1. Bijlage 3 bij VNG over Landelijke monitor voortgang woningbouw (763001).pdf
Tekst van het document
Dataprotocol Landelijke Monitoring Voortgang Woningbouw (LMVW) vastgesteld in BO VRO 4 april 2024
1
Deel 1 Algemene bepalingen Dit dataprotocol bevat afspraken over de data voor de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW). Het bevat: • Algemene bepalingen (artikel 1 tot en met 4). • Bepalingen over aanlevering van de data (artikel 5 tot en met 11). • Bepalingen over het gebruik van de data (artikel 12 tot en met 17). • Later volgen ook bepalingen over het beheer van de data. Artikel 1. De Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw 1. De Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) is een digitale database met data over woningbouwplannen, die (semi) overheden voorziet in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouwplannen en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Het gaat daarbij om de voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken over de woningbouw (zowel nieuwbouw, transformatie als herstructurering) teneinde daarop te kunnen sturen. Ondersteunend aan dit primaire doel draagt de LMVW, dan wel analyse en onderzoek op basis van de data in de LMVW, bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven. Artikel 2. Doel van het Dataprotocol LMVW 2.a. Het Dataprotocol Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw bevat interbestuurlijke afspraken over de omgang met data over woningbouwplannen bij het gebruik en aanlevering daarvan. 2.b.
Waar de afspraken in dit protocol afwijken van de huidige praktijk bij gemeenten en provincies, werken de overheden gestaag toe naar uitvoering van deze afspraken. 2.c. De voortgang hiervan wordt eenmaal per jaar besproken in het BO VRO. Artikel 3. Reikwijdte van het Dataprotocol LMVW De Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw bevat data over woningbouwplannen. Welke data dat precies is wordt vastgelegd in de Basisset eenduidige definities en indicatoren LMVW (hierna: de basisset), waarvan de basisset 1.0 sinds januari 2022 in werking is. 3. De afspraken in het Dataprotocol Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw gaan over de data conform de meest recente interbestuurlijk vastgestelde Basisset eenduidige definities en indicatoren LMVW. Artikel 4. Uitvoering en beheer van het Dataprotocol LMVW Met het afspreken van het dataprotocol zijn we er nog niet. Gezamenlijk gaan we de komende jaren evalueren hoe dit protocol wordt ervaren en nageleefd in de praktijk. Ook is het nodig dat een derde partij de data beheert en zorgt dat het conform de afspraken uitgevoerd wordt. Een beheerorganisatie geeft invulling aan deze rol. Daartoe zal nog een beheerprotocol worden opgesteld, waarin afspraken over beheer zullen worden vastgelegd. Dit beheerprotocol zal door de stuurgroep LMVW worden voorbereid en t.z.t. ter besluitvorming aan het BO VRO worden voorgelegd.
2
4.a. Een onafhankelijke partij – de beheerorganisatie LMVW - zal toezien op naleving van de afspraken in het dataprotocol. 4.b. Dit houdt onder meer in dat de beheerorganisatie LMVW onderzoekers die vertrouwelijke data gebruiken (zie artikel 12) een geheimhoudingsverklaring laat ondertekenen vóór ontvangst van de data (zie artikel 15). 4.c. De beheerorganisatie LMVW verzamelt, bundelt en aggregeert data conform afspraken uit het dataprotocol. 4.d. Samen met de overheden werkt de beheerorganisatie LMVW aan verbetering van de datakwaliteit in de LMVW. 4.e. De beheerorganisatie LMVW voert haar taken uit volgens de interbestuurlijke afspraken in het beheerprotocol, die na vaststelling daarvan wordt toegevoegd aan dit dataprotocol.
