11. Bijlage 3 bij Recreatieschap Twente met Aanbieding concept jaarstukken 2025 en concept begroting (1087614).pdf
Tekst van het document
315
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
315
Benodigde weerstandscapaciteit (B) De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt afgerond € 202.500. Deze wordt bepaald op basis van de geïnventariseerde risico’s, waarbij per risico een kans inschatting en een financiële impact zijn vastgesteld. Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024–2027 wordt de kans-impactanalyse niet toegepast op investeringen. Overzicht geïnventariseerde risico’s (kans × impact) Risico analyse RV
Risico waarde
Kans
Impact
Waarschijnlijk
€ 50.000 <> € 100.000
€
52.500
Onwaarschijnlijk
€ 25.000 <> € 50.000
€
-
Is wel eens voorgekomen
€ 25.000 <> € 50.000
€
-
Dreiging
Nr.
Personeel: 1 2 3
-Het risico dat meer kosten worden gemaakt door inhuur van (gespecialiseerde) bedrijven i.p.v. vrijwilligers -Inhuren medewerk(st)ers bij wegvallen/vertrek personeel (door krappe arbeidsmarkt) -Inhuren medewerk(st)ers bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid (ziekte/ongeval)
Tegenvallende inkomsten: 4 5 6 7
52.500
-Het risico op verminderde inkomsten door derving erfpacht- exploitatierechten (huren) -Het risico op verminderde inkomsten uit evenementen -Het risico op verminderde inkomsten uit parkeergelden agv weer -Het risico op verminderde inkomsten uit parkeergelden waterziektes
Zeer onwaarschijnlijk
€ 25.000 <> € 50.000
€
-
Is wel eens voorgekomen € 50.000 <> € 100.000
€
37.500
Onwaarschijnlijk
€ 25.000 <> € 50.000
€
-
Waarschijnlijk
€ 25.000 <> € 50.000
€
26.250
Calamiteiten onvoorziene omstandigheden: 8 9 10 11
63.750
-Het risico op hogere beheerskosten vanwege toenemende klimaatverandering, zoals stormschade, Is wel eens voorgekomen natuurbrand, droogte, wateroverlast en opwarming van het water in de recreatieplassen. -Het risico op hogere verzekeringspremies (door Zeer waarschijnlijk schades) Waarschijnlijk -Het risico op vandalisme Waarschijnlijk
-Kosten i.v.m. schadebetalingen
€ 25.000 <> € 50.000 € 25.000 <> € 50.000
€
-
€
33.750
€ 25.000 <> € 50.000
€
26.250
€ 25.000 <> € 50.000
€
26.250
86.250 Totaal omvang risico's
202.500
Tabel 5 Samenvattend overzicht geïnventariseerde risico's.
Samenvattend overzicht: beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit
Recreatieschap Twente Totaal
Risicowaarde (Kans X Impact) 202.500 315.103
Tabel 6 Ratio weerstandsvermogen
◄Inhoudsopgave
24
Verwacht saldo per begin 2027 315.103 202.500
Ratio 1,6 1,6
Paragrafen
Conclusie De ratio weerstandsvermogen komt uit op 1,6. Daarmee voldoet Recreatieschap Twente ruimschoots aan de door het bestuur vastgestelde norm van minimaal 0,8 - 1,0. Dit betekent dat het Recreatieschap in staat is om de geïdentificeerde risico’s financieel op te vangen zonder dat dit de uitvoering van de programma’s in gevaar brengt.
Financiële Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een set verplichte financiële kengetallen wordt opgenomen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie en de ontwikkeling daarvan in de komende jaren. Solvabiliteit (ramingen) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Recreatieschap Twente in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De ratio wordt berekend door het eigen vermogen (algemene reserve, bestemmingsreserves en het resultaat) af te zetten tegen het balanstotaal. Het kengetal laat zien welk deel van de bezittingen schuldenvrij is Raming Raming Raming Raming Financiële kengetallen 2027 2028 2029 2030 Solvabiliteitsratio
32%
33%
34%
32%
Een solvabiliteit tussen 20% en 50% wordt volgens de signaleringswaarden als financieel gezond beschouwd. Recreatieschap Twente bevindt zich daarmee binnen een veilige marge. Netto schuldquote (ramingen) De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal laat zien in welke mate rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatie. Een lagere schuldquote is gunstiger. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan over terugbetaling, wordt het kengetal zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden berekend. Voor Recreatieschap Twente is dit onderscheid niet relevant, omdat er geen sprake is van doorgeleende middelen. Raming Raming Raming Raming Financiële kengetallen 2027 2028 2029 2030 49%
Netto schuldquote
41%
38%
40%
De schuldquote valt ruim binnen de minst risicovolle categorie (< 90%). Dit betekent dat de schuldenlast goed beheersbaar is en geen zware druk legt op de exploitatie. Netto schuldquote gecorrigeerd voor uitgeleend geld Omdat Recreatieschap Twente geen gelden heeft uitgeleend, is de gecorrigeerde netto schuldquote gelijk aan de ongecorrigeerde variant. Structurele exploitatieruimte (ramingen) De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de mate waarin structurele lasten kunnen worden gedekt door structurele baten. Dit kengetal helpt te beoordelen of er ruimte is om structurele lastenstijgingen op te vangen of dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Raming Raming Raming Raming Financiële kengetallen 2027 2028 2029 2030 Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
De structurele exploitatieruimte is nihil. Dit betekent dat de structurele lasten meerjarig worden gedekt door structurele baten of door onttrekkingen aan reserves.
