12. Raadsbesluit Rechtspositie politieke ambtsdragers.pdf
Tekst van het document
ate £
ó[
Hof van
o_Twente Onderwerp Zaaknummer
Rechtspositie politieke ambtsdragers 95811
Vergadering
De raad van de gemeente Hof van Twente; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen + *
95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.3.8., 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2
e
van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers 3.1 Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;
besluit:
vast te stellen de navolgende VERORDENING COMMISSIELEDEN
Artikel 1
GEMEENTE
HOF
VAN
RECHTSPOSITIE TWENTE
RAADS- EN
2021.
Definitiebepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder: e
commissielid:
lid van een commissie
als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de
Gemeentewet, die niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie
e *
Artikel 2 1.
is benoemd.
griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. raadslid: lid van de gemeenteraad. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
Een raadslid die lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde
lid, van de Gemeentewet of een raadslid die lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke
2.
3.
4.
ambtsdragers, kan voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage worden toegekend. Bij de installatie van een commissie zoals bedoeld in lid 1, bepaalt de raad of er een vergoeding wordt verbonden aan het lidmaatschap van die commissie en, indien van toepassing, de hoogte van de vergoeding. De toelage voor een raadslid van een onderzoekscommissie is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De toelage voor een raadslid van een bijzondere commissie is per maand maximaal de
vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor de duur van de activiteiten van de commissie.
Artikel 3 1.
Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing
van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raadsof commissielid vergoed: e * 2.
3. 4.
5.
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer,; bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag die door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. Naheffingsaanslagen voor parkeren en boetes worden niet vergoed. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4
Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
1.
2.
3.
Een raads- en commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
De griffie beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken, de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overeenkomstig de regeling ontwikkeling en opleiding zoals
opgenomen in het personeelshandboek gemeente Hof van Twente. Artikel 5
1.
Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak Een commissielid (die geen raadslid is) wordt een hogere vergoeding toegekend dan de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1 eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als: * het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of * hetcommissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke
verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten
2.
De vergoeding als bedoeld in lid 1 bedraagt € 160,00 voor de voorzitter en € 140,00 voor een
lid.
Artikel 6 1.
arbeid.
Een
Informatie- en communicatievoorzieningen commissieleden raads- of commissielid tekent een
bruikleenovereenkomst
raads- en wanneer
hem
ten laste
van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de
2.
bruikleenovereenkomst
vast.
Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden,
bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke
ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: « betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur e betaling vooruit uit eigen middelen of * betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat bij voorkeur standaard via het salarissysteem en moet vergezeld worden van bewijsstukken.
Daarnaast kunnen kosten rechtstreeks bij financiën worden gedeclareerd.
3.
De declaratie en de bewijsstukken worden binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- en commissieleden ingediend bij de griffier. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raadsen commissieleden binnen twee maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 9 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet
op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2.
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 314, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 10 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021. 2. Met ingang van gelijke datum worden de volgende regelingen c.q. verordeningen ingetrokken:
.
De Regeling outplacement gewezen wethouders gemeente Hof van Twente 2001;
.
De Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente Hof van Twente 2001;
De Verordening Kinderopvang wethouders gemeente Hof van Twente; De Verordening onkostenvergoeding wethouders gemeente Hof van Twente; De Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden gemeente Hof van Twente 2006;
De Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden.
Artikel
11
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en
commissieleden gemeente Hof van Twente 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente, d.d.
De raad van Hof van Twente,
de griffier,
de voorzitter,
mr. A. Venema
drs.
H.A.M.
Nauta-van
Moorsel
MPM
Toelichting Wettelijke regelingen In de wet- en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden
alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nadere regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. De bepalingen die in de verordening zijn openomen zijn ontleed aan de geboden lokale regelruimte die de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers bieden. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat 'buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad
ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening
vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren
voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. De Algemene pensioenwet politieke
ambtsdragers (Appa) is ook niet van toepassing op raads- en commissieleden. Artikelsgewijze toelichting Alvorens de verordening per artikel toe te lichten, wordt opgemerkt dat twee artikelen uit de modelverordening niet zijn overgenomen. Dit betreft het artikel om een deel van de maandelijkse raadsvergoeding (max 20%) uit te keren in de vorm van presentiegeld per bijgewoonde raadsvergadering. Verder is het artikel inzake de loopbaan oriëntatie voor raadsleden niet in de verordening opgenomen, omdat deze alleen van toepassing is voor raadsleden in gemeenten groter dan 100.000 inwoners.
Artikel 1 Definitiebepalingen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 2 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie Dit artikel betreft de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde ‘zware commissies’. Hiermee wordt gedoeld op de vertrouwenscommissie, de rekenkamerfunctie en de onderzoekscommissie, zoals deze in de Gemeentewet specifiek zijn omschreven. De vaststelling dat er sprake is van een dergelijke bijzondere commissie, met deze financiële gevolgen, moet bij verordening plaatsvinden. Daarbij moet gemotiveerd worden dat het lidmaatschap van deze commissies duidelijk meerwerk is naast het reguliere lidmaatschap van de gemeenteraad. Voor de hoogte van de toelage voor het werk in de eerdergenoemde drie zware commissies wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de
vertrouwenscommissie en de rekenkamerfunctie, en anderzijds de onderzoekscommissie. Wat betreft de hoogte van de toelagen voor het lidmaatschap van de vertrouwenscommissie en de rekenkamerfunctie geldt een vast (belast) bedrag van € 124,85 per maand (prijspeil 2020).
Artikel 3
Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente
Ingevolge artikel 96, in samenhang met artikel 97, van de Gemeentewet kunnen kosten voor (dienst)reizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat
raads- en commissieleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen krijgen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Onder reizen “buiten de gemeentegrenzen” kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding voor reizen binnen de gemeente is hier niet opgenomen omdat deze regeling rechtstreekse werking heeft vanuit het Rechtspositiebesluit.
Artikel 4
Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek
georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. In de toelichtende circulaire op het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt functiegerichte scholing als volgt gedefinieerd: scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te
houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Er is ruimte voor lokale accenten. Hierdoor kan de raad nadere regels stellen voor de eigen scholing. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan komen te staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen en een nadere invulling over de hoogte van de tegemoetkoming. Er kan een maximaal bedrag worden opgenomen. De kosten voor deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing maken in principe onderdeel uit van de bedrijfsvoeringskosten van de gemeente.
Artikel 5
Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere
deskundigheid of zwaarte taak De hoogte van de vergoeding voor leden van gemeentelijke commissies, die zijn ingesteld
op basis van artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet zijn imperatief bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse voor elke bijgewoonde vergadering van de commissie. In bepaalde gevallen, zoals bij bijzondere deskundigheid en/of zwaarte van de taak in de commissie, is het mogelijk om een hoger bedrag aan vergoeding per vergadering toe te kennen dan bepaald in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het kan bijvoorbeeld gaan om een raadscommissie met een bijzondere opdracht die een hogere belasting kent voor één of meerdere commissieleden. Door het verordeningsvereiste kan op lokaal niveau een algemene en politieke afweging worden gemaakt.
Artikel 6
Informatie- en communicatievoorzieningen
raads- en
commissieleden
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een
raadslid voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Onder informatie- en communicatievoorzieningen worden verstaan: een smartphone en een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Uitgangspunt voor de verstrekking is een bruikleenovereenkomst. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer. Artikel 7 Betaling vaste vergoeding Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan commissieleden.
Artikel 8
Betaling en declaratie van onkosten
Dit artikel geeft een praktische invulling aan de declaratie van onkosten die gemaakt worden door
raads-
en commissieleden.
Middels lid 1 is uiteengezet dat declareerbare kosten direct aan de gemeente gericht worden, eerst door raads- en commissieleden voorgeschoten wordt of dat er gebruik gemaakt wordt van een creditcard. Middels lid 2 en lid 3 wordt aansluiting gezocht met de manier van werken van de ambtelijke organisatie, namelijk dat declaraties bij voorkeur via ons salarissysteem (Youforce) ingediend moeten worden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het rechtstreeks bij financiën in te dienen. Ons voorstel is om de maximale termijn op drie maanden te zetten. Deze termijn is namelijk in lijn met de ambtelijke organisatie. Declaraties die voor de 12° van
de maand ingediend worden, worden diezelfde maand nog uitbetaald, anders wordt het een maand
later.
Artikel 9 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële
administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. De vrije ruimte over het fiscale loon tot en met € 400.000 is in 2020 en 2021 verhoogd van 1,7% naar 3%. Over het bedrag van de loonsom boven € 400.000 blijft de vrije ruimte in 2020 1,2% en in 2021
Artikel 10
1,18%.
Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel
11
Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.