10 TAM-omgevingsplan Kanaalweg 2 Markelo Bijlage - Stikstofrapportage.pdf
Tekst van het document
Stikstofberekening Gebruiks- en ontwikkelfase Kanaalweg 2 Markelo
Colofon Stikstofberekening: Gebruiks- en ontwikkelfase Kanaalweg 2 Markelo
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS Versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database 2024.2.1_ 5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700
Opdrachtgever: N+L Landschapsontwerpers Projectnummer en versie: 7451A versie 1.0 Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Auteur: H. van Gijn
Status: Definitief Datum: 26-09-2025 Ligging projectgebied: Kanaalweg 2 Markelo
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Onderzoeksvragen.................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Het plangebied .............................................................................................................................. 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 5 2.4 VERKEERSGENERATIE (GEBRUIKS- EN ONTWIKKELFASE) ......................................................................................... 6 2.5 REFERENTIESITUATIE ......................................................................................................................................
6 Hoofdstuk 3 Methode ........................................................................................................................................ 7 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Ontwikkelfase ........................................................................................................................................... 8 3.2.1 Rekenjaar 2026.................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie ............................................................................................................... 17 4.1 Resultaten ontwikkelfase ....................................................................................................................... 17 4.2 Resultaten gebruiksfase ......................................................................................................................... 17 4.3 Conclusie ................................................................................................................................................ 17
2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor de bouw van een nieuw landhuis (1 wooneenheid) met bijgebouw en een tweede bijgebouw ten behoeve van een bestaande woning op een erf aan de Kanaalweg 2 te Markelo. Ook wordt een vijver gegraven en een erftoegangsweg gerealiseerd. Om het zicht op het nieuwe landhuis, vanaf de entree van het erf te versterken wordt een deel van de aanwezige opgaande houtige beplanting geveld. Het erf wordt nadien landschappelijk ingepast door middel van de aanplant van nieuwe beplating. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt stikstof (NOx) uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitatten die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd.
Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Omgevingswet noodzakelijk. Veel Natura 2000-gebied is kwetsbaar voor stikstofdepositie. Een verhoogde stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Natuurbank Overijssel een zogeheten AERIUS-berekening uitgevoerd voor de ontwikkel- en gebruiksfase. In de ontwikkelfase wordt het tijdelijk karakter van bouwfase onderzocht. In de gebruiksfase wordt onderzocht of er structurele stikstofemissies zijn op Natura 2000gebied(en). In voorliggend rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie tijdens de ontwikkelfase- en gebruiksfase besproken, evenals de berekende depositie in Natura 2000-gebied. Wettelijk kader: Natura 2000 en Omgevingswet Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit Natura 2000-gebied moet samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren.
De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, welke in Nederland zijn door vertaald in de Omgevingswet. Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebied.
1.2 Onderzoeksvragen De AERIUS-berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op onderstaande onderzoeksvragen: 1. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van alle werkzaamheden, die noodzakelijk zijn om tot de realisatie van de gewenste werkzaamheden in het plangebied te komen? 2. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de bewoning van de nieuwe vrijstaande woning in het plangebied, in de gebruiksfase?
3
HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Kanaalweg 2 te Markelo. Het ligt in het buitengebied, iets ten zuidoosten van de woonkern Goor. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
4
2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 8,4 kilometer afstand van Nederlands Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Nederlandse Natura 2000 gebied is Lonnekermeer. Op de onderstaande afbeelding wordt de ligging van de Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Het plangebied ligt op minimaal 8,4 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 behoren.
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe cirkel aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
2.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat een nieuw landhuis (1 wooneenheid) met bijgebouw te realiseren en een nieuwe schuur te bouwen. Om het landhuis te ontsluiten wordt een nieuwe erftoegangsweg aangelegd. Het erf wordt nadien landschappelijk ingepast. Deze inpassing bestaat uit het verwijderen van beplanting en vergroten van een bestaande vijver. Om de vijver aan te kunnen leggen moeten enkele bomen gerooid worden. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.
Tekening van het wenselijke eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers).
5
2.4 VERKEERSGENERATIE (GEBRUIKS- EN ONTWIKKELFASE) Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld1. Verkeer tijdens de gebruiks- en ontwikkelfase Aangenomen wordt dat 50% van al het verkeer (licht, middel en zwaar) het plangebied via het oosten benadert en dat 50% van al het verkeer het plangebied via het westen benadert. Wanneer het verkeer via het oosten het plangebied benadert, dan gaat het rijdende verkeer na 350 meter op de Kanaalweg over in het heersende verkeersbeeld. Na 350 meter rijdt het rijdende verkeer immers op dezelfde snelheid als het heersende verkeer op Kanaalweg. Wanneer het verkeer via het westen het plangebied benadert, dan gaat het rijdende verkeer na 350 meter op de Kanaalweg over in het heersende verkeersbeeld. Na 350 meter rijdt het rijdende verkeer immers op dezelfde snelheid als het heersende verkeer op Kanaalweg. Op onderstaande afbeelding worden deze routes op kaart weergegeven.
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied tijdens de ontwikkel- en gebruiksfase (rode lijnen).
2.5 REFERENTIESITUATIE Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie2. Er is sprake van wijziging van de bestemming. Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijke aanwezige, planologische legale situatie de referentiesituatie.
1
Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. 2 Zie hiervoor ook de website van Rechtspraak (Rechtspraak.nl), onder r.o. 9.1.
6
HOOFDSTUK 3 METHODE 3.1 Algemeen Voor het project is een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaat uit een berekening voor de gebruiks- en ontwikkelfase. Hieronder worden de uitgangspunten toegelicht. -
-
-
-
-
De ontwikkelfase vindt plaats in het rekenjaar 2026. In het jaar 2026 wordt er 45 weken gewerkt (225 werkdagen). Vanaf het jaar 2027 wordt de nieuwe woning bewoond. De nieuwe schuur, woning en bijgebouw beschikken over een strokenfundering, een betonnen begane grondvloer, gemetselde buitengevels, binnenmuren van kalkzandsteen en een dakpannen gedekt dak. De woning beschikt nog over twee verdiepingsvloeren (betonnen kanaalplaten). De schuur en het bijgebouw beschikken niet over een verdiepingsvloer. De oppervlakte van de nieuwe woning bedraagt: 750 m2. De oppervlakte van het nieuwe bijgebouw bedraagt: 250 m2. De oppervlakte van de nieuwe schuur bedraagt: 300 m2. De sloopoppervlakte bedraagt: 350 m2. Voor het slopen van de bebouwing wordt een rupskraan (200 kW) maximaal 24 uur ingezet. De vijver wordt 4.500 m2 en 22.500 m3. Er wordt 500 m2 verharding verwijderd Er wordt 1.500 m2 aan nieuwe verharding aangelegd (klinkers). De bomen worden met behulp van een kettingzaag (5,2 kW) verwijderd. De boomstobben worden verwijderd met behulp van een minigraver (37 kW). De totale hoeveelheid beplanting (incl. boomstobben) worden met maximaal 2 zware vrachtwagens afgevoerd. De totale hoeveelheid nieuwe beplanting wordt met maximaal 2 zware vrachtwagens aangeleverd. Er worden geen bronnering uitgevoerd, geen brombemalingspompen noodzakelijk. Er worden geen aggregaten ingezet.
Voor het modelleren van de koude start, van het verkeer van de werklieden, gedurende de ontwikkelfase is vanuit een worst-case scenario geredeneerd. Hierbij wordt gesteld dat elke auto van de werklieden, die dagelijks arriveren, vertrekt met een koude start. Er wordt dus gesteld: 1 koude start per auto per dag gedurende de ontwikkelfase. De overige voertuigen (middel- en zwaar) tijdens de ontwikkelfase draaien stationair en worden geladen en gelost, de motor koelt niet af. Tijdens het uitsplitsen van de koude start emissie bleek differentiatie van koude start en warme motor bij mobiele werktuigen geen meerwaarde te hebben3. Voor werktuigen is dus geen koude start gemodelleerd. Voor het berekenen van de inzet van de werktuigen met bijbehorende vermogensklassen is gebruik gemaakt van TNO-rapport 2023 R105414. In dit TNO-rapport wordt de inzet van werktuigen met bijbehorende vermogensklassen berekend voor 100 woningen (zie bijlage 3). In dit rapport wordt een woning met bijgebouw en schuur gerealiseerd. Er wordt aangenomen dat de woning met schuur en bijgebouw gelijk staan aan 2 woningen. Met behulp van dit TNO-rapport 2023 voor 100 woningen is de inzet van werktuigen met bijbehorende vermogensklassen berekend voor deze berekening. Voor de werktuigen is voor het brandstofverbruik per stage-klasse een 40% belasting genomen.
