CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

14. TVW Hof van Twente - Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 14: Warmtetransitievisie gemeente Hof van Twente6.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4.3

Bijlagen Transitievisie Warmte 2021 Hof van Twente

Inhoudsopgave

2

Bijlage A Begrippenlijst

3

Bijlage B Overzicht financieringsinstrumenten

6

Bijlage C Transitiepaden naar aardgasvrije verwarming

7

Bijlage D Modelanalyses

10

Bijlage E Kengetallenoverzicht

13

Bijlage A Begrippenlijst

3

Term

Toelichting

Aardgasvrij

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. De term aardgasvrij betekent niet altijd gasloos, er kan hernieuwbaar gas worden toegepast.

Afleverset

Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt.

All-electric

Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp).

Aquathermie

Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet.

(CBS) Buurt

Onderdeel van een gemeente, dat op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen is afgebakend. In de vergelijkende analyse die voor deze TVW gedaan is, hanteert ieder model als definitie van buurten de zogenaamde CBS-buurtgrenzen. Deze CBS-buurtgrenzen zijn nuttig omdat elk model dezelfde afbakening gebruikt, waarmee de vergelijkende analyse goed uitgevoerd kan worden. Maar deze grenzen hoeven niet altijd in lijn te zijn met wat door inwoners als logische grenzen gezien wordt, of wat logisch is om als grens te hanteren voor een mogelijke vervolgstap zoals een isolatie-actie binnen een gebied. Deze CBS-grenzen zijn dan ook niet leidend geweest in het bepalen van acties voor het vervolg na deze TVW voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente.

Geothermie

Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten.

Duurzaam gas

Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.

Hoge temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.

Hybride warmteoplossing

Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een HR-ketel op gas

Lage temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.

4

Term

Toelichting

Laagste maatschappelijke kosten

De laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers, dus kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van warmte. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen.

Lokale bronnetten

Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de Warmte-Koudeopslag (WKO).

Middentemperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 °C tot 70 °C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.

Omgevingswet

De Omgevingswet gaat op 1 juli 2022 in werking en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Het biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming.

Transitiekaart

De transitiekaart is een visuele weergave van de uitkomsten in de TVW. In deze kaart is voor elke wijk/dorp een oplossingsrichting richting aardgasvrij opgenomen.

Regionale Energiestrategie (RES)

In de RES onderzoeken 30 Nederlandse energieregio’s hun vraag naar warmte en elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.

Restwarmte

Warmte die vrijkomt bij industriële processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten.

Transitievisie Warmte (TVW)

Document op gemeenteniveau waarin het tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmteoptie.

Transitiepad

In een transitiepad schetsen we per wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Die route bevat zowel een fasering als tussenstappen. Het transitiepad beschrijft ook wat voor soort aanpak erbij hoort, zoals een wijkgerichte aanpak of een doelgroepgerichte aanpak.

Warmtenet

Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben (zie lage, midden en hoge temperatuur verwarming).

Warmteoptie

De beoogde infrastructuur voor warmtelevering zonder aardgas per buurt

5

Term

Toelichting

Warmtepomp

Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur met behulp van een elektrische pomp en staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.

Werkgroep

De gemeente Hof van Twente heeft met een werkgroep bestaande uit verschillende in de gemeente actieve stakeholders samengewerkt om te komen tot deze TVW.

Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW)

Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing.

Woningequivalent (WEQ)

Een woningequivalent is een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien.

bijvoorbeeld om het inregelen van de cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrips of het plaatsen van led-lampen. Daarnaast gebruikt de gemeente de regeling om advies te geven aan huiseigenaren over energiebesparende maatregelen, zoals dak-, raam- of gevelisolatie.

Bijlage B Overzicht financieringsinstrumenten In deze bijlage volgt een overzicht van subsidies en leningen die vanuit het Rijk en de provincie beschikbaar zijn gesteld, of nog steeds beschikbaar zijn.

•

Voor VvE’s is er subsidie beschikbaar voor een energieadvies en eventueel procesbegeleiding en een energieadvies in combinatie met Meer Jaren Onderhoudsplan en eventueel procesbegeleiding.

Subsidies

•

De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor het aansluiting van huurwoningen op een extern warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet.

•

SDE++-regeling voor collectieve installaties en exploitatie warmtebron voor collectieve installaties, waaronder Thermisch Energie uit Oppervlaktewater en Afvalwater (TEO en TEA)

•

•

•

•

•

BZK-proeftuinen aardgasvrij: het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft een subsidieregeling voor aardgasvrije proeftuinen om in de eerste aardgasvrije wijken de onrendabele top (verschil maatschappelijke kosten ten opzichte van aardgas) te verkleinen en lessen voor de uitvoering op te doen. Er zijn begin 2021 twee rondes geweest, waarin 48 wijken subsidie hebben gekregen. Deze maand eindigt de derde ronde waarin de focus lag op isolatie en hybride. Het is op het moment van schrijven nog niet bekend hoeveel wijken zijn geselecteerd. Subsidies van o.a. de provincie en Europa kunnen ondersteuning bieden in de vorm van procesgeld of projectgeld. Voorbeelden zijn Subsidie warmtetransitie gebouwde omgeving op wijkniveau2 en ELENA. Op regionaal niveau worden kansen verkend en inschrijvingen gecoördineerd. Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE): Particuliere huishoudens en zakelijke gebruikers (waaronder VvE’s) die zelf duurzame energie willen opwekken kunnen subsidie aanvragen. Het mag gebruikt worden voor zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pellet kachels. De subsidie is afhankelijk van de gekozen maatregel. Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH): Woningeigenaren kunnen een subsidie aanvragen bij RVO wanneer zij minimaal twee energiebesparende isolatiemaatregelen laten uitvoeren.

Regeling Reductie Energiegebruik (RRE): Met de RRE zet de gemeente projecten op om huiseigenaren te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis. Daarbij gaat het

Leningen •

Warmtefonds: biedt energiebespaarleningen tegen lage rent voor particuliere woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen. De lening is aan te vragen via www.energiebespaarlening.nl

•

Hypothecaire leningen: deze zijn rendabel vanaf €15.000,vanwege de bijbehorende administratie- en advieskosten. Bij het kopen van een nieuwe woning, kan bovendien tot €9.000,- extra gefinancierd worden voor verduurzamingsmaatregelen.

•

Overige duurzaamheidsleningen: verschillende Nederlandse banken bieden duurzaamheidsleningen aan.

Overig •

Collectieve inkoop acties (o.a. via het Duurzaam Bouwloket) zorgen voor lagere investeringskosten per maatregel, zoals isolatie en zonnepanelen.

•

Salderingsregeling voor zonnepanelen: De salderingsregeling blijft tot 1 januari 2023 zoals hij nu is. Daarna bouwt de overheid de regeling geleidelijk af. In 2031 stopt hij helemaal.

Mediane

Gasverbruik

Warmtevraag

Aantal

woning-

temp.

ruimte-

woningen1

oppervlakte2

gecorrigeerd3

verwarming

m2 go/woning

m3/woning/jaar

397

135

1.620

122

1920-1945

1.099

110

1.200

111

1950-1980

5.301

123

1.260

104

Ruimteverwarming Bij de woningvoorraad gebouwd voor omstreeks 2005 is het nodig om de warmtevraag van gebouwen en woningen te beperken. Enerzijds om woningen geschikt te maken voor lagere temperaturen in het afgiftesysteem, en anderzijds om schaarse bronnen efficiënter te benutten en dus ook meer woningen per bron mogelijk te maken.

1980-1995

2.436

115

1.160

103

1995-2005

1.152

128

990

79

>= 2005

1.650

149

930

64

127

1.193

97

De warmtevraag voor ruimteverwarming van een woning, hierna uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter gebruiksoppervlak (kWh/m2), wordt bepaald door de mate van isolatie, kierdichting, ventilatiesysteem en het afgiftesysteem. De temperatuur die een woning nodig heeft om op de koudste dag van het jaar comfortabel warm te krijgen hangt hier voor een groot deel mee samen. Hoe beter de isolatie, kierdichting, hoe efficiënter het ventilatiesysteem en hoe hoger het afgiftevolume, hoe geschikter de woning is om met een lagere temperatuur te kunnen verwarmen. Het geschikt maken van woningen voor lagere temperaturen is een combinatie van deze maatregelen, waarbij aanpassingen in de schil en het afgiftesysteem het meest bepalend zijn voor de warmtevraag.

Tabel 1: Woningen in Hof van Twente, per bouwjaarklasse, naar gebruiksvloeroppervlakte, gasverbruik en warmtevraag

Bijlage C Transitiepaden naar aardgasvrije verwarming

Bouwjaar

Dit hoofdstuk behandelt de technische achtergrond bij de transitiepaden naar aardgasvrije verwarming aan de hand van warmtevraagbeperking, warmteopties en duurzaamheid.

=< 1920

Beperken van de warmtevraag

Gemiddeld

De bestaande woningenvoorraad kunnen we grofweg opdelen in vier warmtevraagniveaus: 1. Woningen met slechte of onvoldoende isolatie (80 kWh/m2 of hoger). Er is een hoge temperatuur van ongeveer 90°C nodig om op de koudste dagen deze woningen comfortabel warm te stoken. Dit zijn de meeste woningen van voor 1995 die nog niet zijn nageïsoleerd. 2. Woningen die 70°C-gereed zijn (lager dan 80 kWh/m2). Dit gaat om naoorlogse woningen die reeds een aantal aanpassingen in de schil hebben gekregen of dit niveau al hadden bij de bouw. Deze woningen kunnen bij dit niveau al afdoende comfortabel worden verwarmd met 70°C (middentemperatuur) op de koudste dagen, mits er voldoende afgiftevolume aanwezig is. Daarnaast is het afhankelijk van specifieke omstandigheden of de woning daadwerkelijk geschikt is voor verwarming met 70°C, zoals welke bouwdelen al zijn aangepakt en of de bewoners de ruimtes

De warmtevraag voor ruimteverwarming is sterk afhankelijk van het bouwjaar. In Tabel 1 staat de gemiddelde warmtevraag voor woningen in Hof van Twente. Hieruit kunnen wij afleiden dat de warmtevraag afneemt naarmate het bouwjaar recenter is, en dat de mediane Twentse woning 127 m2 gebruiksvloeroppervlakte heeft en een gemiddelde warmtevraag voor ruimteverwarming van 97 kWh/m2.

1

Kadaster (2020), Basisregistratie Adressen en Gebouwen CBS (2021), Voorraad woningen; gemiddeld oppervlak; woningtype, bouwjaarklasse, regio. URL: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?fromstatweb 2

kWh/m2/jaar

3

CBS (2019), Gemiddelde energielevering aardgaswoningen. Gecorrigeerd voor grootteklasse. URL: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/33/gemiddelde-energieleveringaardgaswoningen-2019-

7

gebruiken die met deze temperatuur nog niet comfortabel warm wordt. 3. Woningen die transitiegereed zijn (lager dan 65 kWh/m2). Bij dit niveau is er maximaal na-geïsoleerd in de bestaande schil. Naoorlogse woningen kunnen op dit niveau zowel comfortabel worden verwarmd met 70°C als met maximaal 55°C (laagtemperatuur). Voor laagtemperatuur moeten wel aanvullend radiatoren vervangen worden en mogelijk ook de cv-leidingen. De woning is daarmee toekomstbestendig en geschikt voor meerdere alternatieve verwarmingstechnieken. Vooroorlogse woningen die dit niveau bereiken zijn geschikt voor 70°C. Dat komt omdat isolatie van de gevel bij vooroorlogse woningen technisch of economisch gezien vaak niet haalbaar blijkt. Dit niveau sluit aan bij de landelijke Standaard en Streefwaarden, zoals genoemd in het Klimaatakkoord4. 4. Woningen met een hoog isolatieniveau en voorzien van een energiezuinig ventilatiesysteem (lager dan 50 kWh/m2). Deze woningen zijn daarmee zeer geschikt om comfortabel te verwarmen met laagtemperatuur. Dit zijn recent gebouwde woningen na 2005 en woningen die nog gebouwd gaan worden de komende jaren (BENG). Bij bestaande bouw van na 2005 moeten soms wel nog radiatoren of cv-leidingen worden vervangen. Bovenstaande niveaus gelden voor woningen, maar ook voor utiliteitsbouw gaan we ervan uit dat zij maximaal isoleren binnen de bestaande schil.

De warmtevraag die dan overblijft is sterk afhankelijk van de gebruiksfuncties van de utiliteitsbouw, naast het feit dat het warmtevraagprofiel van utiliteitsbouw sowieso anders is dan bij woningen. Warm tapwater Voor warm tapwater geldt dat voor het veilig kunnen gebruiken van warm tapwater er met de huidige stand van de techniek en regelgeving een temperatuur van minimaal 55°C bij het tappunt nodig is. Om deze temperatuur te kunnen garanderen moet het opweksysteem in de praktijk een temperatuur van 60-70°C kunnen leveren. Als de aanvoertemperatuur 4 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2021), Standaard en Streefwaarden: uitkomst traject begeleidingscommissie. 5 PBL (2014): https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2014-op-weg-naar-eenklimaatneutrale-woningvoorraad-in-2050-achtergrond_1333_1.pdf

onvoldoende is, moet er dus een aanvullende voorziening komen in de woning voor het opwekken of het boosten van de warmte voor warm tapwater. Mogelijk gaat de regelgeving wijzigen waarbij de minimale temperatuur aan het tappunt daalt van 55°C naar 40°C. Om deze temperatuur te kunnen garanderen moet het opweksysteem in praktijk een temperatuur van 45-50°C kunnen leveren. We gaan uit van een huishoudelijke warm tapwatervraag van 20 kWh/m2 per jaar, en deze blijft ook constant over de tijd. Voor utiliteitsbouw is de warm tapwatervraag gering, ca. 3 kWh/m2 (bruto vloeroppervlak). Overig gebruik Naast ruimteverwarming en tapwater gebruiken gebouwen nog energie voor apparaten en licht, koken en koeling. Hier zien we ook een sterk verschil tussen woningen en utiliteitsbouw. Utiliteitsbouw heeft per vierkante meter een veel grotere elektriciteitsvraag voor apparaten, licht en koeling dan woningen. Voor apparaten en licht gaan we uit van een constante. Enerzijds neemt het gebruik van elektrische apparaten toe, anderzijds worden zij steeds efficiënter. Deze effecten heffen elkaar op5. Voor koken gaan we ervan uit dat alle huishoudens op den duur overstappen naar inductiekoken, om zo het aantal gasaansluitingen en de totale gasvraag zo ver mogelijk terug te dringen. Tot slot valt ook koeling onder het overig verbruik.

Hier zien we een toenemende elektriciteitsvraag als gevolg van met name huishoudens die behoefte krijgen aan koeling op warme dagen en gebruik gaan maken van compressiekoelmachines. Deze vraag neemt toe naarmate woningen beter geïsoleerd zijn en als het aantal warme dagen toeneemt. Koeling en de bijbehorende energieconcepten voor huishoudens zijn een ontwikkelende vraag in het vakgebied, en de precieze toekomstige koudevraag laat zich momenteel dan ook lastig voorspellen. Onze aannames en kengetallen voor huishoudelijke koeling nemen wij over van de TKI Urban Energy6. Voor utiliteitsbouw geldt dat de koudevraag al hoog is en ook hoog blijft. Dat komt omdat koele werkplekken nu al de norm zijn.

6

TKI Urban Energy (2021), Koudevraag in Nederland en Europa. URL: https://www.topsectorenergie.nl/tki-urban-energy/kennisdossiers/factsheetskoudetechnieken/koudevraag-in-Nederland

8

Alle gebouwen stapsgewijs transitiegereed Het is belangrijk dat zoveel mogelijk bestaande woningen en gebouwen in Hof van Twente aan het einde van de transitie transitiegereed zijn. Bij dit niveau ligt namelijk een technisch en economisch optimum waarbij we voorbereid zijn op bijna alle duurzame verwarmingstechnieken zonder dat we hoeven te investeren in een nieuwe schil. Om hier te komen is het van belang dat we stapsgewijs alle onderdelen aanpakken en maximaal ingrijpen binnen de bestaande schil. Het warmtevraagniveau is de optelsom van de vier schildelen vloer, gevel, raam en dak, plus de binnen-installatie bestaande uit ventilatie, afgiftesysteem en elektrisch koken. Als een gebouweigenaar een van de schildelen aanpakt is het van belang dat dit onderdeel gereed is voor aardgasvrije verwarming. Daarom gaan we ervan uit dat een isolerende ingreep altijd een maximale ingreep is binnen de bestaande schil. Daarmee voorkomen we dat dak, vloer of gevel in meerdere stappen worden aangepakt. Dat is kosteninefficiënt en de tijd die we hebben voor de transitie is beperkt. Omdat de tijd die we hebben beperkt is, lukt het niet altijd lukken om alle maatregelen te combineren met natuurlijke onderhoudsmomenten. Desalniettemin moeten we daar wel naar streven om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. de nationale en internationale bronnenmix van het elektriciteitsnet.

De afspraken in het Klimaatakkoord gaan over maatregelen die leiden tot 70% CO2-reductie in 2030, maar bevatten nog geen concrete afspraken voor de reductie tot bijna nul in 2050, wat nodig is voor een CO2-neutrale elektriciteitsvoorziening.

9

WTM veronderstelt dat warmte onbeperkt is en dat de warmtevraag van warmtenetten buiten het model wordt getoetst aan het bronperspectief. Voor duurzaam gas neemt het WTM aan dat duurzaam gas beperkt is, maar kent daar geen waarde aan toe. In plaats daarvan kent het model hybride toe als warmteoptie op basis van buurtkenmerken, zoals ouderdom.

Bijlage D Modelanalyses De modelanalyses geven weer welke techniek in welke buurt de laagste maatschappelijke kosten heeft en hoe deze warmteopties zich vertalen tot een mix van warmteopties en energieverbruik in 2050. Eerst is de methodologie beschreven. Daarna worden de resultaten van de modelstudies inzichtelijk gemaakt en geven we een afweging waarom we voor welk transitiepad hebben gekozen in de transitiekaart.

Methodologie modelanalyses De basis van de modelstudie is een vergelijking van twee verschillende rekenmodelstudies: 1. Warmtetransitiemodel (WTM) van Over Morgen 2. Startanalyse 2020 van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) 7 Deze modelstudies maken ieder gebruik van eigen aannames, kengetallen en rekenregels. Daarom zijn ze zowel vergeleken op methodologie als op resultaten per CBS-buurt. Het doel van deze vergelijking is om robuustheid aan te brengen in de uitkomsten, en om verschillen tussen modellen te verklaren. Uit de vergelijking van de modellen blijken de volgende, belangrijke overeenkomsten en verschillen (Tabel 2): •

Allebei de modelstudies optimaliseren op maatschappelijke kosten. Daarmee zijn ze in beginsel vergelijkbaar omdat ze een uitspraak doen over hetzelfde, namelijk welke warmteoptie de laagste kosten heeft in een buurt.

•

De modellen hanteren allebei een verschillende typologie van warmteopties. Om de resultaten vergelijkbaar te maken zijn deze typologieën samengevoegd tot één typologie, bestaande uit warmtenet, hybride en all-electric.

•

Het WTM verschilt van PBL als het gaat om de aannames over warmtebronnen en duurzaam gas. De laatste gaat uit van aannames en open data over warmte en gas om deze vervolgens te “verdelen” over buurten op basis van de laagste kosten. Het

Tabel 2: Belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de gehanteerde modelstudies Kenmerk

WTM

Startanalyse 2020

Algemene

Ruimtelijk rekenmodel dat warmteopties per CBS-buurt vergelijkt op basis van een netto-contante waardeberekening.

Techno-economisch en ruimtelijk rekenmodel voor de berekening van kosten en CO2impact van warmteopties in de gebouwde omgeving.

Kostendefinitie

Maatschappelijke kosten a.d.h.v. een rentabiliteitsberekening van warmteopties per CBS-buurt

Maatschappelijke kosten a.d.h.v. een rentabiliteitsberekening van warmteopties per CBS-buurt

Warmtevraag-

Twee niveaus: 70-graden ready; Twee niveaus: Schillabel D; Transitiegereed Schillabel B

omschrijving

niveaus Warmteopties

Hybride; All-electric; Warmtenet (70°C); Warmtenet (40°C); Lokale bronnetten

Groengas; Waterstofgas All-electric; Warmtenet met MT/HT-bron; Warmtenet met LT-bron

Warmtebronnen

Modelmatig onbeperkt verondersteld.

Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van openbare data.

Duurzaam gas

Uitrekening van twee scenario’s met relatief veel en relatief weinig beschikbaar duurzaam gas, gealloceerd op basis van buurtkenmerken zoals ouderdom.

Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van openbare data. Gasnet als techniek wordt toegewezen op basis van maatschappelijke kosten.

7 PBL (2020), Startanalyse voor gemeentes. URL: https://www.pbl.nl/publicaties/startanalyseaardgasvrije-buurten-2020

10

Resultaten modelanalyses Het resultaat van beide modelanalyses leidt tot een vergelijkende analysekaart, weergegeven in Figuur 1. Uit deze kaart blijkt welke warmteoptie in welke buurt de laagste maatschappelijke kosten heeft, op basis van de mate van consensus uit beide modelstudies.

rekenmodellen niet of beperkt rekening met lokale omstandigheden, zoals gebiedsontwikkelingen, de mogelijkheid dat delen van het buitengebied nooit op het gasnet zijn aangesloten of dat een aantal woningen in Hof van Twente gebruikt worden als recreatiewoningen en daarmee vaak ook een afwijkende warmtevraag hebben. Om recht te doen aan die lokale omstandigheden zijn de transitiepaden geformuleerd. Dit zijn verschillende paden die een buurt kan afleggen richting een aardgasvrije verwarming. In die transitiepaden sorteren we voor op één of meerdere warmteopties, passend bij de kenmerken van die buurt en met de modelanalyses als basis, maar houden we ook rekening met lokale omstandigheden. De transitiepaden zijn weergegeven op de Transitiekaart, die onderdeel is van elke Transitievisie Warmte. De modelanalyses zijn dus de basis van de keuze van een transitiepad. Voor de buurten waar geen consensus is tussen de modellen of waar er wel consensus is maar waar in de transitiekaart toch een ander transitiepad is gekozen, geven we een korte toelichting: Industrieterreinen Spechthorst I & II, Kevelhammerhoek en Delden De warmteoptie all electric is de optie met de laagst maatschappelijke kosten voor alle vier de industrieterreinen in de gemeente Hof van Twente.

Echter, omdat de warmtevraag van bedrijven en industrieën zo divers is tussen bedrijven, is een alternatieve warmteoptie in hoge mate maatwerk. Dat is de reden dat bedrijventerreinen een eigen transitiepad hebben in de transitiekaart. Dit transitiepad is niet meegenomen in beide modelstudies. Daarom wijken wij voor deze buurten af van all electric naar transitiepad bedrijventerreinen. Verspreide huizen Markelo

Figuur 1: Vergelijkende analyse van het WTM en de startanalyse van de gemeente Hof van Twente

Vertaling van modelanalyses naar Transitiekaart De modelanalyses kiezen één warmteoptie voor een hele buurt. Buurten zijn echter divers, met verschillende typen bebouwing. Dit is met name het geval in buitengebieden en kleine kernen. Daarnaast houden

De buurt rondom Markelo kent geen consensus: het WTM geeft de voorkeur aan hybride en de startanalyse aan all electric. Wij hebben gekozen voor het transitiepad hybride omdat dit het beste bij het type bebouwing in deze buurt past. De startanalyse geeft een andere uitkomst, omdat dit model uitgaat van een beperkte hoeveelheid groengas, die de piek kan voorzien in het geval van een hybride oplossing. In deze TVW gaan wij ervan uit dat de mogelijkheden met groengas pas bekend worden bij een herijking. Bij het transitiepad hybride passen maatregelen die zowel passend zijn voor de situatie waarin in de toekomst voldoende groengas voor de piekvoorziening is als in het geval dat dat niet zo is. Daarom is er voor deze buurt gekozen voor het transitiepad hybride.

11

De Whee II-Noord, De Whee I, Centrum-Goor en Schaepmanbuurt Deze buurten in en rondom de dorpskern van Goor laten zich kenmerken door een grote diversiteit aan bebouwing. Oude, historische panden wisselen af met plukjes van nieuwbouwwoningen. Het is dus niet gek dat beide modellen andere uitkomsten geven. De startanalyse komt uit op all electric en het WTM op een warmtenet. De dichtheid van de woningen zien we als voldoende in deze buurten voor kansen voor een warmtenet. Dat is de reden dat we voor deze buurt hebben gekozen voor het transitiepad focus op energiebesparing en warmteoptie periodiek herijken. De plukjes nieuwbouw hebben we in de transitiekaart aangemerkt als aandachtsgebied all electric. Gijmink Deze buurt heeft eigenlijk dezelfde variëteit en eigenschappen als de buurten die hierboven beschreven zijn, maar komen in de modellen precies andersom uit: De startanalyse komt uit op een warmtenet en het WTM op all electric. Wanneer we de hele buurt bekijken, is de dichtheid van huizen niet voldoende voor een warmtenet. Echter, wanneer we alleen het zuidelijk deel bekijken liggende huizen een stuk dichter bij elkaar dan in het noorden. Dit stuk zou qua bebouwing geschikt kunnen zijn voor een warmtenet. Het noordelijk deel bestaat grotendeels uit nieuwbouw en komt in de transitiekaart als aandachtsgebied all electric.

Omdat het noordelijke deel is aangemerkt als aandachtsgebied all electric, hebben we in deze buurt gekozen voor het transitiepad focus op energiebesparing en warmteoptie periodiek herijken.

transitiekaart gekozen voor focus op energiebesparing, vervolgens overstap naar (hybride) warmtepomp omdat het in een oud centrum als Delden ingewikkeld is om alle gebouwen tot het niveau van transitiegereed te isoleren. Als een warmtenet mogelijk is in Hof van Twente is dit een warmtenet met lage temperatuur, waarvoor tot transitiegereed moet worden geïsoleerd. Omdat dit voor veel woningen in het centrum van Delden waarschijnlijk niet mogelijk is, hebben we gekozen voor het transitiepad focus op energiebesparing, vervolgens overstap naar (hybride) warmtepomp. Alle andere buurten in Hof van Twente In alle overige buurten zien we geen reden om af te wijken van de voorkeursoptie vanuit de modelanalyses. Deze voorkeursoptie nemen we dus over als transitiepad voor de transitiekaart.

Rupertserf De opties in Rupertserf liggen erg dichtbij elkaar. Het is daarom niet vreemd dat de modellen op andere alternatieven uitkomen: de startanalyse op hybride en het WTM op een warmtenet. Overwegende dat de bebouwingsdichtheid net hoog genoeg is voor een warmtenet, er een bedrijventerrein naast Ruperterf ligt om de warmtevraag eventueel te verhogen en er een kans is op een bron, hebben we in de transitiekaart voor transitiepad focus op energiebesparing en warmteoptie periodiek herijken gekozen. Delden Centrum Delden centrum is de oudste buurt in Hof van Twente. De startanalyse komt uit op een warmtenet en het WTM op hybride. We hebben in de

12

Bijlage E Kengetallenoverzicht

Efficiency

Energetische parameters Omrekenfactoren

Eenheid

Transportverlies warmtenet Eenheid

Transportverlies bronnet

Waarde

Waarde %

20%

%

3%

kWh/GJ

6,0

Omrekenfactor GJ naar kWh

GJ/kWh

0,0036

Transportenergie warmtenet

Bovenwaarde energie-inhoud aardgas

GJ/m3

0,03517

Diepe geothermie COP

ƞ

20,0

ƞ

4,0

Omrekenfactor GJ warmtevraag naar gasgebruik

m3/GJ

32,7

Hybride buitenlucht ruimteverwarming COP

Omrekenfactor kWh warmtevraag naar gasgebruik

m3/kWh

0,12

Hybride buitenlucht warmtapwater COP

ƞ

3,2

0,80

Hybride ventilatie ruimteverwarming COP

ƞ

4,0

1,00

Hybride ventilatie warmtapwater COP

ƞ

1,0

Lucht water warmtepomp ruimteverwarming COP

ƞ

3,0

Lucht water warmtepomp warmtapwater COP

ƞ

1,5

Water water warmtepomp ruimteverwarming COP

ƞ

5,0

Water water warmtepomp warmtapwater COP

ƞ

2,0

ƞ

1,7

Verhouding basislast pieklast Energie naar kWh

kWh/kWh

Energie naar m3

kWh/m3

9,77

Energie naar GJ

kWh/GJ

277,78

Verbruiken

Eenheid

Waarde

Gasverbruik koken

m3/jaar

40

Infrarood COP

Elektriciteitsverbruik koken

kwh/jaar

200

E boiler warmtapwater COP

ƞ

0,8

m2 bvo

130

HR-ketel

ƞ

1,0

kWh/m2 go/jaar

20

Pompenergie restwarmte/afvalverbranding

ƞ

45,0

Pompenergie geothermie

ƞ

20,0

COP Aquathermie

ƞ

3,0

Compressie koelmachines COP gemiddeld

ƞ

3,6

Rendement gasketel

ƞ

0,87

Rendement warmtenet

ƞ

0,75

WEQ niet woonfunctie Warmtevraag warmtapwater woningen Warmtevraag warmtapwater nietWonen

CO2-emmissiefactoren Gas 2020 CO2 Eelektriciteitsmix 2020 CO2

kWh/m2 bvo/jaar

Eenheid kg/m3

2,69

Waarde 1,884

kg/kWh

0,475

Warmtenet STEG CO2

kg/GJ hoofdbron

14,6

E-derving AVI/STEG

kg/GJ

2,50

Warmtenet restwarmte CO2

kg/GJ hoofdbron

4,50

Warmtenet diepe geothermie CO2

kg/GJ hoofdbron

0,00

Gas 2030 CO2

kg/m3

1,884

Eelektriciteitsmix 2030 CO2

kg/kWh

0,119

Financiële parameters Warmtetransitiemodel Grootheid

Eenheid

BTW

Waarde

Bron/ Toelichting

Tarieven Variabel tarief warmte

Euro / GJ Incl.

Vastrecht warmte

Euro / jr.

Incl.

Meetkosten warmte

Euro / jr.

Incl.

Huur afleverset warmte

Euro / jr. Euro / Nm3

Incl.

Kale aardgasprijs

Excl.

Gemiddelde 5 grootste € 25,23 leveranciers. indexatie CPI Gemiddelde 5 grootste € 363,13 leveranciers. indexatie CPI Gemiddelde 5 grootste € 26,63 leveranciers. indexatie CPI Gemiddelde 5 grootste € 121,20 leveranciers. indexatie CPI ACM. indexatie KEV 2019 t/m € 0,2485 2030. daarna CPI

13

Grootheid Energiebelasting aardgas ODE aardgas Totale gasprijs Vastrecht netbeheerder gas Vastrecht leverancier gas

Kale elektriciteitsprijs Energiebelasting elektriciteit ODE elektriciteit Totale elektriciteitsprijs Vastrecht netbeheerder elektriciteit Vastrecht leverancier elektriciteit Heffingskorting energiebelasting Financiële uitgangspunten Onderhoudskosten gasketel Onderhoudskosten hybride warmtepomp Onderhoudskosten warmtepomp Vervangingskosten gasketel Vervangingskosten warmtepomp Vervangingskosten hybride warmtepomp Uitganspunten financiering Discontovoet CPI Looptijd lening WACC warmtebedrijf Volloopsnelheid warmtenet Aansluitdichtheid warmtenet

Eenheid Euro / Nm3 Euro / Nm3 Euro / Nm3

BTW Excl. Excl.

Waarde

Bron/ Toelichting Belastingdienst. indexatie € 0,3331 klimaatakkoord en CPI Belastingdienst. indexatie € 0,0775 klimaatakkoord en CPI

Incl.

€ 0,7975

Euro / jr.

Incl.

Gemiddelde van 3 grootste € 185,95 netbeheerder. indexatie CPI

Euro / jr.

Incl.

Euro / kWh Euro / kWh Euro / kWh Euro / Nm3

Excl.

€ 62,82 ACM. indexatie CPI Gemiddelde van 3 grootste leveranciers. indexatie KEV 2019 € 0,0633 t/m 2030. daarna CPI Belastingdienst. indexatie € 0,0977 klimaatakkoord en CPI Belastingdienst. indexatie € 0,0273 klimaatakkoord en CPI

Incl.

€ 0,2278

Excl. Excl.

Euro / jr.

Incl.

Gemiddelde van 3 grootste € 212,79 netbeheerder. indexatie CPI Gemiddelde van 3 grootste energieleveranciers . indexatie € 42,00 CPI

Euro / jr.

Incl.

€ 558,56 Belastingdienst. geen indexatie

Euro / jr.

Euro Euro Euro Euro

Incl.

Incl. Incl. Incl. Incl.

Euro

Incl.

Euro

Incl.

%

n.v.t.

Gewogen gemiddelde corporatie € 100 en consument. indexatie CPI Lucht-water-warmtepomp. € 200 indexatie CPI Warmtepomp inclusief gasketel. € 200 indexatie CPI € 1.600 Na 18 jaar. indexatie CPI € 5.000 Na 15 jaar. indexatie CPI Warmtepomp inclusief gasketel. € 5.000 na 15 jaar. indexatie CPI

3% Centraal Planbureau

%

n.v.t.

2%

Jaren

n.v.t.

30

%

n.v.t.

8,5%

Jaren

n.v.t

%

n.v.t

Financiële kengetallen Warmtetransitiemodel Tabel A: Investeringen isoleren, ventileren, e-koken en afgiftesysteem incl. BTW Woningtype Norm 70-graden ready Transitiegereed m2 GO Meergezinswoningen ≥ 2005

€ van € 1.000

€ tot € 2.000

€ van € 1.000

€ tot € 2.000

€ 1.000

€ 2.000

€ 1.000

€ 2.000

€ 1.000

€ 2.000

€ 1.000

€ 2.000

€ 1.000

€ 2.000

€ 1.000

€ 2.000

€ 2.500

€ 3.500

€ 1.000

€ 7.000

€ 3.000

€ 4.000

€ 1.000

€ 7.000

€ 4.000

€ 5.000

€ 1.000

€ 9.500

€ 4.500

€ 5.500

€ 1.000

€ 11.500

€ 3.500

€ 13.500

€ 7.500

€ 14.500

€ 4.000

€ 20.500

€ 12.500

€ 28.000

€ 5.000

€ 25.000

€ 18.000

€ 35.000

€ 6.000

€ 32.500

€ 22.500

€ 47.500

€ 7.500

€ 14.500

€ 10.500

€ 17.500

90

Rijwoning ≥ 2005 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 2005

130

Vrijstaande woning ≥ 2005 Meergezinswoningen ≥ 1990 - 2005

220

Rijwoning ≥ 1990 - 2005 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1990 - 2005 Vrijstaande woning ≥ 1990 2005 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990

125

Rijwoning ≥ 1975 - 1990 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning ≥ 1975 1990 Meergezinswoningen ≥ 1950 - 1975

115

Rijwoning ≥ 1950 - 1975 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1950 - 1975 Vrijstaande woning ≥ 1950 1975 Meergezinswoningen ≥ 1920 - 1950

110

Rijwoning ≥ 1920 - 1950 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1920 - 1950 Vrijstaande woning ≥ 1920 1950 Meergezinswoningen < 1920

115

Rijwoning < 1920 Twee-onder-een-kapwoning < 1920

135

Vrijstaande woning < 1920

220

160

90

150 195 70

140 190 75 € 9.000

€ 22.500

€ 16.500

€ 28.500

€ 13.000

€ 27.500

€ 22.500

€ 33.500

€ 19.000

€ 39.500

€ 30.500

€ 48.000

€ 8.000

€ 26.000

€ 11.500

€ 31.500

€ 10.000

€ 37.500

€ 19.500

€ 46.000

€ 15.000

€ 43.000

€ 22.500

€ 55.000

€ 17.000

€ 57.500

€ 27.500

€ 74.500

€ 11.000

€ 26.000

€ 20.500

€ 31.500

€ 14.500

€ 37.500

€ 27.500

€ 46.000

€ 16.500

€ 43.000

€ 32.500

€ 55.000

€ 18.000

€ 56.000

€ 38.500

€ 72.500

130 175 80

135 180 85

155

Eigenaren sluiten binnen 5 jaar 5 aan. 80% van de vastgoedeigenaren/ 80% panden sluit aan in gebied

14

Tabel B: Warmtevraag ruimteverwarming Woningtype Norm 70-graden ready Transitiegereed kWh/m2 kWh/m2 kWh/m2 kWh/m2 kWh/m2 van tot van tot Meergezinswoningen ≥ 2005 40 40 40 40 40 Rijwoning ≥ 2005 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 2005

45

45

45

45

45

55

55

55

55

55

Vrijstaande woning ≥ 2005 Meergezinswoningen ≥ 1990 - 2005

60

60

60

60

60

50

50

50

40

40

Rijwoning ≥ 1990 - 2005 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1990 - 2005 Vrijstaande woning ≥ 1990 2005 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990

60

60

60

50

50

70

70

70

60

60

75

75

75

65

65

70

70

50

50

50

Rijwoning ≥ 1975 - 1990 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning ≥ 1975 1990 Meergezinswoningen ≥ 1950 - 1975

80

80

55

55

55

95

95

65

65

65

95

95

70

70

70

95

55

55

50

50

Rijwoning ≥ 1950 - 1975 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1950 - 1975 Vrijstaande woning ≥ 1950 1975 Meergezinswoningen ≥ 1920 - 1950

100

65

65

55

55

110

70

70

65

65

100

75

75

70

70

95

55

65

50

50

Rijwoning ≥ 1920 - 1950 Twee-onder-een-kapwoning ≥ 1920 - 1950 Vrijstaande woning ≥ 1920 1950 Meergezinswoningen < 1920

110

65

75

55

55

120

70

85

65

65

110

75

90

70

70

95

65

65

55

50

Rijwoning < 1920 Twee-onder-een-kapwoning < 1920

100

75

75

55

55

110

85

85

65

65

Vrijstaande woning < 1920

100

90

90

70

70

Tabel C: Investeringen aardgasvrij (excl. gebouwgebonden maatregelen) incl. BTW Woningtype Meergezinswoningen ≥ 2005

Warmtenet

All-electric

€ van

€ tot

€ van

€ tot

Gasnet hybride € tot € van

5.500

10.500

17.000

24.000

5.000

8.000

Rijwoning ≥ 2005 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 2005

13.000

18.000

18.000

25.000

5.000

8.000

18.000

23.000

24.000

31.000

6.000

6.000

Vrijstaande woning ≥ 2005 Meergezinswoningen ≥ 1990 - 2005

18.000

23.000

25.000

32.000

6.000

6.000

5.500

10.500

17.000

24.000

5.000

12.500

Rijwoning ≥ 1990 - 2005 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1990 - 2005 Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990

13.000

18.000

18.000

25.000

5.000

14.500

18.000

23.000

24.000

31.000

6.000

17.000

18.000

23.000

25.000

32.000

6.000

17.000

5.500

10.500

17.000

24.000

5.000

12.500

Rijwoning ≥ 1975 - 1990 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990 Meergezinswoningen ≥ 1950 - 1975

13.000

18.000

18.000

25.000

5.000

14.500

18.000

23.000

24.000

31.000

6.000

17.000

18.000

23.000

25.000

32.000

6.000

17.000

5.500

10.500

17.000

24.000

5.000

12.500

Rijwoning ≥ 1950 - 1975 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1950 - 1975 Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975 Meergezinswoningen ≥ 1920 - 1950

13.000

18.000

18.000

25.000

5.000

14.500

18.000

23.000

24.000

31.000

6.000

17.000

18.000

23.000

25.000

32.000

6.000

17.000

7.500

12.500

17.000

24.000

5.000

12.500

Rijwoning ≥ 1920 - 1950 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1920 - 1950 Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950 Meergezinswoningen < 1920

15.000

20.000

18.000

25.000

5.000

14.500

20.000

25.000

24.000

31.000

6.000

17.000

20.000

25.000

25.000

32.000

6.000

17.000

7.500

12.500

17.000

24.000

5.000

12.500

Rijwoning < 1920 Twee-onder-eenkapwoning < 1920

15.000

20.000

18.000

25.000

5.000

14.500

20.000

25.000

24.000

31.000

6.000

17.000

Vrijstaande woning < 1920

20.000

25.000

25.000

32.000

6.000

17.000

15

Tabel D: Onrendabele top Woningtype Meergezinswoningen ≥ 2005

Warmtenet

All-electric

€ van

€ tot

€ van

€ tot

Gasnet hybride € tot € van

8.000

14.000

14.500

22.500

9.000

12.000

Rijwoning ≥ 2005 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 2005

15.000

21.000

13.500

21.500

7.500

10.000

20.000

26.000

16.000

24.000

6.500

5.000

Vrijstaande woning ≥ 2005 Meergezinswoningen ≥ 1990 - 2005

19.500

25.500

12.000

20.000

4.000

1.500

9.000

15.000

13.500

26.000

8.500

18.500

Rijwoning ≥ 1990 - 2005 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1990 - 2005 Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005 Meergezinswoningen ≥ 1975 - 1990

17.000

23.000

11.500

24.500

6.500

19.000

22.500

28.500

13.500

27.000

5.500

20.000

23.000

29.000

10.500

25.500

3.000

16.000

10.000

22.500

18.500

32.000

10.500

23.500

Rijwoning ≥ 1975 - 1990 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1975 - 1990 Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990 Meergezinswoningen ≥ 1950 - 1975

18.000

35.000

18.500

40.500

9.000

25.000

23.500

41.500

22.000

45.000

8.500

25.500

24.000

55.500

25.500

54.500

5.000

26.000

10.500

18.500

16.000

30.000

5.000

15.000

Rijwoning ≥ 1950 - 1975 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1950 - 1975 Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975 Meergezinswoningen ≥ 1920 - 1950

16.000

31.500

17.000

36.000

2.500

20.000

25.000

38.000

23.500

41.500

1.500

21.500

28.500

47.500

26.000

50.500

7.000

27.500

12.500

33.500

16.500

42.500

4.500

23.500

Rijwoning ≥ 1920 - 1950 Twee-onder-eenkapwoning ≥ 1920 - 1950 Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950 Meergezinswoningen < 1920

17.000

47.000

17.000

49.500

2.500

27.000

23.500

53.500

20.000

57.500

-1.000

28.500

30.500

71.500

23.500

76.000

-500

34.500

15.000

33.000

25.500

42.500

12.000

23.000

Rijwoning < 1920 Twee-onder-eenkapwoning < 1920

23.500

48.000

25.500

49.000

12.000

27.500

27.000

55.000

31.000

58.000

13.000

29.500

Vrijstaande woning < 1920

30.000

70.000

36.000

74.000

15.000

35.500

16

Colofon Deze bijlagen bij de Transitievisie Warmte is in opdracht van de gemeente Hof van Twente opgesteld door adviesbureau Over Morgen.

Auteur Robertjan Spaans en Joep Matser Met medewerking van PBL Contact joep.matser@overmorgen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3861/documents/52891