Deel 2. Aanlevering van data Artikel 5. Aanlevering van niet vertrouwelijke data aan provincies en beheer organisatie In artikel 5 is sprake van onverkorte doorlevering van de data van niet vertrouwelijke plannen door de provincies aan de beheerorganisatie LMVW. Op dit moment is het zo dat de kwaliteit van de aangeleverde data van gemeenten niet altijd goed is. Provincies vervullen hierin een nuttige rol en investeren in betere gemeentelijke aanlevering. Met de onverkorte doorlevering van data waar het protocol in artikel 5.c over spreekt, wordt niet bedoeld deze rol te beëindigen. In het toekomstige beheerprotocol zal het aspect datakwaliteit nader uitgewerkt worden. “Onverkort” verwijst naar het gegeven dat gemeenten bronhouder zijn van de data en gaan over die inhoud. Het is niet aan andere partijen de niet vertrouwelijke gemeentelijke woningbouwplannen aan te passen, te schrappen of te aggregeren. 5.a. Data met betrekking tot niet-vertrouwelijke woningbouwplannen worden door de gemeenten aangeleverd bij hun provincies. 5.b. Deze data worden per individueel woningbouwplan aangeleverd. 5.c. Provincies leveren deze data onverkort door aan de beheerorganisatie LMVW, waarbij onverkort doorleveren niet betekent dat de provincies al deze plannen hebben getoetst aan hun provinciale beleid en hiermee hebben ingestemd. 5.d.
Indien de provincie constateert dat een niet vertrouwelijk woningbouwplan strijdig met provinciaal beleid en of regelgeving is, dan kan de provincie dit woningbouwplan dienovereenkomstig labelen en de betreffende gemeente hierover informeren. Het woningbouwplan met deze constatering wordt behandeld als een vertrouwelijk woningbouwproject. 5.e. Indien de provincie een woningbouwplan nog niet heeft beoordeeld, dan kan de provincie dit woningbouwplan als ‘niet beoordeeld’ labelen. Artikel 6. tot en met 8. vertrouwelijke plannen en aanlevering daarvan De artikelen 6 tot en met 8 gaan over data van vertrouwelijke plannen. Artikel 6 bepaalt welke plannen als vertrouwelijk kunnen worden aangemerkt en artikel 7 en 8 gaan over het aanleveren van vertrouwelijke plannen aan de provincie en vervolgens de beheerorganisatie LMVW.
3
Artikel 6 Het is belangrijk te voorkomen dat via de band van de LMVW (specifiekere) informatie over woningplannen bekend wordt bij omwonenden of anderen, vooruitlopend op de communicatie die de gemeente zelf over deze woningbouwplannen voorzien heeft. Vandaar dat dit dataprotocol in artikel 6 in belangrijke mate het aan de gemeenten zelf laat te kiezen of een woningbouwplan wel of niet als vertrouwelijk wordt aangemerkt. Hiermee respecteren we het decentrale stelsel en de autonomie van gemeenten. De beheerorganisatie LMVW zal toezien op naleving van deze beperkingen. In deel twee van het protocol, in de artikelen 12 tot en met 15, wordt aangegeven welke consequentie het label vertrouwelijk heeft voor het delen van de data van vertrouwelijke plannen. Artikel 7 Net als de data met betrekking tot de niet vertrouwelijke plannen worden ook de data met betrekking tot de vertrouwelijke plannen onverkort doorgeleverd aan de beheerorganisatie LMVW. Dat wil zeggen dat data niet geschrapt of aangepast wordt. Het uitgangspunt van het dataprotocol is tevens dat de data van de vertrouwelijke plannen door de provincies niet geaggregeerd wordt doorgeleverd aan de beheerorganisatie LMVW. Dit alles wordt geregeld in artikel 7. (De beheerorganisatie LMVW behandelt deze data vervolgens vertrouwelijk, hetgeen onder meer betekent dat de beheerorganisatie LMVW deze data vervolgens wel aggregeert.
Dit wordt geregeld in het gebruikersdeel van dit protocol in de artikelen 12. tot en met 15.)
Artikel 8 Gelet op huidige afspraken, biedt artikel 8 ruimte aan gemeenten bij de vertrouwelijke plannen aan te geven dat deze data door de provincie geaggregeerd aangeleverd dient te worden aan de beheerorganisatie LMVW. In dit geval is het dus niet de beheerorganisatie LMVW, maar de provincie die de vertrouwelijke plannen aggregeert. Artikel 6 Vertrouwelijke plannen 6.a. Een gemeente kan een woningbouwplan met een zachte planstatus als vertrouwelijk bestempelen en aldus aanleveren zolang alle kenmerken van het woningbouwplan zoals die uitgevraagd worden op grond van de basisset nog niet richting omwonenden zijn gecommuniceerd. 6.b. Een gemeente kan bovendien een vervallen woningbouwplan als vertrouwelijk bestempelen. 6.c. De basisset doet uitspraak over de definitie van een woningbouwplan met een zachte planstatus en een vervallen woningbouwplan. 6.d. Indien op de locatie van een vervallen plan opnieuw een woningbouwplan ontstaat, wordt deze opnieuw opgevoerd als woningbouwplan. De gemeente kan ervoor kiezen deze als vertrouwelijk te bestempelen, als het een zachte planstatus heeft tot het moment dat er over het nieuwe woningbouwplan met de omgeving is gecommuniceerd.
Artikel 7 Aanlevering van niet geaggregeerde vertrouwelijke plannen 7.a. Data met betrekking tot vertrouwelijke woningbouwplannen worden door de gemeenten aangeleverd bij hun provincies per individueel woningbouwplan. 7.b. Tenzij gemeenten gebruik maken van de mogelijkheid die artikel 8 biedt, leveren provincies deze data onverkort door aan de beheerorganisatie LMVW. 4
Artikel 8 Kiezen voor aggregatie van vertrouwelijke plannen door provincie 8. Gemeenten kunnen bij vertrouwelijke plannen aangeven dat deze door de provincie geaggregeerd aangeleverd dienen te worden aan de beheerorganisatie LMVW. Dit wil zeggen dat alle aantallen en kenmerken die volgens de basisset dienen te worden aangeleverd worden gesommeerd als zijnde de data van één geaggregeerd plan. Plannamen en planstatus worden niet vermeld en als locatie wordt de locatie van het gemeentehuis vermeld. Artikel 9. Kleine woningbouwplannen Het is met het oog op diverse maatschappelijke belangen en verschillende regionale opgaves van belang dat ieder woningbouwplan, hoe klein ook, onderdeel is van de woningbouwdata. Vooral voor kleinere gemeenten is dit het geval omdat kleine projecten een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave invullen. Voor een aantal gemeenten in sommige provincies lijkt het nu echter van de huidige praktijk naar het aanleveren van de basissetdata voor ieder project een te grote stap. Voor die gemeenten wordt daarom als overgangsmaatregel voor een “transitieartikel” gekozen. Dit artikel houdt in dat projecten met minder dan 12 woningen kunnen worden geaggregeerd tot één woningbouwplan. 9. Gemeenten kunnen na akkoord van hun provincie ervoor kiezen kleine woningbouwplannen met minder dan 12 bruto toevoegingen niet individueel aan te leveren.
In dat geval worden deze kleine woningbouwplannen door deze gemeenten opgeteld tot één woningbouwplan waarvan vervolgens de kenmerken conform de basisset worden aangeleverd en waarbij de locatie (met een polygoon) fictief wordt aangegeven op de locatie van het gemeentehuis. Artikel 10. Frequentie van aanlevering 10. De woningbouwplannen worden tweemaal per jaar aangeleverd. 10.a. De ‘voorjaarslevering’ heeft als peildatum 1 januari en als extractiemoment 1 april. 10.b. De ‘najaarslevering’ heeft als peildatum 1 juli en als extractiemoment 1 oktober. Artikel 11. Basisset uniforme definities en indicatoren LMVW 11.a. De aan te leveren data van de woningbouwplannen en de kenmerken en definities daarvan zijn vastgelegd in de Basisset eenduidige definities en indicatoren LMVW. Woningbouwplannen worden conform de meest recente interbestuurlijk vastgestelde basisset aangeleverd. 11.b. Na interbestuurlijke vaststelling van een nieuwe basisset wordt deze door de stuurgroep LMVW naar alle overheden verstuurd.
