1a. Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29_31 Ambt Delden_vastgesteld_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxGenselerwg2931-VS10
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Inhoudsopgave
Toelichting
2
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer
4 4 4 5 5 7
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
8
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Planbeschrijving Voorgenomen ontwikkeling Verkeer en parkeren
9 9 10
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 13 22
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
27 27 28 28 29 30 32 33 34 35
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf
37 37 38
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen
40 40 40 42
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Vooroverleg en inspraak Vooroverleg Inspraak Zienswijzen
44 44 44 44
Hoofdstuk 9
Economische uitvoerbaarheid
45
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Toelichting
vastgesteld
3
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Aan de Genselerweg 29/31 in Ambt Delden is planologisch een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning (en inwoning) toegestaan. De feitelijke agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt. De bedrijfswoning op nummer 31 wordt bewoond door een tweepersoonshuishouden en het inwoongedeelte op nummer 29 wordt sinds 2020 bewoond door een familie. Uit een legalisatieonderzoek is gebleken dat een woonbestemming recht doet aan feitelijke situatie. De bewoners van nummer 29 hebben gemeente Hof van Twente verzocht om de bestemming te herzien naar een passende woonbestemming waarbinnen één woning met een inwoonsituatie is toegestaan. Op het erf staat daarnaast circa 1.170 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Deze blijven behouden. Op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan, aangezien de gronden en gebouwen niet gebruikt mogen worden ten behoeve van reguliere woondoeleinden. Daarnaast is het wenselijk om de oppervlakte van de te behouden schuren planologisch vast te leggen. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied omvat het voormalige agrarisch bedrijfsperceel aan de Genselerweg 29-31 in Ambt Delden, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. Het plangebied staat kadastraal bekend als Stad-Delden sectie A, nummers 9204, 9205 en deel 8707. De ligging van het plangebied ten opzichte van Delden en Hengelo en de directe omgeving is in afbeelding 1.1 weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met respectievelijk de rode omlijning en de rode ster.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte de (directe) omgeving (Bron: PDOK)
4
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
1.3
De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxGenselerwg2931-VS10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het bewuste plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en is een verplicht onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente". Dit bestemmingsplan is op 9 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van Hof van Twente. Daarnaast ligt het plangebied binnen de begrenzing van diverse veegplannen in het buitengebied. De meest relevante is het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 5 oktober 2021. Het plangebied is op basis van deze plannen voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden' met een bouwvlak. Tevens is het plangebied deels voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde Archeologische verwachting 2'. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied', 'vrijwaringszone - radar' en 'vrijwaringszone - straalpad'. In onderstaande paragrafen worden deze bestemmingen en de strijdigheid van voorliggende ontwikkeling hiermee nader beschreven. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. het plangebied is daarbij aangegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
vastgesteld
5
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (Bron: Ruimtelijke plannen) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen Bestemming 'Agrarisch met waarden' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Bedrijfsgebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en bedrijfswoningen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van beschermde archeologische monumenten. Voor bodemingrepen groter dan 2.500 m2 geldt een vergunningplicht. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van beschermde archeologische monumenten. Voor bodemingrepen groter dan 5.000 m2 geldt een vergunningplicht. Gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied' gelden de regels zoals opgenomen in de bestemmingen 'Agrarisch met waarden' voor dit afzonderlijke gebied. Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een radarverstoringsgebied.
Hier mag niet hoger worden gebouwd dan 45 meter. Bij omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken van, mits advies is gevraagd aan de beheerder van het radarverstoringsgebied. Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - straalpad'
6
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een straalverbinding. 1.4.3
Strijdigheid Op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan, aangezien de gronden en gebouwen niet gebruikt mogen worden ten behoeve van reguliere woondoeleinden. Daarnaast is het wenselijk om de oppervlakte van de te behouden schuren planologisch vast te leggen. Om het gewenste planologische eindbeeld mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.5
Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 9 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en vooroverleg.
vastgesteld
7
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
De functionele structuur van de directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk agrarische cultuurgronden, verspreid liggende woonerven en agrarische bedrijfspercelen. Ten oosten van het plangebied ligt de rijksweg A35. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de Genselerweg. Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Het plangebied zelf is ingericht ten behoeve van een agrarisch bedrijfsperceel. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt. Het plangebied is bebouwd en voorzien van erfverharding. Concreet gaat het om een boerderij met inwoning. De bedrijfswoning op nummer 31 wordt bewoond door een tweepersoonshuishouden en het inwoongedeelte op nummer 29 wordt sinds 2020 bewoond door een familie. Op het erf staat naast de boerderij circa 1.170 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm schuren en bijgebouwen. In afbeelding 2.1 is de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: topotijdreis.nl)
8
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1
Voorgenomen ontwikkeling
3.1.1
Algemeen Ter plaatse van het plangebied bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Zoals in de inleiding beschreven wordt de bedrijfswoning op nummer 31 bewoond door een tweepersoonshuishouden en wordt het inwoongedeelte op nummer 29 sinds 2020 bewoond door een familie. Omdat er geen agrarisch bedrijf meer wordt geëxploiteerd, bestaat de wens om het perceel te voorzien van een meer passende woonbestemming, waarbinnen een woning met inwoonsituatie is toegestaan. Op het erf staat daarnaast circa 1.170 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Deze blijven als bijgebouwen behouden na de herziening van het bestemmingsplan.
3.1.2
Landschappelijke inpassing Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Hiertoe is de door N+L Landschapsontwerpers een erfinrichtingsplan opgesteld. Hierna wordt nader op de landschapsmaatregelen ingegaan. Voor het volledige erfinrichtingsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting. De landschappelijke inpassing ziet concreet toe op instandhouden van de bestaande houtopstanden op en rondom het erf. Verder wordt de de bestaande haag behouden. Gronden ten noordoosten het erf worden ingericht als gazon/gras. Door het vastleggen van de groenstructuren wordt geborgd dat op het perceel ook in de toekomst landschappelijk goed blijft ingepast in het landschap. Het erfinrichtingsplan wordt middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan.
vastgesteld
9
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Afbeelding 3.1: Erfinrichtingsplan (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
3.2
Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. In voorliggend geval is sprake van een planologische ontwikkeling waarbij per saldo geen sprake is van een toevoeging van activiteiten die resulteren in een parkeerbehoefte of een extra verkeersgeneratie. Immers wordt planologisch vastgelegd dat ter plaatse van het plangebied geen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan en worden de bestaande bedrijfswoning en inwoonsituatie bestemd als reguliere burgerwoningen. De bestaande ontsluitingen in het plangebied zijn reeds verkeersveilig en blijven ongewijzigd. Daarnaast kan op eigen terrein, zoals nu reeds het geval is, worden voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
10
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1
Algemeen De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.
4.1.1.2
Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de
vastgesteld
11
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In de NOVI wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
12
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Het voornemen raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' dient eerst te worden bepaald of de voorgenomen ontwikkeling voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. In voorliggend geval wordt voorzien in het omzetten van een agrarisch bedrijfsperceel naar een passende woonbestemming, ten behoeve van een reguliere woning met een inwoonsituatie. Er is geen sprake van het toevoegen van woningen. Op voorhand wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.4
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2
Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.
vastgesteld
13
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
14
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1
Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.
Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.
vastgesteld
15
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
4.2.3.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
4.2.3.3
Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel beschrijft de Catalogus Gebiedskenmerken welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.4.1
Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.7 (NNN) van belang. Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 2.1.3) lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied
16
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijk heid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling ziet toe om het omzetten van de agrarische bedrijfsbestemming naar een reguliere woonbestemming.
Er is geen sprake van het toevoegen van extra bebouwing of nieuwe functies. In dit geval wordt geen extra ruimtebeslag gelegd op de Groene Omgeving. Bovendien is het plangebied landschappelijk ingepast en wordt deze inpassing in stand gehouden, zie hiervoor Bijlage 1 bij de toelichting. Gezien het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) van de Omgevingsverordening Overijssel. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2.1.5; leden 1,2,3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) In het verdere verloop van deze toelichting wordt duidelijk dat voorliggende ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel en wordt gemotiveerd dat voorliggende ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Tot slot wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering, die onderdeel
vastgesteld
17
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
uitmaakt van het Uitvoeringsmodel, en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Gezien het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) van de Omgevingsverordening Overijssel. NNN (Artikel 2.7) 2.7.3: Beschermingsregime 1. Het beschermingsregime voor gebieden die op de kaart (als bedoeld in artikel 2.7.2 Werkingsgebied) zijn aangeduid als gebiedscategorie ‘Bestaand’ wordt vastgelegd in een bestemmingsplan of in een beheersverordening. 2. Gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als ‘Bestaand' moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. 4. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.7 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied is deels binnen de begrenzing van Natuurnetwerk Nederland (NNN) gelegen, zie paragraaf 5.7.1.2 van deze toelichting. Er wordt geen bestemming mogelijk gemaakt waarbinnen sprake is van activiteiten die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van NNN-gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Geconcludeerd wordt dan ook dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.7 (NNN) van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang. In de groene ruimte gaat het - kort door de bocht - om het behoud en de versterking van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. De locatie is hoofdzakelijk gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' en deels in het ontwikkelingsperspectief Natuurnetwerk Nederland (NNN). Zie hiervoor afbeelding 4.2, waarin het plangebied met de rode omlijning is aangegeven.
18
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.
'Natuurnetwerk Nederland (NNN)' Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij
vastgesteld
19
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
hanteren we zogenaamde NNN-spelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectieven Binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' zijn diverse (nieuwe) functies in het buitengebied mogelijk, waaronder de gewenste woonfunctie. Het voornemen versterkt de vitaliteit en omgevingskwaliteit. Ten aanzien van het NNN wordt opgemerkt dat er geen sprake is van het oprichten van nieuwe gebouwen of verhardingen. De ontwikkeling is niet van negatieve invloed op het behoud van het NNN. De ruimtelijke kwaliteit van het geheel wordt zelfs versterkt door het landschappelijk inpassen van het plangebied. Het initiatief is in overeenstemming met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.4.3
Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggend geval worden de stedelijke laag en de laag van beleving buiten beschouwing gelaten, gezien de locatie op basis hiervan geen specifieke eigenschappen kent. 1.
De Natuurlijke laag
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen
20
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' In voorliggend geval is bij de inrichting van het plangebied rekening gehouden met de kenmerken van het landschap. Het initiatief is dan ook in overeenstemming met de 'Natuurlijke laag'. 2.
De laag van het agrarische cultuurlandschap
In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Jonge heide- en broekontginningslandschap', zie afbeelding 4.4.
Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) 'Jonge heide- en broek ontginningslandschap' Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en
vastgesteld
21
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" Bij de inrichting van het plangebied zijn onder meer de gebiedskenmerken van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap', zoals verspreide erven, groenstructuur, routes en lineaire structuren, als uitgangspunt genomen (zie hiervoor ook 3.1.2). Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling goed past binnen de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 3.
De "Stedelijke laag"
Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" geen bijzondere eigenschappen. Het gebiedskenmerk kan dan ook, zoals reeds vermeld, buiten beschouwing worden gelaten. 4.
De "Laag van beleving"
Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van de beleving” geen bijzondere eigenschappen. Het gebiedskenmerk kan dan ook, zoals reeds vermeld, buiten beschouwing worden gelaten. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de gewenste ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld.
4.3.1
Hof van Twente, zicht op 2030
4.3.1.1
Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld.
22
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
4.3.1.2 Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.
Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. 4.3.1.3 Streefbeeld 14: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming.
Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp. De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken.
vastgesteld
23
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
4.3.1.4
Toetsing aan de Strategische visie De gewenste ontwikkeling betekent een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing (Bijlage 1) is vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. In voorliggend geval is verder aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in 'Hof van Twente, zicht op 2030'.
4.3.2
Structuurvisie Landelijk Gebied
4.3.2.1
Algemeen In de 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.
De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur.
24
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
4.3.2.2
Toetsing aan Structuurvisie Landelijk Gebied Als gevolg van voorliggende ontwikkeling wordt een agrarisch bedrijfsperceel met de bestaande boerderij met inwoning en de bijhorende bedrijfsgebouwen omgezet naar een reguliere woonbestemming. Daarbij wordt eveneens vastgelegd hoeveel m² aan bijgebouwen is toegestaan, dit omdat de bedrijfsgebouwen blijven behouden in voorliggend plan. Daarbij wordt het erf opnieuw landschappelijk ingepast waarbij wordt beoogd om het erf te verbinden met het omliggende landschap. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het streefbeeld als geformuleerd in de 'Structuurvisie Landelijk gebied'. Er wordt gestreefd naar een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument. Voorliggend plan sluit hier goed op aan.
4.3.3
Archeologiebeleid
4.3.3.1
Algemeen Op 1 januari 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op de bijbehorende archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is aangegeven welke gebieden een lage, een middelhoge en een hoge archeologische verwachtingswaarde hebben. Verder zijn ook de terreinen met bekende archeologische waarden in beeld gebracht (de archeologische monumenten). Afhankelijk van de verwachtingswaarde dient bij bouwplannen en ingrepen in de grond met een bepaalde omvang en diepte archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. Historische kern: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 50 m² of meer; Hoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m² of meer; Middelhoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 5.000 m² of meer; Lage verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 10 ha of meer. Dit beleid moet vertaald worden in de planregels van de bestemmings- en wijzigingsplannen die in procedure worden gebracht.
4.3.3.2
Toetsing aan het Archeologiebeleid In paragraaf 5.8 wordt de ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijke archeologiebeleid. Voor het aspect archeologie wordt dan ook verwezen naar de reeds vermelde paragraaf.
4.3.4
Bodembeleid
4.3.4.1
Algemeen De gemeente heeft in het Bodembeleidsplan haar beleid ten aanzien van bodemverontreiniging uiteengezet. De ambitie van de gemeente is om bodemverontreinigingen te voorkomen en de bodem geschikt te houden voor toekomstige ontwikkelingen. Ten tweede heeft de gemeente de ambitie om bodemaspecten tijdig mee te nemen in planvorming. De gemeente geeft prioriteit aan het opheffen van bodemverontreinigingen die actuele risico’s opleveren voor mensen of milieu. De gemeente besteedt in het bijzonder aandacht aan de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Hiervoor wordt verwezen naar het asbestbeleid en de asbestsignaleringskaart.
vastgesteld
25
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
4.3.4.2
Toetsing aan het Bodembeleid In paragraaf 5.2 wordt de bodemkwaliteit beschreven aan de hand van het uitgevoerde onderzoek. Voor de toetsing wordt kortheidshalve verwezen naar de reeds vermelde paragraaf.
4.3.5
Nota Externe veiligheid
4.3.5.1
Algemeen De gemeente heeft haar beleid ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd in de nota “Bewuste veiligheid op maat”. Binnen de gemeente zijn een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig. Op de site www.risicokaart.nl is een actueel overzicht van de risicovolle bedrijven te vinden. Ten aanzien van nieuwvestiging van zwaardere en risicovolle bedrijvigheid stelt de gemeente zich terughoudend op. Verder moet met name bij gevoelige functies, rekening gehouden worden met het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor, het water of buisleidingen.
4.3.5.2
Toetsing aan de Nota Externe veiligheid In paragraaf 5.4 wordt het plan getoetst aan het aspect externe veiligheid. Verwezen wordt naar de reeds vermelde paragraaf.
26
vastgesteld
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
Hoofdstuk 5
M ilieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.
5.1
Geluid
5.1.1
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.
5.1.2
Situatie plangebied In dit geval worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegevoegd. De bestaande bedrijfswoning met inwoning (de nummers 29 en 31) wordt omgezet naar reguliere bewoning. Voor (agrarische) bedrijfswoningen en burgerwoningen geldt dezelfde regelgeving inzake wegverkeer- en railverkeerslawaai. Artikel 76 van de Wgh geeft aan dat indien op het tijdstip van de vaststelling van een bestemmingsplan of van een wijzigings- of uitwerkingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is, het eerste en tweede lid van artikel 76 niet gelden met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn. Voorliggend initiatief voorziet daarmee niet in toevoeging van een nieuw geluidsgevoelig object. Aanvullend wordt opgemerkt dat recent een akoestisch geluidsonderzoek door Rijkswaterstaat is uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten uit het onderzoek worden reeds maatregelen getroffen aan de gevels om zo te voldoen aan de wettelijke normen uit het bouwbesluit met betrekking tot het binnenniveau. Geconcludeerd wordt dat de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai geen belemmering vormen in het kader van voorliggend initiatief.
In de omgeving van het plangebied is bovendien geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woning, wordt verwezen naar paragraaf 5.5.
5.1.3
Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
vastgesteld
27
Buitengebied Hof van Twente, herziening Genselerweg 29/31 Ambt Delden
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.
5.2.2
Situatie plangebied In voorliggend geval is geen sprake van het toevoegen van een nieuwe functie waarbij sprake is van nagenoeg voortdurend menselijk verblijf. De woning in het plangebied staat er reeds. Het voornemen ziet in beginsel niet toe op bodemingrepen. Daarnaast wordt opgemerkt dat geen intensiveing van gebruik plaatsvindt en er geen bodemverontreinigende activiteiten plaats gaan vinden. In het geval dat bestaande gebouwen met milieugevoelige functies worden verplaatst of nieuwe gebouwen voor milieugevoelige functies worden gebouwd zal ter plaatse een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk worden geacht. In het kader van deze bestemmingsplanprocedure wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.