1 - Goor, herziening Op Stoom Merelstraat - Toelichting.pdf
Tekst van het document
Tot slot wordt als onderdeel van project TSB ten noordoosten van het plangebied een stadspark gerealiseerd waarbinnen de Boven Regge en toekomstige Stads Regge de ruimte krijgen. Geconcludeerd wordt het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3
Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Gelet op liggen van het plangebied in het stedelijk gebied gelden er ten aanzien van de natuurlijke laag het gebiedskenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' en ten aanzien van de laag van het agrarisch-cultuurlandschap geldt het gebiedskenmerk 'Oude hoevenlandschap'. Gezien de ligging in de bebouwde kom is er geen sprake van invloed op de gebiedskenmerken 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Oude hoevenlandschap'. De natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap en de laag van beleving kunnen voor wat betreft de toetsing dan ook buiten beschouwing blijven. Hieronder wordt de stedelijke laag nader uitgewerkt. De 'Stedelijke laag' Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijk laag' aangeduid met zowel het gebiedstype 'Woonwijken 1955-nu' als het gebiedstype 'Informele trage netwerk'. In afbeelding 4.3 is het plangebied indicatief met rode contour omlijnd.
30
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Afbeelding 4.3: Uitsnede Stedelijke laag Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. Wonen, werken en voorzieningencentra zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter. Er is een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Er is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. De tijdsgeest van de bouwperiode is af te lezen in de stedenbouwkundige structuur en architectuur. Nieuwbouwwijkjes bij kleinere plaatsen zijn niet altijd afgeronde eenheden, omdat de bouwopgave daarvoor te klein was. Vaak is er een buurtje aangeplakt aan de oudere bebouwingsstructuur, zonder relatie met de oorspronkelijke structuur van het dorp of het voormalige agrarische cultuurlandschap. 'Informele trage netwerk' Het informele trage netwerk is het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. Vaan oudsher verbonden deze routes vaak de kernen met het ommeland met elkaar.
De ambitie voor het informele trage netwerk is het fiets- en wandelpaden netwerk op niveau van de regio integreren tot
vastgesteld
31
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
een compleet systeem onder andere door de aanleg van fietssnelwegen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen, dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. 4.2.4.3.1
Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Het plangebied wordt herontwikkeld, waarbij qua bebouwing en inrichting een relatie wordt gelegd met de directe omgeving. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met het laten terugkeren van bestaande historische elementen in de woongebouwen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de gebiedskenmerken.
4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de gewenste ontwikkeling worden hieronder behandeld.
4.3.1
Structuurvisie Goor 2025
4.3.1.1
Algemeen De structuurvisie Goor 2025, vastgesteld in 2013, bevat de gemeentelijke visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de periode tot en met 2025 voor de kern Goor, met uitzondering van het centrum van Goor waarvoor een masterplan is opgesteld. De ambities ten aanzien van meerdere sectorale onderwerpen (zoals wonen, economie, verkeer en infrastructuur en cultuurhistorie) zijn hierin samengebracht, voor zover deze betrekking hebben op de ruimtelijke structuur van Goor. Daarnaast bevat de structuurvisie een visie op de ruimtelijke kwaliteit. De visie biedt hiermee één actueel ruimtelijk kader voor de verschillende beleidsterreinen. Nieuwe initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de structuurvisie, maar de gemeente staat ook open voor nieuwe initiatieven die niet direct in de visie staan omschreven. Belangrijke ambities zijn het realiseren van een duurzame woon- en werkomgeving voor iedereen en het realiseren van een robuust groen-blauw raamwerk. Bij beide componenten speelt ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol. Ruimtelijke kwaliteit, met name ten aanzien van de versterking van de elementen 'groen en water' en verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte staan dan ook hoog in het vaandel.
Op de visiekaart staan de ambities afgebeeld, onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied op deze kaart en de bijhorende ambitie-onderdelen. De ambities worden in de structuurvisie categorisch toegelicht. In de volgende subparagraaf wordt het plan getoetst aan de ambities die gelden voor het plangebied overeenkomstig de visiekaart. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de gele omlijning. In dit geval is hoofdzakelijk het thema 'wonen' van belang.
