11. Bijlage 2 bij Locis adviseurs over Onvolledige en onjuiste beantwoording schriftelijke vragen Omgevingsvergunning Groen Gas Goor (1028828).pdf
Tekst van het document
adres
Spaansland 20 Enschede postadres
Postbus 383
Postbus 383, 7500 AJ Enschede
7500 AJ Enschede
Omgevingsdienst Twente
telefoon
088 256 7000
Haven Zuidzijde 30 7607 EW ALMELO
Website
brandweertwente.nl
Uw kenmerk
Z2023-ODT-009323
Datum
Ons kenmerk
Z2025-001582 / D2025-011027
Behandeld door
Bijlage(n)
1
Telefoon
Onderwerp
Revisievergunning (milieu) Groen Gas Goor
Geachte
1 mei 2025 088 256 7000
, heer/mevrouw
Op 1 april 2025 heeft u Veiligheidsregio Twente gevraagd om advies uit te brengen op een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit milieu. De adviesaanvraag heeft betrekking op de wijziging in activiteiten bij Groen Gas Goor (verder GGG) gelegen aan Kooimaten 3 in Goor. U heeft ons aangegeven dat een advies ‘bouwen’ reeds is verstrekt. Wij verwijzen gemakshalve naar het betreffende advies (kenmerk: D2024-027970, d.d. 19 september 2024), met dien verstande dat op basis van milieueisen er afwijkende eisen kunnen gelden aan de brandveiligheidsvoorschriften. Waar hebben wij naar gekeken Dit advies gaat over brandveiligheid in relatie tot de milieuwetgeving. Daarnaast hebben wij gekeken naar de bereikbaarheid van de inrichting, gebouwen en installaties op het terrein en de aanwezigheid van het bluswater zoals dat beschikbaar is in de directe omgeving afgestemd op het repressief optreden door de brandweer. In de huidige aanvraag wordt een uitbreiding van capaciteit (maximaal 60.000 ton/jaar), de realisatie van een silo (spuiwater), een gevel aanpassing, de wijziging van een nokhoogte van een bestaand bijgebouw en het realiseren van een nieuwe luchtwasser en bio-bed aangevraagd. Externe Veiligheid U heeft aangegeven dat een advies met betrekking tot externe veiligheid niet aan de orde is.
Wij zijn van mening dat het aspect externe veiligheid zeker belangrijk is en een eerste beoordeling moet zijn in het vergunning traject. Dit is mede van belang doordat reeds bekend is dat de risico-contouren de perceelsgrens overschrijden (vergunde situatie) en er daarmee een ruimtelijk beslag op de belende nde percelen ligt. Wij hebben de gemeente eerder voorzien van een reactie (mail, d.d. 23-4-2024) op een bezwaarschriftprocedure van buren. Wij hebben destijds onder andere aangegeven dat er sprake is van een contour die de perceelsgrens overschrijdt en waardoor dit beperkingen heeft voor de ontwikkelmogelijkheden op de belendende percelen. Ook adviseerden wij om, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, de risico-contouren op te nemen op de (plan)kaarten. Meest wenselijk is echter om de (PR) risico-contouren op het eigen perceel te houden. Wij adviseren u -gelet op het vergroten van de capaciteit van de co-vergistingsinstallatie- om het aspect externe veiligheid te beschouwen en hierin weloverwogen keuzes te maken, alvorens over te gaan tot afgifte van een revisievergunning.
vervolgblad 1
Wij sluiten op voorhand niet uit dat er een wijziging in contouren aan de orde is en er een (verdere) ruimtelijke beperking op belendende percelen komt te liggen. Dientengevolge dient de nieuwe situatie bestuurlijk verantwoord te worden. Voorlopig advies De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toevoeging van een risicovolle inrichting op het bedrijventerrein. Ook in de huidige situatie is er sprake van een inrichting met milieurisico’s. Dat maakt dat wij u adviseren om eerst de externe veiligheidssituatie te verantwoorden en daarmee te bezien of GGG in deze vorm past op de locatie. Indien u toch voornemens bent om de omgevingsvergunning te verstrekken, adviseren wij u de volgende punten te borgen en op naleving hiervan toe te zien. De borging van onderstaande maatregelen hebben invloed op de kans van optreden van een incident en de effecten daarvan. Wij adviseren u daarom het volgende: • Borg in de omgevingsvergunning dat invulling wordt gegeven aan de NEN 8771;2021 en laat aantonen dat de installatie voldoet aan de NEN 8771;2021 [adviespunt 1]. • Laat door middel van GAP-analyses aantonen dat de voorschriften uit de PGS 15 en de PGS 31 worden nageleefd. Bij het gebruik maken van gelijkwaardigheid of wanneer gemotiveerd wordt afgeweken van deze voorschriften moet dit uit de GAP-analyse blijken. Een goedkeuring door het bevoegd gezag is dan vereist [adviespunt 2].
• Borg dat bij reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden aan de installatie een plan wordt opgesteld hoe deze werkzaamheden veilig worden uitgevoerd en welke (aanvullende) veiligheidsmaatregelen worden getroffen om de kans op incidenten en mogelijke effecten te beperken [adviespunt 3]. • Vanwege mogelijke gezondheidsaspecten adviseren wij u om ook de GGD om advies te vragen op de aanvraag [adviespunt 4]. • Borg een tweede -onafhankelijke- route naar het terrein inclusief (brandweer)ingang [adviespunt 5]. • Borg dat binnen een tijdsbestek van 30 minuten een bedrijfsdeskundige aanwezig is om relevantie informatie te verstrekken ten aanzien van de bedrijfsprocessen. Daarnaast moet de bedrijfsdeskundige in staat zijn om systemen in veilige stand te zetten en/of af te sluiten. In de tussenliggende tijd moet er een mogelijkheid zijn telefonisch contact te leggen met deze bedrijfsdeskundige [adviespunt 6]. • Borg een bluswatervoorziening (op eigen terrein) met een minimale capaciteit van 60 m 3/uur. De exacte uitvoering en locatie hiervan dient met de brandweer afgestemd te worden [adviespunt 7]. Detailinformatie van dit advies is in de bijlage van deze brief opgenomen. Hoe nu verder Wij komen graag in gesprek om het aspect externe veiligheid met u en het bevoegd gezag te beoordelen.
Indien u toch besluit om een (ontwerp)beschikking op te stellen, dan verzoeken wij om de aanvullende informatie n.a.v. bovenstaande adviespunten aan te leveren ter beoordeling. Voor vragen of nadere informatie kunt u terecht bij het team Advies van Brandweer Twente. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief. Met vriendelijke groet,
Teamleider Advies
Bijlage: detailinformatie advies – Revisievergunning Groen Gas Goor
vervolgblad 2
BIJLAGE: detailinformatie advies – Revisievergunning Groen Gas Goor Toetsingskader Wij hebben de aanvraag getoetst aan de aangewezen voorschriften en normen uit de Wet milieubeheer, de PGS-15 en de PGS-31 en de NEN 8771;20211. Wij adviseren u ook op de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen2. Dit is van essentieel belang voor het borgen van de veiligheid en het effectief optreden van de brandweer. De wet- en regelgeving rondom dergelijke biogasinstallaties is redelijk beperkt. De PGS39 Vergistingsinstallaties is momenteel in de maak echter deze heeft nog geen rechtskracht (de verwachting is dat de PGS39 in 2026 definitief is). Ons uitgangspunt is dat tenminste aan de van toepassing zijnde onderdelen van de wet- en regelgeving, NEN-normen en richtlijnen wordt voldaan. Aangezien de NENnormen ten aanzien van biogasinstallaties niet rechtstreeks worden aangestuurd vanuit deze wetgeving adviseren wij u om de aanvrager op de hoogte te stellen van de NEN 8770;2020 en specifiek de NEN 8771;2021 in de vergunning op te nemen [adviespunt 1]. Ten aanzien van de (brand-) veiligheid adviseren wij specifiek de volgende paragrafen uit de NEN 8771;2021 te borgen in de af te geven beschikking: 6.2. (Veiligheidsstudies). 8.4 (Bedrijfsnoodplan). 9.10 (Elektronische monitoringsysteem). 9.11 (Aanvullende risico reducerende maatregelen). 10.4 (Ontzwaveling). 10.5 (Schuimvorming).
10.6 (Drukbeveiliging). 12.10 (Opslag van gevaarlijke stoffen). 13.3 (Specificaties voor biogasfakkels). Voordat de installatie in bedrijf wordt genomen dient aangetoond te worden (bijvoorbeeld door een GAPanalyse) dat deze voldoet aan de eisen conform de NEN 8771;2021. Beschrijving inrichting Groen Gas Goor is een bedrijf dat reeds is gevestigd op het industrieterrein aan de Kooimaten 3, ten oosten van Goor. Het bedrijf is een zogenaamde co-vergister. Bij covergisting wordt dierlijke mest samen met andere organische producten vergist. Deze andere producten (co-producten) komen vaak uit de land- en tuinbouw of de (vee)voedingsindustrie. Bij een co-vergister bestaat het product na de vergisting (digestaat) voor minimaal 50% uit dierlijke mest. Het digestaat wordt dan volledig gezien als dierlijke mest. Documenten De volgende documenten zijn betrokken bij de beoordeling van de aanvraag: • Aanvraag-revisievergunning-GGG-2023_Ingediende-aanvraag_melding-(PDF)_08-06-2023.pdf. • 7855541_1686220327144_H-_P22-0584-028_Controle_punten_BOB_23_mei_2023_ tov_Wabo_aanvraag_2022.pdf.pdf. • 7855541_1686220327109_B-_K22-0584-001-02.pdf.pdf. • 7855541_1686220327071_A-K22-0584-001-01.pdf.pdf. • 7855541_1666106655295_20220927_K22-0584-001-doorsnedes_en_gevels.pdf. • Puntsgewijze behandeling ‘Voornemen last onder dwangsom’ d.d. 23 mei 2023 met kenmerk D2023-04-010693 en zaaknummer 2022-017669.
• P22-0584-066 Overzicht verwerking verzoek om aanvullingen.pdf. • P22-0584-053 BBT Toets GGG Toelichting versie 2.pdf. • P22-0584-073 Notitie formaldehyde GGG.pdf. • P22-0584-060 begeleidend schrijven aanvullingen GGG 2024-07-18, Bijlage bij Aanvullingen Z2023ODT-009323 en aanvraagnummer OLO 7855541 Groen Gas Goor.pdf. • P22-0584-060 begeleidend schrijven aanvullingen GGG 2024-07-18.pdf. • 2024-06-26 GGG processchema.pdf. • L22-0584-001-Situatietekening.pdf. • P22-0584-030 Toelichting versie 3.pdf.
1 2
Biogasinstallaties- Veiligheids-, milieu- en kwaliteitseisen bij ontwerp, beheer en onderhoud (april 2021) Handreiking “bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid”, uitgave door Brandweer Nederland (2019)
vervolgblad 3
Uitgangssituatie Voor de productie van het biogas wordt gebruik gemaakt van organische meststoffen en co-substraten. Aangegeven is dat er sprake is van maximaal 0,2% H2S in het biogas, daardoor is er geen sprake van een toxisch product. In de aanvraag is aangegeven dat er 1 IBC met zwavelzuur aanwezig is. Echter op de tekening zijn 2 locaties te zien waar zwavelzuur aanwezig is. Ons uitgangspunt is dat er daardoor sprake is van opslag van zwavelzuur (zoals ook verwoord op tekening van BOOT). In onze advisering gaan wij er van uit, dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor wat betreft de interne- en arbeidsveiligheid zoals ATEX-normen e.d. Dit is relevant vanwege het veilig kunnen optreden van hulpdiensten en de veiligheid voor belendingen in geval van calamiteiten. In de aanvraag wordt gesproken over “verwarmde vloeistoffen in tanks”. In de toelichting en bijlagen zien we deze niet terug. Wij verwachten daarom dat dit per abuis in de aanvraag is gekomen en beschouwen dit als ‘niet van toepassing’. Detailinformatie advies onderdeel milieu Voor de processen en activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden wordt gebruik gemaakt van gevaarlijke (vloei)stoffen. Uit de aanvraag blijkt dat tijdens de realisatie van de inrichting zal worden voldaan aan de delen van de PGS die van toepassing zijn, te weten de PGS 15 en de PGS 31.
Na realisatie dient dit aangetoond te worden door middel van een aangepaste GAP-analyse. Indien gebruik gemaakt wordt van gelijkwaardigheid of gemotiveerd afwijken op de voorschriften dan moet dit ter goedkeuring worden aangevraagd bij het bevoegd gezag [adviespunt 2]. Ten behoeve van onderhoud en mogelijke reparaties dienen binnen de inrichting (mogelijk brandgevaarlijke) werkzaamheden plaats te vinden. Gezien de activiteiten die plaats vinden binnen de inrichting van GGG en de aanwezigheid van diverse (gevaarlijke) stoffen adviseren wij u om in de omgevingsvergunning te borgen dat bij reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden aan de installatie(onderdelen) een plan wordt opgesteld hoe dit wordt uitgevoerd en welke (aanvullende) veiligheidsmaatregelen worden getroffen om het eigen personeel, de personen in de omgeving en de effecten op het milieu te beschermen [adviespunt 3]. Naast vergiftiging kan door het toepassen van niet-gepasteuriseerd dierlijk afval een risico ontstaan op infecties voor de aanwezige personen zoals eigen medewerkers, bezoekers en eventueel brandweerpersoneel tijdens een eventueel repressief optreden. Dit gezondheidsrisico valt buiten de scope van (brand-) veiligheid. Wij adviseren u de GGD Twente te betrekken voor de beoordeling van dit risico. De GGD Twente kan u hierin van advies voorzien [adviespunt 4].
Bereikbaarheid en bluswatervoorziening De inrichting van GGG is gesitueerd ten oosten van Goor op een industrieterrein aan de Kooimaten 3. Oostelijk bevindt zich de Provinciale weg N347. Het perceel van GGG is te bereiken via de Polmaten en Kooimaten. Afhankelijk van de windrichting is het noodzakelijk dat het perceel via een tweede onafhankelijke route bereikt kan worden. Een optie is de route via Mossendamspad en vervolgens Mossendamsdwarsweg. Echter dit betekent dat er een (hulpdienst)toegang gecreëerd dient te worden aan de noordoostzijde van het perceel [adviespunt 5]. Tevens dient de brandweer, in geval van een calamiteit, te worden opgevangen of tijdig van de benodigde informatie te worden voorzien. Een bedrijfsnoodplan is nog niet ingediend waaruit blijkt of, en op welke wijze, hierin kan worden voorzien. Wij adviseren u te borgen dat binnen een tijdsbestek van 30 minuten een bedrijfsdeskundige aanwezig is om relevante informatie te verstrekken en (delen van) het systeem zo veel mogelijk af te sluiten. In de tussenliggende tijd moet er een mogelijkheid zijn telefonisch contact te leggen met deze bedrijfsdeskundige en dat er een calamiteitennummer is aangebracht op alle toegangspoorten. Dit sluit ook aan bij paragraaf 8.4 van de NEN 8771;2021 [adviespunt 6]. Bluswatervoorzieningen in de directe omgeving van de inrichting bestaan uit brandkranen aan de Kooimaten.
Hiervan is er één gesitueerd nabij de inrit naar GGG en daarmee bruikbaar. Een secundaire bluswatervoorziening is -op ruim 200 meter- gesitueerd ten westen van het perceel aan de Mossendamsdwarsweg. Op het perceel ten noorden van GGG is een geboorde put gerealiseerd met een capaciteit van 60m3/uur. Het is onbekend of deze voorziening vanaf GGG is te bereiken. Echter is het raadzaam om te onderzoeken of de
vervolgblad 4
geboorde put ook bruikbaar is voor incidenten op het terrein van GGG. De uitkomst kan worden opgenomen in het bluswaterplan (zie onderstaand). Ten noorden en noordwesten van het perceel zijn geen bluswatervoorzieningen aanwezig. Dit maakt dat bij een noordoostenwind repressief niet kan worden opgetreden, waardoor wij adviseren een bluswatervoorziening (op eigen terrein) te laten realiseren met een minimale capaciteit van 60m3/uur. Deze voorziening dient via een tweede onafhankelijke route bereikbaar te zijn. Een uitgewerkt voorstel dient in overeenstemming met Brandweer Twente te worden vastgesteld. Wij adviseren u als borging voor de bluswatercapaciteit bovengenoemde afspraken vast te leggen als voorschrift in de beschikking [adviespunt 7]. Planvorming De aangevraagde activiteiten hebben consequenties voor de planvorming van Brandweer Twente. Het team Toezicht & Objectinformatie van Brandweer Twente draagt zorg voor het opstellen van planvorming. Hiervoor zal contact worden gelegd met de aanvrager.