5
Deel 3. Gebruik van de data Artikel 12 en met 15. Vertrouwelijkheid van de data Artikel 12 tot en met artikel 15 regelen wie welke data mogen inzien en hoe ze daarover kunnen publiceren. Artikel 12 definieert de verschillende gebruikersgroepen en artikel 13 tot en met 15 de rechten van deze gebruikersgroepen. De kern hiervan is dat alleen onderzoekers die werken aan een onderzoek met maatschappelijk belang en met een ruimtelijke component toegang krijgen tot de volledige dataset inclusief de volledige data van de vertrouwelijke plannen. (Dit via de beheerorganisatie LMVW, dan wel via de provincies indien gemeenten ervoor kiezen dat hun provincies vertrouwelijke plannen geaggregeerd dienen aan te leveren aan de beheerorganisatie LMVW.) De onderzoekers kunnen vervolgens over deze vertrouwelijke plannen slechts publiceren als zijnde één fictief plan waarin alle vertrouwelijke woningbouwplannen zijn geaggregeerd, waarbij de locaties, de namen van de vertrouwelijke plannen en (om herleidbaarheid te voorkomen) het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld worden. Deze onderzoekers dienen voorafgaand aan het onderzoek eerst een geheimhoudingsverklaring te tekenen.
Voor alle andere gebruikers geldt hetzelfde gebruikersregime: Er is toegang tot de data van de niet vertrouwelijke plannen en voor de vertrouwelijke plannen geldt dat deze zichtbaar is per gemeente als zijnde één fictief plan waarvan de locaties en de plannamen niet gepubliceerd worden. Artikel 12. Gebruikersgroepen Ten aanzien van het gebruik van de data worden de volgende gebruikersgroepen onderscheiden: 12.a. Onderzoekers die werken in opdracht van overheden, waterschappen, de regionale en landelijke beheerders van energienetwerken die de data nodig hebben voor de uitvoering van een opdracht die raakt aan een maatschappelijk belang met een ruimtelijke component. 12.b Onderzoekers die werken bij het CBS, PBL, CPB, de ACM, het Kadaster die de data nodig hebben voor de uitvoering van onderzoek dat raakt aan een maatschappelijk belang met een ruimtelijke component. 12.c Andere onderzoekers die de data nodig hebben voor de uitvoering van een opdracht die raakt aan een maatschappelijk belang met een ruimtelijke component. 12.d Andere gebruikers van de data niet bedoeld in artikel 12a, 12b en 12.c. Er is daarin geen onderscheid tussen overheden, bestuurlijke tafels, versnellingstafels, marktpartijen of enig andere gebruiker.
6
Artikel 13 gebruikersrechten In dit artikel worden de gebruikersrechten vastgelegd van de in artikel 12 afgebakende gebruikersgroepen. Eén groep onderzoekers (bedoeld in artikel 12.c) kan slechts na toestemming van de beheerorganisatie LMVW toegang krijgen tot de data. Zolang de beheerorganisatie LMVW nog niet is ingesteld, beslist de stuurgroep LMVW hierover. Ten behoeve van deze besluitvorming (nu door de stuurgroep en straks door de beheerorganisatie) zal de stuurgroep LMVW criteria formuleren. 13.a. De partijen genoemd bij artikel 12.a. en artikel 12.b hebben toegang tot zowel de niet vertrouwelijke als de vertrouwelijke data. 13.b. De partijen genoemd bij artikel 12.c. kunnen op verzoek toegang krijgen tot zowel de niet vertrouwelijke als de vertrouwelijke data. De beheerorganisatie LMVW beslist of het verzoek gehonoreerd wordt. 13.c De verleende toegang betreft zowel de vertrouwelijke data die bij de beheerorganisatie LMVW aanwezig is als de vertrouwelijke data die slechts bij de provincies aanwezig is ten gevolge van artikel 8. 13.d De partijen bedoeld bij artikel 12.d. hebben toegang tot de niet vertrouwelijke data. Daarnaast kunnen zij per gemeente inzage krijgen in het gesommeerde geaggregeerde plan waarin alle vertrouwelijke plannen zijn gesommeerd en waarbij geen locaties en plannamen vermeld worden.
