1- Goor, herziening Op Stoom Steltloperstraat - Toelichting bijlagen.pdf
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan Goor Op Stoom Fase I 04/07/2023
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
inhouds opgave Goor, Op Stoom
Fase 1
Dit Beeldkwaliteitsplan beschrijft de ambities en beeldkwaliteitsregels voor de ontwikkeling van Op Stoom Fase 1. Het vormt daarmee een inspiratiedocument voor de ontwikkelende partijen en toetsingsdocument tijdens het ontwikkelproces.
INHOUDSOPGAVE
03
1
Inleiding I. STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP OP STOOM FASE 1 II. ONTWIKKELPROCES a) Doel beeldkwaliteitsplan b) Supervisieteam en architectenselectie c) Het proces III. EEN GLIMP VAN DE TOEKOMST
2
Beeldkwaliteitsregels per deelgebied I. PARKRAND I. Straatbeeld a) Woningtypes b) Massaopbouw II. Kavel a) Kavelinrichting b) Erfafscheidingen c) Parkeren III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling b) Gevelindeling c) Materiaalgebruik d) Detaillering II. STELTLOPERSTRAAT I. Straatbeeld a) Woningtypes b) Massaopbouw II. Kavel a) Kavelinrichting b) Erfafscheidingen c) Parkeren
III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling b) Gevelindeling c) Materiaalgebruik d) Detaillering III. GRUTTO- EN MERELSTRAAT I. Straatbeeld a) Woningtypes b) Massaopbouw II. Kavel a) Kavelinrichting b) Erfafscheidingen c) Parkeren III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling b) Gevelindeling c) Materiaalgebruik d) Detaillering
GOOR, OP STOOM FASE I
1
Inleiding
BEELDKWALITEITSPLAN
2. BEELDKWALITEITSREGELS
05
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
I. Stedenbouwkundig ontwerp Op Stoom Fase I Goor staat aan de vooravond van een prachtig avontuur. Het terrein van de voormalige Twentsche Stoomblekerij is dé plek waar de textielindustrie in Twente is ontstaan. Het voorheen afgesloten gebied ligt nu open voor ontwikkeling. In februari 2022 is het Masterplan op Stoom!, en daarmee het fundament van de ontwikkeling, vastgesteld. Als uitwerking van het Masterplan is er een stedenbouwkundig plan gemaakt voor de eerste fase van de planontwikkeling. Het plangebied van dit deel bestaat uit de Parkrand, de Grutto- en Merelstraat, de Steltloperstraat en de Steltloperstraat. In dit beeldkwaliteitsplan zijn randvoorwaarden waar bebouwing en de inrichting van kavels aan moeten voldoen in deze deelgebieden.
Parkrand Gruttostraat
Parkrand
Steltloperstraat Merelstraat
Steltloperstraat
Verkaveling en inrichting openbare ruimte zijn indicatief
INLEIDING
07
II. Ontwikkelproces a) Doel beeldkwaliteitsplan
Dit beeldkwaliteitsplan is onderdeel van de Welstandsnota Hof van Twente en een inspiratiedocument voor de architect en toetsingsdocument tijdens het ontwikkelproces. Het doel is het vastleggen van een bepaalde basiskwaliteit voor de inrichting van de kavel en de vormgeving van de woning. Het geeft hiervoor een aantal regels waar de inrichting van de kavel en de vormgeving van de woning aan moet voldoen*. De regels zorgen voor een bepaalde mate van samenhang tussen de bebouwing onderling en haar directe omgeving. *Aan het beeldmateriaal en tekeningen in dit beeldkwaliteitsplan kunnen geen rechten worden ontleend. De opgenomen referentiebeelden geven de beoogde sfeer weer of geven een toelichting op bepaalde aspecten, maar voldoen niet altijd aan alle beeldkwaliteitsaspecten.
b) Supervisieteam en architectenselectie
Met de ontwikkeling van Op Stoom wordt een ontwikkeling met een hoge ruimtelijke kwaliteit geambieerd en hoogwaardige architectuur. Cruciaal voor het realiseren van de beoogde kwaliteit is een goede organisatie van het proces. Om dit proces vorm te geven, wordt voor de bouwplanbegeleiding en -toetsing een Supervisieteam geformeerd, met daarin een stedenbouwkundige, architect en civiel-technicus. Het Supervisieteam wordt nodig, zoals bij planvorming van meerdere woningen of bij bijzondere woningtypes zoals appartementen, uitgebreid met een landschapsarchitect. Het multidisciplinaire karakter van het Supervisieteam zorgt ervoor dat vanaf de stedenbouwkundige inpassing van het bouwplan tot aan de realisatie voldoende kennis aanwezig is voor een adequate begeleiding en toetsing. Om aan te sluiten op de beoogde hoge kwaliteit dient voor de bouwplanontwikkeling door de ontwikkelende partijen in alle gevallen (dus zowel door projectontwikkelaars als particulieren) een erkend architect te worden ingeschakeld, d.w.z. ingeschreven in www.architectenregister.nl.
c) Het proces
Tijdens het ontwikkelproces vinden er minimaal vier overlegmomenten plaats. Het eerste moment bestaat uit overleg tussen het Supervisieteam en architect van de ontwikkelende partij. Hier worden, nog voordat er een ontwerp ligt, de ambities en randvoorwaarden besproken. Vervolgens vinden minimaal drie presentatie-/toetsmomenten plaats: SO, VO en DO. Pas na schriftelijke goedkeuring door het Supervisieteam wordt de volgende fase gestart. Van de basiskwaliteit zoals opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan kan afgeweken worden wanneer aangetoond wordt dat de voorgestelde oplossing een meerwaarde oplevert die de basiskwaliteit ontstijgt, dit ter beoordeling van het Supervisieteam. Wanneer het beeldkwaliteitsplan geen uitspraak doet over de vormgeving van een bepaald onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp, dan geldt de algemene regel dat de oplossing moet passen binnen de betreffende context. De te presenteren ontwerpen dienen minimaal een week voor het presentatie-/ toetsmoment digitaal te worden aangeleverd aan het Supervisieteam. Het Supervisieteam geeft binnen twee weken na het presentatie-/ toetsmoment een reactie via de e-mail op het gepresenteerde ontwerp.
Om de bouwplanbegeleiding en -toetsing vlot te laten verlopen dienen alle door de ontwikkelende partij ingediende stukken als één pdf-document te worden aangeleverd en professioneel leesbaar, eenduidig interperteerbaar en navolgbaar te zijn. Alle stukken zijn op de voorzijde voorzien van versienummer, datum, fase, naam ontwikkelaar/opdrachtgever en architect. Aanpassingen op basis van doorontwikkeling van het plan worden beschreven. Ook wordt aangegeven hoe wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. De volgende stukken dienen, passend bij de fase, te worden ingediend: • Situatietekeningen (schaal SO/ VO/ DO schaal: 1:500). • Plattegronden woningen en andere bebouwing op kavel (SO: schaal 1:200; VO/ DO schaal 1:100). • Geveltekeningen SO: schaal 1:200; VO/ DO schaal 1:100). • Doorsnedetekeningen l (SO: schaal 1:200; VO/ DO schaal 1:100). • Gevelfragmenten (VO: schaal 1:20; DO: schaal 1:10). • Beeldbepalende details (VO: schaal 1:10; DO: schaal 1:5). • Materialen- en kleuren bemonstering. • 3d-impressie/verbeelding.
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
III. Een glimp van de toekomst Steltloperstraat
Verkaveling en inrichting openbare ruimte zijn indicatief
De Parkrand
INLEIDING
Merelstraat
09
Gruttostraat
De Parkrand
GOOR, OP STOOM FASE I
2
BEELDKWALITEITSPLAN
Beeldkwaliteitsregels
2. BEELDKWALITEITSREGELS
011
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
I. Parkrand De woongebouwen aan de Parkrand staan als een omlijsting rond het Stadspark en vieren het groen met royale raampartijen, balkons, loggia’s en dakterrassen. Hier komt een aantrekkelijk woonmilieu wat door de hoge architectonische kwaliteit eer doet aan de aanwezigheid van het Stadspark met de Fabriek. De toon van de Parkrand wordt gezet door de continuïteit van de hagen rond de kavels, eenheid in materiaal van de woningen en een beperkt kleurenpalet. De woongebouwen hebben een heldere hoofdopzet met een rustige gevelindeling. Ze sluiten daardoor aan op de schaal van het Stadspark. Rijkheid ontstaat door het individuele ontwerp van de woongebouwen, verbijzondering in het materiaalgebruik en diversiteit in typologieën. I. Straatbeeld a) Woningtypes – variatie in de Parkrand ontstaat door afwisseling in woningtypes • De Parkrand biedt ruimte aan een mix van woningtypes zoals appartementen, rijwoningen, geschakelde woningen en stadsvilla’s. De types worden afgewisseld in het straatbeeld. • Appartementen en rijwoningen worden ingezet voor het vormgeven van straathoeken en andere stedenbouwkundige accenten. b) Massaopbouw – eenheid in vorm, hoogte en dakafwerking zorgt ervoor dat de verschillende woongebouwen samen een rand vormen. • Elk woongebouw heeft een heldere hoofdvorm die in de basis bestaat uit een rechthoekig volume. • De bebouwing is drie bouwlagen hoog (max.
bouwhoogte 11m). • De bebouwing is uitgevoerd met plat dak voorzien van een mee-ontworpen daklijst. • De bovenste bouwlaag van de woning mag aan de zijde van de achtertuin tot max. 5m terug gelegen zijn. • Aan-, uitbouwen en bijgebouwen hebben een max. bouwhoogte van 3.5m en worden uitgevoerd met plat dak. II. Kavel a) Kavelinrichting – een set aan regels voor de kavelinrichting zorgt voor samenhang. • Voorgevels staan parallel aan de voorerfgrens*. • Bebouwing staat min. 3m en max. 3.5m uit de voorerfgrens (toevoegingen zoals erkers en balkons mogen binnen de 3m tussen voorgevel en voorerfgrens zijn gelegen)*/**. • Bebouwing staat min. 1m en max. 3.5m uit de zijerfgrens**. • Aan-, uit- en bijgebouwen staan min. 5m achter de voorgevel. Uitzondering hierop is een carport, hierbij geldt dat deze op of achter de voorgevellijn van de woning staat. • Vanwege klimaatbestendigheid wordt bij voorkeur al het hemelwater dat op het dak van elk woongebouw valt op eigen kavel geïnfiltreerd. Een vereiste is echter
Elk woongebouw wordt uitgevoerd in één hoofdkleur. Door deze in verschillende kleurnuances toe te passen ontstaat een rijk gevelbeeld (bron: hcva.nl/)
Stedenbouwkundige accenten zoals straathoeken worden gevormd door appartementen of rijwoningen (bron: oomenarchitecten.nl/ fotobewerking De Zwarte Hond)
PARKRAND
013
dat 20mm per m2 verhard oppervlakte op de eigen kavel wordt geïnfiltreerd. Bijvoorbeeld in de vorm van een verdieping in de tuin, een (ondiepe) greppel aan de achterzijde van de kavel, een grindkoffer of kunststof infiltratiekratten. Het overige hemelwater mag via de voortuin naar het openbaar gebied worden geleid. • Vanwege klimaatbestendigheid mag maximaal 50% van elke tuin worden verhard. Een inrichtingsplan dient dit aan te tonen. * Bij kavels die geen rechte voorerfgrens hebben is de 3m tussen voorgevel en voorerfgrens de minimale afstand. **In afwijking van deze regel is een andere afstand ten opzichte van de erfgrens mogelijk als dat noodzakelijk is voor een goede inpassing van de woning en tuin op de kavel, gezien vanuit beeldkwaliteit en functionaliteit (ter beoordeling van het Supervisieteam).
b) Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende structuur om het groene karakter van de Parkrand te versterken. • De grens tussen kavel en openbaar gebied wordt vormgegeven door een haag. Dit kan een liguster, beuk, haagbeuk of veldesdoorn zijn. • De haag heeft een breedte van ca. 70cm (twee rijen planten) en wordt aangeplant op de kavel. • Hagen worden door de gemeente (volgroeid) aangeplant en de eerste drie jaar beheerd. • Rond de voortuin* is de haag na volgroeien ca. 1m hoog, rond de zij- en achtertuinen die grenzen aan openbaar gebied ca. 1.8m hoog. • Per kavel wordt de haag max. één keer doorbroken. Uitzondering hierop zijn hoekkavels waarbij de parkeerplaats op eigen terrein aan de andere zijde van de kavel is gesitueerd dan de woningentree. In dit geval mag aan elke zijde van de kavel de haag max. één keer doorbroken worden. • Een doorbreking voor bereik van de woningentree is max. 1.5m breed. Een doorbreking voor bereik van de parkeerplaats is max. 3.5m breed. Twee naaste elkaar gelegen opritten worden gecombineerd in één onderbreking van de haag, met een max breedte van 5m.