De meeste werktuigen hebben een belasting tussen de 35-38%. In dit project is er een worst-case scenario genomen van 40% (zie bijlage 4) (bron: TNO 2021-R12305-tab5).
3
Bij12 Handreiking Koude Start; expertiseteam Stikstof en Natura 2000 (24-02-2025). TNO 2023 R10541 Een vergelijking tussen de uitstoot bij de bouw van nieuwe woningen en die van mobiele bronnen buiten de bouw (Norbert E. Ligterink, Pim van Mensch, 17 maar 2023). 5 Tabellen bij rapport TNO 2021 R12305 AUB (Norbert E. Ligterink, 13 december 2021). 4
7
-
Voor alle werktuigen is Stage-V,>=2019 gebruikt (met de daarbij behorende vermogensklassen, diesel, SCR:ja). Er is 6% per liter AD Blue aangehouden voor de in te zetten werktuigen. De uitstoot van het stationair draaien wordt in AERIUS als een vlakborn ingetekend. Er is vanuit een worst-case scenario geredeneerd en deze vlakbron gelijk gemaakt met de vlakbron die gebruikt wordt voor de begrenzing van het plangebied.
3.2 Ontwikkelfase De ontwikkelfase vindt plaats in het rekenjaar 2026. Vanaf het jaar 2027 wordt de nieuwe woning bewoond. 3.2.1 Rekenjaar 2026 1. Verkeer werklieden In het jaar 2026 wordt er 45 weken gewerkt (225 werkdagen). In totaal arriveren 6 werklieden per dag. Werklieden arriveren dagelijks in 3 lichte voertuigen (auto’s en bedrijfsbusjes). Dit resulteert in 1.350 verkeersbewegingen met lichte voertuigen. Dit resulteert in 225*3 = 675 koude starts in dit rekenjaar. 2. Aanvoer schaftkeet De schaftkeet wordt met 1 zware vrachtwagens aangeleverd. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. Deze schaftkeet blijft gedurende de rest van de ontwikkelfase staan. 3. Aanvoer rupskraan Er arriveert 1 rupskraan (200 kW). Deze rupskraan arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 4. Inzet rupskraan De rupskraan wordt in totaal 24 uur ingezet. 5. Shovel Er arriveert en vertrekt één shovel (136 kW). Deze shovel arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 6. Inzet shovel Voor het laden van het sloopmateriaal afkomstig van de sloopwerkzaamheden wordt de shovel (136 kW): 24 uur ingezet. 7. Afvoeren sloopmateriaal De laadruimte (m2) van een grote vrachtwagen bedraagt 33,33 m2 en 90 m3. Dit resulteert in 350 / 33,33 = 11 zware vrachtwagens (afgerond).
Dit resulteert in 22 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 8. Inzet kettingzaag In totaal wordt een kettingzaag (5,2 kW, benzine), voor het verwijderen van de bomen, 16 uur ingezet. 9. Inzet minigraver Voor het verwijderen van boomstobben wordt 1 minigraver (37 kW) in totaal 8 uur ingezet. Deze minigraver wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer, dit leidt niet tot extra verkeersbewegingen. 10. Inzet shovel Voor het laden van beplanting wordt een shovel (136 kW) in totaal 1 uur ingezet. 11. Afvoeren beplanting De totale hoeveelheid beplanting wordt met maximaal 2 zware vrachtwagens afgevoerd. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 8
12. Verwijderen verharding Om de totale hoeveelheid verharding te verwijderen wordt een shovel in totaal 1 uur ingezet. 13. Inzet shovel Voor het laden van verharding wordt een shovel (136 kW) in totaal 1 uur ingezet. 14. Afvoeren verharding De laadruimte (m2) van een grote vrachtwagen bedraagt 33,33 m2 en 90 m3. In een vrachtwagen kunnen circa 150 m2 klinkers worden opgeslagen. Dit resulteert in 500 /150 = 4 zware vrachtwagens afgerond en in 8 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. Grondwerk ontgraven 15. Aanvoer (hydraulische kraan) Er arriveert en vertrekt éénmalig één hydraulische kraan. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 16. Graafwerkzaamheden ontgraven grondwerk De graafwerkzaamheden wordt met één hydraulische kraan (178 kW) uitgevoerd. De totale inzet van de hydraulische kraan bedraagt: (800/100) = 8 uur per woning. Dit resulteert voor twee woningen (gelijk gesteld aan 1 woning met bijgebouw en schuur) in 16 uur. 17. Inzet shovel Voor het laden van het zand afkomstig van de graafwerkzaamheden wordt één shovel (136 kW): (400/100) = 4 uur per woning ingezet. Dit resulteert in 8 uur voor twee woningen (gelijk gesteld aan 1 woning met bijgebouw en schuur). 18. Afvoer zand grondwerk ontgraven. Aangenomen wordt een shovel met een 2,5 m3 bakinhoud, acht keer per uur laad. Dit resulteert in 20 m3 per uur.