◄Inhoudsopgave
25
0%
Paragrafen
Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen Een afzonderlijk kengetal geeft slechts beperkt inzicht in de financiële positie. De kengetallen moeten daarom altijd in samenhang worden beoordeeld, waarbij vooral de trendmatige ontwikkeling van belang is. • Solvabiliteit: bevindt zich binnen de veilige marges; de organisatie is voldoende weerbaar om financiële tegenvallers op te vangen. • Netto schuldquote: valt in de minst risicovolle categorie; de schuldenlast is goed beheersbaar. • Structurele exploitatieruimte: structurele baten en lasten zijn in evenwicht. • Weerstandsratio: met een waarde van 1,6 kan het Recreatieschap eventuele tijdelijke verstoringen in de exploitatie zelfstandig opvangen. Gezamenlijk laten de kengetallen zien dat Recreatieschap Twente financieel robuust is en in staat blijft om zijn taken en verantwoordelijkheden op een duurzame manier uit te voeren.
7.2 Onderhoud kapitaalgoederen Recreatieschap Twente exploiteert de recreatieparken Het Hulsbeek, Het Rutbeek en Het Lageveld. Daarnaast is het recreatieschap verantwoordelijk voor het onderhoud van de recreatieve Twentse fietspaden en de diverse routenetwerken voor fietsen, wandelen, mountainbiken, paardrijden en autoroutes. Deze voorzieningen zijn van grote waarde voor zowel inwoners van Twente als toeristen. Met name het hoogwaardige netwerk van fietspaden en routes vormt een belangrijke reden voor toeristen om Twente te kiezen als (korte) vakantiebestemming. Als eigenaar en beheerder van de recreatieparken, fietspaden en routenetwerken heeft Recreatieschap Twente een algemene zorgplicht om deze kapitaalgoederen adequaat te beheren en te onderhouden. In het beheerplan wordt beschreven op welke wijze dit beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Hiermee sluit het recreatieschap aan bij de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Op basis van de huidige financiële situatie en de vastgestelde beheerstrategieën en kwaliteitsniveaus is een richtlijn opgesteld voor de periode 2023–2027, conform de maximale beheertermijn van vijf jaar die het BBV voorschrijft. Recreatieparken Recreatieschap Twente beheert de recreatieparken Het Hulsbeek (Oldenzaal), Het Rutbeek (Enschede) en Het Lageveld (Wierden).
Binnen deze parken beschikt het recreatieschap over diverse bedrijfsgebouwen, waaronder beheercentra, schuren en loodsen. Daarnaast zijn er meerdere toiletgebouwen en enkele overige panden in eigendom, waarvan een deel wordt verhuurd. Ook bezit het recreatieschap dienstwoningen die worden verhuurd aan de beheerders van de parken. De boekwaarde van deze kapitaalgoederen is opgenomen op de balans. Eventuele verschillen tussen de boekwaarde en de waarde in het economisch verkeer worden aangemerkt als stille reserves. Beheerplan voor groot onderhoud Onderhoud is noodzakelijk om kapitaalgoederen in goede en oorspronkelijke staat te houden. Het BBV maakt hierbij onderscheid tussen: • Klein onderhoud: wordt direct in de exploitatie verantwoord in het jaar van uitvoering. • Groot onderhoud: wordt ondergebracht in een voorziening. • Vervangingsinvesteringen: wanneer een kapitaalgoed volledig is afgeschreven, is er geen sprake meer van groot onderhoud maar van vervanging (Commissie BBV, 2019). Het beheerplan richt zich uitsluitend op groot onderhoud van kapitaalgoederen. Het nieuwe beheerplan is in werking getreden vanaf het begrotingsjaar 2023 en geldt voor een periode van vijf jaar. Conform artikel 12, lid 1 van het BBV worden de kapitaalgoederen onderverdeeld in de volgende categorieën, elk met een eigen beheerplan: 1. Groot onderhoud Groen 2. Groot onderhoud Verhardingen 3.
Groot onderhoud Water 4. Groot onderhoud Terreinvoorzieningen 5. Groot onderhoud Gebouwen 6. Groot onderhoud Rioleringen 7. Groot onderhoud Werktuigen en wettelijke maatregelen Voorzieningen voor onderhoud Het onderhoud van de kapitaalgoederen van de recreatieparken, fietspaden en routenetwerken wordt ondergebracht in zeven afzonderlijke voorzieningen, overeenkomstig de hierboven genoemde categorieën. Vanwege het kleinschalige en diverse karakter van de kapitaalgoederen worden deze categorieën in afzonderlijke paragrafen verder toegelicht. In de bijbehorende figuur (in jouw document) wordt de symbolische relatie weergegeven tussen de recreatieparken, de routenetwerken en de verschillende onderhoudsvoorzieningen. Deze figuur laat zien dat de voorzieningen onlosmakelijk verbonden zijn met de fysieke infrastructuur van Recreatieschap Twente.
◄Inhoudsopgave
26
Routenetwerken
Het Lageveld
Voorziening
Het Rutbeek
Het Hulsbeek
Paragrafen
GO Groen GO Verhardingen GO Water GO Terreinvoorzieningen GO Gebouwen GO Rioleringen GO Werktuigen en wettelijke maatregelen Uit het beheerplan voortvloeiende financiële consequenties Het beheerplan voor groot onderhoud vormt de basis voor de financiële planning van de onderhoudsvoorzieningen voor de periode 2023–2027. Voor elk van de zeven categorieën kapitaalgoederen wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan de betreffende voorziening, afhankelijk van de geplande onderhoudsactiviteiten. Om deze uitgaven te kunnen dekken, wordt jaarlijks een gelijkblijvende dotatie aan de voorzieningen toegevoegd. Jaarlijkse dotatie aan de voorzieningen Om het groot onderhoud over de vijfjarige periode te kunnen bekostigen, wordt jaarlijks een gelijkblijvend bedrag toegevoegd aan de onderhoudsvoorzieningen. Deze dotaties zijn gebaseerd op de totale onderhoudsbehoefte per categorie. Groen Verharding
Water
Werkt. Terr. Gebouwen Rioleringen en wett. Voorz. maatreg.
Uitg. per jaar
2023
-15.944
24.154
22.306
8.840
12.071
7.988
33.490
92.905
2024
9.300
15.385
9.193
3.133
1.022
0
35.880
73.913
2025
11.815
36.232
26.109
24.543
14.486
0
34.698
147.883
2026
0
7.150
0
21.467
23.472
0
30.085
82.174
2027
3.726
16.956
21.395
19.395
18.400
9.742
50.910
140.524
Totaal
8.897
99.877
79.003
77.378
69.451
17.730
185.063
537.399
Jaarlijkse dotatie VGO
1.779
19.975
15.801
15.476
13.890
3.546
37.013
107.480
Voorziening Groot Onderhoud (VGO)
Toelichting Om de continuïteit van het onderhoud te waarborgen, worden de jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen gelijk gehouden gedurende de gehele planperiode. De kosten van het groot onderhoud worden rechtstreeks ten laste van deze voorzieningen gebracht. Ook in de begroting 2027 worden de vaste dotaties opgenomen, zodat de financiële dekking voor het geplande onderhoud structureel is geborgd. De totale onderhoudsbehoefte voor de periode 2023–2027 bedraagt € 537.399, wat volledig aansluit op de jaarlijkse dotaties van € 107.480 per jaar.
7.3 Bedrijfsvoering Dienstverlening via SamenTwente De bedrijfsvoering activiteiten (PIOFJACH: Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Juridische zaken, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden, conform de bestuurlijke afspraken, uitgevoerd door SamenTwente op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Uitgangspunt hierbij is dat de huidige kwaliteit en omvang van de dienstverlening minimaal worden gecontinueerd. SamenTwente levert daarmee een belangrijke bijdrage aan een stabiele en efficiënte bedrijfsvoering van Recreatieschap Twente.
◄Inhoudsopgave
27
Paragrafen
Beleidsnotities Recreatieschap Twente beschikt over een aantal eigen beleidsnota’s. Waar nog van toepassing, gelden de eerder vastgestelde beleidsdocumenten van voormalig Regio Twente. Onderstaand overzicht toont de relevante beleidsdocumenten en de datum van vaststelling. Beleidsnota Vastgesteld door Datum vaststelling Controleverordening Recreatieschap Twente
Bestuur
4-apr-24
Financiële verordening Recreatieschap Twente
Bestuur
16-okt-25
Risicomanagement en weerstandsvermogen
Bestuur
7-jul-25
Fraude beheerssystematiek en –analyse
Algemeen bestuur
7-mrt-18
Nota activeren, waarderen en afschrijven
Bestuur
24-okt-24
Treasurystatuut Interne controleplan Gemeenschappelijke regeling
Bestuur
24-okt-24
Algemeen Bestuur
14-dec-22
Raden, colleges van B&W en Bestuur 1 januari 2022 (datum van intreding)
Programmabegroting
Bestuur
Jaarlijks voor 15 september
Deze beleidsdocumenten vormen gezamenlijk het fundament onder de bedrijfsvoering en financiële sturing van het Recreatieschap Formatie Onderstaande tabel toont de formatieontwikkeling van Recreatieschap Twente zoals opgenomen in de meerjarenbegroting. De formatie stijgt in 2026 naar 22,3 fte, waarna deze structureel gelijk blijft. Formatieontwikkeling (fte) Formatie (begroting)
Fte 2024
Fte 2025
Fte 2026
Fte 2027
Fte 2028
Fte 2029
Fte 2030
Recreatieschap Twente
17,0
17,9
22,3
22,3
22,3
22,3
22,3
Totaal
17,0
17,9
22,3
22,3
22,3
22,3
22,3
De formatie-uitbreiding in 2026 hangt samen met de versterking van zowel de recreatieparken als de routenetwerken, passend bij de groeiende opgaven en het gewenste kwaliteitsniveau.
7.4 Financiering Beleid De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s door te voorzien in de benodigde financiële middelen. Dit gebeurt enerzijds door – indien noodzakelijk – externe financiering aan te trekken, en anderzijds door het beheren van beschikbare middelen die (tijdelijk) niet nodig zijn voor de uitvoering van beleidstaken. Het treasurybeleid van Recreatieschap Twente is gebaseerd op het treasurystatuut dat eerder door het algemeen bestuur van voormalig Regio Twente is vastgesteld. Totdat een eigen treasurystatuut voor het Recreatieschap is opgesteld en vastgesteld, blijven deze kaders van kracht.
Uitgangpunten en ontwikkelingen Recreatieschap Twente beschikt niet over overtollige liquide middelen. De systematiek van totaalfinanciering is daarom niet langer van toepassing. Dit betekent dat het Recreatieschap voor toekomstige investeringen – indien nodig – zelf leningen zal moeten aantrekken. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn: • Reguliere exploitatie-uitgaven worden niet gefinancierd met leningen. Lonen, onderhoudskosten en overige terugkerende lasten worden gedekt uit de lopende banksaldi. • Leningen worden uitsluitend aangetrokken voor investeringen die worden geactiveerd. • De omvang van de leningenportefeuille blijft in principe beperkt tot de totale waarde van de materiële vaste activa. Dit volgt de zogeheten gouden regel: de schuldpositie mag niet groter zijn dan de waarde van de activa die ermee zijn gefinancierd
◄Inhoudsopgave
28
Paragrafen
Treasury bij het Recreatieschap De treasury functie krijgt binnen het Recreatieschap een grotere betekenis dan voorheen onder Regio Twente. Dit komt doordat het Recreatieschap een kapitaalintensieve uitvoeringsorganisatie is, gericht op één taakgebied: recreatieve voorzieningen en toeristische promotie in Twente. Er zijn geen overtollige middelen uit andere taakvelden beschikbaar. Daarom is een zorgvuldige planning van de financieringsbehoefte essentieel. Dit vraagt om: • een liquiditeitsplanning voor investeringen; • een evenwichtige spreiding van renterisico’s bij het aantrekken van langlopende leningen; • een gezond aflossingspatroon binnen de leningenportefeuille. Als overheidsinstelling heeft het Recreatieschap goede toegang tot de kapitaalmarkt. Voor het aantrekken van len
Omslagrente In de begroting 2027 is rekening gehouden met de rentelasten die voortvloeien uit de aangetrokken langlopende lening(en). De omslagrente wordt toegepast conform de geldende BBV-richtlijnen.
Wettelijk kader Het financieringsbeleid wordt uitgevoerd binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Deze wet bevat bepalingen die gericht zijn op het beperken van financiële risico’s. Twee belangrijke instrumenten zijn: • Kasgeldlimiet – begrenst de omvang van kortlopende schulden. • Renterisiconorm – begrenst het renterisico op de vaste schuld. Daarnaast zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht om geldelijke overschotten onder te brengen bij het Ministerie van Financiën via schatkistbankieren. Hiermee wordt het risico op ongewenste financiële transacties beperkt. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening of herfinanciering. Hiermee wordt een bovengrens gesteld aan het renterisico van de langlopende leningenportefeuille. - Renteherziening: wanneer in de leningsovereenkomst is vastgelegd dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. - Herfinanciering: het aangaan van een nieuwe lening om een bestaande lening af te lossen. De renterisiconorm begrenst daarmee de jaarlijkse aflossingen op de leningenportefeuille. Recreatieschap Twente heeft één langlopende lening waarop jaarlijks wordt afgelost. Op basis van de norm mag per 1 januari van ieder jaar maximaal € 996.000 worden overgesloten. Omschrijving x € 1.000
Nr
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
1 2 3 4
Begrotingstotaal (excl. mutaties reserves) Renterisiconorm (20% van 1) renteherziening Aflossing
5.854 1.171 0 175
6.031 1.206 0 175
6.223 1.245 0 175
6.423 1.285 0 175
5
Rente risico (3+4)
175
175
175
175
Ruimte onder renterisiconorm (2-5)
996
1.031
1.070
1.110
Tabel 7 Renterisiconorm
De ruime marge onder de renterisiconorm laat zien dat het renterisico goed beheersbaar is. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen in de Wet FIDO om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De limiet bepaalt dat slechts een beperkt deel van de financieringsbehoefte met kortlopend vreemd vermogen mag worden gedekt. • De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten (exclusief stortingen in reserves). • De kasgeldlimiet wordt berekend als kwartaalgemiddelde. • Hiermee wordt voorkomen dat organisaties langdurig hoge kortlopende schulden aanhouden, wat risicovol is bij stijgende variabele rentes.
◄Inhoudsopgave
29
Paragrafen
Omschrijving x € 1.000
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Begrotingstotaal (excl. mutaties reserves)
5.854
6.031
6.223
6.423
Vastgesteld percentage
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
Nr 1 2
480
Kasgeldlimiet (1x2)
495
510
527
Schatkistbankieren De Wet FIDO schrijft voor dat decentrale overheden hun overtollige middelen moeten onderbrengen bij het Ministerie van Financiën: schatkistbankieren. Hiermee wordt het risico op ongewenste financiële transacties beperkt. Er geldt een drempelbedrag waarbinnen middelen buiten de schatkist mogen worden gehouden: • Vanaf 1 juli 2021: 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1 miljoen. • Voor Recreatieschap Twente komt 2% neer op € 117.000, wat lager is dan de minimale drempel. • Daarom geldt de minimale drempel van € 1 miljoen. Omdat op positieve banksaldi rente wordt vergoed, is het bovendien doelmatig om beschikbare middelen in de schatkist aan te houden. Schatkistbankieren ( x € 1.000)
Drempelbedrag
Middelen buiten de schatkist
117
Percentage buiten de schatkist
2,0%
7.5 Openbaarheidsparagraaf Inleiding De openbaarheidsparagraaf is een verplichte paragraaf op grond van artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo). De Woo heeft als doel om bestuursorganen transparanter te maken en de openbaarheid van publieke informatie te bevorderen. Dit vraagt om informatie die beter vindbaar, toegankelijk en uitwisselbaar is Wettelijk kader De Woo wordt gefaseerd ingevoerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor het Meerjarenplan implementatie Woo opgesteld. Dit plan vormt, samen met het BBV en lokaal beleid, de basis voor de verantwoording in deze paragraaf. Doelstellingen van de Woo De Wet open overheid beoogt:
• • •
een transparante en actief openbaar makende overheid; het versterken van het belang van openbaarheid; het actief openbaar maken van publieke informatie.
Deze doelen dragen bij aan een sterke democratische rechtsstaat, vergroten de positie van de burger en ondersteunen goed bestuur en economische ontwikkeling. Wat doet Recreatieschap Twente hiervoor? Voor de uitvoering van de Woo sluit Recreatieschap Twente aan bij de aanpak van SamenTwente. De werkzaamheden en voortgang zijn beschreven in paragraaf 6.4 en verder van de programmabegroting van SamenTwente.
◄Inhoudsopgave
30
Financiële begroting
8. Financiële begroting 8.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaande tabel geeft een integraal overzicht van de baten en lasten van Recreatieschap Twente voor de jaren 2025–2027. De gegevens zijn weergegeven in duizenden euro’s en sluiten aan op de programmatische indeling van het BBV. Overzicht van baten en lasten Jaarrekening
Begroting na wijziging
2025
Bedragen X € 1.000
Begroting
2026
2027
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
2.409
4.031
-1.622
1.384
4.001
-2.617
1.407
4.104
-2.697
0
748
-748
0
785
-785
0
802
-802
2.409
4.779
-2.371
1.384
4.786
-3.402
1.407
4.906
-3.499
Programma`s Recreatieve voorzieningen (taakveld 5.7) Subsidiering Twente Marketing (taakveld 3.1) Subtotaal programma's Overhead (taakveld 0.4)
0
917
-917
0
921
-921
0
947
-947
2.409
5.696
-3.288
1.384
5.707
-4.323
1.407
5.854
-4.447
Treasury (taakveld 0.5)
57
57
0
0
0
0
0
0
0
Gemeentelijke bijdrage
4.126
0
4.126
4.293
0
4.293
4.417
0
4.417
Totaal algemene dekkingsmiddelen
4.183
57
4.126
4.293
0
4.293
4.417
0
4.417
Begroot totaal saldo van baten en lasten
6.592
5.753
838
5.677
5.707
-30
5.824
5.854
-30
Recreatieve voorzieningen
15
868
-852
30
0
30
30
0
30
Totaal toevoegingen/onttrekkingen aan reserves
15
868
-852
30
0
30
30
0
30
Gerealiseerd/Begroot resultaat
6.607
6.621
-14
5.707
5.707
0
5.854
5.854
0
Totaal programma's incl. overhead
Toevoeging/onttrekking aan reserves
Tabel 8 Overzicht van baten en lasten
Toelichting Het overzicht laat zien dat: • De programma’s structureel meer lasten dan baten kennen, wat past bij de publieke taak van het Recreatieschap. • De gemeentelijke bijdrage vormt de belangrijkste bron van algemene dekking. • De overhead en Twente Marketing zijn stabiele posten binnen de begroting. • Het begrotingssaldo 2027 sluit neutraal, mede door een beperkte toevoeging aan de reserves. • De financiële positie blijft daarmee beheersbaar en sluit aan bij de meerjarige financiële kaders
◄Inhoudsopgave
31
Financiële begroting
Meerjarenbegroting (2027-2030) Onderstaande tabel geeft een integraal overzicht van de baten en lasten voor de jaren 2027 tot en met 2030. De bedragen zijn weergegeven in duizenden euro’s en sluiten aan op de programmatische indeling van het BBV. Overzicht van baten en lasten Bedragen x €1.000
Begroting
Meerjarenraming
Meerjarenraming
2027
2028
2029
Programma
Baten
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
1.407
Meerjarenraming 2030
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
4.104
-2.697
1.434
4.224
-2.790
1.463
4.355
-2.892
1.493
4.492
-2.999
Economische ontwikkeling
0
802
-802
0
821
-821
0
840
-840
0
859
-859
Subtotaal programma's
1.407
4.906
-3.499
1.434
5.045
-3.611
1.463
5.195
-3.732
1.493
5.351
-3.858
0
947
-947
0
986
-986
0
1.028
-1.028
0
1.072
-1.072
1.407
5.854
-4.447
1.434
6.031
-4.596
1.463
6.223
-4.760
1.493
6.423
-4.930
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-0
-0
4.417
0
4.417
4.566
0
4.566
4.730
0
4.730
4.900
0
4.900
4.417
0
4.417
4.566
0
4.566
4.730
0
4.730
4.900
-0
4.900
5.824
5.854
-30
6.001
6.031
-30
6.193
6.223
-30
6.393
6.423
-30
Overhead Subtotaal programma's incl. overhead Algemene dekkingsmiddelen (gemeentelijke bijdrage) Treasury Gemeentelijke bijdrage Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Mutaties reserves
30
0
30
30
0
30
30
0
30
30
0
30
Resultaat
5.854
5.854
0
6.031
6.031
-0
6.223
6.223
0
6.423
6.423
0
Tabel 9 Meerjarenbegroting
8.2 Toelichting op het overzicht van Baten en Lasten De financiële kaders van de begroting worden jaarlijks uiteengezet in onze Ontwikkelingenbrief en gedeeld met de gemeenteraden. Deze brief vormt de opmaat van de begroting. In de Ontwikkelingenbrief 2027 is uiteengezet dat we naar aanleiding van zienswijzen bij de begroting 2026, samen met andere gemeenschappelijke regelingen en met gemeenten hebben gewerkt aan een nieuwe indexatiesystematiek. Ons bestuur heeft deze systematiek op 11 december 2025 Belangrijkste kenmerken van de nieuwe systematiek: • Geen verrekening van voorgaande jaren. • Indexatiepercentages sluiten beter aan bij gemeentelijke percentages. • Geen tussentijdse begrotingsaanpassing bij nieuwe cao-afspraken (administratieve lastenverlichting). • Nieuwe cao-afspraken worden verwerkt in de begroting van het volgende jaar. In aanloop naar de GR-begrotingen 2029 wordt de nieuwe systematiek geëvalueerd. In deze begroting zijn de financiële effecten van de nieuwe indexatiesystematiek uitgewerkt.
Loon- en prijsindex 2027 Grondslag voor de loonsom Als grondslag voor de loonsom hanteren wij max van de functieschaal. Voor eventuele openstaande vacatures wordt ook uitgegaan van de max regel. Voor de loonontwikkeling in 2027 nemen wij de begroting 2026 als uitgangspunt. Loonindex (3,41%) In de Ontwikkelingenbrief 2027 werd nog uitgegaan van een stijging van de loonkosten met 3,39% in 2027. De daadwerkelijke loonindex voor 2027 valt iets hoger uit, namelijk 3,41%. Dit percentage is als volgt opgebouwd:
A.
Verhoging per 1 januari 2027 vanuit Cao: 1,6%, cumulatief 1,69%.
B.
Verhoging per 1 april 2027 loonvoet overheid Sept. circ. 2025): 9/12 × (5,1% - 1,6%) = 2,63%.
C.
Totale loonindex 2027 exclusief voorgaande jaren (A+B): 4,32%.
D.
Verrekening vorig jaren o.b.v. Cao 2025 die loopt van 1-4-2025 t/m 31-3-2027: -0,91%.
E.
Dit leidt tot een verwachte loonindex 2027 van 3,41% (C + D).
◄Inhoudsopgave
32
Financiële begroting
Het marginale verschil ten opzichte van de inschatting uit de ontwikkelingenbrief komt omdat in de cao SGO 2025–2027 per 1 januari 2026 een nominale loonsverhoging van € 35 is afgesproken. Het procentuele effect van deze verhoging verschilt per organisatie en is afhankelijk van het loongebouw. Ook werkgeverslasten kunnen een marginaal verschil veroorzaken. Dit is ook toegelicht in de Ontwikkelingenbrief 2027. De looncompensatie blijft een inschatting, omdat nog niet bekend is hoe de volgende cao eruit zal zien. Met het bestuur is afgesproken dat er geen tussentijdse begrotingswijziging wordt doorgevoerd wanneer een nieuwe cao bekend wordt. Eventuele verschillen als gevolg van de cao (overschot of tekort) worden via rapportages afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Indien nodig kan het verschil bij de resultaatbestemming van de jaarrekening met de gemeenten worden verrekend. Prijsindex (2,20%) Deze index is gelijk aan prijsindex zoals uiteengezet in de Ontwikkelingenbrief 2027. Voor de prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de IMOC (netto materiële overheidsconsumptie) op basis van het percentage zoals gepubliceerd in de septembercirculaire t-2. Voor de begroting 2027 kijken we dus naar de septembercirculaire 2025. De IMOC wordt voor 2027 ingeschat op 2,20%.
Gecombineerde loon- en prijsindex (2,60%) De loonkosten bedragen grofweg 33% van onze lasten en het prijsgevoelige deel is 67%. Dit leidt tot een gecombineerde index van 2,60%: 0,33 × (2,63% + 0,78%) + 0,67 × 2,20% = 2,60.
Uitgangspunten meerjarenraming 2028-2030 Bij het opstellen van de meerjarenraming wordt uitgegaan van de loon- en prijsontwikkeling zoals geraamd door het CPB in de bijlagen van de concept MacroEconomische Verkenning (MEV). Voor de jaren 2028–2030 wordt het aantal inwoners gefixeerd op het inwonertal dat is gehanteerd in de begroting 2027, peildatum 1 januari 2026. Jaar
Looncompensatie
Prijscompensatie
2027 2028 2029 2030
2,63% 4,20% 4,50% 4,50%
2,20% 2,30% 2,30% 2,30%
Gecombineerde Index 2,60% 2,92% 3,02% 3,02%
Aantal inwoners 646.547 646.547 646.547 646.547
Vervangingsinvesteringen De investeringsruimte blijft op peil door de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, op te voeren als vervangingsinvesteringen. Deze investeringen worden ook gecorrigeerd voor inflatie. Hierbij geldt eveneens het herrekende IMOC-cijfer van het CPB (2,20%).
Weerstandsvermogen/reserves en voorzieningen Er wordt weerstandsvermogen aangehouden zodat de organisatie zelf in staat is om risico’s op te vangen. Een kwalitatieve risicoanalyse is de basis voor deze buffers. Onze gemeenschappelijke regeling beschikt over een nota risicomanagement en weerstandsvermogen die de basis vormt voor ons weerstandsvermogen, maar ook regels bevat hoe wij omgaan met reserveringen en voorzieningen.
Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven wordt een bedrag van € 0 gehanteerd.
Tarieftaken en baten van derden Voor taken, die niet via de algemene bijdrage van gemeenten worden bekostigd, gelden tarieven die alle bedrijfskosten moeten afdekken. Deze tarieven, gerelateerd aan een reëel te verwachten omzet, dienen tenminste een kostendekkend exploitatieresultaat op te leveren. Dit sluit aan bij de wet Markt en Overheid. In de begroting wordt deze verwachte baten geïndexeerd op basis van de gecombineerde loon- en prijsindex, tenzij anders is overeengekomen. Hiermee wordt voorkomen dat de stijging van de lonen en prijzen volledig op de Twentse gemeenten wordt verhaald.
Bijdrage per gemeente De gemeentelijke bijdrage 2027 wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2026, zoals door de gemeenten zelf aangeleverd
◄Inhoudsopgave
33
Financiële begroting
8.2.1
Overzicht van baten en lasten per taakveld
Code
Taakveld
0.1 0.4 0.5 3.1 5.7
Mutaties reserves Overhead Treasury Economische ontwikkeling Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Totaal Baten Totaal Lasten
Eindtotaal
8.2.2
0 947.459 0 802.340 4.104.031
-30.000 947.459 0 802.340 2.696.820
1.437.211
5.853.830
4.416.619
Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten
Voor de periode 2027 tot en met 2030 worden geen incidentele baten of lasten verwacht.
◄Inhoudsopgave
34
Gem. Bijdrage
30.000 0 0 0 1.407.211
Financiële begroting
8.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Deze paragraaf bevat een prognose van de balans en het EMU-saldo. Daarnaast wordt ingegaan op de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, de investeringen en het verloop van de reserves.
8.3.3
Geprognosticeerde balans
De balansprognose omvat het begrotingsjaar, het voorafgaande jaar en de drie daaropvolgende jaren.
Bedragen (x € 1.000) Materiele vaste activa Financiële vaste activa
Eind
Eind
Eind
Eind
Eind
Eind
2025
2026
2027
2028
2029
2030
5.739
6.025
5.665
5.261
5.095
5.278
0
0
0
0
0
0
Vlottende activa
2.222
1.157
1.835
1.724
1.579
1.709
Totaal activa
7.961
7.182
7.500
6.985
6.674
6.987
Eigen vermogen
2.405
2.419
2.374
2.329
2.284
2.239
Voorzieningen
608
491
441
439
449
459
Vaste schulden
3.028
2.800
2.625
2.450
2.275
2.100
Vlottende passiva
1.920
1.472
2.060
1.767
1.666
2.189
Totaal passiva
7.961
7.182
7.500
6.985
6.674
6.987
Toelichting op de balans Materiele vaste activa Deze post is geprognosticeerd op basis van de jaarrekening 2025. Toekomstige vervangingsinvesteringen zijn toegevoegd en de begrote afschrijvingen zijn in mindering gebracht. Vlottende activa Uitgegaan is van de vlottende activa per jaarrekening 2025. De post omvat ook de liquide middelen, waarin het saldo van overige activa en passiva tot uitdrukking komt. Eigen vermogen Het eigen vermogen is gebaseerd op de omvang van de reserves per ultimo 2025, inclusief de begrote mutaties in de jaren daarna.. Voorzieningen De voorzieningen zijn geprognosticeerd op basis van de begrote dotaties en verwachte bestedingen uit het grootonderhoudsplan. Vaste schulden De vaste schulden volgen de aflossingsstructuur van de bestaande geldlening. Vlottende passiva Deze post is gebaseerd op de schuldenpositie volgens de jaarrekening 2025, aangevuld met de verwachte mutaties in de jaren daarna.
◄Inhoudsopgave
35
Financiële begroting
8.3.4
Berekening EMU-saldo
In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat het EMU-tekort van een euroland maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Dit tekort wordt bepaald op basis van het gezamenlijke saldo van het Rijk, de lokale overheden en de sociale fondsen. Vanuit het BBV is het verplicht om in de begroting een raming van het eigen EMU-saldo op te nemen. De begroting van Recreatieschap Twente is opgesteld volgens het stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo wordt echter berekend op basis van ontvangsten en uitgaven, conform de voorschriften van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR). Hierdoor kunnen verschillen ontstaan tussen het begrotingssaldo en het EMU-saldo. Raming Raming Raming Raming 2027 2028 2029 2030
Omschrijving (x € 1.000) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV,
1 artikel 17c) 2 Mutatie (im)materiële vaste activa 3 Mutatie voorzieningen 4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-30
-30
-30
-30
-360
-404
-166
183
-50
-2
10
10
0
0
0
0
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij 5 verkoop (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
Berekend EMU-saldo (1-2+3-4-5)
280
372
146
-203
Toelichting Het EMU-saldo wijkt af van het begrotingssaldo omdat investeringen in het stelsel van baten en lasten niet in één keer tot last komen. In de begroting worden alleen de jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) verwerkt. Voor het EMU-saldo tellen investeringen echter volledig mee in het jaar van uitvoering. Dit betekent dat: • een sluitende begroting toch kan leiden tot een negatief EMU-saldo, • vooral in jaren met een hoog investeringsniveau. In 2030 is het EMUsaldo negatief (–€ 203.000), voornamelijk door de geplande investeringen in de renovatie van toiletruimtes en technische ruimten. Deze investeringen drukken volledig op het EMUsaldo, terwijl zij in de begroting via kapitaallasten worden gespreid.
8.3.5
Verloopoverzichten van de reserves en voorzieningen
Onderstaande tabellen geven het verloop weer van de reserves en voorzieningen over de jaren 2026–2030. De mutaties zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en het onderhoudsplan. Verloopoverzicht reserves
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
2026
2027
2027
2027
2028
2028
2028
2029
2029
2029
2030
2030
2030
0
0
122
45
2.117
Algemene reserve
122
Subtotaal
122
122 0
0
122
45
2.252
122 0
0
122
45
2.207
122 0
0
122
45
2.162
122
Bestemmingsreserve: - Egalisatie
0
- Overige
2.297
Subtotaal
2.297
0
45
2.252
0
45
2.207
0
45
2.162
0
45
2.117
Totaal
2.419
0
45
2.374
0
45
2.329
0
45
2.284
0
45
2.239
◄Inhoudsopgave
0
0
36
0
0
Financiële begroting
Verloopoverzicht voorzieningen
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
Toe voeging
Ont trekking
Eind stand
2026
2027
2027
2027
2028
2028
2028
2029
2029
2029
2030
2030
2030
Grootonderhoud Recreatieve Voorziening
357
107
141
324
0
0
324
0
0
324
0
0
324
Voorziening RVU
39
0
27
12
0
12
0
0
0
0
0
0
0
Voorziening Verlofsparen
95
10
0
105
10
0
115
10
0
125
10
0
135
Totaal
491
117
168
441
10
12
439
10
0
449
10
0
459
Tabel 10 Verloopoverzicht voorzieningen
8.3.6
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
De arbeidskosten gerelateerde verplichtingen bestaan uit posten die jaarlijks een vergelijkbaar volume hebben en structureel in de meerjarenraming zijn opgenomen. Bedragen in €
2027
Individueel keuzebudget
280.064
Tabel 11 Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
8.3.7
Investeringen
Onderstaande tabellen geven een overzicht van de verwachte herinvesteringen voor de jaren 2027–2030. Het betreft investeringen met economisch nut die worden geactiveerd en via kapitaallasten worden afgeschreven. Herinvesteringen
2027
2028
2029
2030
Investeringen met economisch nut
129
74
318
616
2027
2028
2029
2030
0 0
0 0
0 279
467 0
0
0
0
0
36 66
68 6
0 0
50 54
Tabel 12 Herinvesteringen
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Bedrijfsgebouwen Woonruimten Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overig
27
0
39
45
Totaal
129
74
318
616
◄Inhoudsopgave
37
Bijlagen
Programmabegroting 2027
Bijlagen Gemeentelijke bijdrage 2027 per taakveld Onderstaande tabel toont de verdeling van de gemeentelijke bijdrage 2027 over de deelnemende Twentse gemeenten. De verdeling vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2026. Aantal inw.
0.4
0.10
3.1
5.7
Totaal
1-1-2026
Overh.
Mutaties reserves
Economische ontwikkeling
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Gemeentelijke bijdrage
Almelo
75.187
0
-3.489
93.304
423.794
513.609
Borne
25.039
0
-1.162
31.072
141.133
171.044
Dinkelland
26.971
0
-1.251
33.470
152.023
184.241
Enschede
162.757
0
-7.552
201.975
917.384
1.111.807
Haaksbergen
24.315
0
-1.128
30.174
137.052
166.098
Hellendoorn
36.351
0
-1.687
45.110
204.893
248.317
Hengelo
84.033
0
-3.899
104.282
473.654
574.037
Hof van Twente
35.765
0
-1.660
44.383
201.590
244.314
Losser
23.478
0
-1.089
29.135
132.334
160.380
Oldenzaal
32.034
0
-1.486
39.753
180.561
218.827
Rijssen / Holten
39.263
0
-1.822
48.724
221.307
268.209
Tubbergen
21.573
0
-1.001
26.771
121.597
147.367
Twenterand
34.236
0
-1.589
42.486
192.972
233.869
Gemeente
Wierden
25.545
0
-1.185
31.700
143.985
174.500
Totaal
646.547
0
-30.000
802.340
3.644.280
4.416.619
Toelichting Verdeling van overhead Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het voor verbonden partijen niet toegestaan om de gemeentelijke bijdrage voor overhead rechtstreeks via taakveld 0.4 (Overhead) op te halen, tenzij het daadwerkelijk overheadactiviteiten betreft. Dit is vastgelegd in de Notitie Verbonden Partijen van de Commissie BBV. Daarom wordt: • de overhead extracomptabel toegerekend aan het grootste taakveld, • in dit geval taakveld 5.7 – Openbaar groen en (openlucht) recreatie. Hierdoor worden de bijdragen voor overhead zichtbaar onder de baten van de directe taakvelden. Rente en treasury De rente op de aangetrokken geldlening wordt: • niet via taakveld 0.5 (Treasury) opgehaald, • maar via de omslagrente toegerekend aan taakveld 5.7. Dit sluit aan bij de BBV-systematiek waarbij rentelasten worden toegerekend aan de taakvelden die de investeringen gebruiken.
◄Inhoudsopgave
38