2. Bijlagen bij bestemmingsplan 'Diepenheim, herziening Noo.pdf
Tekst van het document
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM10)
Achtergrondconcentratie (2022, huidig)
< 10 µg/m3 14 – 15 µg/m3 6 – 8 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN)).
4.5.2
Effecten ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 20 grondgebonden woningen en 54 zorgeenheden. Gezien de omvang is het plan ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals weergegeven in navolgende tabel. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig plan onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
19
Berekening NIBM-tool, op basis van 290 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu)
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
4.6
Water
4.6.1
Huidige situatie Het plangebied ligt grotendeels braak als akkerland/grasland. Aan de oostzijde ligt in het midden een retentievijver met daaromheen wandelpaden. Door het plangebied heen liggen enkele (hoogopgaande) groensingels. Een deel van de gronden kent volgens het huidige bestemmingsplan een waterbergende functie door de toegekende functieaanduiding ‘waterberging’.
4.6.2
Effecten ontwikkeling Tauw heeft op basis van het beleid en de uitgangspunten van gemeente Hof van Twente en Waterschap Vechtstromen een waterstructuurplan4 voor het plangebied opgesteld. De relevante conclusies worden hieronder besproken.
4
Tauw (2023). Diepenheim, Waterstructuurplan Boinksweide. Kenmerk: R001-1293089LFKV02-srb-NL, 23 november 2023. 20
Wateroverlast Door een natuurlijk maaiveldverloop (hoog naar laag), getrapte afvoer en berging van hemelwater vanaf de woonpercelen naar de lager gelegen wadi’s en waterberging, is het risico op wateroverlast gemarginaliseerd. Voor het huidige knelpunt in water op maaiveld in de zuidwestelijke punt kan met de herprofilering van het maaiveld een verbetering worden gerealiseerd. De waterberging is voldoende om een bui tot minimaal 55 mm vast te kunnen houden in het gebied. Bij grotere pieken is nog resterende ruimte op het centraal gelegen deel beschikbaar waarbij de ambitie voor waterberging á 80 mm ruim gerealiseerd kan worden. Op het zuidelijk deel zou dit gerealiseerd kunnen worden door vergroten van het waterbergend oppervlak in de vijver. Voor het noordelijke deelgebied is de geambieerde waterberging van 80 mm met oppervlakkige waterberging lastiger realiseerbaar en zal bij grotere buien dan 55 mm hemelwater afgevoerd worden naar de bestaande waterbergingsvijver. Het plan is hiermee ten opzichte van de huidige (onverharde) situatie hydrologisch neutraal. Peilen en grondwateroverlast Door plaatselijke ophoging van het plangebied, is drainage in principe niet noodzakelijk. Maar voor de ontwatering van de wadi’s wordt mogelijk wel een drainage toegepast. Deze drainage wordt toegepast om te zorgen dat de waterberging binnen 24 uur weer beschikbaar is voor een volgende bui.
Dit is ook om te voorkomen dat langdurig water in de waterbergingsvoorziening blijft staan en de berging dus weer voor een volgende bui beschikbaar is. Het drainageniveau wordt ontworpen op een ontwateringsniveau gelijk of boven RHG (representatief hoge grondwaterstand), waarmee wordt voorkomen dat afvoer van grondwater uit het gebied plaatsvind. Verdroging Dit aspect heeft betrekking op het vasthouden en bergen van overtollig water met als doel om verdroging/vocht te korten in de zomer te voorkomen. In het plangebied worden diverse waterberging- en infiltratievoorzieningen aangelegd: op de woonpercelen, in de lijn-afwatering wadi’s, in de vijver van het verpleeghuis en daar waar mogelijk in de openbare ruimte. Het hemelwater wordt opgevangen in deze voorzieningen en kan daar infiltreren in de bodem. Dit komt daarmee weer ten goede aan nuttige grondwateraanvulling. De waterbergingsopgave à 55 mm en een ambitie van 80 mm geldt voor het gehele gebied waar een toename van verharding plaatsvindt, waarmee het plan ten opzichte van de huidige (onverharde) situatie hydrologisch neutraal is. Doordat het plangebied grotendeels opgehoogd wordt is het niet noodzakelijk de grondwaterstand te beheersen en structureel te verlagen middels drainage, waardoor ook dit ten opzichte van de huidige situatie hydrologisch neutraal wordt ingepast.
Hitte Als gevolg van de toename van verhard oppervlak is een verslechtering van de hittestress aannemelijk. Door het behoud en de aanplant van bomen, de open structuur, het behoud van de bestaande vijver en de aanleg van een nieuwe vijver is binnen de ontwikkeling wel voldoende rekening gehouden met afstand tot koelteplekken en
21
schaduwplekken binnen de openbare ruimte. Daarnaast zal binnen de woonstraten ook rekening gehouden worden met ruimte voor schaduwplekken en groen. Oppervlaktewaterkwaliteit Het afvalwater wordt geheel gescheiden van het hemelwater afgevoerd en aangesloten op het rioolstelsel. Het hemelwater wordt via goten/holle wegen oppervlakkig afgevoerd naar lijnvormige wadi’s langs de wegen. Deze maaiveldafstroming (bodempassage) en wadi’s hebben een bergende en zuiverende functie. De eventuele vervuiling die in het hemelwater aanwezig is, blijft achter in de zodelaag van de wadi en komt dus niet in het oppervlaktewater terecht. Ten aanzien van de vijver van het verpleeghuis is niet voorzien in een bodempassage, echter is de kwaliteit van dakwater (uitgaande van niet uitlogende bouwmaterialen) niet risicovol ten aanzien van verontreinigingen. Bij extremen zal gebruik gemaakt worden van de resterende waterberging op onverhard terrein en als laatste overstorten naar recreatievijver en sloten. Als gevolg van deze bodempasserende constructies zal de oppervlaktewaterkwaliteit (beschermd vanuit de KRW) niet negatief beïnvloed worden. Gezien voorgaande worden is voor wat betreft water geen sprake van een significant negatieve (milieu)effect.