Tevens wordt om herleidbaarheid te voorkomen het aantal plannen per gemeente niet vermeld.
Artikel 14 Overheden en omgaan met vertrouwelijke plannen Dat overheden de beschikking hebben over de vertrouwelijke informatie, wil niet zeggen dat ze verplicht zijn deze informatie desgevraagd te delen. Dit raakt aan artikel 68 van de grondwet waarin de grens van de inlichtingenplicht is weergegeven: voor zover het verstrekken van de gevraagde informatie in strijd is met het belang van de staat, bestaat de verplichting niet. Dat wil zeggen dat wanneer met dit protocol interbestuurlijk afgesproken wordt dat vertrouwelijke data niet extern gedeeld wordt, dan geldt dat die informatie, ook als met een beroep op de WOO daar om gevraagd wordt, dus ook niet verstrekt wordt, niet aan het parlement, niet aan provinciale staten, niet aan gemeenteraden noch aan enig ander. 14. Overheden die beschikking hebben over de data van vertrouwelijke plannen kunnen slechts over vertrouwelijke woningbouwplannen communiceren als onderdeel van de optelling -per gemeentevan alle vertrouwelijke gemeentelijke woningbouwplannen, waarbij de locaties, de namen van de vertrouwelijke plannen en het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld worden. Tevens dienen overheden te voorkomen dat in hun communicatie op welke wijze dan ook deze informatie indirect herleid kan worden.
7
Artikel 15. Onderzoekers & omgaan met vertrouwelijke data Om de juiste omgang met data van vertrouwelijke plannen te garanderen zullen onderzoekers voordat zij toegang krijgen tot de dataset voorafgaand aan elk onderzoek (telkens opnieuw) een geheimhoudingsovereenkomst ondertekenen waarin is vastgelegd op welke wijze zij over woningbouwplannen kunnen rapporteren.
15.a. De onderzoekers die op grond van artikel 12 en 13 de beschikking kunnen krijgen over de volledige dataset inclusief de vertrouwelijke, dienen voorafgaand daaraan een geheimhoudingsovereenkomst te ondertekenen waarin is vastgelegd hoe de data gebruikt kan worden. De tekst van deze overeenkomst is vastgelegd in bijlage 2 van dit protocol. Deze geheimhoudingsovereenkomst dient voorafgaand aan elk afzonderlijk onderzoek te worden ondertekend. 15.b. De onderzoekers die op grond van artikel 12 en 13 de beschikking kunnen krijgen over de volledige dataset inclusief de vertrouwelijke kunnen per gemeente over de vertrouwelijke woningbouwplannen slechts publiceren als zijnde één fictief plan waarin alle vertrouwelijke woningbouwplannen zijn geaggregeerd, waarbij de locaties, de namen van de vertrouwelijke plannen en het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld worden. Tevens dient voorkomen te worden in de rapportage dat op welke wijze dan ook deze informatie indirect kan worden afgeleid. Artikel 16. Zorgvuldige communicatie Overheden moeten het vertrouwen hebben dat er adequaat over hun data wordt gecommuniceerd. Bijvoorbeeld doordat bij publicatie over afwijkende cijfers lokale context meegegeven wordt zodat lezers een compleet beeld krijgen. 16.a. Overheden streven ernaar zorgvuldig over de woningbouwdata te communiceren.
Bijvoorbeeld door bij indicatoren met een afwijkend beeld een lokale context mee te geven. De genoemde partijen zijn hier onderling op aanspreekbaar. 16.b. Deze zorgvuldige communicatie vragen we ook van onderzoekers. Dit aspect vormt daarom onderdeel van de geheimhoudingsverklaring. Artikel 17. Afwijkingen van het dataprotocol 17.a. Afwijken van het dataprotocol is mogelijk indien daartoe een maatwerkverzoek wordt ingediend bij de Stuurgroep LMVW die dit verzoek beoordeelt in de geest van het dataprotocol en het maatschappelijke belang van het verzoek daarbij meeweegt. 17.b. Indien de uitzonderlijke situatie zich alleen richt op data uit een provincie of een gemeente dan zal daartoe een maatwerkverzoek worden ingediend bij deze provincie of gemeente die dit verzoek beoordeelt in de geest van het dataprotocol en het maatschappelijke belang van het verzoek daarbij meeweegt.
8
Geheimhoudingsovereenkomst data LMVW
Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw GEHEIMHOUDINGSVERKLARING Ten behoeve van het gebruik van vertrouwelijke data via de faciliteiten van de Beheerorganisatie van de LMVW. Ondergetekende, hoofdverantwoordelijk voor het te verrichten onderzoek, verklaart zich akkoord met de volgende voorwaarden bij het gebruik van vertrouwelijke data uit de LMVW. Deel A 1. Hij/zij verplicht zich ertoe over vertrouwelijke woningbouwplannen slechts op geaggregeerd niveau -niveau gemeente- te publiceren zodanig dat vertrouwelijke plannen niet uit de publicatie van het onderzoek herleidbaar zijn. Zowel niet direct als ook niet indirect. Dit betekent in ieder geval dat over vertrouwelijke plannen slechts gepubliceerd kan worden als onderdeel van de optelling van alle gemeentelijke woningbouwplannen, zowel de vertrouwelijke als openbare woningbouwplannen, waarbij het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld wordt. 2. Locaties en plannamen, van vertrouwelijke plannen, of alles wat daarnaar herleidbaar is, zullen niet worden gepubliceerd. 3.
Hij/zij zal van al hetgeen hem/haar bij de uitvoering van deze werkzaamheden ter kennis komt, in het bijzonder omtrent de hierbij gebruikte gegevens, de resultaten van deze werkzaamheden, alsmede al hetgeen overigens betrekking heeft op de uitvoering van deze werkzaamheden, niets openbaren anders dan in het kader van de met de Beheerorganisatie LMVW overeengekomen onderzoeken. Een beschrijving van dit onderzoek wordt gegeven in deel C. 4. Als uit het onderzoek blijkt dat er ten aanzien van de voortgang van de woningbouw sprake is van afwijkende cijfers, dan zal hier zorgvuldig over gepubliceerd worden bijvoorbeeld door het afwijkende cijfer te voorzien van een lokale context ter completering van het lokale beeld. 5. Ingeval van twijfel omtrent de uitleg van bovengenoemde voorwaarden beslist de Beheerorganisatie. 6. Deze verklaring blijft van kracht, ook na beëindiging van bovenbedoelde werkzaamheden. Naam onderzoek: Naam:
Geb.datum:
Instelling/Bedrijf:
E-mail:
(plaats)
(datum)
Telefoon:
(handtekening)
Deel B Ondergetekende aanvaardt hierbij de verantwoordelijkheid voor naleving van de hierboven vermelde voorwaarden waaronder de in deel A genoemde medewerk(st)er zijn/haar in deze verklaring omschreven werkzaamheden zal verrichten. Naam
:
Functie
:
Naam instelling/Bedrijf
:
Adres instelling/Bedrijf
:
, (plaats)
(datum)
-
, (handtekening)
Deel C C1 Beschrijving project:
C2 Tot welke vertrouwelijke data wenst de onderzoeker toegang te krijgen? Maak hierbij een onderscheid naar geografische locatie (bijv. gemeente, provincie, Nederland) en naar datatype. Bij datatypen maakt de Beheerorganisatie een onderscheid naar: •
Polygonen welke de locatie van plannen onthullen (als shape of gpkg file, met de coördinaten en een plannaam; ook onderstaande kenmerken zijn aanwezig)
•
De kenmerken van de woningen die binnen deze polygonen zijn gepland, zoals aantal woningen, woningtypen, etc. Zie bijlage xx voor een overzicht van de data die uitgevraagd wordt bij gemeenten. Dit is een Excel file waarbij de individuele plannen zijn onderscheiden met een plannaam; er is geen geografische locatie bekend anders dan een provincie- en een gemeentenaam.
C3 Beschrijving voorgenomen publicatie: