12. Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
ontwerp NL.IMRO.1735.BGxWthGoslnk5-OP10
BESTEMMINGSPLAN
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
2
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Inhoudsopgave
Toelichting
ontwerp
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer
6 6 6 8 8 11
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Huidige situatie Plangebied Slooplocatie
12 12 13
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Planbeschrijving Gewenste situatie Verkeer en parkeren
14 14 17
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
19 19 21 33
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Milieu- en omgevingsaspecten Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
37 37 38 39 40 43 46 48 51 52
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf
54 54 56
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Bestemmingen
58 58 58 60
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
62
Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3
Vooroverleg, inspraak & zienswijzen Vooroverleg Inspraak Zienswijzen
63 63 63 63
Bijlagen bij toelichting
65
Bijlage 1
Erfinrichtingsplan Wethouder Goselinkstraat 5
66
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan Gelselaarseweg 10
68
3
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan Wethouder Goselinkstraat 5
70
Bijlage 4
Bodemonderzoek
77
Bijlage 5
AERIUS-berekening
152
Bijlage 6
Quickscan Ecologie
168
Bijlage 7
Aanmeldnotitie mer beoordeling
201
Bijlage 8
Watertoets plangebied
220
Bijlage 9
Watertoets slooplocatie
227
Bijlage 10
Uitgangspunten notitie Vechtstromen
235
Regels
4
239
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
240 240 247
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 2
248 248 250 253 255
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
257 257 258 260 261 262 264 265
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
266 266 267
Bijlagen regels
269
Bijlage 1
Erfinrichtingsplan Wethouder Goselinkstraat 5
270
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan Gelselaarseweg 10
272
Bijlage 3
Sloopopgave
274
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
276
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Toelichting
ontwerp
5
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Wethouder Goselinkstraat 5 te Hengevelde, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente (hierna: plangebied). Ter plaatse is een woonperceel aanwezig met een woning en bijgebouw en omliggende agrarische gronden. Het voornemen bestaat om naast deze woning een nieuwe woning met bijgebouw te bouwen middels de Rood voor rood-regeling zoals verwoord in de beleidsnota 'Grond voor gebruik' van de gemeente Hof van Twente. Op basis van de Rood voor rood-regeling kan in ruil voor het slopen van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende bedrijfsbebouwing het recht op een compensatiewoning worden verkregen. In het kader van voorgenomen ontwikkeling wordt aan het minimale sloopoppervlak voldaan door 102 m2 aan de Wethouder Goselinkstraat 5 te slopen. Verder wordt 867 m2 van te slopen bebouwing aan de Gelselaarseweg 10 in Markelo ingezet. Het restant van 22 m2 wordt verkregen uit een sloopvoucher. De slooplocatie aan de Gelselaarseweg 10 in Markelo wordt eveneens met dit bestemmingsplanherziening herbestemd (hierna: slooplocatie). Momenteel bevat deze locatie een agrarische bestemming met enkele (voormalige) agrarische schuren. Deze worden niet meer voor agrarische doeleinden gebruikt en zijn daarmee als landschapontsierend aan te merken.
Het voornemen bestaat voor deze locatie uit het slopen van 867 m2 aan bebouwing. De locatie zal worden bestemd als regulier woonerf. De bestaande woningen en overige gebouwen blijven hierbij behouden en ook zal de aanwezige groenstructuur behouden blijven en worden versterkt. De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplan. Op beide locaties dient de sloop te worden geborgd en de erven te worden voorzien van een passende woonbestemming. Daarnaast is in het plangebied maximaal één woning per bestemmingsvlak mogelijk is. Daarbij ligt de beoogde compensatiewoning (deels) buiten de ter plaatse geldende woonbestemming en binnen gronden die zijn bestemd als 'Agrarisch'. Om voorliggend initiatief mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied en de slooplocatie liggen in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. De indicatieve ligging van deze locaties is in onderstaande afbeelding 1.1 weergegeven, waarbij de slooplocatie met blauw en het plangebied met rood is aangeduid.
6
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied en slooplocatie in de gemeente Hof van Twente (Bron: PDOK) Het plangebied ligt aan de Wethouder Goselinkstraat 5 te Hengevelde, ten noorden van de kern Hengevelde. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Hengevelde (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) wordt weergegeven in afbeelding 1.2. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.2 Ligging van het plangebied ten opzichte van Hengevelde en de directe omgeving (Bron: PDOK) De slooplocatie ligt aan de Gelselaarseweg 10 in Markelo ten zuidwesten van de Diepenheim. De indicatieve ligging van de slooplocatie opzichte van de kern Diepenheim (blauwe ster) en de directe omgeving (blauwe cirkel) wordt weergegeven in
ontwerp
7
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
afbeelding 1.3. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.3 Ligging van de slooplocatie ten opzichte van Diepenheim en de directe omgeving (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.BGxWthGoslnk5-OP10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen Het plangebied en slooplocatie liggen binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" dat is vastgesteld op 18 december 2012. Daarna is dit plan nog meerdere keren herzien en vastgesteld; het meest recent op 9 december 2015. Ten aanzien van de planologische situatie zijn bij voorliggend initiatief de regels en de verbeelding van de meest recentste versie van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof van Twente' van belang. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin aangegeven met de rode contour. In afbeelding 1.5 is ditzelfde voor de slooplocatie gedaan, maar dan met een blauwe contour.
8
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 1.4 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" betreffende het plangebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Afbeelding 1.5 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" betreffende de slooplocatie (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
ontwerp
9
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
1.4.2
Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch'. En deze gronden hebben een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en de gebiedsaanduidingen 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en 'vrijwaringszone radar'. De slooplocatie heeft een bestemming 'Agrarisch' met een bouwvlak. Tevens gelden er de dubbelbestemmingen ''Waarde - Archeologische verwachting 1' en voor het noordwestelijke deel 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Tot slot geldt op de slooplocatie de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied' 'Wonen' Gronden met deze bestemming 'Wonen' zijn onder meer bestemd voor maximaal één woning per bestemmingsvlak, aan huis verbonden beroepen en ontsluitingsvoorzieningen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven. De woningen mogen een maximale goothoogte hebben van 4 meter en een bouwhoogte van maximaal 10 meter.
'Agrarisch' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, met dien verstande dat van de bedrijfsgebouwen uitsluitend één bouwlaag mag worden gebruikt voor het houden van dieren, het hobbymatig agrarisch gebruik buiten het bouwvlak mag plaatsvinden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, de bestaande nutsvoorzieningen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven. Bedrijfsgebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en bedrijfswoningen worden gebouwd binnen het bouwvlak. Ter plaatse van het plangebied is geen bouwvlak opgenomen. De slooplocatie bevat wel een bouwvlak. 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op of in deze gronden mogen zonder archeologisch onderzoek geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld verstoord wordt of het nieuw te bebouwen oppervlak groter is dan 2.500 m2 respectievelijk 5.000 m2.
'Reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied' Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied' en 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied', gelden de regels zoals opgenomen in de bestemming 'Agrarisch' voor de afzonderlijke gebieden. 'Vrijwaringszone - radar' De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een radarverstoringsgebied. In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemmingen mag niet hoger worden gebouwd dan 45 m.