Eenheid in materiaal en het beperkte kleurenpalet zorgen voor afstemming tussen de woningen (fotobewerking De Zwarte Hond).
* De voortuin wordt gedefinieerd door de voorgevellijn denkbeeldig door te trekken tot aan de zij-erfgrenzen.
c) Parkeren – door het parkeren achter de voorgevel op te lossen, zijn auto’s niet dominant zichtbaar vanaf de straat. • Grondgebonden woningen met zij-tuin hebben één parkeerplaats op eigen kavel, die is gesitueerd achter de voorgevellijn. • Bij hoekkavels worden parkeerplaatsen en garage waar mogelijk tussen hoekwoning en naastgelegen woning gesitueerd (dus niet aan de zijde grenzend aan de openbare ruimte).
Buitenruimtes zoals balkons, dakterrassen en zitgelegenheden in de gevel zorgen voor een levendige relatie tussen bebouwing en het Stadspark (bron: marcellok.nl/)
GOOR, OP STOOM FASE I
III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling – Het individuele ontwerp van elk woongebouw geeft de Parkrand een rijk karakter. • Het ontwerp van de verschillende woningen aan de Parkrand is gevarieerd, dit bijvoorbeeld doordat ze op een eigen manier reageren op de openbare ruimte waar ze gelegen aan zijn, varieren in kleur en/ of type baksteen. • Bij rijwoningen is sprake van variatie in bijvoorbeeld beukmaat, hoogte, plattegrond en/of vormentaal (dus niet enkel variatie in gevelontwerp). • Half-vrijstaande woningen, geschakelde woningen en appartementen worden als één woongebouw ontworpen. • Elke woning heeft min. één gebouwde buitenruimte aan de zijde van het Stadspark, zoals een (Frans) balkon, loggia, erker, zitgelegenheid in de gevel of dakterras. Eventuele dakranden/ borstweringen worden vormgegeven door het verticaal doorzetten van de gevel. • De hoofd-, aan- en uitbouwen en bijgebouwen op de kavel, vormen samen een architectonisch ensemble, dit door een gelijke vormentaal, kleurstelling en materiaalgebruik. • Dak-opbouwen, carports en andere toekomstige aanpassingen worden integraal in een gelijke architectuur als die van het bestaande gebouw meeontworpen (dus in gelijke kleur en materiaal). b) Gevelindeling – de woongebouwen stralen rust uit en sluiten zo aan op de maat van het Stadspark.
• Om aan te sluiten op de schaal van het Stadspark worden woongebouwen alzijdig in één materiaal en kleurstelling ontworpen. • De bebouwing heeft zowel in de voor- als zijgevels grenzend aan de openbare ruimte royale raampartijen. • Hoofdentrees zijn gelegen aan het Stadspark. Uitzondering hierop zijn woningen aan de groene verbindingen tussen de Steltloperstraat en het Stadspark, die hun entree hebben aan de groene verbinding. • De gevelindeling straalt rust uit, door raampartijen in een rustige ritmiek in de gevel te plaatsen. • Om de wenselijke rustige uitstraling van de gevel te versterken, wordt de woningentree qua uitstraling onderdeel van het hoofdvolume en krijgt de entree weinig accent. Het accent ligt op de eenheid van de gevel als geheel. Kleur/ materiaal van de entree zijn gelijk aan die van het hoofdvolume. Aan de entree gekoppelde
Indicatieve mix kleurgebruik.
BEELDKWALITEITSPLAN
Voorgevels bestaan voor een substantieel deel uit glas, waardoor een levendige relatie ontstaat tussen woning en het Stadspark (bron: hvca.nl/).
Door ramen in een rustige ritmiek in de gevel te plaatsen ontstaat een rustig gevelbeeld dat aansluit op de schaal van het Stadspark (bron:shift-au.com/ fotobewerking De Zwarte Hond).
PARKRAND
015
details worden mee-ontworpen. c) Materiaalgebruik – afgestemd kleurgebruik en eenheid in materiaal zorgt voor een samenhangend beeld in de Parkrand. • Alle woongebouwen worden uitgevoerd in baksteen met een eigen karakter. Denkrichtingen hierbij zijn het gebruik van stenen met een bijzondere uitstraling, afwijkende baksteenformaten of rijke metselverbanden. • Naast baksteen bestaat de voorgevel voor minimaal 25% uit glas, waardoor een levendige relatie ontstaat tussen woongebouw en Stadspark. • Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse kleurtinten zoals oker, oranje, rood, bruin, groen of grijs. • Ieder woongebouw heeft één hoofdkleur die in verschillende kleurnuances wordt toegepast. • Kleurstelling van gevelopeningen, dakranden en andere geveldetails hebben ongeveer dezelfde kleur als het hoofdmateriaal. d) Detaillering – zorgvuldige en ingetogen detaillering draagt bij aan de stevigheid van de woongebouwen. • De detaillering is ingetogen en zorgvuldig, bijvoorbeeld door middel van een verholen goot of druiplijn. • Kozijnen worden mee ontworpen binnen de architectuur van de woning. Dit bijvoorbeeld door kozijnen met een smal profiel te gebruiken, de kozijnen (deels) weg te werken achter het hoofdmateriaal en/of de kleur van de kozijnen af stemmen op de kleur van het hoofdmateriaal van de woning.
• Keuze en uitvoering van de voeg wordt afgestemd op de keuze van het soort baksteen en het beoogde gevelbeeld. Zo versterkt een terug liggende voeg de rijkheid van het gevelbeeld door schaduwwerking. • Elk woongebouw wordt in de gevel en/of dak voorzien van twee geïntegreerde nestvoorzieningen, elk geschikt voor een ander dier. De keuze voor het type voorzieningen is afhankelijk van de context van de woning. Nestvoorzieningen worden integraal meeontworpen en geïntegreerd in de gevel. • Zonnecollectoren worden architectonisch mee ontworpen, zodat deze niet nadrukkelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. • Technische installaties als ventilatieschachten en warmtepompen worden zorgvuldig ingepast en zijn niet nadrukkelijk zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
Er wordt gebruik gemaakt van bijzondere aardse kleurtinten zoals oker, oranje, rood, bruin, groen of grijs.
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
II. Steltloperstraat De Steltloperstraat biedt ruimte voor bijzondere vrijstaande woningen, waaronder bungalows en levensloopbestendige woningen. In de straat en op de brede kavels is er volop ruimte voor groen. Het donkere kleurenpalet zorgt ervoor dat de bebouwing door weerspiegeling van de schaduwvlekken van de bomen zich natuurlijk voegt in het lommerrijke straatprofiel. De Steltloperstraat wordt een ruim opgezet profiel. Parkeerplaatsen worden afgewisseld met hagen en bomen, waardoor ondanks de aanwezigheid van auto’s het straatbeeld groen is. Ook de brede, door hagen omzoomde kavels dragen hier aan bij. De kavels zelf bieden ruimte voor verschillende soorten vrijstaande woningen. Eenheid in bouwhoogte, kleurgebruik en vorm zorgen ervoor dat de woningen samen een ensemble vormen. I. Straatbeeld a) Woningtypes • De Steltloperstraat biedt ruimte voor bijzondere vrijstaande woningtypes zoals eenlaagse villa’s, bungalows en levensloopbestendige woningen. b) Massaopbouw – eenheid in vorm, hoogte en dakafwerking zorgen voor eenheid. • Elke woning heeft een heldere hoofdvorm die in de basis bestaat uit een rechthoekig volume die één bouwlaag met kap of max. twee bouwlagen hoog is. Een eventuele tweede bouwlaag is niet groter dan 75% van de footprint van de woning. • Woningen met kap hebben een max. goothoogte van 4m en max. nokhoogte van 8m.
• Woningen uitgevoerd met plat dak hebben een max. bouwhoogte van 7m. • Aan- en uitbouwen zijn bijvoorkeur onderdeel van het hoofdvolume, bijvoorbeeld doordat ze opgenomen zijn onder de kap. • Aan-, uitbouwen en bijgebouwen hebben een max goothoogte van 4m en nokhoogte van 6m. II. Kavel a) Kavelinrichting – een set aan regels voor de kavelinrichting draagt bij aan het groene straatbeeld. • Voorgevels lopen zoveel mogelijk parallel aan de voorerfgrens. • Bebouwing staat min. 3m uit zowel voor- als zijerfgrens.* • Bij de Steltloperstraat grenzen ruime tuinen aan de straat. Om het groene karakter van de straat te ondersteunen, wil de gemeente graag stimuleren dat in deze tuinen bomen worden aangeplant. Daarom stelt de gemeente aan elke koper van deze kavels kosteloos twee (inheemse) bomen beschikbaar die op afroep namens de gemeente worden geplant op een plek die de koper graag wil. Dit kan een zomereik zijn, een es, een gewone esdoorn, gele kornoelje, een inlandse zoete kers, een haagbeuk, een veldesdoorn of een zomerlinde. Het is de bedoeling dat deze bomen niet worden gesnoeid. • Vanwege klimaatbestendigheid wordt bij voorkeur al het hemelwater dat op het dak van elk woongebouw
De Steltloperstraat biedt ruimte aan bijzondere vrijstaande woningen (bron: bedauxdebrouwer.nl/).
De lage bouwhoogte in combinatie met de brede kavels zorgen voor een ontspannen straatbeeld (bron: vandersalm-aim.nl/).
Het parkeren wordt bij voorkeur bouwkundig opgelost, bijvoorbeeld door een in de architectuur opgenomen carport (bron: bedauxdebrouwer.nl/).
STELTLOPERSTRAAT
017
valt op eigen kavel geïnfiltreerd. Een vereiste is echter dat 20mm per m2 verhard oppervlakte op de eigen kavel wordt geïnfiltreerd. Bijvoorbeeld in de vorm van een verdieping in de tuin, een (ondiepe) greppel aan de achterzijde van de kavel, een grindkoffer of kunststof infiltratiekratten. Het overige hemelwater mag via de voortuin naar het openbaar gebied worden geleid. • Vanwege klimaatbestendigheid mag maximaal 50% van elke tuin worden verhard. Een inrichtingsplan dient dit aan te tonen. **In afwijking van deze regel is een andere afstand ten opzichte van de erfgrens mogelijk als dat noodzakelijk is voor een goede inpassing van de woning en tuin op de kavel, gezien vanuit beeldkwaliteit en functionaliteit (ter beoordeling van het Supervisieteam).
b) Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende structuur om het groene karakter van de Steltloperstraat te versterken. • De grens tussen kavel en openbaar gebied wordt vormgegeven door een haag. Dit kan een liguster, beuk, haagbeuk of veldesdoorn zijn. De haag kan eventueel worden gecombineerd met een in de architectuur van de woning mee-ontworpen tuinmuur. • De haag heeft een breedte van ca. 70cm (twee rijen planten) en is aangeplant op de kavel. • Hagen worden door de gemeente zowel (volgroeid) aangeplant als in de eerste drie jaar in standgehouden. • De kavels hebben een brede, ondiepe vorm en grenzen daardoor voor een groot deel aan de straat. Dit maakt dat er extra aandacht wordt gevraagd aan de privacy borging door middel van hoge hagen. Voor elke kavel toont een inrichtingsplan aan wat het beoogde gebruik is van de tuin en waar privacy gewenst wordt. Op basis hiervan wordt in het inrichtingsplan vastgelegd waar hoge hagen/ tuinmuren (ca. 1.8m hoog) of juist lage hagen/ tuinmuren (ca. 1m. hoog) komen. • Per kavel wordt de haag max. één keer doorbroken. Uitzondering hierop zijn hoekkavels waarbij parkeerplaatsen aan de andere zijde van de kavel zijn gesitueerd dan de woningentree. In dit geval mag aan elke zijde van de kavel de haag max. één keer doorbroken worden. • Een doorbreking voor bereik van de woningentree is max. 1.5m breed.
Een doorbreking voor bereik van de parkeerplaats is max. 3.5m breed. Twee naaste elkaar gelegen opritten worden gecombineerd in één onderbreking van de haag, met een max breedte van 5m. c) Parkeren – om de parkeerdruk in de Steltloperstraat te verlagen biedt elke kavel ruimte voor twee parkeerplaatsen. • Woningen hebben twee parkeerplaatsen op eigen kavel, welke zijn gesitueerd achter de voorgevellijn. • Het parkeren wordt bij voorkeur bouwkundig opgelost,
De brede kavels met elk twee huisbomen versterken het groene straatbeeld van de Steltloperstraat (bron: studionauta.com/).
Er is vrijheid in materiaalgebruik, maar afstemming in kleurgebruik zorgt voor eenheid tussen de verschillende woningen (bron: bedauxdebrouwer.nl/).
Royale hagen gecombineerd met in de architectuur opgenomen tuinmuren als erfafscheiding (bron: bedauxdebrouwer.nl/).
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
bijvoorbeeld onder een in de architectuur van de woning mee-ontworpen (carport (dus in gelijke kleur en materiaal). • Bij hoekkavels worden parkeerplaatsen en garage waar mogelijk tussen de hoekwoning en de naastgelegen woning gerealiseerd. III. Uitstraling en detaillering a) Uitstraling – Het individuele ontwerp van elk woning zorgt voor een gevarieerd straatbeeld. • Elk woning heeft een individueel ontwerp. • De hoofd-, aan- en uitbouwen en bijgebouwen op de kavel, vormen samen een architectonisch ensemble, dit door een gelijke vormentaal, kleurstelling en materiaalgebruik. • Dak-opbouwen, carports en andere toekomstige aanpassingen worden integraal in een gelijke architectuur als die van het bestaande gebouw meeontworpen (dus in gelijke kleur en materiaal).
De donkere kleurstelling van de woningen gaat een harmonieuze relatie aan met de schaduwwerking van de bomen
b) Gevelindeling – de woongebouwen stralen rust en transparantie uit. • Elke woning heeft aan de straatzijde minimaal één etage hoog raam. • Hoofdentrees, inclusief daaraan gekoppelde details, worden integraal mee-ontworpen met de woning en hebben door raampartijen een uitnodigend karakter. c) Materiaalgebruik – afgestemd kleurgebruik versterkt het rustige straatbeeld • Elk gebouw heeft een eigen ontwerp, kleurstelling en materiaalgebruik welke alzijdig wordt door gezet. • Er is een variëteit in materialen toegestaan van baksteen en hout tot aan natuursteen.
(bron: bedauxdebrouwer.nl/).
Het zorgvuldig inpassen van zonnecollectoren in het dakvlak, gecombineerd met de antracieten kleur van de dakpannen zorgt ervoor dat deze niet nadrukkelijk zichtbaar zijn.
STELTLOPERSTRAAT
019
• De architectuur is uitgevoerd in een donker kleurenpalet, van antraciet en donkerbruin tot donkergroen-grijs. Dit kleurenpalet zorgt ervoor dat de bebouwing door weerspiegeling van de schaduwvlekken van de bomen zich natuurlijk voegt in het straatbeeld. • Kleurstelling van gevelopeningen, dakranden en andere geveldetails sluit aan op de kleur hoofdmateriaal. d) Detaillering – zorgvuldige en ingetogen detaillering draagt bij aan de stevigheid van de woongebouwen. • De detaillering is ingetogen en zorgvuldig, bijvoorbeeld door middel van een verholen goot of druiplijn. • Kozijnen worden mee ontworpen binnen de architectuur van de woning. Dit bijvoorbeeld door kozijnen met een smal profiel te gebruiken en/of de kozijnen (deels) weg te werken achter het hoofdmateriaal. Verder worden kozijnen uitgevoerd in een antracieten kleur zodat deze visueel wegvallen in het raam. • Elke woning wordt in de gevel en/of dak voorzien van twee geïntegreerde nestvoorzieningen, elk geschikt voor een ander dier. De keuze voor het type voorzieningen is afhankelijk van de context van de woning. Nestvoorzieningen worden integraal mee-ontworpen en geïntegreerd in de gevel. • Zonnecollectoren worden architectonisch mee ontworpen, zodat deze bij platte daken niet nadrukkelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, of bij daken met een kap een harmonieus geheel vormen met het dakvlak.
• Technische installaties als ventilatieschachten en warmtepompen worden zorgvuldig ingepast en zijn niet nadrukkelijk zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
De architectuur is uitgevoerd in een donker kleurenpalet, van antraciet en donkerbruin tot donkergroen-grijs.
GOOR, OP STOOM FASE I
BEELDKWALITEITSPLAN
III. Grutto- en Merelstraat Rond de Grutto- en Merelstraat wordt op een aantrekkelijke, dorpse manier gewoond. Kavels met afwisselend rijwoningen, vrijstaande en half vrijstaande woningen zorgen voor een ontspannen straatbeeld. Rijk metselwerk en houten details in de plint geven de woningen een eigentijds karakter. De achterzijde van de kavels grenst aan een collectieve binnentuin waar op een ontspannen manier ruimte is voor groen, een ontmoetingsplek voor de direct omwonenden en parkeren. Het overige parkeren wordt grotendeels opgelost in de groen opgezette profielen van de Grutto- en Merelstraat. I. Straatbeeld a) Woningtypes • De Grutto- en Merelstraat bieden ruimte voor (half) vrijstaande woningen en rijwoningen. b) Massaopbouw – eenheid in vorm, hoogte en dakafwerking zorgt ervoor dat de verschillende woongebouwen samen een rand aan het Stadspark vormen. • Woningen aan de Grutto- en Merelstraat hebben een heldere hoofdvorm opgebouwd uit twee bouwlagen met kap. De woningen hebben een met een max. goothoogte van 7m en max. nokhoogte van 11m. • De woningen aan de Grutto- en Merelstraat hebben afwisselend een langs- of een dwarskap. • Alle aan-, uitbouwen en bijgebouwen hebben een max goothoogte van 3.5m en nokhoogte van 6m. II. Kavel a) Kavelinrichting – een set aan regels voor de kavelinrichting draagt bij aan het luchtige straatbeeld.
• Voorgevels lopen zoveel mogelijk parallel aan de voorerfgrens. • Bebouwing staan min. 3m achter de voorerfgrens en zij-erfgrens*. • Aan-, uit- en bijgebouwen staan min. 5m achter de voorgevel. Uitzondering hierop is een carport, hierbij geldt dat deze op of achter de voorgevellijn van de woning staat. • Vanwege klimaatbestendigheid wordt bij voorkeur al het hemelwater dat op het dak van elk woongebouw valt op eigen kavel geïnfiltreerd. Een vereiste is echter dat 20mm per m2 verhard oppervlakte op de eigen kavel wordt geïnfiltreerd. Bijvoorbeeld in de vorm van een verdieping in de tuin, een (ondiepe) greppel aan de achterzijde van de kavel, een grindkoffer of kunststof infiltratiekratten. Het overige hemelwater mag via de voortuin naar het openbaar gebied worden geleid. • Vanwege klimaatbestendigheid mag maximaal 50% van elke tuin worden verhard. Een inrichtingsplan dient dit aan te tonen.
Woningen hebben een helder hoofdvolume en zijn uitgevoerd in
**In afwijking van deze regel is een andere afstand ten opzichte
bijzondere metselverbanden in combinatie met een zorgvuldige
van de erfgrens mogelijk als dat noodzakelijk is voor een
detaillering (bron: proctorandmatthews.com/).
goede inpassing van de woning en tuin op de kavel, gezien
twee lagen met een kap (bron: deuniearchitecten.nl/)
De gevels hebben een rijke uitstraling door toepassing van
GRUTTO- EN MERELSTRAAT
021
vanuit beeldkwaliteit en functionaliteit (ter beoordeling van het Supervisieteam).
b) Erfafscheidingen – hagen als groene, verbindende structuur om het groene karakter van de buurt te versterken. • Bij woningen aan de Grutto- en Merelstraat wordt de grens tussen kavel en openbaar gebied vormgegeven door een haag. Dit kan een liguster, beuk, haagbeuk of veldesdoorn zijn. • De achterzijde van de kavels grenzen aan een collectieve binnentuin. De overgang van tussen kavel en het binnenterrein wordt tevens vormgegeven door een een haag. Dit kan een liguster, beuk, haagbeuk of veldesdoorn zijn. • De haag heeft een breedte van ca. 70cm (twee rijen planten) en is aangeplant op de kavel. • Hagen worden door de gemeente zowel (volgroeid) aangeplant als in de eerste drie jaar in standgehouden. • Rond de voortuin* is de haag na volgroeien ca. 1m hoog, rond de zij- en achtertuinen die grenzen aan openbaar gebied ca. 1.8m hoog. • Per kavel wordt de haag max. één keer doorbroken. Uitzondering hierop zijn hoekkavels waarbij de parkeerplaats op eigen terrein aan de andere zijde van de kavel is gesitueerd dan de woningentree. In dit geval mag aan elke zijde van de kavel de haag max. één keer doorbroken worden. • Een doorbreking voor bereik van de woningentree is max. 1.5m breed. Een doorbreking voor bereik van de parkeerplaats is max. 3.5m breed. Twee naaste elkaar gelegen opritten worden gecombineerd in één onderbreking van de haag, met een max breedte van 5m.
De woningen grenzen aan de achterzijde aan een collectief binnegebied dat functioneert als ontmoetingsplek voor omwonenden (bron: dezwartehond.nl/)
* De voortuin wordt gedefinieerd door de voorgevellijn denkbeeldig door te trekken tot aan de zij-erfgrenzen.
c) Parkeren – om de parkeerdruk in de Grutto- en de Merelstraat te verlagen bieden alle kavels met (half) vrijstaande woningen ruimte voor twee parkeerplaatsen. • Kavels met (half)vrijstaande woningen bieden ruimte voor twee, naast elkaar gelegen, parkeerplaatsen, welke achter de voorgevel zijn gesitueerd. • Bij hoekkavels worden parkeerplaatsen en garage waar mogelijk tussen de hoekwoning en de naastgelegen woning gerealiseerd. a) Uitstraling – Het individuele ontwerp van elk woning zorgt voor een gevarieerd straatbeeld. • Het ontwerp van de verschillende woningen aan de Grutto- en Merelstraat is gevarieerd, dit onder meer doordat ze reageren op de openbare ruimte waar ze gelegen aan zijn. Door afstemming in verschijningsvorm, materiaalgebruik en kleurgebruik zijn de verschillende woningen te herkennen als familie. • De hoofd-, aan- en uitbouwen en bijgebouwen op de
Entrees krijgen een uitnodigend karakter, bijvoorbeeld doordat deze zijn teruggelegen in de gevel waardoor een voorportaal ontstaat (bron: vector-i.nl/).
GOOR, OP STOOM FASE I
bron: bedeauxdebrouwer.nl.nl/ (beeld bewerkt).
BEELDKWALITEITSPLAN
GRUTTO- EN MERELSTRAAT
023
kavel, vormen samen een architectonisch ensemble, dit door een gelijke vormentaal, kleurstelling en materiaalgebruik. • Dak-opbouwen, carports en andere toekomstige aanpassingen worden integraal in een gelijke architectuur als die van het bestaande gebouw meeontworpen (dus in gelijke kleur en materiaal). b) Gevelindeling – de woongebouwen stralen rust en transparantie uit. • Hoofdentrees, inclusief daaraan gekoppelde details, worden integraal mee-ontworpen met de woning en hebben door raampartijen een uitnodigend karakter. c) Materiaalgebruik – afgestemd kleurgebruik versterkt het rustige straatbeeld • Woningen aan de Grutto- en Merelstraat worden geheel opgetrokken in baksteen, het kleurgebruik is warm en terughoudend: aardekleuren (tussen rood en bruin). • Alle gevels krijgen een rijke uitstraling door toepassing van bijzondere metselverbanden. • De plinten van alle woningen worden deel uitgevoerd in hout, dit kan zowel door accenten als door een substantieel deel van de plint uit te voeren in hout. Het hout is behandeld en de kleurstelling is afgestemd op het hoofdmateriaal van de woning. • Niet platte daken worden uitgevoerd in keramische pannen met een antracieten kleur. • Kleurstelling van gevelopeningen, dakranden en andere geveldetails zijn afgestemd op het hoofdmateriaal.
d) Detaillering – zorgvuldige en ingetogen detaillering draagt bij aan de stevigheid van de woongebouwen. • De detaillering is ingetogen en zorgvuldig, bijvoorbeeld door middel van een verholen goot of druiplijn. • Kozijnen worden mee ontworpen binnen de architectuur van de woning. Dit bijvoorbeeld door kozijnen met een smal profiel te gebruiken, de kozijnen (deels) weg te werken achter het hoofdmateriaal en/of de kleur van de kozijnen af stemmen op de kleur van het hoofdmateriaal van de woning. • Elke woning wordt in de gevel en/of dak voorzien van twee geïntegreerde nestvoorzieningen, elk geschikt voor een ander dier. De keuze voor het type voorzieningen is afhankelijk van de context van de woning. Nestvoorzieningen worden integraal mee-ontworpen en geïntegreerd in de gevel. • Zonnecollectoren worden architectonisch mee ontworpen, dit wil zeggen dat de zonnecollectoren een harmonieus geheel vormen met het dakvlak. • Technische installaties als ventilatieschachten en warmtepompen worden zorgvuldig ingepast en zijn niet nadrukkelijk zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
Materialenpalet Grutto- en Merelstraat, het kleurgebruik is warm en terughoudend: aardekleuren (tussen rood en bruin).
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Goor
28-03-2023
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI MERELSTRAAT-GRUTTOSTRAAT EN STELTLOPERSTRAAT-WATERSNIPSTRAAT, GOOR
Status: Datum: Projectnummer:
Definitief 28-03-2023 2022-079
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat Definitief
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 8 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 8 Verkeersgegevens................................................................................................................................ 10
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................. 11 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ....................................................................................................................................... 11 Geluidsbelasting .................................................................................................................................. 11 Hogere Waarde.................................................................................................................................... 12 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 12
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 14 Bijlagen
.................................................................................................................. 15
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Aangeleverde verkeersgegevens ................................................................................................ 15 Rekenmodel ................................................................................................................................ 16 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 18 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 19
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op twee nabijgelegen locaties, namelijk de onbebouwde gronden aan de Merelstraat-Gruttostraat en aan de Steltloperstraat-Watersnipstraat in Goor (gemeente Hof van Twente). Beide locaties worden ontwikkeld in het kader van het project ‘Goor op Stoom’, waarbij het voormalige Twentsche Stoomblekerij (TSB) terrein wordt herontwikkeld ten behoeve van wonen, werken en recreëren. Het voornemen bestaat om ter plaatse van het projectgebied in totaal 112 woningen te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van beide locaties in Goor (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Hierin is de deellocatie aan de Merelstraat-Gruttostraat aangegeven met een rode omlijning en de deellocatie aan de Steltloperstraat-Watersnipstraat met een blauwe omlijning.
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied in Goor en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
2.5.1
Algemeen
De gemeente Hof van Twente beschikt over eigen gebiedsgericht geluidsbeleid. Hierin worden 7 gebiedstypen onderscheiden. Per gebiedstype is bepaald welke ambitie- en bovengrenswaarde moet worden gehanteerd. Het projectgebied ligt in het gebiedstype ‘Buurten. Binnen dit gebiedstype wordt voor wegverkeerslawaai een ambitiewaarde van 43 dB (rustig) gehanteerd. Voor ontheffing van de gemeentelijke ambitiewaarde voor wegverkeerslawaai tot de wettelijke voorkeurswaarde geldt de in de beleidsregel hogere grenswaarde genoemde systematiek. 2.5.2
Hogere waarde
Met een goede ruimtelijke ordening kan een goede geluidskwaliteit worden bereikt. Dit kan betekenen dat voldoende afstand wordt gehouden tussen geluidsbron en ontvanger, waarmee geluidsknelpunten worden voorkomen. Aangezien ruimte schaars is en we ook te maken hebben met bestaande situaties, kan de oplossing niet altijd in de ruimtelijke ordening worden gevonden. Bij het nemen van maatregelen ter beperking van geluidhinder legt de Wgh de prioriteit bij maatregelen aan de bron, zoals toepassing van stille wegdekken. Als daarmee onvoldoende effect wordt bereikt, komen maatregelen in de overdrachtssfeer (wallen of schermen) in aanmerking. Als laatste worden maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie) overwogen. De achtergrondgedachte van deze volgorde is om een zo klein mogelijk gebied aan een hoog geluidniveau bloot te stellen. Dit leidt tot efficiënt gebruik van de ruimte. In de regel wordt door of namens de initiatiefnemer van het bestemmingsplan, bouwplan, of de aanleg/reconstructie van een weg of spoorweg in de voorbereidende fase een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit dit akoestisch onderzoek zal blijken of er een procedure hogere grenswaarde doorlopen moet worden. Het akoestisch onderzoek geeft inzicht in de geluidbelasting voor het maatgevende jaar (10 jaar na vaststelling bestemmingsplan).
Ook dient onderzocht te worden of er bronmaatregelen, en/of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn om de toekomstige geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te beperken. Indien dat niet mogelijk is dan dient dat voldoende gemotiveerd te worden. In de Wgh zijn de ontheffingsgronden (te beschouwen als hoofdcriteria) opgenomen op grond waarvan van de voorkeursgrenswaarde kan worden afgeweken en een hogere geluidsbelasting kan worden vastgesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen bestaat om twee onbebouwde locaties in Goor (Merelstraat-Gruttostraat en SteltloperstraatWatersnipstraat) te herontwikkelen naar woningbouwlocatie. Aangezien de gronden in de huidige situatie onbebouwd zijn, vindt er geen sloop plaats ten behoeve van het voornemen. In totaal worden 112 woningen gebouwd, waarvan 32 op de locatie aan de Merelstraat-Gruttostraat en 80 op de locatie aan de Steltloperstraat-Watersnipstraat. Concreet worden de volgende woningtypen gerealiseerd: Merelstraat-Gruttostraat: • • •
5 vrijstaande woningen; 8 twee-onder-één-kapwoningen; 19 rijwoningen.
Steltloperstraat-Watersnipstraat: • • • • •
14 vrijstaande woningen; 4 twee-onder-één-kapwoningen; 9 rijwoningen; 10 beneden-bovenwoningen 43 appartementen.
Voor de hoogte van de woningen is aangesloten bij het beeldkwaliteitsplan (230227_P22-0034, Goor, Stedenbouw Fase I – BKP). In afbeelding 3.1 is een situatietekening van de gewenste situatie weergegeven en in afbeelding 3.2 een 3D weergave.
Afbeelding 3.1
Situatietekening gewenste situatie (Bron: De Zwarte Hond)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
Afbeelding 3.2
3D weergave gewenste situatie (Bron: De Zwarte Hond)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke zone van een deel van de Gruttostraat. Er geldt voor dit deel van de Gruttostraat een maximumsnelheid van 50 km/uur op deze weg. Naast deze 50 km/uur wegen liggen er ook enkele 30 km/uur wegen nabij het projectgebied. Deze wegen kennen geen wettelijke geluidszone, maar in het kader van goede ruimtelijke ordening kunnen deze wegen worden meegenomen in het onderzoek. In dit geval liggen er uitsluitend erftoegangswegen in de nabije omgeving van het projectgebied. Echter, door de aanzienlijke verkeersintensiteit, is niet uit te sluiten dat er relevante geluidbelasting afkomstig is van deze wegen. De volgende wegen zijn dan ook meegenomen in voorliggend onderzoek. • • • • • • • •
Merelstraat Laarstraat Watersnipstraat Steltloperstraat Nachtegaalstraat De Hogenkamp Sperwerstraat Van Kollaan
In de onderstaande tabel is weergegeven welke uitgangspunten voor het hierbij behorende rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Tabel 3
Stedelijk gebied 63 dB Ja 5 dB
Uitgangspunten akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
3.2
Verkeersgegevens
Voor de weg- en verkeersgegevens zijn de intensiteiten en voertuigverdelingen uit het Regionaal Verkeersmodel Overijssel aangehouden. Als worst-case scenario zijn de gegevens uit de Prognose voor het jaar 2040 (Hoog) aangehouden. Voor de wegen waar geen etmaalintensiteit bekend is, is het aantal van 500 motorvoertuigen per etmaal aangehouden en de volgende verdeling voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer: • • •
Lichtverkeer 97% Middelzwaar verkeer 2% Zwaar verkeer 1%
Er is bij alle wegen uitgegaan van de volgende verdeling van het aantal voertuigen per periode per dag: • • •
Dagperiode 6,7 Avondperiode 3,7 Nachtperiode 0,6
In bijlage 1 zijn de uitsneden van het Regionaal Verkeersmodel Overijssel weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In het model zijn de verharde delen ingeladen (bodemfactor 0,0). Bij de berekening is uitgegaan voor de overige gebieden (voornamelijk erven, tuinen en openbaar groen) van een standaard bodemfactor van 0,5. In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte (PDOK 3D geluidbestand); bodemgebieden (PDOK 3D geluidbestand); rekenpunten op 1,5/4,5/7,5/ en of 10,5 meter op de relevante gevels van de woningen.
In bijlage 2 zijn de uitsneden van het rekenmodel weergegeven met de genummerde gebouwen en toetspunten en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidbelasting te berekenen zijn er 210 toetspunten geplaatst op de verschillende gevels ter plaatse van de nieuwe woningen. De geluidbelasting ten gevolge van de Gruttostraat (50 km/uur) bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 51 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de ambitiewaarde van 43 dB en de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder. In afbeelding 4.1 is de gevel te zien die niet voldoet aan de voorkeurswaarde.
Afbeelding 4.1:
Geluidbelasting Gruttostraat (50 km/uur) gebouw 10.
De cumulatieve geluidbelasting, de geluidbelasting van alle wegen tezamen exclusief reductie, bedraagt hoogstens 57 dB.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
4.3
Hogere Waarde
Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van de Gruttostraat is in voorliggend geval benodigd. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard, een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden en wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. De initiatiefnemer van het bouwplan waar voorliggend onderzoek voor wordt uitgevoerd heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen. Het huidige wegdek betreft voor het 50 km/uur deel van de Gruttostraat uit het Referentiewegdek. Wanneer dit deel van het wegdek wordt vervangen door DGD-B kan de geluidbelasting met circa 4 dB verder afnemen en dit zorgt voor een geluidbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde. Echter is de geluidbelasting van het 30 km/uur deel leidend en zal geluidbelasting daardoor niet afnemen. De kosten van het aanleggen van DGD-B wegdek zijn daarnaast relatief hoog, namelijk €40,83/m2. Circa 250 m2 aan wegdek zal vervangen moeten worden voor dit project. Dit resulteert in €10,207,- voor de vervanging voor het wegdek.
Daarnaast zijn de onderhoudskomsten voor DGD-B wegdek hoger dan van SMA-NL8. De kosten per jaar voor DGD-B wegdek bedraagt in onderhavige situatie € 4.320,- (€4,32/m2), terwijl dit voor het huidige wegdek € 3.200,- (€3,20/m2) bedraagt. Deze kosten zijn hoog voor het reduceren van de geluidbelasting van 1 woning. Daarnaast zal de wegbeheerder niet instemmen met het aanpassen van een deel van de weg, wegens onderhoud technische redenen. 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg zorgt voor een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. In dit project is er echter sprake van voornamelijk transformatie en een kleine verbouwing ten opzichte van de bestaande situatie. Het is dus niet mogelijk om de bebouwing te verplaatsen. Daarnaast kan er een geluidsscherm geplaatst worden tussen de bron en het geluidgevoelig object. Het plaatsen van een geluidsscherm is vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt echter onwenselijk. Daarnaast brengt het plaatsen van een geluidscherm hoge kosten met zich mee en zal het de geluidbelasting ter plaatse van de bovenste bouwlaag niet verminderen. Overdrachtsmaatregelen zijn dan ook niet doelmatig. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan dient het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd te worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. De cumulatieve geluidsbelasting exclusief aftrek bedraagt hoogstens 57 dB. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief Er is dan ook een gevelwering van minimaal 57-33 = 24 dB benodigd om ter plaatse van alle woningen aan de binnenwaarde van 33 dB te kunnen voldoen. Met het plaatsen van HR++ glas kan een geluidwering van 28 dB worden bewerkstelligt. Ten tijde van de vergunningaanvraag moet aangetoond worden of met de getroffen maatregelen wordt voldaan aan dit binnenniveau van 33 dB. In bijlage 4 is op de uitsnede aangegeven welke gevels niet voldoen aan de binnenwaarde van 33 dB (alle gevels met een geluidbelasting boven de 53 dB). De benodigde gevelwering is eenvoudig te berekenen per gevel namelijk: Geluidbelasting in dB – maximale binnenwaarde (33 dB) = benodigde gevelwering in dB. In bijlage 4 is een uitsnede weergeven met de gevels waar de cumulatieve geluidbelasting meer dan 53 dB bedraagt. 4.4.4
Conclusie maatregelen
De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoend ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig en met een gevelwering van minstens 24 dB wordt het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Er kan dan ook een hogere waarde van 51 dB verleend worden voor de gevel ter plaatse van toetspunt 036 voor de geluidbelasting afkomstig van de Gruttostraat.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Merelstraat-Gruttostraat en Steltloperstraat-Watersnipstraat, Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op twee nabijgelegen locaties, namelijk de onbebouwde gronden aan de Merelstraat-Gruttostraat en de Steltloperstraat-Watersnipstraat in Goor (gemeente Hof van Twente). Beide locaties worden ontwikkeld in het kader van het project ‘Goor op Stoom’, waarbij het voormalige Twentsche Stoomblekerij (TSB) terrein wordt herontwikkeld ten behoeve van wonen, werken en recreëren. De geluidbelasting ten gevolge van de Grutto bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 51 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de ambitiewaarde van 43 dB en de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidbelasting, de geluidbelasting van alle wegen tezamen exclusief reductie, bedraagt hoogstens 41 dB. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoend ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig en met een gevelwering van minstens 24 dB wordt het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Er kan dan ook een hogere waarde van 51 dB verleend worden voor de gevel ter plaatse van toetspunt 036 voor de geluidbelasting afkomstig van de Gruttostraat.