CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

20. Bijlage 4 VVE de Beaufort met zienswijze bezwaar Beaufortplein Markelo (713700).pdf

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 7.: Vaststellen adviezen ingekomen stukken2.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De risicomatrix is een

indieningsvereiste bij meldingen sloop en

vergunningen

bouwactiviteit op

voor de

matrix is niet van

10 m3

Algemene

grond van

de

Omgevingswet.

toepassing bij een sloopmelding waarbij

sloopafval

bouw

en

Deze

er minder dan

is (zie artikel 7.11, eerste lid, onder f,

Bbl).

informatie

Omschrijving project

Kenmerk Locatie

project Verantwoordelijke Veiligheidscoördinator Opgesteld door Datum

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

invullen matrix

Datum

overleg met bevoegd gezag

Risicomatrix

(voorvragen ONDERDEEL

JA/NEE

Veiligheid omgeving en omringende bebouwing Is het gebied dat wordt gebruikt om veilig te kunnen bouwen of slopen (de bouwveiligheidszone) groter dan het eigen bouwterrein, wordt er hoger gebouwd gesloopt dan direct aanpalende bouwwerken of wordt er gebouwd of gesloopt waardoor bouwwerken of bedrijven zoals chemie, datacentrum, spoor, tram of scholen risico lopen om te worden beïnvloed door de werkzaamheden? NB:

of

De

bouwveiligheidszone is het gedeelte van de aan het bouw- of sloopwerk grenzende gebied (zowel grond) waarin geen publiek aanwezig mag zijn, bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid (zie artikel 7.15, tweede lid, van het Bbi) boven als onder de

N

Veiligheid verbouw

in

gebruik blijvend pand

Heeft de bouw, verbouw of sloop inclusief tijdelijke hulpconstructies en bouwplaatsinrichting invloed op de brandveiligheid, de vluchtroutes en de

opstelplaatsen voor hulpdiensten in en om het in gebruik blijvende pand? [24] Veiligheid buiten de bouwveiligheidszone Heeft de bouw- of sloopsystematiek, het opstellen van hulpmiddelen in de bouwveiligheidszone of het gebruik van hijsmiddelen aan de rand van het bouwterrein invloed op de veiligheid buiten de bouwveiligheidszone? EN Invloed op bereikbaarheid omgeving tijdens de realisatiefase Heeft het project invloed op loopstromen, doorstroming van het openbaar vervoer, hoofdverkeersroutes of parkeervoorzieningen, is er sprake van complexe aan- of afvoer van bouwmaterialen of is er gelijktijdigheid met andere projecten of evenementen waardoor de bereikbaarheid in het geding is? 5/Schade aan belendingen of natuur Bestaat er kans op schade aan belendingen of natuur in de nabijheid van het project door bijvoorbeeld trillingen, het onttrekken van grondwater of zettingen? Als een of meer vragen risicomatrix ingevuld.

metja worden beantwoord,

wordt de

uitgebreide

Pagina 1

Algemene

informatie

Omschrijving project

Kenmerk Locatie

project Verantwoordelijke Veiligheidscoördinator Opgesteld door Datum

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

invullen matrix

Datum

overleg met bevoegd gezag

Risicomatrix ONDERWERP 1

Omgevingsfactoren

(uit ebreid BEOORDELINGSASPECTEN

Veiligheid bouwterrein,

directe

PUNTEN

omgeving

en

omringende bebouwing

1.1

Bouwveiligheidszone groter dan straat binnen invloedssfeer).

bouw- of sloopterrein

1.2

Te bouwen

hoger dan aanpalende

1.3

Het verrichten

of slopen bouwwerk

panden.

werkzaamheden in de nabijheid activiteiten of locaties die naar redelijke inschatting een risico kunnen opleveren voor de veiligheid van deze locaties, bijvoorbeeld bij chemische industrie, datacentrum, spoorwegen, tramhaltes, van

nutsvoorzieningen 14

(voetpad(en), fietspad(en),

Bouwen

of slopen

van

en

ambassades.

boven in gebruik

zijnde

bouwdelen

(bijvoorbeeld parkeergarage,

winkelcentrum, openbaar-vervoervoorziening, spoorbaan of bovenleiding). Gemiddeld

2 Gebruiksfactoren

Veiligheid verbouw

in

risico

gebruik blijvend pand gedurende

het

omgevingsfactoren gehele

bouw of sloopproces

2.1 2.2 2.3 2.4

Vluchtroutes

waarborgen. Opstelplaatsen hulpdiensten in relatie tot het bouw- of sloopterrein. Constructieve verantwoording (stabiliteit object, hulpconstructies die van op

invloed

zijn

derden). Gemiddeld

risico

gebruiksfactoren

3 Relatie Arbo-

veiligheid/ veiligheid directe omgeving

Veiligheid

op

3.1

Ruwbouw

of sloop

3.2

Hulpmiddelen in de bouwveiligheidszone. Zijn er in de bouwveiligheidszone andere hoge objecten waardoor er mogelijk een wegkaatsrisico ontstaat (bijvoorbeeld een bouw lift, (hef-)steiger of containers naast een bouwhek); zie paragraaf 6.2.8 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid. Gebruik hijsmiddelen in randzones die mogelijk van invloed zijn buiten de bouwveiligheidszone.

3.3 3.4

en

rondom

de bouw- of sloopplaats

(systematiek).

Kan de hijslast binnen zijn draaibereik boven openbaar gebied Gemiddeld

risico relatie

komen?

Arbo-veiligheid/veiligheid

directe

omgeving

|_0.00 |

Pagina 2

Algemene

informatie

Omschrijving project

Kenmerk Locatie

project Verantwoordelijke Veiligheidscoördinator Opgesteld door Datum

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

invullen matrix

Datum

overleg met bevoegd gezag 4 Bereikbaarheid,

Invloed

verkeersveiligheid 41

op bereikbaarheid

Loopstromen (economisch en stedelijk belangrijke of cruciale verbindingen). Doorstroming openbaar vervoer, aanpassing dienstregeling. Permanente toegankelijkheid van bouwplaats en omgevingsobjecten voor hulpdiensten. Hoofdroutes, ster- en fietshoofdroutes, parkeerroutes en routes van openbaar

4.2 4.3 4.4

vervoer.

4.5

Economisch

4.6

Aan-

en

belangrijke voorzieningen. opstelplaatsen

afvoer bouwverkeer,

Gemiddeld 5 Schade

en

bescherming

Kans op schade

waarden

aan

belendingen

5.1

Bouwkundige

5.2

Monumentale waarde, beschermd

5.3

Inschatting van trillingen. Bemaling grondwateronttrekking. Zettingen (opstallen en voor kabels op elektrocutie, explosie of brand).

risico bereikbaarheid,

of natuur

5.5

stadsgezicht,

en

Hinder/samenloop

Kans op hinder/

6.1

samenhang

andere

pand

en

de

beschermde flora

leidingen ondergrond

Gemiddeld

verkeersveiligheid

aannemelijk?

en constructieve stabiliteit van het eigen invloedssfeer in de omgeving.

5.4

6

afroepplaatsen.

en

risico schade

en

en

panden en

fauna, bomen.

bovengronds

bescherming

risico waarden

| 0.00 |

projecten

6.2

(maximale blootstellingsduur en dagwaarden). Trillingshinder.

6.3

Stofhinder.

6.4

Werktijden.

6.5

Samenhang

Geluid

met andere

projecten of evenementen. Gemiddeld

risico

hinder/samenloop

Uitslag risicoinschatting Puntenaantal 6 tot en met 11 Puntenaantal

in de

12 of meer

=

totaal 1 t/m 6

0.00 0.00

geen bouw- of sloopveiligheidsplan

nodig. veiligheidsplan opstellen, gegevens veiligheidscoördinator aanleveren bij het indienen van de vergunningaanvraag of doen van een melding. =

Het is

aan

te raden

concept veiligheidsplan en de risicomatrix indiening in een vooroverleg met het bevoegd bespreken, als uit de (uitgebreide) risicomatrix een

om

(tijdig) voorafgaand gezag (gemeente) te

aan

het

de

Pagina 3

Algemene

informatie

Omschrijving project

Kenmerk Locatie

project Verantwoordelijke Veiligheidscoördinator Opgesteld door Datum

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

invullen matrix

Datum

overleg met bevoegd gezag score

van

12

punten

of meer komt en/of als voor één

vragen/aspecten het risico

op

zeer

hoog

van

de

wordt ingeschat

(4

punten).

Pagina 4

Beoordelingstoelichting 1 Veiligheid bouwterrein omgeving en omringende bebouwing 1. 1 Denk hierbij aan de relatie tussen de bouwplaats en het gebruik van de openbare ruimte. Als de bouwveiligheidszone ruimte in de openbare zone nodig heeft, is er sprake van een risico. Schat in of die extra ruimte beschikbaar kan worden gemaakt. Vaak zal de intensiteit van het gebruik van die benodigde ruimte de kans van slagen sterk beïnvloeden. Let op de detaillering van de bouwkuip met bijvoorbeeld een talud waardoor de belastbaarheid van de omliggende weg afneemt. De bouwveiligheidszone moet worden bepaald op basis van paragraaf 6. 2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid. 1. 2 1. 3

1. 4

Zijn de omringende bouwwerken lager dan het nieuw te bouwen bouwwerk, dan worden de risico’s en de impact ten gevolge van vallende delen op die belendingen groter naarmate het hoogteverschil toeneemt. Zijn er in de omgeving gebruiksfuncties of voor omgevingsinvloeden gevoelige gebouwen of bedrijven (bijvoorbeeld een theater, ziekenhuis, kindercentrum of datacentrum) die door de werkzaamheden meer dan gemiddelde last of hinder kunnen ondervinden in het functioneren? denk hierbij aan de relatie tussen de bouwplaats en het gebruik van de openbare ruimte. Als de bouwveiligheidszone ruimte in de openbare zone nodig heeft, is er sprake van een risico. Schat in of die extra ruimte beschikbaar kan worden gemaakt. Vaak zal d

2 Veiligheid verbouw in gebruik blijvend pand gedurende het gehele bouw- of sloopproces Beoordeel of bestaande brandscheidingen, brandmeldinstallaties, sprinklerinstallaties of droge 2. 1 blusleidingen moeten worden aangepast terwijl deze nog in gebruik zijn. 2. 2 Worden door bouwwerkzaamheden de vluchtroutes geblokkeerd? Denk hierbij aan scholen waarbij een nooduitgang tijdelijk wordt dichtgezet in verband met bouwactiviteiten. 2. 3. 2. 4

Worden door bouwwerkzaamheden bluswatervoorzieningen geblokkeerd door bijvoorbeeld stalen rijplaten? Zijn er opbrekingen of obstakels op het bouwterrein waardoor de bereikbaarheid van de bluswatervoorziening wordt beperkt? Waaraan ontleent het pand zijn stabiliteit tijdens de aanpassingen? Zijn hiervoor hulpconstructies nodig? En zo ja, welke gevolgen hebben die hulpconstructies? Heeft de hulpconstructie extra ruimte nodig in de bouwveiligheidszone? Bij sloop: houdt de sloopvolgorde rekening met de stabiliteit (rest-stabiliteit)?

3 Veiligheid op de bouwplaats Wat voor bouwsystematiek wordt er toegepast (wanden, breedplaat, prefab (grote elementen), 3. 1 tunnelbekisting of kanaalplaat)? Voor de risico-inschatting geldt in het algemeen dat hoe minder hijsbewegingen er plaatsvinden, hoe minder risico’s er zijn. Denk hierbij ook aan hulpconstructies zoals tunnels, wandkisten en (klim)steigers die ook moeten worden verplaatst. Traditionele bouw met grote elementen geeft hierbij een hoger risico ten opzichte van prefabsandwich-systemen. Beoordeel of zich in de bouwveiligheidszone andere hoge objecten bevinden waardoor er 3. 2. mogelijk een wegkaatsrisico ontstaat voor kleinere en grotere valobjecten (bijvoorbeeld een bouwlift, een (hef)steiger of containers naast een bouwhek)?

3. 3

Benoem de hijsgebieden en leg deze vast in het veiligheidsplan. Alleen vanaf deze plaats mag een hijslast worden gehesen. Bevindt het hijsgebied zich dicht bij de rand van de veiligheidszone, dan nemen de risico’s buiten dat gebied mogelijk toe. Zie er op toe dat er ook alleen op die plaatsen wordt gehesen (uiteraard mag dat alleen met gecertificeerde hijsmiddelen en medewerkers). Als er wordt gewerkt met mobiele verrijdbare hijsmiddelen, moeten er maatwerkafspraken worden gemaakt over het gebruik van deze middelen.

3. 4

Is er een mogelijkheid dat een hijslast zich boven de openbare straat kan bevinden, dan is er sprake van een hoog risico. Dit hoge risico kan worden weggenomen door softwarematige hijslastbegrenzing toe te passen.

4 Invloed op bereikbaarheid tijdens de realisatiefase Zijn er loopstromen die niet kunnen worden omgelegd waardoor deze (deels) binnen het 4. 1 bebouwingsgebied vallen, en moeten er hiervoor specifieke oplossingen worden gerealiseerd, zoals een overkluizing of een overdekt wandel- of fietspad? Worden er routes van bus of tram gehinderd of belemmerd? Bij werkzaamheden in de directe 4. 2 nabijheid van spoor geldt aanvullend een vergunningplicht voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de spoorweg (hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Schat in of hulpdiensten in de verschillende bouwfases altijd kunnen beschikken over 4. 3 voldoende rijloper. Hebben de bouwwerkzaamheden gevolgen voor het hoofdverkeersnetwerk van de stad, dan 4. 4 moet tijdige afstemming met de wegbeheerder plaatsvinden. Heeft het bouwplan invloed op ambassades, musea, rioolpompstations, trafostations, 4. 5 hogedrukdrukgasleidingen en dergelijke? Is er logistieke opslagruimte op locatie beschikbaar? Of is de locatie dermate beperkt dat er 4. 6 " Just in time " moet worden aangeleverd met buffer- of opstelplaatsen elders? 5 Kans op schade aan belendingen of natuur aannemelijk? 5. 1 Beoordeel de risico’s van trillingen op de constructieve samenhang en opbouw van de panden in de invloedssfeer. Is er al sprake van scheuren of zettingen? Welk type fundering is 5. 2

5. 3

5. 4

5. 5.

toegepast? Zijn er kelders of gewelven? Beoordeel het risico van aantasting van de beschermde situatie tijdens de realisatie, bijvoorbeeld is sprake van een beschermd gebied, beschermde dieren, een waterwingebied, broedseizoen of bomen? Denk bijvoorbeeld aan verlichting die overlast kan geven. Welke technieken worden toegepast bij realisatie? Welke trillingsniveaus zijn te verwachten en welke risico’s geeft dit voor de omgeving (trillingpredictierapport)? Denk hierbij aan de afstand van de bron tot de belending. Beoordeel hoe ver de invloed reikt van de bemaling en of deze op basis van de grondopbouw een risico oplevert. Is er sprake van een open of gesloten bemaling en moet er retourbemaling worden toegepast? Welke mate van risico heeft verlaging van de grondwaterstand voor de omgeving? Denk hierbij ook aan mogelijk vervuilde grond binnen de beïnvloedingssfeer. Is er duidelijkheid over het debiet? Mogelijk is er een watermelding of een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig? Beoordeel de grondopbouw en de daarbij behorende risico’s op zetting zoals veenlagen. Denk hierbij aan objecten in de ondergrond zoals riool, duikers en gewelven. Is er een Klic-melding gedaan en zijn aan de aanwezigheid van kabels en leidingen risico’s verbonden? Inventariseer hierbij ook of er sprake is van kabels en leidingen boven de grond in de invloedssfeer.

6 Kans op hinder, samenhang met andere projecten

6. 1.

6. 2.

6. 3.

6. 4. 6. 5

Kijk naar het gebruik van materieel, toegepaste technieken en predictiewaarden op het gebied van geluid en tijdsduur van werkzaamheden. Worden de beste beschikbare technieken toegepast in het kader van geluidsreductie? Is er een nulmeting gedaan van het standaard aanwezige omgevingsgeluid? Kan er bij overschrijdingen een maatwerkvoorschrift worden gesteld voor de tijdsduur (zie hoofdstuk 7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid). Met dit punt wordt alleen de hinderbeleving van omwonenden of belanghebbenden bedoeld. Inventariseer welke technieken bij (hulp)constructies worden toegepast en schat in of laat predictierapporten maken met betrekking tot de toegestane hinder van trillingen. Is er stof te verwachten? Wordt de beste techniek toegepast en of worden er preventieve maatregelen getroffen om stofhinder te voorkomen? Denk hierbij aan vernevelen of nat houden, dichte schuttingen, het lang gesloten houden van de gevel, zagen in plaats van hakken en dergelijke. Wil men buiten reguliere werktijden (7:00 -19:00 maandag t/m zaterdag) werken omdat het echt niet anders kan? Voor het werken buiten de (reguliere) tijden kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld door het bevoegd gezag.

Zijn er in de directe omgeving andere projecten/werkzaamheden nu, dan wel gelijktijdig, in uitvoering met dit project, en zo ja, hebben de private partijen dan hun volgordelijkheid onderling vastgelegd? Zij dienen dit onderling met elkaar af te stemmen en vast te leggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4118/documents/57220