10
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
1.4.3
Strijdigheid Binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' is slechts één woning toegestaan. Daarnaast zijn agrarische gronden bestemd voor agrarische doeleinden en niet voor wonen zonder agrarische link. Voorliggend plan voorziet in het bouwen van een woning naast de bestaande woning binnen het plangebied en het omzetten van het agrarische bouwvlak op de slooplocatie. Het is daarmee niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, aangezien binnen een woonbestemming slechts één woning is toegestaan en op de slooplocatie geen agrarische bedrijvigheid plaatsvindt. Verder dient de landschappelijke inpassing te worden geborgd. Derhalve is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.
ontwerp
11
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied Het plangebied ligt aan de Wethouder Goselinkstraat 5 in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, op circa 250 meter ten noorden van de kern Hengevelde. Hierna wordt kort ingegaan op de ruimtelijke structuur van het plangebied en de directe omgeving. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden, met verspreid liggende woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen. De omgeving wordt getypeerd als 'kampen en essen". In de kampen en essen zijn de verspreid liggende of in buurtschappen georganiseerde boerenerven los van opzet. Groepjes eiken vervlechten de erven met hun omgeving. Ingezet wordt op landbouw in combinatie met behoud van de onregelmatige verkaveling, de houtwallen en de boomgroepen. Ook de open essen dienen gespaard te blijven. Op steeds meer plaatsen worden de oude boerderijen door burgers bewoond. Ook komt het voor dat op de plaats van de boerderij een nieuw woonhuis wordt gezet. Het plangebied zelf bestaat uit een woning met bijgebouw en omliggende tuin en erf en een voormalig bijgebouw dat reeds gesloopt is. Daarnaast bestaat het plangebied uit agrarische gronden en enkele bomen. In afbeelding 2.1 is middels een luchtfoto de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met rode contour.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)
12
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
2.2
Slooplocatie De slooplocatie ligt aan Gelselaarseweg 10 te Markelo in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente, op circa 3,7 kilometer ten zuidwesten van de kern Diepenheim en circa 5,2 kilometer ten zuiden van de kern Markelo. De omgeving van de slooplocatie bestaat voornamelijk uit agrarische gronden, met verspreid liggende woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen. De slooplocatie zelf bestaat uit een (voormalig) agrarisch erf, met twee (bedrijfs)woningen (huisnummer 10 en 12), waarbij bij een van de woningen (huisnummer 12, oostelijke woning) sprake is van een inwoonsituatie. Daarnaast hebben de woningen meerdere bijgebouwen, waarbij de woning met huisnummer 10 meerdere landschapontsierende bebouwing heeft die wordt gesloopt. Beide woningen hebben een omliggende tuin en erf. Daarnaast bestaat de slooplocatie uit agrarische gronden en bebossing. In afbeelding 2.2 is middels een luchtfoto de huidige situatie van de slooplocatie weergegeven. De slooplocatie is hierin indicatief weergegeven met blauwe contour.
Afbeelding 2.2 Luchtfoto huidige situatie slooplocatie (Bron: PDOK, bewerkt)
ontwerp
13
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Gewenste situatie De laatste jaren beëindigen steeds meer agrariërs hun bedrijfsactiviteiten. Hierdoor komt de voormalige bedrijfsbebouwing leeg te staan. Er wordt enerzijds gezocht naar mogelijkheden tot hergebruik van de bebouwing en anderzijds naar maatregelen om de sloop te bevorderen. Om dit laatste te bewerkstelligen heeft de gemeente Hof van Twente de beleidsregel Rood voor Rood opgesteld. Het doel dat de gemeente voor ogen heeft is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van landelijk gebied. Dit doel is onder andere te bewerkstelligen door de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen. De regeling gaat uit van de sloop van een minimum oppervlakte van 1.000 m2, waarvoor ter compensatie een nieuwe woning kan worden gerealiseerd.
3.1.1
Plangebied Binnen de begrenzing van het plangebied bevindt zich een woning met bijgebouw en een landschapontsierend bijgebouw. Middels toepassing van de Rood voor rood-regeling voorziet voorliggende ontwikkeling in de sloop van 1.000 m2 landschapontsierende bebouwing in de gemeente Hof van Twente: 102 m2 van het plangebied, 876 m2 van de Gelselaarseweg 10 te Markelo en 22 m2 middels een sloopvoucher. Binnen het plangebied is de schuur (102 m2) reeds gesloopt (E in onderstaande afbeelding). Voor deze sloopmeters zal een (compensatie)woning met bijgebouw worden gebouwd aan de Wethouder Goselinkstraat 5. Het eindbeeld binnen het plangebied is een woonperceel met twee woningen. Het geheel wordt landschappelijk ingepast middels een erfinrichtingsplan. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan opgenomen.
14
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan Wethouder Goselinkstraat 5 (Bron: De Eeckhof) Het plangebied bestaat uit twee separate woonerven waar op beide een woning (A en C) met bijgebouw (B en D) gesitueerd zijn. Rondom de woningen komt een gazon (10) en verschillende bomen (4, 5, 8, 9). Beide erven worden ontsloten middels een oprit (1) en hebben een haag ter afscheiding van het perceel (2 en 3). Daarnaast komt er een singel (7) ter afscheiding van de rest van het perceel (11). 3.1.2
Slooplocatie Binnen de begrenzing van de slooplocatie bevinden zich twee woningen met bijgebouwen en landschapontsierend (voormalige) agrarische gebouwen. Deze te slopen agrarische gebouwen hebben gezamenlijk een oppervlakte van 876 m2. In onderstaande afbeelding zijn deze te slopen gebouwen aangeduid met blauw.
ontwerp
15
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 3.2 Te slopen bebouwing Gelselaarseweg 10 (Bron: De Eeckhof) Het eindbeeld binnen de slooplocatie is een woonperceel met de bestaande aantal woningen. Met de gronden en bebouwing rondom de woning Gelselaarseweg 12 wordt niets gedaan. Dit blijft zoals het momenteel is. De gronden en bebouwing rondom de Gelselaarseweg 10 wordt na de sloop van de bebouwing landschappelijk ingepast middels een erfinrichtingsplan. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan opgenomen.
16
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 3.3 Erfinrichtingsplan Gelselaarseweg 10 (Bron: De Eeckhof) De slooplocatie bestaat voor de Gelselaarseweg 10 uit de woning met bijgebouwen die blijven bestaan (3). Ook de omliggende houtsingel blijft bestaan en zal verder geoptimaliseerd worden (2). Ter plaatse van de gesloopte bebouwing zal een gazon gerealiseerd worden (4). De solitaire bomen (5) en omliggende weiland (1) blijven eveneens behouden.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Hof van Twente heeft eigen parkeernormen vastgesteld. Voor het berekening van de verkeersgeneratie worden berekeningen uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren', publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie.
ontwerp
17
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
3.2.2
Uitgangspunten Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Hof van Twente); stedelijke zone: buitengebied; functies: bestaand: 'woning koop vrijstaand'; compensatiewoning: 'woning koop vrijstaand'; parkeernorm: 2,4 parkeerplaatsen per woning; verkeersgeneratie: gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per woning per weekdagetmaal.
3.2.3
Parkeren plangebied Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een parkeerbehoefte van (2 x 2,4 = 4,4) afgerond 5 parkeerplaatsen binnen het plangebied. Parkeren ten behoeve van de nieuwe en bestaande woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.1, wordt gesteld dat hieraan kan worden voldaan.
3.2.4
Verkeersgeneratie plangebied Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een verkeersgeneratie van circa (2 x 8,2 = 16,4) afgerond 17 verkeersbewegingen per weekdagetmaal voor de twee woningen binnen het plangebied. Omdat er sprake is van een toevoeging van één woning, zal de verkeersgeneratie met afgerond 9 verkeersbewegingen per weekdag etmaal toenemen. Voor de bestaande woning wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit aan de Wethouder Goselinkstraat 5. De nieuw toe te voegen woning wordt via een in- en uitrit ontsloten op de Keupersveenweg, die uitkomt op de Wethouder Goselinkstraat. Zowel de bestaande als de nieuwe in- en uitrit zullen op een veilige en overzichtelijke wijze worden ontsloten. De zeer beperkte verkeersgeneratie die de extra woning op zal leveren kan eenvoudig worden opgevangen door het bestaande wegennet.
3.2.5
Slooplocatie Voor de slooplocatie geldt dat er met het voornemen een agrarisch bedrijf buiten werking wordt gesteld. Hierdoor zal er ter plaatse van de slooplocatie sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen door het planologisch vervallen van de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen. Wat betreft de bestaande woningen behoeft er geen nadere toetsing worden uitgevoerd wat betreft de aspecten 'verkeer en parkeren', omdat deze woningen reeds planologisch mogelijk zijn (en aanwezig zijn) binnen het vigerende bestemmingsplan. De erven zijn van voldoende grootte om in de benodigde parkeerplaatsen te voorzien.
3.2.6
Conclusie De aspecten parkeren en verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor het bestemmingsplan.
18
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1
Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2
Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
Sterke en gezonde steden en regio's: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke
ontwerp
19
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (de voorloper van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
20
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de NOVI en Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggende ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een woning binnen het plangebied middels de Rood voor rood-regeling van de gemeente Hof van Twente. Voor de slooplocatie geldt dat een woonbestemming een logische vervolgfunctie is. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' betreft wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6. Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Wat betreft het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro.
Voor de voorliggende ontwikkeling wordt dan ook geconcludeerd dat de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' niet van toepassing is, aangezien er sprake is van de toevoeging van slechts één nieuwe woning en het omzetten van twee bestaande (voormalige) bedrijfswoningen naar reguliere burgerwoningen. Geconcludeerd wordt dat het rijksbeleid de uitvoerbaarheid van de gewenste ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2
Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In 2018 zijn de visie en verordening partieel herzien.
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.
ontwerp
21
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Aan de hand van deze drie stappen kan bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
22
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1
Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouwen kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
4.2.3.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
4.2.3.3
Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
ontwerp
23
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.4.1
Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijk heid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Door het toepassen van de Rood voor rood-regeling, kan door de sloop van 1.000 m2 aan landschapontsierende bebouwing binnen de gemeente Hof van Twente een woning worden toegevoegd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, doordat er 1.000 m2 aan landschapontsierende bebouwing wordt/is gesloopt ter compensatie van één woning. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5): Principe van ruimtelijke kwaliteit 1.
In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en
24
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1,2,3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel Belangrijk uitgangspunt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is landschappelijke inpassing en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om daarin te voorzien worden zowel investeringen gedaan op het erf (van de bestaande en nieuwe woning) als in de omgeving. De investeringen op het erf hebben tot doel de situatie op het erf en de uitstraling te verbeteren. Deze investeringen voorzien op het erf in onderhoud van de streekeigen erfstructuur en -inrichting. Het huidige en nieuwe woonperceel binnen het plangebied worden landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting door middel van een erfinrichtingsplan (Bijlage 1).
Deze landschappelijke inpassing zal ook als voorwaardelijke verplichting worden opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan. Voor de slooplocatie is eveneens een erfinrichtingsplan opgesteld. Deze is als Bijlage 2 opgenomen. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuwe woning op basis van de Rood voor rood-regeling binnen het plangebied. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Op de slooplocatie worden enkel de bestaande bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Voor het overige zijn er in het kader van de 'generieke beleidskeuzes' geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven.
ontwerp
25
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
4.2.4.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Plangebied Het plangebied is op de ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt met het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart opgenomen, waarbij plangebied met een rode cirkel is aangegeven.
Afbeelding 4.2 Plangebied - Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel) Slooplocatie De slooplocatie is op de ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt met het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap '. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de perspectievenkaart opgenomen, waarbij de slooplocatie met een blauwe cirkel is aangegeven.
26
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 4.3 Slooplocatie - Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel) "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).
Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief Het concrete voornemen binnen het plangebied bestaat uit het toevoegen van een woning aan het perceel aan de Wethouder Goselinkstraat 5 te Hengevelde. De functie wonen is passend binnen het ontwikkelingsperspectief mits de kenmerkende structuren van het landschap behouden blijven. Kortheidshalve wordt verwezen naar het erfinrichtingsplan in Bijlage 1, waarin wordt ingegaan op de inrichting van het erf. Voor de slooploctie geldt dat er sprake is van het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Dit vormt geen belemmering voor omliggende (agrarische) bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf
ontwerp
27
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Hoofdstuk 5 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een extra belemmering van het landschap en dat hiermee het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3
Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' kan in dit geval buiten beschouwing worden gelaten, aangezien voor de locaties en de aangrenzende gronden met betrekking tot deze ontwikkelingsperspectief geen specifieke eigenschappen gelden. 1.
De Natuurlijke laag
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied en de slooplocatie zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.4 en 4.5 is dat weergegeven.
Afbeelding 4.4 Plangebied - Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel)
28
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 4.5 Slooplocatie - Uitsnede van de 'Natuurlijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De ambitie van de provincie speelt in op het gebruik van passende natuurlijke beplanting, evenals het versterken en beleefbaar (zichtbaar) maken van de natuurlijke ondergrond en het reliëf. Bij de landschappelijke inpassing van de voorliggende ontwikkeling worden inheemse soorten geplant in de structuren die passend zijn bij het landschap (zie Bijlage 1). Voor de slooplocatie geldt dat de bestaande erf en beplanting wordt versterkt (zie Bijlage 2). Daarbij wordt beoogd om het reliëf beleefbaarder te maken.
Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkelingen uitstekend aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Natuurlijke laag'. 2.
De laag van het agrarische cultuurlandschap
Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel is men het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap' (afbeelding
ontwerp
29
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
4.6) en de slooplocatie is aangeduid als 'Jonge heide- en broekontginningslandschap' (afbeelding 4.7).
Afbeelding 4.6 Plangebied - Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 4.7 Slooplocatie - Uitsnede van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel)
30
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. "Jonge heide- en broekontginningslandschap" De grote oppervlakte aan – voormalige –natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht.
Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van de voorliggende ontwikkeling aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" Binnen de voorliggende ontwikkeling binnen het plangebied wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de ambities binnen de ontwikkelingsperspectief van het oude hoevenlandschap en dan met name de 'kampen en essen'. De ambitie binnen het voornemen is om de kenmerkende contrasten van dit landschap te versterken. Middels het erfinrichtingsplan (Bijlage 1) wordt getracht om zoveel mogelijk streekeigen beplanting, kenmerkend voor het oude hoevelandschap, te behouden en toe te voegen. Voor de slooplocatie geldt dat de bestaande beplanting behouden blijft en waar mogelijk ook versterkt (Bijlage 2). Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die behoren bij de ter plaatse van het plangebied geldende gebiedskenmerken. 3.
De Laag van de beleving
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van beleving” niet aangemerkt. De slooplocatie is wel aangemerkt als “Donkerte”. In afbeelding 4.8 is een uitsnede van de kaart met betrekking tot de laag van beleving opgenomen. De slooplocatie is indicatief weergegeven met een blauwe cirkel.
ontwerp
31
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
Afbeelding 4.8 Slooplocatie - Uitsnede van de 'Laag van de beleving' (Bron: Provincie Overijssel) "Donkerte" De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van bijvoorbeeld wegen of bedrijventerreinen en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Toetsing van de voorliggende ontwikkeling aan de "Laag van de beleving" Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan een woonfunctie, ook in het buitengebied. Er is echter, door het wegbestemmen van een agrarisch bedrijf en door het slopen van agrarische schuren, geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
32
ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde
4.3
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorliggende ontwikkeling worden in dit hoofdstuk behandeld.
4.3.1
Hof van Twente, zicht op 2030
4.3.1.1
Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeeld 10 en 14 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld.
4.3.1.2 Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap.
Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. 4.3.1.3 Streefbeeld: Kwaliteit woningbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren