2. 2400140.5201.r01.241220 Informatie bij de aanvraag.pdf (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Rapport 2400140. 5201. r01 ABZ Diervoeding Markelo Aanvraag actualisatie voederproducent Informatie bij de aanvraag
www. SPAWNP. nl
SPACE WNP INGENIEUR
Rapport
S
2400140.5201 .r01
ABZ
Diervoeding Markelo Aanvraag actualisatie voederproducent Informatie bij de aanvraag
BOUW-MILIEU-RUIMTE IN
Datum
E
Opdrachtgever
:
Behandeld
:
door
Adviseur
:
Goedgekeurd
:
20 december 2024 ABZ Diervoeding
ENKRACHT
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) BBA (geanonimiseerd) ing. (geanonimiseerd)
E
D
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118
614 383
inf
DSPAWNP.n
227 466 ISO
9001:2015
| SPAWNP.nl | kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
E
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
2400140. 5201. r01
PAGINA
1.
INLEIDING Aanleiding 1. 1 1. 2 Doel Leeswijzer 1. 3
3 3 3 3
2.
DE MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT 2. 1 Beschrijving wijziging 2. 2 Overzicht vigerende vergunningen 2. 3 Indeling 2. 4 Situering 2. 5 Bedrijfstijden 2. 6 Ontwikkelingen
5 5 5 5 6 7 7
3.
BELEID EN REGELGEVING 3. 1 Omgevingsplan 3. 2 Omgevingsbesluit – milieueffectrapportage 3. 3 Besluit activiteiten leefomgeving 3. 4 Besluit kwaliteit leefomgeving 3. 5 RIE/BBT 3. 6 Kaderrichtlijn afvalstoffen 3. 7 Landelijk afvalbeheerplan 3. 8 Wet natuurbescherming
8 8 8 8 9 9 10 11 11
4.
BESCHRIJVING PROCES 4. 1 Installaties en technieken 4. 2 Grondstoffen ‘afval’ 4. 3 Nevenactiviteiten 4. 4 Grond- en hulpstoffen 4. 5 Hoeveelheden
13 13 15 17 17 17
5.
MILIEUASPECTEN Bodem 5. 1 (Afval)Water 5. 2 Afvalstoffen 5. 3 5. 4 Lucht 5. 5 Geluid en trillingen 5. 6 Energie 5. 7 Gevaarlijke stoffen en externe veiligheid 5. 8 Verkeer 5. 9 Geur 5. 10 BBT
19 19 19 20 20 21 22 22 23 23 24
6.
KWALITEIT EN MILIEUZORG
25
7.
NIET REGULIERE BEDRIJFSVOERING 7. 1 Ongewone Voorvallen
26 26
8.
CONCLUSIE EN AANBEVELING 8. 1 Conclusie 8. 2 Aanbeveling
27 27 27
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
1.
INLEIDING
1. 1
Aanleiding
2400140. 5201. r01
ABZ Diervoeding (vanaf hier ABZ) is een nationaal opererende diervoederproducent die diverse soorten diervoeders produceert. De locatie in Markelo is één van de vestigingen van ABZ in Nederland en is gevestigd aan de Goorseweg 3 te Markelo. Via een aanvraag omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet wil het bedrijf de huidige omgevingsvergunning actualiseren. Door middel van optimalisatie van de bestaande installatie en kleine uitbreiding van de productie uren wil ABZ de vergunde productie uitbreiden van circa 75. 000 ton per jaar naar 165. 000 ton per jaar , bestaande uit 150. 000 ton geperst product en 15. 000 ton onverhit meelproduct. In bijlage 5201. a01 is een overzicht te vinden van alle bijlagen die bij de aanvraag horen. Een niet-technische samenvatting van de aangevraagde wijziging is weergegeven in bijlage 5201. r02. Voor deze wijziging moet op grond van de milieubelastende activiteit “§ 3. 4. 18 Voedingsmiddelindustrie” volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een nieuwe omgevingsvergunning worden aangevraagd. 1. 2
Doel Het voorliggend document verstrekt de benodigde informatie op basis waarvan het bevoegd gezag kan oordelen over de gevolgen van het project voor het milieu of de gezondheid. Binnen de aanvraag omgevingsvergunning bevat dit document voor het project “actualisatie productiehoeveelheid” de benodigde informatie met betrekking tot een verscheidenheid aan onderwerpen , die niet nader zijn uitgewerkt in andere rapportages of registers. Daarnaast geeft deze algemene beschrijving de onderlinge samenhang weer van de verschillende documenten die gezamenlijk de aanvraag vormen. Als bovengenoemde informatie volgens de daarvoor bestaande indieningsvereisten naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is opgenomen in de algemene beschrijving , kan de aanvraag omgevingsvergunning in behandeling worden genomen.
1. 3
Leeswijzer Voorliggend document bevat in hoofdstuk 2 allereerst een beschrijving van de indeling of categorisering van de milieubelastende activiteit (MBA) en een korte beschrijving van de situering van ABZ ten opzichte van haar fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk is ook een beschrijving opgenomen van de bedrijfstijden en van - indien relevant – mogelijke toekomstige ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 is een beschrijving opgenomen van verschillende kaders op het gebied van wet- en regelgeving die relevant kunnen zijn voor het project. Ook het aspect beste beschikbare technieken (BBT) wordt behandeld in dit hoofdstuk. Ten aanzien van het onderwerp BBT bevat de aanvraag omgevingsvergunning separate documenten. Aansluitend is in hoofdstuk 4 een beschrijving op hoofdlijn opgenomen van de , bij het project betrokken , activiteiten , processen , installaties en technieken en waar relevant een beschrijving op hoofdlijn van de consequenties van het project op al vergunde hoeveelheden. Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Aansluitend wordt in hoofdstuk 5 per milieuaspect een beschrijving gegeven van de aard en omvang van de belasting van het milieu die het project tijdens normaal bedrijf kan veroorzaken. Waar relevant , wordt per aspect beschreven welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om eventuele nadelige gevolgen te voorkomen of te beperken. Als de beschrijving van de gevolgen van het project voor een – deel van een – milieuaspect dusdanig veelomvattend is , kan worden gekozen om de vereiste informatie nader uit te werken in een separate bijlage. De aanvraag omgevingsvergunning voor project “actualisatie productiehoeveelheid” bevat separate documenten voor de milieuaspecten lucht (6300. r01 en stikstof 6200.r01) , geluid (6101.r01) , geur (6400. r01) en bodem (5208. r01 en 5208. r02). Daarnaast is een beoordeling m. e. r. (5402. b02) gegeven. Hoofdstuk 6 bevat een beschrijving van de verschillende kwaliteits- en managementsystemen , al dan niet onder certificaat of accreditatie , waarover de drijver van de milieubelastende activiteit beschikt , die mogelijk relevant zijn voor het project. Het voorlaatste hoofdstuk (hoofdstuk 7) bevat informatie over de gevolgen van het project op situaties die worden gerekend tot de niet reguliere bedrijfsvoering.
Het betreft zowel voorziene niet reguliere bedrijfsvoering (zoals start- en stopwerkzaamheden) als onvoorziene niet reguliere bedrijfsvoering (ongewone voorvallen). De algemene beschrijving bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het project wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin conclusies worden getrokken en waar relevant aanbevelingen worden gedaan.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
2.
DE MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT
2. 1
Beschrijving wijziging De voorgenomen activiteit betreft de productie van in totaal 165. 000 ton diervoerders per jaar , bestaande uit verwarmd , geperst product (150. 000 ton) en koude meelproducten (15. 000 ton). Er wordt voornamelijk voer voor runderen en varkens geproduceerd en een beperkt volume voor pluimvee. Momenteel is een productiehoeveelheid van circa 75. 000 ton/jaar vergund. De omvang van de uitbreiding heeft daarom betrekking op een productiehoeveelheid van 75. 000 ton/jaar. De uitbreiding van de productiehoeveelheid wordt voorzien binnen het bestaande gebouw met de bestaande productielijnen. Om het grotere volume te kunnen verwerken is de installatie geoptimaliseerd en worden de productie uren uitgebreid. De bestaande bedrijfstijden zijn van maandag tot en met vrijdag van 05. 15u tot 23. 00u. In de voorgenomen situatie zijn de bedrijfstijden van maandag tot en met zaterdag van 05. 00u tot 22. 00u. Ook wordt de totale productiehoeveelheid van de perslijnen verhoogd van 30 ton per uur naar 40 ton per uur. De perslijnen worden hiervoor geoptimaliseerd en enkele onderdelen worden vervangen. Om de grotere hoeveelheden grondstoffen en eindproduct te kunnen verwerken , worden gereed productsilo’s bijgeplaatst. Hiervoor wordt in een later stadium een bouwvergunning aangevraagd. Ook wordt de centrale schoorsteen verhoogd. Deze bouwvergunning is al eerder aangevraagd.
De toename in aanvoer van grondstof en afvoer van eindproduct brengt met zich mee dat meer vervoersbewegingen nodig zijn om de nieuwe hoeveelheden te kunnen aan- en afvoeren. Ook komt er een laadstraat bij aan de noordzijde bij. Hiervoor wordt ook in een later stadium een bouwvergunning aangevraagd. Bestaande faciliteiten voor opslag van grondstoffen en eindproduct blijven in gebruik. Dit betreft onder andere de silo’s voor de opslag van grondstoffen en de bovengrondse opslagtanks voor vloeistoffen , waaronder inbegrepen de mierenzuurtank. Voor eindproduct betreft het de gereedproductsilo’s.
2. 2
Overzicht vigerende vergunningen Onderstaande tabel heeft de huidig vergunde situatie van ABZ Markelo weer. Voorliggende aanvraag dient als wijziging van bestaande situatie. Tabel 1: vigerende vergunningen
Datum
Bevoegd
07-08-2007
Gemeente Hof van Twente Gemeente Hof van Twente Gemeente Hof van Twente
12-10-2010 05-06-2023
2. 3
gezag
Kenmerk
Titel vergunning
MPM 5680
Revisievergunning
--
Veranderingsvergunning
--
Mierenzuurtank
Indeling Volgens §3. 4. 18 Voedingsmiddelindustrie van het Bal is ABZ aangewezen als niet complex , maar wel IPPC bedrijf (artikel 3.128) , vanwege de exploitatie van een IPPC-installatie voor het maken van voeder , bedoeld in categorie 6. 4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies. De Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten , die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen. Op basis van artikel 3. 129 van het Bal is ABZ vergunningplichtig. Volgens artikel 2. 3 Bal is de gemeente bevoegd gezag voor een milieubelastende activiteit , en dit is ook van toepassing op ABZ. Dit is zo omdat in artikel 2. 5 t/m 2. 9 Bal geen uitzondering staat die voor ABZ van toepassing is. Het project “actualisatie productiehoeveelheid” voorziet in een uitbreiding voor het produceren van voeder. Deze activiteit valt onder de Omgevingsregeling artikel 7. 106 “Milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie , IPPC-installatie”. Onder de huidig vergunde situatie valt ABZ Markelo onder artikel 3. 128 lid 1 sub d van het Bal en valt niet onder de Richtlijn Industriële Emissies. Met deze aanvraag uitbreiden productiehoeveelheid wordt een productiehoeveelheid van 165. 000 ton eindproduct aangevraagd. Dit is meer dan 300 ton/dag. ABZ gaat daarmee onder de Richtlijn Industriële Emissies vallen en omdat het ook onder de IPPC richtlijn valt , is het een IPPC installatie. Door de wijziging in hoeveelheid en de indeling in de RIE valt ABZ na de wijziging onder 3. 128 lid 1 sub a van het Bal. Het project leidt tot een andere indeling qua type locatie , hoewel het wel binnen dezelfde MBA blijft. 2. 4
Situering ABZ is gevestigd aan de Goorseweg 3 te Markelo. Het bedrijf ligt centraal in de kern Markelo , bij een kruispunt van vier provinciale wegen. Een globale ligging van het bedrijf ten opzichte van de omgeving is weergegeven in figuur 1. Afbeelding 1: Situatie met daarop geel omcirkeld de locatie (bron: GeoMilieu 2022. 4).
Het bedrijf bevat de volgende bedrijfsonderdelen: Productiegebouw , inclusief; Inpandige stortput; Inpandig ketelhuis; Opslagloods en werkplaats; Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
-
2400140. 5201. r01
Inpandig kantoor; Weegbrug;
Als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning is een situatietekening , plattegrond emissie en plattegrond milieu van de milieubelastende activiteit opgenomen (bijlage 5201.t01 , 5201. t02 en 5201. t03). Hierop worden in meer detail de locatie en bedrijfsonderdelen weergegeven.
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Borkeld) bevindt zich op 35, kilometer afstand ten noorden van de productielocatie. De ligging van ABZ ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergegeven in afbeelding 1. Afbeelding 2: Locatie ABZ en Natura 2000-gebieden
2. 5
Bedrijfstijden In de voorgenomen situatie zijn de bedrijfstijden van maandag tot en met zaterdag van 05. 00u tot 22. 00u. Voor een nadere beschrijving van de bedrijfstijden wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek in bijlage 6101. r01.
2. 6
Ontwikkelingen Binnen het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor project “actualisatie productiehoeveelheid” zijn er verder geen beoogde toekomstige ontwikkelingen , die relevant zijn voor de beoordeling van de aard- en omvang van de belasting van het milieu , alsook de maatregelen en voorzieningen ter beperking en of het voorkomen van deze belasting.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
3.
BELEID EN REGELGEVING
3. 1
Omgevingsplan De projectlocatie voor project “actualisatie productiehoeveelheid” is gelegen binnen het ‘Omgevingsplan gemeente Hof van Twente‘. Dit omgevingsplan bevat ten tijde van dit schrijven echter slechts het tijdelijk deel , de Bruidsschat. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is nog niet gevuld , hierdoor gelden , naast de regels uit de bruidsschat , de regels uit het vigerende bestemmingsplan Markelo , vastgesteld op 10-05-2023. Op basis van het geldende bestemmingsplan blijkt dat de activiteiten van ABZ hierin zijn opgenomen , inclusief de opslag van mierenzuur. Ook de bouw van de extra laadstraat is in het bestemmingsplan voorzien. Er wordt voldaan aan de voorwaarden van het bestemmingsplan.
3. 2
Omgevingsbesluit
–
milieueffectrapportage
Bepaalde grondstoffen die ABZ verwerkt , zoals schroten , worden juridisch aangemerkt als afvalstoffen. Hierbij wordt opgemerkt dat deze ‘afvalstoffen’ niet onder euralcode worden aangeleverd. Bij de toeleveranciers worden deze stoffen als product afgevoerd en bij ABZ komen ze als grondstof binnen. Desondanks wordt ABZ juridisch beschouwd als afvalstoffenverwerker. Er is sprake van een m. e. r. -plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht , wanneer het te realiseren project wordt genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Binnen bijlage V van het Ob valt ABZ onder categorie L2 Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen , aangezien het begrip ‘verwijdering’ ook nuttige toepassing omvat. Tabel 2: Projecten Omgevingsbesluit Bijlage V Project
Gevallen waarin de m. e. r. -plicht geldt
Gevallen waarin de m. e. r. -beoordelingsplicht geldt
L 2 Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen
Oprichting , wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verbranding of chemische behandeling met een hoeveelheid van meer dan 100 ton per dag
Oprichting , wijziging of uitbreiding
Er is een aanmeldnotitie m. e. r. opgesteld en aangeboden aan het bevoegd gezag. Een plaatsvervanger van het – ten tijde van indienen van deze aanvraag nog te nemen – beoordelingsbesluit is opgenomen bij deze aanvraag in bijlage 5402. b02. 3. 3
Besluit activiteiten leefomgeving Voor het project “actualisatie productiehoeveelheid” van ABZ zijn op basis van de milieubelastende activiteit (§3. 4. 18 Voedingsmiddelindustrie) de volgende onderwerpen uit het Bal van toepassing: Hoofdstuk 2 Algemeen • Artikel 2. 11 – Specifieke zorgplicht
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Hoofdstuk 3 – Richtingaanwijzer • Paragraaf 3. 2. 0 – Energiegebruik bij gebouwen; • Paragraaf 3. 4. 8 – Voedingsmiddelenindustrie; o Aanwijzing MBA (artikel 3. 128); o Aanwijzing vergunningplicht (artikel 3. 129); o Aanwijzing algemene regels (artikel 3. 132). Hoofdstuk 4 – Inhoudelijke regels • Grootschalig tanken (§4. 40); • Opslaan van goederen (§4. 104). Hoofdstuk 5 – Modules • Eindonderzoek bodem (§5. 2. 1); • PRTR (§5. 3. 1); • Verduurzaming energieverbruik (§5. 4. 1); • ZZS (§5. 4. 3). 3. 4
Besluit kwaliteit leefomgeving Voor project “actualisatie productiehoeveelheid” zijn op basis van de milieubelastende activiteit (§3. 4. 8 Bal) de volgende onderwerpen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing: Paragraaf 5. 1. 4 Beschermen van de gezondheid en van het milieu • Geluid door activiteiten • Geur Afdeling 8. 5 Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit • Best beschikbare technieken Afdeling 8. 6 Natura 2000 en flora- en fauna activiteit • Stikstofdepositie
3. 5
RIE/BBT De milieubelastende activiteit , zoals beschreven in §3. 3 en 4.3 , valt volgens bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU) , te typeren als andere activiteiten (categorie 6) en meer specifiek als: Cat. 6. 4: b) De bewerking en verwerking behalve het uitsluitend verpakken , van de volgende grondstoffen , al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt , voor de fabricage van levensmiddelen of voeder van: ii) uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiehoeveelheid van meer dan 300 ton per dag eindproducten; Voederbedrijven vallen dus onder categorie 6. 4b van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). Deze categorie heeft een ondergrens van 300 ton eindproduct per dag. De vigerende revisievergunning van ABZ maakt een productiehoeveelheid mogelijk van ca 75. 000 ton eindproduct per jaar. Uitgaande van 5 dagen productie per week gedurende de 52 weken van het jaar blijft de vigerende productiehoeveelheid van ABZ net onder de ondergrens van 300 ton. In de vigerende situatie valt ABZ daarmee niet onder de RIE. Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Met deze aanvraag wordt een productiehoeveelheid van 165. 000 ton eindproduct aangevraagd. Dit is meer dan 300 ton/dag. ABZ Markelo gaat daarmee onder de RIE vallen en wordt een IPPC-installatie. In haar processen en bedrijfsvoering maakt ABZ gebruik van de beste beschikbare technieken (BBT’s). ABZ heeft in het kader van diverse (revisie)aanvragen in het verleden meermalen getoetst en aangetoond dat in beginsel bij voortduring aan de beste beschikbare technieken wordt voldaan. De BBT-conclusies waaraan de activiteiten moeten voldoen , worden vastgesteld middels een Besluit van de Europese Commissie. De voor ABZ relevante BBT-referentiedocumenten zijn de: • BREF Voedingsmiddelen en zuivel (FDM); • BREF Op- en overslag bulkgoederen (EFS); • BREF Energie-efficiëntie (ENE). Op basis van de toetsing kan worden gesteld dat het project “actualisatie productiehoeveelheid” voldoet aan de van toepassing zijnde best beschikbare technieken , zoals vastgelegd in de verschillende BBT-documenten. Dit geldt zowel voor de technische- , als de management/organisatorische aspecten binnen haar bedrijfsvoering. Meer gedetailleerde informatie met betrekking tot de BBT-toetsing is opgenomen in bijlage 5211. r01. De activiteiten dienen te voldoen aan de Beste Beschikbare Technieken (BBT). De overige hoofdstukken III t/m VI van de RIE zijn niet van toepassing op de activiteiten van ABZ.
Verder zijn in bijlage 2 van de Omgevingsregeling de Nederlandse BBT-documenten aangewezen waaraan elk bedrijf moet voldoen. De activiteiten van ABZ voldoen aan de relevante Nederlandse BBT-documenten: BB-CVM , PGS-15 , PGS-30 , PGS-31 en de BREF-oplegnotities. 3. 6
Kaderrichtlijn afvalstoffen Bedrijven die mengvoer produceren , gebruiken schroten als grondstof. Te denken valt aan bietenpulp , palmpitschilfers , zonnebloempittenschroot , sojaschroot etc. Juridisch zijn dit afvalstoffen. Doorgaans zijn bedrijven die afval verwerken , verplicht om aan de vereisten te voldoen die volgen uit de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen , zoals onder andere het opstellen van een AV-beleid en een AO/IC. In de terminologie van de Kaderrichtlijn wordt overigens gesproken over grondstoffen voor vervoedering. Grondstoffen voor mengvoer , dus zowel gewassen die speciaal voor dit doel geteeld zijn als schroten , vallen ook onder diervoederwetgeving van de Europese Unie. Deze stelt hele strenge eisen aan traceerbaarheid en volgbaarheid door de keten. Daarmee is alles wat de Kaderrichtlijn Afvalstoffen voor afvalstoffen regelt , al afgedekt. Om duplicatie van regels te voorkomen , zijn grondstoffen voor vervoedering uitgesloten van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Dit was altijd al zo. In 2018 is met een wijziging gepoogd om dit duidelijker te maken.
Zie randnummer 8 van de wijziging uit 2018 , (richtlijn (EU) 2018/851) “Plantaardige stoffen van de landbouw- en voedingsmiddelenindustrie en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die niet langer bestemd zijn voor menselijke consumptie en die bestemd zijn voor vervoedering moeten , om duplicatie van regels te voorkomen , worden uitgesloten van het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/98/EG indien zij volledig in overeenstemming zijn met de diervoederwetgeving van de Unie. Richtlijn 2008/98/EG moet derhalve niet van toepassing zijn op deze producten en stoffen bij gebruik voor diervoeders , en het toepassingsgebied van die richtlijn moet worden Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
verduidelijkt. Onverminderd andere bepalingen in de regelgeving van de Unie die van toepassing zijn op het gebied van de diervoeding , zijn dierlijke bijproducten die bestemd zijn om als voedermiddelen te worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad (1) al uitgesloten van het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/98/EG , voor zover zij onder andere wetgeving van de Unie vallen”. Hiermee wordt gezegd dat grondstoffen voor mengvoer , voor zover het schroten (plantaardige stoffen) betreft , niet onder de Kaderrichtlijn afvalstoffen vallen omdat ze al aan andere regels moeten voldoen. Hieruit volgt niet dat schroten helemaal geen afvalstoffen zijn. Voor de Wet milieubeheer betekent dit dat de verplichtingen uit artikel 10.1 , artikel 10.2 , artikel 10. 54 en titel 10. 2 op mengvoerbedrijven van toepassing zijn. De overige onderdelen van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer zijn niet op mengvoerbedrijven van toepassing. Zo zijn de volgende onderdelen van hoofdstuk 10 van de Wet Milieubeheer niet van toepassing: • 10. 37: verbod om zich door afgifte aan een ander van bedrijfsafvalstoffen te ontdoen , tenzij ontvanger bevoegd is; • 10. 38 registreren van gegevens met betrekking tot afvalstoffen • 10. 40 meldingsplicht van ontvangst of transport van afvalstoffen • 10. 45 registratie van inzamelaars van afvalstoffen.
Zoals aangegeven blijft de Wet Milieubeheer gelden voor het -zoals in onderhavige aanvraagnuttig toepassen van afvalstoffen. De indeling in het Bal verandert niet hierdoor. 3. 7
Landelijk afvalbeheerplan De doelmatigheid van de activiteiten is getoetst aan het Landelijk afvalbeheerplan (LAP). Hierin worden de doelstellingen en uitgangspunten van het afvalstoffenbeleid beschreven. Inmiddels is het LAP3 van kracht , dat geldig is tot en met 2025. In het LAP3 wordt gewerkt met een voorkeursvolgorde voor afvalbeheer. Deze voorkeursvolgorde is leidend voor het Nederlandse afvalbeheerbeleid en bestaat uit de volgende stappen: a.
b. c.
d. e.
Preventie; Voorbereiding voor hergebruik; Recycling: 1. Recycling van het oorspronkelijke functionele materiaal in een gelijke of vergelijkbare toepassing; 2. Recycling van het oorspronkelijke functionele materiaal in een niet gelijke of vergelijkbare toepassing; 3. Chemische recycling; Andere nuttige toepassing , waaronder energieterugwinning; Verwijdering: 1. Verbranden als vorm van verwijdering; 2. Storten of lozen.
Voor diervoerder is sectorplan 03 van toepassing. In paragraaf 5. 2 is de toetsing aan het LAP3 weergegeven.
3. 8
Wet natuurbescherming Bij de activiteiten van ABZ komen emissies vrij van stikstofoxiden en (in zeer beperkte mate) van ammoniak die als depositie neerslaan op omliggende Natura 2000-gebieden. Bij deze Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
zit een toelichting intern salderen voor de aangevraagde uitbreiding van de productiehoeveelheid , deze is te vinden in bijlage 6200. r01. In het kader van deze aanvraag ligt er nog een eerder ingediende aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming op 23 december 2022 bij de provincie Overijssel. Tussen deze twee aanvragen is coördinatie. Vanwege een zeer recente uitspraak van de Raad van State (ABRvS 18 december 2024 , ECLI:NL:RVS:2024:4923) over intern salderen zal hier mogelijk nog een aanvulling op volgen begin 2025. aanvraag
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
4.
BESCHRIJVING PROCES
4. 1
Installaties en technieken
2400140. 5201. r01
De belangrijkste processtappen in het productieproces van mengvoeder zijn malen , mengen en persen van diervoedergrondstoffen tot mengvoeders volgens GMP+ code. In onderstaand schema staat het uitgewerkte processchema.
Aanvoer en opslag van grond- en hulpstoffen Binnen ABZ worden uitsluitend grond- en hulpstoffen verwerkt die wettelijk zijn toegestaan in het kader van GMP+. Hiertoe ondergaan de grondstoffen bij ontvangst een kwaliteitscontrole. De benodigde grondstoffen worden per as aangevoerd. Er komen bulkwagens die stortgoed lossen in een stortput. Het stortgoed valt onder invloed van de zwaartekracht in een trechter van waaruit het materiaal vervolgens met behulp van een elevator en transportbanden naar de grondstoffensilo’s wordt getransporteerd. Het stof dat ontstaat bij het storten wordt via een doekfilterinstallatie afgezogen waarna de gereinigde lucht wordt uitgeblazen. Bulkwagens met blaasgrondstoffen zoals mineralen en premixen worden pneumatisch gelost. Deze wagens worden met slangen gekoppeld aan het blaasleidingsysteem van de mengvoederfabriek. De mineralen en premixen worden vervolgens opgeslagen in silo’s.
Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Verder komen er nog vrachtwagens met verpakte grond- en hulpstoffen in onder andere zakken en big bags. Deze vrachtwagens worden gelost met heftrucks. De stoffen worden eerst opgeslagen in de loods en later op diverse plaatsen in het productieproces handmatig bijgestort. Een deel van de aangevoerde zakken zijn handelsgoederen en worden via de zakgoedauto aan de klanten afgeleverd zonder verwerking. De vloeistoffen worden met name per tankwagen aangevoerd. De vloeistoffen worden rechtstreeks naar de daarvoor bestemde bovengrondse opslagtanks (tankenpark) verpompt. Om stolling van enkele vloeistoffen te voorkomen , zijn de leidingen van de vettanks voorzien van verwarming , door middel van elektrische tracing. De vettanks zelf worden indirect verwarmd met behulp van een elektrische bodemverwarming. Ten slotte worden nog enkele vloeistoffen per IBC of in vaten aangevoerd en opgeslagen. Maal-/menglijn Vanuit de grondstoffensilo’s en opslagtanks start de productie van mengvoeders. Hoeveelheden van verschillende grondstoffen , die via een receptuur bepaald worden , worden met behulp van een doseercomputer in weegbunkers afgewogen en verzameld tot een charge. De charges bestaan uit componenten van verschillende grootte van afmetingen en structuren en worden door horizontaal en verticaal transport boven in de machinetoren in opslagbunkers gebracht.
Via de opslagbunkers en hamermolens worden alle componenten tot dezelfde structuur en grootte vermalen. De malerij bestaat uit een hamermolens en dient om de grondstoffen te verkleinen. De hamermoleninstallatie is voorzien van een afzuiginstallatie op de hamermolenonderbunker opgebouwde filterinstallaties. Het opgevangen stof komt weer in de productstroom terecht en de geschoonde luchtstroom wordt met behulp van een ventilator buiten het gebouw gebracht en door middel van een schoorsteen op het dak uitgeblazen. De hamermolens worden door middel van een frequentieregelaar aangestuurd om een zo'n optimaal mogelijke structuur van het product en om een zo'n zuinig mogelijk energieverbruik te realiseren. Een deel van de grondstoffen wordt gewalst via een walsenstoel en vervolgens in het voer gemengd of als gewalst product afgeleverd aan de klant. Na het malen komt het product in de menger , waar afhankelijk van het recept een aantal vloeibare grondstoffen door middel van een pomp , vitaminen , mineralen en voormengsels via een doseerweegautomaat aan het mengsel kunnen worden toegevoegd. Afhankelijk van de receptuur wordt een percentage vet en vloeistof in de menger toegevoegd en tot een homogeen product gemaakt. Het homogene mengsel wordt via een onder de menger geplaatste mixer voorzien van een hoeveelheid melasse , onder andere als toevoeging voor kleefkracht.
Het mengvoeder dat is ontstaan gaat verder naar de perserij of als gereed product naar de opslag. Het verkregen meel wordt door middel van horizontaal en verticaal transport naar de persmeelcellen afgevoerd om te worden geperst. Maar kan ook als eindproduct worden afgevoerd naar de gereed product silo om te worden verladen.
Pagina 14
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Perslijnen Vanuit de mixer wordt het product naar een bunker geleid. Vanuit de bunker gaat het product naar één van de vier perslijnen. Het persmeel wordt eerst geconditioneerd met stoom op de mixer en dan via een expander of BOA voorverdicht. Daarna volgt het persen tot korrels in de hoofdpers. De persen zijn voorzien van trillingdempers. Door de toevoeging van stoom en de wrijving van het product in de matrijs stijgt het vochtgehalte en de temperatuur van het product. Na de persstap worden de geproduceerde korrels gekoeld met behulp van tegenstroom koelers. De korrels worden afgezeefd , waarbij het gruis terug in het productieproces en de bunker wordt gevoerd. Het product kan daarna worden verkruimeld en/of gecoat met behulp van een coater of rotorspray. Ten slotte worden de korrels getransporteerd naar de bulksilo’s voor gereed (geperst) product waar ze worden opgeslagen. Opslag en afvoer gereed product Het gereed product gaat in bulk weg. Gereed product wordt opgeslagen in gereed productsilo’s. 4. 2
Grondstoffen ‘afval’ In bijlage 5204. a02 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte grond- en hulpstoffen. Hierbij is aangegeven welke grondstoffen juridisch gezien als afvalstof worden aangemerkt. ABZ verwerkt uitsluitend grond- en hulpstoffen die wettelijk zijn toegestaan op grond van de Wet dieren. Aanvullend hierop worden grondstoffen pas toegestaan nadat een uitvoerige risicoanalyse , o. a. op de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen , is uitgevoerd. Bovendien wordt opgemerkt dat uitsluitend ‘afvalstoffen’ worden verwerkt die vrijkomen bij de productie van voedingsmiddelen , bestemd voor menselijke consumptie. Te accepteren afvalstoffen Bepaalde grondstoffen die ABZ verwerkt , worden zoals eerder beschreven juridisch aangemerkt als afvalstoffen. Het gaat om schroten en om producten uit de levensmiddelenindustrie die niet geschikt (meer) zijn voor humane consumptie. Deze ‘afvalstoffen’ worden niet onder euralcode aangeleverd. Uit jurisprudentie is echter gebleken dat deze stoffen juridisch als afvalstof moeten worden beschouwd. Zie onder meer ECLI:NL:RVS:2009:BJ4615. De te accepteren ‘afvalstoffen’ worden allen aangemerkt als niet-gevaarlijk. Deze niet-gevaarlijke afvalstromen worden met elkaar en met andere grondstoffen gemengd om tot de gewenste kwaliteit diervoeder te kunnen komen. Aan het mengen zijn geen gevaaraspecten verbonden.
Voorstelbare verontreinigingen Alle grondstoffen ondergaan bij ontvangst een kwaliteitscontrole. De ontvangst en controle van grondstoffen is vastgelegd in het kwaliteitssysteem. Ten aanzien van voor het milieu relevante controles wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van zware metalen. Er is een monitoringsprogramma op zware metalen in grondstoffen. Door de inkoop van een GMP+ erkende leverancier wordt gegarandeerd dat de grondstof voldoet Pagina 15
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
al de wettelijke vereisten en vrij is van ongewenste contaminanten. Hierop wordt steekproefsgewijs gemonitord. Als uit de vooranalyse blijkt dat de actiewaarden voor zware metalen overschreden worden , wordt in overleg met de afdeling Kwaliteit bepaald of de partij geaccepteerd kan worden. aan
ZZS In het kader van de aanvraag revisievergunning is geïnventariseerd of stoffen aanwezig kunnen zijn die als ZZS gekwalificeerd zijn. De aanwezigheid van de volgende soorten stoffen is geïnventariseerd: Premixen , mineralen , vitamines; Diergeneesmiddelen (niet aanwezig); ADR-geklasseerde stoffen; CMR-stoffen; Vloeistoffen in bulk; Oliën , vetten en smeermiddelen; Reinigingsmiddelen; Verf , lak en overige chemicaliën die aanwezig zijn ten behoeve van onderhoud. Uit de inventarisatie volgt dat er drie premixen gebruikt worden die als ZZS stof aangemerkt worden. Deze drie premixen bevatten Cobalt Carbonaat (CAS 513-79-1). ABZ valt voor ZZS stoffen onder de algemene regels van het Bal. AV-beleid en AO/IC In het LAP is aangegeven dat een bedrijf die afvalstoffen accepteert over een adequaat acceptatie- en verwerkingsbeleid (AV-beleid) en een systeem voor administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) moet beschikken. In het AV-beleid moet zijn aangegeven op welke wijze binnen het bedrijf acceptatie en verwerking van afvalstoffen plaatsvinden. In de AO/IC is vastgelegd hoe door technische , administratieve en organisatorische maatregelen de relevante processen binnen een bedrijf kunnen worden beheerst en geborgd om de risico's binnen de bedrijfsvoering te minimaliseren. Registratie van ontvangen afvalstoffen vindt plaats.
Vanwege de traceerbaarheid van producten worden bij ABZ de volgende gegevens voor alle producten en diensten geregistreerd: NAW-gegevens van leveranciers en van afnemers b. Datum van levering c. Soort product d. Hoeveelheid product e. Partijnummer , in voorkomend geval a.
Een risicoanalyse van de acceptatie en verwerking van afvalstoffen gericht op milieuhygiënische en informatie technische risico’s ligt ten grondslag aan de werkinstructies op grond van het kwaliteitssysteem. Kritieke momenten in het acceptatie- en verwerkingsproces treden op wanneer uit de vooranalyse blijkt dat de actiewaarden voor zware metalen overschreden worden. In dat geval wordt in overleg met de afdeling Kwaliteit bepaald of de partij geaccepteerd kan worden. De administratieve organisatie en interne controlemaatregelen liggen vastgelegd via het GMP+ - certificaat. Dit wordt jaarlijks ge-audit. Daarmee is onafhankelijke controle verzekerd. Pagina 16
SPA WNP ingenieurs
4. 3
2400140. 5201. r01
Nevenactiviteiten Ter ondersteuning van de hoofdactiviteiten zijn een weegbrug , een technische dienst , ketelhuis , stofafzuiginstallatie , acculaadplaatsen , opslagloods voor handelsgoederen en kunstmest voor klanten en een kantoor aanwezig. Voor de productie van stoom wordt gebruik gemaakt van een aardgasgestookte stoomketel. Verder is een koelinstallatie aanwezig ten behoeve van luchtkoeling van de kantoorruimten tijdens warme dagen. De technische dienst is uitsluitend voor het kleinschalig onderhoud aan eigen machines en installaties. Stofpreventie speelt een belangrijke rol. Het verwijderen van stof gebeurt met behulp van centrale stofzuiginstallaties met diverse aansluitpunten. Na filtering blazen de stofafzuiginstallatie inpandig uit. Daarnaast worden alle gebouwen regelmatig van stof ontdaan door eigen personeel en door gespecialiseerd schoonmaakbedrijven. Op het terrein is een ontsmettingsboog aanwezig. Deze worden gebruikt tijdens perioden dat er een besmettingsrisico heerst. Afhankelijk van het besmettingsrisico wordt door de Voedselen Waren Autoriteit een lijst met te gebruiken middelen voorgeschreven. Deze middelen zijn tijdens de normale bedrijfssituatie niet of slechts zeer beperkt aanwezig. Op het terrein is ook een was- en tankplaats voor vrachtauto’s aanwezig , zie voor de locatie bijlage 5208. r01.
4. 4
Grond- en hulpstoffen Een overzicht van de te gebruiken grond- en hulpstoffen is opgenomen in bijlage 5204. a02. Een overzicht van (gevaarlijke) stoffen is opgenomen in bijlage 5402. a01. Binnen ABZ worden uitsluitend grond- en hulpstoffen verwerkt die wettelijk zijn toegestaan. Gelet op het grote assortiment aan grondstoffen kunnen grondstoffen in alle vijf de stuifklassen voorkomen. Het merendeel van de grondstoffen valt onder stuifklasse S3. Alle grondstoffen worden inpandig opgeslagen (bovengronds in grondstoffenloods en siloblokken). Ook het gereed product wordt in siloblokken opgeslagen. De siloblokken zijn bouwkundige opslagvoorzieningen welke zijn opgedeeld in verschillende compartimenten om de stoffen afzonderlijk van elkaar op te kunnen slaan. In bijlage 5204. a02 en 5204. a01 is per soort de aanwezige hoeveelheid en verbruik per jaar opgenomen.
4. 5
Hoeveelheden Aangevraagd wordt een productiehoeveelheid van 165. 000 ton productiehoeveelheid per jaar. Hiervan is 150. 000 ton geperst product. Ook wordt de productie van 15. 000 ton onverhit meelproduct aangevraagd. Er wordt een flexibel pakket van productiemogelijkheden aangevraagd dat ten aanzien van het aspect geur binnen de randvoorwaarden van het informatiedocument valt. Dit kan van jaar tot jaar variëren maar is nooit hoger dan de totaal aangevraagde jaarlijkse geuremissievracht. De reden hiervoor is dat het voor ABZ onontbeerlijk is om in de samenstelling van het Pagina 17
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
productiepakket te kunnen variëren , onder meer vanwege verschuivingen in de vraag naar soorten diervoeders bij haar klanten.
Pagina 18
SPA WNP ingenieurs
5.
MILIEUASPECTEN
5. 1
Bodem
2400140. 5201. r01
Het huidige preventieve bodembeschermingsbeleid is vastgelegd in het document “Bodembescherming: combinaties en voorzieningen en maatregelen (BB-CVM)”. De BB-CVM behandelt normale bedrijfsvoering , voorzienbare incidenten en situaties van calamiteiten. Het toepassen van de BB-CVM is door de Nederlandse overheid aangewezen als BBT. Het uitgangspunt is dat door een doelmatige combinatie van voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Bodemkwaliteit Bovengenoemd preventieve bodembeschermingsbeleid gaat ervan uit dat (zelfs) een verwaarloosbaar bodemrisico nooit volledig uitsluit dat verontreiniging of aantasting van de bodem kan optreden , als gevolg van de aangevraagde activiteiten. Om die reden is vaak een nulsituatie onderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk. De bodemkwaliteit is vastgelegd in de rapportage “bodemonderzoek bedrijfsterrein VLC Goorseweg 3 te Markelo” , met kenmerk 94. 2859. 01 d. d. 23 maart 1994. De onderzoeken geven een goed beeld van de nulsituatie van de bodem ter plaatse van de locatie. De uitbreiding van de productiehoeveelheid wordt voorzien binnen het bestaande gebouw met de bestaande productielijnen , hierdoor verandert niks aan de uitgangspunten voor de nulsituatie. Het lijkt daardoor niet nodig om een andere nulsituatie vast te stellen.
Meer informatie met betrekking tot de bodemkwaliteit is opgenomen in bijlage 5208. r02. Bodemrisicoanalyse
-
Voorzieningen en Maatregelen
In het kader van de huidige aanvraag omgevingsvergunning is een toetsing van de bestaande en nieuwe voorzieningen/maatregelen gedaan , op basis van het doorlopen van het voorgeschreven stappenplan. Hierbij is gebruikt gemaakt van de voorgeschreven combinaties van voorzieningen en maatregelen , opgenomen in de BB-CVM. De bodemrisicoanalyse , inclusief onderbouwing , is toegevoegd aan de huidige aanvraag als bijlage 5208. r01. Uit preventief oogpunt wordt geconcludeerd dat het verwaarloosbaar bodemrisico tijdens reguliere bedrijfsvoering onverminderd van kracht blijft. 5. 2
(Afval)Water Waterverbruik ABZ gebruikt uitsluitend leidingwater. Het grootste deel van het water wordt gebruikt voor de 3 stoomketel. Dit bedraagt ca. 3. 000m/jaar. Het overige water wordt gebruikt voor huishoudelijke doeleinden en incidenteel voor het uitwendig wassen van vrachtauto’s (in geval van dierenziektes) , ca. 1. 000 m.3 Afvoer van afvalwater Het geloosde water bestaat uit hemelwater , spui- en regeneratiewater en compressorcondensaat van de stoomketel en huishoudelijk afvalwater. Alle afvalwaterstromen worden geloosd op het gemeenteriool. Er is geen hemelwaterriolering aanwezig. Pagina 19
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Beschrijving van de zuiveringstechnische voorzieningen Hemelwater afkomstig van de vloeistofdichte vloer wordt eerst langs een olie-afscheider met slibvangput geleid. De combinatie van olieafscheider en slibvangput voldoet aan de NEN-EN 858-1 en 2. 5. 3
Afvalstoffen Bedrijfsafvalstoffen Binnen het bedrijf komen tijdens het productieproces afvalstoffen vrij. De afvalstromen opgenomen in onderstaand overzicht worden gescheiden opgeslagen en ingezameld en afgevoerd naar een erkende verwerker. Tabel 3: bedrijfsafvalstoffen
Afvalstoffen Bedrijfsafval Papier/karton Oud ijzer
Afvoer-frequentie 2 keer per week 5 keer per jaar 2 keer per jaar
Hoeveelheid per jaar 150 m 3 7. 500 kg 6. 000 kg
Wijze van opslag Rolcontainer Balen Stukgoed/ los
Voorkomen en beperken van het ontstaan van afvalstoffen • Daar waar mogelijk worden grond- en hulpstoffen in bulk ontvangen dan wel verpakt in retouremballage. • Overloop van producten en afgezogen gruis wordt terug in het productieproces gebracht. • Op het kantoor wordt zuinig met papier omgesprongen en worden documenten alleen indien nodig geprint. Lege cartridges worden apart ingezameld. Gevaarlijke afvalstoffen Binnen het bedrijf komen gevaarlijke afvalstoffen vrij. De stoffen die vrijkomen zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 4: Gevaarlijke afvalstoffen
5. 4
Afvalstoffen
Afvoer-frequentie
Hoeveelheid per jaar
Wijze van opslag
Olie/ water/ slib
Op afroep
2. 000 liter
Rechtstreeks uit OBAS
Afgewerkte olie/ oliehoudend afval
Op afroep
100 kg
Jerrycan , vat
Toner en inkjet cartridges
Op afroep
20 kg
Verzamel box
Lucht Emissies puntbronnen Voor het overzicht van de puntbronnen van ABZ , relevant voor het milieuaspect lucht , wordt verwezen naar bijlage 5201. t02. Met de productie uitbreiding worden geen nieuwe puntbronnen gecreëerd. Wel is de schoorsteen verhoogd , waardoor de uitgangspunten zoals eerder vastgesteld veranderen. Daarom moeten de effecten op het aspect lucht opnieuw worden beoordeeld. Dit wordt verder beschreven onder de paragraaf luchtkwaliteitsonderzoek. Pagina 20
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Luchtonderzoek Ten behoeve van deze aanvraag is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd , zie bijlage 6300. r01. Uit het onderzoek is gebleken dat de beoogde immissies in de nieuwe situatie voldoen aan de omgevingswaarden , zoals deze voor de locatie zijn vastgesteld. Stofemissies Binnen het bedrijf kunnen ten gevolge van diverse activiteiten stofemissies ontstaan. Er treedt verspreiding van stof op door transport , opslag , overslag en de be- en verwerking van stuifgevoelige stoffen. De emissiebronnen van genoemde componenten zijn vermeld in de rapportage van het onderzoek luchtkwaliteit dat is bijgevoegd als bijlage 6300. r01. Ter beperking van stofemissies zijn alle gekanaliseerde emissiepunten voorzien van een doekfilterinstallatie waarin de afgezogen lucht gereinigd wordt. De doorlaat van de aanwezige doekfilters bedraagt maximaal 3 mg/m.3 Hiermee wordt ruim voldaan aan de eis uit de BREF FDM en daarmee aan de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Overige luchtemissies Naast emissie van stof is er ook sprake van emissie van NO X bij de stoomketel. Het bedrijf beschikt over een stoomketel voor de productie van stoom. Op deze stoomketel is het Bal van toepassing. Voor de stoomketel geldt een NO X emissie eis van 70 mg/m.3 Verder zijn er binnen het bedrijf geen relevante emissies uit puntbronnen aanwezig tot boven de grenswaarde-massastroom.
Overige aanwezige puntbronnen binnen het bedrijf zijn: • Afvoer lasdampen. Er is een werkplaats aanwezig waar op kleinschalig niveau wordt gelast (alleen kleine reparatiewerkzaamheden). Het verbruik van lastoevoegmateriaal ligt ver beneden 6. 500 kg op jaarbasis. 5. 5
Geluid en trillingen Geluid In het kader van onderhavige aanvraag omgevingsvergunning is onderzoek uitgevoerd naar de akoestische gevolgen van de uitbreiding van de productiehoeveelheid. Op basis van dit akoestisch onderzoek is de geluiduitstraling vanwege het bedrijf in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat bij alle woningen aan de grenswaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus wordt voldaan , maar dat de ambitiewaarde in het algemeen niet haalbaar is , vanwege de korte afstand tussen de fabriek en woningen. Meer gedetailleerde informatie met betrekking tot het aspect geluid is opgenomen in de rapportage akoestisch onderzoek , welke te vinden is in bijlage 6101. r01 van de aanvraag. De maximale geluidniveaus voldoen aan de gebruikelijke eisen zoals die in de vigerende vergunning en het omgevingsplan zijn opgenomen. Dit is exclusief de maximale geluidniveaus die worden veroorzaakt door de rijbewegingen en laad-/losactiviteiten in de dagperiode. In de onderzochte situatie voor de indirecte hinder wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
Pagina 21
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
Trillingen Vanwege de ruime afstanden tot gevoelige objecten en omdat de vrachtwagens met een beperkte rijsnelheid en over een geëgaliseerd terrein rijden , is het aannemelijk dat het bedrijf geen trillinghinder veroorzaakt. 5. 6
Energie Binnen het bedrijf wordt elektriciteit , aardgas en dieselolie verbruikt. Het energieverbruik hangt rechtstreeks samen met het productieproces. Door technische maatregelen en good housekeeping wordt getracht het energieverbruik zoveel mogelijk te beperken. In het kader van de EED-audit is een energie audit uitgevoerd. Bij vervanging van machines en installaties wordt het energieaspect altijd meegenomen. ABZ beschikt in dat kader over een goedgekeurd energiebesparingsonderzoek waarin energiebesparende maatregelen zijn opgenomen. Zie verder ook de BBT-toets in bijlage 5211. r01.
5. 7
Gevaarlijke stoffen en externe veiligheid Binnen het bedrijf vindt opslag plaats van verpakte gevaarlijke stoffen. Deze opslag vindt plaats volgens de PGS-15. Zie ook bijlage 5204. a01. Ook vindt opslag van mierenzuur plaats in een bovengrondse opslagtank. Deze opslag is vergund met de veranderingsvergunning van 5 juni 2023. De opslag wordt gecontinueerd zoals vergund. De risico’s van de tank zijn beschreven in een QRA. Deze is opgenomen in bijlage -6 5204. r01. Uit de QRA blijkt dat de PR10-contour geheel binnen het bedrijf ligt en daarmee aan de eisen uit het omgevingsplan voldoet. Het voldoet tevens aan het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid , aangezien er binnen de PR10-6-contour geen (beperkt) kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen of locaties zijn gelegen. Ten aanzien van het groepsrisico wordt een waarde berekend die ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. Dit is acceptabel en hoeft niet nader onderbouwd te worden. Met betrekking tot stof/gasontploffingsgevaar heeft het bedrijf een zone-indeling volgens de ATEX-richtlijn opgesteld. Alle relevante informatie ter beperking van explosiegevaar is opgenomen in een explosieveiligheidsdocument (EVD). Het EVD-document is binnen het bedrijf aanwezig. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu.
Dit kan zijn omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn , de voortplanting belemmeren en/of zich in de voedselketen ophopen. Het streven van het beleid rond ZZS is om deze stoffen uit de leefomgeving te weren of op een zo laag mogelijk niveau te brengen. Voor ABZ gelden de voorschriften uit §3. 4. 8 artikel §3. 132 lid 3 sub d van het Besluit Activiteiten Leefomgeving voor ZZS. De modules uit hoofdstuk 5 zijn als algemene regel van toepassing en hoeven daarom niet als voorschrift in de vergunning opgenomen te worden. De enige uitzondering zijn grote stookinstallaties en afvalverbrandingsinstallaties. Van beide is bij ABZ geen sprake.
Pagina 22
SPA WNP ingenieurs
2400140. 5201. r01
ABZ heeft een droog productieproces. Van lozingen van ZZS naar water is geen sprake. Ten aanzien van ZZS naar lucht is een inventarisatie uitgevoerd of er stoffen aanwezig zijn die als ZZS zijn aan te merken. De aanwezigheid van de volgende soorten stoffen is geïnventariseerd: • • • • • • • •
Premixen , mineralen , vitamines; Diergeneesmiddelen (niet aanwezig bij ABZ); ADR-geklasseerde stoffen; CMR-stoffen; Vloeistoffen in bulk; Oliën , vetten en smeermiddelen; Reinigingsmiddelen; Verf , lak en overige chemicaliën die aanwezig zijn ten behoeve van onderhoud.
Uit de inventarisatie volgt dat er drie premixen gebruikt worden die als ZZS stof aangemerkt worden. Deze drie premixen bevatten Cobalt Carbonaat (CAS 513-79-1). ABZ valt voor ZZS stoffen onder de algemene regels van het Bal. 5. 8
Verkeer Het aantal verkeersbewegingen neemt toe vanwege de toename van de productiehoeveelheid en productie uren. Deze toename aan verkeersbewegingen is meegenomen in het akoestisch onderzoek in bijlage 6101. r01. Voor de conclusie hiervan zie paragraaf 5. 5 van deze algemene beschrijving.
5. 9
Geur Door de aangevraagde activiteiten kan geuremissie ontstaan. In bijlage 6400. r01 zijn de berekeningen van de geuremissie opgenomen. Deze berekeningen zijn uitgevoerd volgens het Informatiedocument Mengvoederindustrie en geur. Volgens dit informatiedocument wordt alleen geperst product in de berekening van de geurbelasting meegenomen. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt de centrale schoorsteen verhoogd. Voor de aangevraagde situatie wordt uitgegaan van maximaal 150. 000 ton geperst product op de perslijnen. Binnen het bedrijf vindt de productie van diervoeder voor landbouwhuisdieren uit vaste en vloeibare grondstoffen plaats. Voor de perslijnen wordt een geuremissie van 2. 185 GouE/jaar aangevraagd. Binnen deze vracht wordt geen specifieke productiesituatie aangevraagd , maar een flexibel pakket van productiemogelijkheden. Dit kan van jaar tot jaar variëren , maar is nooit hoger dan de totaal aangevraagde jaarlijkse geuremissievracht. De geuremissie is bepaald op basis van een , door de opdrachtgever ter beschikking gesteld , maatgevend voorbeeldproductiepakket en de emissiefactoren uit het informatiedocument Mengvoederindustrie en geur. In de aan te vragen situatie voldoet de geurbelasting van ABZ Diervoeding te Markelo aan het aanvaardbaar geurhinderniveau volgens het geurbeleid van de provincie Overijssel.
Het treffen van aanvullende geur reducerende maatregelen is daarmee niet noodzakelijk. In het informatiedocument zijn maatregelen opgenomen om de geur van diffuse bronnen te minimaliseren. In het geuronderzoek is uitgewerkt hoe deze maatregelen bij ABZ zijn toegepast. Door deze maatregelen wordt invulling gegeven aan de Best Beschikbare Technieken. Pagina 23
SPA WNP ingenieurs
5. 10
2400140. 5201. r01
BBT De BBT-conclusies waaraan de activiteiten moeten voldoen , worden vastgesteld middels een Besluit van de Europese Commissie. De voor ABZ relevante BBT-referentiedocumenten zijn de: BREF Voedingsmiddelen en zuivel (FDM); BREF Op- en overslag bulkgoederen (EFS) en de BREF Energie-efficiëntie (ENE). Op basis van de toetsing kan worde gesteld dat het project “actualisatie productiehoeveelheid” voldoet aan de van toepassing zijnde best beschikbare technieken , zoals vastgelegd in de verschillende BBTdocumenten. Dit geldt zowel voor de technische- , als de management/organisatorische aspecten binnen haar bedrijfsvoering. Meer gedetailleerde informatie met betrekking tot de BBT-toetsing is opgenomen in bijlage 5211. r01.
Pagina 24
SPA WNP ingenieurs
6.
2400140. 5201. r01
KWALITEIT EN MILIEUZORG ABZ is gecertificeerd voor het kwaliteitszorgsysteem van GMP+ voor de diervoederproductie. Deze zogenaamde GMP+-code diervoederbereiding (Good Manufacturing Practice) stelt een groot aantal eisen aan het kwaliteitsbeleid , de bedrijfsinrichting , de vakbekwaamheid van het personeel , de gebruikte grond- en hulpstoffen , verwerking van toevoegingmiddelen en het hygiënisch produceren in de daarvoor geëigende installaties. De goede werking en onderhoud van installaties , onder andere op het gebied van milieubelasting , maakt ook onderdeel uit van het kwaliteitszorgsysteem en is met procedures en instructies geborgd. In het systeem zijn onder andere procedures opgenomen met betrekking tot controle en registratie van inkomende stoffen en vakbekwaamheid van in het bedrijf werkzame personen. Het systeem is te allen tijde binnen het bedrijf aanwezig en beschikbaar voor inzage. Een op zichzelf staand milieuzorg beleid is niet aanwezig. Het aspect milieuzorg is in het kwaliteitszorgsysteem geïntegreerd. De verantwoordelijkheid met betrekking tot toezicht op naleving van voorschriften , opstellen van procedures en werkvoorschriften en (laten) verrichten van onderzoeken ligt bij de teamleider , kam coördinator en preventiemedewerker.
Pagina 25
SPA WNP ingenieurs
7.
NIET REGULIERE BEDRIJFSVOERING
7. 1
Ongewone Voorvallen
2400140. 5201. r01
Mogelijke incidenten/ ongewone voorvallen die zich binnen het bedrijf kunnen voordoen , zijn: • Brand/stofexplosie; • Vrijkomen van gevaarlijke stoffen; • Lekkages en morsingen van bodembedreigende stoffen. De mogelijke effecten kunnen bestaan uit brandschade en/of ongewenste emissies naar de lucht , bodem en/of oppervlaktewater. Maatregelen voor brand Met betrekking tot het voorkomen van brand zijn de volgende maatregelen getroffen: • In de gebouwen geldt een rookverbod. Daarnaast geldt in de overige ruimtes een verbod voor rook en open vuur. Dit wordt door opschriften kenbaar gemaakt. • Bliksembeveiliging; • Toerenbegrenzers; • Temperatuurbewakers; • Aarding installaties/apparatuur; • Bezoekregeling/ instructies/ good housekeeping; • Huisregels. De volgende specifieke technische maatregelen zijn gerealiseerd om de gevolgen voor de omgeving te beperken ingeval van ongewone voorvallen: • Alarmering; • Brandbestrijdingsmiddelen (brandhaspels , brandblussers). De volgende specifieke procedurele maatregelen zijn gerealiseerd om de gevolgen voor de omgeving te beperken ingeval van ongewone voorvallen: • Bedrijfshulpverlening; • Werkinstructies personeel; • Bedrijfsnoodplan; • Instructie aan derden.
Maatregelen voor vrijkomen gevaarlijke stoffen , morsingen en lekkages Medewerkers die werken met gevaarlijke (afval)stoffen binnen het bedrijf zijn voorgelicht over het gebruik en de gevaaraspecten. Verder voldoen de opslagen van gevaarlijke stoffen aan de desbetreffende PGS-richtlijnen. Voor maatregelen m. b. t. morsingen en lekkages , zie de bodemrisicoanalyse. Maatregelen gericht op minder uitstoot van schadelijke stoffen: • Zie brandstofbesparing; • Dieselmotoren van het eigen wagenpark zijn voorzien van roetfilters; • Alternatieve brandstof wordt momenteel nog niet toegepast vanwege de beperkte beschikbaarheid van deze brandstof (biodiesel , aardgas).
Pagina 26
SPA WNP ingenieurs
8.
CONCLUSIE EN AANBEVELING
8. 1
Conclusie
2400140. 5201. r01
De onderneming ABZ heeft voor haar locatie aan de Goorseweg 3 te Markelo het voornemen om de productiehoeveelheid te verhogen. In de nieuwe situatie produceert het bedrijf maximaal 165. 000 ton diervoeding , waarvan maximaal 150. 000 ton geperst. Voor het project is een aanvraag omgevingsvergunning milieu opgesteld. De aanvraag behoort op basis van de indieningsvereisten , zoals beschreven in hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling te voorzien in een grote hoeveelheid en verscheidenheid aan informatie. De informatie , opgenomen in deze rapportage , de algemene beschrijving , bevat op basis van de indieningsvereisten de benodigde gegevens ten aanzien van het project en een beschrijving van de gevolgen van de aangevraagde activiteiten voor onder andere de indeling van het bedrijf , de hoeveelheden en bedrijfstijden , de aard- en omvang van de belasting van het milieu alsook de maatregelen en voorzieningen ter beperking en of het voorkomen van deze belasting. Waar nodig is de informatie in deze rapportage verder uitgewerkt in specifieke bijlagen bij de aanvraag omgevingsvergunning. Waar relevant , is dit specifiek aangegeven. Met deze algemene beschrijving bevat de aanvraag omgevingsvergunning , die informatie die nodig is om de vergunningsaanvraag in behandeling te nemen op basis van de uitgebreide procedure zoals beschreven in artikel 10. 24 van het Omgevingsbesluit. 8. 2
Aanbeveling Op basis van de informatie , opgenomen in dit rapport , bestaat er redelijkerwijs geen noodzaak tot het doen van aanbevelingen.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 27
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE| 0318 614 383 Vrijlandstraat33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466