10. Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11.pdf
Tekst van het document
4.5.3
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuzonering en milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.6
Bodem
4.6.1
Algemeen Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s).
vastgesteld
33
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
4.6.2
Onderzoek In november 2019 is door Boluwa een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de functieverandering. Doel van het onderzoek is het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigende stoffen. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm NEN 5725. (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat: Overig terrein: In de bovengrond van MM1 is een licht verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetoond. Het licht verhoogde gehalte PAK (10-VROM) kan te maken hebben met menselijke activiteiten op de locatie. De gemeten gehalten zijn niet ongewoon op plaatsen waar mensen wonen en/of werken. In de bovengrond van MM2 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de ondergrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van de peilbuis B01-1-1 zijn licht verhoogde gehalten barium en cadmium aangetoond. De aangetroffen licht verhoogde gehalten barium en cadmium zijn waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater.
Mede gezien de relatief lage pH is het aannemelijk dat zware metalen in het grondwater in oplossing voorkomen. Voormalige benzine-service-station: In de ondergrond van MM4 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van de bestaande peilbuis zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
4.6.3
Conclusie Volgens het toetsingskader uit de circulaire bodemsanering 2013, gedateerd van 1 juli 2013, behoeft op de betreffende locatie geen nader onderzoek plaats te vinden, aangezien geen van de onderzochte parameters zich boven het gemiddelde van 1/2{S+I} bevindt. Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het eigen terrein is zondermeer toegestaan. Eventueel vrijkomende grond mag echter tegenwoordig niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit Bodem Kwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Voor meer informatie hierover kunt u zich wenden tot de gemeente Hof van Twente. Het aspect bodem is geen belemmering voor de voorgestane plannen. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek toegevoegd aan dit plan.
34
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
4.7
Geluid
4.7.1
Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid". In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. Aangezien er één woning (geluidgevoelige object) in het plangebied wordt gerealiseerd, dient er akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Met betrekking tot geluid veroorzaakt door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidgevoelige objecten. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) hoofdstuk VI, afdeling 1 bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone.
Als in deze zone geluidgevoelige bebouwing wordt geprojecteerd dan dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De breedte van deze zone is afhankelijk van: de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied; het aantal rijstroken. In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 200 meter; wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter. In buitenstedelijk gebied worden drie typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 250 meter; wegen met drie of vier rijstroken: 400 meter; wegen met vijf of meer rijstroken: 600 meter. De volgende wegen hebben op grond van artikel 74 Wgh geen zone: wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied; wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur.
4.7.2
Onderzoek In november 2019 is door VOBRU een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen, waarbij een derde bouwlaag wordt gerealiseerd. De exacte indeling van het gebouw is nog niet bekend, zodat in het onderzoek geen rekening wordt gehouden met de aanwezige loggia's. In kader van het bestemmingsplan en de planologische procedure dient de mogelijke hinder op de ter plaatse van de gevels van de woonruimten ten gevolge van wegverkeerslawaai inzichtelijk te worden gemaakt. Het plangebied is gelegen binnen de invloedsfeer van de: Grotestraat; Goorseweg; Burg. de Beaufortplein; Stationsstraat.
vastgesteld
35
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
De wettelijke snelheid op bovengenoemde verkeerswegen bedraagt De wettelijke snelheid op bovengenoemde verkeerswegen bedraagt 30 km/u en vallen hiermee buiten het toetsingskader van de Wet geluidhinder. Voor deze verkeerswegen kan formeel geen hogere waarde worden vastgesteld. Volgens het gemeentelijk beleid wordt wel beoordeeld of op de gevel van de woningen wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van Lden 48 dB. Indien de in de Wgh gestelde grenswaarden voor wegverkeer worden overschreden, dient beoordeeld te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Uit de resultaten van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Wegverkeer De Stationsstraat is ter plaatse van een aantal rekenpunten maatgevend voor de hoogst optredende geluidbelasting van Lden 53 dB. De Grotestraat en Goorseweg geeft een geringe overschrijding van 1 dB ter plaatse van de derde bouwlaag en bedraagt Lden 49 dB. Voor de Burgemeester de Beaufortplein is de hoogste geluidbelasting berekend ter plaatse van een aantal rekenpunten 55 dB. Bron- en Overdrachtsaatregelen Bij overschrijding van de voorkeurswaarde, dient in kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht te worden besteed aan bron, overdracht en ontvangermaatregelen. In het binnenstedelijk gebied is afscherming (wal/geluidscherm) uit stedenbouwkundige overwegingen niet wenselijk.
De 30 km/u verkeerswegen zijn als zodanig ingericht en voorzien van elementenverharding. De elementenverharding vervangen door stil asfalt is gezien de wettelijke snelheid van 30 km/u niet doelmatig. Bouwbesluit/gevelwering Bij transformatie van een niet geluidgevoelige gebouw naar een woongebouw wordt in het algemeen aangesloten bij het van rechtens verkregen niveau van 38 dB. Het uitgangspunt voor berekening van de karakteristieke gevelwering is de cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek artikel 110g van de Wetgeluidhinder. Gezien de hoogste optredende cumulatieve geluidbelasting van Lden 60 dB is een geluidwering noodzakelijk van 22 dB. De gevelwering van de derde bouwlaag dient te worden afgestemd op de berekende geluidbelasting zoals aangegeven in de rapportage. 4.7.3
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat in kader van een goede ruimtelijke ordening sprake is van een goed woon- en leefklimaat en geen belemmering aanwezig is voor transformatie van het bedrijfsgebouw naar woongebouw met derde bouwlaag. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 5 Akoestisch onderzoek toegevoegd aan dit plan.
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Algemeen Op 15 november 2007 is de zogeheten 'Wet luchtkwaliteit' in werking getreden. Met de 'Wet luchtkwaliteit' wordt de wijziging van de 'Wet milieubeheer' op het gebied van luchtkwaliteitseisen bedoeld. De 'Wet luchtkwaliteit' vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005'. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het 'Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)'. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en
36
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'Niet in betekenende mate (NIBM)' bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate bijdragen' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Het betreft de volgende categorieën: kantoorlocaties groter dan 33.333 m² bruto vloeroppervlak bij één ontsluitingsweg; kantoorlocaties groter dan 66.667 m² bruto vloeroppervlak met twee ontsluitingswegen; woningbouwlocaties met meer dan 500 woningen met één ontsluitingsweg; woningbouwlocaties met meer dan 1000 woningen met twee ontsluitingswegen; voor projecten die combinaties hiervan vormen geldt een speciale formule, zie bijlage 3b van de Regeling NIBM; projecten die gebruik maken van dezelfde ontsluitingsstructuur dienen bij elkaar te worden opgeteld. 4.8.2
Conclusie Ten behoeve van het onderhavige bestemmingsplan is het uitvoeren van berekeningen niet nodig, omdat het plan 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging ter plaatse (conform besluit NIBM). De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Algemeen Het beleid op het gebied van de externe veiligheid heeft als doel zowel individuele als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Daarbij kan het niet alleen gaan om ongevallen die te maken hebben met bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan (stationaire bron), maar ook om een ongeval veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen. Inrichtingen Het externe veiligheidsbeleid voor inrichtingen heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Op grond van deze benadering worden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) grenzen gesteld aan de risico's, waarbij gelet wordt op de kwetsbaarheid van functies in de omgeving. De risico's worden daarbij in twee maten gemeten: een plaatsgebonden risico (voor individuen) en een groepsrisico (voor groepen
vastgesteld
37
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
mensen). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt voor nieuwe situaties een harde grenswaarde van 10-6. Voor bestaande situaties geldt een tijdelijke grenswaarde van 10-5 (tot 3 jaar na het vaststellen van een bestemmingsplan). Voor sommige bedrijven bijvoorbeeld met koelinstallaties met ammoniak als koudemiddel - zijn in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) vaste afstanden tot gevoelige functies vastgelegd. Ten aanzien van het groepsrisico zijn geen grenswaarden vastgesteld, maar gelden richtwaarden gekoppeld aan een verantwoordingsplicht. In het bestemmingsplan dient bij de bestemmingskeuzen rekening te worden gehouden met de grenswaarden, richtwaarden en afstanden uit het Bevi. Concreet betekent dit dat nieuwvestiging van risicovolle inrichtingen wordt uitgesloten. Voor de bestaande risicovolle inrichtingen geldt dat deze planologisch worden vastgelegd in hun huidige omvang. In het onderhavige bestemmingsplan is ten aanzien van externe veiligheid het uitgangspunt, dat wordt voldaan aan de eisen die voortvloeien uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), dat op 27 oktober 2004 in werking is getreden. Dit besluit heeft grote gevolgen voor de ruimtelijke ordening.
Bij het plannen van risicogevoelige objecten in de omgeving van een risicovolle inrichting moet nu op bindende wijze rekening worden gehouden met de mogelijke invloed van die inrichting. 4.9.2
Onderzoek Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven.
Uitsnede risicokaart Uit de inventarisatie blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen potentiële risicobronnen zijn gelegen. Er zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig, geen transportroutes en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
38
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
4.9.3
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.10
Parkeren
4.10.1
Parkeren De gemeente Hof van Twente hanteert de volgende parkeernormen:
Functie
Norm stedelijke zone: centrum
Wonen etage koop duur Wonen etage koop midden Wonen etage koop goedkoop
1,6 1,4 1,3
Kantoor (zonder baliefunctie)
1,85 per 100m2 bvo
Situatie Countus met een oppervlakte van 2.250 m2 bvo heeft (2.250/100) x 1,85 afgerond 42 parkeerplaatsen nodig. Er worden maximaal 26 appartementen gerealiseerd, waarvan 3 in het dure segment, 18 in het midden segment en 5 in het goedkope segment, dit resulteert in een parkeerbehoefte van: Functie
Aantal woningen
koop duur 3 koop midden 18 koop goedkoop 5
Norm stedelijke zone: centrum
benodigd aantal parkeerplaatsen
1,6 1,4 1,3
4,8 25,2 6,5
Totaal
36,5
Voor de realisatie van de appartementen zijn ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig, dit aspect is dus geen belemmering voor de realisatie van het plan.
vastgesteld
39
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Overzichtstekening parkeren
4.11
Mer
4.11.1
Algemeen Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r.-procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er zijn drie onafhankelijke sporen die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: 1. Uit toetsing aan de hand van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) blijkt dat het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planMER-plichtig, besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor (bestemmings)plannen dient te worden getoetst aan de activiteiten en drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage bij het besluit m.e.r.. In het geval de activiteit genoemd wordt in onderdeel D, maar die onder de drempelwaarden vallen, dan is een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' nodig. Bij de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' dient te worden getoetst of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten.
De toetsing dient te worden gedaan aan de hand van de criteria uit Bijlage III bij de Europese richtlijn m.e.r. (kenmerk project, plaats project en kernmerk potentieel effect). Zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten, dan is niet alsnog een (plan)m.e.r. (-beoordeling) op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. 2. In het geval van een (bestemmings)plan: indien een 'passende beoordeling' op
40
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor dit plan verplicht is vanwege de in het plan opgenomen activiteiten. Een passende beoordeling is verplicht indien significante negatieve effecten op Natura 2000 gebieden niet zijn uit te sluiten; 3. Wanneer Provinciale Staten in haar provinciale milieuverordening activiteiten hebben aangewezen, aanvullend op de activiteiten in het Besluit m.e.r., die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. 4.11.2
Onderzoek Het bestemmingsplan biedt een juridische-planologische regeling voor het omzetten van een agrarische bestemming in een woonbestemming. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt (wonen) valt onder categorie "D 11.2 uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (oppervlakte van 200 ha. of meer, 2000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer). Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. In de volgende paragraaf wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' behandeld. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied (Borkeld) bedraagt circa 3 km. Gelet op de soort activiteit (wonen) en de afstand tot aan het Natura 2000 gebied, is geoordeeld dat is uit te sluiten dat er significante negatieve effecten optreden op het Natura 2000 gebied. Dit betekent dat er geen 'passende beoordeling' op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor dit plan verplicht is en er derhalve, via dit spoor, ook geen sprake is van een planMER-plicht.
De Provinciale Staten van Overijssel hebben momenteel geen activiteiten aangewezen die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht. Derhalve is er via dit spoor ook geen sprake van een planMER-plicht voor dit bestemmingsplan. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Zoals is aangegeven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden liggen. Dit is het geval bij dit bestemmingsplan. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden getoetst of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. De toetsing dient te worden gedaan aan de hand van de criteria uit Bijlage III bij de Europese richtlijn m.e.r. (kenmerk project, plaats project en kernmerk potentieel effect). Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten is geoordeeld dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen m.e.r.-procedure noodzakelijk op grond van het Besluit m.e.r.
4.11.3
Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen activiteiten mogelijk die grote nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r.-procedure is dan ook niet verplicht. Er is daarom geen MER opgesteld.
vastgesteld
41
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische vormgeving
Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regels van het bestemmingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. Zowel de verbeelding als de regels voldoen aan de verplichte landelijke standaarden voor de uitwisseling en vergelijkbaarheid van digitale bestemmingsplannen (IMRO2012 en SVBP2012). Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgesteld.
5.2
Toelichting op de bestemmingen Het navolgende stelt de algemeen gehanteerde opbouw van de bestemmingsregels aan de orde. Deze ziet er als volgt uit: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Dit wordt in het navolgende nader toegelicht. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Begrippen) en de wijze van meten (Wijze van meten). Hierin wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels Een bestemming is een omschrijving van aan de grond toegekende functies, zoals wonen, bedrijven, groenvoorzieningen enzovoorts. De aard van de toegelaten inrichting van de gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. In de bestemmingsplannen worden meerdere bestemmingen onderscheiden. Aan deze bestemmingen zijn regelingen als de bestemmingsomschrijving, bebouwingsmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden gekoppeld. Per bestemming hanteert men de indeling volgens de SVBP 2012. Deze volgorde en de naamgeving zijn standaard en dienen in principe te worden gevolgd. Een bestemmingsplan kent enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen.
De volgende bestemmingen zijn te vinden in het plan: Woongebied - 1 De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, waaronder ook het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep valt en een bed & breakfast-voorziening valt. Tevens bevat deze bestemming een aantal voorwaarden voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep en een bed & breakfast-voorziening.
42
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter. Waarde - Archeologie Een van de twee archeologische bestemmingen in dit plan betreft de bestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Als gevolg daarvan mogen op de gronden met deze bestemmingen geen bouwwerken worden gebouwd indien de bodem daarvoor dieper dan 40 cm geroerd moet worden. Wel wordt er voor bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bouwwerken niet worden uitgebreid en waarbij de bestaande fundering wordt benut en bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 m2 hiervan uitgezonderd. Ook kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels. Tot slot, mocht op basis van archeologisch onderzoek aangetoond worden dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan kunnen burgemeester en wethouders de bestemming 'Waarde - Archeologie' verwijderen van de betreffende gronden. Waarde - Archeologische verwachting 1 De tweede archeologische bestemming betreft 'Waarde - Archeologische verwachting 1'. De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden.
Ten aanzien van de bouwregels en de mogelijkheden om daarvan af te wijken, bevat deze bestemming vergelijkbare regels als de bestemming 'Waarde - Archeologie'. Afwijkend is de regeling dat bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 ten behoeve van andere voor deze gronden geldende bestemmingen zijn uitgezonderd van het bouwverbod voor het realiseren van bouwwerken waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt geroerd. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Hieronder zijn begrepen de anti-dubbeltelregel, de algemene gebruiksregels, de algemene afwijkingsregels en overige regels. De algemene gebruiksregels geven gebruiksregels die ongeacht de gebruiksregels van de specifieke bestemmingen gelden. De algemene afwijkingsregels (Artikel 25) geven aan dat door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van een aantal zaken in de Bestemmingsregels. De laatste bepaling van de algemene regels betreffen de Overige regels (Artikel 26). In deze overige regels staat het een en ander omtrent het realiseren van voldoende parkeergelegenheid in de bestemmingen. Basis voor deze regels is de Parkeernormen gemeente Hof van Twente. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.
vastgesteld
43
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een exploitatieovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Hof van Twente. Hierin is tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
44
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Op 26 november 2019 is er vanaf 18.30 tot 20.00 uur een inloopavond gehouden in het Cultureel centrum Het Beaufort te Markelo, waarbij zowel de gemeente als de initiatiefnemer aanwezig waren. Ongeveer 10 mensen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de plannen te bekijken. De houding was prettig, nieuwsgierig en positief gestemd. Wettelijk (voor)overleg Het besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Eventuele ingekomen overlegreacties worden beoordeeld en verwerkt. Ontwerp Het ontwerp heeft vanaf 25 juni 2020 tot en met 5 augustus 2020 ter inzage gelegen.
Eén ieder is in de gelegenheid gebracht zijn of haar zienswijze in te dienen. Er zijn 6 zienswijzen ingediend en 1 is ruim buiten de termijn ingediend en daarom niet ontvankelijk verklaard. Naar aanleiding van de zienswijzen hebben enkele wijzigingen plaats gevonden, zie Bijlage 6 Zienswijzennota. Vaststelling Naar aanleiding van de terinzage legging van het ontwerp bestemmingsplan is het vast te stellen bestemmingsplan aangepast.
vastgesteld
45
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
46
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Regels
vastgesteld
47
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan: het Bestemmingsplan Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11 met identificatienummer NL.IMRO.1735.MKxBurgbeaufr11-VS10 van de gemeente Hof van Twente;
1.2
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen);
1.3
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aan huis verbonden beroep: een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede nevenactiviteiten in de vorm van kappers, autorijscholen, assurantiekantoren, verzekeringskantoren, schoonheidsspecialistes, hondentrimsalons, kinderopvang, pedicures en naar de aard daarmee qua uitstraling op het woonmilieu vergelijkbare activiteiten en met uitzondering van detailhandel en webwinkels, maar inclusief internetverkoop, dat in (bijgebouwen bij) de woning wordt uitgeoefend;
1.6
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.7
bebouwingspercentage: een in het plan aangeduid percentage, dat de grootte van het in de regels aangegeven bouwvlak of erf aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd;
1.8
bed & breakfast: een kleinschalige overnachtingaccommodatie bestaande uit maximaal vier bedden, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in de bestaande en legale woning in combinatie met het serveren van ontbijt, waarbij de gezamenlijke oppervlakte ten behoeve van bed & breakfast maximaal 50 m2 mag zijn;
1.9
bestaand en legaal: bij bouwwerken:
48
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime, waarbij geldt dat voor zover het gebruik betrekking heeft op nevenactiviteiten, deze nevenactiviteiten mogen worden uitgeoefend in de vorm en omvang zoals toegestaan op grond van het voorheen geldend planologisch regime; 1.10
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
1.11
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.12
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.13
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.14
bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
1.15
bouwlaag: het geheel van op gelijke of nagenoeg gelijke vloerhoogte gelegen ruimten in een gebouw, uitgezonderd kelders;
1.16
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.17
bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;
1.18
bouwstrook: het maatvoeringsvlak op het bouwperceel dat grenst aan de voorgevelbouwgrens;
1.19
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
vastgesteld
49
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
1.20
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.21
erf: de door kadastrale grenzen dan wel door herkenbare andere perceelsbegrenzing afgebakende gronden, die direct zijn gelegen bij een gebouw met een zelfde bestemming;
1.22
erker: een ondergeschikte uitbouw aan een gebouw met een beperkte omvang waardoor het aanzicht niet wezenlijk wordt beïnvloed;
1.23
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.24
gebruik: het gebruiken, doen gebruiken en/of laten gebruiken;
1.25
ondergrondse bouwwerken: bouwwerken die zich onder het peil bevinden;
1.26
openbare ruimte: rijwegen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen;
1.27
overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.28
overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven (hieronder mede begrepen carports). Een overkapping is geen overig bouwwerk;
1.29
pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
1.30
seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
50
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
1.31
terugliggende bouwlaag: de bouwlaag, terugliggend ten opzichte van één of meer gevels van de woning;
1.32
voorgevel: de gevel van een gebouw die in architectonisch opzicht, dan wel gelet op de bestemming, als voorkant van dat gebouw kan worden aangemerkt;
1.33
voorgevelbouwgrens: het naar de weg gekeerde deel van de bouwgrens, voorzover niet in de verbeelding aangegeven als gevellijn;
1.34
voorgevel rooilijn: de denkbeeldige lijn die de voorgevels van gebouwen en indien (nog) geen gebouwen aanwezig zijn, de voorgevelbouwgrenzen verbindt;
1.35
webwinkel: het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er tevens sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom;
1.36
woning: een complex van ruimten, als een zelfstandig gedeelte van een gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf;
1.37
woonoppervlak: zowel de oppervlakte van de woning zelf als de bij de woning begrepen (bij)gebouwen;
vastgesteld
51
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 2
Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.3
de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.4
de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken van dakkapellen;
2.5
de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.6
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: vanaf de zijdelingse grens van een bouwperceel tot enig punt van een gebouw;
2.7
peil: 1. voor een bouwwerk in een bouwvlak, waar het peil ter plaatse is aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - peil' : het niveau tot 35 cm boven de hoogte van de bij deze aanduiding gelegen aansluitende bestaande openbare weg;
2.8
ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, liftschachten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- dan wel bestemmingsgrens met maximaal 1 m wordt overschreden. In afwijking van hetgeen hiervoor genoemd is, is overschrijding van de bouw- dan wel bestemmingsgrens door balkons enkel conform het in het artikel 3.2.1 onder e genoemde voorschrift mogelijk.
52
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Woongebied - 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, waaronder ook het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep valt en een bed & breakfast-voorziening; b. groenvoorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater; e. verkeers- en verblijfsdoeleinden; f. parkeervoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Woongebied - 1' is aan een aantal regels gebonden.
3.2.1
Gebouwen ten behoeve van het wonen a. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij voor de voorgevelbouwgrens van een op de begane grond gelegen woning een erker is toegestaan, mits: 1. de bouwdiepte maximaal 1,2 m bedraagt; 2. de goothoogte maximaal 3 m bedraagt; 3. de breedte maximaal 60% bedraagt van de voorgevelbreedte van het gebouw waartoe hij behoort; 4. de afstand tot aan de weg gelegen bouwperceelgrens bedraagt minimaal 3,5 m; b. het aantal woningen bedraagt maximaal het aantal zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; c. de bouwhoogte bedraagd maximaal, zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. de goothoogte bedraagt maximaal, zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding 'dakhelling' bedraagt de dakhelling minimaal 45 graden; f. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - balkon” mag de bouwdan wel bestemmingsgrens met maximaal 3 m door balkons wordt overschreden;
3.2.2
Overige bouwwerken a. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 m en b. per erf of terrein mag maximaal één vlaggenmast worden geplaatst met een bouwhoogte van maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt maximaal 3 m.
vastgesteld
53
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
3.3
Specifieke gebruiksregels Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de bestemming 'Woongebied - 1' is aan een aantal beperkingen gebonden.
3.3.1
Aan huis verbonden beroep Het gebruik van (bijgebouwen bij) de eigen woning voor een aan huis verbonden beroep is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven; b. maximaal 25% van de bestaande oppervlakte van de woning inclusief (bij)gebouwen mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep, met een maximum van 50 m2; c. degene die de gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis verbonden beroep, al dan niet met medewerkers, uitoefent; d. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met de omringende woonomgeving; e. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt dat er dient te worden geparkeerd op eigen terrein.
3.3.2
Bed & breakfast-voorziening Het gebruik van de hoofdgebouwen voor een bed & breakfast-voorziening is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden; a. er mogen maximaal vier bedden gebruikt worden voor bed & breakfast; b. de vestiging van een bed & breakfast wordt gerealiseerd binnen het bestaande hoofdgebouw; c. een bed & breakfast mag geen tekenen van een wooneenheid vertonen, zoals een keuken; d. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven; e. maximaal 30% van de bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen mag worden gebruikt voor de bed & breakfast-voorziening, met een maximum van 50 m2; f. degene die de gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die de bed & breakfast uitoefent; g. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met de omringende woonomgeving; h. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt dat er dient te worden geparkeerd op eigen terrein.
54
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 4
Waarde - Archeologie
4.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden.
4.2
Bouwregels Op de gronden bedoeld in lid 4.1 mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt geroerd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bouwwerken niet worden uitgebreid en waarbij de bestaande fundering wordt benut; b. bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 m2 ten behoeve van andere voor deze gronden geldende bestemmingen.
4.3
Afwijken van de bouwregels a. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 indien de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is alleen dan niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken en werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm is een omgevingsvergunning vereist: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 4.4, sub a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, winnen zij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. c. De onder 4.4, sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken,
vastgesteld
55
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden te verwachten zijn; 2. al in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; 3. het normale onderhoud betreffen;mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning;op archeologisch onderzoek zijn gericht; 4. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven.
4.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
56
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologische verwachting 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden.
5.2
Bouwregels Op de gronden bedoeld in lid 5.1 mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt geroerd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bouwwerken niet worden uitgebreid en waarbij de bestaande fundering wordt benut; b. bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 ten behoeve van andere voor deze gronden geldende bestemmingen.
5.3
Afwijken van de bouwregels a. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.1 indien de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is alleen dan niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken en werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm is een omgevingsvergunning vereist: 1. het graven (inclusief het leggen van funderingen), ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en ophogen; 2. het graven of dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil in gebieden; 5. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 5.4, sub a wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Alvorens het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent, winnen zij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. c. De onder 5.4, sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken,
vastgesteld
57
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden te verwachten zijn; 2. al in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; 3. het normale onderhoud betreffen; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning;op archeologisch onderzoek zijn gericht; 5. plaatsvinden in of op een begraafplaats ten behoeve van het delven van graven.
5.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1', deze bestemming wordt ontnomen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
58
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld
59
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 7
Algemene gebruiksregels Het gebruik van de gronden en bouwwerken van de bestemmingen van het Bestemmingsplan Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11 is aan een aantal beperkingen gebonden.
7.1
Strijdig gebruik a. De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt voor: 1. het (zelfstandig) bewonen van gebouwen, niet zijnde woningen; 2. seksinrichtingen; 3. handelsdoeleinden en reparatiedoeleinden in garageboxen.
60
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in het plan in die zin dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; b. het bepaalde in het plan in die zin dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels in die zin dat een nutsvoorziening kan worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte maximaal 75 m² zal bedragen; 2. de bouwhoogte maximaal 4 meter zal bedragen; d. de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 45,00 m; e. de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 15,00 m; f. de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits: 1. deze vergroting maximaal 10 m2 per plaatselijke verhoging zal bedragen; 2. de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak zal bedragen; 3.
de vergroting leidt tot een bouwhoogte van maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw.
8.2
Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. de brandveiligheid; c. het bebouwingsbeeld; d. de verkeersveiligheid; e. de milieusituatie; f. de woonsituatie; g. stedenbouwkundige karakteristieke gebouwen.
vastgesteld
61
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 9
Overige regels a. indien de (wijziging van de) omvang, het bouwen van en/of de bestemming van een gebouw danwel het terrein daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht, conform Bijlage 1 Parkeernormen gemeente Hof van Twente op eigen terrein in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw dan wel die functie behoort. Deze ruimte dient op een verkeersveilige en afdoende wijze bereikbaar te zijn voor auto's en/of vrachtauto's; b. de onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten minimaal 1,80 m bij 5 m en maximaal 3,25 m bij 6 m bedragen; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voorzover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - minimaal 3,50 m bij 5 m bedragen; c. indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
Deze ruimte dient op een verkeersveilige en afdoende wijze bereikbaar te zijn voor auto's en/of vrachtauto's; d. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en c: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimten, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; e. voor zover op een andere redelijke wijze in een veilige en afdoende bereikbare ruimte wordt voorzien.
62
vastgesteld
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
vastgesteld
63
Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11
Artikel 11
Slotregel Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het Bestemmingsplan Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11'.
64
vastgesteld
Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11 Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl