CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestemmingsplan 'Diepenheim, herziening Warme Huizen'.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 14: Bestemmingsplan Diepenheim, herziening Warme Huizen24.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

23 april 2024

vast te stellen

NL.IMRO.1735.DPxWarmeHuizen-VS10

BESTEMMINGSPLAN

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing ontwikkelingslocatie Vigerende bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 5 6

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

7 7 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 15 24

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Milieu- en omgevingseffecten Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Water Natuur Stikstof Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

27 27 29 29 30 31 34 37 42 43 44 45 46

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Wijze van bestemmen Algemeen Bestemmingsplan

49 49 50

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid

53 53 53

Eindnoten

55

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing verpleeghuis Warme Huizen

Bijlage 3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 4

Vormvrije M.E.R. beoordeling

Bijlage 5

Bodemonderzoek

Bijlage 6

Waterstructuurplan

Bijlage 7

QuickScan natuurwaardenonderzoek

Bijlage 8

Stikstof onderzoek

Bijlage 9

Zienswijzennotitie

Diepenheim, herziening Warme Huizen

2

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Aan de Boinksweide in het noorden van de kern Diepenheim liggen enkele percelen die nu in gebruik zijn als landbouwgrond. De gronden liggen aan de rand van het stadje en zijn gesitueerd rond een retentievijver. Het gebied wordt vrijwel geheel omgeven door woningen. De gemeente Hof van Twente is voornemens om hier twee ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarbij gaat het ten eerste om de realisatie van een nieuw verpleeghuis met 54 zorgeenheden. Stichting De Warme Huizen is de initiatiefnemer van dit plan. De tweede ontwikkeling is een gemeentelijk woningbouwplan (Noord 3) met verscheiden rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen. In het vigerend bestemmingsplan zijn de percelen voorzien van een groenbestemming zonder mogelijkheden voor gebouwen. De bouw en het gebruik van de te realiseren woningen en het zorgcomplex zijn niet mogelijk binnen de huidige bestemming. Om de ontwikkelingen te kunnen realiseren dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Er worden twee bestemmingsplannen in procedure gebracht. Eén voor het verpleeghuis van De Warme Huizen en één voor het gemeentelijk woningbouwplan Noord 3. Gezien de samenhang tussen de locaties is voor beide bestemmingsplannen één bestemmingsplantoelichting opgesteld en eigen verbeeldingen en set regels voor respectievelijk het zorgcomplex en de woningen.

Ook bij de uitgevoerde (milieu) onderzoeken zijn beide locaties als één onderzoekslocatie beschouwd. De grenzen van de bestemmingsplangebieden zijn weergegeven op de onderstaande kaart.

Topografische kaart met in het rood het bestemmingsplangebied voor woningbouw en in het blauw het bestemmingsplangebied voor het verpleeghuis (bron: SAB)

vast te stellen

3

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Het onderhavig document betreft de gezamenlijke toelichting bij deze bestemmingsplannen. In het document wordt verwezen naar de ontwikkelingslocatie, waarmee de combinatie van beide plangebieden wordt bedoeld.

1.2

Ligging en begrenzing ontwikkelingslocatie De ontwikkelingslocatie ligt aan de straat Boinksweide, in het noorden van de kern Diepenheim. De locatie ligt op de rand van het stadje en is omsloten door zowel oudere (Raadhuisstraat/Ruimersdijk) als recente (Boinksweide) woningbouwontwikkelingen. Het plangebied ligt grotendeels braak als akkerland/grasland. Aan de oostzijde ligt in het midden een retentievijver met daaromheen wandelpaden. Door het plangebied heen liggen enkele (hoog opgaande) groensingels. Het noorden wordt begrensd door akkerland. Kadastraal gezien maakt de ontwikkelingslocatie deel uit van het kadastrale percelen Diepenheim, sectie B en nummer 3975. De totale oppervlakte van de ontwikkelingslocatie is circa 2 hectare. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van de ontwikkelingslocatie in Diepenheim en haar omgeving weergegeven. De globale begrenzing is te zien op de afbeelding in paragraaf 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeeldingen, behorende bij dit bestemmingsplan.

Topografische kaart met aanduiding plangebied (rode ster) (bron: arcgis.com/mapviewer)

4

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

1.3

Vigerende bestemmingsplan De ontwikkelingslocatie ligt in bestemmingsplan 'Diepenheim' welke is vastgesteld op 10 mei 2016. De gehele ontwikkelingslocatie is voorzien van de enkelbestemming 'Groen - Groene ruimte' en kent gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting 2'. In een zone rondom de retentievijver geldt tevens de dubbelbestemming 'Waterstaat - Bebouwingsvrij'. Ook geldt voor een vrij groot deel van het te ontwikkelen gebied de functieaanduiding 'waterberging'. Dit betreft een overloopgebied voor tijdelijke waterberging. De bestemmingen en aanduiding worden hieronder nader toegelicht. Op de navolgende afbeelding is een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen met het plangebied rood omkaderd.

Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Diepenheim' met globale aanduiding ontwikkelingslocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Groen - Groene ruimte Deze gronden zijn bestemd voor semi-agrarische doeleinden in de vorm van weide en grasland, dagrecreatief medegebruik, groenvoorzieningen, toegangspaden en inritten naar omliggende bestemmingen alsook voet- en fietspaden, verblijfsdoeleinden, speelvoorzieningen, water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater en openbare nutsvoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'waterberging' zijn de gronden specifiek bedoeld als overloopgebied. Aan het bouwen op de gronden is aan een aantal regels gebonden. Waarde - Archeologische verwachting 2 Deze gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Hier geldt dat bij een bodemingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 0,4 meter een archeologisch onderzoek moet worden overlegd om aan te tonen dat archeologische waarden voldoende beschermd worden bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen.

vast te stellen

5

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Waterstaat - Bebouwingsvrij Deze gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van waterschap belangen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Daarnaast mogen op deze gronden geen gebouwen worden gebouwd en mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2 meter bedragen. Hier kan met een omgevingsvergunning van worden afgeweken, mits vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de watergang.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).

6

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie Historie Diepenheim Diepenheim is ontstaan bij een versterkte burcht wat veelvuldig voorkwam in Twente. De Havezaten in de omgeving (Nijenhuis, Warmelo, Peckedam, Westerflier, Weldam) zijn nauw gelieerd aan de burcht. Door de beschikbare gegevens is vanaf 1500 met redelijke zekerheid aan te geven hoe Diepenheim zich als Stadje in ruimtelijke zin heeft ontwikkeld. Waarschijnlijk heeft Diepenheim omstreeks 1420 stadsrechten gekregen. In 1602 volgt de officiële bevestiging. Diepenheim was in die tijd, vanwege zijn sterke kasteel en omliggende havezaten voornamelijk van belang als grensvesting tegen Gelre. Diepenheim heeft geen stadsmuren en stadspoorten gehad. Alleen een grachtensysteem werd aangelegd en diende als verdedigingswerk. Het landschap rondom Diepenheim bestaat uit licht glooiende dekzanden, doorsneden door beken als de Boven-Regge en de Molenbeek. Met kleine bouwlanden op de dekzandruggen en weidegebieden langs de beken ontstond een kleinschalig coulisselandschap met verspreide bebouwing. Diepenheim vertoont dan ook trekken van een zwerm- of hoevedorp, binnen een feodaal landschap. De burcht van Diepenheim is van 1331 tot 1545 een bisschoppelijke grensversterking geweest. Rondom deze burcht ontwikkelden zich diverse borgen die uitgroeiden tot landgoederen, zoals Warmelo, Nijenhuis, Weldam en Westerflier.

Deze landgoederen hebben door de eeuwen heen vorm en inhoud gegeven aan het feodale landschap rondom Diepenheim. Bossen en open velden wisselen elkaar af met daarin verspreide bij het landgoed behorende bebouwing, lanen en bosschages. Tot in de twintigste eeuw bestond de enige groei van Diepenheim buiten 't Stedeke uit verspreide lintbebouwing langs de Goorseweg, de Haaksbergerstraat en de Raadhuisstraat. Het betreft voornamelijk agrarische bebouwing. Na 1960 heeft Diepenheim een beheerste groei doorgemaakt. Met Kuimgaarden vindt in de jaren zestig de eerste planmatige uitbreiding plaats. De bebouwing is hier over het algemeen zeer open met grote kavels, zodat de buurt een dorpsachtig karakter heeft. In de jaren zeventig is begonnen met de buurt Zuid, ten zuiden van de Haaksbergerstraat. Deze buurt is dichter bebouwd dan Kuimgaarden, maar nog altijd overheerst een dorpsachtige sfeer. Eind jaren tachtig wordt de buurt De Akkers gebouwd ten zuiden van 't Stedeke en deels in aansluiting op bestaande bebouwing. Het beeld van Zuid wordt hierin doorgetrokken. In de jaren negentig vindt ten noorden van de Ruimersdijk nieuwbouw plaats in Noord. Hier valt de bijzondere verkaveling op met grote kavels en grote woningen.

vast te stellen

7

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Historische ontwikkeling van Diepenheim (bron: topotijdreis.nl) Bestaande situatie De ontwikkellocatie ligt aan de Boinksweide in het noorden van de kern Diepenheim. In het oosten, zuiden en westen wordt de ontwikkelingslocatie omgeven door woningen. Ten noorden van de ontwikkelingslocatie bevinden zich landbouwgronden. De kern van het stadje Diepenheim is een beschermd stadsgezicht en ligt hemelsbreed ca. 200 meter ten zuiden van het plangebied. De kern enkele bevat enkele op zichzelf staande winkels die voornamelijk aan de Grotestraat en de Goorseweg zijn gelegen. Binnen 300 meter van de ontwikkelingslocatie zijn een basisschool en sportvoorzieningen gelegen. De ontwikkelingslocatie zelf bestaat uit grasland en weidegrond die zijn gesitueerd rondom een retentievijver. Er is binnen de ontwikkelingslocatie geen verharding aanwezig. Rondom de retentievijver zijn wandelpaden aanwezig. De locatie heeft daardoor een parkachtige functie binnen de kern Diepenheim. De ontwikkelingslocatie is opgedeeld in drie percelen die van elkaar worden gescheiden door bomenrijen. Dit is te zien op de onderstaande luchtfoto. Daarnaast geven de onderstaande afbeeldingen een impressie van de locatie.

8

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Uitsnede luchtfoto van de ontwikkelingslocatie (bron: PDOK.nl/viewer)

Zijaanzichten ontwikkelingslocatie van het zuidelijke en meest noordelijke perceel (bron: google.nl/streetview)

2.2

Toekomstige situatie De ligging en het groene karakter van de ontwikkelingslocatie biedt kansen voor een bijzonder landschappelijk woonmilieu. Bovendien kan het een toegevoegde waarde vormen in de beleving van de recreatieve routes. Uitgangspunten in hoofdlijnen: 1. de landschapsbeleving staat centraal, waar de oostzijde van de Boinksweide een traditionele uitstraling heeft; 2. bebouwing is gericht op de groene ruimte rondom de vijver; 3. de inrichting levert een bijdrage aan de beleving van de recreatieve routes; 4. de nieuwe straten takken aan op de Boinksweide.

vast te stellen

9

Diepenheim, herziening Warme Huizen

2.2.1

Woningbouwlocatie Noord 3 In de toekomstige situatie worden de twee noordelijke percelen ontwikkeld met woningbouw. Op de percelen komen in totaal 20 grondgebonden woningen. Het plan biedt ruimte voor een mix van (a) 4 twee-onder-een-kapwoningen, (b) 9 rijwoningen ten behoeve van starters en (c) 7 levensloopbestendige rijwoningen.

Stedenbouwkundig ontwerp verpleeghuis en woningen (bron: BKP RHO Adviseurs) Voor het woningbouwplan zijn 34 openbare parkeerplaatsen voorzien, waarbij het parkeren wordt opgelost in parkeerkoffers in het groene landschap. Aanvullend wordt bij de 2 hoekwoningen en 4 tweekappers aan de noordrand rekening gehouden met ruimte voor in totaal 7 parkeerplekken op eigen terrein. Het totaal aantal parkeerplaatsen bedraagt daarmee 41 stuks, wat voorziet in de behoefte van zowel de bewoners als de bezoekers van de 20 woningen. In het stedenbouwkundig plan blijft de parkachtige ruimte rondom de vijver behouden, waarbij de vijver centraal staat. Zo zijn de noordelijke woningen georiënteerd op het zuiden, zodat er een sterke beleving ontstaat van het wonen aan de vijver en de recreatieve routes er omheen. De oriëntatie en plaatsing van de woningen aan de zuidzijde dragen bij aan een parkachtige groenruimte aan de vijver.

10

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Daarnaast moet de bebouwing een ingetogen rol vervullen in de water- en groenrijke omgeving. Vanwege de besloten en geïsoleerde locatie is er ruimte voor een eigen karakteristieke bouwstijl. Belangrijke voorwaarde is dat er samenhang gevonden wordt tussen de individuele gebouwen. Bovendien wordt er gezocht naar aansluiting bij de bebouwing in Noord 2, met name de bebouwing aan de Boinksweide. Een eigentijdse traditionele bouwstijl staat hier centraal, met speciale aandacht voor de hoofdvorm, materialen en kleurgebruik. Op deze manier moet er een herkenbare uitbreiding van 'Diepenheim Noord' tot stand komen. 2.2.2

Verpleeghuis Stichting de Warme Huizen Het verpleeghuis wordt gerealiseerd op het zuidelijke perceel van de ontwikkelingslocatie. Het verpleeghuis zal bestaan uit 54 zorgeenheden, verdeeld over 2 bouwlagen voorzien van meerder kappen. De bebouwing is gericht op de hoofdontsluiting en de gevels aan deze zijde hebben een representatieve uitstraling. Daarnaast wordt de bebouwing zoveel mogelijk groen ingepast, waarbij het gebouw een besloten tuin omsluit in het zuiden, die de overgang naar de woonkavels aan de zuidzijde verzacht. De onderstaande afbeeldingen geeft de landschappelijke inpassing van het verpleeghuis weer en geven een sfeerimpressie van zowel de woningen als het verpleeghuis. Het gehele beeldkwaliteitsplan1 en de landschappelijke inpassing2 van het verpleeghuis zijn toegevoegd aan de bijlagen. Voor het verpleeghuis is een parkeerkoffer van 26 parkeerplaatsen voorzien direct ten noorden van het verpleeghuis.

Landschappelijk inpassing verpleeghuis Stichting de Warme Huizen (bron: TUUULK)

vast te stellen

11

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Sfeerimpressie van zorgcomplex en woningen (bron: BKP RHO Adviseurs)

12

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing Met het onderhavig plan worden 20 grondgebonden woningen en een verpleeghuis met 54 zorgeenheden gerealiseerd. Daarbij wordt aangesloten op de omliggende ruimtelijke en bebouwingsstructuren en is aandacht voor het inpassen van bestaande waardevolle blauw-groenelementen. De woningen zullen voldoen aan de nieuwste BENG-normen en worden gasloos ontwikkeld. Daarnaast voorziet het voorliggend plan in een combinatie van functies door het zorgcomplex te realiseren in een gebied met voornamelijk woningen. Het plan sluit hiermee aan op de kwaliteiten van de locatie en de ambities uit de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen.

vast te stellen

13

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

SAB heeft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking3 opgesteld. Uit deze toets wordt geconcludeerd dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Ook is aangetoond dat deze ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling als haalbaar geacht wordt voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.4

Conclusie Voorliggend plan is in lijn met het rijksbeleid.

14

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

3.2

Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In 2018 en 2022 zijn de visie en verordening partieel herzien.

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie wordt het provinciaal belang en het beleid voor de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel uiteengezet. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie heeft de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie bevat de visie, beleidskeuzes en de uitvoeringsstrategie op het hele ruimtelijk-fysieke domein en is opgesteld met een doorkijk tot 2030. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie:  goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief);  versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel.

Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit;  veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid;  investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

3.2.2

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:  generieke beleidskeuzes (of);  ontwikkelingsperspectieven (waar);  gebiedskenmerken (hoe). Aan de hand van deze drie stappen kan bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

vast te stellen

15

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

16

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Het uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

vast te stellen

17

Diepenheim, herziening Warme Huizen

3.2.4

Toetsing Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes (Of) Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.2 (Principe van concentratie), 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan De behoefte naar de woningen en het verpleeghuis zijn nader toegelicht in paragraaf 3.1.3 en bijlage 3 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat het project aansluit op de lokale behoefte.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:  dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;  dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt:  dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is;  dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan De ontwikkelingslocatie maakt deel uit van het bestemmingsplan kern 'Diepenheim' en heeft daarin de bestemming 'Groen - Groene Ruimte'. De gronden zijn al ruime tijd geleden door de gemeente aangekocht om het woningbouwplan Noord mogelijk te maken en worden sindsdien gebruikt als maïsland/grasland en als retentievijver met recreatieve paden.

De locatie wordt omsloten door oudere woningbouwontwikkelingen (Raadhuisstraat/Ruimersdijk) en recente plannen (Boinksweide). Gezien deze situering, de bestemming en het feitelijk gebruik met

18

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

stedelijke functies (stedelijk groen en water) wordt het plangebied niet beschouwd als Groene Omgeving, maar als onderdeel van het bestaand bebouwd gebied van Diepenheim. Daarnaast zijn er in Diepenheim geen redelijke alternatieven beschikbaar voor herstructurering of transformatie om in de behoefte aan het verpleeghuis en woningbouw te voorzien. Er wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zie verder ook bijlage 3 bij deze toelichting. Artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5): Principe van ruimtelijke kwaliteit Lid 1 In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan Tijdens de planvorming is rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken van het plangebied. Daartoe is vroegtijdig een inmeting uitgevoerd om de aanwezige bomen, vijver en hoogteverschillen goed in beeld te brengen. Het zoveel mogelijk behouden van de aanwezige landschappelijke structuur (waaronder bomen en recreatieve paden) is één van de uitgangspunten geweest bij de uitwerking van het plan. Aanvullend is bij de situering en vormgeving van de gebouwen (woningen en verpleeghuis) aansluiting gezocht bij de bebouwing in de omliggende straten, in het bijzonder die van Diepenheim Noord 2.

Dit is verder uitgewerkt en toegelicht in paragraaf 2.2 en het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan. De ruimtelijke kwaliteit zal hiermee behouden en zelfs versterkt worden. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan Het onderhavig plan voorziet in de realisatie van verscheidene grondgebonden woningen en zorgcomplex. De provincie heeft in samenspraak met de gemeenten, waaronder Hof van Twente, afspraken gemaakt over de toe te voegen nieuwbouw en over herstructurering. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Regionale woonagenda Twente en verder uitgewerkt in de Woondeal Twente. De ontwikkelingslocatieis door de gemeente in overeenstemming met de provincie specifiek aangewezen als uitbreidingslocatie.

De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het gemeentelijk beleid op het gebied van wonen en woningbouw en voldoet hiermee aan de regels uit de Omgevingsverordening.

vast te stellen

19

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Ontwikkelingsperspectieven (Waar) De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger.

Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) De ontwikkelingslocatie is gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, worden in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Qua ligging en feitelijk gebruik sluit de locatie echter meer aan op het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd.

Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld

20

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Doorwerking voor voorliggend plan In de omgeving van de ontwikkelingslocatie bevinden zich enkele (kleinschalige) bedrijven, zoals een Bed & Breakfast en een paardenhouderij. Het gebied maakt al deel uit van de kern Diepenheim en gaat dat met de voorgenomen ontwikkeling nog meer doen. Met het verpleeghuis en de beoogde woningen worden stedelijke functies toegevoegd om te voorzien in de lokale behoefte. Daarnaast wordt met de realisatie van een maatschappelijke voorziening naast een woonfunctie verdere functiemenging bevorderd. Tevens is bij het ontwerp van de ontwikkelingslocatie aandacht besteed aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. De groene inrichting van de ontwikkelingslocatie en nabijgelegen retentievijver binnen de ontwikkelingslocatie helpen bij het realiseren van optimaal waterbeheer.

Door een natuurlijk maaiveldverloop (hoog naar laag), getrapte afvoer en berging van hemelwater vanaf de woonpercelen naar de lager gelegen wadi's en waterberging, is het risico op wateroverlast gemarginaliseerd. De waterberging is voldoende om een bui tot minimaal 55 mm vast te kunnen houden in het gebied. Bij grotere pieken is nog resterende ruimte op het centraal gelegen deel beschikbaar waarbij de ambitie voor waterberging á 80 mm ruim gerealiseerd kan worden. Gebiedskenmerken (Hoe) Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding.

Uitsnede van de 'Natuurlijke laag', Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

vast te stellen

21

Diepenheim, herziening Warme Huizen

 Dekzandvlakte en ruggen In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandgebieden voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Doorwerking voor voorliggend plan De ambitie van de provincie speelt in op het gebruik van passende natuurlijke beplanting, evenals het versterken en beleefbaar (zichtbaar) maken van de natuurlijke ondergrond en het reliëf. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingespeeld op de aanwezige vijver, waarbij de woningen een ondergeschikte functie hebben in het landschap. Daarnaast worden de aanwezig hoogteverschillen versterkt door de aanleg van een besloten tuin met vijver ter plaatse van een dal bij het verpleeghuis. Binnen de ontwikkelingslocatie blijven de bestaande groenelementen zo veel mogelijk behouden. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling uitstekend aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Natuurlijke laag'.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van de betreffende kaart.

Uitsnede van de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap', Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

22

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Het oude hoevenlandschap kent een structuur van verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Doorwerking voor voorliggend plan De ontwikkelingslocatie bestaat uit drie kleinere percelen die zijn afgescheiden door houtwallen. De houtwallen zullen zo veel mogelijk worden behouden en de woningen volgen de structuur van het voormalige landschap. Dit is nader toegelicht in het opgestelde beeldkwaliteitsplan.

Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Stedelijke laag De stedelijke kent het kenmerk 'verspreide bebouwing' en 'informele trage netwerk' aan het gebied toe. Er is hiervoor geen kaartmateriaal beschikbaar. In de laag 'verspreide bebouwing' hebben de agrarische erven van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Door deze 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen, veenlandschappen etc. De ambitie is Levende erven! Opnieuw verbonden met het landschap, gaan de erven een serieus te verkennen alternatief woon/werkmilieu vormen. Dit biedt mogelijkheden om erven te transformeren, waarbij bijvoorbeeld opstallen worden gesloopt of herontwikkeld ten behoeven van woningbouw. Door voort te bouwen op de karakteristieken en kwaliteiten van de vaak eeuwenoude erven, ligt hier een kans om unieke, echt Overijsselse woon/werk-, recreatie- en zorgmilieus te ontwikkelen: sterk verbonden met de historie, het omliggende landschap en met veel ruimte voor individuele invulling en expressie.

Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en bouwwerken als identiteitsdrager van erftransformaties benut. Gebiedsgewijze aanpak van herstel erven en bebouwing volgens het 'Streekeigen huis en erf' concept. In de laag 'informele trage netwerk' betreft het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. De maaswijdte van dit netwerk is sterk afhankelijk van het type landschap. Doordat bepaalde schakels in dit netwerk in de loop van de tijd zijn verdwenen (ruilverkaveling, opwaardering tot hoofdinfrastructuur en individuele ingrepen door particuliere grondeigenaren) is er sprake van discontinuïteit. De ambitie is verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets door het opheffen van de discontinuïteiten in het padennetwerk. Bij een schaalniveau hoger is de ambitie om het fiets- en wandelpaden netwerk op

vast te stellen

23

Diepenheim, herziening Warme Huizen

niveau van de regio te integreren tot een compleet systeem onder andere door de aanleg van fietssnelwegen. Daarnaast is het doel om erfgoed langs het informele trage netwerk te benutten om de toeristische aantrekkelijkheid van gebieden te vergroten. Doorwerking voor voorliggend plan Met het onderhavig plan worden verscheidene percelen herontwikkeld ten behoeve van woningbouw en een verpleeghuis. Bij de inpassing is aandacht bestaan aan de bestaande landschappelijk karakteristieken en kwaliteiten zoals is toegelicht in het beeldkwaliteitsplan. Zo worden de bestaande houtwallen zo veel mogelijk behouden en worden de woningen zo gepositioneerd dat er een sterke beleving ontstaat van het wonen aan de reeds bestaande vijver en de recreatieve routes er omheen. Deze recreatieve routes worden tevens behouden, waardoor er geen aantasting plaatsvindt van het informele trage netwerk. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling aansluit bij de ambities binnen het ontwikkelingsperspectief van de 'Stedelijke laag'. De 'Laag van de beleving' heeft ter plaatse van de ontwikkelingslocatie geen specifieke kenmerken en blijft daarom buiten beschouwing. Daarnaast valt de ontwikkelingslocatie niet onder andere gebieden die relevant zijn voor de planlocatie. 3.2.5

Conclusie provinciaal beleid Voorliggend plan is in lijn met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie Hof van Twente 'Zicht op 2030' De gemeenteraad van de gemeente Hof van Twente heeft op 1 juni 2010 de toekomstvisie 'Hof van Twente Zicht op 2030' vastgesteld. Het doel van de toekomstvisie is het schetsen van de grote lijnen: wat kenmerkt de gemeente Hof van Twente nu en straks. Daarnaast geeft de visie ook een mogelijk toekomstperspectief specifiek voor de gemeente, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. Dit toekomstperspectief is geschreven in de vorm van een twintigtal streefbeelden voor 2030. Deze beelden gaan over mens, ruimte en economie. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn onder andere de volgende streefbeelden relevant:  Streefbeeld: Kleine kernen vernieuwen hun vitaliteit Alle kernen en buurtschappen hebben hun eigen sterke en zwakke punten. In 2030 wordt het onderscheid tussen de verschillende delen gerespecteerd en krijgt het de ruimte. In die verscheidenheid schuilt de kracht van Hof van Twente. Vanzelfsprekend houden kernen uiteenlopende functies. Maar door bewust accenten te leggen kan iedere kern werken aan een herkenbaar profiel van de eigen sterke punten en zich hiermee profileren. Het sterke punt van Diepenheim is de hechte samenleving waar iedereen elkaar kent en de buurtschappen: landelijk wonen.

24

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Streefbeeld: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar gebleven. Hierbij is het van belang dat de grotere kernen in Hof van Twente een belangrijke woonfunctie houden; hier wonen de meeste mensen. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan past binnen de in de strategische visie geschetste streefbeelden. Er is sprake van de invulling van een aangewezen uitbreidingslocatie ten noorden van Diepenheim. Door de opgenomen beeldkwaliteitscriteria, waarbij wordt ingezet op kwaliteit en het creëren van samenhang in de wijk, worden toekomstbestendige woningen (betaalbaar en levensloopbestendig) gecreëerd binnen een hoogwaardige openbare ruimte waar mensen kunnen ontmoeten.

De realisatie van het verpleeghuis kunnen mensen die geboren en getogen zijn in de kern binnen Diepenheim blijven wonen. Hiermee wordt recht gedaan aan het streefbeeld voor het creëren van een hechte samenleving en buurtschap. De voorgenomen ontwikkeling is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in de 'Toekomstvisie Hof van Twente'. 3.3.2

Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021 - 2025 De woonvisie van de gemeente Hof van Twente is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2022. De ambitie is: voor iedere inwoner een passende woning, waarbij de huidige woningvoorraad optimaal wordt benut en waar gericht extra woningen worden bijgebouwd. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, waarbij de landelijke kwaliteit van de gemeente ten alle tijden wordt gewaarborgd. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente om dit doel te bereiken. De belangrijkste ambities zijn: 1. Versnelling van de woningbouwproductie. 2. Meer betaalbare woningen realiseren. 3. Passende huisvesting realiseren voor jongeren en de ouder wordende bevolking en zorgen voor meer doorstroming op de woningmarkt. 4. Energieneutraal in 2035 en de bestaande woningvoorraad verder verduurzamen. 5. Leefbaarheid en vitaliteit waarborgen in de kernen en het buitengebied. 6. Bouwen aan een inclusieve samenleving: huisvesten van mensen met een zorgvraag en zorgen voor een evenwichtige huisvesting van huishoudens binnen de gemeente en instromers van buiten. Er is sprake van toenemende krapte op de woningmarkt in Hof van Twente. De afgelopen tien jaar zijn er weinig woningen gerealiseerd in de gemeente. De woningvraag is groot en de woningmarkt in de Hof is krap.

Tot en met 2030 is er in de gemeente Hof van Twente een woningbehoefte van ongeveer 90 tot 120 woningen voor de categorie dorps wonen. De oplopende woningbehoefte vraagt om aandacht en concrete acties. Versnelling van de woningbouw in de kernen en het buitengebied is nodig om te voorzien in de woningbehoefte. Omdat de woningbehoefte divers is, kiest de gemeente voor flexibiliteit in programma en locaties. In de Regionale Woonvisie is overeengekomen dat gemeenten alleen voor de aangetoonde lokale

vast te stellen

25

Diepenheim, herziening Warme Huizen

behoefte bouwen. Wat betreft de woningbehoefte is vooral behoefte aan ofwel luxere grondgebondenwoningen (2 onder 1 kap of vrijstaand) ofwel levensloopbestendige woningen en appartementen voor 1- en 2 persoonshuishoudens. Er is tevens een tekort aan starterswoningen. Toetsing Met het onderhavig plan worden 4 twee-onder-een-kapwoningen, 9 rijwoningen ten behoeve van starters en 7 levensloopbestendige rijwoningen. De woningen worden gasloos ontwikkeld. Daarnaast is er heel aandacht geweest voor de landschappelijke inpassing van de locatie. De ontwikkeling sluit naadloos aan op de Woonvisie.

26

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingseffecten

Milieueffectrapportage Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Toetsing Onderhavig plan betreft de ontwikkeling van een verpleeghuis met 54 (zorg)eenheden en 20 grondgebonden woningen. Het plan kan worden gekwalificeerd als de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk:  een oppervlakte van 100 hectare of meer;  een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen;  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het totale plangebied is circa 2 hectare groot en daarnaast worden er in totaal 74 woon-/zorgeenheden gebouwd.

Hiermee blijft het plan ver onder de indicatieve drempelwaarden en kan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden volstaan. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen:  de kenmerken van het project;  de plaats waar de activiteit plaatsvindt;  de kenmerken van het potentiële effect. Conclusie Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling4 uitgevoerd. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in de beoordeling aan bod zijn gekomen. Aspect

Beoordeling milieueffecten

Natuur Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve (gebiedsbescherming) effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof worden uitgesloten.

vast te stellen

27

Diepenheim, herziening Warme Huizen

Natuur Het plangebied wordt door beschermde diersoorten (soortenbescherming) hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Indien er sloopwerkzaamheden plaatsvinden of beplanting wordt verwijderd tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Daarnaast dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden voor beschermde dieren, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Ervan uitgaande dat de voornoemde werkzaamheden plaats zullen vinden zijn hiermee de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. Verkeer

De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de aangrenzende 30 km/uur wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen.

Geluid

Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De verkeersintensiteit in de huidige situatie is op basis van het aantal woningen echter zo beperkt dat er geen overschrijdingen zullen optreden van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de planbijdrage. Significant negatieve effecten zijn daarmee niet te verwachten.

Lucht

Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

Water

De ontwikkeling wordt hydrologisch neutraal ingepast ten opzichte van de huidige onverharde situatie. Het plan leidt niet tot wateroverlast, grondwateroverlast, verdroging, hitte en verslechtering van de waterkwaliteit. Er is geen sprake van een significant negatieve (milieu)effecten.

Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) en geluid zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

28

vast te stellen

Diepenheim, herziening Warme Huizen

4.2

Bodem Algemeen In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Er is een verkennend bodem- en asbestonderzoek5 uitgevoerd ter plaatse van de Boinksweide in Diepenheim. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek heeft tot doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) te bepalen en deze te toetsen aan het voorgenomen gebruik van de locatie (wonen met (sier)tuin). Daarnaast is het asbestgehalte in de bodem vastgesteld. In zowel de boven- als de ondergrond worden voor geen van de geanalyseerde parameters (inclusief asbest en PFAS) verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater worden voor enkele zware metalen en xylenen de streefwaarden overschreden. De zware metalen vinden hun oorsprong in de plaatselijk verhoogde achtergrondwaarden. De licht verhoogde xylenen wordt geen verklaring gegeven. Met het uitgevoerde bodemonderzoek is vastgesteld dat de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater geen nadelige invloed hebben op de voorgenomen bestemmingswijziging en ontwikkeling (woningbouw) van de locatie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.3

Geluid Algemeen De mate waarin het geluid onder andere gevoelige functies mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur zijn formeel uitgesloten van akoestisch onderzoek. Toetsing Met voorliggend plan is sprake van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies in de vorm van woningen en een verpleeghuis. In de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie liggen geen gezoneerde industrieterreinen of spoorwegen. De ontwikkelingslocatie ligt op ongeveer 100 m van de Raadhuisstraat. Ter hoogte van de ontwikkellocatie is dit nog een 30 km per uur weg. Daarna, op ca. 140 meter van het plangebied, wordt het een 60 km per uur weg. Bij een 30 km per uur weg hoeft op basis van de wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek verricht te worden. Om aan te tonen dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening kan het soms wel wenselijk zijn om in te gaan op de akoestische situatie als gevolg van het wegverkeerslawaaai.

De woningen aan de rand van het plangebied liggen nog wel binnen de onderzoekszone van 200 m van het deel van de Raadshuisstraat waar

vast te stellen

29

Diepenheim, herziening Warme Huizen

de maximum snelheid 60 km per uur bedraagt. Omdat de verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet laag ligt, is het aannemelijk dat de geluidsbelasting ter plaatse van de ontwikkelingslocatie aanvaardbaar is. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.4

Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De derogatiebeschikking van de EU is in 2015 verlopen. De NSL is na 2015 twee maal verlengd en betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4104/documents/56684