Wanneer een shovel 8 uur wordt ingezet, resulteert dit in 160 m3. Een grote vrachtwagen heeft een oppervlakte van 33,33 m2 en een 90 m3 inhoud. Dit resulteert in 2 zware vrachtwagen en 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 19. Graafwerkzaamheden aanleggen vijver Voor een totale oppervlakte van 1.300 m2 (nieuwe woning, met bijgebouw en schuur) wordt een hydraulische kraan in totaal 16 uur ingezet. De vijver heeft een oppervlakte van 4.500 m2. Dit resulteert in 4.500 / 1300 = afgerond 4. Dit resulteert in 4*16 = 64 uur. 20. Inzet shovel vijver Voor het laden van het zand afkomstig van de graafwerkzaamheden voor een totale oppervlakte van 1.300 m2 (nieuwe woning, met bijgebouw en schuur) wordt een shovel in totaal 8 uur ingezet. De vijver heeft een oppervlakte van 4.500 m2. Dit resulteert in 4.500 / 1300 = afgerond 4. Dit resulteert in 4*8 = 32 uur. 21. Afvoer zand afkomstig van graven vijver De vijver bedraagt 22.500 m3. Een grote vrachtwagen heeft een oppervlakte van 33,33 m2 en een 90 m3 inhoud. Dit resulteert in 22.500 / 90 = 250 zware vrachtwagens en 500 verkeersbewegingen.
9
Aanleg riool 22. Graafwerkzaamheden aanleg riool De graafwerkzaamheden worden met de hydraulische kraan (178 kW) uitgevoerd. De totale inzet van de hydraulische kraan bedraagt voor 100 woningen 600 uur (6 uur per woning). Dit resulteert voor 2 woningen (gelijk gesteld aan 1 woning met bijgebouw en schuur) in 12 uur. 23. Inzet shovel Voor het laden van het zand afkomstig van de graafwerkzaamheden van de riolering wordt een shovel (136 kW): 600 uur ingezet (6 uur per woning). Dit resulteert voor 2 woningen (gelijk gesteld aan 1 woning met bijgebouw en schuur) in 12 uur. 24. Afvoer zand riolering Om de totale hoeveelheid zand af te voeren, afkomstig van graven van de riolering, worden met 2 vrachten met een zware vrachtwagen afgevoerd. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 25. Aanvoer rioleringsbuizen De totale hoeveelheid rioleringsbuizen wordt in 2 vrachten met een zware vrachtwagen aangeleverd. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. Aanleg fundering 26. Inzet minigraver Voor het graven van de funderingen wordt 1 minigraver (37 kW) in totaal 200 uur ingezet voor 100 woningen. Voor 2 woningen (gelijk gesteld aan 1 woning met bijgebouw en schuur) geldt 2*2 = 4 uur. Deze minigraver wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer, dit leidt niet tot extra verkeersbewegingen. 27.
Inzet shovel Voor het laden van het zand afkomstig van de graafwerkzaamheden van de fundering wordt een shovel (136 kW) in totaal 200 uur ingezet (2 uur per woning). Voor 2 woningen (gelijk gesteld aan 1 woning met bijgebouw en schuur) geldt 2*2 = 4 uur. 28. Afvoer zand fundering Om de totale hoeveelheid zand af te voeren, afkomstig van het graven van de funderingen, worden 3 vrachten met een zware vrachtwagen afgevoerd. Dit resulteert in 6 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 29. Transport lichte bouwmaterialen Lichte bouwmaterialen, als t.b.v. de funderingen (bekistingen) e.d. worden meegenomen in aanhangers van de werklieden. Dit leidt niet tot extra verkeersbewegingen. 30. Kleinafval Klein afval wordt door de werklieden meegenomen. Dit leidt niet tot extra verkeersbewegingen.
10
Bouwfase 31. Steigers Alle steigermateriaal wordt in 1 vracht geleverd door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. De steigers blijven gedurende de rest van de ontwikkelfase aanwezig. 32. Bakstenen De totale oppervlakte bakstenen bedraagt maximaal: 1.300 m2. In een vrachtwagen kunnen circa 150 m2 bakstenen worden opgeslagen. Dit resulteert in 9 zware vrachtwagens afgerond en 18 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 33. Kalkzandstenen De totale oppervlakte kalkzandstenen bedraagt maximaal: 1.300 m2. In een vrachtwagen kunnen circa 150 m2 kalkzandstenen worden opgeslagen. Dit resulteert in 9 zware vrachtwagens afgerond en 18 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 34. Cement/lijm De totale hoeveelheid cement/lijm wordt met maximaal 9 zware vrachtwagens aangeleverd. Dit resulteert in 18 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 35. Betonnen kanaalplaten De totale hoeveelheid betonnen kanaalplaten voor de verdiepingsvloeren worden met maximaal 4 zware vrachtwagens aangeleverd. Dit resulteert in 8 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 36. Geïsoleerde dakelementen De totale hoeveelheid geïsoleerde dakelementen worden met 3 zware vrachtwagens aangeleverd. Dit resulteert in 6 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 37.
Dakpannen De totale hoeveelheid geïsoleerde dakelementen worden met 1 zware vrachtwagens aangeleverd. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 38. Glas, kozijnen, isolatiemateriaal en gevelbekleding De totale hoeveelheid glas, kozijnen, isolatiemateriaal en gevelbekleding wordt in maximaal 3 vrachten met een zware vrachtwagen aangeleverd. Dit resulteert in 6 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 39. Overige materialen (o.a. deuren, trappen, installatiemateriaal, tegels, keuken) Alle overige materialen worden in 5 vrachten geleverd door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 40. Beton Voor de funderingen en begane grondvloer is beton vereist. De totale hoeveelheid beton wordt aangeleverd met 5 vrachten door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 41. Aanvoer (hijskraan, zwaar) Er arriveert en vertrekt één hijskraan. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 42. Inzet zware hijskraan De zware hijskraan (100 kW) wordt in totaal 60 uur ingezet. In deze hoeveelheid uren zit ook de uren benodigd voor het storten van beton. Er wordt bij deze kraan een betonkubel aangebracht en ingezet voor het storten van beton voor de funderingen en betonnen begane grondvloeren.
11
43. Inzet hijskraan (licht) Er wordt 1 lichte hijskraan (20 kW) ingezet. In totaal wordt deze kraan 40 uur ingezet. Deze kraan wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer.
Voorbeeld van een lichte, mobiele kraan. Geschikt voor het aanreiken van o.a. dakpannen, isolatiemateriaal, glas en kozijnen.
Afwerkfase (aanleggen paden, leidingen) 44. Aanleveren verharding De totale oppervlakte klinkers bedraagt: 1.500 m2. In een vrachtwagen kunnen circa 150 m2 klinkers worden opgeslagen. Dit resulteert in 1500 /150 = 10 zware vrachtwagens afgerond en in 20 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 45. Inzet minigraver Voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden t.b.v. het aanleggen van verharding wordt een minigraver (37 kW) in totaal 16 uur ingezet. Deze minigraver wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer, dit leidt niet tot extra verkeersbewegingen. 46. Inzet shovel Voor het laden van het zand afkomstig van de bovengenoemde graafwerkzaamheden wordt een shovel (136 kW) in totaal 3 uur ingezet. 47. Afvoeren zand afkomstig van aanleggen verharding Om de totale hoeveelheid zand afkomstig van het aanleggen van verharding af te voeren wordt 1 zware vrachtwagen ingezet. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 48. Kabels en leidingen Ten behoeve van de aanleg van alle benodigde kabels en leidingen wordt 1 minikraan, met een vermogen van 40 kW, in totaal 24 uur ingezet. Deze minikraan wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 49. Aanvoeren beplanting De totale hoeveelheid beplanting wordt met maximaal 2 zware vrachtwagens aangeleverd. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen.
50. Inrichting Ten behoeve van de totale inrichting, worden maximaal 5 middelzware vrachtwagens gerekend. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. De lading wordt handmatig gelost. 12
Inzet materieel Hieronder wordt het inzet materieel in een tabel weergegeven. nr. Werktuig 4 Rupskraan Shovel laden zand afkomstig van 6 sloopwerkzaamheden 8 Kettingzaag 9 Minigraver (verwijderen boomstobben) 10 Shovel laden beplanting 12 Shovel verwijderen verharding 13 Shovels laden verharding 16 Hydraulische kraan (ontgraven grondwerk) Shovel laden zand afkomstig van ontgraven 17 grondwerk 19 Hydraulische kraan (graven vijver) Shovel laden zand afkomstig van graven 20 vijver 22 Hydraulische kraan (aanleg riolering) Shovel laden zand afkomstig van aanleg 23 riolering 26 Minigraver (graven fundering) Shovel laden zand afkomstig van graven 27 fundering 42 Inzet hijskraan (zwaar) 43 Inzet hijskraan (licht) 45 Minigraver (graven aanleggen verharding) Shovel laden zand afkomstig van 46 graafwerkzaamheden verharding 48 Minikraan (aanleg leidingen en kabels) Totaal Totale inzet materieel.
Tijdsduur Vermogen verbruik (uren) (kW) Brandstof verbruik/uur totaal 24 200 Diesel 21,4 513,60
ad blue 30,816
24
136
Diesel
14,72
353,28
21,1968
16 8 1 1 1 16
5,2 37 136 136 136 178
Benzine Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel
1,26 4,39 14,72 14,72 14,72 19,1
20,16 35,12 14,72 14,72 14,72 305,60
0 2,1072 0,8832 0,8832 0,8832 18,336
8
136
Diesel
14,72
117,76
7,0656
64
178
Diesel
19,1
1222,40
73,344
32
136
Diesel
14,72
471,04
28,2624
12
178
Diesel
19,1
229,20
13,752
12
136
Diesel
14,72
176,64
10,5984
4
37
Diesel
4,39
17,56
1,0536
4
136
Diesel
14,72
58,88
3,5328
60 40 16
100 20 37
Diesel Diesel Diesel
10,96 2,65 4,39
657,60 106,00 70,24
39,456 6,36 4,2144
3
136
Diesel
14,72
44,16
2,6496
24
40
Diesel
4,7
112,80
6,768
4556,20
272,1624
370
13
Laden en lossen Hieronder wordt dieselverbruik tijdens laden en lossen in een tabel weergegeven.
Nr. 2 7 11 14 18 21 24 25 28 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 44 47 49
Activiteit Aanvoer schaftketen Afvoeren sloopmateriaal Afvoeren beplanting Afvoeren verharding Afvoeren zand grondwerk ontgraven Afvoer zand afkomstig graven vijver Afvoer zand riolering Aanvoer rioleringsbuizen Afvoer zand fundering Steigers Bakstenen Kalkzandstenen Cement/lijm Betonnen kanaalplaten Geïsoleerde dakelementen Dakpannen Glas, kozijnen, isolatiemateriaal en gevelbekleding Overige materialen (o.a. deuren, trappen, installatiemateriaal, tegels en keuken) Beton Aanleveren verharding Afvoeren zand afkomstig van aanleggen verharding Aanvoer beplanting
laad/Lostijd per vrachtwagen (minuten) 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10
N_ vrachtwagens 1 11 4 4 2 250 2 2 3 1 9 9 9 4 3 1 3
10
5
50
0,833
60 10 10 10
5 10 1 2
300 100 10 20
5 1,667 0,167 0,333
Totaal
61,00
Totale tijdsduur Tijdsduur (minuten ) (uren) 10 0,167 110 1,833 40 0,667 40 0,667 20 0,333 2500 41,667 20 0,333 20 0,333 30 0,5 10 0,167 90 1,5 90 1,5 90 1,5 40 0,667 30 0,5 10 0,167 30 0,5
Totaal brandstofverbruik t.b.v. laden en lossen.
14
Verkeersbewegingen In onderstaande tabel wordt het totaal aantal verkeersbewegingen weergegeven.
Nr.
Verkeersbewegingen middelzwaar Verkeersbewegingen zwaar verkeer verkeer
1 2 2 2 3 2 5 22 7 4 11 8 14 2 15 4 18 500 21 4 24 4 25 6 28 2 31 18 32 18 33 18 34 8 35 6 36 2 37 6 38 10 39 10 40 2 41 20 44 2 47 4 49 50 686 Tot. Totaal aantal verkeersbewegingen.
10 10
Verkeersbewegingen licht verkeer 1350
1350
15
Stationair draaien Voor het berekenen van de stationaire emissie van het wegverkeer wordt gebruik gemaakt van Gegevensinvoer voor AERIUS calculator 2024.1 bijlage 1. De waarde stationair NH en NOx worden berekend aan de hand van de categorie zwaar wegverkeer (vrachtauto’s > 20 ton GVW). Het totaal aantal uur voor de vrachten bedraagt 61,00 uur. De waarde stationair voor zwaar vrachtverkeer luiden als volgt. NH3 0,8976 g/uur en NOx 91,03176 g/uur. Dit resulteert in 61*0,8976 = 54,7536 g = 0,0547536 kg NH3 Dit resulteert in 61*91,03176 = 5.552,93736 = 5,55293736 kg NOx. De uitstoot van het stationair draaien wordt in AERIUS als een vlakborn ingetekend. Er is vanuit een worstcase scenario geredeneerd en deze vlakbron gelijk gemaakt met de vlakbron die gebruikt wordt voor de begrenzing van het plangebied.
3.3 Gebruiksfase Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie in de gebruiksfase is gebruik gemaakt van de CROW publicatie – 744. In het plangebied word 1 vrijstaande woning gerealiseerd. Hiervoor geldt een verkeersgeneratie van 8,2 mvt/etmaal. Uitgaande van de CROW-publicatie ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’ geldt er per woning een verkeersgeneratie van 0,02 voertuigbewegingen aan zwaar vrachtverkeer. De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 1 woning. Dit resulteert in 0,02*1 = 0,02 voertuigbewegingen per etmaal met zwaar vrachtverkeer Het verwachte aantal koude start per woning wordt geschat op twee per woning per dag. Deze aanname is gebaseerd op een schatting gedaan in het voorbeeld weergegeven in hoofdstuk 2.1 in de handreiking koude start6. Dit resulteert in 2*1 = 2 koude starts per etmaal. Voor het modelleren van de koude start is vanuit een worst-case scenario geredeneerd, waarbij de koude start als vlakbron is gemodelleerd ter grootte van de begrenzing van het plangebied. •
De totale verkeersgeneratie per dag bedraagt: 8,2 mvt/etmaal met lichte voertuigen.
•
De totale verkeersgeneratie per dag met zware voertuigen bedraagt: 0,02 mvt/etmaal.
•
De totale hoeveelheid koude starts per dag bedraagt: 2.
Gasaansluiting Niet van toepassing, de nieuwbouw wordt gasloos opgeleverd (Emissiefactor = 0 kg/jaar).
6
Bij12 Handreiking Koude Start; expertiseteam Stikstof en Natura 2000 (24-02-2025).
16
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN EN CONCLUSIE 4.1 Resultaten ontwikkelfase De activiteit in de ontwikkelfase, leidt tot een NOx-emissie van 36,9 kg/jaar en een NH3-emissie van 1,2 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt niet tot een toename van stikstofdepositie. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 1 toegevoegd. In onderstaande tabel is de berekende emissie NOx en NH3-emissie gedurende de ontwikkel- en gebruiksfase weergegeven.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de gebruiks- en ontwikkelfase.
4.2 Resultaten gebruiksfase De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 0,5 kg/jaar en een NH3- emissie van 72,0 g/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt niet tot een toename van stikstofdepositie. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 2 toegevoegd. 4.3 Conclusie Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen Omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Bijlage 1 Uitdraai: AERIUS-berekening ontwikkelfase (jaar 2026). Bijlage 2 Uitdraai: AERIUS-berekening gebruiksfase (jaar 2027).
17
Bijlage 3 Emissies TNO per bouwfasering
1
Bijlage 4 Brandstofverbruik per klasse
2