliteitscijfers van 2019. Nadruk bij deze cijfers ligt heel expliciet op de zogenaamde high impact crimes als mishandeling, woninginbraak etc. De “niet zichtbare criminaliteit” (ondermijning) nemen we hier niet in mee en voor die aanpak passen we specifieke indicatoren toe. Wat willen we bereiken?
Een reductie van 10% van het aantal geregistreerde delicten in 2026 ten opzichte van 2019. De effectiviteit van ons beleid en de wijze waarop we dat uitvoeren komt mogelijk beter tot zijn recht in het veiligheidsgevoel van inwoners. Maar ook hier kunnen ernstige verstorende factoren optreden als het moment van meten (bv. vlak na een terroristische aanslag)of een oorlog zoals die thans in Oekraïne plaatsvindt). Niettemin hechten wij veel waarde aan het veiligheidsgevoel dat mensen hebben met name in hun eigen woonomgeving, ook omdat een meting belangrijke informatie geeft over wat het veiligheidsgevoel beïnvloed en tevens input kan opleveren op activiteitenniveau.
We beogen in 2026 een verbetering van 10% in het veiligheidsgevoel van onze inwoners. Wij meten begin 2023 het veiligheidsgevoel van onze inwoners. Bij deze nulmeting zullen wij ook navraag doen naar factoren die het veiligheidsgevoel beïnvloeden en de uitkomsten vertalen in ons veiligheidsprogramma. In 2026 volgt een nieuwe meting.
7
2. Aanpak ondermijning De aanpak van ondermijning vormt een speerpunt van het lokale veiligheidsbeleid. De weerbaarheidsscan van het RIEC (begin 2022) gaf aan de hand van een aantal interviews en een analyse aan dat voor Hof van Twente een kwaliteitsimpuls wenselijk is. In dat kader is een afzonderlijk plan van aanpak Ondermijning opgesteld dat als integraal onderdeel van het veiligheidsbeleid kan worden beschouwd en als bijlage 3 bij dit plan is toegevoegd. Wij hebben geprobeerd synergie te realiseren tussen de prioriteiten uit het plan van aanpak ondermijning en de thema’s/ activiteiten die uit deze nota voortvloeien. Voor de volledigheid worden onderstaand de prestatie-indicatoren uit het plan van aanpak integraal weergegeven: 1. Op 1 januari 2027 eindigt Hof van Twente minimaal in de vierde fase van de weerbaarheidsscan* van het RIEC. 2. Ieder signaal van ondermijning wordt binnen 14 dagen opgepakt en leidt tot een herleidbaar besluit. Met deze indicator borgen we een goed administratief proces en meten wij een accuraat handelen. 3. Alle verdere acties zoals opgenomen in dit plan van aanpak zijn uiterlijk 1 januari 2026 gerealiseerd. Via de reguliere planning en controlcyclus en de mid term review in begin 2025 wordt hierover tussentijds verantwoording afgelegd. Voor een toelichting verwijzen wij naar het plan van aanpak ondermijning (bijlage 3).
Vrijwel alle gemeenten in Oost Nederland hebben deelgenomen aan deze scan die is gehouden door het RIEC. Het geeft een indicatie/waardering op een breed terrein van de aanpak door de gemeente zoals of signalen goed worden opgepakt, rollen en verantwoordelijkheden helder zijn belegd, de informatiepositie goed vorm en inhoud is gegeven. Kortom aan de hand van een groot aantal criteria wordt de gemeente in een fase/categorie ingedeeld. Er worden 5 fases onderscheiden variërend van acute hulp (fase1), naar infrastructuur (fase 2), naar actieplan uitvoeren (fase 3), integraal werken (fase 4) en tot slot fase 5 waarin de gemeente de rol van regisseur vervult. Fase 5 geldt dan als optimum.
8
3 Veilig wonen Een veilige woonomgeving vormt een van de meest elementaire behoeftes. Uitgangspunt van ons beleid is het bieden van een veilige woonomgeving. Natuurlijk ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de bewoner maar de gemeente kan – samen met partners als politie en de woningcorporatie - hierbij op diverse gebieden een belangrijke faciliterende rol spelen. 3.1
Veilig buitengebied
Hof van Twente kent een groot en dynamisch buitengebied. Het vormt een belangrijke economische factor maar het buitengebied vormt ook een belangrijk woongebied. Het behoud en eventueel versterken van de vitaliteit en daarbij een veilig en prettig woonklimaat vormt voor ons een belangrijk uitgangspunt. Dit uitgangspunt staat onder druk omdat majeure ontwikkelingen plaatsvinden waarbij niet uitgesloten is dat er vormen van leegstand dreigen te ontstaan. Een ideale vestigingsplaats voor ondernemers met criminele intenties. In een eerder verband hebben we in het kader van het verkrijgen van het keurmerk veilig buitengebied een enquête gehouden. Door diverse omstandigheden is aan dit traject nog geen goed vervolg gegeven. Wij hechten veel waarde aan de samenwerking met politie, landbouworganisaties en bewoners en het verkrijgen en behouden van het keurmerk. Het keurmerk zelf is misschien niet het belangrijkste, wel de weg daar naar toe, de goede dingen doen en de samenwerking met alle partijen. Wij pakken dit traject met voorrang op. Ook bij dit traject geldt dat wij veel waarde toekennen aan de waardering van ondernemers en bewoners van het buitengebied over de samenwerking en de betrouwbaarheid van de uitvoering van de afspraken/plan van aanpak. Wat gaan we doen?
Het verkrijgen in 2024 en vervolgens behouden van het Keurmerk Veilig Buitengebied.
Ondernemers/bewoners van het buitengebied waarderen de samenwerking met de gemeente in het kader van het Keurmerk Veilig Buitengebied met minimaal een 7.5 in 2026.
3.2
Kamerverhuur
In toenemende mate worden kwetsbare groepen gehuisvest in panden waar sprake is van kamerverhuur. Het betreft arbeidsmigranten of mensen in een zwakke sociale positie. Naast vaak slechte woonomstandigheden leidt deze vorm van huisvesting vaak tot brandonveilige situaties en tot diverse vormen van overlast. Veel gemeenten hanteren een Kamerverhuurverordening om regels te stellen over de locatie en omvang van kamerverhuurbedrijven. Wij willen voorkomen dat onze gemeente een afvalput voor slechte huisvesting wordt en willen daartoe onze sturingsmogelijkheden optimaal inzetten. In het plan van ondermijning geven wij prioriteit aan deze problematiek. Maar wij willen pro actief handelen en komen in het voorjaar van 2023 met een voorstel ten aanzien van de (mogelijke) vaststelling van een Kamerverhuurverordening, waarbij een vergunningplicht voor verhuur van kamer kan worden ingevoerd. Wat gaan we doen?
9
Wij besluiten in 2023 over de (mogelijke) invoering van een vergunning voor kamerverhuur.
3.3
Vakantie/recreatieparken
Vakantie-/recreatieparken (verder vakantieparken genoemd) vervullen een belangrijke rol in de recreatie en het toerisme maar vervullen ook in toenemende mate een (definitieve) woonfunctie. Er bestaan veel verschillende beelden /opvattingen over de mate van deze woonfunctie op de vakantieparken. Worden ze gebruikt voor oneigenlijke doelen en als vaste woonplek voor kwetsbare groepen als arbeidsmigranten, financieel zwakkeren, gescheiden vrouwen/mannen? Er bestaat geen goed en volledig zicht. De provincie Overijssel heeft de aanpak hoog geprioriteerd en zij verleent ondersteuning aan de lokale aanpak. Binnen de Veiligheidsregio Twente is de aanpak niet geprioriteerd, met name ook omdat geen goed zicht bestaat op de aard en omvang van de problematiek. Eerder dit jaar hebben wij een integrale controle op een vakantiepark gehouden maar opvolging heeft om diverse redenen slechts in beperkte omvang plaatsgevonden. Hof van Twente is een gemeente waar het goed recreëren en verblijven is. Wij hechten veel waarde aan kwalitatief goede vakantieparken maar bestrijden situaties waarin de parken worden gebruikt als oneigenlijke woonfunctie dan wel als dekmantel voor criminele activiteiten. Wat gaan we doen?
3.4
In 2023 inventariseren wij - in samenspraak met partners als de provincie - of er voldoende draagvlak bestaat voor een plan van aanpak ter behoud en verbetering van de kwaliteit van de vakantieparken, en zo ja stellen wij daartoe een plan van aanpak op. Woonoverlast
Zowel politie, maatschappelijke partners als ook gemeenten worden met enige regelmaat benaderd inzake klachten over woonoverlast. Aan deze klachten liggen met regelmaat verstoorde verhoudingen ten grondslag. Wij willen het probleemoplossend vermogen van burgers vergroten door facilitering van buurtbemiddeling. Bij de verdere uitwerking werken we intensief samen met de woningbouwcorporatie. Wat gaan we doen?
3.5
We stellen in 2024 een protocol op hoe wij omgaan met vormen van woonoverlast waarbij het aanbod van buurtbemiddeling integraal onderdeel uitmaakt en waarbij we bij structurele overlast gebruik maken van het bestuurlijk instrumentarium. Woninginbraken.
Wij kennen veel waarde toe aan een veilige woning en een veilige woonomgeving. Onderzoek wijst uit dat een woninginbraak een zeer grote en langdurige impact heeft op mensen. Over dit soort delicten (ook high impact crimes genoemd) gaan we nader in bij paragraaf 5.8. Wij kennen veel waarde toe aan het gebruik en het verkrijgen van het politiekeurmerk en aan goede preventieacties. In het verleden hebben we al diverse structurele preventie maatregelen opgepakt en deze zetten wij onverminderd door. Wat gaan we doen?
10
We borgen in uiterlijk 2025 dat nieuwe woningen en de woonomgeving voldoen aan het PKVW en bevorderen met partners als de woningcorporatie dat de bestaande voorraad ook onder het keurmerk wordt gebracht.
4. Veilig werken en recreëren Hof van Twente kent een sterke economische positie en die willen we behouden en versterken daar waar dat kan. Veiligheid vormt een belangrijke randvoorwaarde voor vestiging van nieuwe bedrijven of behoud van bestaande bedrijven dan wel het zorgdragen voor een eerlijk speelveld. Dat betekent in eerste aanleg dat wij voorkomen dat malafide ondernemers zich in onze gemeente vestigen of gevestigd blijven. In het plan van aanpak ondermijning is hiervoor een aantal instrumenten opgenomen die we consequent uitvoeren. Onze hoofddoelstelling is een klimaat te creëren c.q. te houden waarin het veilig werken en recreëren is in Hof van Twente. 4.1
Bedrijventerreinen
Een eerste spoor vormt het behoud of de realisatie van veilige bedrijventerreinen. Criminelen zoeken primair die locatie op waar de veiligheid het minst geborgd is. De daders zijn niet altijd lokaal gebonden. Bij veel inbraken in bedrijven is immers sprake van een vorm van banditisme waarbij de daders niet uit de regio komen. Met ondernemers willen wij, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er een breed draagvlak bestaat, het Keurmerk Veilig Ondernemen voor bedrijventerreinen verkrijgen en behouden. Dit keurmerk kan voor bedrijven ook financieel gunstig zijn bv. met betrekking tot verzekeringspremies. Het proces van het verkrijgen van een keurmerk begint veelal met een inventarisatie (enquête) op basis waarvan een gericht plan van aanpak wordt opgesteld en uitgevoerd. Het keurmerk is op zich nog geen garantie dat de criminaliteit afneemt. Bedrijven hebben zelf ook een eigen verantwoordelijkheid. Insluipingen vinden vaak ook overdag plaats. Naast het keurmerk vinden wij de waardering door de ondernemers over onze samenwerking en de uitvoering van het op te stellen plan van aanpak van groot belang. Dit willen we expliciet meten binnen het keurmerk en als indicator opnemen. Wat gaan we doen?
We verkrijgen in 2024 en behouden het Keurmerk Veilig Ondernemen voor onze bedrijventerreinen
Ondernemers waarderen de samenwerking in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen met minimaal een 7.5 in 2026
4.2
Digitale criminaliteit
Mede vanwege COVID is een forse toename te constateren van digitale criminaliteit. In deze nota verstaan wij hier uitdrukkelijk niet onder de digitale veiligheid van de gemeente zelf. Dit is immers een bedrijfsvoeringaspect. Wel zien wij een forse toename van jongeren, ouderen en bedrijven die slachtoffer zijn van digitale criminaliteit. Het internet is niet lokaal gebonden dus daders zijn vaak lastig op te sporen. Binnen de Veiligheidsregio Twente is dit thema geprioriteerd. Uit een relatief recent onderzoek door Hogeschool Saxion onder de inwoners van Hengelo blijkt dat bij sommige groepen (jeugd en ondernemers) een gevoel bestaat van ‘dat overkomt mij niet’ en dat bij andere groepen (ouderen) veel onwetendheid bestaat. In dit onderzoek is de conclusie getrokken dat bij eventuele soortgelijke enquêtes in andere steden het te verwachten is dat een identieke uitkomst volgt.
11
Veel gemeenten worstelen met hun rol. Brancheorganisaties als MKB en ouderenbonden maar ook de Rijksoverheid geven vaak al voorlichting gericht op het voorkomen van digitaal slachtofferschap. Een eventueel handelen vanuit de gemeente heeft alleen zin als het toegevoegde waarde heeft. Binnen de Veiligheidsregio Twente is een startnotitie opgesteld met daarin een cafetariasysteem van instrumenten die men zou kunnen inzetten. Wij hanteren dit instrumentarium als gespreksnotitie met externe partners. Wat gaan we doen?
In 2023 inventariseren wij bij onze belangrijkste maatschappelijke partners of en zo ja, op welke vlakken men een rol voor de gemeente ziet in het voorkomen van digitale criminaliteit en wij zetten op basis daarvan deze verwachtingen om in een concreet plan van aanpak.
Wij zoeken met politie en Openbaar Ministerie naar praktische en creatieve wegen om daders te bestraffen dan wel slachtoffers te ondersteunen om herhaling te voorkomen.
4.3
Evenementen
Wij constateren een sterke maatschappelijke behoefte aan evenementen, waarbij wij de laatste jaren (de COVID jaren niet meegerekend) een forse groei zien. Recentelijk hebben wij het voornemen uitgesproken op het terrein van ‘Op Stoom’ een extra evenementenlocatie aan te wijzen. De omvang van evenementen (zowel het aantal toeschouwers als de duur) als ook de intensiteit van de activiteiten impliceren dat de veiligheidsrisico’s toenemen. Organisatoren hebben behoefte aan duidelijke lokale richtlijnen. Wij willen de organisatie van evenementen stimuleren, waarbij als uitgangspunt geldt dat de veiligheid van bezoeker en deelnemers aan een evenement altijd prevaleert boven het doorgaan/uitvoering van het evenement. In dat kader willen wij ons huidige evenementenbeleid herijken. Het huidige beleid is verouderd en voldoet niet meer aan de gewenste kwaliteit om op basis daarvan gesprekken aan te gaan met organisatoren en om uiteindelijk tot vergunningverlening over te gaan. Vanwege de adviserende rol van de Veiligheidsregio Twente bij met name grotere en meer risicovolle evenementen zullen wij de regio uitdrukkelijk betrekken bij het nieuwe beleid. Dat geldt uiteraard ook voor de organisatoren. Bij het nieuwe beleid zullen wij ook een standpunt bepalen met betrekking tot onze toezichthoudende rol (zowel vooraf als tijdens evenementen).
Ook willen wij invulling geven aan de vraag of sturing op type evenementen wenselijk/mogelijk is. Wat gaan we doen? 4.4
In 2023 stellen wij een nieuw kader vast voor het evenementenbeleid Horeca
Door COVID heeft de horeca buitengewoon lastige jaren achter de rug. Toezicht en handhaving binnen de horeca heeft de afgelopen periode een beperkte prioriteit gehad. De focus lag toch vooral op “overleven”. Zeker voor een toeristische gemeente als Hof van Twente is, is een gevarieerd aanbod van horeca een essentiële bedrijfstak. Zoals ook uitgebreid in het plan van aanpak ondermijning beschreven richten wij ons op een eerlijk speelveld, hetgeen betekent dat wij malafide bedrijven bestuursrechtelijk via onder meer de toepassing van de wet BIBOB hard aanpakken. 12
Mede door diverse ontwikkelingen zoals COVID en “creatief ondernemerschap” zien wij een toenemende frictie tussen de reguliere horeca en diverse vormen van paracommercie. Dat kunnen reguliere instellingen zijn maar ook jeugdhonken leiden tot veel vragen over wat wel en niet kan/mag en hoe deze activiteiten zich verhouden tot de reguliere horeca welke aan (landelijke) wet- en regelgeving is gebonden. Doel is het verschaffen van duidelijkheid met een helder en gedragen toezicht en handhavingsregime, waarbij wij ons realiseren dat de belangen van alle betrokken zeer uiteen kunnen lopen. Partijen als Koninklijke Horeca Nederland zullen wij in dit proces intensief betrekken. Wat gaan we doen?
Wij dragen in 2023 zorg voor een gedragen beleid met betrekking diverse vormen van paracommercie, waarbij de component van toezicht en handhaving een integraal onderdeel vormt.
Veel gemeenten hebben de zogenaamde exploitatievergunning ingevoerd. Het betreft een vergunning voor de drank en horecazaken waarbij bij overtreding van regels ten aanzien leefbaarheid/overlast de exploitatie kan worden beëindigd. Hof van Twente kent een dergelijke vergunning nog niet. Over nut en noodzaak van deze vergunning bestaan verschillende opvattingen. Het RIEC Oost-Nederland en ook de politie adviseren om tot invoering over te gaan. Gemeenten maken daarin een eigen keuze; er is geen sprake van een landelijk beleid. De exploitatievergunning biedt voordelen nu deze in haar toepassing meer en snellere mogelijkheden biedt te acteren dan de Alcoholwet (op basis waarvan de drank en horeca vergunning is afgegeven). Het is van belang om alle argumenten goed af te wegen. De mogelijke invoering van een vergunning voor kamerverhuur en de invoering van een exploitatievergunning kunnen mogelijk op gespannen voet staan bij de behoefte aan deregulering. Anderzijds kan door het opnemen van een vergunningsplicht het vertrouwen vanuit de samenleving in het handelen van de overheid toenemen en het ontbreken van regels bij situaties die tot ernstige overlast leiden kan tot gevolg hebben dat een (extra) beroep op toezicht en handhaving wordt gedaan. Wij zullen al deze aspecten uitdrukkelijk betrekken bij onze afweging om al dan niet tot invoering over te gaan. Wat gaan we doen?
Wij besluiten in 2023 over de mogelijke invoering van de exploitatie vergunning.
Voor de exploitatie van een drank- en horeca gelegenheid is het hebben van een terras in toenemende mate van groot bedrijfseconomisch belang. Wij zien een tendens dat de omvang van de terrassen groter worden, het karakter aan verandering onderhevig is (bv. winterterras) en dat de duur van plaatsing van het terras steeds verder wordt opgerekt (het wordt steeds langer terrasweer). Het wordt noodzakelijk geacht, samen met de branche, de bestaande afspraken en regels te actualiseren en meer aan te laten sluiten bij de behoeften, waarbij wij ook de kwaliteit van de terrassen onderdeel van de gesprekken willen laten zijn. Wat gaan we doen?
13
Wij actualiseren met alle betrokken partijen in 2023 de terrasregels met als uitgangspunt dat wij een dynamisch en een aantrekkelijk horeca branche (blijven) bieden.
4.5
Middelengebruik
Het gebruik van drugs, ook recreatief, lijkt soms wel maatschappelijk geaccepteerd te zijn. Dit gaat evenwel volledig voorbij aan de maatschappelijke en gezondheidsschade die drugs opleveren, de overlast en criminaliteit die drugs met zich meebrengen en uiteindelijk de bedreiging van de rechtsorde. Op lokaal niveau lijkt het lastig het gebruik van drugs terug te dringen. De aanpak van drugs wordt ook verstoord doordat zich steeds meer nieuwe verdovende middelen voordoen waarvan het bezit of gebruik niet strafbaar is. Daarvoor is opname van het middel in de Opiumwet noodzakelijk, hetgeen vaak een tijdrovende zaak betreft In regionaal verband is afgesproken coffeeshops te concentreren in de grote steden in Twente. Hof van Twente kent om die reden geen coffeeshop. Deze situatie is naar ieders tevredenheid en wij beogen geen verandering. Bij hennepteelt in woningen/bedrijfspanden treden we op met toepassing van ons instrumentarium (bv. tijdelijke sluiting). Ook het gebruik van alcohol kent zijn grenzen (en soms wel niet lijkt het). Aannemelijk is dat jongeren op steeds jongere leeftijd alcohol lijken te gaan drinken. Het is evident dat overvloedig alcoholgebruik leidt tot diverse vormen van overlast (geweld, vernieling etc.). Recentelijk is een actieplan middelengebruik vastgesteld.
Vanuit veiligheid willen wij hieraan een bijdrage leveren ter optimalisering van de ketenaanpak (preventie tot aan handelend optreden bij misbruik/verstoring openbare orde). Wat gaan we doen?
14
Met organisatoren van evenementen, de horeca en scholen alsmede GGD Twente en onze justitiële partners willen wij in overleg treden om te beoordelen welke creatieve instrumenten ingezet kunnen worden om het bezit, gebruik en handel van drugs dan wel het alcoholgebruik tegen te gaan.
5. Veilig samen leven Hof van Twente is een veilige gemeente om te leven. In het sociale domein hebben zich de afgelopen jaren grote veranderingen voorgedaan, waarbij de rol van de gemeente voor de zorg van kwetsbare personen en groepen is toegenomen. Inherent aan deze verandering is dat mensen met een rugzakje vaker en langer thuis hulp ontvangen. Deze ontwikkeling heeft er mogelijk mede toe geleid dat de overlast die mensen hierdoor ervaren, lijkt te zijn toegenomen dan wel dat het draagvlak voor vormen van overlast lijkt te zijn afgenomen. Het zijn deze gebieden waar het sociale domein en veiligheid elkaar in toenemende mate raken. Afstemming in de keten van pro actie tot en met repressie is cruciaal en uitgangspunt voor ons beleid. De inzet en toepassing van preventief beleid functioneert alleen goed wanneer je ook de achterkant (bv. toepassing van het justitieel en bestuurlijk instrumentarium) goed borgt. Deze afstemming is noodzakelijk op diverse beleidsterreinen zoals bijvoorbeeld de aanpak van huiselijk geweld, verwarde personen, de nazorg van ex-gedetineerden en maatschappelijke onrust. Zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau en met maatschappelijke organisaties willen wij een impuls geven aan de integrale beleidsontwikkeling- en uitvoering. Wij kiezen daarbij voor een integrale ketenbenadering.
Dit willen wij invulling geven door te allen tijde in de beleidsontwikkeling alsmede in de uitvoering het sociale en de veiligheidscomponent te combineren. Dit combineren doen wij met een heldere rol- en taakverdeling, zodat bestuurlijk en ambtelijk te allen tijde (voor externe partijen en personen in kwestie) helder is wie aan zet is. Uitgangspunt voor ons handelen is het realiseren van een juiste en tijdige zorg voor hen die dat nodig hebben en tegelijkertijd het beperken van overlast voor derden zowel in de woonomgeving als in het publieke domein. Samenwerking en afstemming tussen zorg- en justitiële partners is leidend motief voor de wijze waarop wij onze regierol vorm en inhoud geven. In dit hoofdstuk gaan wij in op de verschillende thema’s waar die samenwerking essentieel is. 5.1
Aanpak personen in verwarring
Wij zien een groei van overlastmeldingen in de directe woonomgeving en in het publieke domein met betrekking tot mensen in verwarring. Het gedrag van deze groep kan leiden tot gevoelens van onveiligheid, hetgeen een extra belasting voor de politie met zich meebrengt. Primair is ons handelen erop gericht een goede en juiste zorg te bieden. Hiervoor zijn in het sociale domein met partners afspraken tot stand gekomen. Dat neemt niet weg dat er soms sprake is van (ernstige) overlast die in het uiterste geval leidend is in onze aanpak. In die situaties neemt veiligheid de regie van het sociale domein over, waarbij uiteraard het zorgtraject integraal onderdeel blijft uitmaken van de uitvoering. Ter ondersteuning van deze rol- en taakverdeling hanteren wij het zogenaamde AVE model. In dit model, dat als bijlage 4 is toegevoegd, worden 4 gradaties onderscheiden en waarin in de meest dreigende situatie de regie op de casus vanuit programma veiligheid wordt gevoerd. In deze situatie is het voorkomen van openbare orde en veiligheidsproblemen leidend. In de andere fasen is de zorg leidend en vervult veiligheid een ondersteunende rol. Hiermee scheppen wij helderheid in onze aanpak (ook voor onze partners) en kunnen wij makkelijk doorschakelen in de (interne) regievorming. Wat gaan we doen?
15
We voeren in 2023 het AVE model in en passen dit structureel toe.
5.2 Maatschappelijke onrust In toenemende mate ontstaan situaties waarin maatschappelijke onrust ontstaat. Een voorbeeld hiervan zijn situaties zoals terugkeer van een zedendelinquent in de oude woonomgeving of wanneer sprake is van mogelijk seksueel ongepast gedrag binnen het onderwijs/sportverenigingen etc. Door het gebruik van sociale media en de invloed/snelheid van de reguliere media ontwikkelen dergelijke situaties zich buitengewoon snel en is “beheersing” vaak lastig. De intensiteit van deze maatschappelijke onrust verschilt uiteraard per situatie maar al snel wordt publiekelijk de vraag gesteld “hoe heeft dit kunnen gebeuren?” en leidt veelal tot een bestuurlijk publieke verantwoording. Het is kortom zaak ons terdege goed voor te bereiden en een handelingsperspectief gereed te hebben in de vorm van een protocol, waarbij de onrust wordt bestreden en het kenprobleem (waardoor is de onrust ontstaan) wordt opgelost. Regionaal bestaat een concept handreiking dat voor ons een richtinggevend document vormt. Wat gaan we doen?
5.3
Wij stellen in 2023 een handreiking maatschappelijke onrust vast en voeren dit met sociale en justitiële partners uit. Veelplegers
Een relatief gering groep criminelen is verantwoordelijk voor een relatief groot percentage (vermogens-)delicten zoals woninginbraken. Vaak ligt hier een verslaving aan ten grondslag. Criminelen die zich veelvuldig schuldig maken aan high impact crimes worden als veelplegers bestempeld. Onze aanpak van veelplegers kent twee sporen. Op de eerste plaats proberen wij de veelpleger uit het criminele milieu te halen. Voor iedere veelpleger stellen wij, in samenwerking met het zorg- en veiligheidshuis, een plan van aanpak op. Dit plan richt zich op die factoren die er toe moeten bijdragen dat de persoon in kwestie niet terugvalt in zijn oude gedrag. Het betreft veelal een kwestie van factoren als huisvesting, scholing, werk, goede begeleiding etc. Als een veelpleger zich niet houdt aan de afspraken en zijn/haar gedrag voortzet richt ons handelen zich primair op opsporing en vervolging. Met politie en Openbaar Ministerie stemmen wij de aanpak af alsmede de mogelijke toepassing van de zogenaamde ISB maatregel ( waarbij de veelpleger die zich schuldig heeft gemaakt aan een aantal delicten voor langere tijd wordt opgesloten). Wat gaan we doen?
Voor Iedere veelpleger wordt een plan van aanpak opgesteld dat door de gemeente samen met partners wordt uitgevoerd.
We stellen in 2024 een handreiking/procesbeschrijving op om de afspraken ter uitvoering van het plan van aanpak (in de eigen organisatie) snel te realiseren.
5.4
Nazorg ex-gedetineerden.
In toenemende mate vindt in detentie reeds een start plaats met het proces van resocialisatie. Een terugkeer in de samenleving gaat vaak geruisloos maar kan ook gepaard gaan met veel emotie van buurtbewoners/slachtoffers. Een terugkeer vraagt soms een goede strategie waarbij van gemeente kant een regisserende en faciliterende rol wordt gevraagd bv. ten aanzien van uitkering, huisvesting etc. De regierol hierin vindt primair plaats vanuit het sociale domein maar in complexe situaties vindt regievoering vanuit het veiligheidsdomein plaats. 16
Wat gaan we doen?
5.5
Voor iedere gedetineerde is voor de datum van vrijheidsstelling een plan van aanpak opgesteld met als doel de resocialisatie optimaal te laten verlopen en wij leveren de vereiste bijdrage aan de uitvoering mits de gedetineerde hieraan meewerkt. Huiselijk geweld en kindermishandeling.
Met regionale ketenpartners zijn afspraken gemaakt over de aanpak van huiselijk geweld. Het regionaal meldpunt (= Veilig Thuis Twente) vervult hierin een belangrijke eerste hulplijn. De wachttijden naar aanleiding van meldingen zijn weggewerkt en speerpunt is dit zo te houden. Zogenaamde code rood meldingen (situaties waarin sprake is van een acuut gevaar) worden bij voorrang opgepakt. Ook hier geldt dat primair regievoering vanuit het sociale domein plaatsvindt maar wanneer er sprake is van een dreigende verstoring van de openbare orde wordt vanuit veiligheid de regie gevoerd. Het aantal huisverboden is relatief beperkt. Dat zou gunstig kunnen zijn omdat er zich geen concrete situaties hebben voorgedaan. Maar anderzijds bestaan er signalen dat de administratieve last voor de politie om tot een concreet voorstel te komen een belemmering vormt. We bevorderen het gebruik van het instrument door de politie als zich concrete situaties voordoen en verlagen drempels daar waar dat kan. Vanuit veiligheid leggen we prioriteit bij een goede afstemming binnen de keten en voor een sluitende aanpak. De regievoering bij huisverboden en bestuurlijke advisering bij verlenging van huisverboden is in het verleden bij de gemeente Hengelo neergelegd. Wij overwegen deze taken weer te beleggen binnen onze eigen organisatie.
Het proces is inmiddels gestandaardiseerd en aan het zorgdragen voor lokale aansluiting en inbedding hechten wij veel waarde. Het gaat overigens maar om enkele casussen per jaar. In 2023 zullen wij op basis van een afweging van belangen een keuze maken en deze eventueel per 1 januari 2024 implementeren. Wat gaan we doen?
5.6
We borgen een sluitende keten in de aanpak van huiselijk geweld en bespreken deze jaarlijks in de lokale driehoek. Jeugd(overlast)
In de aanpak van jeugd is vroegsignalering speerpunt. In dat proces vormt de zogenaamde zorgmelding een essentieel onderdeel. Het betreft een melding veelal van de politie bij Veilig Thuis Twente op basis waarvan een eventueel proces van hulpverlening onder regie van de gemeente kan worden gestart. We stimuleren het gebruik van zorgmeldingen. Jongeren die dreigen te ontsporen moeten met de grootst mogelijke spoed worden geholpen om verval te voorkomen. Daar waar dat kan ondersteunt veiligheid in de uitvoering. Een instrument dat hierbij effectief kan zijn betreft het bestaande overleg dat zich richt op jongeren van 12 tot en met 18 jaren die een grote kans hebben op maatschappelijke uitval en /of criminaliteit. Met verschillende ketenpartners als politie, Raad voor de Kinderbescherming en Openbaar Ministerie proberen we te voorkomen dat jongeren ontsporen. Bij jongeren blijken ook de zogenaamde HALT verwijzingen effectief. Het betreft relatief kleine overtredingen waarbij de jongere een alternatieve straf wordt opgelegd om te voorkomen dat strafrechtelijk wordt opgetreden en hij/zij in het criminele milieu dreigt te belanden.
17
Wat gaan we doen?
We komen in 2023 met een voorstel tot een breder en intensiever gebruik van HALT verwijzingen.
In de aanpak van jeugdoverlast door groepen onderscheiden we op basis van een indelingsmethodiek hinderlijke, overlast gevende en criminele jeugdgroepen. Vanuit het jeugddomein vindt regievoering plaats voor zover het hinderlijke en overlast gevende groepen betreft. Vanuit veiligheid wordt in die situatie desgewenst ondersteuning geboden. Bij criminele groepen ligt de regie bij veiligheid om de aansluiting met het strafrechtelijk proces te borgen. Op dit moment kent Hof van Twente geen criminele jeugdgroepen; wel jongeren die lid zijn van een dergelijke groep die zich elders in Twente manifesteert. Wat gaan we doen?
5.7
We monitoren continue alle jeugdgroepen en stellen samen met partners een gericht plan van aanpak op dat we tot uitvoering brengen. Prostitutie en mensenhandel.
In Hof van Twente kennen wij momenteel geen prostitutiebedrijven. Dat neemt niet weg dat zich wel degelijk situaties kunnen voordoen waarbij vrouwen slachtoffer kunnen zijn van vormen van prostitutie, mogelijk als gevolg van loverboy praktijken. In de aanpak van ondermijning als ook in de prioritering door de lokale driehoek (samen met politie en Openbaar Ministerie) kennen wij aan deze problematiek een hoge prioriteit toe, waarbij het belang en de positie van de prostitué altijd prevaleert. Landelijk is er (bijna) sprake van nieuwe wetgeving ten aanzien van prostitutiebedrijven. Wij zullen na vaststelling voor implementatie zorgdragen. In regioverband nemen wij deel aan de kerngroep bestrijding mensenhandel. Voor een goede ambtelijke en bestuurlijke afstemming wordt vanuit veiligheid procesregie gevoerd. Daarnaast sluiten wij voor wat betreft de uitvoering aan bij het kenniscentrum mensenhandel Twente opgericht om de samenhang en aanpak te coördineren en te intensiveren. Wat gaan we doen:
5.8
We acteren direct op ieder signaal van prostitutie, loverboy activiteiten en mensenhandel en passen als daartoe aanleiding bestaat ons bestuurlijk instrumentarium toe. High impact crimes.
Geweldsdelicten, bedrijfs-, woning- of auto-inbraken en in mindere mate ook (brom-) fietsendiefstal en vernieling hebben een grote impact op slachtoffers. Naast ernstige fysieke of psychische gevolgen treden er veelal ook (grote) financiële gevolgen op, gecombineerd met een ernstige en langdurige inbreuk op het veiligheidsgevoel. Hoewel landelijk de laatste jaren de cijfers van deze high impact crimes tenderen af te nemen, blijft het voorkomen daarvan een speerpunt binnen ons programma. Wij kiezen er niet voor om op iedere high impact crime een specifiek beleid te ontwikkelen. Wel passen wij een 2 sporen beleid toe waarmee alle high impact crimes worden bestreden.
18
Het eerste spoor betreft een persoonsgericht aanpak zoals in dit hoofdstuk beschreven welke zich met name richt op de menselijke (= dader) kant en het voorkomen van delicten/recidive. Daarnaast een gebiedsgerichte aanpak zoals met name beschreven in hoofdstuk 3 en 4 zoals het Keurmerk Veilig Ondernemen op de bedrijventerreinen of afspraken met de horeca waarbij we door diverse afspraken willen voorkomen dat zich dergelijke delicten voordoen. Het gaat in dit spoor minder om de persoon maar meer om barrières op te roepen ter voorkoming van. Binnen en tussen deze sporen blijven wij samen met partners gerichte activiteiten organiseren ter voorkoming van delicten dan wel gericht of opsporing van daders zoals een actie ochtendgloren, preventie brief bij woning inbraken of horecaontzeggingen voor notoire overlastgevers. We volgen trends en nemen goede effectieve instrumenten van elders over.
19
6. Toezicht en handhaving. Binnen de gemeente is een beperkte capaciteit aan toezicht openbare ruimte/leefbaarheid (2,5 fte) en juridische handhaving (0,2 fte) beschikbaar welke niet meer aansluit bij de vraag. Dit knelt al geruime tijd. Hiervoor is een aantal redenen aan te dragen. - De afgelopen jaren heeft de politie zich stapsgewijs meer geconcentreerd op de zwaardere vormen van criminaliteit en zijn zaken die betrekking hebben op leefbaarheid en overlast in toenemende mate op het bordje van de gemeente komen te liggen. Met de politie is recentelijk een overeenkomst getekend waarbij afspraken zijn vastgelegd over de operationele samenwerking met de toezichthouders; - Vanuit de samenleving zien wij een toenemend aantal verzoeken tot toezicht en handhaving. De acceptatiegraad bij vormen van ervaren overlast lijkt af te nemen met als gevolg een groter beroep op de gemeente om te handhaven; - In de afgelopen 10 jaren is het bestuurlijk instrumentarium fors toegenomen. Te denken valt aan huisverboden bij huiselijk geweld, gebiedsontzeggingen, sluiten van woningen en gedragsaanwijzingen. Dit wettelijk instrumentarium is bij het bestuursorgaan burgemeester ondergebracht. In de uitvoering is toepassing vaak zeer effectief waardoor het gebruik ook toeneemt, inclusief extra toezicht op de naleving en de kans op juridische procedures.
De inzet van de toezichthouders leggen we primair vast in het uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving, waarbij we jaarlijks specifieke geprioriteerde thema’s aanwijzen. Er zijn effectief 3310 uren beschikbaar. Circa 1200 uren zijn beschikbaar voor de afhandeling van klachten van burgers, waarbij het zaken kunnen betreffen die beleidsinhoudelijk niet geprioriteerd hoeven te zijn. De afdoening van klachten van burgers achten wij van groot belang vanuit het perspectief dat wij een vraaggerichte organisatie willen zijn en daarmee ook het vertrouwen in de overheid willen vergroten. Bij de meting van het veiligheidsgevoel zoals omschreven in paragraaf 1 willen wij daarom tevens zo concreet inventariseren aan welke vormen van toezicht de bevolking het meeste belang acht. In die zin staan we voorstander van een kanteling naar een vraaggerichte organisatie. We zien in den lande en ook in de Hof de toegenomen behoefte naar toezicht ook terug terwijl de capaciteit van toezicht en handhaving vrijwel niet is toegenomen. Hierdoor is enerzijds een forse werkdruk ontstaan maar ook een situatie waarbij in het handhavingsprogramma scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Het vraagstuk van de benodigde capaciteit in relatie tot de opgave/vraag vanuit de samenleving willen wij geobjectiveerd en in een breder verband beantwoorden. Wat gaan we doen?
In 2023 willen we een onderzoek laten uitvoeren naar de vereiste capaciteit aan toezicht en handhaving op basis van het huidige takenpakket, waarbij tevens 3 referentiegemeenten worden betrokken.
Bij de afdoening van klachten geldt dat wanneer zich in de openbare ruimte onveilige situatie voordoen, wij dezelfde dag nog acteren. Bij alle andere zaken worden klachten binnen 5 dagen in behandeling genomen. Wij rapporteren hierover jaarlijks via de Planning- & Controlcyclus.
20
Binnen de diverse gemeentelijke beleidsvelden (parkeren, afval, evenementen, bouw, gebruik openbare ruimte etc., etc.) speelt in toenemende mate de vraag of en zo ja, op welk niveau (capaciteit) de gemeente haar rol ten aanzien van toezicht en handhaving vervult. Om de integraliteit te bevorderen en ter beheersing van de capaciteitsraming is het wenselijk dat bij nieuwe beleidsinitiatieven de component van toezicht en handhaving (inclusief middelen) integraal wordt betrokken en daarover wordt besloten. We willen kortom meer werken met handhavingsregimes op specifieke thema’s. Wat gaan we doen;
In alle gemeentelijke nota’s waarin toezicht en handhaving een onderdeel vormt, nemen wij standaard een paragraaf op waarin aspecten als ambitieniveau, capaciteit en middelen worden geborgd.
Met de doorontwikkeling van de gemeentelijk buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) is de vraag actueel over welke hulpmiddelen zij moeten beschikken. Momenteel kennen zij geen hulpmiddelen, wel veiligheidsmiddelen als steekwerende vesten en bodycams. Vanwege hun toegenomen takenpakket en de situaties waarin zij kunnen geraken is er een behoefte te constateren tot uitbreiding van hulpmiddelen. Daarnaast geldt hierbij ook de zorg van de werkgever om de werknemer uit te rusten met apparatuur/hulpmiddelen, opdat zij hun functie veilig kunnen uitoefenen. Door meer en andere hulpmiddelen ter beschikking te stellen zoals handboeien, pepperspray en korte knuppel, verandert het profiel van de functie fundamenteel en valt de term “nieuwe gemeentepolitie” wel eens. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft recentelijk de ruimte geboden om tot een uitbreiding van hulpmiddelen te komen, mits goed onderbouwd. In Hof van Twente hebben zich nog geen ernstige incidenten voorgedaan en om het karakter van de “gastvrije” toezichthouder te behouden bestaat er thans niet direct reden om tot uitbreiding over te gaan. Anderzijds zien wij in omliggende gemeenten een ontwikkeling waarbij de toezichthouders steeds meer hulpmiddelen krijgen en dat toezichthouders steeds breder en op minder reguliere tijdstippen worden ingezet met alle mogelijke risico’s van dien. Wat gaan we doen?
Wij stellen in 2024 een notitie op over de wenselijkheid en noodzaak om al dan niet tot een uitbreiding te komen van hulpmiddelen voor BOA’s, waarbij wij de ontwikkelingen in de regio uitdrukkelijk betrekken.
In regionaal verband bestaat een convenant tot doorlening van BOA’s bij specifieke werkzaamheden of bij piekdrukte (bv. grote evenementen). Ook is besloten tot een regionaal opleidings- en trainingsprogramma. De Hof wil hierin actief participeren en daar waar mogelijk een voorbeeldfunctie vervullen. Deze regionale doorlening kan overigens ook van invloed zijn op het vraagstuk van de hulpmiddelen en de ervaringen van doorlening zullen hierbij worden betrokken.
21
7. Polarisatie We zien in Nederland, ingegeven door gewijzigde sociale, economische. klimatologische of culturele omstandigheden, steeds meer vormen van polarisatie ontstaan. Dat kan om iets relatief “kleins“ gaan als een Zwarte Pieten-discussie of over meer abstracte zaken als stad versus platteland. Maar ook op andere gebieden zijn voorbeelden aan te dragen als COVID of de komst/het onderbrengen van asielzoekers. In toenemende mate constateren wij grote maatschappelijke stromingen die streven naar het behoud van onze cultuurhistorische waarden en de tradities dan wel zich tegen veranderingen verzetten waarbij wij in toenemende mate weerstand tegen de overheid constateren. Een recent voorbeeld van de polarisatie zijn de boerenprotestacties c.q. de stikstofdiscussie. Een thema welke leidt tot toenemende mate van spanningen binnen onze samenleving, waarbij de nuance steeds vaker ver te zoeken is. Bedreigingen, fysiek geweld of demonstraties met grote maatschappelijke effecten zijn aspecten die zich hierbij in toenemende mate voordoen. De groepen met tegenstelde belangen hebben anderzijds wel weer een ding gemeen: een afbrokkelend vertrouwen in de overheid. Exponenten van deze spanningen manifesteren zich altijd op het lokale niveau (prostestacties, bedreigingen richting politici of vertegenwoordigers, demonstraties etc.).
Binnen het veiligheidsbeleid is het in toenemende mate een speerpunt om exponenten van deze tegenstellingen ‘te beheersen’. Eerder hebben wij reeds een passage opgenomen met betrekking het protocol maatschappelijke onrust. Hier raakt de rol van de burgemeester als burgervader/moeder met die van de verantwoordelijkheid van de openbare orde en veiligheid. In 2023/2024 willen wij – voortbouwend op initiatieven uit het verleden - met alle sectoren uit de samenleving het gesprek hierover aangaan en komen tot een gezamenlijke agenda waarbij wij partijen bijeen willen brengen om een dialoog op starten met als doel vormen/effecten van polarisatie te beheersen of tegen te gaan. Wat gaan we doen?
22
We staan in contact met de diverse betrokken partijen uit het maatschappelijk krachtenveld en maken afspraken gericht om vormen van polarisatie te voorkomen en het vertrouwen in de lokale overheid te vergroten.
8. Middelen Financiën Voor de uitvoering van dit plan is binnen de huidige begroting geen geld aanwezig. De beschikbare financiële middelen binnen het programma openbare orde en veiligheid worden momenteel volledig besteed aan de verplichte afdracht aan de Veiligheidsregio Twente. Ter stimulering van maatschappelijke en overheidspartners partners (bv. via co-financiering), om activiteiten te ontplooien en te realiseren die bijdragen aan de in deze nota opgenomen indicatoren, eventuele juridische ondersteuning en de noodzaak om acute problemen tot een oplossing te brengen is het hebben van vrij te besteden middelen een belangrijke randvoorwaarde. Bij de begroting 2023 is voor de uitvoering van dit gehele programma een bedrag van structureel € 75.000,- en een eenmalig bedrag van € 250.000 gereserveerd. Wat gaan we doen?
Wij stellen een jaarschijf op waarin wij aan de thema’s een concrete planning, een budgetverdeling alsmede de ambtelijke capaciteit koppelen.
Communicatie Een veiliger samenleving begint veelal bij het gedrag van inwoners zelf. Het beïnvloeden van gedrag is uitermate complex. We willen met een gerichte communicatiestrategie een bijdrage leveren aan de realisatie van dit programma en daarmee het terugdringen van criminaliteit en het vergroten van het veiligheidsgevoel. Een effectief communicatietraject kenmerkt zich vaak door de kracht van herhaling en originaliteit. We willen onze nieuw te bepalen brede boodschap steeds binnen de thema’s terug laten keren. Wat gaan we doen;
In 2023 stellen we een communicatiestrategie op en vertalen dat naar de concrete thema’s binnen het programma veiligheid.
Organisatie Om te komen tot een heldere rol- en taakverdeling en om de effectiviteit te vergroten, kiezen we voor een horizontale aansturing en het geven van een impuls aan programmatisch werken. Hoe we dat voor veiligheid feitelijk vorm en inhoud geven is in bijlage 5 aangegeven en nader uitgewerkt. Wat gaan we doen?
23
We geven een impuls aan programmatisch werken.
9. Risicoparagraaf Met deze nota en de hierin opgenomen beleidsdoelstellingen en activiteiten, gecombineerd met het plan van aanpak ondermijning hebben we voor de komende 4 jaren een gedragen en ambitieus programma openbare orde en veiligheid opgesteld. Toch bestaan diverse factoren die realisatie kunnen belemmeren of temporiseren. Binnen de reguliere planning en controlcyclus willen wij over deze factoren rapporteren. Als belangrijkste factoren benoemen wij in willekeurige volgorde: -
-
-
-
Een terugkeer van de COVID epidemie. Op het moment van schrijven van deze nota zijn alle beperkende maatregelen opgeheven. Een eventuele terugkeer van diverse belemmerende matregelen heeft een grote invloed op een aantal sectoren en de inzet van onze capaciteit (bv. de toezichthouders) en de realisatie van een aantal beleidsdoelstellingen; Aan beleidscapaciteit ten behoeve van dit programma binnen de gemeente is 1.6 fte beschikbaar. De situatie op de arbeidsmarkt is zodanig dat het krijgen van nieuw personeel buitengewoon lastig is en tegelijkertijd de dreiging van verloop zeer essentieel is. Kortom het verkrijgen en behouden van de vereiste beleids- en uitvoeringscapaciteit is essentieel; Bij de uitvoering van de plan gaan we uit van een ketenbenadering. Bij de diverse thema’s zullen wij in de uitvoering aangeven wat wij van onze partners vragen. Ook bij onze maatschappelijke en justitiële partners is sprake van een bezettingsproblematiek hetgeen het risico met zich kan meebrengen dat er in de keten keuzes gemaakt moeten worden gemaakt; De “waan van de dag” zaken en de daarmee samenhangende media aandacht lijken in aard en omvang fors toe te nemen. De regievoering en nazorg welke in overwegend mate bij de gemeente ligt zijn buitengewoon arbeidsintensief; Hof van Twente functioneert binnen de Veiligheidsregio Twente.
In dat verband kunnen afspraken gemaakt worden die van invloed zijn op onze prioriteitenstelling en de inzet van middelen. Het Rijk “dreigt” in toenemende mate rechtstreeks te acteren zoals in het asielzoekersdossier. Zodra dit zich voordoet in Hof van Twente of in de regio Twente zal dit direct leiden tot een gewijzigde inzet van capaciteit. De laatste jaren zijn veel taken en bevoegdheden bij gemeenten c.q. burgemeesters belegd (bv. het brede bestuurlijk instrumentarium zoals huisverboden). Meestal zijn daarbij geen budgetten overgeheveld. Als zich deze situatie opnieuw voordoet impliceert dat een risico dat capaciteit “wegloopt” en in mindere mate beschikbaar is voor de realisatie van dit programma.
Wat gaan we doen;
24
Via de reguliere P&C-cyclus rapporteren wij over de voortgang van de uitvoering van dit programma en de ontwikkeling van de risicofactoren.
Bijlagen: 1. Infographic Actief Noaberschap 2. Cijfermatig overzicht misdrijven en incidenten Hof van Twente 3. Plan van Aanpak Ondermijning 4. AVE-model 5. Model organisatie Veiligheid
25
Cluster Veiligheid de Höfte 7, 7471 DK Goor Postbus 54, 7470 AB Goor 0547 – 85 85 85 info@hofvantwente.nl
26