22
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van 20 grondgebonden woningen en een verpleeghuis met 54 zorgeenheden aan de Boinksweide te Diepenheim nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Beoordeling milieueffecten Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof worden uitgesloten. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Indien er sloopwerkzaamheden plaatsvinden of beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Daarnaast dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden voor beschermde dieren, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Ervan uitgaande dat de voornoemde werkzaamheden plaats zullen vinden zijn hiermee de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de aangrenzende 30 km/uur wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking.
Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De verkeersintensiteit in de huidige situatie is op basis van het aantal woningen echter zo beperkt dat er geen overschrijdingen zullen optreden van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de planbijdrage. Significant negatieve effecten zijn daarmee niet te verwachten.
23
Lucht
Water
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. De ontwikkeling wordt hydrologisch neutraal ingepast ten opzichte van de huidige onverharde situatie. Het plan leidt niet tot wateroverlast, grondwateroverlast, verdroging, hitte en verslechtering van de waterkwaliteit. Er is geen sprake van een significant negatieve (milieu)effecten.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
24
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Quick scan natuurwaardenonderzoek (Natuurbank Overijssel) Onderzoek stikstofdepositie (SAB) Waterstructuurplan (Tauw) Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Interactieve kaarten archeologische verwachting Archeologie in Nederland (webgispublisher.nl) AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Google Maps www.google.nl/maps Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx
25
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Boinksweide te Diepenheim
Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente De heer S. Put Postbus 54 7470 AB GOOR Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10-12 Postbus 221 7570 AE OLDENZAAL 0541 - 58 55 44
Auteur De heer M. (Marten) Ubels Paraaf:
Kwaliteitscontrole en vrijgave De heer R.B. (René) Stegge Paraaf:
Status Definitief Datum 21 maart 2023 Projectnummer 20230062/MUBE Documentkenmerk 20230062_a1RAP
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Vooronderzoek en onderzoeksstrategie 2.1 Algemeen 2.2 Bronverwijzing 2.3 Locatiegegevens en huidig gebruik 2.4 Voormalig gebruik 2.5 Terreinverkenning 2.6 Omgeving 2.7 Beschikbare bodeminformatie 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie 2.9 Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese 2.10 Onderzoeksstrategie
4 4 4 4 5 6 6 7 8 9 9
3
Veld- en laboratoriumwerkzaamheden 3.1 Kwaliteit 3.2 Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden 3.3 Doorlatendheidsonderzoek
10 10 10 11
4
Resultaten onderzoek 4.1 Resultaten veldonderzoek 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek 4.3 Doorlatendheidsonderzoek 4.4 Civieltechnisch onderzoek
13 13 15 16 17
5
Interpretatie resultaten 5.1 Grond en grondwater 5.2 Doorlatenheidsonderzoek 5.3 Civieltechnisch hergebruiksonderzoek
18 18 18 18
6
Samenvatting, conclusies en advies
20
Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Geografische ligging locatie 1.2 Situatietekening 2 Boorstaten 3 Analyseresultaten 4 Toetsingstabellen en berekeningen 4.1 Toetsingstabellen grond en grondwater 4.2 Berekening doorlatendheid 4.3 Berekening civiele herbruikbaarheid 5 Toelichting bodemonderzoek en asbest 6 Foto’s 7 Informatie vooronderzoek 8 Onafhankelijkheidsverklaring veldwerker
Projectnummer
Datum
20230062/MUBE
maart 2023
-/-
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
1
Inleiding
In opdracht van Gemeente Hof van Twente heeft Geofoxx in de periode februari – maart 2023, als onafhankelijk adviesbureau1, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Boinksweide te Diepenheim. Tevens is het onderzoek aangevuld met een doorlatendheidsonderzoek en het vaststellen van de civiele hergebruiksmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling (woningbouw) van de locatie gelegen aan de Boinksweide te Diepenheim. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen en deze te toetsen aan het voorgenomen gebruik van de locatie (wonen met (sier)tuin). Waarbij ook het gehalte aan asbest in de bodem wordt vastgesteld. Doel van het doorlatenheidsonderzoek is het vaststellen van de doorlatendheid van de bodem in verband met het aan te leggen rioolsysteem en/of infiltratie van regenwater. Het civieltechnische onderzoek heeft als doel het vaststellen van de civiele herbruikbaarheid van eventueel vrijkomende grond.
Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de Nederlandse Norm 'Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' (NEN 5740) en de Nederlandse Norm 'Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond' (NEN 5707) en Nederlandse Norm ‘Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen uit de Nederlandse Norm (NEN 5725). In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en de onderzoeksopzet, de veldwerkzaamheden inclusief het zintuiglijk onderzoek, het chemisch onderzoek, de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.
1
De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
2
Vooronderzoek en onderzoeksstrategie
2.1
Algemeen
Het doel van een vooronderzoek is het verzamelen van inzichten over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw en geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. In de NEN57252 wordt onderscheid gemaakt in algemene en specifieke onderzoeksaspecten die verzameld moeten worden. Voor dit vooronderzoek geldt dat specifieke informatie verzameld moet worden over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het vooronderzoek wordt afgesloten met een conclusie, die zal leiden tot een onderzoekshypothese. De hypothese betreft voor elke locatie de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de volgende paragrafen is de verkregen informatie vastgelegd.
2.2
Bronverwijzing
In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen van dit vooronderzoek weergegeven.
Tabel 2.1: Bronverwijzing Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
2.3
Bron Topografische ligging en kadastrale gegevens Historische kaarten Gemeentelijke bronnen Regionale bronnen Geohydrologische gegevens Ligging kabels en leidingen Terreinverkenning
Verwijzing www.google.nl/maps; www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl Gemeente Hof van Twente Overijssel.omgevingsrapportage.nl www.dinoloket.nl; www.grondwatertools.nl www.klic-online.nl Dhr. J. de Vries (Geofoxx) d.d. 16 februari 2023
Locatiegegevens en huidig gebruik
De onderzoekslocatie is gelegen aan de noordzijde van Diepenheim. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Diepenheim, sectie B en nummer 3975 (deels). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,7 ha. De locatie is momenteel in gebruik als landbouwgebied, openbaar groen en een klein deel als speelweide. Hierbij wordt opgemerkt dat de aanwezige paden, het oppervlaktewater (waaronder een vijver) en de waterbodem buiten de scope van het onderzoek vallen.
