CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

20220425 Definitief_Meerjarenbegroting 2022-2024 OPO Hof van Twente.pdf

Gemeenteraad 14 juni 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 9: St. Openbaar primair onderwijs Hof van Twente: Begroting 2022, meerjarenbegroting 2023-20248.988 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meerjarenbegroting 2022-2024

Versiebeheer Versie 0.1 0.2 0.3 0.4

Status Concept Concept Concept Concept

Datum 13-11-2021 16-11-2021 18-11-2021 09-12-2021

1.0

Definitief

16-12-2021

Opmerking Richting bestuurder Retour van de bestuurder Ter bespreking GMR Ter bespreking met financiële commissie RvT Vastgesteld Raad van Toezicht

2

Inhoudsopgave 1. Voorwoord bestuurder .................................................................................................................... 4 2.

3.

4.

Algemene ontwikkelingen................................................................................................................ 6 2.1

Organisatie ............................................................................................................................. 6

2.2

Profilering & Innovatie ........................................................................................................... 6

2.3

Onderwijs ............................................................................................................................... 7

2.4

Personeel................................................................................................................................ 7

2.5

Huisvesting/facilitair ............................................................................................................... 7

2.6

Investeringen o.b.v. van de risicoanalyse ............................................................................... 8

Actuele en toekomstige ontwikkelingen ........................................................................................ 10 3.1

Vereenvoudiging bekostiging per 1 januari 2023 ................................................................. 10

3.2

Vordering OCW .................................................................................................................... 11

3.3

Wijzigingen in de bekostiging ............................................................................................... 11

3.4

Nationaal Programma Onderwijs (NPO) ............................................................................... 11

3.5

Verwerking groot onderhoud ............................................................................................... 13

3.6

Signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen ......................................... 13

Ontwikkeling leerlingenaantallen .................................................................................................. 14 4.1

Leerlingaantallen .................................................................................................................. 14

4.2

Aantal leerlingen op de scholen ........................................................................................... 14

4.3

Marktaandeel ....................................................................................................................... 15

5.

Bekostigingsstromen...................................................................................................................... 16

6.

Uitgangspunten begroting ............................................................................................................. 19

7.

Meerjarenbegroting ....................................................................................................................... 20 7.1

8.

Toelichting begroting ........................................................................................................... 22

Continuïteitsparagraaf ................................................................................................................... 26

Bijlage .................................................................................................................................................... 30 Bijlage 1: Exploitatiebegroting ........................................................................................................... 30

3

1.

Voorwoord bestuurder

In dit document treft u de begroting 2022 aan van Stichting OPO Hof van Twente met een doorkijk naar de jaren 2023 en 2024, voldoend aan het toezichtskader opgesteld door de Raad van Toezicht. Stichting OPO Hof van Twente faciliteert haar negen scholen met als uitgangspunt samen goed onderwijs te maken. Onderwijs met lef, waarbij scholen gestimuleerd worden scherpe keuzes te maken in het vormgeven van hun onderwijs. Hierdoor ontstaan prachtige, diverse onderwijsprofielen. Er is ook eenheid binnen deze diversiteit, want tegelijkertijd wordt er gezamenlijk opgetrokken op een aantal vlakken. Het meest zichtbaar is dit in een vijftal OPO-brede projecten (The Big Five), waarbij er intensief wordt samengewerkt om de scholen van OPO Hof van Twente herkenbaarheid te geven en tegelijkertijd bijzondere elementen toe te voegen aan het onderwijs. Er wordt meer in gezamenlijkheid gedaan. Zo wordt er met behulp van de NPO gelden extra geïnvesteerd in personeel, om meer individuele aandacht te geven aan de leerlingen die dit nodig hebben. De opgedane onderwijsachterstanden veroorzaakt door corona, zijn niet in twee jaar weg te werken. En op het moment van schrijven van dit voorwoord is corona geenszins “onder controle”. Er is sprake van veel lesuitval, veel leerling absenties en het lukt niet altijd om vervangende leerkrachten te vinden bij ziekte.

Het bestuur heeft de meerjarenbegroting op zodanige wijze opgesteld dat de extra inzet op het gebied van de leerlingenzorg, gericht op het wegwerken van achterstanden, ook in de jaren na 2022 kan worden voortgezet. Daarnaast investeert het bestuur in de toekomst, door onder andere de verduurzaming van haar scholen verder uit te rollen. Op deze manier wordt verduurzaming iets vanzelfsprekends, bij leerlingen en hun ouders. De integratie van internationalisering binnen het onderwijs is een belangrijk onderwerp binnen de scholen van OPO Hof van Twente. Ook zijn er vele gerichte investeringen op het gebied van ICT, onderwijsinnovatie (o.a. individuele coaching leerlingen) en scholing en begeleiding van het personeel (o.a. startercoach). Dit alles om te kunnen blijven anticiperen op de snel veranderende maatschappij en wat deze vraagt van de leerlingen in de nabije toekomst. OPO Hof van Twente maakt gebruik van een risicoanalyse, welke jaarlijks wordt geüpdatet, om de belangrijkste risico’s in kaart te brengen. Daaruit voortkomend zijn er gerichte investeringen opgenomen om deze risico’s te beperken of te voorkomen. Eén van die risico’s, een mogelijk dalend leerlingaantal, veroorzaakt door de doorzettende krimp in het voedingsgebied van de scholen, is een punt van blijvende aandacht.

Ook hierop maakt de stichting herkenbaar beleid en oriënteert zij zich tegelijkertijd op intensievere samenwerking met andere besturen. Het leerlingaantal is gelijk gebleven (1017 op 1-10-2020 en op 1-10-2021), maar er is geanticipeerd op een dalend leerlingaantal in de jaren na 2022. De geconsolideerde begroting voor 2022 wordt met een negatief saldo van € 45.000 aangeboden. Het negatieve saldo wordt veroorzaakt door de afboeking van de vordering OCW van € 324.000. Deze “greep uit de kas” van de onderwijsbesturen door het ministerie is direct verbonden aan de invoering van de vereenvoudiging van de bekostigingssystematiek, gebaseerd op de nieuw teldatum 1 februari in plaats van 1 oktober. Zonder deze afboeking is het genormaliseerde resultaat een positief saldo van € 279.000. Dat het negatieve resultaat in 2022 “slechts” € 45.000 is, heeft onder andere te maken met het verkrijgen van een aantal subsidies. Zo is er een subsidie verkregen voor een Erasmus+ project, vervanging van leerkrachten (voor individuele coaching leerlingen in combinatie met vakleerkrachten Engels), vakleerkrachten gymnastiek, wegwerken van leerachterstanden en de po-vo doorstroomregeling. Deze subsidies zorgen voor extra gelden, naast de impuls die zij geven aan het onderwijs. 4

De Algemene Reserve blijft de komende jaren min of meer constant en zal niet verder afgebouwd hoeven worden. Wel wordt er in 2021, 2022 en 2023 een bestemmingsreserve NPO opgebouwd door OPO Hof van Twente. Deze bestemmingsreserve heeft als doel om het in 2021 ingezette beleid om leerachterstanden weg te werken, naar aanleiding van de te ontvangen NPO-middelen, ook in 2024, 2025 en 2026 te kunnen voortzetten. Op deze manier krijgt het onderwijs geen eenmalige impuls, maar wordt er structureel en langdurig gewerkt aan het bieden van kwalitatief hoogwaardig onderwijs voor elke leerling. Jasper Kok Directeur-bestuurder Stichting Openbaar Primair Onderwijs Hof van Twente

5

2.

Algemene ontwikkelingen

2.1

Organisatie

Om in de toekomst goed in te kunnen spelen op de demografische ontwikkelingen en de voorspelde aanhoudende daling van het aantal leerlingen is beleid ontwikkeld t.a.v. de kleine scholen, horende bij de stichting. Met dit beleidsstuk als startpunt van de dialoog, zal het bestuur met alle stakeholders frequent in gesprek (blijven) gaan om te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, in samenspraak met de buurtschappen en de scholen. OPO Hof van Twente onderzoekt de mogelijkheden voor samenwerking in de regio. Het meest concreet is dit momenteel met de Waerdenborch. Dit komt tot uiting in het gedane stakeholder onderzoek uitgevoerd door de VOS ABB. De resultaten hiervan zullen in 2022 besproken worden en besloten worden of er eventuele vervolgstappen zullen worden ondernomen. Momenteel werkt OPO Hof van Twente met de Waerdenborch op een tweetal terreinen samen. Dit is het geval bij het po-vo doorstroomproject en het Erasmus+ project “iBUILD IT”. Bij het laatste project wordt er samengewerkt met scholen voor basis- en voortgezet onderwijs uit Denemarken en Finland, om een meer gepersonaliseerde aanpak van het onderwijs in Engels vorm te geven. Ook wordt er momenteel op bestuurlijk niveau samengewerkt met Keender, de Waerdenborch en de gemeente om een nieuwe onderwijsvoorziening op locatie de Whee te realiseren.

Dit wordt geleid door een extern projectbureau, Draaijer en Partners. In combinatie met de subsidie vrijroosteren leerkrachten, waarbij leerkrachten vrijgeroosterd worden om hun leerlingen individueel te coachen door middel van kindgesprekken, is er een team gevormd rondom internationalisering. Dit team bestaat o.a. uit vakleerkrachten Engels, een Erasmus+ coördinator en een wereldburgerschap specialist. Gezamenlijk zullen zij het vak Engels, wereldburgerschap en internationalisering een boost geven binnen OPO Hof van Twente.

2.2

Profilering & Innovatie

Het bestuur zal blijvend investeren in een sterke profilering van haar scholen en dit zichtbaar maken in de communicatie van de stichting en haar scholen. Het doel hiervan is tweeledig. Goed, onderscheidend onderwijs ontwikkelen en (daardoor) het marktaandeel van OPO te vergroten in een krimpende markt. Zo wordt er extra geïnvesteerd in de Big Five projecten (Het vierde project wordt gelanceerd in 2022) en in het door ontwikkelen van de scherpe profielen van de scholen. De eerste Makeblock innovation space voor het basisonderwijs in Nederland is gevestigd in obs de Zwaluw. Deze zal in 2022 officieel geopend worden. Deze innovation space dient als hub voor de andere scholen, die op hun beurt de zogenaamde “curiosity packs” hebben ontvangen. Hierin zal volgend jaar verder worden geïnvesteerd, o.a. in lasercutters. Daarnaast zullen er meer investeringen zijn op het gebied van ICT. Er zal geïnvesteerd worden in VR-brillen, screenbeams en robotica. In 2022 zal OPO Hof van Twente marktonderzoek laten uitvoeren onder ouders, om in kaart te krijgen wat maakt dat ouders kiezen voor een bepaalde school van OPO Hof van Twente. Daarnaast zal er een reguliere ouderenquête worden uitgezet.

6

2.3

Onderwijs

Vanuit de deelregio van het samenwerkingsverband (SWV) voor de leerlingenzorg waarbij OPO is aangesloten ontvangt de stichting volgend jaar 80.000 euro meer dan in 2021. Dit maakt het makkelijker voor het bestuur om het niveau van de basis leerlingenzorg (met o.a. het ondersteuningsteam, de intern begeleiders, orthopedagogen, 0,4 FTE voor de jaarlijkse ib-pilot, de zorgarrangementen en ambulante begeleider) op eenzelfde niveau te houden. De verschuiving van papieren lesmethoden naar digitale methodieken vindt voortdurend plaats. De ICT-er die vorig jaar is aangenomen ter ondersteuning van de scholen (Professor Jari) zal voor 3 dagen per week aangesteld blijven. Hij zal ook meer zichtbaar zijn op de scholen ter ondersteuning van de leerkrachten en voor het introduceren van nieuwe ICT-mogelijkheden. Onderwijskundig zal er op elke school van OPO geïnvesteerd worden volgens de ingediende plannen van de directeuren, voortkomend uit de schoolplannen. Dit betreft vooral investeringen in meubilair, inrichting gebouwen en klassen, upgrade van de keukens, leer- en hulpmiddelen (o.a. nieuwe methodes), schoolpleinen en ICT-apparatuur (niet voortkomend uit bovenschools ICT plan).

2.4

Personeel

De nieuwe cao primair onderwijs is van kracht. OPO heeft een hierbij aansluitend, vernieuwd functiebouwwerk opgesteld. Hierin staat onder meer vermeld dat de stichting blijft werken met locatiedirecteuren voor haar scholen en is de functie van leerkrachtondersteuner (schaal 7) gecreëerd, om carrièreperspectief te kunnen bieden aan onderwijsassistenten. Wat betreft de werkdrukgelden, zal het bestuur blijvend de dialoog aangaan met de scholen over de besteding hiervan. De teams bepalen uiteraard, maar wanneer er personeel ingezet wordt op deze gelden heeft dit mogelijk consequenties voor het financiële meerjarenbeleid. Door de extra middelen vanuit de NPO gelden is er veel extra personeel aangenomen. Dit betreft ook zij-instromers en deeltijd PABO studenten. Tegelijkertijd is er een tekort aan tijdelijk personeel ontstaan in Nederland, ook in Twente. Het is lastig om voldoende invallers te vinden en de A-pool te vullen om kortdurend ziekteverlof op te vullen. Door onder andere goed werkgeverschap, te focussen op innovatief onderwijs, extra scholingsmogelijkheden (o.a. Birkman) en begeleiding op de werkvloer probeert OPO Hof van Twente nieuw personeel blijvend aan zich te binden. Vooruitlopend op het beleid van de overheid investeert OPO Hof van Twente in 2022 extra in vakleerkrachten bewegingsonderwijs.

Het doel hiervan is om elke klas binnen het bestuur twee keer per week 1 uur gym te geven, verzorgd door vakleerkracht. Hierbij wordt begonnen met groep 3 t/m 8. Voor de groepen 1 en 2 wordt naar nadere invulling gezocht. In 2022 zullen de uitkomsten van de RI &E en het nog uit te zetten medewerkers tevredenheidsonderzoek input geven voor het personele gedeelte in het te schrijven strategisch plan voor OPO Hof van Twente. Volgend jaar zal het bestuur investeren in het organiseren van een kweekvijver, voor medewerkers die ambitie hebben richting het worden van ib’er of directeur. Er zal gericht scholing worden georganiseerd, afgestemd op de behoeften van de medewerkers in deze kweekvijver.

2.5

Huisvesting/facilitair

OPO Hof van Twente heeft met haar scholen een verduurzamingsslag gemaakt met behulp van het Energiefonds. Dit heeft geleid tot forse investeringen in de schoolgebouwen, onder andere in zonnepanelen, ledverlichting, isolatie, glas en warmtepompen. 7

Ook is er geïnvesteerd in het verbeteren van het binnenklimaat. In 2022 zal de laatste slag geslagen worden wat betreft het verduurzamingsproject bij ods Elserike. Na afronding van het project zal het meerjarig onderhoudsplan opnieuw opgesteld worden en de paragraaf duurzaamheid worden toegevoegd. Er is een nieuw contract afgesloten met Ingenion, voor inkoop, contractbeheer en aanbestedingen. In 2022 zal de aanbesteding voor de schoonmaak worden afgerond. Daarnaast zal het medegebruik van ruimtes door derden worden ingeregeld en de huisstijlen van de scholen worden doorontwikkeld. OPO Hof van Twente heeft vier conciërges. Deze conciërges verzorgen voor een groot deel het (buiten)onderhoud op de scholen. Het bestuur is voornemens te investeren in bedrijfskleding, goede apparatuur en veiligheidstraining.

2.6

Investeringen o.b.v. van de risicoanalyse

In deze paragraaf wordt aandacht geschonken aan de investeringen die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen o.b.v. van de risicoanalyse die in 2021 is vastgesteld. In de risicoanalyse worden per onderdeel de risico’s beschreven en de beheersingsmaatregelingen getroffen. Op basis van deze beheersingsmaatregelen worden (gerichte) investeringen in de begroting opgenomen om zodoende de risico’s te beperken. Risico’s Krimp

Kleine scholen beleid

Aantal zorgleerlingen neemt toe

Opgelopen onderwijsachterstanden Toezegging naar buiten, leerling aanname Kwaliteitssysteem

Onvoldoende in staat om onderwijsvernieuwing te realiseren

Investeringen - Directeur vrij roosteren voor PR - Websites updaten - Facebook e.d. - Logo’s, banners, bus en Big Five - Jaarlijkse update van de kleine scholen visie - Bijdrage vanuit de grote scholen om MI-tekorten te dekken - Blijvend investeren in kleine scholen (o.a. duurzaamheid, IB, ICT, directie en formatie - Investeringen in orthopedagogen - Bovenschools ondersteuningsteam - Onderwijsassistenten - Aanvraag relevante subsidies (BOUW, NT2 e.d.) - ICT-devices & ICT beleidsplan (investeringen vanuit de ICT, ratio aantal devices per leerling) - NPO-plan (inzet doortrekken naar 2023, 2024 en 2025) - Instroomprotocol - Protocol zij-instromer - Nieuwe leerlingen e.d. - Investering ondersteuningsteam - Extra IB voor twee scholen per jaar - Extra directie en IB voor alle scholen (0,2 per school) - Investeren in interieurontwerp, meubilair ontwerp o.l.v. Finland (€ 10.000) voor obs de Zwaluw, obs Stedeke, ods Elserike. - Driehoek gebouw-interieur-onderwijs

Bedrag € 5.000

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

8

Opbouw personeelsbeleid; Onvoldoende gekwalificeerd personeel aantrekken en behouden Werkdruk als hoog ervaren

Ziekteverzuim en vervanging

Wachtgeld Uitval ICT Strategisch financieel beleidsplan – gelinkt aan strategisch plan OPO Onzekere financiering OCW

-

Investeren in coaching begeleiding locatiedirecteuren van Cora Blaak. Investeren in jonge leerkrachten Talentvolle leerkrachten monitoren en aannemen Schoolopleiders (geld vanuit Saxion, maar dat is niet afdoende, extra investering). Aanleggen kweekvijver voor ib’ers en directeuren Preventieve coaching en training Afspraken met externe coaches (wandelcoach) Faciliteren werkdruk training A-pool Onderzoek doen naar het zijn van eigenrisicodrager Investeringen in gezondheid Fitnesskorting (Wkr-regeling) Ipap-verzekering Reservering NPO-voorziening Stresstest hackers bij ICT Investeringen in Controller ObT

-

Afboeking vordering OCW Ministerie

-

P.M.

€ 5.000

P.M.

P.M. € 1.500 P.M.

P.M

9

3.

Actuele en toekomstige ontwikkelingen

In dit hoofdstuk wordt aandacht gegeven aan actuele en toekomstige ontwikkelingen. Een groot deel van deze ontwikkelingen zijn reeds in het jaarverslag van 2020 toegelicht en hebben invloed op de financiën van de stichting. Achtereenvolgens worden hieronder behandeld: -

3.1

Vereenvoudiging bekostiging Vordering OCW Wijzigingen in de bekostiging Nationaal Programma Onderwijs Verwerking Groot Onderhoud Signaleringswaarde voor bovenmatig normatief eigen vermogen

Vereenvoudiging bekostiging per 1 januari 2023

Vanaf kalenderjaar 2023 zal een vernieuwde bekostigingssystematiek gaan gelden. Deze wordt de vereenvoudiging bekostiging genoemd. In deze begroting 2022-2024 is geen rekening gehouden met de vereenvoudiging van de bekostiging. Voor een zorgvuldige implementatie, uitvoering en het feit dat de scholen meer aan bekostiging ontvangen (€ 30.800 1 o.b.v. tool) is ervoor gekozen hier geen rekening mee te houden. Tevens geldt er de eerste drie jaar een overgangsregeling, wat betekent dat de financiële impact op stichtingsniveau vrij beperkt is. Ten opzichte van de huidige bekostiging zijn enkele grote verschillen te noteren, namelijk; • • • •

•

Er wordt niet meer gecorrigeerd voor de gemiddelde leeftijd van de leraren op school. Leerlingen in de onderbouw en bovenbouw worden voor hetzelfde bedrag bekostigd, ongeacht de leeftijd. De personele en materiële bekostiging worden samengevoegd tot één bedrag. De personele bekostiging gaat over van schooljaar naar kalenderjaar waardoor de gehele bekostiging per kalenderjaar gaat. Hierdoor verschuift de teldatum van 1 oktober naar 1 februari van het voorgaande jaar. Voor het speciaal basisonderwijs wordt voortaan de ondersteuningsbekostiging direct vanuit het Rijk bekostigd op basis van het aantal ingeschreven leerlingen, net als in het (voorgezet) speciaal onderwijs.

Uit welke onderdelen bestaat de nieuwe systematiek? •

• •

De basisbekostiging, dit bestaat uit één basisbedrag per leerling voor alle scholen in het PO. Het vso ontvangt een hoger basisbedrag per leerling. Daarnaast komen er vier basisbedragen per school: één basisbedrag voor een school voor bo, één voor een school voor SBO, één voor een school voor SO en één voor een school VSO. De extra bekostiging, zoals kleine-scholentoeslag, groeibekostiging en de bekostiging voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. De aanvullende bekostiging, zoals bijvoorbeeld de bekostiging voor asielzoekers en fusiecompensatie.

1

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financieringonderwijs/documenten/publicaties/2020/10/22/herverdeeleffectenmodel-en-totstandkoming-bedragen-voorde-vereenvoudiging-bekostiging-PO

10

•

De ondersteuningsbekostiging, dit bestaat uit een bedrag per leerling dat direct aan de SBOscholen en (v)SO-scholen wordt toegekend. Het restant van de ondersteuningsbekostiging gaat naar de samenwerkingsverbanden.

Als gevolg van de wijzigingen verandert de berekening van het bedrag dat een schoolbestuur krijgt. Door de wijzigingen kunnen de bedragen hoger of lager uitvallen ten opzichte van de huidige berekening, dat verschilt per schoolbestuur. Om die reden is er voor de eerste drie jaar een overgangsregeling. Daarmee krijgen besturen en scholen de tijd om hun uitgaven aan te passen aan de nieuwe situatie.

3.2

Vordering OCW

Begin oktober 2021 hebben alle schoolbesturen een brief van het Ministerie van OC&W ontvangen. In deze brief wordt beschreven wat de gevolgen zijn van de wetswijziging van de vereenvoudiging van de bekostiging per 1 januari 2023. Door de wetswijziging vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs vervalt de jaarlijkse vordering OCW. Dit heeft geen effect op de (liquide) bekostiging van schoolbesturen. Ze krijgen hierdoor niet minder geld (liquiditeit). Deze aanpassing leidt wel tot een lagere vermogenspositie (en lagere exploitatie over de periode augustus tot en met december 2022) bij schoolbesturen. In de vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs gaat de bekostiging van de schoolbesturen van schooljaarbekostiging naar bekostiging per kalenderjaar. In de huidige schooljaarbekostiging krijgt een schoolbestuur in de eerste vijf maanden van het schooljaar (augustus t/m december) minder dan 5/12e deel van de totale bekostiging. Hierdoor heeft elk schoolbestuur per 31 december in de administratie een vordering van 7,12% op OCW. Door de overgang naar kalenderjaarbekostiging vervalt deze vordering. Er bestaat immers geen recht meer op bekostiging aangezien de beschikking dan afloopt. Voor OPO Hof van Twente gaat het om een bedrag van € 324.000. Dit betekent dat de begroting over 2022 voor dit deel een negatief resultaat zal laten zien.

Deze ontwikkelingen worden niet meegenomen in de nieuwe signaleringswaarde van OCW voor mogelijke bovenmatige reserves. Schoolbesturen moeten deze ontwikkelingen zelf meenemen in hun evaluatie van de reservepositie.

3.3

Wijzigingen in de bekostiging

Per 1 augustus 2021 worden de prestatieboxmiddelen (€ 219.000 voor OPO Hof van Twente) op een andere wijze verstrekt. Dit zal deels gaan via de lumpsum (budget P&A) en deels via een specifieke regeling voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding. Het bestuur besluit, na instemming van de personeelsgeleding van de gemeenschappelijk medezeggenschapsraad, over de inzet van de middelen. Het bedrag voor schooljaar 2021-2022 en 2022-2023 is per leerling ca. € 92.

3.4

Nationaal Programma Onderwijs (NPO)

Vlak voor de vakantie zijn de exacte bedragen voor het schooljaar 2021-2022 bekend gemaakt. Ook is er meer bekend over de verantwoording van de NPO-middelen. Voor het tweede NPO-jaar, 2022/2023, is nu de inschatting dat minimaal € 500 per leerling beschikbaar is. Over kalenderjaar 2022 gaat het om een totaalbedrag van € 673.000. De baten van de periode augustus tot december 2022 zullen gebruikt worden om in de jaarrekening een bestemmingsreserve te vormen die het ingezette beleid, voortkomend uit het opgestelde plan voor de NPO gelden, ook in de komende jaren te kunnen 11

blijven financieren. Het doel van dit plan is om onderwijsachterstanden ontstaan door corona weg te werken. Echter vraagt dit geen korte termijn aanpak, vandaar dat gekozen is voor het vormen van de eerder genoemde bestemmingsreserve. Verantwoording NPO Het algemene uitgangspunt is dat de aanvullende NPO-middelen worden toegekend als lumpsumbedragen. Door schoolbesturen moet de verantwoording daarom ook gedaan worden op grond van de reguliere verantwoordingregels die hiervoor gelden. Omdat de NPO-middelen, zoals bijvoorbeeld ‘€ 700’ als normatieve rijksbijdragen worden toegekend in de bekostiging, moeten de middelen volledig als baten worden verantwoord in het jaar waarin ze worden toegekend. De accountantscontrole op de besteding van deze middelen gaat niet verder dan de reguliere accountantscontrole. Voor deze geldstroom geldt namelijk geen verlaagde goedkeuringstolerantie en daardoor ook geen specifieke controleplicht. Wel is de verantwoording van de besteding van de NPOmiddelen aangemerkt als ‘maatschappelijk thema’. Dit betekent dat de minister gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om een thema aan te wijzen dat van dermate belang is dat hier in het bestuursverslag specifiek verantwoording over moet worden afgelegd. De verantwoording wordt hiermee op dezelfde manier vormgegeven als de werkdrukmiddelen.

Net als bij de werkdrukmiddelen moet de verantwoording wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De accountant zal toetsen of de gevraagde verantwoording in het bestuursverslag is opgenomen en of alle elementen van de verantwoording ook zijn opgenomen. Uit het jaarverslag moet blijken: -

-

Of de scholen een schoolscan hebben gemaakt; Welke soorten interventies de scholen hebben gekozen voor hun schoolprogramma; Hoe ouders en leraren, en in het VO ook de leerlingen, betrokken zijn bij de plannen; Of scholen de vereiste instemming van de MR hebben gekregen; Hoeveel procent van de middelen is ingezet voor inhuur van personeel niet in loondienst (PNIL) en wat de reden is dat is gekozen voor de inzet van personeel niet in loondienst in plaats van eigen personeelsleden; Welke eerste resultaten in de uitvoering van de plannen gemeld kunnen worden.

Wanneer de NPO-middelen bovenschools zijn ingezet, wordt verwacht dat duidelijk wordt gemaakt: -

Of de GMR hiermee heeft ingestemd Welke soorten interventies zijn gekozen.

Naast de verantwoording in het bestuursverslag, waarvan de accountant zal toetsen of wij hieraan hebben voldaan, zonder gedetailleerd de cijfermatige verantwoording te toetsen, moet via XBRL per brinnummer aangegeven worden voor welke categorieën interventies uit de menukaart de middelen zijn ingezet. XBRL is het portaal waarmee jaarlijks de jaarcijfers aan DUO worden doorgegeven, dit portaal wordt uitgebreid ten behoeve van de NPO-verantwoording.

12

3.5

Verwerking groot onderhoud

Naar verwachting zal per 1 januari 2023 de verwerking van de voorziening groot onderhoud worden herzien. Voor schoolbesturen die voor 1 januari al een voorziening groot onderhoud hadden, betekent dit dat zij dienen te kiezen tussen de twee mogelijkheden, namelijk het activeren en afschrijven of het vormen van een voorziening groot onderhoud via de zogenaamde componentenbenadering. De stichting heeft destijds gekozen voor het activeren en afschrijven van de kosten voor groot onderhoud. Mocht de wet- en regelgeving definitief zijn dan onderzoeken we de mogelijkheid (ook a.d.h.v. nieuwe onderhoudsrapporten) om eventueel te kiezen voor het vormen van een onderhoudsvoorziening.

3.6

Signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen

Vanaf 2020 hanteert de Inspectie van het Onderwijs dit nieuwe kengetal als startpunt voor gesprek. Het publiek eigen vermogen komt boven de signaleringswaarde uit als het feitelijk eigen vermogen hoger is dan het normatief eigen vermogen. Dit laatste is het vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. Een bestuur kan goede redenen hebben om tijdelijk eigen vermogen boven de signaleringswaarde aan te houden. Vandaar dat dit kengetal bedoeld is als startpunt voor een gesprek en niet als harde norm. Kijkend naar het normatief eigen vermogen van onze stichting is deze berekend op afgerond € 1.427.480 (volgens berekeningstool onderwijsinspectie) en derhalve is er bij OPO Hof van Twente geen sprake van bovenmatig vermogen per ultimo 2021. Dit betekent dat de beschikbare middelen in voldoende mate worden ingezet ten behoeve van het onderwijs.

13

4.

Ontwikkeling leerlingenaantallen

In dit hoofdstuk wordt aandacht gegeven aan de leerlingaantallen. Hierbij kijken we naar de leerlingaantallen van de afgelopen jaren en ook naar de geprognosticeerde leerlingaantallen. Voor de meerjarenbegroting maken wij, voor de prognose van de leerlingaantallen, gebruik van de gemeentelijke prognoses samengesteld door onderzoeksbureau Pronexus (versie 2017) en onze eigen prognoses. Een afgeleide van deze cijfers wordt door ons als uitgangspunten gebruikt voor de begroting 2022 en ook voor de meerjarenbegroting.

4.1

Leerlingaantallen

In bovenstaande grafiek zijn de gerealiseerde en verwachte leerlingenaantallen per teldatum 1 oktober van enig jaar (2012-2023) zichtbaar. Per 1 oktober 2021 (de teldatum) is het aantal leerlingen 1017 en daarmee gelijk met 1 oktober 2020 (1017). Voor komend jaar verwachten we een stijging van 16 leerlingen en blijven daarmee nog steeds boven de grens van 1000 leerlingen. De jaren daaropvolgend is een geprognosticeerde daling te zien van 61. De Stichting OPO Hof van Twente zal ook de komende jaren gebruik blijven maken van de ‘Regeling gemiddelde schoolgrootte’. Dit houdt in dat een school die drie achtereenvolgende jaren met hun leerlingenaantal onder de gemeentelijke opheffingsnorm zit, toch een beroep kunnen doen op deze regeling. De gemeentelijke opheffingsnorm is vastgesteld op 46. In de door de stichting geschreven visie op de kleine scholen wordt dit uitgebreider toegelicht. Hierin staat ook hoe Stichting OPO Hof van Twente zorgdraagt voor de instandhouding van de kleine scholen, ook met leerlingaantallen lager dan 46.

4.2

Aantal leerlingen op de scholen

Bijgaand is de ontwikkeling zichtbaar van het aantal leerlingen per school in de periode 1 oktober 2018 tot en met 1 oktober 2023. Hierbij betreffen de leerlingaantallen na 1 oktober 2021 prognoses.

14

4.3

Marktaandeel

Op het moment van opmaken van deze begroting zijn nog niet alle leerlingaantallen definitief vastgesteld. Op basis van de huidig bekende cijfers is het marktaandeel van OPO binnen de gemeente Hof van Twente van 39,5% op 1 oktober 2020 opgelopen naar 40,1% op 1 oktober 2021. In tabelvorm: OPO Hof van Twente Aandeel Totaal gem. Hof van Twente

1-10-2018 1047 38,5% 2727

1-10-2019 1026 38,7% 2645

1-10-2020 1017 39,5% 2571

1-10-2021 1017 40,1% 2535

Begin 2022 zullen definitieve2 cijfers van het marktaandeel per leeftijd bekend worden gemaakt per 1 oktober 2021. Uiteraard zullen we deze volgen om te zien in hoeverre er wijzigingen zijn opgetreden in het marktaandeel in de jongste (en oudste) leeftijdscategorieën.

2

Tot begin december is het mogelijk de leerling administratie per 1 oktober aan te passen

15

5.

Bekostigingsstromen

Voor vaststelling van de budgetten 2022 zijn de leerlingentellingen van schooljaar 2020 en 2021 leidend. De verschillende financieringsstromen vinden voornamelijk plaats per schooljaar. De personele bekostiging voor schooljaar 2021/2022 is gebaseerd op de telling van 1 oktober 2020 en voor het schooljaar 2022/2023 op de telling van 1 oktober 2021. De materiële bekostiging vindt plaats per kalenderjaar. De bekostiging voor 2022 is gebaseerd op de telling van 1 oktober 2021. In 2022 kent de Stichting de volgende belangrijkste bekostigings- c.q. geldstromen: De personele bekostiging door de Rijksoverheid Deze vergoeding is grotendeels gebaseerd op het aantal leerlingen verdeeld naar onder- en bovenbouw en de gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) van het onderwijzend personeel op 1 oktober t-1. Met ruim 4,5 miljoen euro is dit onze grootste bekostiging en is bedoeld om de salarissen te kunnen voldoen. De bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid (P&A) door de Rijksoverheid Het bedrag per leerling voor Personeels- en Arbeidsmarktbeleid is per 1 augustus 2021 aangepast, doordat een deel van de prestatieboxmiddelen hieraan wordt toegevoegd. Eind 2020 werd duidelijk dat circa de helft van het budget in het kader van de prestatiebox wordt toegevoegd aan de lumpsum en dat circa de andere helft wordt verstrekt voor professionalisering en begeleiding startende leraren en schoolleiders.

Dit is nu verwerkt in deze regeling. Hiermee is de prestatiebox in de reguliere regeling bekostiging komen te vervallen en wordt het budget als volgt verdeeld: ▪

▪

Het bedrag per leerling voor personeel en arbeidsmarkt wordt verhoogd met € 107,59 per leerling, waarvan in de regeling aangegeven staat dat € 16,48 per leerling is bestemd voor cultuureducatie. Op basis van de regeling professionalisering en begeleiding startende leraren en schoolleiders wordt een bedrag van € 92,06 per leerling uitgekeerd.

De regeling professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders geldt overigens voor schooljaren 2021-2022 en 2022-2023, maar het betreft wel structureel budget. In het laatste jaar zal worden bekeken in hoeverre dit budget kan worden toegevoegd aan de lumpsum. Voor de inzet van deze middelen moet een bestedingsplan ter instemming worden voorgelegd aan P-MR, nadat hierover gesprek heeft plaatsgevonden met bestuur, schoolleiders en teams. Het budget Personeels- en Arbeidsmarktbeleid is bestemd voor de kosten van personeelsbeleid en bedoeld om besturen en scholen meer vrijheid te geven bij het voeren van een eigen personeels- en arbeidsmarktbeleid. Een aantal posten, onder meer bestaande uit ondersteuning, nascholing, duurzame inzetbaarheid en Arbo-dienstverlening, wordt voornamelijk bovenschools gedragen. Werkdrukmiddelen Met ingang van schooljaar 2018/2019 is per leerling een bedrag van € 155,55 toegevoegd aan de bekostiging. Dit bedrag is in schooljaar 2019/2020 verhoogd naar € 225 (geïndexeerd van € 220). Het bedrag per leerling voor het verminderen van werkdruk voor schooljaar 2021-2022 bedraagt € 252,78. 16

Over de besteding van middelen dient elke school met de personeelsgeleding van de MR tot overeenstemming te komen. Naar verwachting krijgt de MR vanaf 2022 instemmingsrecht voor de begroting. Voor de begroting in 2022 betreft de instemming over de besteding: ▪ Personeel ▪ Materieel ▪ Professionalisering ▪ Overige bestedingsdoelen. In het jaarverslag dient het schoolbestuur verantwoording af te leggen over de ingezette gelden. De bekostiging van de materiële instandhouding door de Rijksoverheid Ten behoeve van de exploitatie van de school krijgen de scholen van het Rijk de beschikking over de vergoeding materiële instandhouding. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen groepsafhankelijke programma's van eisen en leerling afhankelijke programma's van eisen. De normvergoeding staat al jaren onder druk en het wordt daarmee steeds lastiger om bijvoorbeeld het (groot-) onderhoud, gebouwexploitatie (bv. schoonmaak en energie) en ICT te financieren uit deze bekostiging. De bekostiging is op kalenderjaar en de tarieven zijn in 2022 3,01% hoger dan in 2021. Fusieregeling Wanneer scholen worden samengevoegd, ontvangt het bestuur van de samengevoegde basisscholen in totaal minder personele bekostiging.

Om deze daling in bekostiging op te kunnen vangen, ontvangt het schoolbestuur hiervoor een compensatie (enkel de wegvallende directietoeslag en eventuele kleine scholentoeslag worden vergoed). De fusieregeling is per 1 augustus 2015 aangepast. Vanaf deze datum is de regeling verruimd tot 100% compensatie voor zes jaar. De oude regeling kende een jaarlijkse afbouw naar 0% in vijf jaar. Voor de stichting betekent dat op Basisschool Azelo (tot en met schooljaar 2023/2024) en Obs Stedeke (tot en met schooljaar 2022/2023) deze verruimde regeling van toepassing is. Bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiders starters en schoolleiders Vanaf schooljaar 2021-2022 ontvangen scholen een bedrag per leerling (€ 94,20) voor professionalisering en begeleiding startende leraren en schoolleiders. Deze bijzondere bekostiging levert een bijdrage aan de professionalisering van personeel en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders. Het bevoegd gezag gaat het gesprek aan met de schoolleiding en het schoolteam over de inzet van de middelen. Op basis van de uitkomst wordt een bestedingsplan opgesteld voor de inzet van de middelen. Het bestedingsplan wordt ter instemming voorgelegd aan de personeelsgeleding, conform de Wet medezeggenschap op scholen.

Het bevoegd gezag verantwoordt zich in het jaarverslag over zowel de besteding van de middelen als over de wijze waarop de besluitvorming door de (personeelsgeleding van de) medezeggenschapsraad heeft plaatsgevonden. Bekostiging onderwijsachterstanden De Rijksoverheid geeft scholen geld voor de aanpak van onderwijsachterstand op de basisschool. Tot en met het schooljaar 2018/2019 gebeurde dat volgens de ‘gewichtenregeling’. Het opleidingsniveau van de ouders of verzorgers bepaalde het zogenaamd gewicht dat een school toekent aan een leerling. Sinds 1 augustus 2019 wordt het geld verdeeld volgens een nieuwe regeling. Deze regeling is gebaseerd op basis van vijf factoren en wordt door het CBS berekend: 17

• • • • •

Het opleidingsniveau van beide ouders Het herkomstland van de moeder De verblijfsduur van de moeder in Nederland Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school Of de ouders in de schuldsanering zitten.

In het kader van de bekostiging voor onderwijsachterstanden is het bedrag per eenheid achterstandsscore verhoogd van € 559,50 naar € 597,67. Het schooljaar 2021-2022 is het laatste schooljaar waarin nog sprake is van een overgangsregeling. In deze overgangsregeling wordt het nieuwe bedrag voor het schooljaar 2021-2022 vergeleken met het bedrag dat een school zou hebben ontvangen in schooljaar 2019–2020 op basis van de gewichtenregeling en de impulsregeling, op basis van teldatum 1 oktober 2018. Als het onderwijsachterstandenbudget op de school afneemt, dan wordt het verschil tussen het nieuwe en het oude bedrag voor 25% opgenomen in het nieuwe bedrag. Als het onderwijsachterstandenbudget van een school toeneemt, wordt het hogere nieuwe budget verminderd met 13,99% van het verschil tussen het nieuwe en oude budget. In schooljaar 2022-2023 is de overgangsregeling niet meer van kracht en worden de onderwijsachterstandsbudgetten volledig toegekend op basis van de nieuwe regeling. Binnen de Stichting zijn vier scholen (Azelo, Stedeke, Gijmink en de Boomhut) die geld ontvangen voor de aanpak van onderwijsachterstand. Bijzondere en aanvullende bekostiging scholen voor primair onderwijs i.v.m. NPO Alle scholen in het primair onderwijs krijgen per leerling een bedrag aan aanvullende bekostiging uit het NPO.

Voor het basisonderwijs bedraagt het bedrag per leerling € 701,16 voor schooljaar 20212022. In de begroting is voor het schooljaar 2022-2023 rekening gehouden met € 500 per leerling. De leervertraging is niet op alle scholen gelijk. Scholen met bijvoorbeeld een uitdagende leerlingenpopulatie of met veel leerlingen met ouders met een lage sociaaleconomische status hebben een groter risico op onderwijsachterstanden. Deze scholen krijgen daarom een extra bijdrage, die hoger is naarmate het achterstandsrisico groter is. Doorbetalingen Rijksbijdragen Samenwerkingsverband In verband met de invoering van Passend Onderwijs met ingang van 1 augustus 2014 is de bekostiging ‘Leerlinggebonden financiering’ van het Rijk komen te vervallen en ontvangen de scholen de middelen voor de lichte en zware ondersteuning van het Samenwerkingsverband 23-02 PO. De middelen worden toegekend aan de individuele scholen en kunnen worden ingezet om de doelstellingen van Passend Onderwijs te verwezenlijken, bijvoorbeeld door extra inzet van personeel of in materiële zaken.

18

6.

Uitgangspunten begroting

De budgetten worden sinds enkele jaren verdeeld op basis van vaste principes volgens het financiële beleidsplan uit 2015. De stichting is voornemens om voorlopig de huidige systematiek tot 1 januari 2023 te blijven hanteren. Vanaf 1 januari 2023 vindt er een vereenvoudiging van de bekostiging plaats. Het nieuwe financiële beleidsplan dient dan voorbereid te zijn met deze nieuwe verdeelsystematiek om zodoende tijdig op deze nieuwe wetgeving te anticiperen. Uiteindelijk dient dit plan ter goedkeuring aan de MR/GMR en Raad van Toezicht voorgelegd te worden. Inhoudelijke uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting zijn de volgende inhoudelijke uitgangspunten gehanteerd: -

-

OPO Hof van Twente investeert verder in The Big Five (project 4 in 2022) Het bestuur beoogt de extra inzet van personeel om achterstanden ontstaan door corona weg te werken te continueren op lange termijn en vormt hiervoor een bestemmingsreserve Het verduurzamingsproject wordt voortgezet en afgerond in 2022 Er wordt extra geïnvesteerd in scholing en begeleiding personeel (o.a. startercoach en schoolopleiders) Er wordt extra geïnvesteerd in onderwijsinnovatie en ICT Internationalisering zal meer en meer geïntegreerd worden binnen het onderwijs, door te investeren in een team internationalisering (o.a. bestaande uit vakleerkrachten Engels & Erasmus+ coördinator) OPO Hof van Twente investeert in het onderzoeken naar samenwerkingsmogelijkheden met andere besturen Diverse subsidies, welke het al ingezette beleid ondersteunen, zorgen voor meer financiële armslag bij het realiseren van uitdagend en goed onderwijs voor elke leerling

Algemene uitgangspunten Bij het opstellen van de begroting zijn de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: -

-

Er is geen rekening gehouden met de uitgangspunten van de vereenvoudiging van de bekostiging Door het wetsvoorstel vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs vervalt een jaarlijkse vordering op OCW. Dit heeft geen effect op de (liquide) bekostiging van schoolbesturen. Ze krijgen hierdoor niet minder geld (liquiditeit). Deze aanpassing leidt wel tot een lagere vermogenspositie (en lagere exploitatie over de periode augustus tot en met december 2022) bij schoolbesturen. Voor OPO Hof van Twente is een bedrag van € 324.000 in de begroting van 2022 verwerkt. De begrote Rijksbijdragen OC&W zijn gebaseerd op de afgegeven beschikkingen voor het schooljaar 2021/2022, gedateerd op 6 juli 2021. Er is geen rekening gehouden met een wijziging van de werkdrukmiddelen per schooljaar 2022/2023 en verder. In de begroting zijn de lonen en salarissen opgehoogd met 2,25%. De ophoging van de personele bekostiging in 2021 is bedoeld om stijgingen van de personele kosten te dekken. Voor de GGL (Gewogen Gemiddelde Leeftijd van de Leraren) is gebruik gemaakt van de in de personeelsadministratie opgenomen GGL’en per school per peildatum. De hoogte van de GGL is een belangrijke factor bij de bepaling van de hoogte van de personele bekostiging per school.

19

-

-

-

7.

Bij de toekenning van de subsidie voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt uitgegaan van CBS-indicatoren, daardoor kan voor de meerjarenbegroting niet ingeschat worden of er meer of minder subsidie wordt toegekend. Er is uitgegaan van een gelijkblijvende subsidie. De middelen vanuit het SWV voor de schooljaren 2021/2022 en de daaropvolgende schooljaren zijn bijgesteld op basis van de conceptcijfers van het SWV. Additionele subsidies die zijn kostendekkend opgenomen (baten en lasten gelijk). Van personeel, waarvan in de komende jaren de pensioendatum bekend is, zijn per die datum de personeelskosten uit de begroting gehaald. En indien nodig (afhankelijk van de ontwikkeling van de leerlingaantallen nieuwe vacatures opgenomen). De premie VF is gebaseerd op de 14-wachtdagen-variant. In de begroting is rekening gehouden met de volgende percentages: Pf (2,6%), Vf (3,55%) en de premiepercentages die op 1 september 2021 van toepassing zijn. Het aantal ziektevervangers wat in de begroting is opgenomen is gebaseerd op gerealiseerde en geprognosticeerde cijfers van kalenderjaar 2021. Kosten voor groot onderhoud worden geactiveerd en afgeschreven. Bij het toekennen van formatie voor de kleine scholen is het streven om het vormen van 3 groepen te bekostigen.

Meerjarenbegroting

Op basis van de hiervoor beschreven hoofdstukken wordt de volgende begroting aangeboden voor kalenderjaar 2022. De begrote exploitatie komt € 45.000 negatief uit. De grootste verklaring hiervan ligt in de verplichte afboeking van de vordering op OCW per 1-1-2023 als gevolg van de invoering van de vereenvoudiging van de bekostiging. Dit betreft een bedrag van € 324.000 (zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 voor een uitgebreide toelichting). Op basis van deze correctie zou het genormaliseerde resultaat over 2022 € 279.000 positief zijn. De prognose voor 2021 is conform de laatste Marap over de periode januari-oktober. De verwachting is dat het jaar 2021 met een resultaat van ongeveer € 500.000 zal worden afgesloten. Dit positieve resultaat wordt voor een groot gedeelte veroorzaakt door verkregen subsidies en door niet begrote NPO-middelen. Redenen voor het uiteindelijke exploitatieoverschot over 2021 zijn reeds toegelicht in de laatste managementrapportage. De beginstand van de reserves per 1-1-2021 is gebaseerd op de reservestanden uit de jaarrekening van 2020. De daaropvolgende jaren is de stand gebaseerd op deze beginstand en de begrote exploitatieresultaten per jaar Samenvatting Het begrote geconsolideerde exploitatieresultaat van OPO Hof van Twente is voor het kalenderjaar 2022 € 45.000 negatief.

Voor 2023 is een positief resultaat van € 95.000 zichtbaar terwijl in 2024 een negatief resultaat van € 157.000 wordt aangeboden. Het negatieve resultaat van 2024 wordt vanuit de positieve exploitatieresultaten vanuit eerdere jaren gefinancierd. Er zal door de stichting een bestemmingsreserve voor de NPO-middelen gevormd worden, aangezien de stichting in staat wil zijn om het ingezette beleid, voortkomend uit het NPO plan, blijvend wil voortzetten in de komende jaren. Dit maakt het ook mogelijk om beter in te kunnen spelen op de schaarste op de arbeidsmarkt, in combinatie met het behouden en aannemen van kwalitatief goed personeel.

20

Jaarlijks zal deze risicoanalyse worden geüpdatet en wordt een adequate hoogte van de reserve vastgesteld. De risicoanalyse van de stichting laat een minimaal buffervermogen zien van € 800.000 Een voorwaarde in de leningsovereenkomst met het Energiefonds Overijssel B.V is dat het eigen vermogen van de Stichting minimaal € 1.000.000 moet bedragen en hier voldoet de stichting dan ook aan. Dit betekent dat de stichting voldoende daadkracht heeft om financiële tegenvallers op te vangen. De reserve onderhoud blijft de komende jaren € 500.000. De stichting is voornemens om na afloop van alle duurzaamheidsinvesteringen de onderhoudsrapporten te updaten. Tevens wordt gekeken of de nieuwe wet- en regelgeving eventueel voor de stichting toegepast kan worden. Tot die tijd houden we ons aan de keuze om kosten voor groot onderhoud te activeren en over een periode af te schrijven. De bestemmingsreserve ‘continuering extra inzet (NPO-plan)’ is met ingang van 2021 van toepassing. De stichting heeft een plan opgesteld in 2021 en is voornemens dit de komende vijf jaar voort te zetten. Het negatieve resultaat in 2024 zal dan ook gecompenseerd worden door een deel van de opgebouwde bestemmingsreserve in te zetten. De beginstand van deze bestemmingsreserve is gebaseerd op basis van de huidige gegevens. Deze is nu lastig te bepalen aangezien het boekjaar 2021 nog niet is afgerond. 21

7.1

Toelichting begroting

Baten 3.1 Rijksbijdragen OC&W De Rijksbijdragen OC&W zijn ruim € 605.000 hoger dan begroot in 2021. Zoals reeds beschreven is hierin ook de afboeking vordering OCW van € 324.000 in opgenomen. De hogere Rijksbijdragen worden voor een groot gedeelte veroorzaakt door de verstrekte NPO-middelen per 1 augustus 2021 en door naar boven bijgestelde beschikkingen van het Ministerie voor gestegen werkgeverslasten. Vanaf 2023 laten de Rijksbijdragen OC&W een lichte daling zien. Deze daling van de baten wordt voor een groot deel veroorzaakt door lagere NPO-middelen (€ 500 voor schooljaar 2022-2023) en door het wegvallen van de fusiebekostiging. 3.2 Overige overheidsbijdragen Dit betreft een bijdrage van de gemeente voor de vervoerskosten. 3.5 Overige baten De overige baten bestaan voor het grootste gedeelte uit detacheringsopbrengsten (poolers), subsidie opleiden in de school en subsidie 'van onderwijsassistent tot leraar'. Lasten 4.1 Personele lasten De totale personele lasten komen in 2022 circa € 594.000 hoger uit dan begroot voor 2021. Deze kunnen worden verdeeld in salariskosten en overige personele lasten zoals nascholing, P&A, Arbo en loonkosten derden. De toename van de personele lasten wordt veroorzaakt door de toename van de werkgeverslasten (aanpassing cao) en door (extra) inzet NPO-middelen.

Cao-akkoord PO 2021 De PO-Raad en de vakbonden hebben op 2 november 2021 het cao-akkoord voor primair onderwijs voor 2021 ondertekend. De achterbannen hebben ingestemd met het onderhandelaarsakkoord dat op 11 oktober 2021 was gesloten. Met het cao-akkoord 2021 stijgt het loon voor alle medewerkers in het primair onderwijs met terugwerkende kracht tot januari 2021 met 2,25%. In december 2021 wordt de eindejaarsuitkering éénmalig verhoogd van 6,3% naar 6,5%. Over de 500 miljoen die het demissionaire kabinet recent beschikbaar heeft gesteld voor de verbetering van salarissen in het primair onderwijs maken de PORaad en onderwijsvakbonden afspraken in de cao voor 2022. De achterban van de PO-Raad kon tot en met 25 oktober 2021 zijn stem uitbrengen over het onderhandelaarsakkoord. Ruim 70% van de stemmen van de schoolbesturen zijn uitgebracht. Een ruime meerderheid daarvan heeft ingestemd met het akkoord. Volgens de statuten van de PO-Raad is een cao-akkoord aangenomen als twee derde van de uitgebrachte stemmen voor het akkoord is. Dit is ruimschoots het geval.

22

In navolging van de cao PO van 2020 heeft OPO Hof van Twente het functiebouwwerk aangepast met de nieuwe OOP- en directiefunctiebeschrijvingen. Deze inschaling is definitief en na instemming van de GMR definitief vastgesteld. In onderstaande tabel staat een overzicht op schooljaar van het aantal FTE met de uitsplitsing DIR, OP en OOP. Tevens is het aantal FTE per kalenderjaar inclusief de loonkosten en de Gemiddelde Personeelslast weergegeven. In onderstaande tabel staat een overzicht van de totale gemiddelde werktijdfactor met de uitsplitsing naar DIR, OP (onderwijzend personeel) en OOP (onderwijsondersteunend personeel). Fte Directie OP OOP Totaal *betreft jan-jul 2021

2021-2022* 7,42 68,78 19,09 95,29

2022-2023 7,42 66,74 17,10 91,26

2023-2024 7,42 65,84 11,75 85,01

Op basis van de NPO-middelen voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 is een toename van het personeelsbestand zichtbaar. De inzet van de NPO-middelen is gebaseerd op het vastgestelde plan. Naast de NPO-middelen is (extra) inzet op basis verkregen subsidies zichtbaar (Vrijroosteren leraren en doorstroming po/vo). De NPO-middelen hebben een duur van twee jaar (tot 31-07-2023) en dat betekent dat de tijdelijke benoemingen (in de begroting) worden beëindigd. Indien vanuit een gunstige subsidiestroom in het voorjaar van 2022-2023 blijkt dat de taakstelling voor vast en tijdelijk personeel een bepaalde omvang dient te hebben, zal dit worden uitgevoerd. Ten tijde van het opstellen van het formatieplan voor schooljaar 2022-2023 zal duidelijk worden hoe de formatie eruit gaat zien. De overige personeelslasten vallen bijna € 100.000 hoger dan de begroting van 2021. Deze toename wordt voor een groot gedeelte veroorzaakt door extra scholingskosten (inzet Birkman persoonlijkheid assessments) waar eenmalig € 40.000 voor is begroot. Tevens zijn de loonkosten derden hoger door het afsluiten van een contract met Ingenion (inkoop- en aanbestedingsbedrijf), inhuur gemeente Enschede (NPO-basis) en inhuur onderzoek Vosabb (De Whee).

4.2 Afschrijvingslasten De afschrijvingslasten zijn gebaseerd op de al aangegane investeringen en de verwachte investeringen in gebouwen en terreinen, ICT, meubilair en onderwijsleerpakketten. In 2022 zullen er enkele forse (duurzaamheids-) investeringen plaatsvinden, met namen op ods Elserike en obs Stedeke. In de begroting is rekening gehouden met een totale investering van bijna € 1.050.000, onderverdeeld in: Gebouwen Groot onderhoud ICT Inventaris OLP Totaal

€ 501.000 € 234.700 € 62.400 € 211.900 € 40.000 € 1.050.000

23

Gebouwen De € 501.000 bestaat uit IKC Stedeke (€ 331.000), verduurzaming obs Elserike (€ 150.000) en zonnepanelen (€ 20.000). Het project verduurzaming Stedeke wordt financieel in boekjaar 2021 verwerkt (€ 400.000). Hierin is de Suvis-subsidie meegerekend. Groot onderhoud De stichting heeft ervoor gekozen om alle kosten voor groot onderhoud te activeren en af te schrijven. De nieuwe wet- en regelgeving zal pas in 2024 inwerkingtreden. De stichting zou er dus voor kiezen om alsnog een voorziening groot onderhoud op te nemen. Dit wordt ook zeker rond die tijd onderzocht, tevens worden alle onderhoudsplannen, na afloop van alle duurzaamheidsinvesteringen opnieuw opgesteld. Bij de huidige werkwijze wordt gekeken naar de noodzakelijke kosten voor groot onderhoud op basis van de meerjarig onderhoudsplannen. Tevens worden de wensen van de directeuren besproken en uiteindelijk wordt dit door de huisvestingsadviseur in samenspraak met de bestuurder en controller beoordeeld. Voor 2022 staat onder andere het volgende op de planning; vloeren fase 2 en 3 obs Stedeke, schilderwerk obs Stedeke, aanpassing corridor/entree/signing, schilderwerk en het verwijderen van de koffiekamer ten behoeve van het leerplein op ods Elserike.

ICT Kijkend naar de bovenschoolse ICT-investeringen dan heeft de stichting budget vrijgemaakt om te investeren in 4 laserboxen (€ 20.000), multifunctionele devices (€ 14.000) en makeblock (€ 20.000). Inventaris Dit betreffen met name investeringen in schoolmeubilair (obs Stedeke; € 50.000; obs de Zwaluw € 50.000; ods Elserike € 30.000). OLP Deze investeringen bestaan onder andere uit methode TL (€ 10.000 obs Stedeke) en voor de methode projectmatig werken (€ 15.000 obs Stedeke). 4.3 Huisvestingslasten Het bedrag voor huisvestingslasten is voor 2022 in totaliteit zo’n € 5.000 lager begroot als in 2021. Hieronder vallen onder andere de energielasten, schoonmaak, dagelijks onderhoud en de bijdrage voor de VVE Zwaluw. In de onderliggende posten hebben enkele verschuivingen plaatsgevonden. De schoonmaakkosten van de Zwaluw vallen nu onder de stichting en niet onder de VVE, de energielasten zijn lager door de investeringen van de afgelopen jaren en in de begroting van de VVE is lager. De bijdrage voor de VVE is vooralsnog begroot op € 40.000 en is gebaseerd op een verdeelsystematiek die medio oktober 2021 is besproken. Uiteindelijk moet in de praktijk uitwijzen hoe deze lasten de komende jaren zich gaan ontwikkelen. 4.4 Overige lasten De overige lasten bestaan grotendeels uit de kosten voor het administratiekantoor OBT en de

24

accountantskosten (samen € 134.000), de ICT-verbruikskosten en licenties (€ 126.000) en het verbruiksmateriaal (€ 95.000). De overige 25% betreffen de overige beheerskosten zoals telefoon, kopieerkosten, drukwerk, kantoorbenodigdheden, contributies en de kosten voor buitenschoolse activiteiten zoals culturele vorming, sportdagen, schoolreisjes, schoolkamp en dergelijke. De totale overige lasten zijn bijna € 40.000 lager ten opzichte van de begroting 2021. De ObT-kosten zijn ruim € 10.000 lager door sluiting van twee locaties, lagere kopieerkosten door nieuw afgesloten contract (€ 2.000), lagere verbruikerskosten (€ 12.000), lagere presentatiekosten (€ 12.000) door verschuiving richting de personeelslasten. 5 Financiële baten en lasten Gezien de huidige rentestand is er in de begroting geen rekening gehouden met rentebaten. Door gebruik te maken van schatkistbankieren zal er ook geen negatieve rente betaald hoeven worden. Wel worden er bank- en rentekosten bij de schoolrekeningen in rekening gebracht (€ 2.650). Aan rentelasten is € 21.000 opgenomen en betreft de lening die bij het Energiefonds Overijssel B.V is afgesloten.

25

8.

Continuïteitsparagraaf

De continuïteitsparagraaf is een wettelijk verplicht onderdeel van het jaarverslag en geeft inzicht in de meerjarenbegroting en de risicobeheersing. Met de continuïteitsparagraaf wordt inzicht gegeven in de (financiële) consequenties van voorgenomen beleid en als afgeleide de exploitatieresultaten. In het jaarverslag dient gerapporteerd te worden over het financiële beleid en de verwachte effecten daarvan in de drie verslagjaren volgend op het verslagjaar. Bij majeure investeringen na het derde jaar dienen ook de jaren 4 en 5 meegenomen te worden. De stichting gaat niet uit van investeringen in die periode. Onder een majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. Op basis van de meerjarenbegroting is er geen sprake van majeure investeringen (baten € 8.213.000 en de investeringen bedragen € 1.050.000, 12%). Onderdelen betreffen: a. Balansramingen b. Raming van staat van baten en lasten c. Kengetallen (financiële kengetallen, personeel per categorie en leerlingaantallen) Ad a.

Balansramingen Naar aanleiding van de meerjarenbegroting en een prognose van de balans per 31 december 2021 is de verwachting dat de meerjarenbalans er als volgt uit komt te zien:

De ontwikkeling van materiele vaste activa is gebaseerd op de voorgenomen investeringen en de daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten zoals opgenomen in de begroting. Door de vereenvoudiging van de bekostiging per 1 januari 2023 vervalt de vordering op OCW. Deze is per 31-12-2022 dan ook € 324.000 lager t.o.v. 2021. De mutaties van het eigen vermogen in de komende jaren zijn het gevolg van de gepresenteerde exploitatieresultaten 2022-2024. Vooralsnog is in deze meerjarenbalans geen rekening gehouden met een voorziening groot onderhoud. De stichting blijft nauwlettend de wet- en regelgeving omtrent de verwerking groot onderhoud volgen. Vooralsnog is hier is rekening gehouden met de huidige werkwijze (activeren en afschrijven). De langlopende schuld (Energiefonds Overijssel) neemt de komende jaren toe door nog te verrichten investeringen. De hoogte van deze schuld is mede afhankelijk van het moment van investeren. De jaarlijkse aflossing bedraagt € 50.000 op basis van de maximale schuld. In 2022 is de liquiditeit nog een punt van aandacht echter is een stijgende trend te zien in 2023 en verder. Uiteindelijk fungeert de 26

post liquide middelen als sluitpost. In deze balans is voorlopig geen rekening gehouden met een eventuele wijziging van de voorziening groot onderhoud. NB: De prognose is gebaseerd op de managementrapportage tot en met oktober waarbij een prognose van € 500.000 is afgegeven.

Ad. b. Raming van staat van baten en lasten Zie hoofdstuk 6 voor de uitwerking en de toelichting op de meerjarenbegroting. Ad. c. Kengetallen Onderstaand worden de kengetallen gepresenteerd zoals die volgen uit de hierboven opgenomen meerjarenbegroting en meerjarenbalans zoals die volgt uit de eindejaar prognose 2020 en meerjarenbegroting 2022-2024. Belangrijkste conclusie is dat nagenoeg alle kengetallen, voortkomend uit het Rapport van de Commissie-Don, de komende jaren extra aandacht verdienen. Dit wordt volledig veroorzaakt door de huidige financieringsstructuur waarbij de activa toeneemt met geld waar een lening voor is afgesloten. Met name het weerstandsvermogen zal onder de norm van 5% komen te liggen. De stichting heeft ten aanzien van de rentabiliteit stappen gezet waarbij het streven is om minimaal een positief resultaat af te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3870/documents/53351