32
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Afbeelding 4.4: Uitsnede visiekaart (Bron: gemeente Hof van Twente) 4.3.1.2
Wonen Demografische ontwikkelingen als ontgroening en vergrijzing zorgen voor een druk op de woningmarkt in Goor. Door aanhoudende gezinsverdunning blijft er behoefte aan nieuwe woningen. In Goor is, net als in de rest van de gemeente Hof van Twente, een tekort aan seniorenwoningen. Het grootste aandeel senioren en zorgbehoevenden wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en voldoende zorgmogelijkheden bij of nabij de woning hebben. De woningen moeten drempelloos zijn en naar behoefte aangepast kunnen worden gedurende de levensloop (levensloopbestendige woningen). Ook de vraag naar goedkope eengezinskoopwoningen is groter dan het aanbod. Hier manifesteert zich de vraag van starters. Starters hebben vooral behoefte aan eengezinswoningen met enkele slaapkamers en een tuin. De gemeente zet primair in op inbreidingslocaties. Het TSB terrein (waaronder de voormalige zwembadlocatie) is concreet aangewezen als een inbreidingslocatie voor woningbouw. Het TSB terrein wordt herontwikkeld naar een gemengd gebied met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Om te voorkomen dat buiten het centrum, met name bij eventuele toekomstige concentratie van voorzieningen, te veel monotone woonwijken ontstaan is het wenselijk om (op kleine schaal) meer levendige wijken, met incidenteel niet-woonfuncties, te creëren.
Hierdoor wordt de sociale samenhang versterkt en ontstaat meer contact tussen werkenden, ouderen en jongeren.
vastgesteld
33
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Deze meer levendige wijken zijn met name geschikt als overgang tussen centrum en de hedendaagse woonwijken. Particuliere initiatieven, zoals een door de buurt geïnitieerde en beheerde wijk- of speeltuin moeten een sleutelrol spelen in het verlevendigen en differentiëren van wijken. Het TSB terrein wordt herontwikkeld naar een gemengd gebied met een hoge ruimtelijke kwaliteit. 4.3.1.3
Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Goor 2025 Voorliggend bestemmingsplan past binnen de uitgangspunten van de 'Structuurvisie Goor 2025'. Er is sprake van de invulling van een inbreidingslocatie in Goor, namelijk de voormalige zwembad locatie van het TSB terrein. Het plangebied is ruimtelijk ingepast waarbij ingezet wordt op ruimtelijke kwaliteit en het creëren van samenhang. Bovendien worden meerdere typen woningen gerealiseerd, waaronder goedkope woningen. Hierdoor wordt gebouwd voor verschillende doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in de 'Structuurvisie Goor 2025'.
4.3.2
Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025
4.3.2.1
Algemeen In de gemeente Hof van Twente is het goed wonen, werken, recreëren en vertoeven. Een groene, landelijke gemeente met levendige kernen. De ambitie is: voor iedere inwoner een passende woning. Dit betekent niet alleen dat de huidige woningvoorraad optimaal benut moet worden, maar ook dat er gericht woningen bijgebouwd moeten worden. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, waarbij ten allen tijden de landelijke kwaliteit van de gemeente wordt gewaarborgd. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente om dit doel te bereiken. De belangrijkste ambities zijn: 1. Versnelling van de woningbouwproductie. 2. Meer betaalbare woningen realiseren. 3. Passende huisvesting realiseren voor jongeren en de ouder wordende bevolking en zorgen voor meer doorstroming op de woningmarkt. 4. Energieneutraal in 2035 en de bestaande woningvoorraad verder verduurzamen. 5. Leefbaarheid en vitaliteit waarborgen in de kernen en het buitengebied. 6. Bouwen aan een inclusieve samenleving: huisvesten van mensen met een zorgvraag en zorgen voor een evenwichtige huisvesting van huishoudens binnen de gemeente en instromers van buiten.
4.3.2.2
Kwantitatieve behoefte Er is sprake van toenemende krapte op de woningmarkt in Hof van Twente. De afgelopen tien jaar zijn er weinig woningen gerealiseerd in de gemeente. De woningvraag is groot en de woningmarkt in de Hof is krap. Zowel starters als gezinnen en ouderen ervaren moeite bij het vinden van een geschikte woningen. ‘Bouwen, bouwen, bouwen…. er is een tekort aan woningen, in alle kernen’ is een stelling die in alle georganiseerde woontafels door alle betrokkenen onderschreven werd. Er wordt een piek verwacht in de woningbehoefte in de jaren tot 2030, waarna de behoefteontwikkeling stabiliseert en licht afvlakt. In de koopsector is er momenteel door gebrek aan aanbod nauwelijks keuze. Hof van Twente heeft vanouds een grote voorraad grondgebonden koopwoningen. Door grote vraag van binnen en buiten de gemeente is de beschikbaarheid gering en stijgen de gemiddelde koopprijzen fors. De vrije huursector is nog erg klein in de gemeente. Een deel van de behoefte aan geschikte ouderenwoningen zit in de vrije huursector. Tot en met 2030 is er in de gemeente Hof van Twente een woningbehoefte van ongeveer 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad
34
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
voor de woningbouwplannen. De woningbehoefte in Hof van Twente is gebaseerd op de huishoudensprognose Primos2020 en houdt daarnaast rekening met een aanvullende woningvraag. Specifiek in de kern Goor is sprake van een programmaruimte van 240-245 nieuwe woningen in de periode van 2020-2030. 4.3.2.3
Kwalitatieve behoefte Momenteel bestaan de kernen en het buitengebied van Hof van Twente voornamelijk uit landelijke en dorpse woonmilieus. Deze wil de gemeente vitaal en sterk houden, maar ook nieuwe kwaliteiten toevoegen zoals bijvoorbeeld met Op Stoom in Goor. Dit is in lijn met de regionale ambities om meer verstedelijking en stedelijke vernieuwing in Twente te realiseren. Per locatie bepaalt de gemeente welk woonmilieu het meest passend is. Ruimtelijk wordt eerst ingezet op transformatie, inbreiding en verdichting en als laatste op uitbreiding. Zo wordt niet alleen het waardevolle groen behouden, maar wordt ook gezorgd voor verdichting. De gemeente wil passende huisvesting kunnen bieden voor alle doelgroepen in verschillende levens- fasen en met diverse woonwensen. Met een wachttijd van minder dan 12 maanden lijkt er in Hof van Twente geen sprake van een grote druk op de sociale huurmarkt. Wel staat betaalbaarheid in het koopsegment en de geliberaliseerde huur onder druk. Uit woontafels met jongeren blijkt dat zij moeite hebben om een betaalbare, geschikte starterwoning te vinden. De prijzen zijn hoog en het beschikbare aanbod is beperkt door gebrek aan doorstroming en weinig nieuwe (betaalbare) toevoegingen. Een andere uitdaging is de demografische verandering in de gemeente. In de komende tien jaar komen er circa 1.500 75-plussers bij.
Daarmee zal de zorgvraag groter worden evenals de wens van veel oudere huishoudens om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Er wordt daarom ingezet op het bouwen van betaalbare starters- en gezinswoningen, maar ook levensloopbestendige grondgebonden woningen voor senioren. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van het woonprogramma voor de gemeente Hof van Twente voor de periode 2020-2030 weergegeven.
Afbeelding 4.4 Woonprogramma Hof van Twente 2020-2030 (Bron: gemeente Hof van Twente)
vastgesteld
35
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
4.3.2.4
Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie In voorliggend geval worden 34 nieuwe woningen gerealiseerd als onderdeel van het plan 'Op Stoom' in Goor. Dit is een plan dat specifiek in de Woonvisie van de gemeente Hof van Twente wordt benoemd om nieuwe kwaliteiten toe te voegen en in te spelen op de regionale ambitie om meer verstedelijking en stedelijke vernieuwing in Twente te realiseren. Bovendien draagt de realisatie van de nieuwe woningen bij aan het invullen van de grote woningbehoefte in de gemeente Hof van Twente. De realisatie van 34 woningen is passend binnen de kwantitatieve behoefte van 675 tot 730 woningen in de gemeente en 240 tot 245 woningen in de kern Goor. Bovendien wordt een gevarieerd woningaanbod gecreëerd door een mix van vijf vrijstaande woningen, acht twee-onder-één-kapwoningen en 21 rijwoningen te realiseren. De twee-onder-één-kapwoningen en rijwoningen zijn geschikt voor doelgroepen waarbij sprake is van een groot woningtekort zoals starters en senioren. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025.
4.3.3
Masterplan Op Stoom
4.3.3.1
Algemeen Het Masterplan Op Stoom is het ambitiedocument voor de ontwikkeling van het gebied van de oude Twente Stoomblekerij. Het Masterplan laat zien wat de mogelijkheden zijn om te wonen aan het stadspark en te wonen en werken in de zogenoemde Fabriek. Het Masterplan is op 8 februari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente. De belangrijkste ambities, zoals beschreven in het Masterplan, zijn: In stand houden en versterken van de unieke kwaliteiten van het TSB-terrein. Uitgaan van een organische ontwikkeling binnen een afgestemd raamwerk waarin ruimte zit voor onverwachte ontwikkelingen, invloeden en ideeën. Het bouwen van aanzienlijke aantallen woningen voor verschillende doelgroepen om ook al op korte termijn te kunnen voorzien in de grote vraag. De gebiedsontwikkeling vormgeven samen met bewoners en ondernemers zodat een mede-eigenaarschap ontstaat. Een voedingsbodem maken voor programma, wonen/werken/vrije tijd, met aandacht voor de Gezonde Verbinding, dat een interactie met elkaar aangaat en aanvullend is op het bestaande in Goor. Een plan maken dat financieel in balans is. Een plan waar de Gorenaren trots op zijn.
4.3.3.2
Ruimtelijke visie De huidige staat van het terrein is een cluster van industriele gebouwen in een groene omgeving. En daar is heel veel waardering voor. De gebouwen verleiden tot ronddwalen en steeds nieuwe dingen ontdekken waarover je je kan verwonderen. Dit is een waarde die we willen vasthouden in de transformatie om het gebied ideaal te maken voor nieuwe functies. 1.Omringd door groen ligt De Fabriek op het terrein. Een levendige plek waar de bijzondere historische gebouwen getransformeerd en gevuld zijn met reuring en levendigheid. Om kwaliteit te realiseren zullen gebouwen van mindere kwaliteit plaats moeten maken. Om veel van de gebouwen van De Fabriek te kunnen behouden, zijn er gebruikers nodig die levendigheid toevoegen aan het gebied. Dat kunnen bedrijven zijn, voorzieningen, zorginstellingen, horeca of woningen. 2. Het groene gebied wordt een Stadspark voor iedereen. Dat betekent dat we ons er sterk voor willen maken bestaande groenstructuren zoals de bomen en cultuurhistorische elementen zoals waterbekkens en pomphuisjes te behouden, en waar nodig herbestemmen en ontwikkelen. We willen het gebied open en toegankelijk
36
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
maken door een netwerk van paden dat aansluit op het stratenpatroon van de directe omgeving. Daaraan kunnen naar wens allerlei functies toegevoegd worden. 3. Een belangrijk onderdeel van het plan is het Wonen in de Parkrand, dat als een lijst om het schilderij fungeert. Enerzijds maakt dit het park af. Anderzijds bieden we hiermee een hooggewaardeerd woonmilieu waarin verschillende type woningen een plek vinden en waar mogelijkheden ontstaan voor verschillende doelgroepen. 4.3.3.3
Voormalige zwembadlocatie Het voorstel is te starten met het bouwen van woningen op de Zwembadlocatie bij de Merelstraat. Deze kan eenvoudig ontwikkeld worden, omdat deze plek goed aangesloten kan worden op de omgeving. Bovendien is de locatie van het voormalige zwembad is al gesaneerd en klaar om ontwikkeld te worden. In samenhang met deze plek kan ook de nieuwe Reggeloop en woningen worden ontwikkeld langs de randen van de Watersnip- en Steltloperstraat.
4.3.3.4
Toetsing van het initiatief aan het Masterplan Op Stoom De ontwikkeling in voorliggend bestemmingsplan betreft de herontwikkeling van de voormalige Zwembadlocatie aan de Merelstraat en Gruttostraat op het TSB terrein. Deze locatie is voorgesteld als eerste locatie van het TSB terrein om te herontwikkelen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de gewenste woningbouwontwikkeling op deze locatie mogelijk gemaakt. Het plangebied wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast. Ook wordt door middel van een beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1) de ruimtelijke kwaliteit en inrichting van de kavels gewaarborgd. Aangezien er binnen het plangebied geen sprake is van bestaande bebouwing, is er geen sprake van de aantasting van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. De plannen voor de herontwikkeling zijn vormgegeven in samenwerking met omwonenden en andere belanghebbenden. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de ambities uit het Masterplan Op Stoom.
vastgesteld
37
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.
5.1.2
Situatie plangebied De beoogde woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh.
5.1.2.1
Industrielawaai Het plangebied ligt nabij het bedrijventerrein 'TSB-terrein'. Dit betreft geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aangezien in het bestemmingsplan geen geluidzone voor het bedrijventerrein is opgenomen. Het aspect industrielawaai is daarom niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven (van onder andere het bedrijventerrein 'TSB-terrein') op de woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
5.1.2.2
Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op circa 980 meter ten zuiden van het plangebied. In voorliggend geval is het aspect railverkeerslawaai niet van belang, aangezien er geen spoorweg in de directe omgeving aanwezig is.
5.1.2.3
Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel.
Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 m
250 m
3 of 4 rijstroken
350 m
400 m
38
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
5 of meer rijstroken
350 m
600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). Het plangebied ligt in het 'stedelijk gebied' van Goor. De locatie ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Gruttostraat. Aan de Gruttostraat geldt gedeeltelijk een snelheidsregime van 30 km/uur weg, echter loopt deze weg ter hoogte van de Sperwerstraat (grenzend aan het plangebied) over in een 50 km/uur weg. Het plangebied ligt dan ook binnen de wettelijke geluidszone van 200 meter van de Gruttostraat. Bovendien bevinden zich in de omgeving van het plangebied een aantal 30 km/uur-wegen met een aanzienlijke verkeersintensiteit, waardoor de geluidsbelasting als gevolg van deze wegen ook onderzocht moet worden. Door BJZ.nu is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, waarvan de rapportage is bijgevoegd in Bijlage 2 bij de toelichting. Het onderzoek gaat zowel in op de woningbouwontwikkeling waar voorliggend bestemmingsplan betrekking op heeft, als een naastgelegen woningbouwontwikkeling op het voormalige TSB terrein aan de Steltloperstraat-Watersnipstraat. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten voor het plangebied aan de Merelstraat-Gruttostraat. De geluidbelasting ten gevolge van de Gruttostraat bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 51 dB.
Met deze waarde wordt niet voldaan aan de ambitiewaarde van 43 dB en de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidbelasting, de geluidbelasting van alle wegen tezamen exclusief reductie, bedraagt hoogstens 41 dB. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig en met een gevelwering van minstens 24 dB wordt het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Er kan dan ook een hogere waarde van 51 dB verleend worden voor de gevel ter plaatse van toetspunt 036 (de meest noordwestelijke woning in het plangebied) voor de geluidbelasting afkomstig van de Gruttostraat. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen aangaande het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.3
Conclusie Met in achtneming van het verkrijgen van een hogere grenswaarden inzake wegverkeerslawaai voor de meest noordwestelijke woning in het plangebied en het treffen van voldoende gevelmaatregelen, vormt het aspect 'geluid' geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de NEN-richtlijnen.
vastgesteld
39
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
5.2.2
Situatie plangebied Het gebied was voorheen in gebruik als zwembad met buitenterrein. Het gebied is onderzocht en waar nodig gesaneerd in 2010 (locatie Gruttostraat 44, zie beschikking Wet bodembescherming provincie Overijssel in Bijlage 3). Na de sanering zijn er geen werkzaamheden of bodembedreigende activiteiten uitgevoerd in het gebied. Voor het gebied was in een eerder bestemmingsplan de bestemming 'Groen' opgenomen. De bodemkwaliteit in het gebied is geschikt voor de functie ‘Wonen’.
5.2.3
Conclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen het voorgenomen initiatief. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik als wonen. Het plan is op dit punt haalbaar en uitvoerbaar.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
5.3.1.1
Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 m2 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 m2 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
5.3.1.2
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen extra gevoelige bestemmingen.
40
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied In onderstaande berekening is de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van deze ontwikkeling op de luchtkwaliteit in de nabijheid van het plangebied weergegeven. Deze gegevens zijn afkomstig van de NIBM-tool.
Uit voorgaande 'worst-case berekening' blijkt dat de realisatie van de woningen 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de bestemming in de voorgenomen ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.3.3
Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
vastgesteld
41
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); de Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.
5.4.2
Situatie in en bij het plangebied
5.4.2.1
Algemeen Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de kaart zijn meerdere risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde inzichtelijk gemaakt. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. De ligging van het plangebied is middels een blauwe ster indicatief aangegeven.
42
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Afbeelding 5.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving) 5.4.2.2
Beoordeling Het plangebied ligt in de buurt van een aantal risicobronnen. Hieronder wordt ingegaan op deze risicobronnen. Buisleidingen Bij gasleidingen zijn, voor wat betreft het groepsrisico, de 1% en 100% letaliteitsgrens van belang. De 1% letaliteitsgrens bepaalt het invloedsgebied voor het groepsrisico. Binnen de 100% afstand is de invloed van de leiding zodanig groot dat toename van bebouwing en bewoning bijdraagt aan een verhoging van het groepsrisico. De volgende aardgasleidingen liggen in de omgeving van het plangebied:
Leiding
Uitwendige diameter
Maximale werkdruk
1% letaliteitsgrens
Afstand tot plangebied
N-557-50
108 mm
40 bar
50 m
275 m
N-557-49
219 mm
40 bar
100 m
925 m
vastgesteld
43
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Defensie Pijpleiding 219 mm Organisatie
80 bar
130 m
800 m
N-557-57
40 bar
50 m
1.200 m
114 mm
Zoals te zien in bovenstaande tabel wordt voor alle buisleidingen ruimschoots voldaan aan de minimale afstand (1% letaliteitsgrens). De buisleidingen vormen daarom geen probleem voor de gewenste ontwikkeling. Inrichtingen met gevaarlijke stoffen Plukon Goor B.V. Op circa 750 meter ten noordoosten van het plangebied, aan de Breukersweg 10, bevindt zich een inrichting met gevaarlijke stoffen, namelijk Plukon Goor B.V. De plaatsgebonden risicocontouren van de machinekamer met ammoniakinstallatie (65 meter), de hulpmachinekamer met ammoniakinstallatie (65 meter) en de ammoniakleiding liggen ruim buiten het plangebied. Postma Snelvries BV Op circa 900 meter ten noordoosten van het plangebied, aan de Deldensestraat 132, bevindt zich een inrichting met gevaarlijke stoffen, namelijk Postma Snelvries BV. De machinekamer met ammoniakinstallatie van deze inrichting heeft een plaatsgebonden risicocontour van 15 meter. Het plangebied valt dan ook niet binnen de plaatsgebonden risicocontour van de hiervoor bedoelde inrichting. Servicestation Hoek VOF Op circa 1,1 kilometer ten noordoosten van het plangebied, aan de Enterseweg 10, bevindt zich een LPG tankstation. Dergelijke inrichtingen vallen onder de werkingssfeer van het Bevi en kennen zowel een plaatsgebonden risico als een groepsrisico.
De plaatsgebonden risicocontouren van het vulpunt (35 meter), het LPG-reservoir (25 meter) als de LPG-afleveringsinstallatie (15 meter) liggen ruim buiten het plangebied. Spoorlijn transport gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt op circa 980 meter ten noorden van de Spoorlijn Hengelo - Zutphen. Over deze spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het spoortraject beschikt niet over een PR 10-6 plafond. Wel is een GR-plafond (10-6) van 13 meter en een GR-plafond (10-8) van 153 meter opgenomen. Er geldt geen plasbrandaandachtsgebied rondom de spoorlijn. Gevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in stofcategorieën, die elk hun eigen invloedsgebied hebben. Uit de gegevens van de risicokaart volgt dat over de spoorlijn de stofcategorieën A, B2, C3, D3 en D4 worden vervoerd. Het invloedsgebied van deze stofcategorieën bedraagt 4 kilometer. Het plangebied ligt daarmee binnen dit invloedsgebied, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd is. Beperkte verantwoording groepsrisico Bij het verantwoorden van het groepsrisico zijn er zowel locatiespecifieke als ontwikkelingsspecifieke aspecten die moeten worden onderbouwd. De volgende locatiespecifieke aspecten zijn van belang: opkomsttijd, dekking waarschuwingsinstallatie en nabijheid bluswatervoorzieningen. Deze worden hierna onderbouwd.
Opkomsttijd: In voorliggend geval kan de brandweer in theorie binnen 3 minuten ter plaatse zijn. De dichtstbijzijnde brandweerpost bevindt zich namelijk aan de Van Kollaan 19 te Goor, op een afstand van circa 1,1 kilometer van het plangebied; Dekking waarschuwingsinstallatie: In geval van calamiteiten worden de aanwezige personen in bedreigd gebied gewaarschuwd middels een NL-alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In
44
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handelen; Nabijheid bluswatervoorziening: Er zijn in en rondom het plangebied voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig. Eveneens dient in voorliggend geval aan de ontwikkelingsspecifieke aspecten te worden getoetst. Dit betreffen de aspecten bereikbaarheid van hulpdiensten ter plaatse, vluchtmogelijkheden en (zelf)redzaamheid van de aanwezige personen. Hierna worden de voorgenoemde aspecten onderbouwd. Bereikbaarheid: Hulpdiensten dienen bij een calamiteit een gebied of een object goed te kunnen bereiken. Het plangebied is via de Gruttostraat en Merelstraat goed te bereiken. Daarnaast is er aan alle kanten van de woningen voldoende ruimte voor de hulpdiensten om de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren en de voertuigen te parkeren; Vluchtmogelijkheden: Het plangebied is via de Merelstraat en Gruttostraat goed te ontvluchten in alle richtingen, van de risicobron af; (Zelf)redzaamheid: Dit houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen binnen een bepaald tijdsbestek kunnen veiligstellen bij dreigend gevaar. Hierbij wordt van de personen zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverlenersdiensten. Voorliggend plan betreft het realiseren van 34 reguliere woningen, waaronder vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijwoningen.
Verwacht wordt dat de toekomstige bewoners zelfredzaam zijn. In het geval van een calamiteit zijn er daarmee zelfredzame personen aanwezig in het plangebied. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet resulteert in onevenredige toename van het groepsrisico ter plaatse. Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); wel ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen, maar dat dit geen belemmering vormt; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.4.3
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
vastgesteld
45
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.
Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2
Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied ligt in een gebied dat voornamelijk gekenmerkt wordt door woonpercelen. Er is relatief weinig functiemening. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'.
In onderstaande tabel zijn de richtafstanden van zowel het omgevingstype 'rustige woonwijk' als het 'gemengd gebied' weergegeven.
46
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
5.5.3
Situatie plangebied
5.5.3.1
Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Hierbij spelen twee vragen en rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2
Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt daarom niet aangetast.
5.5.3.3
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. In dit geval worden de woningen binnen het plangebied aangemerkt als een milieugevoelige functies. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich locaties waar op basis van het huidige juridisch-planologisch regime milieubelastende functies zijn toegestaan. Hieronder wordt nader ingegaan op deze functies. Sportfunctie Op gronden met de bestemming 'sport' is sport- en spel (ontspanning) toegestaan alsook maatschappelijke voorzieningen, ondergeschikt aan de sport- en speldoeleinden. Tevens is er ook horeca toegestaan, indien ondergeschikt aan en ten dienste van de sport- en speldoeleinden. In dit geval gaat het om Voetbalvereniging Twenthe. Een dergelijke toegestane functie sluit voor wat betreft de VNG-uitgave het beste aan bij de functie 'Veldsportcomplex (met verlichting)'. Deze functie wordt aangemerkt als milieucategorie 3.1, waarbij een grootste richtafstand geldt van 50 meter voor het aspect 'geluid'. In dit geval bedraagt de afstand tussen de grens van de sportbestemming en de uiterlijke situering van de gevel van de meest nabijgelegen woning in het plangebied circa 100 meter.
Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstand voldaan. Diverse bedrijven Op de nabijgelegen gronden met bedrijfsbestemmingen (dan wel bestemming 'Bedrijventerrein') zijn milieubelastende functies toegestaan tot en met maximaal milieucategorie 3.2. Voor dergelijke functies geldt een richtafstand van 100 meter voor het aspect 'geluid'. Voor bedrijven met milieucategorie 3.1 en 2 geldt respectievelijk een richtafstand van 50 en 30 meter voor het aspect 'geluid'. Bedrijven met maximaal milieucategorie 2 De meest nabijgelegen gronden met een bedrijventerrein functie (maximale milieucategorie 2) bevinden zich aan de Gruttostraat 49, op circa 50 meter ten noordwesten van de meest nabijgelegen woning in het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 30 meter en daarmee ook automatisch
vastgesteld
47
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
aan de richtafstanden van verder gelegen bedrijven met een milieucategorie 2. Bedrijven met maximaal milieucategorie 3.1 De meest nabijgelegen gronden waarop bedrijven met een maximale milieucategorie 3.1 zijn toegestaan bevinden zich aan de Nijverheidsweg 11, op circa 135 meter ten noordwesten van de meest nabijgelegen woning in het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 50 meter en daarmee ook automatisch aan de richtafstanden van verder gelegen bedrijven met een milieucategorie 3.1. Bedrijven met maximaal milieucategorie 3.2 De meest nabijgelegen gronden waarop bedrijven met een maximale milieucategorie 3.2 zijn toegestaan bevinden zich aan de Nijverheidsweg 7, op circa 175 meter ten noordwesten van de meest nabijgelegen woning in het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 100 meter en daarmee ook automatisch aan de richtafstanden van verder gelegen bedrijven met een milieucategorie 3.2. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 5.5.4
Conclusie Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.6
Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
5.6.1
Gebiedsbescherming
5.6.1.1
Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ.
5.6.1.1.1
Situatie plangebied Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Borkeld' ligt op circa 5,1 kilometer afstand van het plangebied. In afbeelding 5.2 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.
48
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Afbeelding 5.2: Uitsnede Natura 2000-gebieden kaart (Bron: AERIUS Calculator) Gelet op de ruime onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door BJZ.nu een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie van de gebruiksfase van het voornemen. Opgemerkt wordt dat deze AERIUS-berekening zowel ingaat op voorliggende woningbouwontwikkeling als een nabijgelegen woningbouwontwikkeling in het kader van Goor op Stoom. Dit aangezien beide locaties worden herontwikkeld naar woningbouwlocatie in het kader van het masterplan 'Goor op Stoom' en de locaties op korte afstand (circa 35 meter) van elkaar liggen. Hierdoor kunnen de effecten van de nieuwe woningen van beide locaties worden gevat in één AERIUS-berekening die de eventuele deposities van de ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden beschrijft. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de resultaten. Resultaten AERIUS-berekening Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat in de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
vastgesteld
49
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
5.6.1.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.
5.6.1.2.1
Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN ligt op circa 1.000 meter afstand. Gezien de onderlinge afstand, de aard en omvang van de ontwikkeling, wordt gesteld dat er geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.
5.6.2
Soortenbescherming
5.6.2.1
Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd.
5.6.2.2
Situatie plangebied In dit geval is door Natuurbank Overijssel een Quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. Opgemerkt wordt dat deze rapportage zowel ingaat op voorliggende woningbouwontwikkeling als een nabijgelegen woningbouwontwikkeling in het kader van Goor op Stoom. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beide deelgebieden worden door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in de deelgebieden maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren, beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.
Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en
50
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. 5.6.3
Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.7
Archeologie & Cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1
Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
5.7.1.2
Situatie plangebied De gemeente Hof van Twente heeft archeologiebeleid vastgelegd in een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op basis van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. In afbeelding 5.3 is een uitsnede van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Hof van Twente opgenomen. Hierin is het plangebied indicatief aangegeven met een rode omlijning. Zoals te zien geldt ter plaatse van het plangebied een lage archeologische verwachting. Bij ingrepen dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10 hectare is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De bodemingrepen ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling blijven ruimschoots beneden de onderzoeksgrens van 10 hectare. Hierdoor is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
vastgesteld
51
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
Afbeelding 5.3: Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (Bron: gemeente Hof van Twente) 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1
Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.
5.7.2.2
Situatie plangebied Er bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er daarnaast geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Met de voorgenomen ontwikkeling worden bovendien woningen gebouwd die qua bouwstijl en uitstraling een relatie hebben met de omgeving. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan.
52
vastgesteld
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
5.7.3
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen nader archeologisch onderzoek benodigd is en er sprake is van positieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.8
Besluit milieueffectrapportage
5.8.1
Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
5.8.2
Situatie plangebied
5.8.2.1
Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Borkeld' ligt op circa 5,1 kilometer afstand van het plangebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door BJZ.nu een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie van de gebruiksfase van het voornemen. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de resultaten. Uit de berekening wordt geconcludeerd dat de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een
vastgesteld
53
Goor, herziening Op Stoom Merelstraat
stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. 5.8.2.2
Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in een directe eindbestemming waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake kan zijn van een m.e.r.-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier sprake van is, dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden (2.000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.