15. Toelichting aanvraag Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Grondhuttenweg 14a, Bentelo.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING WABO (ONDERDEEL MILIEU) Aanvrager:
Pluimveebedrijf Bentelo B.V. Locatie:
Grondhuttenweg 14 7497 NE BENTELO
Opdrachtgever: Pluimveebedrijf Bentelo B.V. Grondhuttenweg 14 7497 NE BENTELO Datum: 8 maart 2022 (versie 5) Uitvoerende: De heer ing. B.H. (Barry) Wopereis VanWestreenen Adviseurs b.v.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
2
INHOUDSOPGAVE 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29.
GEGEVENS INITIATIEFNEMER / LOCATIE ............................................................................... 4 ALGEMENE INFORMATIE .................................................................................................. 4 BESTAANDE VERGUNNINGEN ............................................................................................ 5 VERGUNDE SITUATIE ....................................................................................................... 5 GEWENSTE SITUATIE ....................................................................................................... 6 ACTIVITEITENBESLUIT ...................................................................................................... 7 RICHTLIJN INDUSTRIËLE EMISSIES ........................................................................................ 8 MER-BESLUIT ............................................................................................................ 10 LIGGING – OMGEVING .................................................................................................. 11 BESTEMMINGSPLAN ..................................................................................................... 13 BEOORDELING GEUR .....................................................................................................
14 BEOORDELING AMMONIAK ............................................................................................. 17 FIJN STOF (PM10 EN PM2.5) ........................................................................................ 19 GELUID ..................................................................................................................... 22 ENERGIE ................................................................................................................... 22 WATER..................................................................................................................... 23 OPSLAG GROND- EN HULPSTOFFEN ................................................................................... 23 AFVALSTOFFEN ........................................................................................................... 24 MEST ....................................................................................................................... 25 RUWVOER ................................................................................................................. 25 Koelinstallatie ......................................................................................................... 25 BODEM ....................................................................................................................
25 METINGEN EN REGISTRATIE............................................................................................. 26 BRANDVEILIGHEID ........................................................................................................ 26 OVERIGE VERGUNNINGEN EN/OF MELDINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN ...................................... 26 Gezondheids- en veiligheidsaspecten ....................................................................... 27 TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN ..................................................................................... 28 NADERE GEGEVENS ...................................................................................................... 28
BIJLAGEN
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
3
1.
GEGEVENS INITIATIEFNEMER / LOCATIE
Naam Kadastrale ligging Soort activiteit Postadres Telefoonnummer Email-adres KVK
2.
: gemeente Ambt-Delden, sectie L, nummers 186, 447 en 453 : agrarisch bedrijf (het houden van (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken)) : Grondhuttenweg 14 7497 NE BENTELO : 06-53354648 : twan@fluttert.nl : 05070529// 000017783461
ALGEMENE INFORMATIE
Korte beschrijving activiteiten •
Het exploiteren van een agrarisch bedrijf // veehouderij o niet-grondgebonden agrarisch bedrijf / pluimveehouderij
•
Het houden van (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken)
•
Het opslaan van: - veevoeder - vaste mest in de pluimveestallen - medicijnen ten behoeve van de diergezondheid - reinigingsmiddelen ter preventie van dierziekten - dieselolie in een tank (bovengronds) - strooisel
•
Het in gebruik hebben van: - een opslag / berging (2x) - een werktuigenberging / werkplaats - een kantine/ hygiënesluis - stalruimte voor het houden van (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken); - 2 bedrijfswoningen met berging
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
4
Korte beschrijving wijzigingen (in hoofdlijnen): • het slopen van 4 bestaande pluimveestallen;
3.
•
de realisatie / herbouw van 3 nieuwe pluimveestallen;
•
het toepassen van een emissiearm stalsysteem in de 3 nieuwe (warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag // BWL 2011.13.V5) + fijnstofemissie reductie d.m.v. “droogfilters”// BWL 2010.29V2;
•
In totaal worden 92.130 (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken) gehouden;
•
Het optimaliseren van de bedrijfsvoering;
•
Het actualiseren van de vergunning.
BESTAANDE VERGUNNINGEN
Soort vergunning
Datum
Nummer
Milieuvergunning (omgevingsvergunning)
23 december 1986
16/86
Actualisatievergunning
10 februari 2009
MPM 6464
4.
VERGUNDE SITUATIE
Pluimveebedrijf Bentelo B.V. exploiteert op het perceel Grondhuttenweg 14 te Bentelo reeds jarenlang een agrarisch bedrijf en de vorm van een pluimveehouderij. Voor dit agrarisch bedrijf is op 23 december 1986 een Hinderwetvergunning (thans Omgevingsvergunning Wabo onderdeel milieu) verleend. Deze vergunning is op 10 februari 2009 geactualiseerd. Op grond van deze vergunning mag de volgende veebezetting gehouden worden: Vigerende vergunning:
10-2-2009 Stalsysteem
EmissieStal punt
1 tm 6
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
(groot-) ouderdieren van vleeskuikens in
51000
E 3.100
Ammoniakemissie
BWL / BB code
Omschrijving
Kg NH3 per dierplaats*
Kg NH3 totaal
0
Overige huisvestingssystemen
0,25
12750
Totaal:
12750
Geuremissie
Fijnstofemissie
Fijnstof g OUe per PM10/ dierOUe totaal dier/jaar** plaats** * 0,18
9180
9180
23
Fijnstof totaal
1173000
1173000
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r vol gens de Regel i ng a mmoni a k en veehouderi j ** geuremi s s i efa ctor i n odour uni ts per s econde per di er vol gens de Regel i ng geurhi nder en veehouderi j
** fi jn s tofemi s s i e (g PM10/di er/ja a r) vol gens de l i js t ‘Emi s s i efa ctoren fi jn s tof voor veehouderi j’ op ri jks overhei d.nl
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
5
5.
GEWENSTE SITUATIE
In de onderstaande tabel is de aangevraagde / gewenste veebezetting weergegeven. Aangevraagde situatie:
AANVRAAG 2020 E m i Stal Diercategorie s s i (groot-) 4 ouderdieren van vleeskuikens in (groot-) 1 ouderdieren van vleeskuikens in (groot-) 2 ouderdieren van vleeskuikens in (groot-) 3 ouderdieren van vleeskuikens in 5
Zoogkoeien
Stalsysteem Aantal dieren
Rav. Code
7140
E 3.3
28330
E 3.7
28330
E 3.7
28330
E 3.7
30
A 2.100
Ammoniakemissie
Geuremissie
Fijnstofemissie
Fijnstof g OUe per PM10/ dierOUe totaal dier/jaar** plaats** *
BWL / BB code
Omschrijving
Kg NH3 per dierplaats*
Kg NH3 totaal
BWL 2005.10.V6
stal met mixluchtventilatie
0,114
813,96
0,18
1285,2
23
164220
0,129
3654,57
0,18
5099,4
13,8
390954
0,129
3654,57
0,18
5099,4
13,8
390954
0,129
3654,57
0,18
5099,4
13,8
390954
4,1
123
0
0
86
2580
Totaal:
11900,67
stal met warmteheaters met & E 7.4 BWL luchtmengsysteem voor droging 2010.29V2 / 40% strooisellaag stal met warmteheaters met & E 7.4 BWL luchtmengsysteem voor droging 2010.29V2 / 40% strooisellaag stal met warmteheaters met & E 7.4 BWL luchtmengsysteem voor droging 2010.29V2 / 40% strooisellaag 0
overige huisvestingssystemen
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r vol gens de Regel i ng a mmoni a k en veehouderi j ** geuremi s s i efa ctor i n odour uni ts per s econde per di er vol gens de Regel i ng geurhi nder en veehouderi j ** fi jn s tofemi s s i e (g PM10/di er/ja a r) vol gens de l i js t ‘Emi s s i efa ctoren fi jn s tof voor veehouderi j’ op ri jks overhei d.nl
16583,4
Fijnstof totaal
1339662
Overzicht per stal: Stallen 1, 2 en 3 (nieuw): - 28.330 ouderdieren van vleeskuikens in opfok per stal - Emissiearme huisvesting / E 3.7 / BWL 2011.13V5 - Oppervlakte stal => 3.160 m2 • 9 dieren per m2 - Bij de opzet van de dieren wordt een deel van de stalruimte niet benut en hiertoe intern afgezet met een flexibele afscheiding. Door deze toepassing bedraagt bij de opzet de omvang beschikbare leefruimte in de stallen minimaal 2.550 m2 en maximaal 3.116 m2, hetgeen overeenkomt met minimaal 900 cm2 en maximaal 1.100 m2 per dier. Stal 4 (bestaand): - 7.140 ouderdieren van vleeskuikens in opfok - Emissiearme huisvesting / E 3.3 / BWL 2005.10V6 - Oppervlakte stal => 652 m2 • opzet => 7.140 / 652 = 11 dieren per m2 Een plattegrondtekening van de gewenste bedrijfsopzet is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
6
De vervangende nieuwbouw van de gewenste stallen valt onder artikel 7 (lid 1) van het Besluit emissiearme huisvesting landbouwhuisdieren. Daarin staat geregeld dat in een dierenverblijf dat is/ wordt opgericht na 1 juli 2015 geen huisvestingssysteem wordt toegepast met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM10) die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor deze zwevende deeltjes (PM10) die voor de desbetreffende diercategorie is vermeld in bijlage 2 van genoemd Besluit. Daarin staat voor de diercategorie (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (jonger dan 19 weken) de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (als bedoeld in artikel 7), maximaal 16 gram PM10 per dierplaats per jaar mag bedragen. Ten einde hieraan te voldoen zijn er in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav), onder de categorie E.7, erkende additionele technieken voor emissiereductie van fijnstof opgenomen. Onder E 7.4 staat het droogfiltersysteem (BWL 2010.29.V2) zoals in bovenstaande tabel met aangevraagde situatie is opgenomen. Dit systeem voldoet met betrekking tot de emissiewaarde voor zwevende deeltjes aan het gestelde in het Besluit emissiearme huisvesting landbouwhuisdieren. Op het gebied van de genoemde additionele technieken voor het reduceren van de fijnstofemissie, vinden er thans vele ontwikkelingen plaats.
Daar zitten reductiesystemen tussen, die veelbelovend zijn voor wat betreft reductierendement, maar ook qua werking en onderhoud. Initiatiefnemer volgt deze ontwikkeling op de voet en zodra deze systemen worden opgenomen in de Rav en de reductie-factor voldoet, bestaat de mogelijkheid dat wordt overgestapt op één van deze (verbeterde) systemen. Ten aanzien van voornoemde wordt, indien noodzakelijk, een aanvraag ingediend voor het wijzigen van de vergunning.
6.
ACTIVITEITENBESLUIT
Op 1 januari 2008 is Activiteitenbesluit in werking getreden. Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit uitgebreid met agrarische activiteiten. In het besluit zijn algemene regels opgenomen voor bedrijven die onder de Wm vallen en voorheen een milieuvergunning nodig hadden. Het Activiteitenbesluit maakt onderscheid tussen 3 categorieën bedrijven; type A, B en C. Type A bedrijven moeten zich houden aan de regels van het Activiteitenbesluit maar zijn niet meldingsplichtig ten aanzien van hun activiteiten. Type B bedrijven zijn wel meldingsplichtig ten aanzien van hun activiteiten. Voor type C bedrijven geldt dat zij (voor het onderdeel milieu) nog steeds een omgevingsvergunning moeten aanvragen. De vergunningsplicht (type C bedrijven) blijft gelden voor bedrijven met o.a. meer dan: • IPPC bedrijf: 750 zeugen (Rav. cat. D 1.2 en D 1.3); • IPPC bedrijf: 2.000 vleesvarkens (Rav. cat. D 3); • IPPC bedrijf: 40.000 stuks pluimvee (Rav. cat. E 3 t/ m E 5). In de gewenste bedrijfsopzet met 92.130 (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken) gehouden, wordt de grens van 40.000 stuks pluimvee overschreden, er is hierdoor sprake van een type C inrichting. Voor zover van toepassing, dient deze aanvraag op de betreffende onderdelen eveneens te worden aangemerkt als een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
7
7.
RICHTLIJN INDUSTRIËLE EMISSIES
Wettelijk kader De Europese Commissie heeft de BBT-conclusies van de intensieve pluimvee- en varkenshouderij gepubliceerd op 21 februari 2017 in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze BBT-conclusies hebben betrekking op activiteiten die vallen onder de IPPC-categorie 6.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies 2010/75/EU: • 6.6a: veehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee • 6.6b: veehouderijen met meer dan 2.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg • 6.6c: veehouderijen met meer dan 750 plaatsen voor zeugen Voor intensieve pluimvee- of varkenshouderijen, die onder de werking van de IPPC-richtlijn vallen, is er een BREF opgesteld (Reference Document on Best Available Techniques for Intensive Rearing of Pigs and Poultry, 2017). De BREF voor de intensieve veehouderij is inmiddels ook aangewezen in de regeling aanwijzing BBT-documenten. Ook de oplegnotitie wordt opgenomen in de Regeling aanwijzing BBT-documenten, zodat bij het bepalen van de voor een veehouderij in aanmerking komende beste beschikbare technieken eveneens met deze notitie rekening moet worden gehouden. De BREF / oplegnotitie behandelt de beste beschikbare technieken voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij onderverdeeld naar een aantal aspecten.
Deze BBT-conclusies gaan vooral over de volgende processen en activiteiten: 1 beheer van voeding voor pluimvee en varkens 2 bereiding van voeder (malen, mengen en opslag) 3 pluimvee- en varkenshouderij (huisvesting) 4 verzameling en opslag van mest 5 verwerking van mest 6 uitrijden van mest 7 opslag van dode dieren In de gewenste situatie worden in de gewenste situatie in totaal 92.130 (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken) gehouden. In deze gewenste situatie worden de drempelwaarde (> 40.000 stuks pluimvee) zoals opgenomen in de RIE/ IPPC-richtlijn overschreden. Onderhavige regelgeving is hierdoor van toepassing op de veehouderij. De pluimveehouderij moet hierdoor voldoen aan het ‘Best Avialable Techniques (BAT) principe’ (BBT). Als bijlage 6 is een beoordelingsrapportage met betrekking tot de BBT-conclusies opgenomen. Op basis van deze beoordeling kan worden gesteld dat er geen sprake van een belangrijke toename van de verontreiniging (o.a. geen toename van de ammoniakemissie) en zijn er geen significante negatieve gevolgen voor mens of milieu. De gewenste bedrijfsopzet voldoet hierdoor aan de IPPCrichtlijn/RIE en de Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
8
BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij In de “Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij” zijn ten aanzien van het aspect huisvesting voor (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken) geen nadere eisen opgenomen. In de gewenste situatie worden de dieren overigens gehouden in een stal met een volledige strooiselvloer, die mechanisch wordt geventileerd en is voorzien van een niet lekkend drinkwatersysteem. In de gewenste situatie voldoet de stal voor de huisvesting van deze diercategorie aan het gestelde in de BREF.
Oplegnotitie BREF voor de intensieve varkens- en pluimveehouderij In de “oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve varkens- en pluimveehouderij” is voor de ammoniakemissie afkomstig van (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken) (E 3, Rav) het volgende opgenomen: “ Voor andere diercategorieën, waarvoor de BREF geen technieken bevat,….,zoals E 3 (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken), zijn onvoldoende alternatieven beschikbaar, en kan geen enkel systeem worden uitgesloten van BBT.” In de gewenste situatie wordt de stal emissiearm uitgevoerd conform het Besluit emissiearme huisvesting en wordt derhalve voldaan aan de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de oplegnotitie BREF.
Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing Ammoniak en Veehouderij De “Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij” is bedoeld als handreiking voor het uitvoeren van de omgevingstoetsing die op grond van de IPPC-richtlijn ten aanzien van de ammoniakemissie vanuit veehouderijen dient te worden uitgevoerd. Met behulp van de beleidslijn kan het bevoegd gezag beslissen of en in welke mate vanwege de lokale milieuomstandigheden strengere emissie-eisen in de milieuvergunning moeten worden opgenomen dan de eisen die volgen uit de toepassing van ‘beste beschikbare technieken’ (BBT). Daarbij moet worden opgemerkt dat een beleidslijn zoals deze noodgedwongen een generieke benadering van de problematiek hanteert. Ook al komen in deze beleidslijn een aantal bijzondere gevallen aan de orde, het is onmogelijk om met alle in de praktijk voorkomende situaties rekening te houden. Het bevoegd gezag dient daarom ook steeds op basis van de concrete omstandigheden in de vergunning te motiveren waarom in de betreffende situatie met BBT kan worden volstaan dan wel waarom strengere emissie-eisen noodzakelijk zijn. Daarbij kan uiteraard nuttig gebruik worden gemaakt van de argumentatie die in deze beleidslijn wordt gehanteerd. De beleidslijn heeft alleen betrekking op veehouderijen die onder de werkingssfeer vallen van de IPPC-richtlijn (RIE).
Ten aanzien van uitbreiding van een IPPC-veehouderij (meer dan 40.000 stuks pluimvee) geldt de volgende beleidslijn: •
Bij uitbreiding kan worden volstaan met toepassing van BBT zolang de emissie niet meer bedraagt dan 5.000 kg ammoniak per jaar;
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
9
•
Bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding bij toepassing van BBT meer dan 5.000 kg, dan dient boven het meerdere een extra reductie ten opzichte van BBT te worden gerealiseerd. De hoogte daarvan hangt af van de uitgangssituatie (de mate waarin BBT de ammoniakemissie reduceert) en de beschikbaarheid van verdergaande technieken in de betreffende diercategorie;
•
Bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding met toepassing van BBT (tot 5.000 kg) en verdergaande technieken dan BBT (vanaf 5.000 kg) daarna nog meer dan 10.000 kg, dan dient boven het meerdere een reductie van circa 85% te worden gerealiseerd.
In de Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing is voor de diercategorie “(groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (< 19 weken) (E3, Rav.)”, opgenomen dat de traditionele huisvesting (E 3.100) gezien moet worden als BBT. In de gewenste situatie worden de nieuwe stallen uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem (E 3.7, Rav. BWL 2011.13.V5). De reeds bestaande stal wordt eveneens uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem (E 3.3, Rav. BWL 2005.10V6). Daarnaast is in gewenste situatie, ten opzichte van de reeds vergunde / bestaande situatie, sprake van een afname van de ammoniakemissie. De gewenste bedrijfsopzet voldoet hierdoor aan de IPPC-richtlijn (RIE) en de Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij.
8.
MER-BESLUIT
In het Besluit milieueffectrapportage (hierna Besluit MER) is in onderdeel C van de bijlage onder categorie 14 opgenomen wanneer voor de activiteit het fokken, mesten of houden van dieren een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport geldt. Dit is het geval bij het oprichten en/ of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie met meer dan: • 85.000 stuks mesthoenders (Rav. cat. E 3 t/m 5) Verder is in onderdeel D van de bijlage van het Besluit MER onder categorie 14 opgenomen dat, in de aangegeven situaties, een milieueffectrapport moet worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt voor het oprichten en/ of uitbreiden en / of wijzigen van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met meer dan: • 40.000 stuks pluimvee (Rav. cat. E, F, G en J) In de huidige aanvraag is er sprake van het uitbreiden en wijzigen van een installatie, zoals bedoeld in het Besluit MER. In de huidige aanvraag is er sprake van het uitbreiden en wijzigen van een installatie, zoals bedoeld in het Besluit MER. In de aangevraagde situatie worden de, in het onderdeel C van bijlage van het Besluit MER genoemde dieraantallen niet overschreden (84.990 nieuwe plaatsen voor vleeskuikenouderdieren in opfok in 3 nieuwe stallen). Hierdoor geldt voor het bedrijf geen directe MER-plicht.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
10
Op grond van het Besluit MER d.d. 7 juli 2017 is een MER-beoordeling benodigd als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die boven de drempelwaarden liggen. Nu pluimvee (cat. 14) is vermeld op de D-lijst en er voor 59.000 dieren een nieuwe installatie (stal) wordt opgericht, is in onderhavige situatie een MER-beoordeling benodigd. Op 18 september 2019 is de benodigde aanmeldingsnotitie voor een MER-beoordeling ingediend. Het bevoegd gezag (gem. Hof van Twente // ODIJ) heeft op 12 december 2019 besloten dat voor de voorgenomen wijziging en uitbreiding van onderhavig bedrijf geen MER hoeft te worden opgesteld. Het besluit is toegevoegd als bijlage 4.
9.
LIGGING – OMGEVING
Het agrarisch bedrijf aan het Grondhuttenweg 14 ligt in het agrarisch buitengebied van Bentelo (gemeente Hof van Twente). Het omliggende gebied kan worden getypeerd als ‘agrarisch’ met verspreid liggende agrarisch bedrijven/veehouderijen en (burger-) woningen van derden / lintbebouwing langs de Grondhuttenweg. Het agrarisch bedrijf wordt goed ontsloten via het Grondhuttenweg. De ontsluiting vind dan ook via dit bestaande wegenstelsel plaats.
Het dichtstbijgelegen natuurgebied dat is aangewezen als “een zeer kwetsbaar natuurgebied” op grond van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is gelegen op circa 42 meter in westelijke richting. In onderstaande afbeelding is het voornoemde natuurgebied weergegeven.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
11
Figuur 1: kaartuitsnede zeer kwetsbare natuurgebieden Wet ammoniak en veehouderij (bron Atlas van Overijssel)
Het dichtstbijgelegen natuurgebied dat is aangewezen als “Natura 2000” en als zodanig valt onder beschermende werkingssfeer van Wet natuurbescherming is het “Buurserzand & Haaksbergerveen”. Dit gebied is gelegen op ruim 7,5 kilometer in zuidoostelijke richting. In onderstaande afbeelding is het voornoemde natuurgebied weergegeven.
Figuur 2: kaartuitsnede ligging t.o.v. Natura-2000 gebieden (bron Atlas van Overijssel)
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
12
Onderhavige locatie is niet gelegen in een gebied gelegen dat door de provincie Overijssel is aangewezen als “stiltegebied” en/of “grondwaterbeschermings-gebied”.
10.
BESTEMMINGSPLAN
De bedrijfslocatie aan de Grondhuttenweg 14 te Bentelo heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch ‘. Verder is er de dubbelbestemming “Archeologische verwachtingswaarde 1” en gebiedsaanduidingen “Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied” en “vrijwaringszone- radar” toegekend. De omliggende landbouwgronden hebben tevens deze aanduidingen meegekregen. Een digitale kaartuitsnede van de plankaart is in onderstaand figuur opgenomen.
De drie nieuwe pluimveestallen zijn beoogd binnen het huidige geldende bouwvlak. Destijds is aan dit bouwvlak, vanwege de ligging in “extensiveringgebied” (i.h.k.v. het Reconstructieplan) een maximaal toegestaan bebouwd oppervlak opgenomen. De reconstructiezonering maakt inmiddels geen deel meer uit van het beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie van Overijssel. Het huidige beleid biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van bestaande agrarische bedrijven, mist er winst wordt geboekt op gebied van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit. De gemeente geeft hierin aan dat: het plan moet leiden tot minder ammoniakdepositie (kwaliteitswinst) voor het aangrenzend natuurgebied; er voor de omliggende woningen sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat; er een goede landschappelijke inpassing plaatsvindt. Het beoogde plan voor de nieuwbouw voldoet aan deze voorwaarden en op basis hiervan heeft het college van B&W van Hof van Twente in principe besloten om medewerking te verlenen aan het beoogde (bouw)plan.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
13
12.
BEOORDELING GEUR
Onderhavige veehouderij ligt in het buitengebied ten westen van Bentelo (gemeente Hof van Twente). Het bedrijf is hierdoor gelegen in een zogenaamd “concentratiegebied”. De Wet geurhinder en veehouderij en de bijbehorende regeling zijn maatgevend bij de beoordeling van de geurhinder afkomstig van onderhavige veehouderij. 12a. Diercategoriën met omrekeningsfactoren De Wet geurhinder en veehouderij maakt onderscheidt tussen dieren met en zonder geuremissiefactoren. Voor dieren zonder geuremissiefactoren gelden vaste afstanden, die moeten worden aangehouden tot geurgevoelige objecten. Voor dieren met omrekeningsfactoren wordt door middel van het verspreidingsmodel “V-Stacks2020” de geuremissie uit de veehouderij omgerekend naar geurbelasting op de geurgevoelige objecten in de omgeving van de veehouderij. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij bedraagt de normstelling ter plaatse van een woning van derden in het buitengebied (in een concentratiegebied) 14 OUE/m3. In de gewenste situatie worden de stallen, anders dan in de bestaande situatie, mechanisch geventileerd. In de gewenst situatie bedraagt de geurbelasting ter plaatse van de omliggende woningen als volgt:
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
14
Uitgangspunten berekening V-stacks:
•
Stal 1 / 2 / 3 (28.330 opfok / 5.099 OU) o Mechanische ventilatie ▪ Nokventilatoren => 0,8 m o Gemiddelde gebouwhoogte: 5,4 m o Hoogte uitstootpunt: 8,9 m. o Uittreedsnelheid: 4,0 m/s (standaard bij mechanische nokventilatie met meerdere ventilatoren)
•
Stal 4 (7.140 opfok / 1.285 OU) o Mechanische ventilatie ▪ Nokventilatoren => o o o
0,5 m.
• Nokventilatoren met regenkap Gemiddelde gebouwhoogte: 4,4 m Hoogte uitstootpunt: 7,2 m. Uittreedsnelheid: 0,4 m/s (standaard bij mechanische nokventilatie horizontale uitstroom a.g.v. regenkap)
In de gewenste situatie met vervangende nieuwbouw en een uitbreiding van het dieraantal, wordt ter hoogte van de verschillende geurgevoelige objecten ruimschoots voldaan aan de wettelijke geurnormen.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
15
Ten aanzien van bovenstaande kan nog worden opgemerkt, dat ten aanzien van de omliggende agrarisch bedrijfswoningen van derden een afstand van 50 meter in acht moet worden genomen. Aan deze afstandseis ten opzichte van omliggende agrarische bedrijfswoningen van derden (o.a. Grondhuttenweg 9) kan ruimschoots worden voldaan.
12b. Diercategoriën met vaste afstanden Volgens de normen van de genoemde wet en regeling dienen voor het houden van het rundvee (zoogkoeien) de volgende minimale afstanden in acht te worden genomen. Categorieën
Afstanden in acht te nemen
Werkelijke afstanden
Woning in de bebouwde kom
100 meter
>> 100 meter → niet binnen invloedssfeer gelegen
Woning buiten de bebouwde kom
50 meter
Ca. 200 meter → woning Gorsveldweg 19b
Woning behorende bij veehouderij
50 meter
Ca. 90 meter → bedrijfswoning Grondhuttenweg 9
12c.
Gevelafstanden
Volgens de Wet geurhinder en veehouderij geldt een minimaal in acht te nemen afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van een stal waarin dieren worden gehouden en de gevel van het dichtstbijzijnde voor geurgevoelige object. Deze afstanden zien er als volgt uit: Categorieën
Afstand in acht te nemen
Woning in de bebouwde kom
50 meter
Woning buiten de bebouwde kom
25 meter
Woning behorende bij veehouderij
25 meter
Werkelijke afstanden Ca. 1.500 meter ➔ woningen kom Bentelo Ca. 170 meter ➔ Gorsveldweg 19b Ca. 90 meter ➔ Grondhuttenweg 9
Conclusie: Aan het gestelde in de Wet geurhinder wordt (ruimschoots) voldaan.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
16
13.
BEOORDELING AMMONIAK
13a. Wet ammoniak en veehouderij Het dichtstbijgelegen natuurgebied dat is aangewezen als “een zeer kwetsbaar natuurgebied” op grond van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is gelegen op 42 meter in westelijke richting. Binnen 250 meter van onderhavige inrichting bevindt zich derhalve een “zeer kwetsbaar natuurgebied”. De Wet ammoniak en veehouderij is hierdoor direct op onderhavige inrichting van toepassing. In deze wet is geregeld dat (art. 6 Wav): “een omgevingsvergunning voor het veranderen van een veehouderij wordt geweigerd, indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van een of meer diercategorieën en een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in een zeer kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied.” In artikel 7 Wav is geregeld dat, in afwijking van artikel 6 Wav de omgevingsvergunning niet wordt geweigerd, voor zover: a. de ammoniakemissie uit de dierverblijven na de uitbreiding niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie die de veehouderij voorafgaand aan de uitbreiding; 1. zou mogen veroorzaken indien de emissie per dierplaats gelijk zou zijn aan de maximale emissiewaarde.
Voor de dierverblijven binnen de huidige veehouderij (opgericht voor 1 jul 2015) geldt de maximale emissiewaarde zoals opgenomen in kolom A van Bijlage 1, zoals opgenomen in artikel 5 Besluit emissiearme huisvesting landbouwhuisdieren. In kolom A is voor de diercategorie (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (jonger dan 19 weken) geen maximale emissiefactor opgenomen. Daarmee geldt als maximale emissiewaarde, de emissiefactor zoals deze wordt toegepast bij “overige huisvesting, zoals vergund in 1986/2009. Zodoende geldt in het kader van artikel 7 Wav, dat de ammoniakemissie in een nieuw gevraagde situatie, bij een uitbreiding van het aantal dieren, niet meer mag bedragen dan vergund in 1986/ 2009. Toen was de vergunde ammoniakemissie 12.750 kg. De ammoniakemissie in de thans gewenste situatie bedraagt 12.748,7 kg en ligt daarmee onder de geldende drempelwaarde. Met inachtneming van het bovenstaande vormt de ammoniakemissie afkomstig van onderhavige veehouderij, gelet op het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij, dan ook geen belemmering om de gewenste bedrijfsopzet te realiseren. In de gewenste situatie is er, door het toepassen van een emissiearm huisvestingssysteem in de nieuwe stallen, sprake van een ruime afname van de ammoniakemissie (-848 kg) ten opzichte van de ammoniakemissie in de vergunde situatie / huidige bedrijfsopzet.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
17
13b. Directe ammoniakschade Er zijn in de directe omgeving van de inrichting, voor zover bekend, geen voor ammoniak gevoelige land- en / of tuinbouwgewassen gelegen. Er is derhalve geen reden om aan te nemen dat, op dergelijke gewassen, directe schade als gevolg van de uitgestoten ammoniak zal plaatsvinden. Aan het gestelde in de Brochure Stallucht en Planten (1981) wordt dan ook voldaan.
13c. Vogel- en Habitatrichtlijn / Wet natuurbescherming In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de Wet natuurbescherming. Het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Overijssel is het bevoegd gezag ten aanzien van de Wet Natuurbescherming (WNB). In 2001 is door het toenmalige Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor de huidige bedrijfsopzet een vergunning verleend voor een totale ammoniakemissie van 12.750,0 kg. Deze vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming is gebaseerd op / verleend conform de destijds geldende Hinderwetvergunning uit 1986 (51.000 opfokdieren). In de gewenste situatie is er ten opzichte van deze vergunde / vigerende situatie sprake van een ruime afname van de ammoniakemissie, van 12.750,0 kg in de vergunde situatie (onherroepelijke Wnbvergunning 2001) en 11.900,7 kg in de gewenste situatie (-848 kg). De beoogde bedrijfsopzet heeft naar verwachting derhalve geen significant negatieve effecten ter plaatse van de omliggende Natura 2000 gebieden. Ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet wordt hier toe gelijktijdig een verzoek om VVGB ingediend.
Uit dit verzoek en bijbehorende Aerius-berekeningen blijkt het volgende: • De hoogste projectbijdrage vindt plaats op het gebied ‘Buurserzand en Haaksbergerveen’; • De totale bijdrage in de gewenste situatie bedraagt 1,72 mol/ha/jaar; • Afname ammoniakemissie en -depositie in gewenste situatie t.o.v. vergunde situatie / referentie • Ter plaatse van alle relevante / omliggende Natura2000 gebieden is in de gewenste situatie geen sprake van een toename van de ammoniakdepositie.
13d. Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen Op 25 juni 2015 is het Besluit emissiearme huisvesting gepubliceerd in het Staatsblad (2015, nr. 317). Op 1 augustus 2015 is dit besluit formeel in werking getreden In het besluit huisvesting is aangegeven dat de ammoniakemissie uit huisvestingssystemen niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende maximale emissiewaarde. Voor (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (jonger dan 19 weken) zijn in tabel 1 van het Besluit ammoniak emissiehuisvesting veehouderij maximale emissiewaarden opgenomen van 0,183 kg voor huisvesting in nieuwe stallen (vanaf 1/1/2015). Voor bestaande stallen (stal 4) is geen maximale emissiewaarde opgenomen. Hier geldt een maximale emissiewaarde van 0,250 kg per dier.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
18
In de gewenste bedrijfsopzet worden de 3 nieuwe stallen (1 / 2 / 3) uitgevoerd met een emissiearm huisvestingssysteem, met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging van de strooisellaag (BWL 2011.13.V5) toegepast. Dit huisvestingssysteem heeft een ammoniakemissiefactor van 0,129 kg NH3 per dierplaats en voldoet hierdoor aan alle geldende normstelling. De reeds bestaande stal wordt eveneens uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem (E 3.3, Rav. BWL 2005.10V6). Dit huisvestingssysteem heeft een ammoniakemissiefactor van 0,114 kg NH3 per dierplaats en voldoet hierdoor eveneens aan de geldende normstelling. De beoogde wijze van huisvesting kan derhalve worden beschouwd als BBT(+). De gevraagde situatie voldoet hierdoor aan het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij en de Besluit Huisvesting / BBT.
14.
FIJN STOF (PM10 EN PM2.5)
Binnen de inrichting kan stof vrijkomen bij met name het afleveren van veevoeder en door het ventileren van de stallen. Door tijdens het afvullen van de voersilo’s gebruik te maken van een soort doekfilter, zal de stofemissie bij deze activiteit gering zijn. De Wet luchtkwaliteit (opgenomen in de Wm) stelt grenswaarden voor de concentratie van fijn stof ter hoogte van beoordelingslocaties (woningen van derden). De vervangende nieuwbouw van de gewenste stallen (1 / 2 / 3) valt onder artikel 7 (lid 1) van het Besluit emissiearme huisvesting landbouwhuisdieren. Op grond hiervan bedraagt voor de diercategorie (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (jonger dan 19 weken) de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (als bedoeld in artikel 7) van 16 gram PM10 per dierplaats per jaar mag. In de nu beoogde bedrijfsopzet wordt in de drie nieuwe stalruimtes een droogfiltersysteem (BWL 2010.29.V2) // cat. E 7.4 toegepast. Dit systeem voldoet met betrekking tot de emissiewaarde voor zwevende deeltjes aan het gestelde in het Besluit emissiearme huisvesting landbouwhuisdieren (reductie 40% = 13,8 gram PM10 per dier per jaar). Op het gebied van de genoemde additionele technieken voor het reduceren van de fijnstofemissie, vinden er thans vele ontwikkelingen plaats.
Daar zitten reductiesystemen tussen, die veelbelovend zijn voor wat betreft reductierendement, maar ook qua werking en onderhoud. Initiatiefnemer volgt deze ontwikkeling op de voet en zodra deze systemen worden opgenomen in de Rav en de reductie-factor voldoet, bestaat de mogelijkheid dat wordt overgestapt op één van deze (verbeterde) systemen. Stal 1 / 2 / 3: - 3.160 m2 - 28.330 dieren // 9 dieren per m2 - Ventilatiebehoefte = 3,6 m3 / per kg lichaamsgewicht (Klimaatplatform) - Benodigd => 28.330 x 2,3 x 3,6 => 234.572 m3 per uur - Aanwezig => 20 ventilatoren á 18.000 m3 / uur = 360.000 m3/uur
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
19
Uitvoering / dimensionering luchtfilterunit BWL 2010.29V2: • Unit onder alle individuele ventilatoren • Max. 18.000 m3 per uur • Oppervlakte aanstroom filterunit => 7 m2 • Luchtsnelheid aanstroomsnelheid filter => 18.000 / 3.600 / 7 = 0,71 m/sec. • Waarde ligt tussen 0,5 en 1,0 m/sec • Ventilatiecapaciteit per m2 aanstroomoppervlakte = 18.000 / 7 = 2.571 m3/h • Waarde ligt tussen 1.800 en 3.600 m3/h Aan de gestelde voorwaarden in de systeembeschrijving BWL 2010.29V2 wordt derhalve voldaan.
Fijn stof (PM10) Om de uitstoot van met name fijn stof inzichtelijk te maken zijn, conform de gestelde eisen uit de Wet luchtkwaliteit, representatieve beoordelingspunten gesitueerd ter plaatse van woningen van derden. Deze emissie van fijn stof kan, gelet op het gestelde in de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (Rbl), op basis van de meest recente inzichten, worden berekend met behulp van het rekenprogramma + verspreidingsmodel ISL3a (versie 2018). In de Wet luchtkwaliteit is voor fijn stof (PM10) een grenswaarde van 40 ug/m3 (jaargemiddelde) opgenomen. De daggemiddelde grenswaarde (50 ug/m3) mag in principe op basis van het genoemde regelgeving maximaal 35 dagen per jaar worden overschreden. Verspreidingsmodel ISL3a(2020) Uit de resultaten van de berekening ISL3a2020 blijkt, dat in de gewenste situatie /bedrijfsopzet ter plaatse van de maatgevende woningen de jaargemiddelde concentratie alsmede het aantal overschrijdingsdagen als volgt bedraagt:
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
20
In deze berekening zijn de uitgangspunten / invoerwaarden gehanteerd, zoals deze ook zijn toegepast in de berekening van de geurhinder (V-stacks Vergunning). Uit de berekeningen blijkt dat in de gewenste situatie ruimschoots wordt voldaan aan de geldende normstelling /grenswaarden (40 ug/m3 + 35 overschrijdingsdagen). De uitdraai van deze berekening is als bijlage 3 toegevoegd. De maximale (gecumuleerde) bijdrage bedraagt 18,09 μg/m3 en het aantal overschrijdingsdagen bedraagt 6,2. Gelet op voornoemde wordt voldaan aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit / Activiteitenbesluit en bestaat er, mede gelet op de geringe emissie en de achtergrondbelasting, geen verdere noodzaak voor een verdere toetsing en/of (cumulatieve) beoordeling. Fijn stof (PM2.5) De grenswaarde voor de jaargemiddelde PM2,5-concentratie is 25 μg/m3. Voor de PM2,5 is geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. De berekende PM10-concentraties op de verschillende beoordelingslocaties liggen, ook in de gewenste situatie allemaal lager dan 20 μg/m3. In deze PM10-concentratie zit het aandeel PM2,5-concentratie verdisconteerd. De PM2,5-concentratie is immers de kleine fractie van de berekende totale PM10-concentratie. De PM2,5-factor (gram per dier/ jaar) bij agrarische bronnen bedraagt (maximaal) slechts 20% van de PM10-factor.
Nu de berekende totale PM10-concentratie op alle beoordelingslocaties onder 20 μg/m3 ligt en de PM2,5-concentratie slechts een kleine fractie (max. 20%) van de berekende totale PM10-concentratie is, zal de totale PM2,5-concentratie ter hoogte van de beoordelingslocaties voor alle scenario’s aanmerkelijk lager dan 25 μg/m3 blijven. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de norm voor PM2,5.
Cumulatieve beoordeling De emissie van fijn stof PM10 bedraagt in de gewenste bedrijfsopzet meer dan 800 kg per jaar. Op grond van artikel 73 van de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit dient derhalve de emissie van fijn stof gedetailleerd cumulatief te worden getoetst. In onderhavige situatie wordt de drempelwaarde van de achtergrondconcentratie á 27 µg/m3 niet overschreden.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
21
Op grond van voornoemde dienen de relevante emissies afkomstig van veehouderijen van derden, die zijn gelegen binnen 500 meter van onderhavige pluimveehouderij en een jaarlijkse emissie veroorzaken van 800 kg per jaar of meer, te worden meegenomen. In onderhavige situatie bevinden zich binnen afstand van 500 meter van enig emissiepunt van de stallen geen veehouderijen van derden met een jaarlijkse emissie van > 800 kg per jaar. Op basis van bovenstaande is de ISL3a berekening van de gewenste bedrijfsopzet maatgevend en tevens bepalend voor de gedetailleerde cumulatieve toetsing / beoordeling. Nu individueel en cumulatief ruimschoots wordt voldaan aan de normstelling wordt voldaan aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit en Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit.
15.
GELUID
Ten aanzien van de geluidsproductie /-belasting wordt verwezen naar het rapport behorende bij het uitgevoerde akoestische onderzoek. Dit rapport is als bijlage 5 toegevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat in de gewenste bedrijfsopzet aan de geldende normstelling kan worden voldaan.
16.
ENERGIE
Binnen de veehouderij worden zoveel mogelijk energiebesparende maatregelen doorgevoerd. Hierbij kan worden gewezen op onder meer de volgende energiebesparende voorzieningen: • geïsoleerde stallen; • energiezuinige verlichting (HFTL’s of HD-NA / LED-verlichting / spaarlampen); • het toepassen van HR-ketels / heaters; • voor de ventilatie / klimaat wordt (gedeeltelijk) gebruik gemaakt van een weersafhankelijke regeling (klimaatcomputer). Daarnaast wordt voor de aansturing van de ventilatoren een frequentieregeling toegepast. Door het toepassen van deze maatregelen / voorzieningen wordt het energieverbruik zoveel mogelijk gereduceerd. Het energieverbruik wordt periodiek geregistreerd. Natuurlijke hulpbronnen Voor het houden van dieren (hier (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok) zijn onder andere energie, water en voer nodig. Energie is met name nodig voor verwarming, ventilatie en verlichting. Er worden diverse maatregelen ter beperking van het energieverbruik toegepast. Deze zijn in dit hoofdstuk uitvoerig beschreven en toegelicht (o.a. energiezuinige verlichting en ventilatie, en isolatie van stal).
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
22
Water wordt met name gebruikt als drinkwater voor de dieren en als reinigingswater van de stal. De maatregelen ter beperking van het waterverbruik zijn beschreven in het volgende hoofdstuk. Verdere besparing van het waterverbruik is binnen dit agrarisch bedrijf niet mogelijk. De benodigde grondstoffen voor het veevoer zijn niet bijzonder en/of schaars. Het gaat hier om gangbare gebruiksvormen in de sector. Binnen de veehouderij wordt alleen gebruik gemaakt van veevoeder / graan, dat voldoet aan de kwaliteitseisen (GMP-HACCP). Het veevoeder c.q. grondstoffen bevat in hoofdzaak natuurlijke componenten (graan, soja, mais etc.) en vindt plaats in hiervoor bestemde productbestendige bulksilo’s.
17.
WATER
17a.
Waterver(ge)bruik
Soort water
m3 per jaar
grondwater
5.000
17b.
Globaal gebruiksdoel
m3
Drinkwater + schoonmaakwerkzaamheden + privé
Bedrijfsafvalwater
Afvalwater
Afvalstof
Opvang /afvoer
Hemelwater
-
Bodem/sloot
Reinigen stallen
Stof-, voer- en mestresten
Opvangkelders
Bedrijfswoning
Afvalwater van huishoudelijke aard
Gemeentelijke riolering
18.
OPSLAG GROND- EN HULPSTOFFEN
18a.
Opslag hulpstoffen
Soort
Type opslag
Inhoud / Hoeveelheid
Zaagsel/ stro
Losgestort/ balen
20 ton
10
Water
6 tanks
1.000 ltr.
21
Medicijnen
Divers in afgesloten kast
3 x 50 l/kg
8
Reinigingsmiddelen
Cans (werkvoorraad)
3 x 120 l/kg
7
Dieselolie
Dubbelwandige tank
1 x 2.500 ltr.
9
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
Nummer op tekening
23
18b.
Opslag gas Niet van toepassing
18c.
Opslag overige stoffen
Soort
Type opslag
Inhoud / Hoeveelheid
Nummer op tekening
Veevoeder / graan
Silo’s (7 stuks)
7 x 20 ton
Silo 1
Zakgoed
5 ton
32
19.
AFVALSTOFFEN
19a.
Bedrijfsafvalstoffen
Soort afval
Wijze van opslag
Afvoerfrequentie
Inzamelaar / verwerker
Kadavers
Kadaverkoeling (nr. 5)
Op afroep
Rendac
Restafval
Container (nr. 11)
1 x per 2 weken
Gemeente
Papier
Gebundeld (nr. 13)
1 x per 2 maand
Vereniging/ gemeente
Plastic
Container (nr. 21)
1 x per 2 maand
gemeente
GFT
Container (nr. 23)
1 x per maand
gemeente
19b.
Gevaarlijke afvalstoffen
Soort afval
KCA
Hoeveelheid per jaar
Wijze van opslag
2 x 40 liter / kg
Chemobox (nr. 12)
Afvoerfrequentie
Inzamelaar / verwerker
1 x per jaar
Chemo-depot
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
24
20.
MEST
20a.
Opslag mest
Soort
Hoeveelheid
Afgedekt?
600 m3
Ja
Vaste mest in de stal
* De pluimveemest wordt na de opfokronde binnen max. 5 werkdagen uit de stallen / inrichting afgevoerd.
20b.
Afstanden tussen mestopslag en woningen van derden Afstand in meters
Afstand tussen opslag van dunne mest en woning van derden Afstand tussen opslag van vaste mest (in de stal) en een woning van derden
21.
➢ 100 meter
RUWVOER
Opslag ruwvoer t.b.v. rundvee => nr. 32-33
22.
Koelinstallatie
Type
Aantal
Koelmedium
Hoeveelheid koudemiddel
Capaciteit
Kadaverkoeling
1
R404A
1,5 kg
0,5 kW (nr. 5)
23.
BODEM
Activiteit • stallen / houden van vee • opslag spoelwater • spoelplaats • opslag ontsmettings- / reinigingsmiddelen
Maatregel vloeistofkerende / mesdichte vloeren opslag in mestdichte kelder vloeistofkerende vloer werkvoorraad in dichte kast
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
25
•
opslag medicijnen
werkvoorraad in dichte kast
•
opslag kadavers
tonnen in koeling op vloeistofkerende vloer
•
dieselolie noodstroomaggregaat
dicht reservoir / vloeistofkerende vloer
•
berging / werkplaats
vloeistofkerende vloer
•
opslag veevoeder
dichte productbestendige kunststof silo’s
• opslag dieselolie dubbelwandige tank Gelet op bovenstaande zijn voor alle bodembedreigende activiteiten voldoende maatregelen getroffen. Op grond van de Nederlandse Richtlijn Bodemrisico is er hierdoor sprake van een aanvaardbaar verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging (cat I).
24.
METINGEN EN REGISTRATIE leidingwaterverbruik grondstoffenverbruik afvalstoffen energieverbruik veebezetting mest en mineralenboekhouding keuringen / inspecties, o.a. brandblusmiddelen, heaters, etc.
25.
BRANDVEILIGHEID Brandblusmiddelen zijn aanwezig => de brandblusmiddelen zijn aangegeven op de plattegrondtekening
26.
OVERIGE VERGUNNINGEN EN/OF MELDINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN
26a.
Bouwvergunning Ja, deze wordt gelijktijdig aangevraagd met de aanvraag Wabo onderdeel milieu.
26b.
Sloopmelding Ja, deze wordt gelijktijdig met de aanvraag Wabo onderdeel milieu / bouw ingediend.
26c.
Waterwet Nee
26d.
Activiteitenbesluit Voorschriften voor Type C-inrichting zijn rechtstreeks van toepassing
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
26
27.
Gezondheids- en veiligheidsaspecten
Veevoeder Binnen de veehouderij wordt alleen gebruik gemaakt van veevoeder / grondstoffen, die voldoen aan de kwaliteitseisen (GMP-HACCP). Het veevoeder c.q. grondstoffen bevatten derhalve geen gevaarlijke componenten. De opslag van het veevoer vindt plaats in hiervoor bestemde productbestendige (bulk)silo’s. De opslag en toepassing van veevoeder / grondstoffen brengt dan ook geen ontoelaatbare risico’s met zich mee. Uitval stroom en brandveiligheid De stallen zijn voorzien van een alarminstallatie. Indien de omstandigheid zich voordoet dat de stroomvoorziening of ventilatie uitvalt, wordt de veehouder automatisch gewaarschuwd en wordt er een noodstroomaggregaat in werking worden gezet. Het noodstroomaggregaat kan voor het bedrijf tijdelijk de elektriciteitsbehoefte opvangen. Er wordt binnen het bedrijf alleen gebruik gemaakt worden van goedgekeurde installaties. Om de gevolgen van een eventuele brand te beperken zijn maatregelen getroffen in de vorm van het aanbrengen van brandblussers en brandwerende voorzieningen. De brandblussers worden jaarlijks gekeurd. Daarnaast zijn er in de bedrijfsgebouwen en stallen vluchtwegen aanwezig in verband met het mogelijk uitbreken van brand. Om storingen en calamiteiten te voorkomen wordt het ventilatiesysteem periodiek gecontroleerd door een erkend installatiebedrijf.
Bedrijfsongevallen Om bedrijfsongevallen te beperken worden diverse maatregelen getroffen. In het algemeen kan worden gesteld dat bij het gebruik van machines, tractoren, werktuigen, machines, ventilatiesysteem etc. specifieke voorschriften gelden die worden bijgeleverd en waarvan de veehouder dan wel het personeel kennis neemt voor gebruik. Bij het verplaatsen van grote groepen dieren en/of het verrichten van veterinaire handelingen wordt vrijwel altijd met meerdere personen tegelijk samengewerkt. Het risico op ongevallen wordt tevens verkleind door met deskundig personeel te werken. Vervoersverbod Het gevolg van vervoersverboden, als gevolg van bijvoorbeeld een uitbraak van Vogelgriep etc., is dat er geen aan- en afvoer van dieren plaats kan plaatsvinden op het bedrijf. Het mogelijke gevolg is dan ook dat de aanwezige dieren mogelijk voor langere tijd dan normaliter binnen de inrichting zullen verblijven. Door een ruime bedrijfsopzet en de relatieve grote leefoppervlakte van de dieren is de opvangcapaciteit van onderhavige veehouderij relatief groot. Bij een zeer lang aanhoudende periode van het niet kunnen afleveren van de dieren kan eventueel een noodopvang (noodhuisvesting) worden gerealiseerd. Feitelijke welzijnsproblemen zullen hierdoor bij de dieren niet ontstaan.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
27
Gezondheidsaspecten Binnen onderhavige veehouderij worden maatregelen getroffen om de risico’s op een uitbraak van dierziekten zoveel mogelijk te beperken. Om de risico’s op het bedrijf te beperken c.q. te voorkomen is het bedrijf zodanig opgezet, dat bezoekers niet direct in de stallen kunnen komen. Personen die de stallen willen bezoeken/betreden dienen zich te houden aan strikte hygiëneregels (o.a. gebruik van bedrijfskleding, een hygiënesluis, toepassen ontsmettingsmiddelen etc.). Binnen de pluimveehouderij aan het Grondhuttenweg 14 worden bedrijfsmatig alleen (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok (jonger dan 19 weken) gehouden. Hierdoor is er sprake van een gespecialiseerd pluimveebedrijf met slechts één diersoort. Op basis hiervan worden de risico’s op de verspreiding van dierziekten al in grote mate beperkt. Binnen de veehouderij worden de volgende maatregelen getroffen in het kader van de dier- en volksgezondheid en om de verspreiding van dierziektes te voorkomen: •
Binnen de veehouderij wordt bedrijfsmatig slechts één diersoort ((groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok) gehouden;
•
Professionele begeleiding door adviseurs, dierenarts en voerleverancier;
•
Er wordt per jaar een bedrijfsbehandelingsplan op het gebied van het gebruik van diergeneesmiddelen opgesteld in samenwerking met de begeleidende dierenarts;
•
De begeleidend dierenarts bezoekt periodiek het bedrijf;
•
Zeer beperkt / geen antibiotica gebruik;
•
De periodieke controle op de algehele gezondheidsstatus van het bedrijf;
•
Strikte hygiënemaatregelen;
•
Er is geen sprake van een vrij uitloop. De dieren worden inpandig gehouden;
•
De stalruimtes voldoen aan de modernste eisen en technische inzichten;
•
De gewenste bedrijfsopzet voldoet aan de geldende milieuwet- en regelgeving (o.a. tan aanzien van geur, luchtkwaliteit, ammoniak, geluid etc.).
28.
TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN Nee (afhankelijk van wet- en regelgeving)
29. •
NADERE GEGEVENS Ten aanzien van de aanwezige installaties, het elektrische vermogen en het vermogen van de verbrandingsmotoren wordt verwezen naar de plattegrondtekening.
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
28
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Plattegrondtekening inrichting (inclusief situatieschets) Beschrijving huisvestingssystemen Uitdraai ISL3a2020 Besluit MER beoordeling 12-12-2019 Rapport akoestisch onderzoek Beoordeling BBT
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
29
Bijlage 1:
Plattegrondtekening inrichting (inclusief situatieschets)
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
30
20-01-2022
Bijlage 2:
Beschrijving huisvestingssystemen
WABO milieu - Pluimveebedrijf Bentelo B.V., Grondhuttenweg 14 Bentelo
31
Rav-nummer
BWL 2005.10.V6
Naam systeem
Stal met mixluchtventilatie
Diercategorie
(Groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok ( E 3.3) en vleeskuikens (E 5.6)
Systeembeschrijving van
Juli 2018
Vervangt
BWL 2005.10.V5 van November 2017
Werkingsprincipe
Ammoniakemissiebeperking is gebaseerd op het drogen van de meststrooisellaag door middel van een mixlucht ventilatiesysteem. Door mixluchtventilatoren wordt de warme lucht uit de nok van de stal in horizontale richting over het strooisel geblazen. Het effect hiervan is 1 een oppervlaktedroging van het strooisel (snel indrogen verse mest) .
DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM; BOUWKUNDIG
1
Onderdeel
Uitvoeringseis
Vloeruitvoering
de totale vloerconstructie moet een isolatiewaarde (Rc-waarde) hebben van minimaal 2,0
DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM; TECHNISCHE VOORZIENINGEN Onderdeel
Uitvoeringseis
2
Huisvestingsvorm
volledig strooiselvloer
3
Drinkwater
drinkwatervoorziening voorzien van antimorssysteem
4a
Mixluchtsysteem
kokers met een regelbare ventilator
4b
kokers verticaal opgehangen in tenminste twee rijen in lengterichting van de stal, waarbij de kokers in dwarsrichting van de stal niet op één lijn zijn geplaatst; binnen de stal is sprake van een evenredige verdeling
4c
een bestreken vloeroppervlak van maximaal 150 m² per koker
4d
de uitblaasopening (onderkant) van de koker is zodanig uitgevoerd dat de lucht over het strooiseloppervlak wordt geblazen; uitvoering volgens opgave leverancier
5
Registratieapparatuur
2
de volgende registratieapparatuur dient aanwezig te zijn: - apparatuur voor het registreren van het aanstaan van de mixluchtventilatoren (urenteller, kWh-meter, toerenteller of meetventilator); - apparatuur voor registreren van de instellingen van de regeling van de mixluchtventilatoren
1 Voor het mixluchtventilatiesysteem is octrooi aangevraagd onder nummer 1023266. 2 Het bestreken vloeroppervlak per koker is afhankelijk van het debiet van de mixluchtkoker. Voor een goede werking dient te worden voldaan aan een bereik van maximaal 150 m² per koker.
HET GEBRUIK VAN HET SYSTEEM Onderdeel
Gebruikseis
a
Leefoppervlak
Bij (groot-) ouderdieren van vleeskuikens in opfok: minimaal 900 cm² en maximaal 1.200 cm² per dier bij opzet (8,3 - 11,1 dieren per m²)
b
Capaciteit mixluchtventilatie
te installeren debiet is 1,8 m³ per dier per uur bij een tegendruk van O Pa
c
Luchtstroming mixluchtventilatie
de lucht uit het bovenste deel van de stal wordt via de kokers naar beneden geleid en vervolgens over het strooiseloppervlak geblazen
d
Afstand tussen vloer en onderzijde koker
maximaal 120 cm
e
Instelling mixluchtventilatoren
voor de in te stellen capaciteit van de mixluchtventilatoren wordt het volgende schema aangehouden: - dag 0 en dag 1, geen mixluchtventilatie; voor vleeskuikens: - vanaf dag 1, geleidelijke toename capaciteit, oplopend van 10 % van het 5 maximum naar 100 % op dag 40
3
4
- voor vleeskuikenouderdieren in opfok:vanaf dag 1, geleidelijke toename capaciteit, oplopend van 10 % van het maximum naar 100 % op dag 5 130 f
Registratie
ten behoeve van een controle op de werking van het mixluchtsysteem moeten de volgende gegevens automatisch worden geregistreerd: - het aan staan van de mixluchtventilatoren; - de instelling van de capaciteit van de mixluchtventilatoren van de geregistreerde waarden moet tijdens de controle een uitdraai van huidige en de vorige productieronde opvraagbaar zijn
Emissiefactor
- (Groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok: 0,114 kg NH3 per dierplaats per jaar - Vleeskuikens (inclusief scharrel en biologisch): 0,031 kg NH3 per dierplaats per jaar
Verwijzing meetrapport
rapport ECN-C-05-053 en rapport ECN-C-05-079 (www.ecn.nl) Actualisering ammoniak emissiefactoren pluimvee; Advies voor aanpassing van ammoniak emissiefactoren van pluimvee in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Wageningen Livestock Research, Rapport 1015.
3 Door de aanwezigheid van een verdeelplaat onderin de koker treedt weerstand op bij het blazen van lucht uit de koker. De hoeveelheid lucht die bij de maximale stand uit de koker wordt geblazen is daardoor lager. Tijdens de metingen (bij vleeskuikens) bedroeg de werkelijke capaciteit ongeveer 0,6 m³ per dier per uur. 4 Het betreft hier de lucht onder het dak / de nok van de stal. De lucht is aldaar warmer dan elders in de stal. 5 Indien noodzakelijk kan tijdens korte perioden worden afgeweken van deze instellingen (bijvoorbeeld tijdens ziekten). De reden van afwijking dient te worden geregistreerd in een logboek.
NAAM: STAL MET MIXLUCHTVENTILATIE VOOR (GROOT-) OUDERDIEREN VAN VLEESKUIKENS IN OPFOK EN VLEESKUIKENS
NUMMER: BWL2005.10.V6 SYSTEEMBESCHRIJVING VAN JULI 2018
Nummer systeem
BWL 2010.29.V2
Naam systeem
Droogfilterwand of -unit; 40% emissiereductie fijnstof (PM10)
Diercategorie
Additionele technieken voor emissiereductie van fijn stof bij de diercategorieën E (E 7.4), F (F 6.3) en G (G 4.2).
Systeembeschrijving van November 2017 Vervangt
BWL 2010.29.V1 van Juni 2016
Werkingsprincipe
De emissie van fijnstof (PM10) wordt beperkt door de ventilatielucht door een V-vormige kunststofwand met openingen te voeren. Het systeem bestaat uit een dubbelwandig filter waartussen stofdeeltjes d.m.v. inertiedepositie worden afgescheiden en door gravitatie ophopen onder het filter. Het stof aan en onder het filter wordt m.b.v. een industriële stofzuiger verwijderd.
DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM
1a
Onderdeel
Uitvoeringseis
Droogfilter (zie afbeeldingen a. en b.)
Het filter bestaat uit verticale kanalen, gevormd uit twee kunststof (30% Polyethyleen, 70% Polypropyleen) folies die in een V-vorm zijn gevouwen. De folies zijn zodanig tegen elkaar geplaatst dat tussen beide wanden een van boven af gezien pijlpuntvormige ruimte ontstaat. De diepte van deze ruimte in het filter bedraagt 35 mm, gemeten langs de centrale as van de pijlpunt.
1b
Aan beide zijden van de verticale kanalen zijn openingen in de folies aanwezig, voor het in- en uitstromen van de ventilatielucht. De diameter van de openingen in het filter bedraagt 25 mm. De verticale harthartafstand tussen de openingen in dezelfde zijde bedraagt 50 mm.
1c
In elk folie zitten 300 openingen/m .
1d
Het middelpunt van de instroomopeningen in het eerste folie zit links van het midden van de pijlbasis, zodanig dat de doorstromende lucht tegen het centrum van het linkerdeel van de tweede folie botst.
1e
De uitstroomopeningen in het tweede folie zijn aan de uiterst rechterzijde van de pijlvorm geplaatst.
1f
In het verticale vlak verspringen de hoogtes van de in- en uitstroomopeningen ten opzichte van elkaar (waardoor de instromende lucht zowel in het horizontale als het verticale vlak een afbuigende beweging moet maken om naar buiten te treden). De verticale hart-hartafstand tussen de instroomopeningen in het eerste en de uitstroomopeningen in het tweede folie bedraagt 25 mm.
2a
2
Uitvoering met filterwand
Het filter is geplaatst in een raamwerk waarmee een filterwand wordt opgebouwd. Deze wanden worden in een V-vorm opgesteld.
2b
De droogfilterwand wordt opgesteld tussen stalruimte en ventilator(en). Stallucht wordt d.m.v. onderdruk door het filter gevoerd (zie afbeeldingen c).
2c
De hoek tussen de droogfilterwand en de luchtstroomrichting bedraagt minimaal 22º (zie afbeelding d).
2d
De oppervlakte van (delen van) het filter is afgestemd op de capaciteit van de ventilator(en) die lucht aanzuigen door dat deel van de wand, zodat wordt voldaan aan de eisen hierna gesteld t.a.v. de snelheid in de aanstroomoppervlak (zie eis 3a).