2
NEN5725 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017). projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
In afbeelding 2.1 is de lokale ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. In bijlage 1 zijn de geografische ligging (bijlage 1.1) van de onderzochte locatie en een situatietekening (bijlage 1.2) opgenomen. In bijlage 6 zijn overzichtsfoto’s van de locatie opgenomen.
Afbeelding 2.1: Onderzoekslocatie
De algemene locatiegegevens zijn opgenomen in tabel 2.2.
Tabel 2.2: Algemene gegevens onderzoekslocatie Algemene gegevens onderzoekslocatie Locatie omschrijving: Oppervlakte onderzoekslocatie: Verticale afbakening: Bebouwing: Verharding: Kadastrale aanduiding: Eigenaar:
2.4
Weiland/akker, openbaar groen en een speelweide 2,7 ha 3,0 m-mv Geen Geen (vallen buiten de scope van het onderzoek) Gemeente Diepenheim, Sectie B, Nummer 3975 (deels) Gemeente Hof van Twente
Voormalig gebruik
In onderstaande afbeelding zijn historische kaarten opgenomen. Hieruit blijkt dat de locatie tot einde jaren 90 van de vorige eeuw altijd in gebruik is geweest als landelijk gebied. Eind jaren 90 is de woonwijk ten oosten van de onderzoekslocatie ontwikkeld. Destijds is een deel van de onderzoekslocatie ingericht als openbaar groen met speelweide.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
1900
1955
1997
2021
Afbeelding 2.2: historische kaarten met in blauw locatiegrenzen (bron: 2)
2.5
Terreinverkenning
Het locatiebezoek is uitgevoerd voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 16 februari 2023 door de heer J. de Vries van Geofoxx . Tijdens het locatiebezoek is gebleken dat er geen bijzonderheden en/of (aanwijzingen van voormalige) activiteiten waargenomen op basis waarvan de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem kan zijn beïnvloed. Het oostelijk deel van de locatie betreft openbaar groen met aan de zuidzijde een speelweide. Het overige deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als landbouwgebied. De gehele locatie is onverhard. De aanwezige paden, wegen en vijverpartij vallen buiten de scope van dit bodemonderzoek.
2.6
Omgeving
Aan de noord- en westzijde van het terrein is in gebruik als landbouwgebied. Ten oosten en zuiden is een woonwijk gelegen. Er is geen reden om aan te nemen dat activiteiten in de nabijheid van de locatie hebben geleid tot bodemverontreiniging en daarmee tot aantasting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
2.7
Beschikbare bodeminformatie
2.7.1
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken
Uit de omgevingsrapportage blijkt dat in de omgeving van de locatie diverse bodemonderzoeken en (asbest)saneringen hebben plaatsgevonden. Geen van de onderzoeken, met uitzondering van het hieronder besproken rapport, hebben betrekking op de huidige onderzoekslocatie. In bijlage 7 is de omgevingsrapportage opgenomen. Voor de speelweide gelegen op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie (kruizing Boinksweide en Ruimersdijk) is in 2019 een vooronderzoek uitgevoerd: Vooronderzoek NEN5725 Speelplak Ruimersdijk in Diepenheim, Ortageo, kenmerk: 210108/R02, d.d. 14 maart 2019. In dit rapport worden enkele bodemonderzoeken besproken. Als conclusie is in het rapport opgenomen dat nabij de locatie geen sprake is geweest van activiteiten en/of situaties waardoor sprake zou kunnen zijn van bodemverontreiniging. Op basis van de beoordeelde onderzoeken worden op de locatie enkel licht verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden (grond) en streefwaarde (grondwater) verwacht.
2.7.2
Gebiedsgericht bodembeleid
In het kader van een gezamenlijk bodembeleid, in de regio Twente, is voor het gebied bodemkwaliteitskaart opgesteld. In tabel 2.3 is een overzicht gegeven van de voor de locatie geldende klasseindeling uit de bodemkwaliteitskaart.
Tabel 2.3: Bodemkwaliteitskaart Omschrijving Functiekaart: Ontgravingskaart: Toepassingskaart:
2.7.3
Natuur/landbouw Bovengrond: AW2000 Bovengrond: AW2000
Ondergrond: AW2000 Ondergrond: AW2000
PFAS
Op 13 december 2021 is een handelingskader afgegeven voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In het handelingskader PFAS zijn toepassingsnormen opgenomen voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie. Bij de geplande werkzaamheden gaat mogelijk grond vrijkomen. Volgens het handelingskader mag hergebruik van de grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, enkel plaatsvinden als de vrijkomende grond is onderzocht op PFAS. Onderzoek naar PFAS is om deze reden sinds 8 juli 2019 verplicht gesteld. Er is geen informatie bekend met betrekking tot het voorkomen van PFAS op de onderhavige onderzoekslocatie. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van PFAS en er zijn geen verdachte deellocaties te benoemen. Desondanks zijn overal in Nederland (licht) verhoogde gehaltes PFAS in de bodem aangetoond, waardoor het aantreffen van PFAS niet uitgesloten is. Vanwege atmosferische depositie is de bovengrond het meest verdacht op het voorkomen van PFAS.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
2.7.4
Asbest
De onderzoekslocatie is gelegen in de gemeente Hof van Twente. Binnen deze gemeente is bekend dat als gevolg van toepassing van asbest als verhardingsmateriaal ter plaatse van wegen, paden en erven in de bodem verhoogde gehalten aan asbest kunnen voorkomen. Daarnaast is het gemeentelijk beleid om bij alle bodemonderzoeken ook onderzoek te doen naar de aanwezigheid asbest. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen verdachte paden en/of wegen aanwezig.
2.8
Bodemopbouw en geohydrologie
Tabel 2.4 geeft schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie weer en is gebaseerd op de beschikbare gegeven uit DINO-loket. De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven.
Tabel 2.4: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0-2 2-10 10-15 15-20 20-30 30-85 85-190 190-330
Formatie Holocene afzetting Formatie van boxtel Formatie van drenthe Formatie van urk Formatie van Oosterhout Formatie van Breda Rupel formatei Formatie van Dongen
Samenstelling
Geohydrologische eenheid Deklaag
Zeer fijn tot matig fijn zand
Freatisch watervoerende pakket
Klei
1ste scheidende laag
Matig fijn tot uiterst grof zand Zeer fijn tot zeer grof zand
1de watervoerende pakket
Zeer tot matig fijn zand
1de watervoerende pakket
Siltige klei Kalkhoudende klei
2de schiedende laag 2de scheidende laag
1de watervoerende pakket
De freatische grondwaterstand wordt verwacht op 1,5 à 2,0 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats (infiltratie). Op de locatie is geen sprake van kwel. De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal noordelijk gericht (bron: grondwatertools.nl). De grondwaterstroming kan echter lokaal worden beïnvloed door ‘ontwateringsmiddelen’ (sloten, drains, zandcunetten e.d.). Op basis hiervan en de aard van het onderzoek, wordt een verdere uitwerking van de regionale geohydrologische gegevens niet relevant geacht.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
2.9
Conclusie vooronderzoek en onderzoekshypothese
2.9.1
Conclusie
Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is relevante bodeminformatie van de onderzoekslocatie verkregen. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt over de kans op het aantreffen van een bodemverontreiniging. Op basis van zowel het bodemgebruik en de voorgaande onderzoeken wordt op de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht.
2.9.2
Onderzoekshypothese
Gezien de gestelde conclusie is de onderzoekslocatie ‘onverdacht’ op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met chemische parameters.
2.10
Onderzoeksstrategie
Bodem Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is uit de NEN5740/A13 gekozen voor de onderzoeksstrategie voor een grootschalig milieuhygiënisch onverdachte niet-lijnvormige locatie (GR-ONV-NL). PFAS Er is geen informatie bekend met betrekking tot het voorkomen van PFAS op de onderhavige onderzoekslocatie. Desondanks kan er op basis van de stofeigenschappen van PFAS diffuse bodemverontreiniging ontstaan door neerslag van PFAS die via de lucht verspreidt. Derhalve worden de te selecteren bovengrond(meng)monsters aanvullend geanalyseerd op deze stofgroep. Asbest Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de locatie als onverdacht aangemerkt voor de aanwezigheid van asbest. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen verdachte paden of wegen aanwezig en tot op heden altijd in gebruik is geweest als landbouwgebied. Om deze reden is voor de grootschalige onverdachte onderzoeksstrategie uit de NEN57074 de gekozen om aan te sluiten bij de strategie voor het chemische onderzoek. Voor een overzicht van de werkzaamheden en analyses wordt verwezen naar paragraaf 3.2.
3
NEN 5740/A1 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, februari 2016) 4 NEN 5707+C2:2017 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
3
Veld- en laboratoriumwerkzaamheden
3.1
Kwaliteit
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en de onderstaande vigerende protocollen: Protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen); Protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters); Protocol 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform het AS3000 kwaliteitssysteem door onafhankelijke, door de Raad voor Accreditatie erkende, laboratoria. Een algemene toelichting op de werkwijze bij het verrichten van boringen, het plaatsen van peilbuizen en het bemonsteren van de grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de geregistreerde veldmedewerker, de heer J. de Vries.
3.2
Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden
In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de verrichte analyses.
Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Boinksweide (2,7 ha)
Veldwerk aantal 20x boring 4x boring 4x peilbuis 20x gaten (0.3x0,3)1)
diepte (m-mv) 0,5 2,0 3,0 0,5
Analyses aantal pakket 5x 3x 4x 3x 3x
STAPgr2) PFAS grond3) STAPgw4) NEN 5898+C1:2016grond5) zeefkromme
4x constant flow doorlatenheidsmeting Toelichting tabel 3.1:
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
1 2
: :
3
:
4
:
5
:
gecombineerd met bodemonderzoek; standaardpakket grond: bepaling van percentages droge stof, organische stof en lutum, en analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10), polychloorbifenylen (som-PCB) en minerale olie; PFAS grond: PerFluor-Alkyl Stoffen (o.a. PFOA en PFOS). Het analyse pakket is gebaseerd op de advieslijst van Bodemplus d.d. 12 juli 2019 en bestaat uit 30 PFAS-componenten. @@GenX is niet meegenomen in dit analysepakket; standaardpakket grondwater: analyse op barium, zware metalen (cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som-1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, somdichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen (per) en bromoform); kwantitatieve analyse asbest in grond fijne fractie (<20mm) conform NEN5898+C1:2016;
Het verrichten van de boringen, het graven van inspectiegaten, het plaatsen van de peilbuizen en de bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden op 16, 17 en 20 februari 2023. Het grondwater is bemonsterd op 1 maart 2023. Alle meetpunten zijn ingemeten met een RTK-dGPS en uitgewerkt in de tekening met de situering van de monsternamepunten, welke is weergegeven in bijlage 1.2. De vrijgekomen grond uit boringen en asbestgaten is in het veld geclassificeerd (vaststellen bodemopbouw), beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen (na zeving op 20 mm zeef) en voor het chemisch- en asbestonderzoek bemonsterd. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Rekening houdend met de specifieke stofeigenschappen van PFAS is tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden gewerkt conform de Handreiking PFAS bemonsteren (Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2020 met kenmerk: V1.0, 25-06-2020). Tijdens het veldwerk is bijvoorbeeld contact gemeden met PFAS-houdende producten (bijvoorbeeld waterafstotende kleding en cosmetische producten waaronder zonnebrand). Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de diepte van de grondwaterspiegel bepaald en zijn de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater vastgesteld.
3.3
Doorlatendheidsonderzoek
Ter bepaling van de doorlatendheid zijn door Geofoxx in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd in de vier geplaatste peilbuizen. Er is gekozen voor de constant flowhead, in verband met de voorgenomen ontwikkeling, waarbij een riool en/of een (regen)waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd. Bij de constant flowhead testen wordt de grondwaterspiegel in het grondwater verlaagd bij een constant debiet. Middels deze methode wordt eveneens de horizontale doorlatendheid bepaald, maar dan in de verzadigde zone. Het resultaat van de uitgevoerde doorlatendheidsmetingen is in hoofdstuk 4.3 weergegeven. De k-waarden zijn berekend met behulp van een rekenmodel volgens de module C2510 uit de Leidraad Riolering (2011). Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en /greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk en is bodemverbetering noodzakelijk.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
4
Resultaten onderzoek
4.1
Resultaten veldonderzoek
Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden voor het asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Gezien de omstandigheden (begroeiing en gras) bleek een inspectie niet effectief. Dit heeft er toe geleid dat de onderzoekslocatie niet onderverdeeld kon worden in afzonderlijke (verdachte) deellocaties. Hierdoor zijn de gaten aselectief over de gehele onderzoekslocatie verdeeld, in combinatie met de boringen. In onderstaande tabel is een samenvatting van de maaiveldinspectie opgenomen.
Tabel 4.1: Resultaat visuele maaiveldinspectie Locatie
Inspectie efficientie
Boinksweide
laag (30 – 50%)
Asbestverdacht materiaal op maaiveld geen
Opmerking Locatie grotendeels bedekt met vegetatie (gras)
In de boorstaten (bijlage 2) wordt de bodemopbouw van het onderzochte terrein weergegeven. Een globale beschrijving is opgenomen in tabel 4.2.
Tabel 4.2: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0,0 – 0,4 0,4 – 2,6
Bodemsamenstelling
Opmerkingen
Matig fijn, matig siltig, matig humeus zand Matig fijn, matig siltig zand
Plaatselijk tot een diepte van 2,4 m-mv humeus. Tevens is plaatselijk een klei- en veenlaagje aanwezig. Daarnaast wordt in de bodemlaag rondom de grondwaterstand is ook een zwakke aanwezigheid van roest waargenomen.
Bij het zintuiglijk onderzoek zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Er zijn voor zover zintuiglijk waarneembaar geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. De resultaten van de veldmetingen aan het grondwater zijn opgenomen in tabel 4.3.
Tabel 4.3: Meetgegevens grondwater Peilbuis
Filterdiepte Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 01 1,5 – 2,5 1,57 04 1,4 – 2,4 1,27 22 1,5 – 2,5 1,52 29 1,4 – 2,4 1,51 Toelichting tabel 4.3: pH = zuurgraad EGV = elektrisch geleidingsvermogen
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
pH (-) 6,74 6,69 6,66 7,07
EGV (µS/cm) 250 380 360 470
Troebelheid (NTU) 5,6 5,8 6,9 0,6
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
De peilbuizen 04 en 29 moeten als slechtlopend-niet belucht worden aangemerkt. Tijdens de bemonstering van het grondwater is de waterstand in de peilbuis meer dan 0,5 meter gezakt. Bij de peilbuizen 04 en 22 is hiervan geen sprake. Op basis van de verzamelde (veld)informatie heeft een selectie plaatsgevonden van de te analyseren grond- en grondwatermonsters. Een overzicht van de uitgevoerde analyses is weergegeven in tabel 4.4 (grond) en 4.5 (grondwater). Tabel 4.4: Monsterselectie en analyses grondmonsters Analysemonster BG01
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
BG02
0,00 – 0,50
BG03
0,00 – 0,50
OG01
0,40 – 1,50
OG02
0,75 – 2,00
MM01*
0,00 – 0,50
MM03*
0,00 – 0,50
MM04*
0,00 – 0,50
ZK01
0,00 – 0,50
ZK02
0,50 – 0,95
ZK03
0,30 – 1,20
Deelmonsters 01 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,25) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,40) 17 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 – 0,95) 01 (1,00 – 1,50) 11 (0,40 – 0,90) 11 (1,00 – 1,50) 12 (0,50 – 0,75) 12 (0,90 – 1,40) 23 (0,75 – 1,20) 23 (1,20 – 1,60) 26 (0,85 – 1,20) 26 (1,20 – 1,60) 29 (0,90 – 1,40) 29 (1,50 – 2,00) 01 (0,00 – 0,50) 06 (0,00 – 0,50) 09 (0,00 – 0,50) 10 (0,00 – 0,50) 18 (0,00 – 0,50) 05 (0,00 – 0,50) 08 (0,00 – 0,50) 16 (0,00 – 0,50) 17 (0,00 – 0,50) 28 (0,00 – 0,50) 15 (0,00 – 0,50) 20 (0,00 – 0,50) 21 (0,00 – 0,30) 23 (0,00 – 0,50) 26 (0,00 – 0,50) 01 (0,00 – 0,50) 04 (0,00 – 0,25) 15 (0,00 – 0,50) 16 (0,00 – 0,50) 23 (0,00 – 0,50 29 (0,00 – 0,50) 01 (0,50 – 0,95) 22 (0,50 – 0,80) 26 (0,50 – 0,85) 29 (0,50 – 0,80) 04 (0,30 – 0,80)
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Analysepakket STAPgr PFAS grond
Motivatie
STAP-gr PFAS grond
Bovengrond noordelijk deel
STAP-gr PFAS grond
Bovengrond oostelijk deel
STAP-gr
Ondergrond westelijk deel
STAP-gr
Ondergrond oostelijk deel
Asbest
Onverdacht, op basis van veldwaarnemingen
Asbest
Onverdacht, op basis van veldwaarnemingen
Asbest
Onverdacht, op basis van veldwaarnemingen
Zeefkromme
Bovengrond gehele locatie
Zeefkromme
Ondergrond humeus
Zeefkromme
Ondergrond niet humeus
Bovengrond westelijke deel
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
11 (0,40 – 0,90) 12 (0,50 – 0,75) 23 (0,75 – 1,20) *: de mengmonsters voor de analyses op asbest zijn in het veld samengesteld op basis van vergelijkbare bodemsamenstelling
Tabel 4.5: Monsterselectie en analyses grondwatermonsters Peilbuis
Monster
1 4 22 29
1-1-1 4-1-1 22-1-1 29-1-1
4.2
Filtertraject (in m-mv) 1,50 – 2,50 1,40 – 2,40 1,50 – 2,50 1,40 – 2,40
Analyse STAPgw STAPgw STAPgw STAPgw
Resultaten laboratoriumonderzoek
De chemische analyses zijn uitgevoerd door het milieulaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. De asbestanalyses zijn uitgevoerd door Acmaa Testing te Deurningen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het referentiekader van het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013 (Staatscourant 2013 nr. 16675). In het Besluit bodemkwaliteit wordt de achtergrondwaarde (AW) voor grond en in de Circulaire worden de streefwaarde (S) voor grondwater en de interventiewaarde (I) voor grond en grondwater onderscheiden. De bodemindex geeft de mate van overschrijding weer, waarbij de achtergrond- en streefwaarde index 0 heeft en de interventiewaarde index 1. In het verkennend asbestonderzoek wordt het gehalte asbest getoetst aan de norm van 50 mg/kg ds. (interventiewaarde gedeeld door een factor 2). De analyseresultaten van de PFAS-analyses zijn getoetst aan het handelingskader (d.d. 13 december 2021). De detectiegrens gehanteerd voor deze stof door het milieulaboratorium is voor grond 0,1 µg/kg d.s.. In tabel 4.6 en tabel 4.7 is een samenvatting van de analyseresultaten van respectievelijk de grond- en grondwatermonsters opgenomen. In tabel 4.8 zijn de resultaten van het PFASonderzoek opgenomen. In tabel 4.9 zijn de resultaten van het asbestonderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3.
Een volledig overzicht van de toetsingsresultaten is opgenomen in bijlage 4.
Tabel 4.6: Toetsingsresultaten grond AnalyseTraject > AW (+index) > 0,5x(AW+I) monster (m -mv) BG01 0,00 - 0,50 BG02 0,00 – 0,50 BG03 0,00 – 0,50 OG01 0,40 – 1,50 OG02 0,75 – 2,00 : geen verhogingen ten opzichte van dit toetsingsniveau aangetoond
> I (+index) -
Tabel 4.7: Toetsingsresultaten grondwater Analysemonster 1-1-1
Filterdiepte (m -mv) 1,50 – 2,50
> S (+index)
> 0,5x(S+I)
> I (+index)
Barium (0,38)
-
-
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
4-1-1
1,40 – 2,40
22-1-1 29-1-1
1,50 – 2,50 1,40 – 2,40
Zink (0,04) Barium (0,01) Molybdeen (0,00) Xylenen (som) (0,00) Barium (0,30) Barium (0,19) Xylenen (som) (0,00)
-
-
-
-
Toelichting tabellen 4.6 en 4.7: : geen verhogingen ten opzichte van dit toetsingsniveau aangetoond
Tabel 4.8: Resultaten PFAS Analysemonster
Traject (m -mv)
Gemeten Gemeten Overige Hergebruik gehalte gehalte PFAS (toetsing PFOA som PFOS som (µg/kg d.s.) Handelingskader)1) (µg/kg d.s.) (µg/kg d.s.) BG01 0,00 – 0,50 0,14 0,07 0,07 landbouw/natuur BG02 0,00 – 0,50 0,14 0,07 0,07 landbouw/natuur BG03 0,00 – 0,50 0,14 0,07 0,07 landbouw/natuur 1) Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau in µg/kg d.s;
Tabel 4.9: Resultaat asbestanalyses (gewogen asbestconcentraties in mg/kg.ds) Mengmonster (trajecten in m-mv)
grond
MM01 Grond MM03 Grond MM04 Grond Toelichting tabel 4.10: -: niet aangetroffen
4.3
Grove fractie> 20 mm Aantal
Soort
Gehalte
Fijne fractie <20 mm Soort Gehalte
-
-
-
-
< < <
Totaal gewogen gehalte4)
Overschrijding Norm5)
0 0 -0
NEE NEE NEE
Doorlatendheidsonderzoek
In de onderstaande tabel 4.10 zijn de berekende doorlatenheden van de onverzadigde zone weergegeven. Tabel 4.10: Resultaten doorlatendheidsonderzoek Boorlocatie
Filterstelling
01 04
1,50 – 2,50 1,40 – 2,40
22 29
1,50 – 2,50 1,40 – 2,40
Bodemsamenstelling rondom het filter Zand, matig fijn, matig siltig, Zand matig fijn tot zeer fijn, matig tot sterk siltig, matig humeus Zand matig fijn, matig siltig Zand matig tot zeer fijn, matig tot sterk silitig
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
K-waarde (afgerond) (m/dag) 1,1 0,5 1,0 0,2
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
4.4
Civieltechnisch onderzoek
De resultaten van de toetsing van het civieltechnisch onderzoek zijn hieronder weergegeven. Tabel 4.11: Toetsingsresultaten civieltechnische hergebruiksmogelijkheden Monsters
Civieltechnisch hergebruik draineerzand
zand in aanv./oph ZK01 ZK02 ZK03
✔ ✔ ✘
tijdelijk
✔ ✔ ✔
✘ ✘ ✘
permanent
✘ ✘ ✘
Zand in zandbed
✘ ✘ ✘
Toelichting tabel 4.11 ✔ geschikt voor hergebruik in deze categorie ✘ ongeschikt voor hergebruik in deze categorie
In bijlage 4 zijn de berekeningen die benodigd waren om de toetsing te kunnen uitvoeren, opgenomen.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
5
Interpretatie resultaten
5.1
Grond en grondwater
Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn, op de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 2,7 ha, in totaal 29 boringen geplaatst, waarvan 4 boringen tot een diepte van 2,0 m-mv. Tevens zijn 4 boringen afgewerkt met een peilbuis en zijn 20 asbestinspectiegaten in combinatie met de boringen gegraven in combinatie met de uitgevoerde boringen. Van de genomen grond(water)monsters zijn in totaal 5 grond(meng)monsters, 3 asbestmonsters en 4 grondwatermonsters geanalyseerd standaard pakketten voor grond, grondwater en asbest. Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn in de vrijgekomen grond geen bodemvreemde materialen (inclusief asbest) waargenomen. Voor de codering van de mengmonsters zijn de bovengrond monsters aangeduid met ‘BG’, die van de ondergrond met ‘OG’ en de asbestmonsters met ‘MM’. In de mengmonsters van zowel de boven- als ondergrond grond is geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in een gehalte boven de achtergrondwaarde. Tevens is in de op asbest geanalyseerde mengmonsters geen asbest aangetoond. Voor PFAS geldt dat de bovengrond voldoet aan de kwaliteit landbouw/natuur. In het grondwater overschrijden de concentraties aan barium, zink, molybdeen en xylenen (som) de betreffende streefwaarden. Ondanks de slechtlopende peilbuizen wordt niet verwacht dat dit invloed heeft gehad op de analyseresultaten.
In het grondwater ter plaatse van de slechtlopende peilbuizen zijn enkel zeer licht verhoogde concentraties aangetoond. Daarnaast is van zware metalen bekend dat deze in de regio vaker in verhoogde concentraties worden aangetroffen in het grondwater. Er is geen reden om aan te nemen dat activiteiten op de locatie hebben geleidt tot een verontreiniging van het grondwater met zware metalen. De verhoogde concentratie zware metalen in het grondwater wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van ijzeroer in de bodem. IJzeroer (ijzeroxide) wordt gevormd door oxidatie van ijzer nadat het in contact komt met zuurstofloos water als gevolg van opkwelling. Deze ijzeroxiden zijn een effectieve spons voor zware metalen. De verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater worden dan ook aangemerkt als natuurlijke achtergrondwaarden.
5.2
Doorlatenheidsonderzoek
Op basis van de aangetroffen bodemopbouw, met matig- tot sterk siltige zandlagen, mag lokaal een hogere doorlatendheid verwacht worden. Het meten van degelijke lage doorlatendheden is echter niet vreemd, doordat bij een hoge mate van siltige bijmenging de bodem snel “dichtslaat” en de pakking van de zandlagen zeer compact kan zijn. Plaatslijk kan voldoende infiltratie plaatsvinden. Echter wordt wel geadviseerd wordt om grondverbetering toe te passen om water makkelijker te kunnen laten infiltreren. Dit kan door toepassing van drainagezand in een bodempassage en een drainage toe te passen waardoor water in beperkte mate wordt afgevoerd vanuit een infiltratievoorziening danwel waterberging.
5.3
Civieltechnisch hergebruiksonderzoek
Uit de toetsingsresultaten van de korrelgrooteverdeling blijkt dat het zand uit de lagen waaruit de mengmonsters ZK01 en ZK02 zijn samengesteld alleen geschikt zijn als zand in
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
aanvulling/ophoging. Zand uit de lagen waaruit mengmonster ZK03 is samengesteld is, kent geen civiele hergebruiksmogelijkheden. Alle onderzochte mengmonsters zijn niet geschikt als draineerzand.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
6
Samenvatting, conclusies en advies
In opdracht van de gemeente Hof van Twente heeft Geofoxx in de periode van februari tot maart 2023 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Boinksweide in Diepenheim. Het onderzoek is aangevuld met het vaststellen van de doorlatenheid van de bodem en de civiele hergebruiksmogelijkheden van de grond. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling (woningbouw) van de locatie gelegen aan de Boinksweide te Diepenheim. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen en deze te toetsen aan het voorgenomen gebruik van de locatie (wonen met (sier)tuin). Daarnaast wordt het asbestgehalte in de bodem vastgesteld. Doel van de doorlatenheidsonderzoek is het vaststellen van de doorlatendheid van de bodem ten behoeve van het aan te leggen rioolsysteem en/of infiltratie van regenwater. Het civieltechnische onderzoek heeft als doel het vaststellen van de civiele herbruikbaarheid van eventueel vrijkomende grond. Chemisch onderzoek In zowel de boven- als de ondergrond worden voor geen van de geanalyseerde parameters (inclusief asbest en PFAS) verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater worden voor enkele zware metalen en xylenen de streefwaarden overschreden.
De zware metalen vinden hun oorsprong in de plaatselijk verhoogde achtergrondwaarden. De licht verhoogde xylenen wordt geen verklaring gegeven. Met het uitgevoerde bodemonderzoek is vastgesteld dat de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater geen nadelige invloed hebben op de voorgenomen bestemmingswijziging en ontwikkeling (woningbouw) van de locatie. Doorlatendheidsonderzoek Uit het doorlatendheidsonderzoek blijkt dat de k-waarde ter plaatse van de onderzoekslocatie maximaal 1,1 m/dag is. Om infiltratiemogelijkheden mogelijk te maken wordt geadviseerd om grondverbetering toe te passen. Civieltechnisch onderzoek Uit het civieltechnische onderzoek wordt geconcludeerd dat de humeuze bodemlagen een civiele herbruikbaarheid als zand in ophoging kennen. De niet humeuze lagen kennen geen civiele hergebruiksmogelijkheden.
Disclaimer Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd met behulp van de voor het onderzoek gangbare technieken, inzichten en methodes. Bij het uitvoeren van onderzoek streven wij optimale representativiteit na. Het blijft mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen in de samenstelling van grond of grondwater. Deze afwijkingen komen door het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek niet aan het licht. Daar komt bij dat onderzoek naar de bodem een momentopname is. Verandering van grond en grondwater o.a. als gevolg van het bodemgebruik kan na het onderzoek plaatsvinden. Geofoxx is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit bovengenoemde aspecten.
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
Bijlage 1: Situatietekeningen
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Omschrijving: Geografische ligging locatie
Bijlage: 1.1
Datum: 13-3-2023
Project: Boinksweide te Diepenheim
Schaal:
Tekenaar: MARG
Projectnummer: 20230062
Formaat: A4
Opdrachtgever: Gemeente Hof van Twente
F:\GL_Proj\2023\0xxx\00xx\006x\0062\TEK\20230062-1.1.qgz
Legenda Onderzoekslocatie Ondiepe boring Gat gecombineerd met ondiepe boring Diepe boring Gat gecombineerd met diepe boring Boring met peilbuis Gat gecombineerd met peilbuis
Overzichtskaart:
Omschrijving: Situatietekening Project: Boinksweide te Diepenheim Projectnummer: 20230062 Opdrachtgever: Gemeente Hof van Twente Bijlage: 1.2 Schaal: Formaat: A3
Datum: 23-3-2023 Tekenaar: MARG
F:\GL_Proj\2023\0xxx\00xx\006x\0062\TEK\20230062.qgz
Verkennend asbestbodemonderzoek Boinksweide te Diepenheim
Bijlage 2: Boorstaten
projectnummer
datum
20230062/MUBE
maart 2023
Bijlagen
Boring: 01 Datum: Boormeester:
Boring: 02 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
akker
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
17-2-2023 Jeroen de Vries
50
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
2 95
100
Zand matig fijn matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
3 150
150
Zand matig fijn matig siltig, bruinbeige, Zuigerboor handmatig
4
200
250 260
Boring: 03 Datum: Boormeester:
Boring: 04 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
50
16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
Datum: Boormeester:
akker
1 25
50
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
2
90
Zand matig fijn matig siltig, zwak houthoudend, bruingrijs, Edelmanboor
100
3
140
Zand zeer fijn sterk siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
150
4
200
200
240
Zand zeer fijn sterk siltig zwak humeus, zwak houthoudend, donker grijsbruin, Zuigerboor handmatig
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: 05 Datum: Boormeester:
Boring: 06 16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak
50
50
0
Datum: Boormeester:
braak
50
50
16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sterk wortelhoudend, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 09
Boring: 10 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
akker
50
50
17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 11 Datum: Boormeester:
50
Boring: 08 16-2-2023 Jeroen de Vries
0
Datum: Boormeester:
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
Boring: 07 Datum: Boormeester:
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
17-2-2023 Jeroen de Vries
Boring: 12 16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
1 30 40
50
Datum: Boormeester:
braak
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Klei sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
50
50
2 75 85
90
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
100
Veen, donkercreme, Edelmanboor Zand matig fijn sterk siltig, zwak roesthoudend, bruingeel, Edelmanboor
3 150
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, geelbruin, Edelmanboor
100
3
150
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalgeel, Edelmanboor
2
16-2-2023 Jeroen de Vries
150
150
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: 13 Datum: Boormeester:
Boring: 14 16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
16-2-2023 Jeroen de Vries
1 35
40 50
50
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, bruingeel, Edelmanboor
Boring: 15 Datum: Boormeester:
0
Datum: Boormeester:
gras
50
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
50
50
16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 17
Boring: 18 16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak
50
50
17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 19 Datum: Boormeester:
50
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, matig wortelhoudend, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
Boring: 16 17-2-2023 Jeroen de Vries
0
Datum: Boormeester:
2
braak
Boring: 20 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
50
16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
Datum: Boormeester:
gras
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
braak
50
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: 21 Datum: Boormeester:
Boring: 22 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
1 30
2
Datum: Boormeester:
gras
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, zwak roesthoudend, laagjes zand, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
17-2-2023 Jeroen de Vries
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, matig roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
2 80
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 100
3
140
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
150
4
200
250 260
Boring: 23 Datum: Boormeester:
Boring: 24 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
gras
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
17-2-2023 Jeroen de Vries
50
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
gras
50
65 75
100
2 120
Klei sterk zandig zwak humeus, matig roesthoudend, donkergrijs, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig, licht beigegeel, Edelmanboor Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
3 150 160
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: 25 Datum: Boormeester:
Boring: 26 17-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
gras
50
50
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
17-2-2023 Jeroen de Vries
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
2 85
100
Zand matig fijn matig siltig, matig roesthoudend, neutraalgeel, Edelmanboor
3 120
Zand matig fijn matig siltig, zwak houthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor
4 150 160
Boring: 27 Datum: Boormeester:
Boring: 28 16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
0
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 29 Datum: Boormeester:
16-2-2023 Jeroen de Vries
0
Boring: G01 16-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, laagjes zand, zwak roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
20-2-2023 Jeroen de Vries
50
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 01
50
akker
50
2 80
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, bruingeel, Edelmanboor
100
3
150
150
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
4
200
200
Zand zeer fijn sterk siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
250 260
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: G03 Datum: Boormeester:
Boring: G04 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
akker
50
50
0
Datum: Boormeester:
braak
50
50
50
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Schep
MM 03
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalbeige, Schep
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 01 50
50
Boring: G07
Boring: G08 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak
50
50
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 02
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sterk wortelhoudend, donker zwartbruin, Schep
MM 03 50
50
Boring: G09 Datum: Boormeester:
25
braak
Boring: G06 20-2-2023 Jeroen de Vries
0
Datum: Boormeester:
MM 02
50
Boring: G05 Datum: Boormeester:
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 02
20-2-2023 Jeroen de Vries
Boring: G10 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
50
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 01
50
Datum: Boormeester:
akker
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 01
50
akker
50
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: G11 Datum: Boormeester:
Boring: G13 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
MM 02 30 40
Datum: Boormeester:
braak
Klei sterk zandig, neutraalgrijs, Schep
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 02 40 50
50
Datum: Boormeester:
gras
50
50
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 04
Zand matig fijn matig siltig, zwak roesthoudend, bruingeel, Schep
braak Zand matig fijn matig siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
MM 03 50
50
Boring: G17
Boring: G18 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
braak
50
50
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
MM 03
akker Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 01 50
50
Boring: G20 Datum: Boormeester:
braak
Boring: G16 20-2-2023 Jeroen de Vries
0
Datum: Boormeester:
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
Boring: G15 Datum: Boormeester:
20-2-2023 Jeroen de Vries
Boring: G21 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
50
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 04
50
Datum: Boormeester:
braak
MM 04 30
50
gras Zand matig fijn matig siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, zwak roesthoudend, laagjes zand, donkerbruin, Schep
50
Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Schep
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Boring: G23 Datum: Boormeester:
Boring: G26 20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Datum: Boormeester:
gras
50
50
0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Schep
MM 04
20-2-2023 Jeroen de Vries
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, matig wortelhoudend, donkerbruin, Schep
MM 04
50
gras
50
Boring: G28 Datum: Boormeester:
20-2-2023 Jeroen de Vries 0
0
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
MM 03
50
braak
50
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 20230062
Projectnaam: Boinksweide te Diepenheim
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig